Ds. S. van Velzen (1809-1896)

Simon van Velzen werd op 14 december 1819 in Amsterdam geboren. In de dagen van de Belgische Opstand trok ook Van Velzen met de ‘Leidsche Jagers’ uit als vrijwilliger. Als student sloot hij zich aan bij de ‘club van Scholte’, een groepje studenten rond medestudent Hendrik Pieter Scholte (zie aldaar). Van Velzen werd door zijn huwelijk met de jongste van de zusters De Moen zwager van A. Brummelkamp en van A.C. van Raalte, beiden (evenals Van Velzen en Scholte) behorende tot de latere leiders van de Afscheidingsbeweging uit de hervormde kerk.

Ds. S. van Velzen (1819-1896)
Ds. S. van Velzen (1819-1896)

Simon van Velzen werd in november 1834 hervormd predikant in het Friese Drogeham. De orthodoxe opvattingen van Van Velzen vormden de aanleiding dat hij bij zijn hervormde collega’s steun zocht voor een verzoek aan de Algemene Synode om de belijdenisgeschriften (de Drie Formulieren van Enigheid) verbindend te verklaren en ’op te treden tegen ontrouwe leraren en de getrouwe dienaren te beschermen’. De belijdenisgeschriften werden, sinds in 1816 het Algemeen Reglement voor het bestuur van de Nederlandsche Hervormde Kerk van kracht geworden was, nauwelijks nog gehandhaafd. Zijn collega’s hielden zich echter afzijdig, zodat hij op eigen houtje het betreffende verzoek bij de Algemene Synode indiende. Dit had tot gevolg dat de heren van de Synode zich beledigd achtten door dat ‘naar inhoud en vorm onvoegzame’ geschrift. De classis Dokkum stelde een (door van hogerhand geleide) kerkelijke procedure tegen Van Velzen in, die zich na zijn schorsing nog geruime tijd voortsleepte.

Op 15 november 1835 deelde Van Velzen vanaf de kansel mee dat hij in het vervolg de Evangelische Gezangen niet meer zou laten zingen; door de Algemene Synode was het zingen van minstens één gezang tijdens de kerkdienst verplicht gesteld. Vandaar dat de Classis hem op 9 december dat jaar provisioneel schorste met verlies van traktement. Op 11 december scheidde Van Velzen zich toen af van de hervormde kerk. Hij werd vervolgens benoemd tot Afgescheiden predikant van Leeuwarden, met als werkterrein de gehele provincie Friesland. In 1839 verhuisde hij naar Amsterdam, overigens zonder het contact met de Friese kerken te verliezen.

In Amsterdam, waar ook ds. H.P. Scholte (evenals Van Velzen een van de leiders der Afscheiding van 1834) invloed had, ontstond onenigheid tussen beide mannen. Deze leidde tot de schorsing van ds. Scholte, maar Van Velzen, enigszins heerszuchtig van aard, had aan de rivaliteit ongetwijfeld mede schuld. Zo ontstonden ‘de Amsterdamse twisten’, waarover allerlei geschriften verschenen zijn. In 1854 werd Van Velzen benoemd tot docent aan de pas opgerichte Theologische School in Kampen. Deze arbeid zette hij tot 1891 voort, overigens met in 1883 enige verlichting van zijn taken. Van Velzen had veel invloed in de Kerken van de Afscheiding.

Van Velzen was de enige van de oorspronkelijke Afgescheiden predikanten die de ‘Vereniging van 1892’ tussen Afgescheidenen en Dolerenden meemaakte. Hij overleed op 3 april 1896 in Kampen.

Literatuur:

Gelderen, J. van, Simon van Velzen. Capita Selecta. Kampen, 1999
Tjoelker, A., Ds. S. van Velzen en zijn betekenis voor de Afscheiding in Friesland. Leeuwarden, 1935
Velzen, S. van, De Vereeniging van alle Gereformeerden tegenover den Afval van het geloof in Nederland. Leiden, 1887
—, Gedenkschrift der Christelijke Gereformeerde Kerk bij Vijftigjarig Jubilee. Kampen, 1884
—, Gelegenheidsrede uitgesproken te Alphen aan den Rijn, 8 juli 1888. Leiden, 1888
Wormser, J.A., Karakter en genade. Het leven van Simon van Velzen (deel 4 van Een schat in Aarden Vaten], Nijverdal, 1916
—, Beantwoording van de geschriften van dds. S. van Velzen en H.P. Scholte wegens de zaken te ‘Amsterdam’, g.p., 1840

(Voorlopige tekst)