Dirk Zijlstra uit Dokkumer Nieuwezijlen wordt Don Diego in Tres Arroyos.
“Sommige mensen bouwen een kerk van steen. Anderen leggen het fundament waarop generaties verder bouwen.” Die woorden zouden zonder overdrijving op Dirk Zijlstra (1879-1963) van toepassing kunnen zijn. In Argentinië kende vrijwel niemand hem nog bij zijn Nederlandse naam.

Daar was hij Don Diego: een gerespecteerd boer, ondernemer, ouderling, evangelist en bovenal een man die zijn geloof niet voor zichzelf hield. Gedurende meer dan zestig jaar zette hij zich in voor de verspreiding van het gereformeerde geloof onder Nederlandse emigranten én onder de Argentijnse bevolking. Zijn levensverhaal is dat van een eenvoudige Friese jongen die uitgroeide tot een geestelijk leider aan de andere kant van de wereld.
Een toekomst overzee.
Dirk Zijlstra werd in 1879 geboren in het Friese Dokkumer Nieuwe Zijlen, een streek waar hard werken vanzelfsprekend was en het leven vaak werd gekenmerkt door armoede en onzekerheid. In de tweede helft van de negentiende eeuw verlieten veel Nederlanders hun geboorteland. Sommigen zochten vrijheid, anderen vruchtbare landbouwgrond of betere economische vooruitzichten. Ook de jonge Dirk besloot zijn geluk elders te zoeken.
Op 8 mei 1889 vertrok de SS Leerdam vanuit Amsterdam met honderden landverhuizers (voornamelijk uit Groningen en Friesland) die door honger en armoede het land ontvluchtten. De familie Zijlstra maakte deze zware reis in het tussendek van het schip mee.

Het was geen reis waarvan hij wist wanneer hij zou terugkeren. De overtocht duurde weken en betekende het afscheid van familie, vrienden en het vertrouwde Friese landschap. Wat hem wachtte, wist hij nauwelijks. Argentinië voerde in die tijd een actief immigratiebeleid. Het land had uitgestrekte vlaktes, de pampa’s, die geschikt waren voor landbouw en veeteelt. Voor duizenden Europese emigranten leek daar een nieuwe toekomst te liggen.
Hoewel de familie Zijlstra veilig aankwam, verging de Leerdam kort daarna. Op 15 december 1889 vertrok het schip voor een nieuwe emigratiereis naar Argentinië, maar kwam de volgende ochtend door zware mist in aanvaring met een ander schip op de Noordzee. Alle 500 opvarenden werden destijds gelukkig gered.
Die toekomst in Argentinië bleek minder gemakkelijk dan de wervende verhalen hadden voorgespiegeld. Het klimaat was anders, de taal onbekend en de afstanden immens. Boerderijen lagen soms tientallen kilometers uit elkaar. Nederlandse kolonisten leefden geïsoleerd en hadden nauwelijks contact met predikanten of kerkelijke gemeenten. Wie zijn geloof wilde blijven beleven, moest daar zelf initiatief voor nemen.

De ‘geboorte’ van Don Diego.
Dirk vestigde zich uiteindelijk in de provincie Buenos Aires, waar hij zich ontwikkelde tot een bekwaam landbouwer. Hij werkte hard, leerde de Spaanse taal en wist zich stap voor stap een bestaan op te bouwen. De Argentijnen spraken zijn voornaam Dirk uit als Diego. Uit respect voegden zij daar al snel het aanspreektitel Don aan toe. Zo ontstond de naam waaronder hij later bekend zou worden: Don Diego.
Zijn integratie in de Argentijnse samenleving betekende echter niet dat hij zijn Nederlandse en Friese wortels verloor. Integendeel. Hij bleef nauw betrokken bij de Nederlandse kolonisten, die vaak dezelfde vragen hadden als hijzelf: hoe houd je vast aan je geloof wanneer er geen kerkgebouw is, geen predikant en soms maandenlang geen kerkdienst?
In woonhuizen en boerderijen…
In die pioniersjaren kwamen gezinnen op zondag bijeen in woonhuizen of eenvoudige boerderijen. Er werden psalmen gezongen, hoofdstukken uit de Bijbel gelezen en preken voorgelezen die vanuit Nederland waren meegenomen. Dirk nam daarin al spoedig een leidende rol op zich. Niet omdat hij daarvoor was opgeleid, maar omdat hij voelde dat iemand verantwoordelijkheid moest nemen.

Wat begon met het organiseren van deze ‘leesdiensten’ groeide langzaam uit tot een veel bredere taak. Hij bezocht zieken, moedigde twijfelende emigranten aan en reisde grote afstanden om gezinnen geestelijk te ondersteunen. Op de uitgestrekte Argentijnse vlakten kon een bezoek aan een afgelegen boerderij een reis van vele uren betekenen.
Een kerk zonder predikant.
De Nederlandse emigranten verlangden naar een eigen gereformeerde gemeente, maar daarvoor waren te weinig mensen en ontbraken de middelen. Jarenlang functioneerden kleine groepen gelovigen zonder vaste predikant. Juist in die periode werd Dirk Zijlstra de verbindende figuur.
Hij leidde ‘leesdiensten’, gaf catechisatie aan jongeren en onderhield contacten met De Gereformeerde Kerken in Nederland. Regelmatig schreef hij brieven waarin hij verslag deed van de situatie in Argentinië en waarin hij vroeg om ondersteuning. Zijn vasthoudendheid bleef niet onopgemerkt. Langzaam groeide in Nederland het besef dat de emigranten geestelijke zorg nodig hadden.
Toch duurde het nog jaren voordat structurele hulp mogelijk werd. In de tussentijd bleef Don Diego onvermoeibaar doorgaan. Zijn boerderij voorzag in het inkomen van zijn gezin, maar daarnaast besteedde hij een groot deel van zijn vrije tijd aan kerkelijk werk. Voor hem hoorde het één bij het ander: werken met de handen en dienen met het hart.
Wie hem ontmoette, beschreef hem als een rustige, bescheiden man met een groot plichtsgevoel. Hij trad niet graag op de voorgrond, maar wanneer er iets moest gebeuren, stond hij als eerste klaar. Daardoor groeide zijn gezag vanzelf. Niet omdat hij een officiële functie had, maar omdat mensen hem vertrouwden.

Een hart voor Argentinië.
Hoewel de eerste aandacht vanzelfsprekend uitging naar de Nederlandse kolonisten, bleef Don Diego niet binnen die kring. Hij zag dagelijks dat ook de Argentijnse bevolking nauwelijks kennis had van de gereformeerde geloofsleer. Daarom begon hij zich steeds meer te richten op evangelisatie onder Spaanstaligen.
Dat was een opmerkelijke keuze. Veel emigranten bleven vooral binnen hun eigen gemeenschap leven. Dirk Zijlstra deed het tegenovergestelde. Hij leerde de taal grondig, verdiepte zich in de cultuur en probeerde de Bijbelse boodschap begrijpelijk te maken voor mensen die nooit een Nederlandse kerk van binnen hadden gezien.

Die inzet maakte hem tot een brug tussen twee werelden. Voor Nederlanders bleef hij de vertrouwde Fries. Voor Argentijnen werd hij Don Diego: een man die hun taal sprak en belangstelling had voor hun leven.
Zijn overtuiging was eenvoudig. Het Evangelie was niet bedoeld voor één volk of één taal, maar voor iedereen. Daarom vond hij dat ook Spaanstaligen toegang moesten krijgen tot gereformeerde lectuur en onderwijs. Die gedachte zou later een van de belangrijkste onderdelen van zijn levenswerk worden.

De spil van het gereformeerde leven.
Toen Dirk Zijlstra eenmaal een bestaan had opgebouwd, werd zijn huis veel meer dan een boerderij. Het werd een ontmoetingsplaats voor landgenoten die behoefte hadden aan gemeenschap, bemoediging en geestelijke leiding. Op de uitgestrekte Argentijnse pampa’s lagen de boerderijen soms tientallen kilometers van elkaar. Een kerkdienst bezoeken was niet zo eenvoudig als in Nederland. Toch vonden de gezinnen elkaar, vaak na een urenlange rit met paard en wagen.
Als er geen predikant aanwezig was, leidde Dirk de samenkomsten. Hij las een preek voor, liet psalmen zingen en verzorgde het Schriftgedeelte. Daarbij ging het hem niet alleen om de vorm, maar vooral om de onderlinge verbondenheid. De kerk was volgens hem niet in de eerste plaats een gebouw, maar een gemeenschap van gelovigen.
Zijn werk bleef niet beperkt tot de zondag. Door de week bezocht hij gezinnen, gaf hij zoals gezegd catechisatie aan jongeren en voerde hij gesprekken met mensen die worstelden met geloofsvragen. Hij reisde daarvoor grote afstanden af. De wegen waren vaak slecht, zeker na hevige regenval. Toch liet hij zich daardoor niet weerhouden. Wie behoefte had aan pastorale zorg, kon op Don Diego rekenen.
In die jaren ontstond een netwerk van kleine gereformeerde gemeenschappen, verspreid over verschillende kolonies. Het waren nog geen zelfstandige gemeenten zoals men die uit Nederland kende, maar de basis werd wel gelegd. Veel emigranten beschouwden Dirk als degene die hen geestelijk bijeenhield.

Contact met Nederland.
Hoewel hij inmiddels volledig in Argentinië was ingeburgerd, bleef Don Diego nauw verbonden met de Gereformeerde Kerken in Nederland. Hij vertelde in zijn brieven over de groei van de kolonies, de geestelijke noden en het verlangen naar predikanten die langere tijd in Argentinië wilden werken.
Daardoor begon men zich In Nederland steeds meer bewust te worden van de verantwoordelijkheid voor de geloofsgenoten die duizenden kilometers verderop woonden. Uiteindelijk leidde dat ertoe dat predikanten werden uitgezonden om de jonge gemeenten te ondersteunen.
Voor Don Diego betekende dat een enorme bemoediging. Jarenlang had hij vrijwel alleen gestaan. Nu kreeg het werk een steviger fundament. Toch bleef zijn eigen rol onmisbaar. Hij kende de mensen, sprak vloeiend Spaans en wist hoe de Argentijnse samenleving in elkaar zat. Nieuwe predikanten maakten dankbaar gebruik van zijn ervaring en zijn uitgebreide netwerk.
Translation into English:
A ‘gereformeerde’ Frisian in Argentina – Part 1.
Dirk Zijlstra from Dokkumer Nieuwezijlen becomes Don Diego in Tres Arroyos.
“Some people build a church of stone. Others lay the foundation on which generations continue to build.” Those words could, without exaggeration, be applied to Dirk Zijlstra (1879–1963). In Argentina, hardly anyone knew him anymore by his Dutch name.
There he was Don Diego: a respected farmer, entrepreneur, elder, evangelist, and above all, a man who did not keep his faith to himself. For more than sixty years he devoted himself to spreading the ‘gereformeerde’ faith among Dutch emigrants as well as the Argentine population. His life story is that of an ordinary Frisian boy who grew into a spiritual leader on the other side of the world.
A Future Overseas.
Dirk Zijlstra was born in 1879 in Dokkumer Nieuwe Zijlen, Friesland, a region where hard work was taken for granted and life was often marked by poverty and uncertainty. During the second half of the nineteenth century, many Dutch people left their homeland. Some sought freedom, others fertile farmland or better economic prospects. The young Dirk also decided to seek his fortune elsewhere.
On May 8, 1889, the SS Leerdam departed from Amsterdam carrying hundreds of emigrants—mainly from Groningen and Friesland—who were fleeing hunger and poverty. The Zijlstra family endured the difficult journey in steerage.
It was not a voyage from which he knew when, or even if, he would return. The crossing lasted several weeks and meant saying goodbye to family, friends, and the familiar Frisian landscape. He had little idea of what awaited him. At that time, Argentina actively encouraged immigration. The country possessed vast plains—the pampas—well suited for agriculture and livestock farming. For thousands of European emigrants, a new future seemed to lie there.
Although the Zijlstra family arrived safely, the Leerdam herself was lost shortly afterward. On December 15, 1889, the ship departed on another emigrant voyage to Argentina, but the following morning, in dense fog, collided with another vessel in the North Sea. Fortunately, all 500 people on board were rescued.
That future in Argentina proved far less easy than the promotional stories had promised. The climate was different, the language unfamiliar, and the distances immense. Farms were sometimes separated by dozens of kilometers. Dutch settlers lived in isolation and had little contact with ministers or established church congregations. Anyone wishing to continue practicing their faith had to take the initiative themselves.
The “Birth” of Don Diego.
Dirk eventually settled in Buenos Aires Province, where he developed into a skilled farmer. He worked hard, learned Spanish, and gradually built a successful life for himself. Argentines pronounced his first name as Diego. Out of respect, they soon added the honorific Don. Thus arose the name by which he would later become widely known: Don Diego.
His integration into Argentine society did not mean he lost his Dutch roots. Quite the contrary. He remained closely involved with the Dutch settlers, who struggled with the same questions he did: How do you hold on to your faith when there is no church building, no minister, and sometimes no church service for months?
In Homes and Farmhouses.
During those pioneering years, families gathered on Sundays in private homes or simple farmhouses. They sang psalms, read chapters from the Bible, and read aloud sermons that had been brought from the Netherlands. Dirk soon assumed a leading role in these gatherings—not because he had been formally trained, but because he felt someone had to take responsibility.
What began as organizing these “reading services” gradually developed into a much broader ministry. He visited the sick, encouraged emigrants who were struggling with doubt, and traveled great distances to provide spiritual support to families. On the vast Argentine plains, visiting an isolated farm could require many hours of travel.
A Church Without a Minister.
The Dutch emigrants longed for their own ‘gereformeerde’ congregation, but there were too few people and too few resources. For years, small groups of believers functioned without a resident minister. It was during this period that Dirk Zijlstra became the central figure holding them together.
He led reading services, taught catechism classes to the young, and maintained contact with the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands. He regularly wrote letters describing the situation in Argentina and requesting support. His perseverance did not go unnoticed. Gradually, awareness grew in the Netherlands that the emigrants needed pastoral care.
Even so, it would take years before permanent assistance became possible. In the meantime, Don Diego continued tirelessly. His farm provided his family’s livelihood, but alongside his agricultural work he devoted a large part of his free time to church ministry. For him, the two belonged together: working with one’s hands and serving with one’s heart.
Those who met him described him as a calm, humble man with a profound sense of duty. He never sought the spotlight, but whenever something needed to be done, he was the first to step forward. As a result, his authority grew naturally—not because he held an official position, but because people trusted him.
A Heart for Argentina.
Although his first concern naturally lay with the Dutch settlers, Don Diego did not limit himself to that circle. He saw every day that the Argentine population also had little knowledge of ‘gereformeerde’ doctrine. Therefore, he increasingly devoted himself to evangelism among Spanish speakers.
This was a remarkable choice. Many emigrants remained largely within their own communities. Dirk Zijlstra did the opposite. He mastered the language, immersed himself in the culture, and sought to present the biblical message in a way that people who had never set foot inside a Dutch church could understand.
This commitment made him a bridge between two worlds. To the Dutch he remained the familiar Frisian. To Argentines he became Don Diego: a man who spoke their language and showed genuine interest in their lives.
His conviction was simple. The Gospel was not intended for one nation or one language, but for everyone. Therefore, he believed Spanish-speaking people should also have access to ‘gereformeerde’ literature and teaching. That conviction would later become one of the most important aspects of his life’s work.
The Hub of ‘gereformeerd’ Life.
Once Dirk Zijlstra had established himself, his home became far more than a farm. It became a gathering place for fellow Dutchmen seeking fellowship, encouragement, and spiritual guidance. Across the vast Argentine pampas, farms were sometimes separated by dozens of kilometers. Attending a church service was nothing like it was in the Netherlands. Yet families still came together, often after traveling for hours by horse and wagon.
Whenever no minister was present, Dirk led the services. He read a sermon aloud, led the singing of psalms, and read from Scripture. His concern was not merely with the form of worship, but above all with strengthening the bonds between believers. In his view, the church was not primarily a building but a community of faith.
His work did not end on Sundays. During the week he visited families, taught catechism to young people, and counseled those wrestling with questions of faith. This required extensive travel. The roads were often poor, especially after heavy rainfall. Yet that never discouraged him. Anyone in need of pastoral care could count on Don Diego.
During these years, a network of small ‘gereformeerde’ communities emerged across various colonies. They were not yet independent congregations like those in the Netherlands, but the foundations had been laid. Many emigrants regarded Dirk as the man who held them together spiritually.
Contact with the Netherlands.
Although he had by then become thoroughly integrated into Argentine society, Don Diego remained closely connected to the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands. He regularly wrote detailed letters describing the lives of the emigrants. He reported on the growth of the colonies, their spiritual needs, and the desire for ministers who would be willing to serve in Argentina for extended periods.
These letters made a deep impression. In the Netherlands, people became increasingly aware of their responsibility toward fellow believers living thousands of kilometers away. Eventually, ministers were sent to support the young congregations.
For Don Diego, this was a tremendous encouragement. For years he had carried the work almost alone. Now it received a firmer foundation. Even so, his own role remained indispensable. He knew the people, spoke fluent Spanish, and understood Argentine society. Newly arrived ministers gratefully relied on his experience and his extensive network.