De ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerk te ‘s-Gravenhage-West

Inleiding.

De Christelijke Afgescheidene Gemeente te ‘s-Gravenhage werd op 8 februari 1837 geïnstitueerd.  Over de ontstaansgeschiedenis van de Kerk van Den Haag  schreven we al eerder. We vermeldden daar ook dat de kerkenraad de tijd gekomen achtte om de Haagse Gereformeerde Kerk per 1 januari 1925 te splitsen in twee zelfstandige kerken, elk met een eigen kerkenraad en met eigen predikanten en kerkgebouwen.

WEen van de oudste Haagse gereformeerde kerken: die aan de Nobelstraatkerk van binnen (in gebruik van 1850 tot 1911.
Het interieur van een van de oudste Haagse gereformeerde kerken: die aan de Nobelstraat, in gebruik van 1850 tot 1911.

Het aantal leden van de kerk was sterk gegroeid en de massaliteit in het kerkelijk leven stond op de loer. Vandaar dat besloten werd tot de instituering van de Gereformeerde Kerk te ’s-Gravenhage Oost en ’s-Gravenhage West.

Tot de kerk van Oost behoorden de Noorderkerk van 1906 aan de Schuytstraat, de Westerkerk, die in 1888 aan de Lange Beestenmarkt in gebruik genomen was en de Oosterkerk van 1896 aan de Oranje Buitensingel. De Kerk van Den Haag-Oost had in 1925 ongeveer 6.400 leden.

1. De Gereformeerde Kerk te ‘s- Gravenhage-West tot 1955.

Tot de kerk van ’s-Gravenhage West behoorden de Nieuwe Zuiderkerk aan de Reitzstraat (in 1914 in gebruik genomen en zestig jaar later, in 1974 buiten gebruik gesteld), de Westduinkerk aan de Fahrenheitstraat (in 1925 geopend en in 1990 voor de eredienst gesloten), en een hulpkerk ‘aan het Kaapseplein bij de Langnekstraat’, die sinds 1925 gedurende enkele jaren als kerkgebouw dienst deed. Het Rusthuis in de Scheepersstraat bleef gemeenschappelijk eigendom van Oost en West, tot de kerk van Oost in 1932 een eigen gebouw aan de Groot Hertoginnelaan in gebruik nam. De kerk van Den Haag-West telde bij de kerksplitsing in 1925 ongeveer 5.800 leden, waarvan 3.100 belijdende en 2.700 doopleden.

Aan de Gereformeerde Kerk te Den Haag-West waren ten tijde van de Kerksplitsing in 1925 drie predikanten verbonden: ds. M. Schuurman (1859-1933), die op 12 december van het jaar daarop met emeritaat ging; dr. K. Dijk (1885-1968) die nog vele jaren aan de kerk van West verbonden was maar per 13 januari 1937 benoemd werd tot Hoogleraar aan de Theologische Hogeschool in Kampen en daarom als predikant emeritaat verkreeg, en dr. D.H.Th. Vollenhoven (1892-1926), die op 13 oktober 1926 benoemd werd tot hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Dr. K. Dijk (1885-1968).
Dr. K. Dijk (1885-1968).

Om te beginnen willen we eerst een korte blik werpen op de in 1925 in gebruik zijnde kerkgebouwen.

De Nieuwe Zuiderkerk.

De Nieuwe Zuiderkerk aan de Reitzstraat was, met haar 1.500 zitplaatsen, het grootste gereformeerde kerkgebouw niet alleen van ‘s-Gravenhage-West, maar tot dan toe ook het grootste van heel Den Haag. Het werd  in 1913/1914 gebouwd door aannemer P. Sipkes, ter vervanging van de Nobelstraatkerk. De architect was Th. Anema, net als Sipkes lid van de Gereformeerde Kerk van ’s-Gravenhage-West. De kerk telde 900 plaatsen in het schip en nog eens 600 verdeeld over de drie galerijen. Vóór en in de ‘twintiger jaren’ zat het  kerkgebouw zondag aan zondag, ’s morgens en ’s middags helemaal vol.

Met zoveel zitplaatsen waren de zes uitgangen en de drie nooduitgangen geen overbodige luxe. Achter de kerkzaal was een evangelisatielokaal gebouwd dat in twee gedeelten kon worden gesplitst en daarboven was de kosterswoning.

De Nieuwe Zuiderkerk.
De Nieuwe Zuiderkerk.

De ingebruikneming van de kerk vond plaats in een kerkdienst op 10 december 1913, met als voorganger ds. Js. van der Linden (1852-1926). In zijn toespraak wees hij er op hoe het leven in de Haagse Gereformeerde Kerk zich had ontwikkeld en dat gereformeerden in sommige straten soms huis-aan-huis woonden. Het door de fa. M. Vermeulen te Woerden gebouwde orgel werd op 23 mei 1917 in gebruik genomen.

Bekende predikers hebben in de Nieuwe Zuiderkerk historie gemaakt, zoals in de jaren 1916 tot 1925 ds. L. Douma (1873-1958) en ook daarna dr. K. Dijk, die zeer veel kerkgangers trokken.

De Westduinkerk.

De Westduinkerk aan de Fahrenheitstraat werd op 4 februari 1925, een maand na de kerksplitsing dus, met een plechtige dienst onder leiding van wijkpredikant ds. M. Schuurman ingewijd. In juli 1922 was door de Haagse kerkenraad een prijsvraag uitgeschreven, waarop maar liefst negenenzestig inzendingen kwamen. Het ontwerp van architect Logemann werd gekozen. Op 29 september 1923 legde dr. K. Dijk de eerste steen. En in de voorgevel zou, op initiatief van ds. Js. Van der Linden, als tekst gebeiteld worden: ‘Zalig zijn degenen, die het Woord Gods hooren en hetzelve bewaren’.  De aannemer was K.L.A. Weimar Jr. uit Den Haag. De bouwers hadden met veel slecht weer te maken: op niet minder dan 69 dagen kon niet worden gewerkt. Maar het resultaat mocht er zijn. Boven de ingangen aan de Hanenburglaan was een monumentale gevel ontworpen met glas-in-loodvensters. De zijgevels waren eenvoudig gehouden, evenals de toren, die 42 meter hoog was. Het middenschip was 16 ½ meter breed en 24 meter  diep. Alleen vóór het podium waren stoelen opgesteld, zodat die bij een avondmaalsviering  konden worden verwijderd om daar de avondmaalstafels te plaatsen.

Op den begane grond telde de kerk 868 zitplaatsen, op de drie galerijen 336, waar men via brede trappen een plaats kon zoeken. Boven het podium (met de preekstoel en de banken voor de ambtsdragers) was de orgelgalerij (het door de fa. G. van Leeuwen gebouwde orgel werd een paar maanden later geplaatst: ‘Velen moesten zich met een staanplaats tevreden stellen’).

In de kelder stonden drie ovens die circulerende koude lucht verwarmden; door een rooster in de vloer van de kerk kwam de warme lucht naar binnen. De kap was van vurenhout en donker geschilderd, terwijl in het interieur veel teakhout is gebruikt. Er waren vijf uitgangen. Brede trappen leidden naar de galerijen. Op het podium waren de banken voor ouderlingen en diakenen geplaatst.

De Westduinkerk.
De Westduinkerk.

In en na de oorlog.

In de Tweede Wereldoorlog lieten de Duitsers het gebied waar ook de Westduinkerk lag ontruimen ten behoeve van de bouw van de Atlantikwall.  Nadat de bewoners van het gebied geëvacueerd waren  werden meer dan 3.000 woningen gesloopt. Daar wilden de bezetters een tankgracht aanleggen. De toren werd voor de helft neergehaald en de beide luidklokken (luisterende naar de namen Rika en Maarten) zouden naar Duitsland afgevoerd worden; beide werden na de oorlog teruggevonden en konden eerst in 1958 in de inmiddels herbouwde, in verband met de nieuwbouw in de directe omgeving modernere, toren worden opgehangen.

Het ledental tot 1955.

Stond de teller van het ledental in 1925 bij de instituering van Den Haag-West nog op 5.800, tien jaar later was de kerk met drieduizend gemeenteleden tot  bijna 8.800 gegroeid. En deze groei zette gewoon door en bereikte in 1952 haar hoogtepunt met een totaal van 11.802 gemeenteleden. Daarmee was West ongetwijfeld de snelst groeide van de Haagse Gereformeerde Kerken. Geen wonder, want ook Den Haag groeide in westelijke richting onstuimig. In groot tempo werden daar huizen gebouwd en kwamen er gereformeerden wonen. Vandaar dat al vrij snel gedacht werd aan de bouw van een nieuwe kerk, het inleggen van nieuwe kerkwijken, het uitbreiden van het aantal predikantsplaatsen en daarmee tevens aan de uitbreiding van het aantal ambtsdragers.

De door de kerkenraad ingestelde te vervullen predikantsplaatsen groeiden met het aantal gemeenteleden mee. Had ’s-Gravenhage-West in 1925 nog drie predikanten, tien jaar later waren er vijf gemeentepredikanten (plus een predikant “voor de arbeid op Curaçao en onder de verstrooiden in Nederlands West-Indië”, zoals dat officieel heette). Wéér tien jaar later, in 1945, telde ‘West’ zes gemeentepredikanten én twee voor bijzondere werkzaamheden: nog steeds een predikant ‘voor Curaçao’, maar intussen ook een predikant voor de evangelisatiearbeid.

Door de sterke groei van de Gereformeerde Kerk van ‘West’ besloot de kerkenraad de kerk per 1 juli 1952 in twee zelfstandige kerken te splitsen. ‘West’ werd per die datum de moederkerk van de zelfstandige Gereformeerde Kerk ’s-Gravenhage-Moerwijk. Geen wonder dus dat het ledental van West daardoor terugliep, en wel  van de al eerder genoemde 11. 802 naar 9.672. Inmiddels waren aan de kerk van West negen predikantsplaatsen verbonden. Kortom het aantal dienstdoende predikanten hield naar verhouding gelijke tred met de groei van het ledental.

De kerkgebouwen tot 1955.

We vermeldden al dat bij de instituering in 1925 de Gereformeerde Kerk te ’s-Gravenhage West de beschikking had over drie kerkgebouwen. Dat waren de  Nieuwe Zuiderkerk, de Westduinkerk en de hulpkerk aan het Kaapscheplein bij de Langenekstraat. Deze hulpkerk moest in verband met geplande woningbouw al snel verdwijnen, en op 14 november 1926 werd daar de laatste dienst gehouden.

Terwijl het ledental nog ongeremd doorgroeide werden plannen gemaakt voor  de bouw van een grote nieuwe kerk, de Valkenboskerk, die met een eerste dienst op 18 december 1929 in gebruik genomen werd. De kerkenraadsvergaderingen werden vanaf toen niet meer in de Nieuwe Zuiderkerk, maar in de Valkenboskerk gehouden; daar werd ook het kerkelijk bureau gevestigd.  Tot 1938 bleven de Nieuwe Zuiderkerk, de Westduinkerk en de Valkenboskerk de drie kerken van West.

De Valkenboskerk.

De Valkenboskerk.
De Valkenboskerk.

Het nieuwe kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk van ‘s-Gravenhage-West aan de Zuiderparklaan werd woensdagavond 18 december 1929 in gebruik genomen. De architect was B. van Heyningen, wiens ontwerp uit zestien door gereformeerde architecten ingestuurde plannen werd gekozen. Het gebouw bestond, behalve uit de eigenlijke kerk met 1.000 zitplaatsen, uit een vergaderzaal voor 300 personen, een kantoorruimte, een wachtkamer, een predikantskamer, een kosterswoning en een toren van ruim dertig meter hoogte. De Valkenboskerk werd gebouwd  op het brede kruispunt van de Zuiderparklaan en de Loosduinsekade.

De kerk werd bijna geheel uit gewone rode baksteen opgetrokken en bestond uit drie groepen bebouwing, t.w. het eigenlijke kerkgebouw, de genoemde vergaderzaal waarboven zich de toren verhief en de administratieve afdeling. De vergaderzaal kon door rolluiken in drieën verdeeld worden, die elk een eigen ingang hadden en dientengevolge ook afzonderlijk gebruikt konden worden.

De kerkzaal was een vrijwel rechthoekige ruimte met een galerij, waarop tweehonderd personen een plaats konden vinden. Boven de kansel was  een bladvormig klankbord aangebracht. Voor het interieur van de kerk werden lichte kleuren gebruikt; de banken en verdere meubels waren  van donkerkleurig hout gemaakt. De vloer was met groen kurklinoleum belegd, terwijl achter de kansel een donkerrood tapijt was aangebracht. De aannemer was de firma L. Koolen. De bouw en de inrichting hebben ruim anderhalf jaar in beslag genomen en kostten ongeveer fl. 180.000.

Hulpkerken.

Door de snelle groei van de stad ten zuiden van de Troelstrakade moest ongeveer tien jaar na de ingebruikneming van de Valkenboskerk gezocht worden naar een plaats van samenkomst voor de gemeenteleden in het nieuwe stadsdeel. Deze werd gevonden in de bovenzaal van de kantine op het marktterrein aan de Marktweg. Van 4 september 1938 tot 23 augustus 1942 werden daar regelmatig kerkdiensten gehouden. Daarna werden zeven jaar lang, tot en met september 1946, weer alleen de drie kerkgebouwen gebruikt. Op de 29ste van die maand werd echter opnieuw een hulpkerk in gebruik genomen, nu het gymnastieklokaal van de Koningin Wilhelminaschool aan de Boerenstraat.

Ook in een heel ander stadsdeel moest een noodmatregel getroffen worden. Want vanaf 8 januari 1950 tot en met 30 december 1956 werden ook kerkdiensten gehouden in het lokaal Zonnebloemstraat 70, waar een deel van kerkwijk VII samenkwam. Dit lokaal werd echter na verloop van tijd te klein. Men zocht daarom naar een andere samenkomstgelegenheid en vond die met ingang van 6 januari 1957 in de Aula van het Tweede Vrijzinnig Christelijk Lyceum aan de Goudsbloemlaan. Daar konden zeshonderd kerkgangers een plaats vinden. Die ruimte werd tot 1956 gebruikt.

De Mirtekerk.

De Mirtekerk.
De Mirtekerk.

Op 2 september 1951, werd de door Den Haag-West gebouwde Mirtekerk aan de Vier Heemskinderenweg in gebruik genomen. Het was een rechthoekig gebouw zonder kerktoren. Het was dus de vierde kerk van ‘West’! Maar slechts gedurende tien maanden, want de Mirtekerk werd per 1 juli 1952 overgedragen aan de nieuwe Gereformeerde Kerk ’s-Gravenhage-Moerwijk, waarvan we al eerder melding maakten. Door de instituering van Moerwijk daalde het ledental van West, want bijna 1.900 gemeenteleden van deze kerk behoorden in het vervolg bij de nieuwe kerk van Moerwijk. In 1953 telde Den Haag-West 9.957 leden, en ’s-Gravenhage-Moerwijk 2.258 zielen.

Omdat de daling van het ledental van de kerk van ’s-Gravenhage-Moerwijk al meteen na haar instituering inzette, werd deze kerk per 1 april 1968 met de Gereformeerde Kerk te ’s-Gravenhage-Escamp samengevoegd. De Mirtekerk werd toen buiten gebruik gesteld en dient sinds die tijd als Baptistenkerk.

Het interieur van de Mirtekerk.
Het interieur van de Mirtekerk.

2. De ontwikkeling van ‘s-Gravenhage-West na 1955.

Zoals we zagen was 1952, wat het ledental van ’s-Gravenhage-West betreft, het omslagpunt. Sindsdien daalde het aantal gemeenteleden in rap tempo – en dit níet alleen door de zelfstandig wording van Moerwijk. Was het de kerk van ‘West’ die na 1925 van de vier Haagse Gereformeerde Kerken het snelst groeide, nog geen dertig jaar later zette een even snelle dáling van het ledental in. De oorzaak was aanvankelijk voornamelijk het grote aantal verhuizingen naar nieuwe wijken aan de rand van de stad. Maar later kwam  daar ook de ontkerkelijking bij, die overal in de Gereformeerde Kerken (maar daar niet alleen en niet het eerst) om zich heen greep.

Het ledental daalde via ruim 7.000 in 1965 en 4.700 in 1975 naar 2.900 in 1985. Maar ook daarna zette de krimp door. In 1995 telde de kerk van West nog 2.000 leden en drie jaar later nog slechts 1.300. Dat deze daling zich niet ooit nog eens zou omzetten in een toename van het ledental was duidelijk.

De Opstandingskerk.

Al vóór de Tweede Wereldoorlog was er behoefte aan een eigen kerkgebouw voor de gereformeerden in de zogenaamde Bloemenbuurt en de Vogelwijk. De vooroorlogse groei zette, zoals we zagen, ook na de oorlog nog enige jaren door. Vandaar dat men per 6 januari 1957 (na de week daarvóor het gymlokaal aan de Zonnebloemstraat te hebben verlaten) de Aula van het Tweede Vrijzinnig Christelijk Lyceum aan de Goudsbloemlaan betrok, waar zeshonderd zitplaatsen voorhanden waren. Het gebruik van de Aula heeft jarenlang geduurd, namelijk tot 1966.

Maar de kerkenraad zat ondertussen niet stil, want men maakte plannen voor de bouw van een ‘heus’ kerkgebouw. Aanvankelijk dacht men dat aan de Stokrooslaan te gaan bouwen, maar uiteindelijk vond men een stuk grond aan de Daal en Bergselaan. De kerk zou voorzien worden van een klokkentoren en men kreeg in de verkregen bouwvergunning het recht om de klokken ook daadwerkelijk te luiden.

Architectenbureau Pot en Keegstra uit Amsterdam kreeg de opdracht een schetsontwerp voor geplande de kerk te maken. De kosten daarvan bleken echter dermate hoog dat drie andere bureaus gevraagd werd plannen te maken. Uiteindelijk werd het goedgekeurde ontwerp een complex dat niet alleen uit een kerk bestond, maar waarbij tevens een verzorgingstehuis gebouwd werd, onderling verbonden door in elkaar overlopende gangen. De architecten die de plannen bedachten waren J. Cusell en A.H. Willems. Aannemersbedrijf A.J. Boone sleepte de bouwopdracht binnen. Opmerkenswaard is dat de kerk, zoals al opgemerkt, wél een luidvergunning kreeg, terwijl in het nieuwe plan van Cusell vanwege de hoge kosten géen klokkentoren opgenomen werd! De kerkzaal zou zeshonderd zitplaatsen bevatten en multifunctioneel gebouwd worden, met ónder de kerkzaal een zalencomplex. Nutsvoorzieningen als gas en elektriciteit werden gezamenlijk geregeld en alle kamers in het rusthuis, dat later de naam ‘Uitzicht’ kreeg, kregen via een radio contact met de kerkzaal.

Veel geheimzinnigheid…

De Opstandingskerk (tegenwoordig 'Bergkerk'). Foto: Reliwiki, A. van Dijk.
De Opstandingskerk (tegenwoordig ‘Bergkerk’). Foto: Reliwiki, A. van Dijk.

De eerste paal voor het nieuwe kerkgebouw werd op 6 april 1963 door wijkpredikant ds. B. Rietveld (1914-2002) de grond in gejaagd. De kerkbouw ging vanaf die tijd snel én … geheimzinnig! Want stiekem gaven de architecten en de aannemer aan torenbouwer H. Krijger de opdracht een toren te ontwerpen. Even geheimzinnig werd in de nacht van 13 op 14 oktober 1965 de toren mét twee luidklokken op een voetstuk naast het kerkgebouw geplaatst. Tegelijk bespeelde de organist ín de kerk het al geplaatste Verschueren-orgel en door de tevoren ingelichte burgerlijke gemeente werd erin voorzien dat een agent ’s nachts het verkeer regelde, want de bewoners in de omgeving van de kerk werden door nachtelijk lawaai gewekt en kwamen zich ijlings op de hoogte stellen van het schouwspel, dat met zoveel geheimzinnigheid omgeven was geweest.

De geheime toren...
De geheime toren…

De kerk in gebruik genomen.

Op donderdag 14 oktober 1965 werd de kerk in gebruik genomen en drie dagen later, op zondag 17 oktober 1965, werd in de bomvolle kerkzaal de eerste kerkdienst gehouden. De zogenoemde ‘Opstandingskerk’ was de twintigste  gereformeerde kerk in Den Haag en het negende dat na de Tweede Wereldoorlog gebouwd werd.

In 2002 werd de Opstandingskerk verbouwd, vanwege het samengaan van de gereformeerde Opstandingskerkgemeente en de hervormde Pauluskerkgemeente. De naam van de Opstandingskerk werd toen gewijzigd in ‘Bergkerk’. In de Bergkerk worden nog steeds diensten gehouden van de Protestantse Gemeente te ’s-Gravenhage.

Het interieur van de Opstandingskerk in 1965 (foto: Reliwiki).
Het interieur van de Opstandingskerk in 1965 (foto: Reliwiki).

De Nieuwe Zuiderkerk aan de eredienst onttrokken.

De Nieuwe Zuiderkerk, die in 1914 in gebruik genomen was, viel steeds meer ten prooi aan bouwvalligheid. Weliswaar probeerde de kerkenraad in de jaren 1956 tot 1958 de kerk van de ondergang te redden door een ingrijpende en kostbare restauratie, maar de onderhouds- en exploitatiekosten werden te hoog en bovendien liep het kerkbezoek al jaren terug, zodat in de loop van de jaren ’60 de zijgalerijen voor de kerkgangers gesloten werden; sterker, de banken werden daar zelfs verwijderd. De toekomst van het kerkgebouw werd steeds duidelijker…

Het interieur van de Nieuwe Zuiderkerk.
Het interieur van de Nieuwe Zuiderkerk.

Als gereformeerde kerk bleek de Nieuwe Zuiderkerk de jaren daarna een steeds geringere functie te hebben. De sociale teruggang van de wijk waarin het kerkgebouw was gesitueerd, de vergrijzing en de deconfessionalisering droegen er toe bij dat de exploitatie niet meer lonend was.  Vroeger woonden er zowel in de Reitzstraat, de Kochstraat als in de naaste omgeving vrijwel huis-aan-huis gereformeerden. Vóór, en nog tijdens de laatste wereldoorlog was het een bloeiende gemeente. Stampvol was de kerk nog tijdens de Oudejaarsavonddienst van 1965; er was nauwelijks nog een plaatsje te krijgen. Maar vooral de jaren daarna werd de teruggang steeds duidelijker.

Vandaar dat op vrijdagavond 4 januari 1974 de laatste kerkdienst werd gehouden onder leiding van de vroegere wijkpredikant, ds. S. Eringa (1905-1987), die van 1954 tot 1970 aan deze wijkkerk verbonden was. Hij keek in zijn toespraak op de voorbije jaren terug. Ds. A.C. van Beek (*1933), die vanaf 1973 tot de sluiting van de kerk wijkpredikant was, keek naar de toekomst. Hij wees op de toegenomen samenwerking met de hervormde gemeente van de Julianakerk aan de Kempstraat en concludeerde dat beide gemeenten bij elkaar hoorden. Aan het eind van de dienst werd de kanselbijbel gesloten en overgedragen aan de preses van de Kerkenraad Algemene Zaken. Gezang 397 uit het Liedboek voor de Kerken was het laatste lied dat in de kerk klonk: ‘O God, die droeg ons voorgeslacht’.

In 1973 waren de  kerk en het orgel in de verkoop gezet. Een makelaarskantoor kocht het, maar door het uitblijven van nieuwbouwplannen werd in de kerk brand gesticht, waarbij kerk en orgel verloren gingen.

De Gereformeerde Kerk van Den Haag-West hield in 1974 als bedehuizen over: de Westduinkerk aan de Hanenburglaan hoek Fahrenheitstraat, de Valkenboskerk aan de Zuiderparklaan hoek Loosduinsekade en de Opstandingskerk aan de Daal en Bergselaan.

Hoe het met de Westduinkerk afliep.

Het interieur van de Westduinkerk in de jaren '80.
Het interieur van de Westduinkerk in de jaren ’80.

Halverwege de jaren zeventig was de terugloop van het ledental van ‘West’ allang duidelijk; ook het kerkbezoek aan de Westduinkerk liep flink terug. Door verwijdering van een behoorlijk aantal banken onder de galerij bij de hoofdingang werd het aantal zitplaatsen teruggebracht tot negenhonderd. Zo ontstond daar een ontmoetingsruimte. Maar rond 1987 was het aantal kerkgangers teruggelopen tot ongeveer honderdvijftig. Het was dus niet vreemd dat de kerkenraad er over ging denken de kerk op termijn buiten gebruik te stellen. Wel werden door gemeenteleden allerlei activiteiten georganiseerd, met de opbrengst waarvan men de kerk open hoopte te kunnen houden, maar het mocht niet baten. In 1990 werd de Westduinkerk aan de eredienst onttrokken. Begin 1991 werd de kerk gesloopt; woningen en winkels vullen nu de plaats van de kerk. Het Van Leeuwenorgel uit 1925 kreeg in 1991 in de Chr. Geref. Eben-Haëzerkerk te Urk een nieuwe bestemming

De Kerksplitsing ongedaan gemaakt – en daarna.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te 's-Gravenhage-West tussen 1925 en 1995.
De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te ‘s-Gravenhage-West tussen 1925 en 1995.

Het ledental van de Gereformeerde Kerk te ’s-Gravenhage-West daalde sinds 1952 sterk.  Vandaar dat met de Gereformeerde Kerk te ’s-Gravenhage onderhandelingen werden aangeknoopt om tot fusie over te gaan. Deze fusie vond per 1 maart 1998 plaats.

De samenwerking van de Nieuwe Zuiderkerkgemeente en die van de hervormde Julianakerkgemeente  in de Kempstraat heeft nog geen twintig jaar geduurd; de ontkerkelijking  en de terugloop van het kerkbezoek noopten de kerkenraad om de Julianakerk in januari 1997 aan de eredienst te onttrekken. De kerk werd omgebouwd tot een multifunctioneel wijkcentrum.

Valkenboskerk buiten gebruik gesteld.

Het vernieuwde interieru van de Valkenboskerk.
Het vernieuwde interieur van de Valkenboskerk (foto: Reliwiki).

Na een ingrijpende verbouwing en herinrichting van de kerkzaal en andere werkzaamheden die meer dan 600.000 euro kostten, werd de Valkenboskerk in het weekeinde van vrijdag 11 tot zondag 13 februari 2011 weer in gebruik genomen. Bij de verbouwing werd duidelijk dat de degelijk verankerde kansel niet gesloopt kon worden. Zou die worden weggehaald, dan zou het hele gebouw instorten. Er werd een lang gordijn voorgehangen, dat het hele vroegere liturgische centrum aan het oog onttrok. Ook de oude banken waren weggehaald en vervangen door comfortabele kleurig beklede stoelen. Ook was de blikrichting van de gemeente omgedraaid. Verder was een tussenwand geplaatst, waardoor de kerkzaal kleiner en intiemer geworden was.

Maar de daling van het kerkbezoek ging gewoon door. Vandaar dat door de kerkenraad van de Protestantse Gemeente besloten werd de Valkenboskerk aan de eredienst te onttrekken.  Op 15 december 2013 werd de laatste kerkdienst gehouden: Hans Hemmes schreef: ‘Kaarsen worden aangestoken. Er staan afbeeldingen van de Valkenboskerk op met het onderschrift ‘1929-2013’. Zondag was de afscheidsdienst. Gemeenteleden geven elkaar het licht door. Het raakt iedereen. Als een lopend vuurtje gaan de kaarsen van hand tot hand. Een zachte, warme gloed verspreidt zich door de kerkzaal. De lichtbron is de Paarskaars. Hij brandt voor de laatste keer. Achter mij hoor ik gesnik Honderden aanwezigheden zijn er op de slotdienst. Deze kerk is 84 jaar geworden maar had alles in zich om de 100 te halen. Vandaag, zondag 15 december (…) wordt afscheid genomen van een stuk kerkgeschiedenis. Een gemeenschap valt uit elkaar. De gevoelens zijn erg gemengd. Sommigen hebben al onderdak gevonden in de Bosbeskapel of de Marcuskerk. Maar veel mensen weten nog niet waar ze straks de zondagsviering zullen doorbrengen. Voor ouderen die meer kerkfusies hebben meegemaakt, is dit misschien de allerlaatste kerkdienst.  (…) Het is geschiedenis geworden!’

Het vernieuwde interieur van de Valkenboskerk (foto: Reliwiki).
Het vernieuwde interieur van de Valkenboskerk (foto: Reliwiki).

De wijkgemeente Juliana-/Valkenboskerk bestaat nog wel, maar het aantal activiteiten neemt sterk af. De wijkgemeente maakt officieel deel uit van de zogenaamde ‘Combinatie 3’ van de Protestantse Gemeente van ‘s-Gravenhage (PGG). De combinatie bestaat verder uit Kerk in Laak en de Marcuskerk. Van de gereformeerde kerkgebouwen in Den Haag is alleen de Opstandingskerk nog over, maar onder de naam Bergkerk.

Bronnen en literatuur onder meer:

Jaarboeken ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland. 1920-2003

H.J.Ph.G. Kaajan, Dr. K. Dijk en de Westduinkerk. In: De Hoeksteen, 16e jrg., nr. 4, september 1987

H.J. Ph.G. Kaajan, De Nieuwe Zuiderkerk, de ‘kathedraal’ van de Gereformeerde Kerk van ’s-Gravenhage-West (1913-1973). In: De Hoeksteen, 17e jrg. nr. 2, april 1988

D. Pasman, Ontwikkeling Gereformeerde Kerk van ’s-Gravenhage-West, in: Jaarboekje Geref. Kerk ‘s-Gravenhage-West 1957. Den Haag, 1957

Vele persverslagen en websites

Website Bergkerk Den Haag

© 2016. GereformeerdeKerken.info