Twee gereformeerde kerken op een foto (1)

Marum, Utrecht, Amersfoort, Drijber (Dr.), Linschoten, Nieuw Lekkerland, Urk, Apeldoorn.

____________

1. Marum

De Christelijke Afgescheidene Gemeente te Marum werd op 12 april 1852 dat jaar geïnstitueerd, maar de eerste Afgescheiden kerkdienst was al op 22 februari dat jaar gehouden ‘bij D.G. Wijma aan de Kruisweg’ te Marum; de kerkgangers behoorden tot de Afgescheiden gemeenten van Grootegast, Leek en Zevenhuizen, allen woonachtig in Marum.

Men vond namelijk de tijd gekomen om ook in Marum een Afgescheiden Gereformeerde Gemeente te stichten, en daarom kwam men in Marum vooralsnog in de kamer van Wijma bijeen. Toen de kamer van Wijma niet meer toereikend was om de schare te bevatten besloot men tot de bouw van een eigen kerk, twee dagen na de instituering van de gemeente. Men ging meteen aan het werk. In mei begon men met het graven van de fundering en al op 15 augustus 1852 ‘mogt men het Gebouw zoo vervoltooit zien, dat het konde ingeweidt worden’.

De gereformeerde kerk te Marum die in 1852 werd gebouwd. De pastorie dateert van 1906
De gereformeerde kerk te Marum die in 1852 werd gebouwd. De pastorie dateert van 1906

De kerkenraadsnotulen laten ons volledig in het duister over de voortgang van de bouw, maar wel weten we dat ‘hoofdonderwijzer’ ds. Tamme Foppens de Haan (…) de eerste kerkdienst leidde (hij werd ‘hoofdonderwijzer’ genoemd, omdat hij leiding gaf aan de opleiding van aanstaande Afgescheiden predikanten.

Al in 1921 werd de kerk echter te klein. Plannen werden gemaakt om de kerk te vergroten en zo het aantal zitplaatsen op te vijzelen, maar uiteindelijk besloten de samengeroepen manslidmaten op 15 december 1924 dat een nieuwe kerk gebouwd moest worden! Om de kosten te drukken werd een boerderijtje in het nabijgelegen dorpje Nuis, dat de kerkenraad in eigendom had, voor fl. 2.300 verkocht. De architecten Eldering en Meerholts namen in december 1925 plaats achter de tekentafel en flansten een kerk met 540 zitplaatsen in elkaar. De bouwsom bedroeg fl. 26.935 en op 17 juni 1926 werd de eerste steen gelegd door de plaatselijke predikant ds. G. Meijer: ‘Na eene korte toespraak eindigde hij deze plechtigheid met het zingen van psalm 68:2 en dankgebed’.

De nieuwe gereformeerde kerk die eind 1926 in gebruik genomen werd.
De nieuwe gereformeerde kerk die eind 1926 in gebruik genomen werd.

Op het laatste moment kwam de bouwcommissie er achter dat de toren van de kerk een meter hoger moest worden, wilde men er tenminste een torenklok in hebben. De kerkenraad gaf weliswaar toestemming, maar het mocht niet meer dan fl. 150 extra kosten! Het torenuurwerk kwam er later ook, een geschenk van een van de leden; de oude kerk werd toen verkocht. De kopers, Riemersma en Klaver, zouden het kerkje hoogstpersoonlijk afbreken en mochten het sloopmateriaal houden. In de nieuwe kerk werd voor een kachel gezorgd, een orgel werd op de kop getikt en zo kon de kerk op 30 december 1927 in gebruik genomen worden. Gelukkig bedacht iemand net op tijd dat er nog een foto gemaakt moest worden, waarop beide kerken te aanschouwen waren. De foto werd eind 1926 of begin 1927 genomen. De oude kerk staat er nog, terwijl de nieuwe kerk op het punt staat geopend te worden. De mensen op de voorgornd zijn bezig de boerderij van de familie Viersen te bouwen.  Dank zij die tegenwoordigheid van geest beschikken we nu over deze foto!

De oude en de nieuwe gereformeerde kerk samen op de foto.
De oude en de nieuwe gereformeerde kerk samen op de foto.

2. Utrecht

In 1890 kwamen de gereformeerden voor het eerst in Oud-Zuilen bijeen in een pas gebouwd noodkerkje aan de Daalseweg 16.

Het eerste gereformeerde kerkje in Zuilen.
Het eerste gereformeerde kerkje in Zuilen.

Dit gebouwtje werd door het groeiende aantal kerkgangers al snel te klein, zodat men in 1918 een tweede noodkerk bouwde, ook aan de Daalseweg, maar ditmaal op nummer 106. Dit noodkerkje was aanmerkelijk groter dan het eerste onderkomen, maar de Gereformeerde Kerk van Utrecht groeide dermate snel dat ook deze houten noodkerk al weer snel te klein werd.

De tweede gereformeerde (houten) noodkerk, die in 1918 gebouwd werd
De tweede gereformeerde (houten) noodkerk, die in 1918 gebouwd werd

Vandaar dat men aan de Burgemeester Norbruislaan, pal naast het oude kerkje, in 1954/1955 de nieuwe en veel grotere Bethelkerk bouwde, en nu eens niet meer als noodkerk. De eerste steen werd gelegd op 5 juni 1954 en nog geen jaar later, op 24 maart 1955, kon de kerk in gebruik genomen worden. De bouwheer was de bekende kerkarchitect B.W. Plooy te Amersfoort en de aannemer was Jacob Dijkstra te Zeist. De architect voorzag de kerk van een forse toren, ‘die niemand in het onzekere laat over de bestemming van het gebouw’. Ook nu nog is de kerk een markante verschijning in Zuilen.

De grote Bethelkerk aan de Burgemeester Norbruislaan werd in 1955 in gebruik genomen.
De grote Bethelkerk aan de Burgemeester Norbruislaan werd in 1955 in gebruik genomen.

De nieuwe Bethelkerk werd oorspronkelijk volgezet met banken, maar in 1990 werd de kerkzaal grondig verbouwd en werden de banken vervangen door losse stoelen. Ook het liturgisch centrum onderging een aanmerkelijke verandering. Sinds in 1998 de Gereformeerde Kerk met de hervormde gemeente (die de Oranjekapel gebruikte) samenging in het kader van het SOW-proces, is de Bethelkerk (samen met de Oranjekapel) kerk van de Protestantse Gemeente aldaar. Het oude noodkerkje werd al gauw nadat de grote Bethelkerk in gebruik genomen was, afgebroken, maar gelukkig werd net op tijd deze foto nog even gemaakt!

De tweede noodkerk uit 1918 samen met de Bethelkerk uit 1955
De tweede noodkerk uit 1918 samen met de Bethelkerk uit 1955

3. Amersfoort

Na de Tweede Wereldoorlog breidde Amersfoort zich in zuidelijke richting uit. De toenmalige gereformeerde Grachtkerk kwam excentrisch te liggen ten opzichte van de nieuwe wijken, zodat kerkruimte in het zuiden van de stad nodig werd. Op 26 juni 1946 konden diensten in een gebouw aan het Laurens Costerplein in het Leusderkwartier gehouden worden. Maar al snel werd een eigen kerkgebouw noodzakelijk. Op 4 maart 1948 werd in de kerkenraad gesproken over een houten noodgebouw met een kerkzaal en twee vergaderlokalen met een levensduur van rond de twintig jaar voor fl. 60.000 (in de tussentijd kon men dan immers nadenken over eventuele definitieve kerkbouw). Daartoe werd besloten. Maar in oktober dat jaar werd duidelijk dat een meer permanent stenen gebouw voor iets meer geld ook mogelijk zou zijn, en wel aan de Robert Kochstraat. Er zouden vijfhonderd zitplaatsen in het bouwplan zijn opgenomen. De eerste steen voor deze Leusderkerk werd op 26 februari 1949 gelegd. Begin 1950 konden de eerste kerkdiensten worden gehouden. Het gebouw heeft vele jaren goed gefunctioneerd. Jan Wilmink maakte bijgaande mooie gekleurde pentekening van de kerk.

De pentekening die Jan Wilmink maakte van de Leusderkerk
De pentekening die Jan Wilmink maakte van de Leusderkerk te Amersfoort.

De wijk breidde echter uit en daardoor werd de Leusderkerk te klein. Er waren meer zitplaatsen nodig: er werd al gewaarschuwd voor de gevaren die verbonden waren aan de overbevolkte Leusderkerk. In januari 1963 werd besloten plannen te laten maken voor een nieuwe kerk naast de Leusderkerk, aan de Robert Kochstraat. De Leusderkerk zélf zou kunnen worden gebruikt als vergadercentrum. In oktober werden de ontworpen nieuwbouwplannen goedgekeurd. Tenminste zeshonderd zitplaatsen zou deze Nieuwe Leusderkerk gaan tellen. In februari 1965 kon met de bouw begonnen worden, die ongeveer anderhalf jaar duurde.

De nieuwe Fonteinkerk aan de Robert Kochstraat.
De nieuwe Fonteinkerk aan de Robert Kochstraat te Amersfoort.

Gekozen was voor een kerkvorm met niet- parallelle wanden, een plafond met oplopende hoogte en wanden met siermetselwerk. De aansluiting met de oude Leusderkerk werd zo geregeld dat het torenachtige voorstuk van de Leusderkerk afgebroken werd om op die plaats de ingangspartij voor de nieuwe Leusderkerk te realiseren. Op 24 augustus 1966 vond de opening van de nieuwe kerk plaats. De naam Nieuwe Leusderkerk werd al snel veranderd in Fonteinkerk. Ongeveer twee jaar na de opening kon een nieuw orgel in gebruik genomen worden. De twee kerken staan dus ook nú nog gezusterlijk naast elkaar!

Van twee gereformeerde kerken werd een geheel gemaakt
Van twee gereformeerde kerken werd een geheel gemaakt.

4. Drijber (Dr.)

In 1927 begon de Gereformeerde Kerk van Beilen in het dorpje Drijber ‘in het wijde Drijberse Veld’ (tussen Beilen en Hoogeveen) met evangelisatiewerk. Sterker nog, men stichtte er al datzelfde jaar een lokaal, waarin elke zondag samenkomsten werden gehouden. ‘Deze evangelisatiepost schijnt aanvankelijk wel iets te beloven’, deelden de provinciale evangelisatiedeputaten mee. In 1936 werd het lokaaltje al ‘kerkje’ genoemd, waar ‘s zondags regelmatig een candidaat uit de classis dienst deed. Het evangelisatiewerk bloeide! In 1937 konden de deputaten nog steeds getuigen van de goede voortgang die het evangelisatiewerk te Drijber maakte. ‘Dit bouwen [van het lokaal] is niet tevergeefs geweest en heeft veel opgang gemaakt, zodat nu menschen uit ongeveer veertig gezinnen de samenkomsten bijwonen. Een gevolg van die toeloop is dat het lokaal allen die samenkomen niet meer kan bevatten. Nu zal er in de plaats van het lokaal een kerk gebouwd moeten worden’. Het evangelisatiewerk was dermate succesvol dat al op 26 maart 1939 de gereformeerde evangelisatiepost te Drijber kon worden geïnstitueerd tot zelfstandige Gereformeerde Kerk met een eigen kerkenraad!

Het evangelisatiekerkje te Drijber dat in 1927 gebouwd werd
Het evangelisatiekerkje te Drijber dat in 1927 gebouwd werd

Er moest dus een nieuwe, grotere kerk komen. Naast het evangelisatiegebouwtje was voldoende bouwruimte! De hele bouwactie kon in korte tijd worden voltooid. Dat ging onder grote werkdruk: de eerste steenlegging was op 23 augustus 1939 en de mobilisatie op 28 augustus dat jaar. Het ontwerp van de kerk was een compromis tussen verschillende plannen van architect Offringa uit Smilde. Er werd gebruik gemaakt van zijn bouwtekeningen van de gereformeerde kerken te Pesse en te Emmer-Erfscheidenveen. Ds. H.J. Heersink (die op 9 juni 1940 tot predikant werd benoemd) heeft in de tijd dat hij in Drijber nog hulpprediker was vele nachten zitten tekenen en ontwerpen. L. Bruulsma en B. Stevens uit Beilen waren de aannemers, die het karwei met hulp van veel vrijwilligers klaarden (Bruulsma kwam in oktober 1940 in Westerbork om het leven).

De nieuwe gereformeerde kerk te Drijber die in 1939 gebouwd werd.
De nieuwe gereformeerde kerk te Drijber die in 1939 gebouwd werd.

Het gedenkboekje bij het vijftigjarig bestaan van de Kerk te Drijber meldt over de oorlogstijd onder meer: ‘Alles leek normaal: de kerkdiensten, de vergaderingen en het dagelijkse leven. Niemand van de gewone kerkleden wist dat er ruimten onder en bovenin het kerkgebouw als schuilplaats voor onderduikers dienst deden. De organist wist zelfs niet dat eens in zijn orgel iemand verstopt was. Bij vergaderingen in het kleine kerkje wist slechts een van de kerkenraadsleden dat boven hun hoofden pistolen verborgen waren. Het verzet vergaderde in het turfhok. Niemand wist waar in het wijde Drijberse Veld de catechisanten lagen als er onraad was gemeld’. Deze verhalen zijn met vele andere aan te vullen: de gereformeerden in het Drijberseveld zaten diep in het verzet tegen de Duitsers… Nog steeds staat het nette evangelisatiegebouwtje naast de kerk. Het doet nog steeds dienst als vergadercentrum. Een foto is dus zo gemaakt…

Het evangelisatiekerkje en de nieuwe gereformeerde kerk samen op de foto.
Het evangelisatiekerkje en de nieuwe gereformeerde kerk samen op de foto.

5. Linschoten

In Linschoten was vanaf 1836 een Christelijke Afgescheidene Gemeente gevestigd, sinds 1839 Gereformeerde Gemeente onder het Kruis (die weigerde vrijheid aan te vragen bij de overheid); sinds 1849 was deze kleine gemeente gecombineerd met die van Woerden en in 1857 met Woerden geheel samengesmolten tot één gemeente.

Ten tijde van de Doleantie ontstond ook te Linschoten in 1887 een groepje Dolerenden, die – enige tijd samenkomend in de kelder van Het Huys te Linschoten – aanvankelijk onder het opzicht stond van de Dolerende kerk van Harmelen en sinds 1891 ‘inwoonde’ bij die van Montfoort. Ondertussen dacht men over een eigen kerkgebouw.

Het dolerende kerkje te Linschoten, in 1893 in gebruik genomen (foto Reliwiki, Andre van Dijk)
Het dolerende kerkje te Linschoten, in 1893 in gebruik genomen (foto Reliwiki, Andre van Dijk).

Hoewel op 3 mei 1890 door B & W van de toenmalige Gemeente Linschoten in de provincie Utrecht al een bouwvergunning werd verstrekt voor de bouw van een gereformeerde kerk in het gelijknamige dorp, werd volgens het gedenkboek De Kerk bij het Tolhuis ‘om onbekende redenen’ nooit uitvoering gegeven aan die plannen. Vermoedelijk zal dat echter te maken hebben gehad met het feit dat men toen – ook financieel – nog niet toe was aan kerkbouw (men woonde immers tot 1893 bij de kerk van Montfoort in!).

Hoe dan ook, drie jaar later werd na de gemeentelijke toestemming van 8 mei 1893 een begin gemaakt met de bouw van een Dolerend kerkje aan de Nieuwe Zandweg. Hoewel op slechts 160 meter afstand van de hervormde kerk (de wettelijke afstand die in acht genomen moest worden was 200 meter) maakten de hervormden tegen de bouw geen bezwaar en kon het kerkje voor ongeveer fl. 2.500 worden gebouwd. De banken, later aangeduid als ‘martelwerktuigen’, kostten ongeveer fl. 200. Na voltooiing van het kerkje werd op 5 oktober 1893 de Gereformeerde Kerk te Linschoten geïnstitueerd.

De eerste aanbouw (1967)
De eerste aanbouw van 1967 (foto via G. Kuiper, Appingedam).

Het kerkje heeft vele lange jaren dienst gedaan. Maar in het begin van de jaren ’60 werd behoefte gevoeld aan een nieuwe kerk. Naast de kerk werd een groot stuk boomgaard gekocht, waardoor de ruimte voor nieuwbouw ontstond. Men besloot tot een nieuwbouw in fasen. In 1966 werd de eerste steen gelegd voor de bouw van het eerste gedeelte, dat haaks op het bestaande gebouw stond. Op 16 maart 1967 werd dat in gebruik genomen.

De nieuwste aanbouw, die in 1979 in gebruik genomen werd.
De nieuwste aanbouw, die in 1979 in gebruik genomen werd (foto Reliwiki, Andre van Dijk).

In de jaren ’70 van de vorige eeuw maakte de kerk een ‘stormachtige’ groei door: in nog geen tien jaar tijd kwamen er honderd leden bij – een groei van 250 naar 350 zielen. Vandaar dat de kerkenraad in op 20 september 1976 het besluit nam een nieuwe kerkzaal te bouwen, aansluitend bij wat in de jaren ’60 tot stand gebracht was. Op 22 september 1979 werd de nieuwe kerk in gebruik genomen en twee jaar later bovendien een compleet nieuw orgel! Het nieuwe gebouw werd ’t Kruispunt genoemd.

De beide kerkgebouwen naast elkaar.
De beide kerkgebouwen naast elkaar.

Het beide kerkgebouwen staan nog steeds broederlijk naast elkaar; het oorspronkelijke kerkje is sinds een aantal jaren in gebruik als cultureel centrum.

 6. Nieuw Lekkerland

De Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) te Nieuw-Lekkerland werd op 2 januari 1888 geïnstitueerd. De kerkvoogden van de hervormde gemeente hadden kort daarop de deuren van de hervormde kerk en de consistorie laten dichtspijkeren, zodat het niet verwonderlijk was dat zich de zondag daarop een menigte op de dijk verzamelde om te zien of de dolerenden de kerk ook zouden gaan openbreken: ds. P. Segboer (1854-?), de hervormde predikant van Nieuw-Lekkerland, was namelijk met de Doleantie meegegaan en had die zondag dienst! Hij liep echter, de mensen hartelijk groetend, de hervormde kerk rustig voorbij, richting christelijke school. Want daar werden de eerste dolerende kerkdiensten gehouden.

Het oude kerkgebouw dat langzamerhand verzakte (foto: '100 jaar Gereformeerde Kerk Nieuw-Lekkerland').
Het oude kerkgebouw dat langzamerhand verzakte (foto: ‘100 jaar Gereformeerde Kerk Nieuw-Lekkerland’).

De school was de voorgaande zaterdagmiddag al in orde gemaakt om de dolerende diensten te kunnen houden. Het spreekt vanzelf dat de dolerenden trachtten een eigen kerkgebouw te verkrijgen. Naast de christelijke school bleek voldoende ruimte zijn om dat doel te verwezenlijken. Men ging aan de slag en zo kon een jaar later, op 6 januari 1889, het nieuwe kerkgebouw aan de Leidijk in gebruik genomen worden. Ook werd datzelfde jaar een pastorie gebouwd, die echter op grote afstand van de kerk lag. Vandaar dat in 1927 een nieuwe gebouwd werd, nu dicht bij de kerk ook aan de Leidijk.

De eerste steen voor de nieuwe kerk werd in september 1935 gelegd (foto: '100 jaar Gereformeerde Kerk Nieuw-Lekkerland').
De eerste steen voor de nieuwe kerk werd in september 1935 gelegd (foto: ‘100 jaar Gereformeerde Kerk Nieuw-Lekkerland’).

Voor het eerst in oktober 1926 werd gesproken over de bouw van een nieuwe kerk. Het oude gebouw begon gebreken te vertonen: zo verzakte het kerkgebouw langzamerhand: ‘Voor fl. 1.000 meer had de kerk niet zo scheef gestaan’, werd tussen neus en lippen opgemerkt, maar gedane zaken namen geen keer. Dus werd een bouwfonds gevormd, en in 1930 werd voor fl. 1.600 een akker gekocht tussen de kerk en de pastorie.

De in maart 1936 in gebruik genomen nieuwe gereformeerde kerk.
De in maart 1936 in gebruik genomen nieuwe gereformeerde kerk.

Architect B.W. Plooy werd in 1935 gevraagd een ontwerp te maken voor een nieuwe kerk met 325 zitplaatsen voor een bedrag dat niet hoger mocht zijn dan fl. 15.000. Het werd iets meer, maar op 14 september dat jaar kon de eerste steen gelegd worden. Het orgel uit de oude kerk werd gerestaureerd en werd in de nieuwe kerk  geplaatst. Op 11 maart 1936 kon de nieuwe kerk uiteindelijk in gebruik genomen worden. De totale afrekening kwam uit op fl. 18.100.

De beide kerken stonden gedurende korte tijd naast elkaar... Links een stukje van het dak van de christelijke school, waar de eerste diensten gehouden werden (foto: via G. Kuiper, Appingedam).
De beide kerken stonden gedurende korte tijd naast elkaar… Links een stukje van het dak van de christelijke school, waar de eerste diensten gehouden werden (foto: via G. Kuiper, Appingedam).

Gelukkig werd net voor de al snel plaatsvindende afbraak van de oude kerk nog snel een foto van de beide kerkgebouwen gemaakt.

7. Urk

In de jaren ’30 van de vorige eeuw werd in de voormalige Zuiderzee druk gewerkt aan de aanleg van nieuw land! Dat trok uit allerlei delen van het land uiteraard talloze arbeiders. Daarom plaatste het Nederlands Werkliedenverbond Patrimonium in mei 1938 een recreatiegebouw op het toen al opgespoten nieuwe land, het ‘klein Klif’. Het diende ‘voor ontspanning en ontwikkeling’ van de meer dan tweehonderd dijkwerkers die daar ten behoeve van de inpoldering te werk gesteld waren. In het houten Gebouw Patrimonium werden vanaf juli dat jaar ook kerkdiensten gehouden: de eerste dienst werd geleid door de Urker gereformeerde predikant ds. P. Homburg (1902-1984).

Gebouw Patrimonium, waar sinds 1938 kerkdiensten gehouden werden en dat in 1949 verplaatst en vergroot werd en tot 1955 als Noorderkerk dienst deed.
Gebouw Patrimonium, waar sinds 1938 kerkdiensten gehouden werden en dat in 1949 verplaatst en vergroot werd en tot 1955 als Noorderkerk dienst deed (foto: ‘Gereformeerde Kerk Urk in de twintigste eeuw’ door Tromp de Vries).

Ook benoemde de kerkenraad van de groeiende Gereformeerde Kerk van Urk een hulpprediker, kandidaat K.S.G. Zijlstra (1909-1974), die rond ‘gebouw Patrimonium’ zijn (evangelisatie-) werkterrein had. Daar hield hij op 31 oktober 1938 zijn eerste dienst. Van zijn evangelisatiewerk gaf hij regelmatig verslag aan de Deputaten voor de arbeid onder de Zuiderzeewerkers. Behalve kerkdiensten hield hij ook zgn. ‘woensdagavondsamenkomsten’, bezocht hij keten op de dijk en schepen op zee en ook werd aan lectuurverspreiding gedaan. In zijn boekje Gereformeerde Kerk Urk in de twintigste eeuw (Urk, 2012) schetst Tromp de Vries de gebeurtenissen rond het gebouw Patrimonium, waaruit duidelijk wordt dat kandidaat Zijlstra het er niet makkelijk had. Hij vertrok in 1942 naar Blokzijl.

In 1947 werd ‘gebouw Patrimonium’ verplaatst naar wat nu de tuin van de Petrakerk is en ook werd het vernieuwd en werd op 20 maart 1949 weer in gebruik genomen met als nieuwe naam ‘Noorderkerk’. Het aantal zitplaatsen was opgeschroefd van 240 naar 320.
Ondertussen breidde niet alleen Urk, maar ook de Gereformeerde Kerk te plaatse snel uit. De Noorderkerk wordt te klein en bovendien moest er eigenlijk nodig groot onderhoud plaatsvinden. Vandaar dat de kerkenraad besloot naast de Noorderkerk een nieuwe, grote kerk te bouwen naar een ontwerp van architect F. van der Laan uit Delfzijl. De eerste steen voor de nieuwe kerk werd halverwege 1954 gelegd.

De Petrakerk te Urk, die in juli 1955 in gebruik genomen werd en nog steeds dienst doet.
De Petrakerk te Urk, die in juli 1955 in gebruik genomen werd en nog steeds dienst doet.

De kerk, die de naam Petrakerk kreeg, werd op zaterdag 16 juli 1955 officieel in gebruik genomen en de dag daarop werd de eerste kerkdienst gehouden. De Petrakerk telde meteen al 850 zitplaatsen, maar door uitschuifbanken kon het zitplaatsenbestand met nog eens 160 worden uitgebreid.

De Noorderkerk werd toen afgebroken en verkocht naar Hattem. Tijdens de bouw van de Petrakerk kon gelukkig nog een foto gemaakt worden, die we uit een lokale krant overnemen.

Tijdens de bouw van de Petrakerk. OP de voorgrond de Noorderkerk.
Tijdens de bouw van de Petrakerk. Op de voorgrond de Noorderkerk (foto via G. Kuiper, Appingedam).

8. Apeldoorn

(Enkele korte aantekeningen). Na de oorlog werd door de uitbreiding van Apeldoorn naar het noorden de noodzaak van gereformeerde kerkbouw duidelijk. In 1955 plaatste de kerkenraad aan de Boerhaavestraat 60 een noodgebouw, dat tot 1967 gebruikt werd.

De nieuwe Open Hofkerk die in 1967 in gebruik genomen werd (foto Reliwiki).
De nieuwe Open Hofkerk die in 1967 in gebruik genomen werd (foto Reliwiki).

Toen werd namelijk de nieuwe Open Hofkerk in gebruik genomen. Deze kerk was een ontwerp van architect D. Zuiderhoek. In de aandachtswand van de kerk zijn ‘plooien’ aangebracht,  om zo de hoge muurvlakken te verlevendigen.

De noodkerk (die in 1955 geplaatst werd) met op de achtergrond de nieuwe Open Hofkerk. De foto werd gemaakt in 1967.
De noodkerk (die in 1955 geplaatst werd) met op de achtergrond de nieuwe Open Hofkerk. De foto werd gemaakt in 1967 (foto via G. Kuiper te  Appingedam).

Tijdens de bouw van de Open Hofkerk werd een foto gemaakt waarop vooral de noodkerk goed  te zien is.