De Gereformeerde Kerk te Onderdendam

Inleiding.

Enige tijd geleden berichtten we dat de gereformeerde kerk van Onderdendam overging in handen van de ‘Stichting Oude Groninger Kerken’ en dat in het voor de eredienst gesloten kerkgebouw een ‘Centrum Amsterdamse School’ wordt gevestigd. Hoog tijd om de historie van de vroegere Gereformeerde Kerk in Onderdendam onder de loep te nemen. De nadruk ligt daarbij op de jaren tot plm. 1950.

Kaart; Google.
Kaart; Google.

Onderdendam onder de hoede van Bedum.

De Gereformeerde Kerk te Onderdendam werd vanuit de kerk te Bedum (Gr.) geïnstitueerd op 19 juli 1914. Maar al ver daarvoor werd in het dorp geëvangeliseerd. Dat gebeurde  onder meer door het houden van leesdiensten in een particuliere woning. Leden van de latere kerk te Onderdendam woonden vóór de instituering over het algemeen  in het kerkelijk ressort van Bedum.

De Gereformeerde Kerk te Bedum (Gr.) werd op 15 mei 1836 door ds. H. de Cock (1801-1842) geïnstitueerd. In 1848, ten tijde van ds. E.J. Seeger (1822-1907), was de kerk van Bedum in Onderdendam in ieder geval al met het evangelisatiewerk bezig, getuige hetgeen de Bedumer notulen van 8 november dat jaar vermelden: ‘Werd besloten de diensten in Onderdendam van 1 november tot 1 mei vooreerst voort te doen’.

Ds. E.J. Seeger ().
Ds. E.J. Seeger (1822-1907).

Ook in de jaren daarna bleef zowel het catechiseren als het preken in Onderdendam behoren tot de taken van de predikant te Bedum. Op een schriftelijke vraag van de beroepen predikant ds. A.S. Entingh (1820-1898), namelijk: ‘Is het catechiseren in Onderdendam verplichtend voor het gehele jaar, en hoe kom ik daar?’ had de kerkenraad in 1863 vastberaden geantwoord: ‘Het prediken en catechiseren in Onderdendam is verplichtend voor het gehele jaar, doch met uitzondering van buitengewoon slecht weer. En wanneer er door den leeraar gepredikt wordt, dan is de heen- en terugreis met de wagen ten laste der gemeente. Doch heeft men een goeden en vasten weg, meestal de gelegenheid met den schuit en de afstand is maar goed een half uur gaans’. Kortom: Onderdendam hoorde erbij en dominee moest erheen!

Dat wilde niet zeggen dat iedereen in Bedum er bij stond te juichen. Want toen ds. J. Hessels (1836-1907) in 1864 predikant in Bedum werd, vonden sommigen dat hij wel erg vaak in Onderdendam preekte: men vroeg de kerkenraad daarom te zorgen dat hij in het vervolg niet meer eens per zondag in Onderdendam zou voorgaan, maar gewoon twee keer per zondag in Bedum op de preekstoel zou staan. Dat vervelende ‘preeklezen’ begon sommigen in Bedum kennelijk aardig te vervelen. De kerkenraad luisterde daarnaar, want al in 1865 besloot hij dat de dominee gewoon elke week naar Onderdendam moest om catechisatie te geven, maar dat hij elke zondag de hele dag in Bedum op de kansel moest staan. In Onderdendam werden sindsdien leesdiensten gehouden, tenzij bijvoorbeeld een classispredikant daar voorging.

Die leesdiensten zullen in Onderdendam dus kennelijk tot in ieder geval 1881 voortgeduurd hebben, want toen pas vertrok ds. Hessels naar zijn volgende gemeente, Zwolle. En we lazen niet dat men zich bedacht heeft.

Ds. J. Hessels () van Bedum.
Ds. J. Hessels (1836-1907) van Bedum.

Een ‘evangelisatiekamer’…

In 1883 boog de kerkenraad zich opnieuw over de diensten te Onderdendam. Hij besloot, vermoedelijk omdat het aantal dorstigen naar het Woord in Onderdendam gegroeid was, in dat dorp in een particulier woonhuis (eigenaar Jacob Sierts Wiersema, wonende aan de Uiterdijk), een speciale ‘evangelisatiekamer’ af te timmeren. Daar werd toen door gemeentelid Swepe catechisatie gehouden (de dominee deed dat dus kennelijk niet meer); ook leidde hij een zondagsschool. Inderdaad groeide in Onderdendam de belangstelling: op 12 december 1890 was de ruimte in de ‘kamer’ niet meer voldoende. De kerkenraad besloot toen het héle pand voor fl. 2.500 van Wiersema te kopen. Dat gaf aanmerkelijk meer mogelijkheden!

Wel of niet institueren?

Niet zo vreemd dat in september 1905 zeven leden van de Bedumer Gereformeerde Kerk, woonachtig in Onderdendam, de kerkenraad vroegen in het dorp een zelfstandige Gereformeerde Kerk te institueren. Er wás een kerkruimte; er waren steeds meer gereformeerden komen wonen en ook was de afstand tussen Bedum en Onderdendam voor veel vooral oudere gemeenteleden een bezwaar ten aanzien van de kerkgang, elke zondag tot tweemaal toe. Velen van hen misten daarom nogal eens kerkdiensten en Avondmaalsbedieningen.

De kerkenraad ging op 17 maart 1906 naar Onderdendam om poolshoogte te nemen om met de gemeenteleden over het verzoek te spreken. Bijna vijftig belangstellenden woonden de vergadering bij. Afgesproken werd dat een commissie de zaak van alle kanten zou gaan bekijken. Door het rapport van die commissie, dat op 20 juni 1906 tijdens een vergadering in Onderdendam werd uitgebracht, weten we meer over de kerkelijke situatie in het dorp. Er bleken daar intussen maar liefst tweehonderdtwintig gereformeerden te wonen. Gebleken was dat aan kerkelijke bijdragen fl. 400 per jaar kon worden opgebracht en aan de wekelijkse kerkcollecten jaarlijks in totaal ongeveer fl. 200. Iedereen was vóór de instituering van een zelfstandige kerk in het dorp, op drie leden na. Volgens hen zouden de kosten te hoog worden; ze wilden liever tot de kerk van Bedum blijven behoren.

Daar werd op de kerkenraad van 17 oktober 1906 tegen in gebracht dat de classis hulp zou kunnen bieden middels de ‘Kas voor Hulpbehoevende Kerken’. Maar dát vond men geen aanbeveling om een kerk te institueren. Na uitvoerig beraad achtte de kerkenraad het toch te vroeg nu al tot instituering over te gaan. Ongetwijfeld speelde ook mee, dat – als Onderdendam zelfstandig zou worden – Bedum (de bijdragen en collecten van) ongeveer tweehonderd gemeenteleden zou gaan missen!

Hoewel dus niet akkoord gegaan werd met het verzoek van ‘de zeven’, werd wél afgesproken dat in het vervolg de predikanten van de nabij gelegen dorpen Middelstum, Winsum en Bedum B in Onderdendam om de beurt op zondagavond in diensten zouden voorgaan. Dat kostte fl. 4 per keer, maar dat kon men in Onderdendam wel ophoesten. Ook Bedum A bleef natuurlijk meedoen: ds. J. Kok (1857-1928), van 1904 tot zijn emeritaat in 1919 aan de kerk van Bedum verbonden, zou gewoon óm de andere zondag ’s avonds blijven preken.  Die gewoonte was dus al weer enige tijd eerder ingevoerd.

Ds. J. Kok (1857-1928).
Ds. J. Kok (1857-1928) van Bedum.

(Bedum A? Bedum B? Ja, want in het Groningse Bedum had op 6 april 1887 de Doleantie plaatsgevonden; één van de slechts zeven Groningse plaatsen waar de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)’ voet aan de grond kreeg. Ds. J. Hulsebos (1844-1904) van Zuidwolde (Gr.) institueerde de Bedumer gemeente door de verkozen ouderlingen en diakenen in het ambt te bevestigen. De Gereformeerde  Kerken A en B te Bedum fuseerden pas per 10 februari 1921; lang na de instituering van Onderdendam).

De kerk van Bedum te vol.

In 1911 telden de twee Gereformeerde Kerken in Bedum in totaal bijna 1.900 leden. Een behoorlijk grote en nog steeds groeiende kerk. Het toen in gebruik zijnde kerkgebouw van Kerk A aan de Grotestraat zou te klein worden als Onderderdam níet zelfstandig zou worden. Een gemeentevergadering van Kerk A werd bijeengeroepen om over de eventuele instituering te spreken. Sommige gemeenteleden spraken zich uit tegen de verzelfstandiging van Onderdendam. Uiteindelijk besloot men het op stemming te laten aankomen. Toen bleek dat  van de 113 aanwezigen zich 85 tégen en 28 vóor instituering van Onderdendam  verklaarden.

De gereformeerden uit Onderdendam kerkten voor de instituering van hun kerk in de kerk aan de Grotestraat in Bedum (). Deze foto werd voor 1920 genomen.
De gereformeerden uit Onderdendam kerkten voor de instituering van hun eigen kerk (in 1914) in het kerkgebouw aan de Grotestraat in Bedum. Deze foto werd voor 1920 genomen.

Naar een zelfstandige kerk.

De gezondheid van ds. Kok was er ondertussen echter niet beter op geworden. Vandaar dat hij de kerkenraad verzocht vrijgesteld te mogen worden van het preken en catechiseren in Onderdendam. De omliggende gemeenten zouden zijn werk misschien onderling kunnen verdelen. Dat was dus een goede gelegenheid om op 9 januari  1914 een gezamenlijke vergadering van kerkenraad en gemeenteleden uit Onderdendam te houden. Over het algemeen waren de aanwezigen toen van mening dat instituering van de kerk in Onderdendam goed zou zijn. De classis Groningen, waaronder Bedum ressorteerde, werd om advies gevraagd en ondertussen werden ook de gemeenteleden in Onderdendam op de hoogte gesteld.

Een commissie uit de classis kwam op 6 maart 1914 naar Onderdendam waar de pláatselijke commissie ook klaar zat. Opnieuw werd meegedeeld hoe de situatie was: 225 leden, financiële draagkracht fl. 425 per jaar plus de ruim fl. 200 aan kerkcollecten. Negen leden  zeiden niet mee te willen doen. Maar de kerken van Winsum, Warffum en Middelstum waren bereid om hun in Onderdendam en omgeving wonende gemeenteleden aan de nieuwe kerk over te dragen. Bedum had zelfs besloten aan Onderdendam gedurende tien jaar een jaarlijkse bijdrage van fl. 500 te geven zodra Onderdendam een eigen predikant zou hebben. Ds. Kok had op die bijeenkomst meegedeeld ‘hoe [goed] Onderdendam er voorstond in vergelijking met vele kleine kerkjes in Friesland waar ze óok een Predikant hebben’. Dáar lukte het, dus waarom dan niet in Onderdendam?

Geïnstitueerd (1914).

Al met al verliep de vergadering positief, want aan het eind van de bijeenkomst werd met algemene stemmen besloten, ‘de wenselijkheid uit te spreken dat Onderdendam zelfstandig optreedt, en ernstig pogingen aan te wenden de financiële bezwaren op te heffen’.

En toen ging alles snel: op 23 juni 1914 vergaderde een afvaardiging van de kerk van Bedum A met de commissie in Onderdendam om kerkenraadsleden te kiezen. Tot ouderlingen werden gekozen G. de Vries, W. Wierenga, P. Teune en A. Holwerda en tot diakenen J. Grashuis en J. Luidens. Op 19 juli 1914 werden zij door ds. J. Kok in het ambt bevestigd. ‘Ds. Kok sprak bij deze gelegenheid naar aanleiding van Openbaring 3 vers 8, er op wijzende dat evenals te Filadelfia ons een deur geopend is, nu de gemeente tot openbaring is gekomen’. Met de bevestiging van de ambtsdragers was de Gereformeerde Kerk te Onderdendam geïnstitueerd. Tenslotte werden officiële kennisgevingen verstuurd aan de Koningin en aan de Burgemeester.

Deze ansicht uit 1906 toont de kerk aan de Uiterdijk.
Deze ansicht uit 1906 toont de kerk aan de Uiterdijk (midden).

Natuurlijk moesten de grenzen tussen de kerken te Onderdendam, Middelstum en Bedum nog geregeld worden. Deze werden na nauwkeurige onderhandelingen precies vastgesteld. Daarbij werd aan sommige gemeenteleden van Onderdendam vrijheid gegeven in Middelstum of in Bedum te kerken, omdat ze daar dichterbij woonden dan bij Onderdendam.

Ook in Onderdendam werd van alles geregeld: er werd een Avondmaalsstel aangeschaft; de scriba zou als preekvoorziener fungeren (hij zou ervoor zorgen dat predikanten werden gevraagd om voor te gaan in de van Wiersema gekochte als kerk ingerichte woning aan de Uiterdijk); de catechisatiegroepen werden geregeld; de prijs voor het huren van zitplaatsen werd vastgesteld (hoekplaatsen fl. 1,50 per jaar, de andere fl. 1); desgewenst konden predikanten in een kamer bij juffrouw Luidens overnachten als ze in Onderdendam voorgingen; enz.

De eerste predikant (1919).

Nadat de kerk aan de Uiterdijk in 1916 vergroot werd, ging men drie jaar op zoek naar een pastorie. Die vond men aan Bedumerweg 22. Dat huis was eigendom van mej. Huisman die het op dat moment aan F. Driezen verhuurde. De koopprijs bedroeg fl. 5.000. De koop kwam goed uit, want de eerste predikant was in aantocht. Het was kandidaat H. Veldkamp (1895-1956), die  in 1919 aantrad en drie jaar in Onderdendam zou blijven. Op 30 november 1919 werd hij door ds. J.J. Miedema (1869-1936) van Groningen in het ambt bevestigd. Zijn intredepreek handelde over 2 Cor. 12 vers 9: ‘En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht’.

Ds. H. Veldkamp (), de eerste predikant van Onderdendam (foto: 100 jaar GK Onderdendam).
Ds. H. Veldkamp (1895-1956), de eerste predikant van Onderdendam (foto: ‘100 jaar GK Onderdendam’).

Omdat ter begeleiding van de gemeentezang in het kerkje nog steeds geen orgel aanwezig was, stelde de predikant aan de leden van de Jongelings- en Meisjesvereniging voor om een rondgang door de gemeente te houden om op die manier een orgel te kunnen aanschaffen. Dat had succes. Bij de fa. Steenhuis te Groningen kon met de opbrengst van fl. 345 een aanbetaling gedaan worden voor een orgel.

Verder werden nóg enkele min of meer opmerkelijke besluiten genomen: zo verzocht Onderdendam aan de gemeenteraad voortaan geen toestemming meer te geven voor het houden van een kermis in Onderdendam; in 1921 verzocht ds. Veldman de kerkenraad om de classis voor te stellen de ‘tweede feestdagen’ af te schaffen, maar de kerkenraad ging er niet mee akkoord; en hoewel eerder besloten was het verhuren van zitplaatsen eind 1920 af te schaffen, werd later tóch besloten ermee door te gaan: ‘Voortaan zal dit ‘bij opbod’ geschieden, met als inzet fl. 2,50’; en tenslotte: in 1925 kwam voor het eerst de bouw van een nieuwe kerk aan de orde.

De tweede predikant (1926).

Ds. H. Brink (), die in 1945 met de Vrijmaking meeging.
Ds. H. Brink (1898-1989), die in 1945 met de Vrijmaking meeging (foto: ‘100 jaar GK Onderdendam’).

Ds. Veldkamp vertrok in 1922 naar Anna Jacobapolder. Hij werd opgevolgd door ds. H. Brink (1898-1989), die van 1926 tot zijn ‘vrijmaking’ in 1945 in Onderdendam zou blijven. Tijdens zijn predikantschap werden verregaande beslissingen genomen.

Een nieuwe kerk (1933)!

De bouw van de nieuwe kerk (foto: NvhN, 1933).
De bouw van de nieuwe kerk (foto: NvhN, 1933).

Allereerst noemen we de bouw van een nieuwe kerk. De gemeente groeide en kon de aantallen kerkgangers niet goed meer bergen. Hoewel in 1925 al over nieuwbouw gesproken werd, kwam pas in 1931 de aankoop van een bouwterrein aan de orde, gelegen aan de Bedumerweg. Natuurlijk werd eerst een rondgang door de gemeente gehouden en werd de classis om toestemming gevraagd om ook in de classiskerken een rondgang voor het bouwfonds te mogen houden. De gemeentevergadering oordeelde in januari 1932 dat de kerkenraad, zij het voorzichtig, met de kerkbouwplannen zijn gang mocht gaan. In maart 1932 kreeg architect A. Wiersema uit Bedum daarom opdracht de kerk met consistorie te bouwen. Ontwerpen werden bestudeerd, men liet monsters van  stenen en dakpannen aanrukken en natuurlijk werd tijdens de bouw een gedenksteen boven de ingang van de kerk aangebracht, met als tekst: ‘Christus Jezus is in de wereld gekomen om de zondaren zalig te maken’. Die gebeurtenis vond plaats op 13 juli 1932. De kerk is geheel gebouwd in de stijl van de zgn. Amsterdamse School. Kenmerkend voor de Amsterdamse School is het gebruik van veel baksteen en het toepassen van versieringen in de gevels, in baksteen of gebeeldhouwd natuursteen.

De ingemetselde gevelsteen (foto: '100 jaar GK Onderdendam').
De ingemetselde gevelsteen (foto: ‘100 jaar GK Onderdendam’).

Op 12 januari 1933 werd de kerk van Onderdendam in gebruik genomen. Ds. Brink las als tekst Genesis 21 vers 6: ‘En Sara zeide: God heeft mij een lachen gemaakt. Al wie het hoort zal met mij lachen’. Er werd meteen ook gecollecteerd voor een nieuw orgel. Dit instrument werd op 21 juli 1936 geplaatst door de fa. Valckx en Van Kouteren te Rotterdam. De prijs van dit tweeklaviers orgel was fl. 2.500 en werd op 2 december dat jaar in gebruik genomen.

Meteen na de ingebruikneming van de kerk besloot de kerkenraad ook een nieuwe pastorie te bouwen. Deze zou – naast de kerk – ook in de stijl van de Amsterdamse School worden opgetrokken. De begroting kwam uit op fl. 5.500, volgens de kerkenraad aan de dure kant. Verder besloot de raad de zitplaatsenverhuur af te schaffen.  In de Gereformeerde Kerken ontstond steeds meer weerstand tegen die praktijk; sommigen meenden dat op die manier ‘des Heeren Huis tot een rovershol wordt gemaakt’ .

De nieuwe in 1933 in gebruik genomen gereformeerde kerk te Onderdendam.
De nieuwe in 1933 in gebruik genomen gereformeerde kerk te Onderdendam (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

De Vrijmaking (1945).

Natuurlijk bleven de kerkelijke moeilijkheden in de jaren ’40 ook in Onderdendam niet onbesproken. Ds. H. Brink, die op 9 mei 1926 als predikant in Onderdendam in het ambt bevestigd werd, zou daarin een leidende rol spelen, hoewel de Vrijmaking in Onderdendam slechts door enkele gemeenteleden werd gevolgd. Hoe dan ook,  een viertal leden wilde in augustus 1944 van de kerkenraad vernemen wat zijn standpunt was inzake de door velen bestreden synodebesluiten over de doop en het Verbond, en over de door even velen afgekeurde schorsing van prof. Schilder van Kampen. In de kerkenraad waren de meningen verdeeld. Ds. Brink las op de gemeentevergadering van maart 1945, ook over deze zaken, een soort van verklaring voor, waarmee hij zei de eenheid in de gemeente te willen veilig stellen.

In juli deelde ds. Brink echter aan de classis mee het met de synodebesluiten over de leerstellingen en over de schorsingen niet eens te zijn en kort daarop, op zondag 15 juli,  maakte de predikant na de middagdienst – zonder dat de kerkenraad daarvan op de hoogte gebracht was – bekend dat hij zich ‘vrijmaakte’. De dag daarop werd de brief ‘Aan mijn Gemeente!’ van ds. Brink verspreid waarin hij uitlegde waarom hij zich had vrijgemaakt. Wel deelde hij mee dat de kerkenraad en hij zonder wrok uiteen gegaan waren. De kerkenraad keurde goed dat de predikant tot de winter van 1945/1946 in de pastorie bleef wonen; maar op 1 september 1946 werd hij als predikant van de vrijgemaakte kerk te Krommenie in het ambt bevestigd.

onderdendam-brink-aan-mijn-gemeente-1

De brief van ds. Brink aan de gemeente van Onderdendam.
De brief van ds. Brink aan de gemeente van Onderdendam.

In Onderdendam werd pas op 5 maart 1950 een vrijgemaakte kerk geïnstitueerd; er waren toen welgeteld achtendertig leden. Het ledental is nooit boven de zevenenzestig uitgekomen.  Aanvankelijk kerkte men even in een gebouw aan de Bedumerweg, later werd een voormalige boerderij aan de Middelstumerweg gekocht en als kerkgebouw aangepast.

Naweeën.

Op 14 september 1945 maakte het landelijke (sinds 1945 vrijgemaakte) weekblad ‘De Reformatie’ een schrijven van ds. H. Brink publiek, onder de door redacteur dr. K. Schilder bedachte kop: ‘Het verraad wordt brutaler’. Op verzoek van prof. Schilder had ds. Brink namelijk het volgende op schrift gesteld: ‘Bij monde van ds. Kakes [van Bedum] werd mij namens de kerkenraad van Onderdendam  aangeboden dat ik voorlopig rustig in de pastorie mocht blijven wonen, dat mijn traktement door de kerkenraad zou worden doorbetaald, terwijl ik overal zou mogen preken en werken in en voor de vrijgemaakte kerken, mits ik níet werkte of preekte in Onderdendam. Toen ik dit voorstel van den hand had gewezen en een zaal vroeg om [de vrijgemaakte] ds. Van Dijk van Groningen voor voorlichting te laten optreden, was het antwoord behalve weigering van de zaal, dat ik, als eenige actie voor de Vrijmaking verder gevoerd werd, dadelijk de pastorie zou moeten verlaten’.

Prof. Schilder stelde aan de hand van dit briefje vast dat de predikant door de kerkenraad verraden zou zijn. Aanvankelijk reageerde de kerkenraad van Onderdendam niet op dit schrijven, maar ‘toen duidelijk werd dat prof. Schilder van dit schrijven gebruik maakte om propaganda voor de Vrijmaking te maken’, meende de kerkenraad er goed aan te doen weerwoord te leveren. Dat verscheen in de ‘Groninger Kerkbode’ van 5 januari 1946.

onderdendam-kerkbode-1

Het stuk van d kerkernaad in de Groninger Kerkbode.
Het stuk van de kerkenraad in de Groninger Kerkbode.

Daarin stak men allereerst de loftrompet over het trouwe ambtswerk van de predikant gedurende zovele jaren, maar voorts beschreef men de wérkelijke gang van zaken, die een heel ander licht op de zaak wierp dan de predikant had gedaan.

Opgeheven…

De vrijgemaakte kerk aan de ...
De vroegere vrijgemaakte kerk aan de Middelstumerweg.

Overigens werd de vrijgemaakte kerk van Onderdendam in 1972 opgeheven. De overwegingen die daartoe leidden waren het ledental, toen vijftig zielen, van wie enkelen bovendien ingeschreven stonden in een bejaardentehuis elders, terwijl  een drietal jonge gezinnen het gebouw huurden waar ook de kerkdiensten gehouden werden (en dat eigendom van de kerk was), maar ‘in de regel is het verblijf van deze gezinnen in Onderdendam een kwestie van enkele jaren’.  Verder woonde in het dorp nog één vrijgemaakt-gereformeerd gezin, terwijl de andere gemeenteleden buiten het dorp woonden. Uitzicht op het beroepen van een eigen predikant was er niet, terwijl ook de vervulling van de ambten uiterst moeilijk was. De leden van de kerk van Onderdendam voegden zich na de opheffing bij de grotere vrijgemaakte kerk van Bedum, die op 8 december 1944 geïnstitueerd was.

En verder…

Het liturgisch centrum van de kerk in Onderdendam (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).
Het liturgisch centrum van de kerk in Onderdendam (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Na het vertrek van ds. Brink werd al snel een nieuwe predikant in het ambt bevestigd ds. H.R. Groenevelt (1908-1986), die op 27 januari 1946 aan de kerk te Onderdendam verbonden werd en daar tot 1948 bleef. Na hem kwamen achtereenvolgens ds. A.J. de Bakker, die van september 1949 tot april 1956 predikant was, ds. J. Rinzema, van1956 tot 1958, ds. M.J. van Reenen (1931-2013) van 1959 tot 1964 en ds. J. Bezemer van 1968 tot 1972. Daarná werden predikanten beroepen in combinatie met andere kerken. Allereerst ds. J. de Vries (in samenwerking met Bedum en Zuidwolde (Gr.), die van 1976 tot 1983 aan die drie kerken verbonden was, ds. B.K. Breeman (in samenwerking met  Bedum) van 1985 tot 1988, en da. E.J. de Vries-Baarlink (opnieuw in samenwerking met Bedum) die van 1990 tot 2000 aan Bedum en Onderdendam verbonden was.

In 1996 werd de kerk met pastorie van Onderdendam (met het hekwerk) op de lijst voor monumenten voor jongere bouwkunst werden geplaatst.

De ledentallen van de Gereforeerde Kerk te Onderdendam tussen 1917 en .
De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Onderdendam tussen 1917 en 2015.

Het ledental van de Gereformeerde Kerk te Onderdendam daalde ondertussen al sinds 1947. Uiteindelijk werd besloten de kerk in december 2015 over te dragen aan de ‘Stichting Oude Groninger Kerken’. De kerk zal worden ingericht als ‘centrum  voor het inventariseren, rubriceren en exposeren van Amsterdamse School-gebouwen en -architecten op het Hogeland‘ (het noorden van de provincie Groningen).  Veel meer over de honderdjarige historie van de Gereformeerde Kerk te Onderdendam kan men lezen in het prachtige en overvloedig in kleur geïllustreerde gedenkboek dat in 2014 werd uitgegeven.

Bronnen onder meer:

A.J. de Bakker, Eben Haëzer. Herdenkingsrede veertig jaar Gereformeerde Kerk te Onderdendam 19 juli 1914-19 juli 1954. Onderdendam, 1954

H. Brink, Aan mijn Gemeente!, g.p., g.j. [Onderdendam, juli 1945]

Classis Groningen GKV, Overwegingen inzake het besluit te komen tot opheffing van het zelfstandig bestaan van de [vrijgemaakte] gemeente  te Onderdendam. Groningen, 1972

Groninger Kerkbode’, 1946 en De Reformatie, 1945

J. van der Laan, 150 jaar Gereformeerde Kerk Bedum. Bedum, 1986

J. Stol Dzn. (e.a.), 100 jaar Gereformeerde Kerk Onderdendam. 1914-2014. Onderdendam, 2014

© 2016. GereformeerdeKerken.info