“Bij dit afscheid zijn weemoed en verdriet”

Laatste dienst in de voormalig gereformeerde kerk te Lewedorp.

Op 21 december 2025 heeft de laatste eredienst plaatsgevonden in de protestantse, voormalig gereformeerde kerk aan de Zandkreekstraat in Lewedorp op Zuid-Beveland. De kerk was overigens al eerder verkocht, maar zou nog ’tot 2026′ gebruikt worden.
De voormalig gereformeerde kerk te Lewedorp.

De voormalig gereformeerde kerk in Lewedorp maakte deel uit van de Protestantse Gemeente ‘Het Vierhuis’,  die nu alleen nog in Nieuwdorp en in ‘s-HeerArendskerke kerkdiensten houdt. Namens de kerkenraad werd aan de redactie van GereformeerdeKerken.info  meegedeeld dat men de sluiting van deze kerk betreurt, “want de  ervaring was altijd dat het een knus en fijn gebouw was om een dienst in  te vieren”.

De voorganger in de laatste dienst was mevrouw ds. M.J. Wisse. Medewerking aan de dienst werd verleend door de Cantorij.

De predikant sprak tijdens de preek onder meer woorden van de volgende strekking:

De predikant, ds. M.J. Wisse, tijdens de preek.

“Vandaag nemen we als Protestantse Gemeente ‘Het Vierhuis’ afscheid van  het kerkgebouw in Lewedorp. Afscheid nemen is een beetje sterven; het  betekent afstand nemen en loslaten van iets dat je lief is en dat in de loop van de jaren misschien wel een deel van jezelf is geworden. Ook afscheid nemen van een kerkgebouw doet pijn. Vele herinneringen zijn in dit huis opgeslagen. We dragen die herinneringen met ons mee. Voor ieder van ons is het anders: voor de een intenser dan voor de ander, maar ieder staat vanmorgen stil bij gebeurtenissen die hier plaatsvonden. Sommigen van ons werden hier gedoopt of lieten hun kinderen hier dopen, hebben hier belijdenis gedaan, beloofden elkaar trouw, hebben hun dierbaren van hier uitgedragen. Ambtsdragers werden hier bevestigd”.

Het liturgisch centrum in de kerkzaal.

“Zondag aan zondag, de laatste jaren een of twee keer per maand,  gingen in deze kerk de Schriften open. Bij dit afscheid zijn weemoed en verdriet: we weten dat de tijd veranderd is en dat we mee moeten veranderen. Het aantal kerkgangers is verminderd en we zaten te ruim in de gebouwen. Toch zijn er plaatsen waar we met met elkaar verder kunnen, maar het blijft moeilijk om dit kerkgebouw los te laten”.

“Er is ook dankbaarheid voor de plaats waar we God ontmoetten, waar we elkaar tegenkwamen en vriendschap ondervonden. Want de kerk is een plaats waar we elkaar niet voor het uitkiezen hebben, maar het is een gemeenschap waar we aan elkaar gegeven zijn als broeders en zusters. In de kerk kwamen we misschien voor het eerst in aanraking met schoonheid  en kunst, de schoonheid van de liturgie. Het is de plaats waar we verwondering hebben geleerd, het mysterie dat ons leven draagt. Zo’n plaats was voor velen de kerk hier aan de Zandkreekstraat. Dat dragen we straks dankbaar met ons mee. Dankbaarheid is er ook omdat het geloof, dat ons tot hiertoe gedragen en geïnspireerd heeft, niet stopt maar op  een andere plaats verder gaat. Er is weemoed, verdriet en dankbaarheid”.

Het orgel.

Afscheidswoorden namens de kerkenraad.

Namens de kerkenraad werden bij benadering de volgende woorden gesproken:

“We gaan de gang van de katholieke kerk in ons dorp. In Lewedorp zijn nu nul kerken. Dat doet erg zeer. In Borssele weten ze dat ook: zowel de gereformeerde als de hervormde kerk gingen dicht. Een kerksluiting is altijd iets tragisch. Lange tijd werd er geloofd, gehoopt, geleefd, gelachen, gebeden en gerouwd; dat is allemaal in deze kerk blijven hangen. Al die emoties gaan nu, na drieënzeventig jaar, weg. Vandaag zijn we hier voor het laatst. We hebben van dit gebouw gehouden, ervoor gewerkt en gespaard, we hebben het aangepast om het up-to-date te houden. Zoals bijvoorbeeld de verwarming: het begon met een kolenkachel achterin kerk, toen kwam er oliestook, daarna heteluchtverwarming (de roosters zitten er nog), en toen centrale verwarming en uiteindelijk vloerverwarming”.

Namens de kerkenraad werd iets verteld over de geschiedenis van de kerk.

“Er werd een consistorie aan de kerk gebouwd. De hal werd aangepast van klein naar ontzettend groot en mooi. Het orgel werd in de jaren ’80 helemaal verbouwd en tweemaal zo groot gemaakt, en er werd een nieuwe kast om heen gemaakt. De preekstoel en de banken werden verwijderd en er kwam een podium met een liturgisch centrum voor terug. Het gevolg daarvan was dat deze kerk een warme moderne plek werd, waar iedereen welkom was. Voorgangers kwamen hier altijd graag weer terug omdat ze het hier zo warm vonden”.

“Onze kerk is geen kerk van grote allure. De schoorsteen lijkt wat op een toren, maar die kwam er niet: dat was te duur. In 1953, zo gaat het verhaal, kwam iemand uit Walcheren ons kerkje bekijken, maar hij kon het niet vinden. Wel had hij een ‘aardappelbewaarplek’ gezien, dat achteraf de kerk bleek te zijn. Een kerk bestaat niet uit grootheid. Mensen uit Lewedorp hadden ook niet de wens er iets van allure neer te zetten, maar een gebruiksvoorwerp dat niet teveel mocht kosten. Die kleine mensen haalden fl. 26 000 bij elkaar aan leningen en giften, maar van hun armoedje. Een torentje was te duur. Het verhaal ging dat de banken nummers hadden. Je betaalde ‘zitgeld’ voor de plaats en dan mocht je er zitten. Elke bank nummerde men slechts van [zitplaats] 1 tot 9, dat scheelde cijfers. De fitting van het lampje, dat vijf minuten voor de aanvang van de dienst aan ging, ten teken dat alle zitplaatsen ‘vrij’ waren, is er nog”.

Klaar om de liturgische voorwerpen de kerkzaal uit te dragen…

Spreker herinnerde aan “al die gereformeerde mensen van vroeger die het mogelijk maakten om van hun spaargeld dit kerkje te bouwen. Al die mannenbroeders-kerkenraadsleden, die probeerden alles te doen wat goed was voor de kerk. De bouwer van de kerk zal er niet veel aan verdiend hebben. Spreker herinnerde aan de kosters, de organisten, de voorzitter van de Commissie van Beheer in de tijd dat het podium gemaakt werd en de banken verdwenen; al die vrijwilligers om de kerk schoon en draaiend te houden; alle voorgangers, die er waren aan het begin en aan het eind van ons leven. De eerste predikant was ds. Herman Wiersinga (1927-2020). “Hij bleef tot zijn dood toe ons Kerkblad lezen en had altijd nog contact met gemeenteleden hier. Hij was de voorganger in de dienst bij het vijftigjarig jubileum. Zelfs kwam hij hier tot op hoge leeftijd elk jaar een keer preken. ‘Daar mogen ze me wel geloof ik’, zei hij in een interview, en dat was wederzijds!”

Het kerkzegel van de vroegere Gereformeerde Kerk van Lewedorp.

Vanaf rond 1956 kerkten de hervormden en de gereformeerden hier allebei, maar aanvankelijk strikt gescheiden. In de jaren ‘60 kwam het Samen-op-Weg proces van gereformeerden en hervormden landelijk op gang. In die tijd kwamen hier toen gewoon kerkdiensten voor gereformeerden en hervormden samen. Dat is altijd zo gebleven. Zo is Nederland ons gevolgd…!

Afscheid van het kerkgebouw.

Tijdens het uitdragen van de liturgische voorwerpen…

Aan het eind van de dienst werd officieel afscheid genomen van het kerkgebouw. De predikant sprak bij verscheidene liturgische voorwerpen een kort gebed uit. Vervolgens werden de onder meer de kanselbijbel, de doopschaal, het avondmaalsstel, de paaskaars en de antependia (de kanselkleden) de kerkzaal uitgedragen.

Beeldverslag van de laatste dienst in Lewedorp >

Translation into English:

“At this farewell there is melancholy and sorrow”.

Final service in the former ‘gereformeerde’ church in Lewedorp.

On 21 December 2025, the final worship service took place in the Protestant, former ‘Gereformeerde’ church on Zandkreekstraat in Lewedorp, on Zuid-Beveland. The church had in fact already been sold earlier, but was still to be used “until 2026.”

The former ‘gereformeerde’ church in Lewedorp was part of the Protestant Congregation ‘Het Vierhuis’, which now holds services only in Nieuwdorp and in ’s-Heer Arendskerke. On behalf of the church council, the editors of GereformeerdeKerken.info were informed that the council regrets the closure of this church, “because the experience was always that it was a cozy and pleasant building in which to celebrate a service.”

The minister in the final service was Rev. Ms. M.J. Wisse.

During the sermon, the minister spoke, among other things, words with the following purport:

“Today, as the Protestant Congregation ‘Het Vierhuis,’ we are saying farewell to the church building in Lewedorp. Saying farewell is a little like dying; it means taking distance and letting go of something you love and that over the years may well have become part of yourself. Saying farewell to a church building also hurts. Many memories are stored in this house. We carry those memories with us. For each of us it is different: for one more intensely than for another, but each of us pauses this morning to reflect on events that took place here. Some of us were baptized here or had our children baptized here, made profession of faith here, promised each other fidelity, carried our loved ones out from here. Office-bearers were installed here.”

“Sunday after Sunday, in recent years once or twice a month, the Scriptures were opened in this church. At this farewell there is melancholy and sorrow: we know that times have changed and that we must change with them. The number of churchgoers has declined and we had more buildings than we could fill. Even so, there are places where we can continue together, but it is difficult to let go of this church building.”

“There is also gratitude for the place where we encountered God, where we met one another and experienced friendship. For the church is a place where we do not get to choose one another, but a community in which we are given to one another as brothers and sisters. In the church we may, for the first time, have come into contact with beauty and art, the beauty of the liturgy. It is the place where we learned wonder, the mystery that sustains our lives. Such a place, for many, was the church here on Zandkreekstraat. We will soon carry that with us in gratitude. There is also gratitude because the faith that has carried and inspired us thus far does not end, but continues in another place. There is melancholy, sorrow, and gratitude.”

Farewell words on behalf of the church council.

On behalf of the church council, approximately the following words were spoken:

“We are now going the way of the Catholic church in our village. In Lewedorp there are now zero churches. That hurts deeply. In Borssele they know that too: both the ‘gereformeerde’ and the Hervormde church closed there. A church closure is always something tragic. For a long time people believed, hoped, lived, prayed, mourned, and laughed here; all of that has remained hanging in this church. All those emotions are now leaving, after seventy-three years. Today we are here for the last time. We loved this building, worked for it and saved for it; we adapted it to keep it up to date. Take the heating, for example: it started with a coal stove at the back of the church, then came oil heating, then hot-air heating (the grilles are still there), and then central heating and eventually underfloor heating.”

“A consistory was added to the church. The hall was changed from small to tremendously large and beautiful. In the 1980s the organ was completely rebuilt, twice as large, and a new case was built around it. The pulpit and the pews were removed and a platform with a liturgical center was put in their place. The result was that this church became a warm, modern place, where everyone was welcome. Ministers always liked to return here because they found it so warm.”

“Our church is not a church of great grandeur. The chimney looks somewhat like… In 1953, so the story goes, someone from Walcheren came to look at the little church, but he could not find it. What he did see was a ‘potato storage place,’ which turned out to be the church. A church does not consist of grandeur. The people of Lewedorp also did not have the desire to put something of grandeur there, but rather a utilitarian object that should not cost too much. Those small people raised 26,000 guilders through loans and gifts, but out of their poverty. A little tower was too expensive. The story went that the pews had numbers. You paid ‘seat money’ for a place and then you were allowed to sit there. Each pew was numbered from [seat] 1 to 9; that saved digits. The fitting of the little lamp that went on five minutes before the start of the service, as a sign that all seats were ‘free,’ is still there.”

The speaker recalled “all those ‘gereformeerde’ people from earlier days who made it possible to build this little church out of their savings. All those church council members, those ‘brother-men,’ who tried to do everything that was good for the church. The builder of the church will not have earned much from it. The sextons, the organists, the chair of the Property Management Committee at the time when the platform was built and the pews disappeared. And so many others: all those volunteers to keep the church clean and running. All the ministers, who were there at the beginning and at the end of our lives. The first minister was Herman Wiersinga (1927-2020). He continued to read our church magazine until his death and always remained in contact with members of the congregation here. He was the minister in the service at the fiftieth anniversary. He even came here once a year to preach until an advanced age. ‘I think they like me there,’ he said in an interview—and that feeling was mutual!”

From around 1956 onward, the Hervormd and the ‘gereformeerde’ congregations both worshiped here, but strictly separated. In the 1960s, the national process of “Together on the Way” between ‘gereformeerd’ and Hervormd churches got underway. Gradually, ordinary joint services for ‘gereformeerde’ and Hervormd members began to take place here. That has always remained so. In that way, the Netherlands followed us.

Farewell to the church building

At the end of the service, official farewell was taken of the church building. At various liturgical objects, the minister spoke a short prayer. Subsequently, among other things, the pulpit Bible, the baptismal bowl, the communion set, the Paschal candle, and the antependia (the pulpit cloths) were carried out of the church hall.