Hoogeveen sluit drie van de zes kerken

‘Gereformeerde’ Oosterkerk sluit in (of vóór) 2019

De Algemene Kerkenraad van de Protestantse Gemeente van Hoogeveen besloot (overigens al in oktober 2014) dat in Hoogeveen drie van de zes kerken zullen moeten worden verkocht.

De Oosterkerk te Hoogeveen.
De Oosterkerk te Hoogeveen.

De voormalig gereformeerde Oosterkerk aan de Leeuweriklaan is daar een van; deze zal ter verkoop aangeboden worden en uiterlijk in 2019 gesloten worden; de andere twee zijn de van oorsprong hervormde Kerkboerderij aan de Korenstraat (die uiterlijk in 2017 gesloten zal worden) en de voormalig hervormde Grote Kerk met het nabijgelegen verenigingsgebouw De Haven, die uiterlijk in 2020/2021 verkocht zullen worden. Als de verkoop van de Grote Kerk (een ‘monument’) niet wil lukken, wil de Algemene Kerkenraad, als dat althans mogelijk is, een stichting oprichten die het gebouw overneemt, zodat de zondagse erediensten door terughuur nog in de Grote Kerk zouden kunnen plaatsvinden.

‘Beheersbare financiën’.

De sluiting van kerkgebouwen is in Hoogeveen al veel langer aan de orde. In 2005 besloten de Algemene Kerkenraden van de Gereformeerde Kerk en van de Hervormde Gemeente twee kerkgebouwen af te stoten. Toen ging het om de gereformeerde Zuiderkerk en het hervormde kerkelijk centrum De Ark. De gemeenteleden van de Zuiderkerk kerkten na de sluiting in de hervormde Goede Herderkerk, en die van De Ark in de gereformeerde Oosterkerk.

In 2010 signaleerden de hervormde en gereformeerde Algemene Kerkenraden dat opnieuw maatregelen genomen moesten worden om de kerkelijke financiën in de toekomst beheersbaar te houden. De ledentallen liepen terug en de uitgaven vermeerderden. De jaren daarop werden gebruikt voor nader onderzoek door het College van Kerkrentmeesters en de daaronder ressorterende Werkgroep Personeel en Gebouwen. Voorts werden onder meer in totaal negen gemeenteavonden en drie ambtsdragersdagen gehouden over de te nemen maatregelen. Bovendien kwamen honderden reacties van gemeenteleden en van wijkkerkenraden binnen. Al deze gegevens werden gebruikt om tot een uiteindelijk oordeel te komen.

In 2013 leidde dat tot het advies van het College van Kerkrentmeesters om twee kerkgebouwen te verkopen. Maar de (protestantse) Algemene Kerkenraad besloot tot de sluiting van drie kerken. De sanering is volgens de Algemene Kerkenraad nodig omdat anders tot 2017 ruim anderhalf miljoen euro meer zou moeten worden uitgegeven dan er aan vrijwillige bijdragen binnenkomt. De protestantse gemeente telt nog ruim 9.000 leden.

Toch ándere kerkgebouwen verkopen?

Op grond van de in oktober 2014 gepresenteerde plannen zouden er nog drie kerken overblijven: de van oorsprong gereformeerde Hoofdstraatkerk en De Vredehorst en de van origine hervormde Goede Herderkerk. Overigens deelde de Algemene Kerkenraad in haar besluit van oktober 2014 ook nog mee, dat áls zich tussentijds de mogelijkheid voordoet een kerkgebouw eerder te verkopen dan de in het besluit genoemde jaartallen, óf als zich de mogelijkheid zou voordoen om een ánder kerkgebouw te verkopen, het definitieve besluit van 16 oktober 2014 zal worden heroverwogen.

De Gereformeerde Kerk te Hoogeveen van toen tot nu.

Ter verduidelijking van de gang van zaken in de Gereformeerde Kerk van Hoogeveen een kort historisch overzicht, vooral met betrekking tot de kerkbouw.

De Afscheiding te Hoogeveen (25 maart 1835).

Douwe J. van der Werp 1811-1876).
Douwe J. van der Werp 1811-1876).

De Christelijke Afgescheidene Gemeente te Hoogeveen werd op 25 maart 1835 geïnstitueerd. Enkele maanden eerder, in november 1834, kwam Douwe van der Werp, een om zijn Afgescheiden sympathieën afgezette schoolmeester uit Houwerzijl (die later Afgescheiden predikant werd), op zondag 30 november 1834 in Hoogeveen (s)preken. Dat gebeurde op advies van de ‘Vader der Afscheiding’, ds. H. de Cock, die kort daarop gevangen gezet was. Op donderdag 4 december 1834 ondertekenden drieënzeventig (van de toentertijd 6.000) Hoogeveense hervormden de Acte van Afscheiding, die een week later in een Afgescheiden kerkdienst werd voorgelezen. Bovendien hadden ‘de drieënzeventig’ hun attestatie opgevraagd om zich af te scheiden van de Hervormde Kerk. Volgens de hervormde predikant Benthem Reddingius hadden de Afgescheidenen het hout, om ‘een loots voor de godsdienstoefening’ te bouwen, al gekocht.

Na zijn vrijlating kwam ds. De Cock op verzoek van G.J. Raidt (1788-1876) van 25 tot en met 27 maart 1835 in Hoogeveen. Raidt woonde sinds 1818 in Hoogeveen en werd daar – opgeleid door ds. De Cock – ook ‘oefenaar’ (wij zouden zeggen: ouderling met preekbevoegdheid); in 1842 werd hij predikant te Gouda (Raidt emigreerde in 1856 naar Amerika). Hoe dan ook, ten huize van Albert Gort doopte ds. De Cock op 25 maart 1835 enige kinderen en bevestigde toen bovendien de Hoogeveense ouderlingen en diakenen, waarmee de Afgescheiden gemeente van Hoogeveen geïnstitueerd was.

De Afgescheidenen kregen in 1841 – al snel na de verkregen erkenning door de overheid – hun eigen kerkgebouw (vermoedelijk met tussen de 750 en 1.000 zitplaatsen!), net als de huidige Hoofdstraatkerk op de hoek van de Bentinckslaan met de Hoofdstraat. Nog geen acht jaar later moest de kerk al weer vergroot worden. Het aantal zitplaatsen zou toen, volgens J. van der Veen in zijn boekje ‘’t Een en ander over de Gemeente Hoogeveen’, niet veel minder zijn geweest dan in de (hervormde) Grote Kerk met haar 1.600 plaatsen! Met andere woorden: de Afgescheiden Gemeente van Hoogeveen was van forse afmetingen: met zekerheid weten we dat het aantal leden in 1843 op achthonderd gesteld moet worden.

Ds. K.S. van der Schuur (1803-1876).
Ds. K.S. van der Schuur (1803-1876).

De Christelijke Afgescheidene Gemeente van Hoogeveen kreeg in 1841 haar eerste predikant in de persoon van ds. K.S. van der Schuur (1803-1876), die van 1841 tot zijn afzetting in 1845 in Hoogeveen predikant was. De klachten die tot zijn afzetting leidden hadden betrekking op zijn prediking, die diverse ’ongereformeerde leeringen’ zouden bevatten. Toen hij ook nog weigerde medewerking te geven aan de afkondiging van een weekdienst waarin een predikant van buiten voor zou gaan, werd de predikant al snel daarop geschorst en later afgezet. Na het vertrek van Van der Schuur stonden in Hoogeveen, tot de Ineensmelting met de in 1887 aangetreden Dolerende Kerk, achtereenvolgens in de Christelijke Afgescheidene (sinds 1869 Christelijke Gereformeerde) Gemeente de predikanten W.A. Kok (van 1846 tot 1889 predikant in Hoogeveen), J. Bavinck (van 1853 tot 1857), K. Kleinendorst (van 1859-1863), K.J. van Goor (1863-1875), H. van Hoogen (1875-1879), J. van Anken (1880-1888), J. Groenewegen (van 1889 tot 1895) en L. Kuiper (van 1896 tot 1906).

De Doleantie te Hoogeveen (10 augustus 1887).

Van 11 tot 14 januari 1887 werd in Amsterdam het Gereformeerd Kerkelijk Congres georganiseerd door dr. A. Kuyper en zijn afgezette medestanders; de tweede orthodoxe uittocht uit de Hervormde Kerk was een feit en werd zoals bekend de Doleantie genoemd (in Amsterdam ontstond de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) op 16 december 1886).
De Hoogeveense hervormde predikant ds. H. Feykes en ouderling A. van Engen vertrokken naar Amsterdam om het congres bij te wonen. Daar bleek hun echter dat men bij binnenkomst de verklaring moest ondertekenen het plichtmatig te achten om ‘het juk der synodale hiërarchie af te werpen’, dus de gehoorzaamheid aan de hervormde kerkelijke organisatie op te zeggen, om zo de Nederlandsche Hervormde Kerk weer op het goede spoor te brengen. Dat deed Van Engen wél, maar ds. Feykes níet; de predikant keerde dus onverichterzake terug naar Hoogeveen. Van Engen werd kort daarop afgezet als ouderling en ontzet als lid van de Hervormde Kerk; de gewone procedure voor bezoekers van het Gereformeerd Kerkelijk Congres.

Uiteindelijk leidde dit alles op 10 augustus 1887 tot het ontstaan van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) te Hoogeveen. In het najaar van 1888 bouwden de Dolerenden aan de westkant van de Hoofdstraat voor hun ongeveer achthonderd getrouwen een eigen kerkgebouw, al snel de Westerkerk genoemd. Ten gevolge van deze uittocht moest in de hervormde gemeente een predikantsplaats worden opgeheven. Hoogeveen was een van de drie dolerende kerken in Drenthe (in Meppel en Smilde vond de Doleantie ook plaats).

De Ineensmelting (25 april 1899).

Al snel werden pogingen ondernomen om toenadering tussen beide kerkelijke gemeenten tot stand te brengen. Dat verliep echter erg moeizaam. Wel werden gecombineerde kerkenraadsvergaderingen gehouden, maar net als op veel andere plaatsen waren de verschillen van inzicht over bepaalde zaken te groot om direct tot ineensmelting te komen. Hoewel beide Kerken landelijk al in juni 1892 fuseerden, kon dat in Hoogeveen pas op 25 april 1899 tot stand gebracht worden. In de tussentijd heetten de Hoogeveense christelijke gereformeerden ‘Gereformeerde Kerk A’ en de Dolerenden ‘Gereformeerde Kerk B’.

De Westerkerk van de Dolerenden.
De vroegere Westerkerk te Hoogeveen van de Dolerenden.

In Hoogeveen speelden bij het stroeve verloop van de onderhandelingen om tot ineensmelting te komen, verschillende zaken een rol. Daar waren bijvoorbeeld het verschil in visie op de Hervormde Kerk, de onderlinge cultuurverschillen (zodat men elkander eerst beter moest leren kennen), de vrees van Kerk B om door de veel grotere Kerk A overstemd te worden (Kerk A had ruim vier keer zoveel leden als Kerk B), de verschillen in financiële inbreng van de beide gemeenten, en de schuld die tot 1898 rustte op het Dolerende kerkgebouw. Ook dreigde een scheuring in Kerk A (waar verscheidene leden bezwaren hadden tegen de fusie met de Dolerenden).

Hoe dan ook, op 25 april 1899 kon de eenheid bewerkstelligd worden en werd ook in Hoogeveen de Gereformeerde Kerk geïnstitueerd. Maar niet dan ten koste van een ‘relatief groot aantal leden [het waren er ongeveer tweehonderd] van Kerk A’ die de kerk verlieten en in 1904 een eigen (‘voortgezette’) Christelijke Gereformeerde Gemeente stichtten. Aanvankelijk trachtte men de vroegere Dolerende Westerkerk te kopen, maar verscheidene biedingen werden niet gegund (de kerk werd een opslagplaats en brandde op 20 april 1948 af). Maar in 1906 kon een eigen kerk aan de Van Echtenstraat gebouwd en in gebruik genomen worden, die Centrumkerk genoemd werd.

De Hoofdstraatkerk (1904).

Intussen had de twintigste eeuw haar intrede gedaan. De toestand van de, in 1872 nog gerenoveerde, Hoofdstraatkerk (ook Oosterkerk genoemd, omdat deze aan de oostkant van de Hoofdstraat lag), bleek niet florissant. De kerkenraad vroeg zich dus af of er weer gerestaureerd moest worden, of dat er een geheel nieuwe kerk moest komen. Belangrijke vraag was ook hoe de sterk groeiende gemeente onderdak verleend kon worden.

In het begin van de twintigste eeuw werd de knoop doorgehakt. Er zou een grote nieuwe kerk gebouwd worden. In 1904 kon de nieuwe Hoofdstraatkerk in gebruik genomen. De Westerkerk kon toen worden afgestoten. Als aandenken aan de gedenkwaardige nieuwbouw werd in de voorgevel van de kerk een gedenksteen aangebracht met de jaartallen ‘1834-1886’ (verwijzend naar het samengaan van de Afscheiding en de Doleantie). De Hoofdstraatkerk werd door de Groningse architecten K. en G. Hoekzema gebouwd op de fundamenten van de oude kerk. Het kerkgebouw is een zaalkerk met een spits geveltorentje en inwendig voorzien van galerijen. In latere jaren werd het portaal gewijzigd en kwam de kerk bovendien vrij te liggen: aanvankelijk ging de kerk namelijk grotendeels schuil achter een paar woninkjes. In 1954 kwam achter de kerk het Herman Bavinckhuis met vergaderruimten.

Een oude opname van de Hoofdstraatkerk, nog deels schuil gaande achter bebouwing.
Een oude opname van de Hoofdstraatkerk in Hoogeveen, nog deels schuil gaande achter bebouwing.

De ledentallen van 1893 tot 1935.

In ieder geval vanaf 1905 tot en met de jaren ‘20 vertoont het ledental van de Hoogeveense Gereformeerde Kerk een duidelijke teruggang. In 1930 begint echter een aanvankelijk rustige, maar later sterke groei die daarna nog vele jaren zal doorzetten. De aanvankelijke teruggang in het ledental tussen 1905 en 1915 zal ook te maken hebben met het uittreden van een paar honderd (‘voortgezette’) Christelijke Gereformeerden (die zich niet konden vinden in de vereniging met de Dolerenden), maar de teruggang is daardoor slechts zeer gedeeltelijk te verklaren.

Jaar                Ledental

1893             Kerk A: 2.300 – Kerk B: 800 (?)
1905             3.600 (2 predikantsplaatsen)
1915             3.000 (2 pred. pl. + 1 missionaire Dienaar des Woords)
1925             2.478 (1 pred. pl. + 1 miss. DdW)
1935             3.016 (2 pred. pl. + 1 miss. DdW)

De Bentinckslaankerk (1933).

In het begin van de jaren ’30 werd hoe langer hoe duidelijker dat een tweede kerk nodig was. Vandaar dat aan de Bentinckslaan een grote nieuwe kerk gebouwd werd, die in 1933 in gebruik genomen werd. Voor de bouw van de nieuwe Bentinckslaankerk werd aan vrijwillige bijdragen door leden van de kerk ruim f 57.000 toegezegd, alsmede een platform, een zilveren doopvont en de elektrische verlichting. De kerk werd gebouwd naar een ontwerp van architect D. van Dijk. In de hal werd een stichtingssteen aangebracht met het opschrift: ‘De eerste steen gelegd op 5 januari 1933, Ds. J. Meyer, Ds. W. Faber’. De arbeiders die aan de kerk werkten werden vooral gekozen uit de werkloze leden van de Gereformeerde Kerk.

De Bentinckslaankerk.
De Bentinckslaankerk te Hoogeveen.

De Vrijmaking (20 april 1945).

In de tijd dat de Bentinckslaankerk gebouwd werd kwam landelijk de strijd over de leergeschillen op stoom. Ds. J. Meijer (1898-1964) was in die tijd een van de twee gereformeerde gemeentepredikanten in Hoogeveen. In zijn ambtelijke arbeid liet hij er geen misverstand over bestaan dat hij aan de zijde van de bezwaarden stond, al probeerde hij zijn mening zo objectief mogelijk weer te geven. De kerkenraad bestond in 1944 uit zes kerkenraadsleden die instemden met de besluiten van de synode; er waren elf bezwaarden en twee ambtsdragers van wie de voorkeur onbekend was. Na vele verwikkelingen werd ook in Hoogeveen een vrijgemaakte kerk gesticht, en wel op 20 april 1945. Al met al gingen na verloop van tijd ongeveer vijfhonderdvijftig gemeenteleden met de Vrijmaking mee. Ruim dertig jaar kerkten gereformeerden en vrijgemaakten in afzonderlijke kerkdiensten in de Bentinckslaankerk. In 1978 werd deze kerk overgenomen door de vrijgemaakten, die het gebouw in 2002 afstootten en een nieuwe kerk in gebruik namen.

De ledentallen van 1935 tot 1985.

In de periode tussen 1935 en 1985 is een snelle groei van de Gereformeerde Kerk te ontwaren, die zich tussen 1565 en 1965 al sterk manifesteert met een groei van ruim 1.700 zielen in tien jaar; de daarop volgende tien jaar groeit de kerk zelfs met bijna 2.500 zielen. Maar na 1975 vlakt de groeicurve duidelijk af. Het eerste teken van de teruggang, die in 1986 (aanvankelijk heel rustig) inzet:

Jaar                Ledental

1935             3.016 (2 pred. pl. + 1 miss. DdW)
1946             3.300 (3 pred. pl. + 1 miss. DdW)
1955             3.628 (3 pred. pl. + 1 miss. DdW)
1965             5.379 (5 pred. pl.)
1975             7.823 (7 pred. pl.)
1985             7.913 (7 pred. pl.)

De Zuiderkerk (1960).

De Zuiderkerk te Hoogeveen.
De Zuiderkerk te Hoogeveen.

In 1960 was echter nog absoluut geen sprake van teruggang. Hoogeveen zélf groeide en de Gereformeerde Kerk bleef daarbij niet ten achter. Daarom stelde de kerkenraad op 1 november 1956 een bouwfonds in. De bedoeling was elk jaar fl. 50.000 bijeen te brengen. Dat lukte wonderwel, zodat in mei 1958 opdracht gegeven kon worden om een kerkbouwplan op te stellen. De architect, prof. ir. F. Dicke, bleek bovendien ‘een goed calvinist te zijn en wars van wilde ideeën’, zodat de aanbesteding in mei 1959 kon plaatsvinden en de eerste steenlegging in september dat jaar. Op 6 juli 1960 werd de Zuiderkerk aan de Baarlelaan in gebruik genomen.

De Oosterkerk (1969).

De Oosterkerk te Hoogeveen.
De Oosterkerk te Hoogeveen.

Omdat de Gereformeerde Kerk van Hoogeveen stug doorgroeide bleken de drie kerkgebouwen (de Hoofdstraatkerk, de Zuiderkerk en de Bentinckslaankerk) na verloop van tijd onvoldoende ruimte te kunnen bieden aan de vele kerkgangers. Vandaar dat de kerkenraad in 1964 besloot een commissie ‘Planning en Kerkbouw’ in te stellen die de noodzaak en de wenselijkheid moest onderzoeken van kerkbouw in het oosten van de stad, in het Wolfsbos. Men berekende dat daar ongeveer 1.300 gereformeerden zouden komen wonen en adviseerde om daar vóór september 1968 een kerk neer te zetten. Ook gaf de commissie in overweging de zesde predikant te beroepen. De commissie zag geen noodzaak voor een toren, maar om toch luidklokken te kunnen gebruiken bouwde men een klokkenstoel bij de kerk. De moderne Oosterkerk aan de Leeuweriklaan kwam er, en werd op 22 januari 1970 door Wijk Oost in gebruik genomen.

De Vredehorst (1980).

De burgerlijke gemeente Hoogeveen bleef groeien. De gemeenteraad ging daarom in de jaren zeventig over tot uitbreiding van het bebouwde gebied tot over de A28, richting De Weide. De Gereformeerde Kerk van Hoogeveen groeide in rap tempo mee, tussen 1955 en 1975 met maar liefst 4.200 zielen! Het was dus niet voor niets dat de kerkenraad een ‘Planningscommissie’ aanstelde, die de noodzaak van en de mogelijkheden voor kerkbouw in de nieuwe wijk onderzocht. Na allerlei overwegingen kon de bouw van start gaan; de eerste steenlegging vond plaats op 13 augustus 1979. Op 10 april 1980 nam de gereformeerde wijkgemeente De Weide haar nieuwe kerkgebouw, dat de naam Vredehorst ontving, in gebruik.

De Vredehorst te Hoogeveen.
De Vredehorst te Hoogeveen.

De ledentallen van 1985 tot 2010.

Ondertussen vlakte de groeicurve van het ledental der Gereformeerde Kerk af. In 1985 bereikte het zielental van ruim 7.900 het hoogtepunt; zeven gemeentepredikanten waren aan de kerk verbonden. In 1986 zette de teruggang (aanvankelijk heel langzaam) in. Er kwám nog een achtste predikant, maar ook de predikantsplaatsen werden in de loop van enkele jaren teruggebracht tot vijf in 2010. De kerk telde toen nog ongeveer 5.800 leden.

Jaar                Ledental

1985             7.913 (7 pred. pl.)
1995             7.436 (8 pred. pl.)
2007             6.020 (6 pred. pl.)
2010             5.779 (5 pred. pl.)

Geen wonder dat de kerkenraad in 2005 het ‘voorlopige besluit’ bekendmaakten om de Zuiderkerk af te stoten. De hervormden stelden hun kerkelijk centrum De Ark aan de Koekoeklaan per 1 januari 2007 buiten gebruik. Besloten werd dat de hervormde leden die in De Ark samenkwamen na de sluiting terecht konden in de gereformeerde Oosterkerk aan de Leeuweriklaan. De gereformeerde kerkgangers van de Zuiderkerk waren sindsdien aangewezen op de hervormde Goede Herderkerk. De laatste kerkdienst in de gereformeerde Zuiderkerk werd gehouden op 22 juni 2008.
Er waren nu dus nog drie gereformeerde kerkgebouwen over: de Hoofdstraatkerk, de Oosterkerk en De Vredehorst.

Protestantse Gemeente (6 januari 2013).

Op zondag 6 januari 2013 werd met een feestelijke dienst in de Grote Kerk de fusie van de Gereformeerde Kerk met de Hervormde Gemeente te Hoogeveen gevierd. Voorafgaande aan de dienst liepen trommelslagers vanaf de wijkkerken naar de Grote Kerk. De bijeenkomst begon met het ondertekenen van de Acte van Vereniging ten overstaan van notaris mevrouw Van Linge. Ds. Hetty Boersma en ds. Bert van der Togt, twee van de plaatselijke predikanten, waren de voorgangers. Ook tijdens de bijeenkomst werd er op gewezen dat door de fusie van de twee gemeenten, die beide met vergrijzing en ontkerkelijking te maken hadden, nieuwe initiatieven genomen konden worden met minder menskracht.

De Protestantse Gemeente van Hoogeveen werd als volgt onderverdeeld: de protestantse wijkgemeenten 1 en 2 (die gebruik maken van de Grote Kerk); de gereformeerde wijkgemeente Hoofdstraatkerk; de protestantse wijkgemeente Hoogeveen-Zuid met de Goede Herderkerk; de protestantse wijkgemeente rond de Oosterkerk en de protestantse wijkgemeente De Weide (met de Kerkboerderij en De Vredehorst).

De Hoofdstraatkerk te Hoogeveen, hier nog met de oude entree.
De Hoofdstraatkerk te Hoogeveen, hier nog met de oude entree.

En nu… de toekomst.

Gaan de plannen door zoals die in het ‘definitieve’ besluit van de Protestantse Algemene Kerkenraad zijn aangegeven, dan zullen in de komende jaren dus de hervormde Kerkboerderij, de gereformeerde Oosterkerk en de hervormde Grote Kerk worden afgestoten. Maar het bovenstaande besluit is niet zo definitief als het lijkt. De kerkenraad voegde er immers nog iets aan toe: doet zich eerder dan in het genoemde tijdpad een mogelijkheid voor om ‘een kerkgebouw’ te verkopen (‘en dat geldt ook voor de kerkgebouwen die nu open lijken te blijven’), dat de kerkenraad zich dan het recht voorbehoudt het gehele plan opnieuw te bekijken.

De wijk rondom de Hoofdstraatkerk.

Vandaar dat in het Beleidsplan 2012-2017 van de (gereformeerde) wijkgemeente Hoofdstraatkerk wordt opgemerkt ‘dat de wijkraad van de Hoofdstraatkerk in de turbulentie van fusie en bezuinigingen door de Algemene Kerkenraad haar positie moet bepalen’. De wijkkerkenraad legt in het Beleidsplan er de nadruk op ‘dat de wijkgemeente rondom de Hoofdstraatkerk voldoende vitaal is voor minimaal de komende vijftien jaren’. Dat bleek volgens de wijkraad uit het aantal leden, het kerkbezoek, de betrokkenheid van de leden, ‘én uit het toenemend aantal leden uit gefedereerde [hervormd/gereformeerde] wijken die zich in de Hoofdstraatkerk beter thuis voelen dan in hun eigen wijk’. Tenslotte bleek de vitaliteit van de wijk rondom de Hoofdstraatkerk volgens de wijkkerkenraad ook uit de opbrengst van de Actie Kerkbalans.
Wat ons betreft mag aan dit alles worden toegevoegd het historische belang van de Hoofdstraatkerk, zeker voor de Gereformeerde Kerk van Hoogeveen: 1834-1886.

De wijkkerkenraad merkt voorts op: ‘De wijkgemeente van de Hoofdstraatkerk zou zeker in staat zijn ‘zichzelf te bedruipen’ als de financiën per wijk zouden worden besteed. Bovendien helpt de Hoofdstraatkerk aanzienlijk mee in de financiering van andere wijken, nu de Algemene Kerkenraad heeft besloten tot het solidariteitsprincipe’, namelijk dat wijken die ‘in goeden doen’ zijn, minder draagkrachtige wijken financieel bijstaan.

De wijkkerkenraad voegt daar nog een soort van waarschuwing aan toe: ‘Deze gegevens zijn objectief beschreven. Ze zijn echter zeer van invloed op gevoelens en emoties bij gemeenteleden. De gevolgen van het passeren of negeren van deze emoties zijn onvoorspelbaar. De wijkgemeente Hoofdstraatkerk opteert daarom nadrukkelijk voor: een eigen, compacte wijkgemeente, waarin mensen zich beter thuis voelen dan in een groter geheel; voor het gebouw van de Hoofdstraatkerk voor haar erediensten; voor de bijgebouwen in het Herman Bavinckhuis en voor het geleidelijk zoeken naar vormen van samenwerking met de [hervormde] Grote Kerk, met behoud van ieders modaliteit, met de bedoeling zoveel mogelijk kosten te besparen en langzaamaan naar elkaar toe te groeien’.

De Hoofdstraatkerk te Hoogeveen.
De Hoofdstraatkerk te Hoogeveen.

Op de website van de Wijkgemeente rond de Goede Herderkerk wordt opgemerkt dat de pijnlijke beslissing van de sluiting van de Zuiderkerk nog vers in het geheugen ligt en dat het niet te hopen is dat de Goede Herderkerk alsnog zou worden gesloten.

Tenslotte.

Het is te hopen dat eventuele aanpassingen in het ‘definitieve’ besluit van 16 oktober 2014 niet tot de rampen leidt die men elders in het noorden van het land heeft ontketend door met de gevoelens van groepen gemeenteleden (te) weinig rekening te houden.

Bronnen en literatuur:

K. Boersma, e.a., Christelijke Geref. Kerk Hoogeveen 75 jaar. Jubileumuitgave. Hoogeveen, 1979

L. ter Haar e.a., Honderduit. Een eeuw Gereformeerde Kerk te Hoogeveen. Hoogeveen, 2002

Websites Protestantse Gemeente Hoogeveen.

© 2016, G.J. Kok, GereformeerdeKerken.info