De Gereformeerde Kerk te Heerlen (1915-2006)

De Gereformeerde Kerk te Heerlen werd op 28 februari 1915 vanuit de kerk te Venlo geïnstitueerd.

Kaart: Google.
Kaart: Google.

Van Helmond via Venlo naar Heerlen.

De Gereformeerde Kerk te Heerlen ontstond via die van Venlo vanuit Helmond. Op 15 november 1887 werd namelijk in Helmond de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) geïnstitueerd.

Helmond.

Op 11 oktober daaraan voorafgaande behandelde de hervormde kerkenraad te Helmond een schrijven van 30 september afkomstig van F.H.J. Smith en G. Visser. Zij richtten zich in hun schrijven tot de kerkenraad met het verzoek in navolging van dr. A. Kuyper (1837-1920) en ‘zijn benauwde broederen te Amsterdam’, ‘de reformatie der kerk ter hand te nemen’.  De kerkenraad reageerde ‘met grote verwondering’ en deelde mee dat men aan het verzoek van de beide leden niet zou voldoen.

Het kerkenraadsboek van de Dolerende Kerk meldt daarna: ‘Dan helaas! op hun verzoek [nl. dat van Smith en Visser] werd niet alleen afwijzend beschikt, maar het door hen ontvangen antwoord ademde een beslist vijandigen geest. In een opzettelijk daarvoor belegde vergadering werd nu besloten, daar de herder en de opzieners der [hervormde] gemeente weigerachtig bleken, krachtens het ambt der geloovigen handelend op te treden en een kerkeraad te kiezen. Met meerderheid van stemmen werden gekozen tot ouderlingen G. Visser en F.H.J. Smith en tot diaken D.F. Eugster’. Een en ander stond onder leiding van ds. A. van Veelo (1844-1910), predikant van Klundert. Op 15 november 1887 werden de verkozenen in het ambt bevestigd, waarmee de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) te Heerlen (en Helenaveen) geïnstitueerd was. In 1892 werd deze kerk zonder verdere bijzonderheden ‘Gereformeerde Kerk’. Dit ten gevolge van de landelijke fusie tussen de Christelijke Gereformeerde Kerk (uit de Afscheiding van 1834) en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (uit de Doleantie). F.H.J. Smith (1842-1922) werd oefenaar en in 1889 beroepen als predikant op artikel 8; hij diende deze kerk tot 1891. Na zijn vertrek bleef deze kerk tot maar liefst 1921 vacant. Men had sinds 1900 een eigen kerkgebouw aan de Kromme Steenweg, dat tot 1960 dienst deed (toen de nieuwe gereformeerde kerk ‘De Ark’ in gebruik genomen werd).

Ds. F.H.J. Smith (1842-1922).
Ds. F.H.J. Smith (1842-1922).

Het territoir van de Gereformeerde Kerk te Helmond was wel bijzonder groot; de hele streek ten oosten en ten zuiden van deze stad viel onder haar pastorale zorg. Daar kwam nog bij dat de gereformeerden in die streek in de verstrooiing woonden. Vandaar dat enkele jaren later door de gereformeerde ‘Deputaten voor de Evangelisatie in Noord-Brabant en Limburg’ een bijbelcolporteur benoemd werd in de persoon van H. Dekker (1866-1936) die de hele streek afreisde ‘met een abonnement van het spoor’. Er liepen trouwens ook hervormde bijbelcolporteurs rond. Dat Rooms-Katholieken daar minder content mee waren blijkt uit wat in de ‘Nieuwe Koerier’ van 26 november 1893 geschreven werd:  ‘Wij vragen waarom toch die goede lieden niet liever in hunne provinciën blijven; hier geeft de bekeering tóch niets. Wat zouden onze Protestantsche landgenooten zich roeren, indien Katholieken uit Limburg eens met den Roomsche Catechismus in Groningen en Friesland gingen colporteeren?’

De gereformeerde kerk te Helmond ( ).
De gereformeerde kerk te Helmond (1900-1960).

Ds. H. Dekker en de evangelisatie.

Dat Helmerick Dekker in de evangelisatiearbeid terecht was gekomen, was ook te danken aan ds. (de latere professor) Lucas Lindeboom (1845-1933) van Zaandam. Op 26-jarige leeftijd had Dekker op Lindebooms aandringen namelijk gesolliciteerd naar het werk van colporteur-bijbellezer, waarvoor de ‘Deputaten voor de Inwendige Zending en Bijbelcolportage der Gereformeerde Kerken in Noord-Brabant en Limburg’ belangstellenden opriepen. In 1892 was Dekker uit een twintigtal sollicitanten benoemd. Als standplaats kreeg hij Geertruidenberg. Daar ‘was het godsdienstig leven in diep verval geraakt’ en daar verminderde de ‘aangaande het Evangelie in volslagen onkunde levende’ protestantse bevolking van jaar tot jaar.

Ds. H. Dekker reisde als evangelist en bijbelcolporteur heel Limburg door.
Ds. H. Dekker (1866-1936) reisde als evangelist en bijbelcolporteur heel Limburg door.

Toen zijn werk in 1897 zoveel vrucht had opgeleverd dat in het nabijgelegen dorp Raamsdonk op 12 februari dat jaar een zelfstandige Gereformeerde Kerk geïnstitueerd kon worden, werd Dekker met ingang van november 1910 een nieuw arbeidsveld gewezen, namelijk te Venlo. ‘Hier in Venlo heeft hij zijn levenstaak gevonden’. Hij beperkte zich echter niet tot die stad, maar reisde met een spoorwegabonnement gedurende veertien jaar geheel Limburg door, overal aanknopingspunten zoekend en aan ieder die maar luisteren wilde het Evangelie verkondigend. Gedurende lange tijd hield hij op zeven plaatsen in Limburg catechisatie. Al reizend legde hij de grondslag voor de Gereformeerde Kerken in Venlo, Roermond, Maastricht en Heerlen. En tijdens al dat werk bereidde hij zich door studie voor op het predikantschap naar artikel 8 van de kerkorde (‘singuliere gaven’).

De gereformeerde kerk te Helmond.
De gereformeerde kerk te Helmond (1900-1960).

Venlo.

Aan Dekker werd in november 1910 niet voor niets Venlo als arbeidsveld aangewezen. Eind oktober behandelde de classis ’s-Hertogenbosch (waartoe heel Limburg behoorde) een verzoek van leden van de Gereformeerde Kerk te Helmond die in Venlo woonachtig waren. Zij verzochten in hun woonplaats een Gereformeerde Kerk te institueren. De afstand naar de kerk aan de Kromme Steenweg in Helmond was te groot. Daarom werd Dekker als standplaats Venlo aangewezen.

De gereformeerde kerk te Venlo ().
De gereformeerde kerk te Venlo (1911-1968).

Op 8 maart 1911 werd de Gereformeerde Kerk te Venlo geïnstitueerd. Ruim een maand later, op 17 april, werd het gereformeerde kerkgebouw van Venlo aan het Monseigneur Nolensplein als eerste in Limburg in gebruik genomen. Op 6 augustus dat jaar werd Dekker als predikant van die kerk in het ambt bevestigd. Eenenveertig leden van de kerk van Helmond werden in Venlo ingeschreven: vierentwintig mannen en zeventien vrouwen. Ze woonden in de wijde omgeving: Venlo, Roermond, Sittard, Maastricht, Kerkrade, Simpelveld, Heerlen, Lathum en Velden. Heel de provincie Limburg behoorde toen tot het ressort van de Gereformeerde Kerk te Venlo. Op 6 augustus 1911 werd colporteur Dekker als predikant van Venlo in het ambt bevestigd.

Het interieur van de gereformeerde kerk te Venlo ().
Het interieur van de gereformeerde kerk te Venlo (1911-1968).

Hoe de kerk van Heerlen begon.

Dekker had al in 1906 contacten in Heerlen, namelijk onder meer met het gezin van mijnwerker Petersen, ‘dat in de verstrooiing leefde’. Toch was hij daar niet de enige gereformeerde; halverwege de maand juni 1916 kwam een aantal personen, leden van de kerk te Venlo, op een zondagochtend bij elkaar in het dorp Terwinselen, vlakbij Heerlen. Ze wilden in die omgeving beginnen met evangelisatiewerk en maakten plannen om een evangelisatievereniging te stichten en bijeenkomsten te houden. En omdat de afstand naar de kerk van Venlo groot was, wilde men in de eigen omgeving, in Terwinselen bij Heerlen, kerkdiensten houden. Daarvoor stelde geestverwant Schaap in Terwinselen zijn woning beschikbaar. Deze bijeenkomsten werden in het allereerste begin bijgewoond door tien tot vijftien personen en stonden onder leiding van ‘oefenaar’ Van de Merwe. Het aantal dorstigen naar het Woord liep echter al snel terug naar omstreeks zeven. Toen Schaap zijn woning niet meer ter beschikking stelde, werd verkast naar het huis van de gereformeerde broeder Vierbergen in Terwinselen.

Kaart: Google.
Kaart: Google.

Intussen had men contact gezocht met de ‘Deputaten voor de gereformeerde Evangelisatiearbeid in Noord-Brabant en Limburg’ en met ds. Dekker van Venlo. Zo kwam ds. Dekker in oktober 1911 in Terwinselen, leidde daar een kerkdienst en bezocht veel gezinnen die daarvoor in aanmerking kwamen. De kerkdiensten ten huize van Vierbergen in Terwinselen werden steeds beter bezocht. Ds. Dekker had natuurlijk in de rest van zijn gemeente te Venlo veel werk te doen, zodat aan broeder Tamboer (die vanuit Holland naar Terwinselen was verhuisd) gevraagd werd in het vervolg geregeld voor te gaan. Dat wilde niet zeggen dat ds. Dekker er niet meer kwam, integendeel. Ook ds. H.L. Both (1884-1962) van Eindhoven reisde trouwens geregeld naar Terwinselen om daar voor te gaan.

Ds. H.L. Both ().
Ds. H.L. Both (1884-1962).

Op voorstel van ds. Dekker werd Tamboer op 22 juli 1912 in Terwinselen benoemd tot ‘uitwonend ouderling’ van de kerk te Venlo en op 15 augustus dat jaar werd hij officieel in het ambt bevestigd. Dat gebeurde door ds. A.J. Mulder (1870-1928) van Klundert, die handelde in opdracht van de ‘Deputaten voor de Evangelisatiearbeid in Noord-Brabant en Limburg’. Er was nu dus een officiële band tussen de kerk van Venlo en de groep gereformeerden in Terwinselen.

Een lokaal in Terwinselen.

Br. Tamboer werkte hard. Zelfs toen hij door zijn werkgever De Staatsmijnen werd overgeplaatst van de Staatsmijn ‘Wilhelmina’ in Terwinselen naar de Staatsmijn ‘Emma’ in Treebeek, kwam hij elke zondag lopend naar Terwinselen om daar in de dienst voor te gaan. Die reis was vooral in de herfst en in de winter een modderige onderneming. Maar het was de moeite waard, want het aantal ‘kerk’-gangers in de woning van Vierbergen steeg tot veertig.

Heerlen, Staatsmijn Wilhelmina

En op de dag dat br. Tamboer in het ambt van ‘uitwonend ouderling’ bevestigd werd (22 juli 1912) deelden de Deputaten mee dat men op zoek was naar een evangelisatielokaal in Heerlen, waar nog veel meer potentiële belangstellenden woonden. Die stad zou immers ‘weldra haar duizenden en tienduizenden hebben als alle teekenen niet bedriegen’. Uit alle delen van het land kwamen nieuwe inwoners naar Heerlen vanwege de daar gevestigde staatsmijn ‘Wilhelmina’. Onder hen waren ook gereformeerden. ‘Onder deze broederen zijn mannen van karakter, van moed en volharding. Zij houden den strijd vol tegen al wat hen tracht af te rukken van het fondament der gereformeerde Waarheid’.

Het kerkje aan de Bekkerweg staat er nog steeds.
Het kerkje aan de Bekkerweg staat er nog steeds.

Maar dat ‘fondament’ zou dan ook in vaste materiële zin gegoten moeten worden in de vorm van een kerkgebouw of althans van een evangelisatielokaal. Vanuit Heerlen waren de eerste verzoeken, ‘neen, smeekingen’, daartoe al binnengekomen. Daar waren de Deputaten nu dus mee bezig. En Heerlen was de meest aangewezen plaats om als centrum voor het evangelisatie- en kerkewerk te dienen. Een stuk grond aan de Lindelaan (later Bekkerweg genoemd) – toen nog in de directe omgeving van Heerlen – ‘werd door de broederen te Terwinselen uitnemend geschikt geacht’. Dat perceel werd in het voorjaar van 1913 aangekocht. De bouw van een kerk zou van groot belang zijn niet alleen voor het houden van kerkdiensten, maar ook als plaats van samenkomst voor hen die van de kerk vervreemd waren of vervreemd dreigden te worden.

Ds. J. de Vries (1879-1952) van Tilburg stelde daarom aan de Deputaten Evangelisatiearbeid voor aan de (toen nog) Lindelaan een kerk te bouwen of ánders de zaak daar op te geven. Van dat laatste wilde niemand weten, dus werd besloten tot kerkbouw en niet tot de bouw van een houten, maar direct van een stenen kerkje. De plannen werden onder leiding van ds. Dekker en ds. De Vries in rap tempo geëffectueerd en zo kon al op 23 februari 1914 de nieuwe kerk in gebruik genomen worden. De broeders ‘van Terwinselen’ hadden nu een  eigen kerk (het gebouw wordt al lang niet meer als kerk gebruikt, maar het staat er nog steeds)!

Een zelfstandige kerk te Heerlen.

Men was echter nog steeds een afdeling van de kerk te Venlo en nog géén zelfstandige kerk van Heerlen! Vandaar dat op 20 december 1914 onder leiding van ds. Dekker een vergadering gehouden werd waar besproken werd (1) stappen te ondernemen die zouden leiden tot de instituering van de kerk te Heerlen, (2) de aanpak van het evangelisatiewerk en (3) ds. G.J. Pontier (1888-1976) van Waardhuizen te beroepen als predikant van de nieuwe kerk.

Ds. G.J. Pontier () werd in 1915 predikant te Heerlen. Zijn verzetswerk in de WO-II is bekend. In 1976 ging hij over naar de Chr. Geref. Kerken).
Ds. G.J. Pontier (1888-1976) werd in 1915 predikant te Heerlen. Zijn verzetswerk in de WO-II is bekend. Vlak voor zijn overlijden In 1976 ging hij over naar de Chr. Geref. Kerken.

Wat punt 1 betreft werd afgesproken dat br. Tamboer een verzoekschrift – voorzien van zoveel mogelijk handtekeningen – zou richten aan de Deputaten voor de Evangelisatiearbeid om te komen tot de instituering van de Gereformeerde Kerk te Heerlen. Dat de provinciale evangelisatiedeputaten er bij betrokken werden was logisch, omdat het werk in Heerlen en omgeving provinciaal evangelisatiewerk was. Hoe dan ook, de deputaten stemden met de instituering in; ook de kerkenraad van Venlo besloot in juli 1914 aan het verzoek medewerking te verlenen door de classis ’s-Hertogenbosch te vragen ermee in te stemmen. De classis zegde op 15 juli 1914 medewerking toe. De kerk van Venlo werd opgedragen de nodige stappen te ondernemen. Het tweede punt was ook gauw beklonken: een commissie werd ingesteld om het evangelisatiewerk in (en in de omgeving van) Heerlen op zich te nemen. Ook met de beroeping van ds. Pontier ging men akkoord.

De gereformeerden in Heerlen, bijeen in de kerk aan de Lindelaan (c.q. Bekkerweg), kozen begin 1915 een kerkenraad, bestaande uit de brs. Tamboer en Eshuis als ouderling, en de brs. De Hoop en Vierbergen als diakenen. Op 28 februari 1915 werden zij door ds. Dekker van Venlo in het ambt bevestigd, waarmee de kerk van Heerlen geïnstitueerd was.

Ook het derde punt werd gerealiseerd. Een beroep werd uitgebracht op ds. G.J. Pontier (1888-1976) die dat aannam. Ds. Dekker van Venlo bevestigde hem op 2 mei 1915 in het ambt. Hij bleef predikant van deze kerk tot 1 juli 1947 en werkte daarna nog tot 1949 als evangelisatiepredikant voor het ressort van de kerk te Heerlen.

Uitbreiding van de kerk.

In Venlo was de eerste gereformeerde kerk in Limburg tot stand gekomen; in Heerlen de tweede. Maar er waren méér plaatsen waar het arbeidsveld van de Gereformeerde Kerken lag. Zo verrichtten ds. Pontier en zijn kerkenraad daarom ook veel werk in het hele zuiden van Limburg.

Op 17 juli 1915 werd bijvoorbeeld de ‘Schoolvereeniging tot oprichting en instandhouding van Scholen met den Bijbel’ opgericht. De startblokken voor de aftrap van de scholenstichting lagen klaar. De school in Heerlen kwam er ook, en wel in 1922: naast de kerk aan de Bekkerweg. Ook werd een evangelisatielokaal opgericht in Waubach, direct ten oosten van Heerlen.

Het gereformeerde evangelisatielokaal te Waubach ().
Het gereformeerde evangelisatielokaal te Waubach.

Al vóór de instituering van de kerk te Heerlen had de kerkenraad van Venlo een speciale uitwonende ouderling aangesteld voor de geestelijke verzorging van de gereformeerden in Maastricht, dat immers aanvankelijk onder de herderlijke zorg van Venlo ressorteerde. Na de instituering van de kerk te Heerlen werd aan deze ‘uitwonende ouderling’ voor Maastricht door de kerk van Venlo ontheffing verleend, maar hij werd meteen door de kerkenraad van Heerlen in dezelfde functie herbenoemd.

Ook in Hoensbroek werd eens per week een bijbellezing gehouden en wel ten huize van br. Claus. En in een ter beschikking gesteld schoollokaal werd catechisatie gehouden. Maar daar bleef het niet bij, want op 31 augustus 1915 besloot de kerkenraad van Heerlen ten behoeve van de bouw van een evangelisatielokaal of een kerk in Hoensbroek een bouwfonds in te stellen.

Het houten gereformeerde evangelisatielokaal in Hoensbroek
Het houten gereformeerde evangelisatielokaal in Hoensbroek

Maastricht.

En ook in Maastricht werd het werk aangepakt. Op 8 oktober 1915 werd aan de kerkenraad te Heerlen gevraagd het ‘Reglement van de Bouwvereniging te Maastricht’, voor de bouw van een evangelisatielokaal aldaar, goed te keuren. En nog geen jaar later, in juni 1916, was bij de kerkenraad het bericht binnengekomen dat Burgemeester en Wethouders graag wilden meewerken aan de kerkbouw in Maastricht! Men had aan de gereformeerden daar een kapitaal te leen aangeboden voor de bouw van een kerk. Dat kwam goed uit, want de groep gereformeerden had weliswaar zelf al een bedrag van fl. 2.800 bij elkaar geharkt maar dat kon zeker een aanvulling gebruiken.

Zelfs werd al voorgesteld om in Maastricht de ambten in te stellen en daarmee een zelfstandige Gereformeerde Kerk te institueren! De Deputaten voor de Evangelisatie, die het voorstel natuurlijk ook kregen voorgelegd, vonden het wel erg snel, maar de kerkenraad van Heerlen achtte het zinvol om de classis tóch om medewerking te vragen over te gaan tot de instituering van de kerk te Maastricht, waar op dat moment nog maar elf belijdende leden woonden. Toch ging ook de classis daarmee nog niet akkoord. De kerkenraad besloot desondanks toch de lidmatenboeken alvast zo in te richten dat de gereformeerden in Maastricht (en ook die in Sittard) afzonderlijk konden worden ingeschreven.

Ook werden de grenzen tussen de kerk van Heerlen en de toekomstige kerk van Maastricht alvast bepaald. Onder de pastorale zorg van Heerlen zouden ressorteren (behalve natuurlijk Heerlen zelf) de dorpen Nuth, Hoensbroek, Amstenrade, Brunssum en Schinveld. En de toekomstige kerk van Maastricht zou de pastorale zorg over het Geuldal krijgen (behalve Simpelveld en Bocholt). De noordelijke grens van Maastricht liep langs de Maas tot Beek. De instituering van de Gereformeerde Kerk te Maastricht werd op 6 november 1919 geëffectueerd. Later komen we daarop op deze website nog terug.

De kerk van Heerlen streefde er dus er steeds naar om haar te grote ressort (geheel Zuid-Limburg) zoveel mogelijk te verkleinen door het stichten van nieuwe Gereformeerde Kerken. Zo werd ook de kerk van Treebeek op 26 oktober 1919 vanuit Heerlen geïnstitueerd. Het aantal gereformeerden in Treebeek had zich namelijk behoorlijk uitgebreid door de aanwas van werknemers in de Staatsmijn ‘Emma’, zodat kerkinstituering alleszins verantwoord werd geacht.

Het gereformeerde houten noodkerkje in Treebeek.
Het gereformeerde houten noodkerkje in Treebeek.

Het aantal Gereformeerden in Limburg groeide in die jaren gestaag. Men besloot dan ook om op 26 januari 1925 in Heerlen een ‘Gereformeerdendag’ te houden. Dit werd op Tweede Paasdag dat jaar herhaald. Mevrouw Pontier, echtgenote van de predikant van Heerlen, sprak toen over het onderwerp: ‘In hoeverre kan de vrouw een plaats innemen in de diaconale arbeid’. Ook de evangelisatiearbeid hield ds. Pontier nog steeds bezig. Zo werd in 1931 een evangelisatie lokaal opgericht in Waubach, direct ten oosten van Heerlen. Ook de classicale indeling werd mede op initiatief van deze predikant aangepast en verkleind. Hij was voorstander van de splitsing van de grote classis ’s-Hertogenbosch, die op 5 juni 1946 gerealiseerd werd; daardoor ontstond de classis Maastricht.

In de oorlog zat ds. Pontier gevangen te Scheveningen. Hij keerde echter gezond in zijn gemeente terug en werd daarna door de Deputaten voor de Evangelisatie met ingang van 1 juli 1947 benoemd tot evangelisatiepredikant voor Heerlen en omgeving. Ook na zijn vertrek naar Domburg preekte hij nog geregeld in de kerk aan de Bekkerweg in Heerlen.

‘Aan het goede adres bij ds. Pontier’ (over het werk van ds. Pontier in de Tweede Wereldoorlog – zie blz. 115 e.v.)

Een nieuwe kerk in Heerlen.

Ds. C. Moens (1910-2002) van Leimuiden werd na de emeritering van ds. Pontier in 1949 door de Kerk van Heerlen beroepen als opvolger van ds. Pontier.

Ds. C. Moens en zijn jonge gezin.
Ds. C. Moens (1910-2002) en zijn jonge gezin.

Ondertussen bleef de kerk groeien, waardoor het kerkje aan de Bekkerweg langzaam maar zeker te klein werd. Omdat de kleine gemeente niet in staat was de bouwkosten alleen op te brengen werd een bouwcommissie gevormd die hulp verkreeg van het Actie Comité ‘Noord helpt Zuid’, zodat plannen voor kerkbouw aan de kerkenraad konden worden voorgelegd. Men wist grote sommen geld aan subsidies te verkrijgen van ‘de burgerlijke gemeenten Heerlen, Schaesberg, Eygelshoven Kerkrade en de provincie Limburg, De Staatsmijnen en een paar belangrijkrijke handelsondernemingen’. Ook de gemeenteleden (en de jeugd!) organiseerden acties om tot het gestelde doel te geraken.

Uiteindelijk kon op 14 maart 1956 een mooi kerkgebouw aan de Burgemeester Waszinkstraat aan de kerkenraad worden overgedragen.

De nieuwe gereformeerd kerk aan de Burgemeester Waszinkstraat ().
De nieuwe gereformeerd kerk aan de Burgemeester Waszinkstraat (1956-1992).

De kerk werd gebouwd met de bedoeling multifunctioneel te zijn. De wand achter de preekstoel bestond uit harmonicadeuren. De preekstoel was verplaatsbaar. ‘Doet men de deuren open, dan wordt een goed geoutilleerd toneel zichtbaar’. Zo kon de kerkzaal met een paar handgrepen worden herschapen in een vergaderruimte of een zaal voor uitvoeringen. Dat men dit op deze manier deed had te maken met het feit dat men een kerk nodig had, maar óók een vergaderruimte voor verenigingen. Daarnaast bleek in Heerlen sterk behoefte te bestaan aan een zaal voor grote bijeenkomsten.

Architect J.H. den Heyer te Scheveningen ontwierp de kerk: een achtkantig gebouw. De eigenlijke kerkruimte werd omgeven door acht lagere uitbouwen, waarvan vier als vergaderlokaal fungeerden. Aan beide kanten kon één van de zalen onmiddellijk bij de kerk getrokken worden; de andere twee waren door een muur van de kerkzaal gescheiden. Zou het aantal zitplaatsen in de kerk op den duur te gering zijn, dan konden die muren worden weggebroken en vervangen door harmonicadeuren. De overige uitbouwen dienden respectievelijk als ingangsportaal, toneel en dienstvertrekken.

Hoewel bij sommigen aanvankelijk twijfels bestonden over het ontwerp van deze kerk, werd na het gereedkomen van het gebouw anders geoordeeld. Prof. ir. G.H.M. Holt – toen stedebouwkundige te Heerlen – noemde de schepping van Den Heyer architectonisch gezien van blijvende waarde. Dezelfde mening was kerkarchitect prof. ir. F.J. Peutz toegedaan.

Emeritus-predikant ds. Pontier was bij de ingebruikneming van de kerk aanwezig. Hij herinnerde aan de tijd toen de nu buiten gebruik gestelde kerk (aan de Bekkerweg) nog dienst deed en men deze als ’Het kapelleke aan het Boveneind’ betitelde. De overweldigende belangstelling voor de opening van de kerk, waarop men niet gerekend had, leidde er toe dat men pas ver over tijd kon beginnen. Aangezien het verstoorde tijdschema niet werd ingelopen, moest men besluiten om de eredienst te laten vervallen. Ds. Moens las toen alleen de geloofsbelijdenis. En zijn prediking over de lijdenstekst uit Johannes 18 vers 37b (‘ … ‘) en de overige gedeelten van de dienst bleven achterwege. ‘Daardoor miste dit gebeuren zijn bekroning, hetgeen een ongewenst slot van avond was’.

Evangelisatiearbeid.

De groei van de kerk resulteerde in de benoeming van ds. A. ter Hoeve (1922-2010) van West-Terschelling/Midsland als evangelisatiepredikant. Op 7 juni 1959 werd hij als zodanig in het ambt bevestigd. Na de beslissing de mijnen in Heerlen te sluiten werd het al eerder genoemde gebouwtje in Waubach, dat in 1931 als evangelisatielokaal werd gebouwd, in 1970 verkocht. Ook werden in het kerkje in Terwinselen (aan de Bekkerweg) geen diensten meer gehouden, maar werd alles geconcentreerd in de kerk aan de Burgemeester Waszinkstraat. Hoewel door de mijnsluiting het ledental van de kerk te Heerlen aanvankelijk daalde, groeide het aantal gemeenteleden later weer door herindustrialisatie van het gebied. ‘Het duurde enige tijd voor de gemeenteleden van de tweede generatie, ontsproten uit een bevolking van hoofdzakelijk mijnwerkers, zich met de nieuwkomers, in hoofdzaak ambtenaren en technici, hadden vermengd’.

Het orgel in de kerk aan de Burg,. Waszinkstraat.
Het orgel in de kerk aan de Burg. Waszinkstraat.

Buiten gebruik gesteld en opgeheven.

Net als op veel andere plaatsen in het land groeiden gereformeerden en hervormden langzaam naar elkaar toe. Het beginnende Samen-op-Weg proces, rond de jaarwisseling van 1963 in zekere zin begonnen met twee gezamenlijke kerkdiensten, werd op 1 oktober 1972 nog duidelijker zichtbaar door de eerste gezamenlijke avondmaalsviering in de hervormde kerk aan het Tempsplein. Het resulteerde uiteindelijk per 1 september 1988 in een federatief samengaan van beide kerken.

Wat te verwachten was gebeurde: het was bezwaarlijk voor de federatieve gemeente om twee kerkgebouwen in eigendom te hebben. De hervormde kerk werd gekozen als protestantse kerk en daarom werd achter die kerk een bescheiden zalencomplex gebouwd, dat ‘De Brug’ genoemd werd. In augustus 1992 werd de gereformeerde kerk aan de Burgemeester Waszinkstraat verkocht aan een fotograaf die er zijn studio vestigde.

De Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente werden door de vorming van de Protestantse Gemeente Heerlen per 23 maart 2006 opgeheven.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Heerlen.

De ledentallen van de Gereformeerde Lerl te Heerl;en tussen 1906 en 2006
De ledentallen van de Gereformeerde Lerl te Heerl;en tussen 1916 en 2006

Bronnen en literatuur onder meer:

W. Bosch (e.a.), Overzicht van den Evangelisatiearbeid der Gereformeerde Kerken in N.-Brabant en Limburg, 1863-1913. Zevenbergen, 1913

G. van Hoeven, De Zeven Gemeenten. Beknopte geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Limburg. Maastricht, 1963

W.A. Jelsma (e.a.), Van uit-één tot bij-één. Fragmenten uit de geschiedenis van Protestants Helmond en Helenaveen 1828-1987. Helmond, 1987

H. de Jong, Twee vliegen in een klap, in: Centraal Weekblad ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland, 4e jrg. nr. 12, 24 maart 1956

T.L. Korporaal, Na Duisternis Licht. Protestants in Zuid-Limburg op weg naar 2000. Eindhoven, 1994

A. Kuik (e.a.), 1911 – Memorandum – 1986. 75 jaar Gereformeerde Kerk Venlo. Venlo, 1986

G.J. Pontier, Ds. H. Dekker, in: Jaarboek ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland, jrg. 1937

© 2017. GereformeerdeKerken.info.