‘Het nachtelijk ontslag’

Inleiding.

De toestand op de Theologische School in Kampen van de Christelijke Gereformeerde Kerk stond er in de jaren ’80 van de negentiende eeuw niet rooskleurig voor.

De eerste docenten te Kampen. Ds. C. Steketee (1846-1913) werd er in 1872 docent.

De meeste docenten waren oud; onderwijskundig was van hen niets nieuws te verwachten. Zo was docent ds. Simon van Velzen (1809-1896) – een van de leiders van de Afscheiding van 1834 waaruit de Theologische School in 1854 was ontstaan – hoogbejaard en te oud om leiding te geven; er was gebrek aan alles wat de organisatie aangaat; er bestonden zelfs ‘geheime genootschappen’ van studenten tegenover enkele docenten; examens verliepen niet altijd zoals het behoorde.

Al die zaken kwamen natuurlijk ook het curatorium, het bestuur, ter ore. Het curatorium kreeg al snel de indruk dat docent A. Steketee (1846-1913) de zwakke schakel was. Zo kwam de zaak tenslotte op de Synode van Zwolle 1882. Er moest ingegrepen worden, zo wist men.

Docent Steketee wist van niets.

Ds. A. Steketee (1846-1913), van 1872 tot 1882 docent in Kampen.

Docent Steketee was zich ondertussen echter nergens van bewust. Als Kamper docent was hij zelf ook naar de synode gekomen. Hij schreef later dat hij benieuwd was ‘wie het worden zou dien ik bij mijn terugkeer (in Kampen) mijn collega zou kunnen noemen’. Op het synodale agendum stond immers de benoeming van een nieuwe docent.  Er deden wel geruchten de ronde ‘dat men van plan was heel de boel te Kampen aan de school te veranderen en een docent af te zetten, men wist niet wie’, maar men dacht ds. Helenius de Cock (1824-1894), de zoon van de eerste Afgescheiden predikant ds. H. de Cock (1801-1842). Van die geruchten had Steketee aanvankelijk echter geen kennis gehad.

Docent Helenius de Cock (1824-1894).

Wel had hij een paar keer gehoord dat er een geheime vergadering gehouden zou worden (die echter telkens uitgesteld werd), maar hij besefte in het geheel niet dat die over hemzelf zou gaan. Ook had hij synodelid ds. J.F. Bulens (1820-1889) van Varsseveld in een van zijn toespraken wel horen zeggen ‘Zie, president, er zijn er sommigen, die begeren iemand een kopje kleiner te maken, die zaak krijgen wij nog, daarover zullen wij werk hebben; doch zoo opeens kopje er af, zie, dat is mij wat kras’. Steketee had geen idee dat daarmee hijzelf bedoeld werd.

Ds. J.F. Bulens (1820-1889) van Varsseveld.

‘Steketee de oorzaak’.

Niet alleen het curatorium, maar ook ter synode meende men dat Steketee als de belangrijkste oorzaak van de toestand op de School beschouwd moest worden, al werd van hem door iedereen gezegd dat hij ‘zeer geleerd, ijverig, erudiet en filosofisch van aard was, maar ook nederig, vriendelijk en met een luisterend oor uitgerust’. Hij had echter een zwak punt: hij kon niet orde houden. Dat er ‘toeleg en ruggespraak aangaande mijn persoon geweest is om het kopje er af te doen’, nee, daarvan had de docent geen idee, ‘zoodat ik onnoozel mijn gang ging en onder de broeders nederzat en ook op den dag der geheime vergadering vroolijk rondwandelde en redeneerde ook met mijne mededocenten’, die overigens buiten de beraadslagingen van de ‘geheime vergadering’ werden gehouden.

Het verloop van de ‘geheime vergadering’.

Ds. W.H. Gispen (1833-1909) van Amsterdam.

De geheime moderamenvergadering vond uiteindelijk plaats in de avond van woensdag 23 augustus 1882. Nadat deze gehouden was, liet men Steketee om ‘allerlei complicaties te voorkomen’ nog ’s avonds laat vanuit zijn Kamper logeeradres naar de vergaderkamer van het moderamen komen. Steketee zat net voor bedtijd nog ‘vroolijk te redeneeren met mijn gastheer en zijne vrouw’, toen op de deur geklopt werd en Steketee ontboden werd bij het moderamen van de synode. Op die late avond waren daar aanwezig ds. W.H. Gispen (1833-1909) van Amsterdam, ds. J. Hessels (1836-1907) van Zwolle, ds. J. van Andel (1839-1910) van Leeuwarden en ds. A. van der Sluijs (1848-1906) van Leiden, die werden verkozen om dienst te doen als moderamen van de synode.

Ds. J. van Andel (1839-1910) van Leeuwarden.

Nadat iedereen zich om de tafel had geschaard nam ds. Gispen het woord en verzocht docent Steketee zonder omhaal van woorden ontslag te nemen, omdat hij ‘de geschiktheid miste’ voor het ambt waarin hij was aangesteld. Steketee schrok en vroeg ‘wie hem dan zwart gemaakt had, wat er toch gaande was, wat er in de geheime vergadering eerder die avond over hem was gezegd, welk kwaad hij toch bedreven had?’

Ds. Gispen had hem toen schouderophalend gezegd dat hij geen pedagogische en opvoedkundige bekwaamheid had. Ds. Van der Sluis verklaarde bovendien nog dat zulke getuigenissen ook op de provinciale vergaderingen waren geuit en besproken. ‘Zoo was ik dan ook daar, in voor mij geheime comités, zwart gemaakt. O, welk een bedrog!’

De moderamenleden drongen er meteen dus sterk bij hem op aan ontslag te nemen. Ds. Gispen vertelde hem dat men aanvankelijk gedacht had ‘dat gij een Vinet zoudt geworden zijn, maar, maar… uw vader moest wijzer geweest zijn en u geen docent hebben laten worden’. Nee, zo groot als de bekende theoloog Alexandre Vinet (1797-1847) was hij niet geworden, en dat verbeeldde hij zichzelf ook niet; maar dat ook wijlen zijn vader, ds. C. Steketee (1819-1882) van Nieuwdorp (tot zijn overlijden – enkele dagen eerder – curator van de Theologische School) er op die manier bij gehaald werd, kwetste de docent diep.

Ds. A. van der Sluijs (1848-1906) van Leiden.

Men preste hem bijna zijn ontslag te nemen met het dreigement: ‘Anders zult u ontslagen wórden’. Steketee verklaarde echter nooit zijn ontslag te zullen nemen en hij beloofde ‘den dag van morgen in de synode te zullen komen’. Maar nee, dat kon niet, reageerde ds. Gispen! ‘De pressie werd harder’. Gispen deelde toen mee dat, als hij niet zelf op staande voet zijn ontslag zou nemen, hij ‘bezwaarlijk een financiële vergoeding krijgen’ zou. Het géld kwam er bij kijken!

Daar zat ik in de kniep’, machteloos, aan zichzelf overgeleverd. ‘Ik dacht bij mij zelf: Laat ik maar heengaan, en met ontroerde ziel en moede was ik en zat daar, verbijsterd door deze behandeling’. Daarom stelde Steketee zelf voor hem dan maar wegens zijn ‘zwakke gezondheid’ te ontstaan. Ds. Van Andel stelde een formulering op, maar Steketee ondertekende het papier toch maar niet en zei: ‘Neem het maar mee’. ‘Daarop dankte Gispen God’, aan het einde van de bijeenkomst, zo schreef Steketee later in een brief aan zijn kerkenraad te Nieuwdorp.

Ds. J. Hessels (1836-1907) van Zwolle.

‘Eervol ontslagen’…

Zo werd hij dus ‘eervol ontslagen’. ‘Eervol’ kon er van de synode nog wel af – want het moderamen sprak namens de synode, zo bleek na het dankgebed uit de woorden van ds. Gispen, die daarna overigens meteen docent Steketee begon ‘te prijzen in welke opzichten ik zulk een uitnemend mensch was’. Maar dat hoefde de ontslagen docent niet meer aan te horen: ‘Geheel ontsteld en vernietigd door deze menschen begaf ik mij huiswaarts, machtig gedrukt door de omstandigheden. Den heelen nacht heb ik in een heete koorts gelegen en den volgenden dag wezenloos rondgeloopen’. Zo’n behandeling had hij (en overigens niemand) niet verwacht.

‘Niks aan de hand’.

Nee, er was niemand tegen (Synode van Zwolle 1882).

Tijdens de synode – de volgende dag, 24 augustus – deed men alsof er niets bijzonders aan de hand was en ‘namens Docent Steketee’ werd de mededeling gedaan dat deze wegens zijn zwakke gezondheid ontslag genomen had, ‘omdat zijne fysieke krachten ontoereikend zijn om te kunnen voldoen aan de veelzijdige en veelomvattende eischen, aan eene nauwgezette vervulling van de betrekking van Docent aan de Theol. School verbonden’. Collega-docent Van Velzen wilde toen het woord nemen omdat hij dat niet begreep: Steketee had hem daarover immers de vorige dag niets verteld! Nee, toen had hij immers zelfs ‘vroolijk rondgewandeld en geredeneerd met zijne mededocenten’. Maar de synodevoorzitter wilde Van Velzen het woord niet geven en men ging over tot de orde van de dag…

De synode durfde zelfs van Steketee verwachten dat hij de resterende lessen van het lopende schooljaar nog zou geven, maar dat was begrijpelijkerwijs teveel gevraagd. Stel je voor, iedereen in Kampen zou immers weten dat hij was weggejaagd, en dan toch die lessen geven?! ‘Door al de beschuldigingen en ongegronde vernederingen was ik te Kampen onmogelijk gemaakt’.

Met een korte, bewogen toespraak nam hij afscheid van zijn studenten. Ook zij waren overdonderd. Steketee keerde spoorslags terug naar zijn Zeeuwse woonplaats Nieuwdorp. Hij heeft nooit excuus ontvangen, altijd zijn lippen op elkaar gehouden, al schreef hij na terugkomst in zijn woning wel een lange brief aan zijn kerkenraad waarin hij de gebeurtenissen uitvoerig beschreef ‘zodat ik u recht in de ogen kan kijken’. Hij verzocht de kerkenraad om de brief geheim te houden voor de buitenwacht, al gaf hij toestemming de brief aan ieder Nieuwdorps gemeentelid die er om zou vragen, te laten lezen. Daaraan heeft de kerkenraad gevolg gegeven.

Een reactie uit Gelderland.

Ds. H. Hoekstra (1852-1915).

In 1914, jaren later, stelde de familie van ds. Steketee een bloemlezing samen uit de nagelaten geschriften van hun overleden bloedverwant. “Het is door en door schandelijk”, zo berichtte de Geldersche Kerkbode van 28 februari 1914 bij monde van de bekende ds. H. Hoekstra (1852-1915), “en het wekt diepe verontwaardiging, zooals deze hoogst begaafde, met uitnemende wetenschappelijke en geestelijke gaven toegeruste en voor zijne omgeving (men zou haast zeggen) ál te bescheidene man door de Zwolsche synode der Christelijke Gereformeerde Kerk in 1882 behandeld is, die hem dwong als Docent aan de Theol. School te Kampen zijn ontslag te nemen”.

“Deze geschiedenis is helaas een smet op het gereformeerd kerkelijk leven. Zeker – de Zwolsche synode heeft niet geweten wat zij deed, heeft ongetwijfeld gehandeld onder valschen intrigeerenden invloed. Maar hier blijkt dan ook op bedroevende wijze, hoe noodig het ook in het gereformeerd kerkelijk leven is, dat men op zijn tijd van zich af weet te spreken, en hoe er te waken en te bidden is tegen alle arglistige intriges en handelingen in het kerkelijk leven. Op de allerlompste wijze is toen in 1882 een uitnemende wetenschappelijke kracht door de Chr. Gereformeerden opzij gezet”, aldus ds. Hoekstra.

Daar was geen woord Chinees bij.

Bron:

P. Hoekstra, F. Postma en J. Veenhof ‘Het nachtelijk ontslag. Waarom de Kamper Docent A. Steketee moest gaan’. Delft, 1983

(Het bovenstaande artikel – van de hand van de redacteur van GereformeerdeKerken.info – werd eerder (in beknopter vorm) gepubliceerd in de Groninger Kerkbode van 16 september 1989.)

© 2018. GereformeerdeKerken.info