Presentatie van een diepgaande studie over het verzet van predikanten in de Tweede Wereldoorlog: “Verberg de verdrevenen”.
De boekpresentatie van Verberg de verdrevenen – Predikanten die Joden hielpen 1940–1945van Geert Hovingh, die vandaag, woensdag 15 april 2026, plaatsvond, vormt de bekroning van jarenlang intensief en volhardend onderzoek.
Het nieuwe boek met op de omslag de toen gereformeerde Breepleinkerk in Rotterdam.
Het monumentale werk – ruim 1040 pagina’s dik, verschenen in de AD-Chartasreeks en geprijsd rond de vijftig euro – is niet alleen een indrukwekkend historisch naslagwerk, maar vooral een bewuste poging tot wat de auteur zelf noemt: “eerherstel voor de kerken”.
Ds. Rinze Douma (1910-1945).
De directe aanleiding voor Hovinghs studie ligt in de schuldbelijdenis die de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in 2020 uitsprak over haar houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. Volgens de PKN hebben de kerken destijds te veel gezwegen of weggekeken bij de Jodenvervolging. Hovingh was over die zijns inziens onterechte schuldbelijdenis verontwaardigd en reageerde daar dus kritisch op. Naar zijn overtuiging was deze schuldbelijdenis onvoldoende gebaseerd op breed historisch onderzoek en miskent zij de vele predikanten en kerkleden die juist actief hulp boden aan Joodse medemensen. Zijn boek wil die onderbelichte geschiedenis alsnog zichtbaar maken.
Centraal in Verberg de verdrevenen staan 606 gedocumenteerde levensverhalen van predikanten die tijdens de oorlog betrokken waren bij hulp aan Joden – bijna een kwart van alle Nederlandse dominees in die tijd. Het gaat daarbij om uiteenlopende vormen van hulp: het bieden van onderduikplaatsen, het regelen van voedselbonnen, het verspreiden van illegale lectuur en soms zelfs actieve deelname aan het verzet. Dat percentage van circa 25 procent is opvallend hoog, temeer daar aannemelijk is dat nog veel meer hulpgevallen nooit zijn vastgelegd. Binnen het verzet waren gereformeerden bovendien verhoudingsgewijs sterk vertegenwoordigd.
Ds. L. Touwen (1894-1944).
Zeshonderdzes beschreven voorbeelden…
De kracht van het boek ligt vooral in de vele concrete en vaak ontroerende verhalen. Zo beschrijft Hovingh hoe een predikant, uit respect voor zijn Joodse onderduikers, tijdens de maaltijd uitsluitend uit het Oude Testament las – een gewoonte die hij zelfs volhield toen Duitse soldaten bij hem in huis werden ingekwartierd. In een ander aangrijpend voorbeeld vertelt Hovingh over een dominee uit Wanswerd, die een Joods echtpaar verborgen hield en hen bij een verhuizing in boekenkisten liet meereizen. Dankzij een afgesproken liedje zorgde de verhuizer ervoor dat er onderweg af en toe luchtpauzes waren. Het echtpaar overleefde de oorlog en bouwde later zelfs een bestaan op in de internationale filmwereld.
Dergelijke verhalen maken duidelijk dat hulpverlening zelden een toevallige of eenmalige daad was. Vaak ging het om weloverwogen keuzes, ingegeven door geloofsovertuiging, medemenselijkheid of politieke overtuiging. Predikanten waren daarbij vaak een eerste aanspreekpunt voor onderduikzoekers: hun maatschappelijke positie, hun beroepsgeheim en hun relatief ruime pastorieën maakten hen bij uitstek geschikt om hulp te bieden. Opvallend is dat zowel orthodoxe als meer vrijzinnige, en zelfs politiek links georiënteerde (“rode”) predikanten zich inzetten – en dat ook vrouwelijke predikanten hierin een rol speelden.
Ds. P.H. Wolfert (1902-1945).
Het boek staat niet op zichzelf binnen Hovinghs werk. Eerder publiceerde hij al over de rol van predikanten in oorlogstijd, soms in samenwerking met wijlen dr. Jan Ridderbos, die hem ook inspireerde tot dit grootschalige onderzoek. Sinds zijn emeritaat in 2011 werkte Hovingh vrijwel onafgebroken aan deze studie, waarbij hij gebruikmaakte van archieven, bibliotheken, digitale bronnen en mondelinge getuigenissen. Zijn bevindingen publiceerde hij tussentijds, wat reacties opleverde uit binnen- en buitenland en zelfs leidde tot nieuw contact met overlevenden.
Het werk heeft daarmee niet alleen een historisch, maar ook een persoonlijk en moreel gewicht. Hovingh hoopte aanvankelijk op dit onderzoek te promoveren, maar ziekte maakte dat onmogelijk. Des te indrukwekkender is het dat dit monumentale boek alsnog voltooid kon worden, mede dankzij de steun van zijn vrouw.
Naslagwerk.
Verberg de verdrevenen is geen gemakkelijk leesboek; het is eerder een zorgvuldig opgebouwd naslagwerk, rijk aan detail en documentatie. Juist daarin ligt echter de waarde. Hovingh levert een stevige bijdrage aan de historiografische discussie over de rol van de kerken in de oorlog. Zonder tekortkomingen te ontkennen, laat hij overtuigend zien dat er binnen diezelfde kerken ook een brede en moedige tegenbeweging bestond.
Ds. G.Chr.H. Plantagie (1897-1945).
Met zijn omvang, diepgang en duidelijke stellingname dwingt dit boek respect af én nodigt het uit tot verdere bezinning. Het is daarmee een belangrijk werk voor iedereen die zich wil verdiepen in de complexe geschiedenis van kerk en samenleving tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Geert Hovingh, Verberg de verdrevenen. Predikanten die Joden hielpen 1940-1945. Gepubliceerd in de AdChartasreeks, 2026. 1040 pagina’s. 49,99 euro. ISBN: 9789055606597.
Translation into English:
“Restoration of Honor for the Church”.
Presentation of an in-depth study on the resistance of ministers during the Second World War: “Hide the Persecuted.”
The presentation of Hide the Persecuted – Ministers Who Helped Jews 1940–1945 by Geert Hovingh today, Wednesday, April 15, 2026, marks the culmination of years of intensive and persistent research.
This monumental work—1,040 pages long, published in the AD Chartas series and priced at around fifty euros—is not only an impressive historical reference book, but above all a deliberate attempt at what the author himself calls “restoration of honor for the churches.”
The immediate aanleiding (cause) for Hovingh’s study lies in the confession of guilt issued by the Protestant Church in the Netherlands (PKN) in 2020 regarding its stance during the Second World War. According to the PKN, the churches at the time too often remained silent or looked away during the persecution of the Jews. Hovingh was outraged by what he considers this unjustified confession of guilt and responded critically. In his view, this confession was insufficiently based on broad historical research and fails to acknowledge the many ministers and church members who actively helped their Jewish fellow citizens. His book aims to make this underexposed history visible after all.
At the heart of Hide the Persecuted are 606 documented life stories of ministers who were involved in helping Jews during the war—nearly a quarter of all Dutch clergy at the time. This assistance took many forms: providing hiding places, arranging food ration coupons, distributing illegal literature, and sometimes even active participation in the resistance. That figure of approximately 25 percent is strikingly high, especially since it is likely that many more cases of aid were never recorded. Within the resistance, members of the ‘gereformeerde’ tradition were also proportionally strongly represented.
Six hundred and six documented examples…
The strength of the book lies above all in its many concrete and often moving stories. For example, Hovingh describes how one minister, out of respect for his Jewish people in hiding, read exclusively from the Old Testament during meals—a practice he even maintained when German soldiers were billeted in his home. In another poignant example, Hovingh recounts the story of a minister from Wanswerd who hid a Jewish couple and had them transported during a move inside book crates. Thanks to a prearranged song, the mover ensured that there were occasional “air breaks” along the way. The couple survived the war and later built a life in the international film world.
Such stories make clear that providing help was rarely a random or one-time act. It often involved deliberate choices, inspired by religious conviction, compassion, or political beliefs. Ministers were frequently a first point of contact for those seeking hiding places: their social position, professional confidentiality, and relatively spacious parsonages made them particularly well suited to offer assistance. Notably, both orthodox and more liberal, and even politically left-leaning (“red”) ministers were involved—and women ministers also played a role.
The book does not stand alone within Hovingh’s body of work. He had previously published on the role of ministers during wartime, sometimes in collaboration with Jan Ridderbos, who also inspired him to undertake this large-scale research project. Since his retirement in 2011, Hovingh worked almost continuously on this study, drawing on archives, libraries, digital sources, and oral testimonies. He published his findings along the way, which generated responses from both the Netherlands and abroad and even led to renewed contact with survivors.
The work thus carries not only historical but also personal and moral weight. Hovingh initially hoped to obtain a doctorate based on this research, but illness made that impossible. All the more impressive, then, that this monumental book was ultimately completed, thanks in part to the support of his wife.
Reference work
Hide the Persecuted is not an easy book to read; it is rather a carefully constructed reference work, rich in detail and documentation. Yet that is precisely where its value lies. Hovingh makes a substantial contribution to the historiographical debate about the role of the churches during the war. Without denying shortcomings, he convincingly shows that within those same churches there was also a broad and courageous counter-movement.
With its scope, depth, and clear position, this book commands respect and invites further reflection. It is therefore an important work for anyone wishing to delve into the complex history of church and society during the Second World War.
Geert Hovingh, Hide the Persecuted. Ministers Who Helped Jews 1940–1945. Published in the AD Chartas series, 2026. 1,040 pages. €49.99. ISBN: 9789055606597