Inleiding.
De Gereformeerde Kerken in Nederland (en hun voorgangers) lieten zich ook nadrukkelijk kennen uit de door hen uitgegeven Jaarboekjes, c.q. Jaarboeken, c.q. Handboeken. Velen maakten er gebruik van bij hun kerkelijk werk of bij de studie van (de (geschiedenis van) De Gereformeerde Kerken in Nederland, afkomstig uit Afscheiding en Doleantie.

Al lange tijd geleden begon de redactie van GereformeerdeKerken.info met een diepgaande bestudering van deze uitgaven. Om – in grote lijnen – wat meer duidelijkheid en systematiek te brengen in deze kerkelijke bronnen stelden we onderstaand overzicht samen. Daarvoor maakten we gebruik van de complete serie uitgaven waarvan hieronder sprake is.
Anderhalve eeuw kerkelijk leven in druk (1856–2004).
De geschiedenis van de Jaarboeken en Handboeken van de Gereformeerde Kerken is veel meer dan de geschiedenis van een willekeurige reeks administratieve uitgaven. Zij geeft de ontwikkeling weer van het gereformeerde kerkelijke leven vanaf Afscheiding (1834), Doleantie (1886) Vereniging (1892), tot aan het einde van De Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) in 2004, toen ze opgingen in de Protestantse Kerk in Nederland (de PKN). Wie deze uitgaven bestudeert of gewoon doorbladert, volgt niet alleen de ontwikkeling van gemeenten en predikanten, maar ziet ook hoe het kerkverband zich organisatorisch, maatschappelijk en geestelijk ontwikkelde.
De jaarboeken begonnen als eenvoudige adres- en naamlijsten, maar groeiden geleidelijk uit tot omvangrijke naslagwerken van honderden pagina’s. Zij bevatten kerkelijke statistieken, synodale besluiten, gegevens over onderwijs en zending, overzichten van Deputaatschappen, necrologieën en jaaroverzichten. Samen vormen zij een vrijwel ononderbroken administratieve kroniek van de gereformeerde wereld gedurende anderhalve eeuw.
1. De voorlopers: de Jaarboekjes van de Afscheiding (1856–1916).
– Na de Afscheiding van 1834 ontstond behoefte aan onderlinge communicatie tussen de verspreid liggende gemeenten. In de eerste decennia gebeurde dat via kerkelijke almanakken en eenvoudige naamlijsten. Vanaf 1856 verscheen echter een officiële uitgave onder de titel Jaarboekje voor de Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk in Nederland.

Deze reeks liep door tot 1916, dus tot ver ná de ‘Vereniging van 1892’ (deze Jaarboekjes werden inmiddels volledig gedigitaliseerd). De eerste Jaarboekjes waren bescheiden van omvang, doorgaans niet meer dan dertig tot zestig pagina’s. Hun inhoud was voornamelijk administratief en bestond onder meer uit:
- een overzicht van de gemeenten;
- namen van predikanten en kandidaten;
- de classicale en particuliere (provinciale) indeling;
- synodale besluiten;
- kerkelijke statistieken;
- soms korte historische notities en adressen van kerkelijke instellingen.
- lijst met dagteksten
- marktberichten (!)
- zon- en maanstanden (!)
- eb- en vloedtijden (!)
De functie was vooral praktisch: een betrouwbaar kerkelijk adresboek voor predikanten, kerkenraden en actieve gemeenteleden.
– In 1869 verenigden de Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk onder het Kruis zich tot de Christelijke Gereformeerde Kerk. De Jaarboekjes veranderden – ook in de kerkelijke naamgeving – mee: Jaarboekje voor de Christelijke Gereformeerde Kerk.
– In 1892 verenigden de Christelijke Gereformeerde Kerk en de in 1886 ontstane Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende) zich tot De Gereformeerde Kerken in Nederland. De naamgeving veranderde uiteraard ook: Jaarboekje voor De Gereformeerde Kerken in Nederland. Zo ging het verder tot en met de uitgave van 1916.

De omvang was vanaf 1869 intussen geleidelijk tot ruim boven de honderd pagina’s gegroeid. Naast de al genoemde onderdelen verschenen nu uitvoeriger kerkelijke statistieken, overzichten van zendingswerk, gegevens over de Theologische School, financiële fondsen en kerkelijke instellingen. Daarmee weerspiegelden de Jaarboekjes de snelle groei van een steeds beter georganiseerde landelijke kerk.
2. De Doleantie en het Handboek (1889–1916).

Naast de kerken van de Afscheiding ontstonden vanaf 1886 de kerken van de Doleantie onder leiding van onder anderen dr. Abraham Kuyper (1837-1920). Zij kozen vanaf 1889 voor een andere vorm van documentatie: het Handboek ten dienste van de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende).
De keuze voor de naam Handboek was veelzeggend. Waar de Jaarboekjes van de Afscheiding vooral registreerden, wilde de Doleantie een praktisch werkboek bieden voor bestuurders en ambtsdragers. Het Handboek bevatte niet alleen adressen en statistieken, maar ook kerkordelijke informatie, synodale regelingen, gegevens over scholen, verenigingen, de kerkelijke pers, zending en onderwijs. Tevens werden necrologieën van overleden predikanten opgenomen.

Het Handboek bood uitgebreide informatie over onder meer:
- de landelijke kerkelijke organisatie;
- deputaatschappen;
- onderwijsinstellingen;
- de Theologische School te Kampen en de Vrije Universiteit;
- zending en evangelisatie;
- kerkelijke pers;
- gemeenten en predikanten;
- statistische overzichten.
Hier werd duidelijk zichtbaar hoe sterk de gereformeerde wereld zich organisatorisch ontwikkelde.
Het Handboek kreeg daardoor al spoedig het karakter van een officieel kerkelijk naslagwerk waarin de organisatie van het jonge Dolerende kerkverband zichtbaar werd. Maar het Handboek bleef ook na de Vereniging van 1892 gewoon doorgaan, zij het dat de kerkelijke naamgeving in de titel van het Handboek wijzigde in Handboek ten dienste van De Gereformeerde Kerken in Nederland. De publicatie van het Handboek ging door tot en met de jaargang van 1916.
3. Na de Vereniging van 1892.
Zoals we hierboven al aangaven verschenen zowel het Jaarboekje voor de Christelijke Gereformeerde Kerk als het Handboek ten dienste van de Nederduitsche Gereformeerde Kerken ook na 1892, toen beide kerkgenootschappen zich verenigden tot De Gereformeerde Kerken in Nederland, al werd de naamgeving van beide uitgaven aangepast aan de nieuwe naam van de kerk.
Waarom zo lang twee jaarboeken naast elkaar (1893-1916 )?
De belangrijkste redenen waren:
- Verschillende kerkelijke administraties – De beide kerkengroepen hadden vóór 1892 ieder een eigen landelijke organisatie, eigen Deputaatschappen, eigen adressenbestanden en een eigen uitgever. Die administraties werden niet onmiddellijk samengevoegd.
- Onvolledige plaatselijke ‘Vereniging’ – Hoewel de landelijke Vereniging in 1892 een feit was, waren veel plaatselijke gemeenten nog niet verenigd. In tal van plaatsen bestonden jarenlang naast elkaar een voormalige Afgescheiden gemeente en een voormalige Dolerende kerk, die elk hun eigen kerkenraad, predikant, kerkgebouw(en) en administratie behielden, ook al behoorden beide officieel al tot hetzelfde kerkverband.
- Verschillende doelgroepen – Het Jaarboekje van de voormalige Christelijke Gereformeerde Kerk bleef vooral de gegevens van de uit de Afscheiding afkomstige gemeenten bevatten, terwijl het Handboek van de voormalige Nederduitsche Gereformeerde Kerken zich vooral richtte op de gemeenten uit de Doleantie. Voor praktische doeleinden vonden veel kerken en ambtsdragers het nuttig hun vertrouwde uitgave te blijven gebruiken. Overigens werden in beide uitgaven ook de meeste gegevens van de fusiepartner opgenomen (zij het soms minder nauwkeurig). Met andere woorden: de uitgaven begonnen meer en meer op elkaar te lijken.
- Traditie en uitgeversbelangen– Beide jaarboeken hadden een vaste lezerskring en werden door verschillende uitgevers verzorgd. Er bestond aanvankelijk weinig aanleiding om één van beide onmiddellijk op te heffen.
- Geleidelijke kerkelijke eenwording – Pas naarmate de plaatselijke verenigingen vrijwel overal tot stand kwamen en de landelijke administratie steeds meer werd geïntegreerd, ontstond de behoefte aan één officieel naslagwerk voor het gehele kerkverband.
4. Waarom eindigde de dubbele uitgave in 1916?

Rond 1916 was de organisatorische eenwording van De Gereformeerde Kerken in Nederland grotendeels voltooid. Vrijwel alle (maar nadrukkelijk niet alle!) plaatselijke gemeenten waren inmiddels verenigd, de landelijke administratie functioneerde als één geheel en een afzonderlijk jaarboek voor elk van de twee historische stromingen kreeg steeds minder praktische betekenis. Vanaf dat moment verscheen één gezamenlijk Jaarboek ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland, waarin alle gemeenten, predikanten en kerkelijke instellingen waren opgenomen. In het eerste Jaarboek ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland (1917) wordt over de eenwording van het Jaarboek uitleg gegeven.

De kern van de zaak…
De twee jaarboekjes c.q. handboeken weerspiegelden dus uiteraard niet dat er na 1892 nog twee landelijke kerkverbanden naast elkaar bestonden, al was dat hier en daar plaatselijk nog zeker wel het geval, omdat de onderhandelingen over samengaan op nogal wat plaatsen meer tijd in beslag namen. De beide jaarboeken waren vooral een uitdrukking van de langdurige overgangsperiode waarin de voormalige Afgescheiden Gemeenten en Dolerende Kerken administratief, plaatselijk en organisatorisch nog geleidelijk naar een volledige eenheid toegroeiden. De landelijke vereniging van 1892 was juridisch een feit, maar de praktische en plaatselijke uitwerking ervan nam nog bijna een kwart eeuw in beslag.
Via Jaarboekje en Handboek naar Jaarboek (1917–2004).
Vanaf 1917 verscheen, zoals al aangegeven, de uitgave onder de nieuwe titel Jaarboek [ten dienste] van De Gereformeerde Kerken in Nederland, De naamwijziging was meer dan een cosmetische verandering. Het nieuwe Jaarboek werd steeds meer een jaarlijkse momentopname van het gehele kerkverband. De administratieve gegevens bleven behouden, maar daarnaast verschenen uitvoerige kerkelijke jaaroverzichten en beschrijvingen van de ontwikkelingen binnen de kerken.

Gedurende de twintigste eeuw kreeg het Jaarboek een tamelijk vaste opbouw met rubrieken als:
- gemeenten per classicaal (en ‘particulier synodaal’) verband;
- predikantenregister;
- kandidaten en emeriti;
- kerkelijke statistieken;
- deputaatschappen;
- zending en evangelisatie;
- theologische opleidingen;
- kerkelijke organisaties;
- jaaroverzichten;
- In Memoriam-artikelen van overleden predikanten (vaak – niet altijd – met foto’s, al dan niet als losse bijlage.
Na 1960 verbreedde de inhoud zich verder met aandacht voor oecumenische contacten, ontwikkelingssamenwerking, buitenlandse partnerkerken, gespecialiseerde Deputaatschappen en kerkelijke beleidsontwikkeling. Ook de jaaroverzichten kregen steeds meer een historisch karakter.
Deel 2 volgt binnenkort.
Bronnen:
Een vrijwel complete serie Jaarboekjes, Handboeken en Jaarboeken van de Gereformeerde Kerken in Nederland, in de bibliotheek van de website GereformeerdeKerken.info (aangevuld via Delpher).
© 2026. GereformeerdeKerken.info
Translation into English:
The Yearbooks and Handbooks of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (1)
Introduction.
The ‘Gereformeerdé’ Churches in the Netherlands (and their predecessors) also made their presence clearly known through the Year Booklets (Jaarboekjes), Yearbooks (Jaarboeken), and Handbooks (Handboeken) they published. Many people used these publications in their church work or in the study of (the history of) the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands, originating from the Secession (Afscheiding) and the Doleantie.
Quite some time ago, the editorial staff began an in-depth study of these publications. In order to bring greater clarity and structure, in broad outline, to these ecclesiastical sources, we compiled the overview below. In doing so, we made use of the complete series of publications discussed here.
A Century and a Half of Church Life in Print (1856–2004).
The history of the Yearbooks and Handbooks of the ‘Gereformeerde’ Churches is much more than the history of an ordinary series of administrative publications. It reflects the development of ‘gereformeerd’ church life from the Secession (1834), the Doleantie (1886), the Union (1892), through to the end of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (GKN) in 2004, when they became part of the Protestant Church in the Netherlands (PKN).
Anyone who studies—or simply leafs through—these publications follows not only the development of congregations and ministers, but also sees how the denomination developed organizationally, socially, and spiritually.
The yearbooks began as simple lists of names and addresses but gradually developed into comprehensive reference works of hundreds of pages. They contained church statistics, synodical decisions, information on education and missions, surveys of the various Deputies’ Committees (Deputaatschappen), necrologies, and annual reviews. Together they form an almost uninterrupted administrative chronicle of the ‘gereformeerde’ world over a period of one and a half centuries.
1. The Precursors: The Year Booklets of the Secession (1856–1916)
Following the Secession of 1834, there arose a need for communication among the widely scattered congregations. During the first decades, this took place through church almanacs and simple lists of names. From 1856 onward, however, an official publication appeared under the title: Year Booklet for the Christian Seceded ‘Gereformeerde’ Church in the Netherlands (Jaarboekje voor de Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk in Nederland).
This series continued until 1916, well after the Union of 1892 (these Year Booklets have now been fully digitized).
The earliest Year Booklets were modest in size, generally containing no more than thirty to sixty pages. Their contents were primarily administrative and consisted of:
- an overview of the congregations;
- names of ministers and ministerial candidates;
- the classical and particular (provincial) church divisions;
- synodical decisions;
- church statistics;
- occasionally brief historical notes and addresses of church institutions;
- a list of daily Scripture readings;
- market reports (!);
- sunrise, sunset, and lunar data (!);
- tide tables (!).
Their purpose was above all practical: to serve as a reliable ecclesiastical directory for ministers, church councils, and active church members.
In 1869, the Christian Seceded ‘Gereformeerde’ Church and the ‘Gereformeerde’ Church under the Cross united to form the Christian Reformed Church (Christelijke Gereformeerde Kerk). The Year Booklets changed accordingly—including the church’s official name—and became:
Year Booklet for the Christian Reformed Church (Jaarboekje voor de Christelijke Gereformeerde Kerk).
In 1892, the Christian Reformed Church and the Nether Dutch ‘Gereformeerde’ Churches (Doleantie), founded in 1886, united to form The ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (De Gereformeerde Kerken in Nederland). Naturally, the title changed once again: Year Booklet for The ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (Jaarboekje voor De Gereformeerde Kerken in Nederland).
This title remained in use through the 1916 edition.
By this time, the size of the publication had gradually grown to well over one hundred pages. Alongside the previously mentioned sections, it now included more extensive church statistics, surveys of missionary work, information about the Theological School, financial funds, and church institutions. In this way, the Year Booklets reflected the rapid growth of an increasingly well-organized national church.
2. The Doleantie and the Handbook (1889–1916).
Alongside the churches of the Secession, the churches of the Doleantie emerged from 1886 onward under the leadership of, among others, Dr. Abraham Kuyper (1837–1920). Beginning in 1889, they chose a different form of documentation:
Handbook for the Use of the Nether Dutch ‘Gereformeerde’ Churches (Doleantie) (Handboek ten dienste van de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende)).
The choice of the title Handbook was significant. Whereas the Year Booklets of the Secession were primarily intended as registers, the Doleantie sought to provide a practical working manual for church administrators and office-bearers.
The Handbook contained not only addresses and statistics, but also information on church polity, synodical regulations, schools, associations, the church press, missions, and education. It also included necrologies of deceased ministers.
The Handbook provided extensive information on, among other things:
- the national church organization;
- Deputies’ Committees (Deputaatschappen);
- educational institutions;
- the Theological School at Kampen and the Free University;
- missions and evangelism;
- the church press;
- congregations and ministers;
- statistical surveys.
Here it became clearly visible how strongly the ‘gereformeerde’ world was developing organizationally.
The Handbook therefore soon acquired the character of an official ecclesiastical reference work in which the organization of the young Doleantie church federation became visible.
However, after the Union of 1892, the Handbook continued to be published unchanged, except that the church’s name in the title was altered to: Handbook for the Use of The ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (Handboek ten dienste van De Gereformeerde Kerken in Nederland).
Publication of the Handbook continued through the 1916 volume.
3. After the Union of 1892.
As noted above, both the Year Booklet of the Christian Reformed Church (Jaarboekje van de Christelijke Gereformeerde Kerk) and the Handbook of the Nether Dutch ‘Gereformeerde’ Churches (Handboek van de Nederduitsche Gereformeerde Kerken) continued to be published after 1892, when the two denominations united to form The ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (De Gereformeerde Kerken in Nederland), although the titles of both publications were naturally adapted to reflect the new name of the church.
Why were two yearbooks published side by side for so long (1893–1916)?
The principal reasons were:
1. Separate church administrations – Before 1892, the two church groups each had their own national organization, their own Deputies’ Committees (Deputaatschappen), their own address lists, and their own publisher. These administrations were not merged immediately.
2. Incomplete local union – Although the national Union became a reality in 1892, many local congregations had not yet united. In numerous towns and villages, a former Secession congregation and a former Doleantie church continued to exist alongside one another for years, each retaining its own church council, minister, church building(s), and administrative records, even though both officially belonged to the same church federation.
3. Different target audiences – The Year Booklet of the former Christian Reformed Church continued primarily to contain information on congregations that had originated in the Secession, while the Handbook of the former Nether Dutch ‘Gereformeerde’ Churches remained chiefly focused on congregations that had come from the Doleantie. For practical purposes, many churches and office-bearers found it useful to continue using the publication with which they were familiar. At the same time, both publications also included most of the information relating to the merger partner (although sometimes less comprehensively). In other words, the two publications gradually came to resemble one another more and more.
4. Tradition and publishers’ interests – Both yearbooks had an established readership and were published by different publishing houses. Initially, there was little reason to discontinue either of them immediately.
5. Gradual ecclesiastical integration – Only as local unions were completed in almost every place and the national administration became increasingly integrated did the need arise for a single official reference work serving the entire church federation.
4. Why did the dual publication end in 1916?
By around 1916, the organizational unification of The ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands had largely been completed. Almost all (though emphatically not all!) local congregations had by then united, the national administration was functioning as a single entity, and maintaining a separate yearbook for each of the two historical traditions no longer served any practical purpose.
From that point onward, a single Yearbook of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands was published, containing all congregations, ministers, and church institutions. The first Yearbook for the Use of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (1917) includes an explanation of the unification of the Yearbook.
The essence of the matter…
The existence of the two yearbooks did not, of course, indicate that after 1892 two separate national church federations continued to exist side by side, although in some localities this certainly remained the case for a time, because negotiations concerning local union required considerably more time in many places.
Rather, the two yearbooks primarily reflected the prolonged transitional period during which the former Secession congregations and Doleantie churches gradually grew toward full unity administratively, locally, and organizationally. The national Union of 1892 was a legal reality, but its practical implementation at the local level required almost another quarter of a century.
From Year Booklet and Handbook to Yearbook (1917–2004).
Beginning in 1917, as already noted, the publication appeared under the new title Yearbook for the Use of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (Jaarboek ten dienste van De Gereformeerde Kerken in Nederland).
The change of title represented more than a merely cosmetic alteration. The new Yearbook increasingly became an annual snapshot of the entire church federation. The administrative information was retained, but it was supplemented by extensive annual surveys of church life and descriptions of developments within the churches.
Throughout the twentieth century, the Yearbook acquired a fairly standardized structure, with sections such as:
- congregations arranged by classis (and by “particular synod”);
- register of ministers;
- ministerial candidates and emeritus ministers;
- church statistics;
- Deputies’ Committees (Deputaatschappen);
- missions and evangelism;
- theological education;
- church organizations;
- annual reviews;
- In Memoriam articles for deceased ministers.
After 1960, the contents broadened further to include attention to ecumenical relations, development cooperation, overseas partner churches, specialized Deputies’ Committees, and the development of church policy. The annual reviews also increasingly assumed a historical character.
Part 2 will follow shortly.
Sources:
A virtually complete series of the Year Booklets, Handbooks, and Yearbooks of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands, held in the library of the website GereformeerdeKerken.info (supplemented through Delpher).
© 2026. GereformeerdeKerken.info