“Een kleine, bescheiden poort naar de hemel”

Laatste dienst van De Gereformeerde Kerk te Loenen aan de Vecht.

Op zondag 25 januari 2026 werd in Loenen aan de Vecht de laatste dienst gehouden van de Gereformeerde Kerk aan de Dorpsstraat. De kerk, zo berichtten we onlangs, ging sluiten omdat de inmiddels gevormde Protestantse Gemeente haar diensten in het vervolg gaat houden in de Grote Kerk.

De gereformeerde kerk te Loenen aan de Vecht en de vroegere pastorie.

De voorganger in de dienst was ds. P.A. Pronk, die van 2019 tot 2025 in deze Gereformeerde Kerk predikant was en daar zijn eerste gemeente had. De organist was Lieuwe Visscher, die trouwens 12½ jaar organist was. Het verloop van de dienst wordt aangegeven in de Orde van Dienst. Enkele gemeenteleden kregen voorafgaande aan het begin van de kerkdienst een kerkelijke onderscheiding uitgereikt voor hun vrijwilligerswerk

De liederen.

De liederen die in de dienst  gezongen werden waren achtereenvolgens Psalm 84 de verzen 1 en 2 (‘Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer, het huis waar Gij Uw Naam en eer hebt laten wonen bij de mensen’); Lied 919 de verzen 1 en 4 (‘Gij Die alle sterren houdt in Uw hand gevangen’); Lied 675 de verzen 1 en 2 (‘Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben door Uw kracht!’); Lied 280 de verzen 1 tot en met 7 (‘De vreugde voert ons naar dit huis, waar ’t Woord aan ons geschiedt’) en na de verkondiging werd gezongen Lied 801 (‘Door de nacht van strijd en zorgen schrijdt de stoet der pelgrims voort’), terwijl als slotlied gezongen werd Lied 416 (‘Ga met God en Hij zal met je zijn’).

Het liturgisch centrum.

De lezingen.

De Schriftlezingen waren achtereenvolgens uit het Oude Testament Genesis 28 vers 10 tot 17 (Jacobs droom in Bethel) en uit het Nieuwe Testament Mattheus 18 vers 19 en 20: “Jezus zegt: Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal Mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. Want waar twee of drie mensen in Mijn Naam samen zijn, ben Ik in hun midden”. Tenslotte werden gelezen de verzen 1 tot 4 uit Openbaring 21, over ‘Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’.

De verkondiging.

De predikant sprak woorden van de volgende strekking:

“Na mijn intrede [op  18 augustus 2019 – red.] ging ik op maandag alleen naar de kerk. Ik dacht: ‘Ze geven me zomaar de sleutel van hun kerkgebouw, hun dierbare plek, en daar mag ik zomaar zijn’. Toen ik de stille lege kerk binnenkwam, deed het me denken aan een zeeschelp. Als je goed luistert kun je daarin ‘de zee’ horen. Het lijkt of je zachtjes de wind hoort suizen en het gebulder van de golven; misschien hoor je de zon langzaam opkomen boven de zee”.

Overzicht van een deel van de kerkzaal.

“Die lege kerk is een beetje als een zeeschelp. Het heeft een eigen soort stilte. Als je je hart hier opent, dan hoor je ergens de lofzang die hier eerder gezongen werd. Dan hoor je de mensen binnenkomen, het geroezemoes voor de dienst. Dan hoor je nog even de eerste tonen van het orgel; iets van het doopwater dat in het doopvont gegoten wordt; je hoort het jawoord dat mensen elkaar hier gaven. Misschien zelfs de stilte die we samen zo diep gevoeld hebben bij het afscheid van een dierbare. Of beeld je je dat maar in? Net als bij een zeeschelp? Misschien hoor je jezelf, wat je hier zelf hebt meegemaakt. Hoe hier de hemel een klein beetje voor je openging, hoe je hier geraakt werd”.

“Vandaag nemen we afscheid van dit gebouw. Ik denk dat velen van ons iets van dat ‘schelpgevoel’ hebben gehad: herinneringen die opklinken terwijl je hier nog eens rondkeek, stemmen die je hoorde van mensen die er niet meer zijn. Eigen momenten die even tot leven kwamen. Momenten dat je even iets merkte van God, door een arm om je heen. Dat je zeker wist: de woorden die we nu samen zingen zijn voor mij”.

Tijdens de dienst.

“De lezing ging over Jacob, die op de vlucht was; hij had geen veilig onderkomen. Hij was onderweg van het een naar het ander, had alleen een steen als kussen. Het was slechts een tussenstop, om daarna snel verder te gaan. In de droom ziet hij een ladder die tot de hemel reikt, waarlangs engelen op en neer gaan, en God Die bij hem staat en hem zegt: ’Ik ben bij je, Ik laat je niet alleen!’ Op deze plaats is God aanwezig en ik had het niet door; ik besefte het niet”.

“Misschien begon het bij ons ook zo. Dat we het eerst nog niet beseften. Dat je hier voor de zoveelste keer naar toe kwam en dat je dacht: ‘Misschien dat anderen hier iets van God kunnen vinden’. Maar ergens kwam dat moment ook voor ons. Misschien bij de doop van je kind: opeens voelde je meer: de hemel ging toch even open. Hier gebeurt iets voor mij. Misschien besefte je het pas later. Of bij je huwelijk. Dat je later terugdacht aan het moment dat je knielde en aan de liederen die je meekreeg. Dat je besefte: hier is iets meer gebeurd dan iets plechtigs. Misschien ging de hemel wel even open”.

Kort gebed bij het doopvont.

“Of bij het afscheid van een dierbare. Misschien door de woorden van hoop die werden gesproken. Misschien door die arm van iemand om je heen, van mensen die je al jaren kent en dat je opeens merkte: de liefde draagt mij nu: ik hoef dit niet alleen te doen. Misschien dat je hier troost kreeg. Alsof je Gods stem hoorde: ‘Ik ben bij je’. Misschien was dit ook wel de plek waar je met God gevochten hebt. Dat je hier kwam met je vragen, je moeilijkheden. Misschien zat je tijdens de preek – boos op God – aan andere dingen te denken. Misschien ontdekte je dat je hier ruimte vond. Misschien was het gewoon een simpel lied dat je raakte. Of de ene keer avondmaal, dat je even iets meer voelde. Kijk rond naar de plek die jou geraakt heeft. Als we hier gedenkstenen konden neerzetten waar iemand hoop gevoeld heeft, liefde ervoer, Gods aanwezigheid, dan zou het hier vol staan met gedenkstenen. Zo is dit een huis waar God nabij kwam. Een soort van kleine, bescheiden poort naar de hemel”.

“Gek eigenlijk, dat we die poort nu lijken te sluiten. Een gek idee om straks bij een dichte deur te staan. Dat het voor ons wordt afgesloten. Waar blijft die poort dan?! Denk dan aan het verhaal van Jacob. Hij bouwde een gedenksteen in de woestijn, maar bleef er niet, hij ging verder, naar een beloofde plek. De belofte ging met hem mee! God beloofde hem: ‘Ik zal bij je zijn, je beschermen waar je ook heen gaat’. Gods aanwezigheid was niet gebonden aan die gedenksteen, maar aan zijn belofte!”

Kort gebed bij de knielbank.

“Zo is het ook met ons. Onze relatie met God en met elkaar zit niet vast aan de stenen van deze kerk, maar aan Gods belofte: ‘Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik in je midden’. We hebben zo geen specifiek gebouw nodig. Misschien vergeten we het wel eens, maar de eerste christenen kwamen samen in het geheim, in zaaltjes achteraf. Daar hoorden ze die Belofte ook! Natuurlijk, een kerkgebouw is een zegen, zeker zo’n mooi gebouw als het onze. Het is mooi als je een eigen plek hebt waar je je thuis voelt. Maar een kerkgebouw is niet de Kerk. We zijn zelf de Kerk. Wij, de mensen, de gemeente onderweg, zijn de Kerk. Onze gemeente gaat verder. We nemen van alles met ons mee van wat ons dierbaar is. We breken hier op met alle herinneringen in ons hart. We koesteren al die herinneringen. Het zijn schatten die niemand ons kan afnemen”.

Kort gebed bij het avondmaalsstel.

“Ik heb hier met jullie een hoop meegemaakt. Dit was mijn eerste gemeente. Mijn dierbaarst beeld was altijd dat we samen een berg beklommen, elkaar overeind trekkend, samen de berg op, samen op de top van de berg om ons heen kijkend, naar het ochtendlicht dat aan de horizon opkwam; naar Gods Licht dat ons verwarmde. Waar we zagen hoe de wereld in Gods Licht moet zijn. Daarna gingen we weer naar beneden, de wereld in, om het door te geven. Natuurlijk, ook ik zal deze plek missen, maar het zoeken van Gods Licht zit niet vast aan deze plaats”.

De gesloten bijbel wordt van de preekstoel gehaald.

‘In openbaring vertelt Johannes op Patmos wat hij gezien heeft. Ook in de verte, in de toekomst. Op Patmos zag hij iets dat alle aardse plekken overstijgt. Iets wat alle gedenkstenen omverduwt. Hij zag in de toekomst een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Een Stad die uit de hemel komt. Gods Stad is onder de mensen. Eigenlijk was dit kerkgebouw in de momenten dat de hemel openging een soort van voorproef. Een belofte, van wat nog komen gaat. We zijn ‘de kinderen van wat komen gaat’. Er komt een dag dat we geen gebouw, geen doopvont, geen avondmaalstafel meer nodig hebben. Dan is God bij ons. Tot die Dag moeten we verder zoeken in de wereld, gelovend dat God elke seconde met ons meegaat. Dat Hij altijd in ons midden is.”

“Straks lopen we hier naar buiten. We laten veel achter, veel plaatsen, maar we nemen ook zoveel mee! Gods beloften! Dat Hij bij ons zal zijn, nu, straks en bij het einde. Jacob zei: ‘Deze plek is niet anders dan het Huis van God. Dit moet de poort van de hemel zijn. Het was waar. Misschien is vandaag de poort van de hemel ergens anders. Als we straks naar de Grote Kerk gaan, verandert ook de poort van de hemel, omdat wij onze ervaringen meenemen, dan wordt ook die kerk de poort van de hemel. Als we die oude stenen samen kunnen vullen met ons lied, zal ook daar God bij ons zijn en gaat voor ons ook daar de hemel open. God gaat met ons mee! Amen”.

Afscheid van de kerk.

De liturgische voorwerpen worden de kerk uitgedragen.

Na de gebeden werd staande afscheid genomen van het kerkgebouw. De predikant sprak “bij verschillende plaatsen die ons dierbaar zijn” korte gebeden uit. Elk gebed werd afgesloten door samen te bidden: ‘Blijf in ons midden, ga Zelf met ons mee’. 

Na het zingen van Lied 416 de verzen 1 tot en met 4 (‘Ga met God en Hij zal met je zijn’) werden de liturgische voorwerpen (de paaskaars, het doopvont, het avondmaalsservies en de Bijbel) de kerkzaal uitdragen en verlieten de kerkgangers de kerk, op weg naar de Grote Kerk, waar ze werden opgewacht door de daar verzamelde kerkgangers. Daar werd gezamenlijk gezongen Lied 194 uit Opwekking:Gij maakt ons één’. Na afloop daarvan wachtten koffie en een lunch.

Voor het laatst de kerk uit…

Een fotovouwblad.

Ter herinnering aan het nu verlaten kerkgebouw was aan de gemeenteleden een fotovouwblad uitgereikt, met foto’s van de kerk.

© 2026.  GereformeerdeKerken.info

Beeldverslag van de laatste dienst >

Intocht in de Grote Kerk.

Translation into English: 

“A Small, Modest Gate to Heaven”.

Final service in the ‘Gereformeerde’ Church in Loenen aan de Vecht.

On Sunday, 25 January 2026, the final service was held in the ‘gereformeerde’ Church on Dorpsstraat in Loenen aan de Vecht. As we recently reported, the church was closing because the newly formed Protestant Congregation will henceforth hold its services in the Grote Kerk (Great Church).

The minister leading the service was Rev. P.A. Pronk, who served as pastor in this ‘gereformeerde’ Church from 2019 to 2025 and for whom this was his first congregation. The organist was Lieuwe Visscher, who, incidentally, had been organist for 12½ years. The order of the service is outlined in the Order of Service. Prior to the beginning of the worship service, several members of the congregation were awarded a church distinction in recognition of their volunteer work.

The hymns.

The hymns sung during the service were, in order: Psalm 84: verses 1 and 2 (“How lovely, how good it is for me, Lord, the house where You have let Your Name and honor dwell among the people”); Hymn 919: verses 1 and 4 (“You who hold all the stars captive in Your hand”); Hymn 675: verses 1 and 2 (“Spirit from above, teach us to believe, to hope, to love through Your power!”); Hymn 280, verses 1 through 7 (“Joy leads us to this house, where the Word comes to pass for us”); and after the sermon, Hymn 801 (“Through the night of struggle and worries the procession of pilgrims marches on”), while the closing hymn was Hymn 416 (“Go with God and He will be with you”).

The readings.

The Scripture readings were, successively, from the Old Testament: Genesis 28, verses 10 to 17 (Jacob’s dream at Bethel), and from the New Testament: Matthew 18, verses 19 and 20: “Jesus says: I assure you again: if two of you on earth agree about anything you ask for, whatever it may be, my Father in heaven will grant it to you. For where two or three are gathered in my name, I am there among them.”
Finally, verses 1 to 4 of Revelation 21 were read, about “A new heaven and a new earth.”

The Sermon.

  • The minister spoke words to the following effect:

“After my installation [on 18 August 2019 – ed.], I went alone to the church on Monday. I thought: ‘They are simply giving me the key to their church building, their cherished place, and I am just allowed to be there.’ When I entered the silent, empty church, it reminded me of a seashell. If you listen carefully, you can hear ‘the sea’ inside it. It seems as if you softly hear the wind whisper and the roaring of the waves; perhaps you hear the sun slowly rising over the sea.”

“That empty church is a bit like a seashell. It has its own kind of silence. If you open your heart here, then somewhere you hear the song of praise that was sung here before. Then you hear the people coming in, the murmur before the service. Then you still hear the first notes of the organ; something of the baptismal water being poured into the font; you hear the ‘yes’ that people spoke to one another here. Perhaps even the silence that we felt together so deeply at the farewell of a loved one. Or are you just imagining that? Just like with a seashell? Perhaps you hear yourself, what you yourself experienced here. How heaven opened just a little for you here, how you were touched here.”

“Today we say farewell to this building. I think many of us have had something of that ‘shell feeling’: memories that sounded again as you looked around here once more, voices you heard of people who are no longer here. Your own moments that briefly came back to life. Moments when you sensed something of God, through an arm around you. When you knew for sure: the words we are now singing together are meant for me.”

“The reading was about Jacob, who was on the run; he had no safe shelter. He was on the way from one place to another, with only a stone for a pillow. It was merely a stopover, after which he would quickly move on. In the dream he sees a ladder reaching to heaven, with angels going up and down it, and God standing beside him and saying to him: ‘I am with you, I will not leave you alone!’ God is present in this place, and I did not realize it; I did not understand it.”

“Perhaps it began that way for us as well. That at first we did not realize it. That you came here for the umpteenth time and thought: maybe others can find something of God here. But somewhere that moment came for us too. Perhaps at the baptism of your child: suddenly you felt more—heaven did open for a moment after all. Something is happening here for me. Perhaps you only realized it later. Or at your wedding. That later you thought back to the moment when you knelt and to the hymns you were given. That you realized: something more happened here than something ceremonial. Perhaps heaven did open for a moment.”

“Or at the farewell of a loved one. Perhaps through the words of hope that were spoken. Perhaps through that arm of someone around you, of people you have known for years, and suddenly you noticed: love is carrying me now; I do not have to do this alone. Perhaps you received comfort here. As if you heard God’s voice: ‘I am with you.’ Perhaps this was also the place where you wrestled with God. That you came here with your questions, your difficulties. Perhaps during the sermon—angry with God—you were thinking about other things. Perhaps you discovered that you found space here. Perhaps it was just a simple hymn that touched you. Or that one time at the Lord’s Supper, when you felt a little more. Look around at the place that touched you. If we could place memorial stones here where someone felt hope, experienced love, sensed God’s presence, then this place would be full of memorial stones. In that way this is a house where God came near. A kind of small, modest gate to heaven.”

“Strange, really, that we now seem to be closing that gate. A strange idea to soon be standing before a closed door. That it will be closed off for us. So where is that gate then?! Think of the story of Jacob. He built a memorial stone in the wilderness, but he did not stay there; he went on, toward a promised place. The promise went with him! God promised him: ‘I will be with you, I will protect you wherever you go.’ God’s presence was not bound to that memorial stone, but to His promise!”

“So it is with us as well. Our relationship with God and with one another is not tied to the stones of this church, but to God’s promise: ‘Where two or three are gathered in My name, there I am in your midst.’ We do not need a specific building in that sense. Perhaps we forget it sometimes, but the first Christians gathered in secret, in back rooms and hidden halls. There they heard that Promise as well! Of course, a church building is a blessing, especially such a beautiful building as ours. It is wonderful if you have your own place where you feel at home. But a church building is not the Church. We ourselves are the Church. We, the people, the congregation on the way, are the Church. Our congregation continues. We take with us so much of what is dear to us. We break camp here with all the memories in our hearts. We cherish all those memories. They are treasures that no one can take away from us.”

“I have experienced a great deal here with you. This was my first congregation. My dearest image was always that we were climbing a mountain together, pulling one another upright, together up the mountain, together standing on the summit and looking around us, toward the morning light rising on the horizon; toward God’s Light that warmed us. Where we saw how the world is meant to be in God’s Light. Then we went back down again, into the world, to pass it on. Of course, I too will miss this place, but the search for God’s Light is not tied to this location.”

“In Revelation, John on Patmos tells what he has seen. Also in the distance, in the future. On Patmos he saw something that transcends all earthly places. Something that knocks over all memorial stones. He saw in the future a new heaven and a new earth. A City that comes down from heaven. God’s City is among the people. In fact, in those moments when heaven opened, this church building was a kind of foretaste. A promise of what is still to come. We are ‘the children of what is to come.’ A day will come when we will no longer need a building, no baptismal font, no communion table. Then God will be with us. Until that Day, we must continue to seek in the world, believing that God goes with us every second. That He is always in our midst.”

“Soon we will walk out of here. We leave much behind, many places, but we also take so much with us! God’s promises! That He will be with us, now, later, and at the end. Jacob said: ‘This place is nothing other than the house of God. This must be the gate of heaven.’ It was true. Perhaps today the gate of heaven is somewhere else. When we soon go to the Grote Kerk, the gate of heaven will change as well, because we take our experiences with us; then that church too will become the gate of heaven. If we can fill those old stones together with our song, God will be with us there as well, and there too heaven will open for us. God goes with us! Amen.”

Farewell to the church.

After the prayers, the congregation, standing, took leave of the church building. At “various places that are dear to us,” the minister spoke short prayers. Each prayer was concluded by praying together: “Remain in our midst, go with us Yourself.”

After the singing of Hymn 416, verses 1 through 4 (“Go with God and He will be with you”), the liturgical objects (the Paschal candle, the baptismal font, the communion set, and the Bible) were carried out of the church, and the churchgoers left the building, on their way to the Grote Kerk, where they were welcomed by the congregation gathered there. Together they sang Hymn 194 from Opwekking: “You make us one.”

Afterwards, coffee and lunch were waiting. As a remembrance of the now vacated church building, the congregation members were given a folded photo leaflet with photographs of the church.

© 2026. GereformeerdeKerken.info