Het Evangelie in het Spaans.
( < Naar deel 1 – Back to Part 1 ) – Juist doordat Don Diego de taal beheerste, zag hij hoe groot in Argentinië de behoefte was aan goed gereformeerd materiaal in het Spaans. Veel boeken waren uitsluitend in het Nederlands verkrijgbaar. Voor de Argentijnse bevolking waren zij daardoor ontoegankelijk.

Hij zette zich daarom met grote volharding in voor vertalingen van gereformeerde lectuur. Dat was geen eenvoudig werk. Niet alleen moesten woorden worden vertaald, ook de inhoud moest begrijpelijk worden gemaakt voor mensen met een totaal andere culturele achtergrond.
Zijn inspanningen beperkten zich niet tot losse brochures. Hij werkte mee aan de verspreiding van Bijbels, catechisatieboeken en andere gereformeerde geschriften. Daarbij zocht hij voortdurend contact met uitgevers en kerkelijke organisaties in Nederland.
Een bijzonder project was de uitgave van een kinderbijbel in het Spaans. Don Diego besefte dat de toekomst van de kerk lag bij de jeugd. Kinderen moesten de Bijbelse geschiedenis kunnen lezen in hun eigen taal. Dat ideaal bleef hem bezighouden tot op hoge leeftijd.
Opvallend was dat Don Diego nooit bekendstond als een man die zichzelf op de voorgrond plaatste. Hij zocht geen eerbewijzen en had geen behoefte aan een officiële titel. Zijn gezag kwam voort uit zijn levenshouding.
Mensen vertrouwden hem omdat hij deed wat hij zei. Hij werkte hard op het land, zorgde voor zijn gezin en maakte daarnaast tijd vrij voor de kerk. Wie hem ontmoette, zag geen beroepspredikant, maar een medegelovige die zijn verantwoordelijkheid serieus nam.

Dat maakte hem ook geloofwaardig voor de Argentijnen. Zij zagen dat zijn geloof niet beperkt bleef tot de zondag, maar zichtbaar werd in zijn dagelijkse leven. Zijn eerlijkheid, eenvoud en behulpzaamheid openden deuren die voor anderen gesloten bleven.
Steeds vaker vroegen Argentijnen hem naar de inhoud van het gereformeerde geloof. Geduldig legde hij uit wat de Bijbel volgens hem leerde over genade, geloof en de betekenis van Christus. Zo groeide zijn werk geleidelijk uit van zorg voor Nederlandse emigranten naar daadwerkelijke evangelisatie onder de plaatselijke bevolking.
Kerk en samenleving.
Don Diego begreep dat emigranten niet alleen geestelijke begeleiding nodig hadden. Ze moesten ook hun weg vinden in een nieuw land. Hij hielp nieuwkomers met praktische adviezen over landbouw, grondbezit, taal en contacten met de overheid.
Daardoor werd hij voor velen een vertrouwenspersoon. Wie pas uit Nederland was aangekomen, wist vaak nauwelijks hoe het leven in Argentinië werkte. Don Diego kende beide werelden. Hij kon uitleggen welke gewassen geschikt waren, hoe de seizoenen verschilden van Europa en hoe men met Argentijnse buren omging.
Zijn christelijk geloof stond daarbij nooit los van het dagelijks leven. Voor hem hoorde goed rentmeesterschap net zo goed bij het dienen van God als het lezen van de Bijbel. Hij geloofde dat een christen niet alleen in woorden, maar ook in zijn manier van leven getuige moest zijn.

Juist daardoor kreeg hij de bijnaam die hem zijn leven lang zou blijven begeleiden. “Don” was in Argentinië een eretitel voor iemand die respect afdwong door zijn karakter en zijn levenswijze. Dat de bevolking hem vrijwel uitsluitend als Don Diego kende, zegt misschien wel meer dan welke onderscheiding ook.
De oogst van een lang leven.
In de loop van de twintigste eeuw veranderde het kerkelijke leven in Argentinië ingrijpend. Waar de eerste Nederlandse emigranten nog afhankelijk waren van leesdiensten in boerderijen, ontstonden nu zelfstandige Gereformeerde Kerken met eigen predikanten, kerkenraden en kerkgebouwen. Wat tientallen jaren eerder nauwelijks denkbaar leek, was werkelijkheid geworden.
Voor Don Diego was dat een bron van grote dankbaarheid. Hij had de begintijd meegemaakt, toen kleine groepjes gelovigen elkaar met moeite konden vinden. Hij had gezien hoe gezinnen soms maanden zonder kerkdienst leefden en hoe het geloof alleen kon worden doorgegeven doordat eenvoudige gemeenteleden verantwoordelijkheid namen. Nu zag hij een nieuwe generatie opgroeien die niet beter wist dan dat er gemeenten, predikanten en catechisaties waren.
Toch bleef hij zich inzetten. Ook op hoge leeftijd bleef hij schrijven, vertalen en adviseren. Hij beschouwde zichzelf nooit als iemand die “klaar” was met zijn taak. Zolang hij daartoe de kracht had, wilde hij dienstbaar blijven aan de kerk.
Zijn belangstelling bleef bovendien uitgaan naar de Argentijnse bevolking. De kerk mocht volgens hem geen besloten gemeenschap van Nederlandse emigranten blijven. Het Evangelie hoorde thuis onder alle volken. Daarom bleef hij zich inzetten voor Spaanstalige publicaties en voor de verspreiding van gereformeerde lectuur.
Schrijven voor volgende generaties.
Tijdens zijn leven legde Don Diego veel van zijn ervaringen vast. Hij beschreef hoe de eerste emigranten aankwamen op de Argentijnse pampa’s, hoe zij moesten leren omgaan met droogte, sprinkhanen, economische tegenslagen en een onbekende cultuur. Maar hij schreef vooral over Gods trouw in die moeilijke omstandigheden.

Zijn herinneringen werden later uitgegeven onder de titel Als schapen zonder herder (Cual Ovejas sin Pastor). Het boek is meer dan een autobiografie. Het is tegelijk een kroniek van de eerste gereformeerde gemeenten in Argentinië. Zonder zijn nauwkeurige beschrijvingen zouden veel gebeurtenissen uit die pionierstijd verloren zijn gegaan.
Wie het boek leest, merkt dat Don Diego zichzelf nergens als held neerzet. Integendeel. Hij schrijft met bescheidenheid en benadrukt steeds het werk van anderen. Juist daardoor krijgen zijn herinneringen een bijzondere geloofwaardigheid. Ze laten zien hoe gewone mensen, met beperkte middelen, toch een blijvende invloed konden uitoefenen.
Zijn laatste jaren.
Op 20 november 1963 overleed Dirk Zijlstra, negenennegentig jaar oud. Bijna driekwart eeuw had hij in Argentinië gewoond. Voor veel Argentijnen was hij allang geen Nederlander meer, maar eenvoudigweg Don Diego.
Na zijn overlijden verschenen verschillende herdenkingsartikelen. Daarin werd hij beschreven als de pionier van de Gereformeerde Kerken in Argentinië, een man die tientallen jaren onvermoeibaar had gewerkt zonder ooit naar eer of aanzien te streven.
Steeds weer kwamen dezelfde eigenschappen naar voren: trouw, eenvoud, volharding en een diep vertrouwen op God. Wie met hem had samengewerkt, herinnerde zich niet in de eerste plaats zijn organisatorische talent, maar zijn bereidheid om anderen te dienen.
Dat is misschien wel de mooiste vorm van leiderschap: mensen voorgaan zonder zichzelf belangrijk te maken.
Een blijvende erfenis.

Ruim zestig jaar na zijn overlijden leeft de naam Don Diego nog altijd voort in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Argentinië. Niet omdat hij spectaculaire daden verrichtte of grote gebouwen naliet, maar omdat hij een fundament legde waarop anderen konden voortbouwen.
Zijn betekenis ligt op verschillende terreinen:
Hij hielp Nederlandse emigranten hun geloof vast te houden in een nieuw land. Hij hield kerkelijke gemeenschappen bijeen in een tijd waarin er nauwelijks predikanten beschikbaar waren. Hij vormde een schakel tussen de kerken in Nederland en de jonge gemeenten in Zuid-Amerika. En hij zette zich onvermoeibaar in om de gereformeerde boodschap toegankelijk te maken voor Spaanstaligen.
Daarmee liep hij zijn tijd in zekere zin vooruit. Waar veel emigranten vooral bezig waren hun eigen tradities te bewaren, keek Don Diego verder. Hij wilde niet alleen een Nederlandse kerk in Argentinië, maar een Argentijnse gereformeerde kerk die wortel zou schieten in de eigen samenleving. Die visie bleek van blijvende betekenis.
Een Fries met een wereldwijde blik.
Wanneer we terugkijken op het leven van Dirk Zijlstra, zien we geen man die de geschiedenis wilde halen. Hij begon als eenvoudige boerenzoon uit het Friese Ee. Zonder theologische opleiding, zonder kerkelijke macht en zonder grote financiële middelen vertrok hij naar een onbekend werelddeel.

Toch groeide hij uit tot een van de belangrijkste pioniers van het gereformeerde kerkelijke leven in Argentinië.
Zijn levensverhaal laat zien dat de geschiedenis vaak niet wordt geschreven door de mensen die het meest opvallen, maar door degenen die jarenlang trouw blijven aan hun opdracht.
In Nederland kennen slechts weinigen zijn naam. In Argentinië werd hij een begrip. Niet Dirk Zijlstra, maar Don Diego.
Die naam stond voor een man die zijn geloof handen en voeten gaf. Een man die duizenden kilometers van zijn geboortegrond een geestelijk thuis hielp opbouwen voor talloze emigranten én voor Argentijnen die het gereformeerde geloof leerden kennen.
Zijn leven bewijst dat één mens, gewapend met overtuiging, volharding en geloof, een blijvende invloed kan hebben op de geschiedenis van kerk en samenleving.
Bronnen onder meer:
H. Fidder, Gereformeerde Kerken in Argentinië nu zelfstandig. In: Centraal Weekblad voor de Gereformeerde Kerken in Nederland, 11e jrg. nr. 16, 20 april 1963
GereformeerdeKerken.info, “De Gereformeerde Kerken in Argentinië”
Historische Vereniging Noordoost-Friesland, “Dirk Zijlstra werd Don Diego in Argentinië”.
Tom-Eric Krijger, Tot in ’t verste oord, trouw aan ’s Heren Woord. Utrecht, 2011
C. Lindeboom, Gereformeerd kerkelijk leven in Zuid-Amerika. In: De Bazuin, 8 december 1923
P.J. Risseeuw, Zo ver de wereld reikt. Baarn, z.j. [1963]
Dirk Zijlstra, Als Schapen zonder herder [Cual Ovejas sin Pastor], memoires.
Translation into English:
A ‘Gereformeerde’ Frisian in Argentina (2).
The Gospel in Spanish.
( < Back to Part 1 ) – Precisely because Don Diego mastered the language, he saw how great the need was for sound ‘gereformeerd’ material in Spanish. Many books were available only in Dutch. As a result, they were inaccessible to the Argentine population.
He therefore devoted himself with great perseverance to translating ‘gereformeerde’ literature. This was not an easy task. Not only did words have to be translated, but the content also had to be made understandable to people with a completely different cultural background.
His efforts were not limited to individual pamphlets. He helped with the distribution of Bibles, catechism books, and other ‘gereformeerde’ writings. In doing so, he maintained constant contact with publishers and church organizations in the Netherlands.
One particular project was the publication of a children’s Bible in Spanish. Don Diego realized that the future of the church lay with the younger generation. Children had to be able to read the biblical history in their own language. That ideal continued to occupy him into his old age.
It was striking that Don Diego was never known as a man who put himself in the foreground. He sought no honors and had no need for an official title. His authority came from the way he lived.
People trusted him because he did what he said. He worked hard on the land, cared for his family, and also made time for the church. Those who met him did not see a professional minister, but a fellow believer who took his responsibility seriously.
That also made him credible to the Argentines. They saw that his faith was not limited to Sundays, but was visible in his daily life. His honesty, simplicity, and helpfulness opened doors that remained closed to others.
Increasingly, Argentines asked him about the content of the ‘gereformeerde’ faith. Patiently, he explained what he believed the Bible taught about grace, faith, and the meaning of Christ. In this way, his work gradually grew from caring for Dutch emigrants into genuine evangelization among the local population.
Church and Society.
Don Diego understood that emigrants needed more than spiritual guidance. They also had to find their way in a new country. He helped newcomers with practical advice about farming, land ownership, the language, and contacts with the authorities.
As a result, he became a trusted confidant for many. Those who had just arrived from the Netherlands often had little idea how life in Argentina worked. Don Diego knew both worlds. He could explain which crops were suitable, how the seasons differed from those in Europe, and how to deal with Argentine neighbors.
His Christian faith was never separate from everyday life. For him, good stewardship was just as much a part of serving God as reading the Bible. He believed that a Christian should bear witness not only in words, but also through the way he lived.
It was precisely because of this that he acquired the nickname that would accompany him throughout his life. “Don” was an honorific title in Argentina for someone who commanded respect through his character and way of life. The fact that the population knew him almost exclusively as Don Diego perhaps says more than any distinction ever could.
The Harvest of a Long Life.
Over the course of the twentieth century, church life in Argentina changed dramatically. Whereas the first Dutch emigrants had still depended on reading services held in farmhouses, independent ‘gereformeerde’ congregations now emerged, with their own ministers, church councils, and church buildings. What had seemed almost unimaginable decades earlier had become reality.
For Don Diego, this was a source of great gratitude. He had experienced the early days, when small groups of believers could barely find one another. He had seen how families sometimes went for months without a church service and how the faith could only be passed on because ordinary church members took responsibility. Now he saw a new generation growing up that knew no different from having congregations, ministers, and catechism classes.
Yet he continued to devote himself to the work. Even in old age, he continued to write, translate, and advise. He never regarded himself as someone who was “finished” with his task. As long as he had the strength to do so, he wanted to remain of service to the church.
Moreover, his interest continued to focus on the Argentine population. In his view, the church should not remain a closed community of Dutch emigrants. The Gospel belonged among all peoples. Therefore, he continued to work for Spanish-language publications and for the distribution of ‘gereformeerde’ literature.
Writing for Future Generations.
During his lifetime, Don Diego recorded many of his experiences. He described how the first emigrants arrived on the Argentine pampas, how they had to learn to cope with drought, locusts, economic setbacks, and an unfamiliar culture. But above all, he wrote about God’s faithfulness in those difficult circumstances.
His memoirs were later published under the title Schapen zonder herder (Like Sheep Without a Shepherd / Cual Ovejas sin Pastor). The book is more than an autobiography. It is also a chronicle of the first ‘Gerdformeerde’ congregations in Argentina. Without his detailed descriptions, many events from that pioneering period would have been lost.
Anyone who reads the book notices that Don Diego never presents himself as a hero. On the contrary, he writes with humility and repeatedly emphasizes the work of others. Precisely because of this, his memoirs possess a particular credibility. They show how ordinary people, with limited resources, could nevertheless exert a lasting influence.
His Final Years.
On November 20, 1963, Dirk Zijlstra died at the age of ninety-nine. He had lived in Argentina for nearly three-quarters of a century. To many Argentines, he had long since ceased to be a Dutchman and was simply Don Diego.
After his death, several commemorative articles were published. In them, he was described as the pioneer of the ‘Geredformeerde’ Churches in Argentina, a man who had worked tirelessly for decades without ever seeking honor or status.
The same qualities repeatedly came to the fore: faithfulness, simplicity, perseverance, and a deep trust in God. Those who had worked with him did not primarily remember his organizational talents, but his willingness to serve others.
Perhaps that is the finest form of leadership: leading others without making oneself important.
A Lasting Legacy.
More than sixty years after his death, the name Don Diego still lives on in the history of the ‘Gereformeerde’ Churches in Argentina. Not because he performed spectacular deeds or left behind great buildings, but because he laid a foundation on which others could build.
His significance lies in several areas.
He helped Dutch emigrants maintain their faith in a new country. He kept church communities together at a time when hardly any ministers were available. He served as a link between the churches in the Netherlands and the young congregations in South America. And he worked tirelessly to make the ‘gereformeerde’ message accessible to Spanish speakers.
In that sense, he was ahead of his time. While many emigrants were primarily concerned with preserving their own traditions, Don Diego looked further. He did not want merely a Dutch church in Argentina, but an Argentine ‘Gereformeerde’ church that would take root in its own society.
That vision proved to have lasting significance.
A Frisian with a Global Outlook.
When we look back on the life of Dirk Zijlstra, we do not see a man who set out to make history. He began as a simple farmer’s son from Ee in Friesland. Without theological training, without ecclesiastical power, and without substantial financial resources, he left for an unknown continent.
Yet he grew into one of the most important pioneers of ‘gereformeerd’ church life in Argentina.
His life story shows that history is often not written by the people who attract the most attention, but by those who remain faithful to their calling for many years.
In the Netherlands, few people know his name. In Argentina, he became a household name. Not Dirk Zijlstra, but Don Diego.
That name stood for a man who put his faith into practice. A man who, thousands of miles from his homeland, helped build a spiritual home for countless emigrants—and for Argentines who came to know the ‘gereformeerde’ faith.
His life proves that one person, armed with conviction, perseverance, and faith, can have a lasting influence on the history of church and society.