Van ‘Classis’ naar ‘Synode’ In Amerika (27)

De eerste kerkelijke vergaderingen van de ‘Christian Reformed Church’.

( < Naar deel 26 – Back to Part 26 ) –  In onze serie over de kerkelijke vergaderingen van de naar Amerika geëmigreerde  Afgescheidenen, sinds 1857 behorende tot de toen opgerichte Christian Reformed Church (zoals nader uitgelegd in deel 1), gaan we verder met de vergadering van 28 juni 1865. Tussen [] staan verhelderende of aanvullende opmerkingen van de redactie van GereformeerdeKerken.info.

Classicale Vergadering gehouden op 28 juni 1865 te Vriesland. 

De vergadering werd de vorige avond [27 juni 1865] geopend door de preses van de vorige vergadering, ds. W.H. van Leeuwen, met een preek over psalm 102 vers 14 en 15, en deze ochtend met gebed door de preses ds. K. van den Bosch en het zingen van psalm 86 vers 6. De afgevaardigden zijn:

Grand Rapids  – Ds. W.H. van Leeuwen en J. Gouw (ouderling)

Graafschap – ds. D.J. van der Werp en A. Krabshuis (ouderling)

Zeeland – R. Brinks en J,. de Koster (ouderlingen)

Noordeloos – Ds. K. van den Bosch en P. Heyboer (ouderling)

Vriesland – H. Schepers en G. Haan (ouderlingen).

Art. 1 – De vergadering is overgegaan tot het kiezen van een scriba en met meerderheid van stemmen is daartoe verkozen ouderling P. Heyboer, terwijl deze vergadering gepresideerd zal worden door ds. K. van den Bosch, als zijnde daartoe aan de beurt.

Een kaartje van het gebied dat het grootste deel van ‘de Classis’ bestrijkt.

Art. 2 – Van de gemeente in de Lage Prairie is een brief binnengekomen inhoudende dat zij geen afgevaardigden konden sturen vanwege de drukte der tijdelijke omstandigheden. Ook vragen ze advies over hoe te handelen met een lidmaat der  gemeente, dat zich onttrekt van zijn kerkelijke gemeenschap; aan ds. Van Leeuwen wordt opgedragen daarover aan hen te schrijven. Van de Gemeente te Paterson is noch een afgevaardigde noch een brief binnengekomen.

Art. 3 – De notulen van de vorige vergadering worden voorgelezen en daarop worden de volgende aanmerkingen gemaakt. Ten eerste over Art. 3, met verwijzing naar Art. 7 van de notulen van 11 en 12 januari 1865 van de vergadering gehouden te Zeeland, dat aldus gesteld moet worden, dat bij het overboeken der notulen [het copiëren van klad naar net] volstrekt geen veranderingen mogen worden gemaakt. Verder over Art. 5, waar staat dat tot secundus benoemd is H. Bouws; dat moet zijn A. Pleuns. Ten derde, dat Art. 12 als volgt gesteld moet worden: ‘dat de vergadering geen recht had om te bepalen dat de som van $ 130 door de Gemeenten betaald moet worden; maar dat die door vrijwillige bijdragen bestreden zal worden, en dat de rente van $ 4.60 op de aanstaande vergadering te Graafschap  vereffend zal worden.

Tenslotte merkt ds. Van den Bosch op [in de notulen] vergeten te zijn [op te schrijven] het voorstel van Z.Eerw. wat betreft de handopening [toestemming om een predikant te beroepen]. Z. Eerw. begrijpt dat dat ook betekent dat een Classis bij het geven van handopening aan een gemeente tot het beroepen van een Herder en Leraar, verplicht is om de leraar mede te helpen bezoldigen, wanneer de gemeente door omstandigheden niet bij machte is daarin genoegzaam, te kunnen  voorzien. Ds. Van der Werp oordeelt het tegendeel op grond van Art. 11 van onze aangenomen Dordtse Kerkorde, waarmee ook de vergadering instemt, behalve ds. Van den Bosch, die zich daaraan niet kan onderwerpen.

Ds. Douwe J. van der Werp 1811-1876).

Art. 4 – Daar de Classicale Vergadering volgens een vroeger besluit gehouden moest worden op de laatste woensdag van de volgende maand, en dus vervroegd is, wordt de oorzaak daarvan onderzocht en die niet wettig bevonden. De vergadering besluit echter heden toch wettig vergaderd te zijn en dat verder verzet der Vergadering zal geschieden, indien zulks nodig zal zijn, door de Classicale Commissie. Verder wordt besloten dat de zitting van de Classis niet zal worden meegedeeld in de nieuwsbladen.

Art. 5 – In verband met Art. 4 van de vorige notulen, in overeenstemming met Art. 11 van de notulen van 5 april 1865 van de vergadering gehouden te Grand Rapids, wordt besloten daarmee te wachten totdat een synode der Dutch Reformed Church gehouden zal zijn, zodat we uit het verslag van die synode meer duidelijkheid krijgen in deze zaak. Deze zitting wordt daarop besloten met het zingen van psalm 143 vers 10 en met dankzegging door ds. Van der Werp.

Tweede Zitting.

Ds. W.H. van Leeuwen (1807-1882).

De vergadering wordt opnieuw geopend met het zingen van psalm 25 vers 8 en met gebed door ds. Van Leeuwen.

Art. 6 – In verband met Art. 5 van de vorige notulen gaf commissielid ds. Van der Werp een uitgebreid verslag van de handelingen betreffende het stichten van de gemeente te Paterson, New Jersey, waaruit bleek dat er geen bezwaren bestonden omtrent de leraar A.H. Bechtold noch tegen het organiseren van de gemeente aldaar. Dus is men overgegaan om Z.Eerw. te bevestigen en die gemeente te stichten; terwijl Z,.Eerw. daarop plechtig intrede heeft gedaan.

In rondvraag wordt gebracht de vraag of er ook aanmerkingen zijn op de handelingen van de commissie in deze: nee. Dus wordt besloten dat die gemeente met hun leraar in onze kerkelijke gemeenschap zijn opgenomen en als zodanig erkend. Voorts besluit de vergadering dat die gemeente, vanwege de grote afstand, om de een of twee jaren haar afgevaardigden naar onze Vergadering zal sturen en wanneer zij zaken ter vergadering willen brengen dit telkens schriftelijk gedaan zal worden. De Classicale Correspondent zal hun de belangrijkste behandelde zaken meedelen.

Art. 7 – De kerkvisitatoren deden verslag van hun werkzaamheden. Daaruit bleek onder meer dat er in de gemeente te Grand Rapids alles in goede orde was; te Zeeland werd geadviseerd over het in orde brengen der kerkboeken en het catechiseren door de ouderlingen, en dat het Ondertekeningsformulier door hen moest worden ondertekend. Dat laatste eveneens in de gemeenten Vriesland, Noordeloos en Graafschap.  Verder is alles in orde bevonden. Er zijn dus geen aanmerkingen op het werk der visitatoren. Ds. Van der Werp stelt echter voor in het vervolg geen twee, maar drie leraren te benoemen tot kerkvisitatoren, hetwelk wordt aangenomen.

Art. 8 – in verband met Art. 13 van de vorige vergadering in overeenstemming met Art. 9 van de notulen van 11 en 12 januari 1865, met betrekking tot het ontbieden van de bedoelde boekjes uit Nederland, [wordt meegedeeld] dat de Classis daarover nog in correspondentie is.

Ds. K. van den Bosch (1818-1897), die in 1856 predikant te Noordeloos, Michigan, werd.

Art. 9 – In verband met Art. 15 van de vorige notulen geeft ds. Van der Werp nog nadere inlichtingen en een verslag aangaande de stichting van een gemeente in de Stad Holland; daaruit is gebleken dat daaraan vooralsnog geen gevolg gegeven is, terwijl de leden zelf verzoeken daarmee niet te snel verder te gaan.

Men gaat nu over tot de behandeling van de gemeentelijke zaken.

Art. 10 – Er is een brief binnengekomen van sommige leden die in de Stad Holland wonen, waarin gevraagd wordt of er om de vier of vijf weken een leraar uit de Classis bij hen kan komen preken. De vergadering oordeelt dat daaraan geen gevolg gegeven kan worden. Ook wordt hun aangeraden om hun kerkgebouw aan vrouw Knol te verkopen, die daartoe een verzoek heeft ingediend.

Art. 11 – De gemeente van Noordeloos vraagt – omdat zij haar leraar niet voldoende kan bezoldigen – of de Classis daarin niet kan voorzien. De Vergadering verklaart van niet, en ook, dat men gemeenten die een eigen leraar hebben, daartoe niet kan verplichten. Verwezen wordt naar Art. 11 van onze aangenomen Dordtse Kerkorde.

Art. 12 – Van de gemeente Zeeland is een brief binnengekomen en aan de vergadering voorgelezen, inhoudende ten eerste een klacht dat de diakenen geen 33 centen voor het schoonmaken van het kerkgebouw in hun administratieboek wilden optekenen. De Vergadering oordeelt hierover dat zulke kosten bestreden moeten worden uit de Kerkekas en als er behoefte bestaat andere kosten daaruit te bestrijden. In de tweede plaats dat alle vier ouderlingen der gemeente [Zeeland] hun [eigen] goederen tegen brand verzekerd hebben [het verzekeren van gebouwen en goederen was in Afgescheiden kring een twistpunt – red. GereformeerdeKerken.info]. Naar aanleiding van deze zaak wordt [aan de afgevaardigden] gevraagd of men het tegen brand verzekeren moet aanmerken als zonde, en hoe ver men daarin moet gaan met de kerkelijke censuur. Algemeen oordeelt de vergadering het zonde te zijn en vraagt van de kerkenraadsleden schuldbelijdenis en dat zij op staande voet daar uit gaan [de verzekering opzeggen}.

De broeder ouderling J. de Koster verklaart daarin geen zonde te hebben gezien, noch ziet. Hij is evenwel bereid de verzekering op te zeggen als dat althans kan, omdat hij er voor een vijftal jaren aan gebonden is. Br. ouderling R. Brinks verklaart hetzelfde, maar br. ouderling Jan Ebels wil het nog enige tijd in beraad houden. De andere ouderling, br. J. Kuipers, is hier niet aanwezig.  Hierop wordt ds. Van Leeuwen  verzocht en opgedragen om in plaats van de consulent dier gemeente, ds. Van der Werp, naar Zeeland te gaan, een kerkenraadsvergadering te beleggen en verder met die kerkenraadsleden daarover te handelen.

Een log house waarin de pioniers te Zeeland (Michigan) woonden.

Art. 13 – De br. afgevaardigde ds. Van Leeuwen stelt voor om een Dankdag te houden voor de vrede, die de Here weer aan dit land geschonken heeft, na vier jaren van bloedige strijd tussen de noordelijke en zuidelijke Staten van dit land, en waarin zoveel bloed gestort is. De Vergadering oordeelt, daarmee te wachten tot de regering van het land zo’n dag uitschrijft, en als daaraan niet voldaan wordt, dat dan de Classis dat doet.

Verder wordt door ds. Van Leeuwen voorgesteld of men de gemeenten niet in Classes zal verdelen, omdat deze zich telkens uitbreiden. De vergadering oordeelt dat zij er tot nu toe nog niet rijp voor zijn.

Art. 14 – In overweging wordt gegeven of men de [binnenkort te houden] Algemene Vergadering op de [afgesproken] manier zal houden; besloten wordt zich te houden aan het vroegere besluit, namelijk in Art. 9 van de notulen van de vergadering gehouden te Graafschap op 11 en 12 oktober 1864, en dat die Vergadering zal plaats hebben de eerste woensdag in de maand oktober te Graafschap, terwijl die Vergadering de voorgaande avond geopend zal worden met een preek door ds. K. van den Bosch.

Art. 15 – Aan het slot van deze vergadering is het verslag ingezien van de gecollecteerde gelden ter opleiding van de studenten voor het leraarsambt, en is gebleken dat er in kas was de som van $ 282.04.

De vergadering wordt daarop definitief gesloten met het zingen van psalm 119 vers 33 en met dankzegging door ouderling P. Heyboer.

[niet ondertekend]. 

Bron:

Minutes of the Highest Assembly of the Christian Reformed Church, 1857-1880. Grand Rapids, 1937

Naar deel 28 >

Translation into English:

From “Classis” to “Synod” in America (27).

The first ecclesiastical assemblies of the Christian Reformed Church.

( < Back to Part 26 ) – In our series on the ecclesiastical assemblies of the Seceders who emigrated to America, belonging since 1857 to the then newly established Christian Reformed Church (as explained further in Part 1), we continue with the meeting of 28 June 1865. Clarifying or supplementary remarks by the editors of GereformeerdeKerken.info are placed between square brackets [ ].

Classical Meeting held on 28 June 1865 at Vriesland

The meeting was opened the previous evening [27 June 1865] by the president of the previous meeting, Rev. W.H. van Leeuwen, with a sermon on Psalm 102, verses 14 and 15, and this morning with prayer by the president Rev. K. van den Bosch and the singing of Psalm 86, verse 6.

The delegates are:

  • Grand Rapids – Rev. W.H. van Leeuwen and J. Gouw (elder)

  • Graafschap – Rev. D.J. van der Werp and A. Krabshuis (elder)

  • Zeeland – R. Brinks and J. de Koster (elders)

  • Noordeloos – Rev. K. van den Bosch and P. Heyboer (elder)

  • Vriesland – H. Schepers and G. Haan (elders)

Art. 1 – The meeting proceeded to elect a clerk (scriba), and by majority vote elder P. Heyboer was elected, while this meeting shall be presided over by Rev. K. van den Bosch, as it is his turn to do so.

Art. 2 – A letter has been received from the congregation in the Low Prairie, stating that they were unable to send delegates because of the pressure of temporary circumstances. They also ask for advice on how to deal with a member of the congregation who is withdrawing from church fellowship; Rev. Van Leeuwen is instructed to write to them about this. From the congregation at Paterson neither a delegate nor a letter has been received.

Art. 3 – The minutes of the previous meeting are read, after which the following remarks are made. First, regarding Art. 3, with reference to Art. 7 of the minutes of 11 and 12 January 1865 of the meeting held at Zeeland, it should be stated that when copying the minutes [from draft to fair copy] absolutely no changes may be made. Furthermore, regarding Art. 5, where it states that H. Bouws was appointed as secundus; this should be A. Pleuns. Third, that Art. 12 should read as follows: “that the meeting had no right to determine that the sum of $130 must be paid by the congregations; but that this shall be met by voluntary contributions, and that the interest of $4.60 shall be settled at the forthcoming meeting at Graafschap.”

Finally, Rev. Van den Bosch notes that he forgot [to write down in the minutes] the proposal of Your Reverence regarding the handopening [permission to call a minister]. Your Reverence understands this also to mean that when a Classis grants a congregation permission to call a Pastor and Teacher, it is obliged to help support the minister financially if the congregation, because of circumstances, is not sufficiently able to provide for this. Rev. Van der Werp judges the opposite on the basis of Art. 11 of our adopted Church Order of Dordrecht, with which the meeting also agrees, except Rev. Van den Bosch, who cannot submit to it.

Art. 4 – Since, according to an earlier decision, the Classical Meeting was to be held on the last Wednesday of the following month and has therefore been held earlier, the cause of this is investigated and found not to be lawful. Nevertheless, the meeting decides that it is today lawfully assembled and that any further postponement of the meeting, should this be necessary, shall be carried out by the Classical Committee. It is further decided that the session of the Classis shall not be announced in the newspapers.

Art. 5 – In connection with Art. 4 of the previous minutes, and in accordance with Art. 11 of the minutes of 5 April 1865 of the meeting held at Grand Rapids, it is decided to wait until a synod of the Dutch Reformed Church shall be held, so that from the report of that synod we may obtain more clarity in this matter. This session is then closed with the singing of Psalm 143, verse 10, and with thanksgiving by Rev. Van der Werp.

Second Session.

The meeting is reopened with the singing of Psalm 25, verse 8, and with prayer by Rev. Van Leeuwen.

Art. 6 – In connection with Art. 5 of the previous minutes, committee member Rev. Van der Werp gives an extensive report of the proceedings concerning the establishment of the congregation at Paterson, New Jersey, from which it appeared that there were no objections either to the minister A.H. Bechtold or to the organization of the congregation there. Therefore, Your Reverence was proceeded to be installed, and that congregation was established; whereupon Your Reverence solemnly entered upon his ministry.

In the round of questions it is asked whether there are any objections to the actions of the committee in this matter: none. It is therefore decided that this congregation, together with its minister, is received into and recognized as being in our ecclesiastical fellowship. Furthermore, the meeting decides that, because of the great distance, that congregation shall send its delegates to our meeting once every one or two years, and that whenever they wish to bring matters before the meeting, this shall each time be done in writing. The Classical Correspondent shall inform them of the most important matters that are dealt with.

Art. 7 – The church visitors gave a report of their labors. From this it appeared, among other things, that everything was in good order in the congregation at Grand Rapids; at Zeeland advice was given concerning putting the church books in order and catechizing by the elders, and that the Form of Subscription must be signed by them. The latter likewise in the congregations of Vriesland, Noordeloos, and Graafschap. Furthermore, everything was found to be in order. Thus there are no remarks regarding the work of the visitors. Rev. Van der Werp, however, proposes that in the future not two but three ministers be appointed as church visitors, which is adopted.

Art. 8 – In connection with Art. 13 of the previous meeting, in accordance with Art. 9 of the minutes of 11 and 12 January 1865, with regard to requesting the aforementioned booklets from the Netherlands, it is reported that the Classis is still in correspondence about this.

Art. 9 – In connection with Art. 15 of the previous minutes, Rev. Van der Werp gives further information and a report concerning the establishment of a congregation in the city of Holland; from this it appeared that no action has yet been taken in this matter, while the members themselves request that matters not be pursued too hastily.

The meeting now proceeds to the treatment of congregational matters.

Art. 10 – A letter has been received from some members living in the city of Holland, asking whether a minister from the Classis could come to preach among them every four or five weeks. The meeting judges that this cannot be granted. They are also advised to sell their church building to Mrs. Knol, who has submitted a request to that effect.

Art. 11 – The congregation of Noordeloos asks—because it cannot sufficiently support its minister—whether the Classis cannot provide for this. The meeting declares that it cannot, and also that congregations which have their own minister cannot be obligated to do so. Reference is made to Art. 11 of our adopted Church Order of Dordrecht.

Art. 12 – A letter has been received from the congregation of Zeeland and read to the meeting, containing first a complaint that the deacons did not want to record 33 cents for cleaning the church building in their bookkeeping. The meeting judges that such costs must be met from the Church Fund, and likewise if there is a need to cover other expenses from it. Secondly, that all four elders of the congregation [Zeeland] have insured their [own] property against fire [the insuring of buildings and goods was a contentious issue in Seceder circles – ed. GereformeerdeKerken.info]. In connection with this matter, the delegates are asked whether fire insurance should be regarded as sin, and how far one should go in applying church discipline in this respect. The meeting unanimously judges it to be sin and asks the members of the church council to make confession of guilt and to immediately withdraw from it [cancel the insurance].

Brother elder J. de Koster declares that he has not seen, nor does he see, sin in this. He is, however, willing to cancel the insurance if that is at all possible, since he is bound to it for five years. Brother elder R. Brinks declares the same, but brother elder Jan Ebels wishes to consider it for some more time. The other elder, brother J. Kuipers, is not present. Thereupon Rev. Van Leeuwen is requested and instructed to go to Zeeland in place of the consulent of that congregation, Rev. Van der Werp, to convene a meeting of the church council and to deal further with those church council members concerning this matter.

Art. 13 – Brother delegate Rev. Van Leeuwen proposes holding a Day of Thanksgiving for the peace which the Lord has again granted to this land after four years of bloody struggle between the northern and southern states of this country, in which so much blood has been shed. The meeting judges that one should wait until the government of the country proclaims such a day, and if that does not occur, that then the Classis shall do so.

Furthermore, Rev. Van Leeuwen proposes whether the congregations should not be divided into Classes, since they are continually expanding. The meeting judges that they are not yet ripe for this.

Art. 14 – Consideration is given as to whether the [forthcoming] General Meeting shall be held in the [agreed] manner; it is decided to adhere to the earlier decision, namely Art. 9 of the minutes of the meeting held at Graafschap on 11 and 12 October 1864, and that that meeting shall take place on the first Wednesday of the month of October at Graafschap, while that meeting shall be opened the preceding evening with a sermon by Rev. K. van den Bosch.

Art. 15 – At the close of this meeting the report of the collected funds for the training of students for the ministry has been examined, and it appeared that there was in the treasury the sum of $282.04.

The meeting is then finally closed with the singing of Psalm 119, verse 33, and with thanksgiving by elder P. Heyboer.

[not signed]

Source:

Minutes of the Highest Assembly of the Christian Reformed Church, 1857–1880. Grand Rapids, 1937

To Part 28 >