De Gereformeerde Kerk te Elim (Dr.) en daarna (2)

Een orgel, een klok en nieuwe activiteiten.

( < Naar deel 1 ) – Bij de opening was de gemeente dankbaar voor het nieuwe gebouw. Tijdens de openingsdienst werden veel dankliederen gezongen. Toch ontbraken nog twee belangrijke onderdelen: de toren had nog geen luidklok en in de kerk stond nog geen volwaardig orgel.

De protestantse, voorheen gereformeerde kerk in Elim.

Daarom werd een orgelfonds opgericht en organiseerden de jeugdclubs acties om geld bijeen te brengen. Over de prijs en de keuze van het instrument werd uitgebreid gesproken. Uiteindelijk kon ongeveer een jaar later een pijporgel worden aangeschaft. Dat was een belangrijke verbetering ten opzichte van het harmonium dat de gemeente eerder gewend was. Het nieuwe instrument werd op 24 februari 1966 in gebruik genomen.

Het nieuwe orgel werd op 24 februari 1966 in gebruik genomen.

Met de komst van het orgel en de luidklok werd het kerkgebouw verder voltooid. De nieuwe zalen boden ruimte aan catechisatie en verenigingsavonden. Het verenigingswerk bleef een belangrijke pijler onder het kerkelijke leven.

Na ds. Horlings  kwam emeritus-predikant ds. K. van der Meulen (1895-1978) naar Elim, gevolgd door ds. J.A. Gravenstein (1902-1999), die bekendstond als een vriendelijke en toegankelijke man en die van 1964 tot 1968 aan de kerk van Elim verbonden was. Na hem volgde emeritus-predikant ds. T. Lopers (1905-1979), die van 1971 tot 1973 in Elim stond. Tijdens perioden zonder eigen predikant werden gastpredikanten uitgenodigd. Zij logeerden vaak bij de familie Wiersma, tot niet altijd even groot genoegen van de dochters.

Het gewone kerkelijke leven ging ondertussen door. Er werd gedoopt, getrouwd en gerouwd. Soms verliep een plechtigheid niet helemaal volgens plan. Zo bleek bij de doop van Alco Otten dat er geen water in het doopvont zat. De ouderling van dienst moest snel water halen, zodat de doop alsnog kon plaatsvinden.

Ds. T. Lopers (1905-1979).

Vrouwen in de kerkenraad en nieuwe tradities.

In deze periode maakten voor het eerst vrouwen deel uit van de kerkenraad. De benoeming leidde aanvankelijk tot discussie, maar werd uiteindelijk positief ontvangen. Mede doordat er geen mannen beschikbaar waren voor de vacatures, kwam deze verandering tot stand.

Ook de kerstvieringen kregen een nieuwe invulling. Onder leiding van meester Boer, de toenmalige hoofdonderwijzer, liepen de kinderen voor het eerst in lange rijen met brandende kaarsjes door de kerk. Wat later een vertrouwde traditie werd, was destijds een vernieuwing waaraan de gemeente moest wennen.

In het kerkelijke leven waren veranderingen zelden vanzelfsprekend. Er waren vaak voorstanders en tegenstanders, maar gaandeweg vonden nieuwe gebruiken hun plaats.

De periode van kerkelijk werkers.

In 1974 kwam de heer P.J. Jongbloed naar Elim als pastoraal kerkelijk werker. De kerkenraad had zich ervoor ingespannen om de noodzakelijke toestemming van de classis te verkrijgen.

Jongbloed studeerde nog in Kampen en mocht daarom aanvankelijk niet zelfstandig in de gemeente preken. Ook financieel was zijn aanstelling een uitdaging. De gemeente beschikte over beperkte middelen en kon de kosten eigenlijk moeilijk dragen. Met steun van de classis lukte het toch om hem aan te stellen.

Jongbloed was jong en enthousiast en combineerde zijn studie met pastoraal werk in de gemeente. Hij werd gewaardeerd door veel gemeenteleden. Zijn plotselinge overlijden, kort voordat hij zijn laatste examen zou afleggen, bracht dan ook grote verslagenheid teweeg. Twaalf jaar lang had hij de gemeente gediend. Zijn vrouw bleef na zijn overlijden nog enige tijd in Elim wonen en verhuisde later naar elders.

Heet orgel in de gereformeerde kerk (foto: Orgels in Drenthe, Geert Jan Pottjewijd).

Na een nieuwe vacatureperiode, waarin ook werd gewerkt aan het verbeteren van de financiële situatie, kwam de heer A.J. Fraanje in beeld. Ook zijn komst vroeg de nodige gesprekken en inspanningen. Aanvankelijk mocht hij alleen pastoraal werk verrichten en niet preken. Uiteindelijk werd hierover met de classis overeenstemming bereikt.

Fraanje was een enthousiaste en hardwerkende kerkelijk werker. Zijn voortvarendheid leidde soms tot vragen vanuit de classis of de particuliere synode, maar binnen de gemeente was hij geliefd. Hij organiseerde onder meer fietstochten op zondag en gezellige bijeenkomsten voor de kerkenraad. De eerste keer ging men kegelen bij café Ome Dries.

Na vijf jaar moest Fraanje vanwege de kerkelijke financiële omstandigheden vertrekken. Daarmee werd opnieuw duidelijk hoezeer de mogelijkheden van de gemeente afhankelijk waren van de beschikbare middelen.

Teruglopende ledentallen en onderhoud van het kerkgebouw.

Het voortbestaan van een kerkelijke gemeente hangt mede af van de aanwas van nieuwe leden. In Elim werd dat steeds moeilijker. Door beperkte werkgelegenheid trokken mensen naar andere plaatsen. Het ledental groeide daardoor niet meer en liep in de loop der tijd terug (zie de grafiek onderaan dit verhaal).

De zorg voor het kerkgebouw bleef echter bestaan. Het platte dak begon herhaaldelijk te lekken. Eerdere noodreparaties boden onvoldoende soelaas, zodat een grondige renovatie noodzakelijk werd. De kosten bedroegen ongeveer 27.000 euro.

Opnieuw werden de gemeenteleden benaderd voor financiële toezeggingen en werd vrijwilligerswerk ingezet. Dankzij deze gezamenlijke inspanning kon het noodzakelijke onderhoud worden uitgevoerd.

Ook op liturgisch gebied veranderde er het nodige. Naast de psalmen en gezangen uit het Liedboek voor de Kerken kon voortaan uit het zogenoemde groene boekje worden gezongen. Daarmee kreeg de gemeente toegang tot een ruimer aanbod van kerkliederen.

Het interieur van de kerk (foto: Orgels in Drenthe, Geert Jan Pottjewijd).

De kerkorde en de samenwerking binnen de Protestantse Kerk.

De ontwikkelingen rond de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland in 2004 brachten nieuwe organisatorische vragen met zich mee. De nieuwe kerkorde moest worden besproken en de gemeente onderzocht welke gevolgen de veranderingen zouden hebben.

Er werd uitgebreid vergaderd over de inrichting van de organisatie. Zo werd het noodzakelijk een College van Kerkrentmeesters in te stellen, dat verantwoordelijk zou worden voor de financiën en het beheer van de gebouwen. Tot dan toe werden deze taken in Elim via de kerkenraad geregeld. Uiteindelijk besloot de gemeente mee te gaan in de nieuwe structuur.

Ook het orgel werd nog uitgebreid met enkele stemmen. Een bijdrage van een onbekende schenker maakte dit mogelijk.

Nieuwe voorgangers en hernieuwde betrokkenheid.

Na een periode zonder vaste voorganger kwam mevrouw G.H. Mateman voor drie jaar naar Elim. Zij werkte ongeveer twintig uur per week. Na haar vertrek ontstond opnieuw een vacature.

Dankzij de inzet van Dirk Guichelaar, die toen in de kerkenraad zat, kwam mevrouw ds. G. Arends-Alkema uit De Krim in beeld. Aanvankelijk was zij bereid om tijdelijk bij te springen, maar uiteindelijk verrichtte zij enkele jaren het werk als predikante in Elim.

De gereformeerde kerk en de pastorie, zoals het er in de jaren ’60 uitzagen.

Haar periode werd gekenmerkt door enthousiasme en nieuwe betrokkenheid. Een bijzonder bemoedigend moment was dat verschillende jonge mensen belijdenis deden. Dat was in lange tijd niet meer op deze schaal gebeurd. Het gaf de gemeente hoop voor de toekomst.

Ook mevrouw Arends-Alkema kreeg later een beroep naar een andere gemeente en vertrok.

Intussen werden nieuwe voorzieningen ingevoerd voor gezinnen met kinderen. Er kwam kinderoppas en kindernevendienst, zodat ouders gezamenlijk de kerkdienst konden bijwonen.

Daarnaast ontstond opnieuw een eigen muziek- en zanggroep, waarvan de leden met veel enthousiasme aan diensten en bijeenkomsten bijdroegen. Muziek was overigens al eerder een herkenbaar onderdeel van het gemeenteleven. In het verleden trad de groep De Waldennies op bij feestelijke gelegenheden. Walraad en Hennie begeleidden de optredens op accordeon.

Ook de techniek veranderde. Dankzij de aanschaf van een beamer kunnen de liederen tegenwoordig op de muur worden geprojecteerd. Het groene boekje hoeft daardoor niet meer voor iedere dienst te worden gebruikt. De vrijwillige inzet van de organisten bleef eveneens van grote betekenis. Daarnaast werd de keuken van het kerkgebouw vernieuwd, zodat de voorzieningen beter aansluiten bij de activiteiten van de gemeente.

Ds. A.P. Heiner en de toekomst van de gemeente.

Na opnieuw een periode zonder vaste voorganger kwam emeritus-predikant ds. A.P. Heiner (*1950) in 2011 naar Elim. Zijn aanstelling is bijzonder, omdat hij tot 2015 werkzaam was voor zowel de Gereformeerde Kerk als de Hervormde Gemeente.

Deze gezamenlijke benoeming kwam voort uit gesprekken en toenemende samenwerking tussen leden van beide gemeenten. Daarmee werd een ontwikkeling zichtbaar waarover al jarenlang was gesproken en vergaderd: de mogelijkheid om nauwer samen te werken en uiteindelijk tot een federatie te komen. Er moesten nog de nodige stappen worden gezet en mogelijke obstakels worden overwonnen. Toch vormde de gezamenlijke inzet een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van het kerkelijke leven in Elim.

Een geschiedenis van saamhorigheid en doorzettingsvermogen.

Wat in de Gereformeerde Kerk van Elim begon met kerkgangers die naar Hollandscheveld en Nieuwlande moesten reizen, groeide uit tot een zelfstandige gemeente met een eigen kerkgebouw.

De in 1913 in gebruik genomen kerk ‘Eben Haëzer’ te Nieuwlande.

De gemeente kreeg te maken met oorlogsomstandigheden, financiële zorgen, een verwoestende kerkbrand, perioden zonder predikant en een teruglopend ledental. Toch werd steeds opnieuw gezocht naar mogelijkheden om verder te gaan. Gemeenteleden bouwden mee, zamelden geld in, verrichtten onderhoud en namen verantwoordelijkheid voor het kerkelijke en maatschappelijke leven.

Door de jaren heen veranderden de gebouwen, de organisatie, de muziek, de liturgie en de manier waarop gemeenteleden met elkaar samenwerkten. Tegelijkertijd bleef de behoefte bestaan aan een plaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, hun geloof kunnen beleven en steun bij elkaar kunnen vinden.

De gereformeerde kerkgeschiedenis van Elim is daarmee niet alleen een terugblik op gebeurtenissen en personen uit het verleden. Zij laat ook zien hoe belangrijk betrokkenheid, onderlinge verbondenheid en vertrouwen zijn voor het voortbestaan van een geloofsgemeenschap. De generaties die de kerk hebben opgebouwd en onderhouden, hebben een belangrijke basis gelegd voor de toekomst.

Samen verder als Protestantse Gemeente De Bron (2022-2026).

Een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Elim begon in 2022. In dat jaar fuseerden de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk tot de Protestantse Gemeente De Bron. Daarmee kreeg een samenwerking die al jarenlang onderwerp van gesprek was, daadwerkelijk gestalte.

Logo van de ‘Protestantse Gemeente De Bron’.

De fusie betekende meer dan een organisatorische verandering. Twee gemeenten met hun eigen geschiedenis, gewoonten en geloofstradities moesten verder groeien naar één gemeenschap. Dat vroeg om overleg, wederzijds begrip en de bereidheid om samen nieuwe wegen in te slaan.

In het beleidsplan voor de periode 2022–2026 werd deze ontwikkeling samengevat in het motto: Samenbouwen aan één Protestantse gemeente in Elim. De gemeente wilde een gastvrije plaats zijn voor jong en oud, waar mensen zich welkom en gezien voelen en waar ruimte is voor geloof, ontmoeting en zorg voor elkaar.

Een belangrijk onderdeel van deze nieuwe fase was de toekomst van de kerkgebouwen. Al eerder was gesproken over de wens om de activiteiten van de gemeente zoveel mogelijk op één passende locatie onder te brengen. De Dorpsstraatkerk moest daarvoor grondig worden verbouwd en verduurzaamd.

De protestantse (voormalig hervormde) Dorpsstraatkerk in Elim.

In juli 2024 werd bekend dat de voormalige gereformeerde kerk aan de Perebomenweg op termijn zou sluiten en verkocht zou worden. Het gebouw bleef voorlopig in gebruik, omdat de Dorpsstraatkerk gedurende de werkzaamheden niet beschikbaar zou zijn. In oktober 2026 liet de kerkenraad weten dat de verbouwing en herinrichting – ook met hulp van vrijwilligers – vergevorderd waren.

De toekomst van de Perebomenwegkerk betekende daarmee ook het naderende einde van een herkenbare periode in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Elim. Het gebouw had gedurende vele jaren een centrale plaats ingenomen in het leven van de gemeente en was voor veel mensen verbonden met persoonlijke herinneringen aan kerkdiensten, doopplechtigheden, huwelijken, rouwdiensten en ontmoetingen.

Tegelijkertijd bood de nieuwe gezamenlijke gemeente mogelijkheden om vooruit te kijken. Het streven was om niet alleen een passend kerkgebouw te behouden, maar ook een gemeenschap te vormen die midden in het dorp staat en betrokken is bij de mensen om haar heen.

Zo kreeg de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Elim opnieuw een vervolg. Waar eerdere generaties met grote inzet een eigen kerk hadden gebouwd en na de brand van 1962 opnieuw waren begonnen, stond een nieuwe generatie voor de taak om de kerkelijke toekomst vorm te geven.

Ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Elim.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Elim tussen 1942 en 2015.

Bronnen onder meer:

Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

Jaarboek (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

A. Metselaar, Het ontstaan van Elim. Elim, 1986

Protestantse Gemeente Elim, Beleidsplan 2022-2026.

H. Wemmenhove, Toen Elim nog Dwarsgat was. Elim, g.j.

© 2026. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

The ‘Gereformeerde’ Church in Elim (Drenthe) and its Subsquent History (2).
An organ, a clock, and new activities.

( < Back to Part 1 ) – At the opening, the congregation was grateful for the new building. Many hymns of thanksgiving were sung during the opening service. Nevertheless, two important elements were still missing: the tower did not yet have a bell, and the church did not yet have a proper organ.

An organ fund was therefore established, and the youth clubs organized fundraising activities. The price and choice of the instrument were discussed at length. Eventually, approximately a year later, a pipe organ was purchased. This represented a significant improvement over the harmonium the congregation had previously been accustomed to. The new instrument was put into use on February 24, 1966.

With the arrival of the organ and the church bell, the church building was further completed. The new halls provided space for catechism classes and association evenings. The work of the church associations remained an important pillar of congregational life.

After Rev. Horlings, the retired minister Rev. K. van der Meulen (1895–1978) came to Elim, followed by Rev. J.A. Gravenstein (1902–1999), who was known as a friendly and approachable man and who was associated with the church in Elim from 1964 to 1968. He was succeeded by the retired minister Rev. T. Lopers (1905–1979), who served in Elim from 1971 to 1973. During periods when the congregation did not have its own minister, guest preachers were invited. They often stayed with the Wiersma family, much to the daughters’ occasional displeasure.

Meanwhile, ordinary church life continued. Children were baptized, couples were married, and people mourned their dead. Sometimes a ceremony did not go entirely according to plan. For example, at the baptism of Alco Otten, it turned out that there was no water in the baptismal font. The elder on duty had to fetch water quickly so that the baptism could still take place.

Women on the Church Council and New Traditions.

During this period, women became members of the church council for the first time. Their appointment initially led to discussion, but it was ultimately received positively. This change came about partly because no men were available to fill the vacancies.

Christmas celebrations also took on a new form. Under the leadership of Mr. Boer, the headteacher at the time, the children walked through the church in long rows carrying lit candles for the first time. What later became a familiar tradition was, at the time, an innovation to which the congregation had to grow accustomed.

Changes in church life were rarely accepted without question. There were often supporters and opponents, but gradually, new practices found their place.

The Period of Church Workers.

In 1974, Mr. P.J. Jongbloed came to Elim as a pastoral church worker. The church council had worked hard to obtain the necessary approval from the classis, the regional governing body of the church.

Jongbloed was still studying in Kampen and was therefore initially not permitted to preach independently within the congregation. His appointment also presented a financial challenge. The congregation had limited resources and could scarcely afford the costs. With support from the classis, however, it proved possible to appoint him.

Jongbloed was young and enthusiastic and combined his studies with pastoral work in the congregation. He was appreciated by many members. His sudden death, shortly before he was due to take his final examination, therefore came as a tremendous shock and caused profound grief. He had served the congregation for twelve years. After his death, his wife continued to live in Elim for some time before eventually moving elsewhere.

Following another vacancy period, during which efforts were also made to improve the financial situation, Mr. A.J. Fraanje came into the picture. His arrival, too, required considerable discussion and effort. Initially, he was permitted to carry out pastoral work only and was not allowed to preach. Eventually, an agreement on this matter was reached with the classis.

Fraanje was an enthusiastic and hardworking church worker. His energetic approach sometimes prompted questions from the classis or the particular synod, but he was well liked within the congregation. Among other things, he organized Sunday cycling trips and enjoyable gatherings for the church council. On the first occasion, the group went bowling at Café Ome Dries.

After five years, Fraanje had to leave because of the church’s financial circumstances. This once again made clear just how dependent the congregation’s opportunities were on the financial resources available to it.

Declining Membership and Maintenance of the Church Building.

The continued existence of a church congregation depends in part on attracting new members. In Elim, this became increasingly difficult. Because of limited employment opportunities, people moved to other places. As a result, membership no longer grew and gradually declined over time (see the graph at the bottom of this account).

Responsibility for maintaining the church building nevertheless remained. The flat roof began leaking repeatedly. Earlier emergency repairs had proved insufficient, making a thorough renovation necessary. The cost amounted to approximately €27,000.

Once again, the congregation members were approached for financial pledges, and volunteers were called upon to help. Thanks to this collective effort, the necessary maintenance work could be carried out.

There were also changes in the area of liturgy. In addition to the psalms and hymns in the Liedboek voor de Kerken (Songbook for the Churches), the congregation could now sing from the so-called green booklet. This gave the congregation access to a wider selection of church hymns.

Church Order and Cooperation within the Protestant Church.

Developments surrounding the formation of the Protestant Church in the Netherlands in 2004 raised new organizational questions. The new church order had to be discussed, and the congregation examined the implications of the changes.

Extensive meetings were held to discuss how the organization should be structured. For example, it became necessary to establish a Board of Church Stewards, which would be responsible for finances and the management of the buildings. Until then, these responsibilities in Elim had been handled through the church council. The congregation eventually decided to adopt the new structure.

The organ was also expanded with several additional stops. A donation from an unknown benefactor made this possible.

New Ministers and Renewed Involvement.

After a period without a permanent minister, Ms. G.H. Mateman came to Elim for three years. She worked approximately twenty hours a week. After her departure, another vacancy arose.

Thanks to the efforts of Dirk Guichelaar, who was then a member of the church council, Rev. G. Arends-Alkema from De Krim came into the picture. Initially, she was willing to provide temporary assistance, but she ultimately served as minister in Elim for several years.

Her time in Elim was characterized by enthusiasm and renewed involvement. A particularly encouraging moment came when several young people made a public profession of faith. It had been a long time since this had happened on such a scale. It gave the congregation hope for the future.

Rev. Arends-Alkema was later called to another congregation and left Elim.

Meanwhile, new provisions were introduced for families with children. Childcare and children’s church sessions were established so that parents could attend the church service together.

In addition, a music and singing group was formed once again, with members contributing enthusiastically to services and gatherings. Music had, in fact, already been a recognizable part of congregational life in earlier years. In the past, the group De Waldennies performed at festive occasions. Walraad and Hennie accompanied the performances on the accordion.

Technology also changed. Thanks to the purchase of a projector, hymns can now be projected onto the wall. As a result, the green booklet no longer needs to be used at every service. The voluntary contributions of the organists also continued to be of great importance. In addition, the kitchen in the church building was renovated so that its facilities would better meet the needs of the congregation’s activities.

Rev. A.P. Heiner and the Future of the Congregation.

After another period without a permanent minister, the retired minister Rev. A.P. Heiner (born in 1950) came to Elim in 2011. His appointment was unusual because, until 2015, he served both the ‘Gereformeerde’ Church and the ‘Hervormde’ Congregation.

This joint appointment arose from discussions and increasing cooperation between members of the two congregations. It marked the emergence of a development that had been discussed and debated for many years: the possibility of closer cooperation and, ultimately, the establishment of a federation. Several steps still had to be taken, and potential obstacles had to be overcome. Nevertheless, the joint effort represented an important development in the history of church life in Elim.

A History of Solidarity and Perseverance.

What began with members of the ‘Gereformeerde’ Church in Elim having to travel to Hollandscheveld and Nieuwlande to attend church grew into an independent congregation with its own church building.

The congregation faced wartime conditions, financial difficulties, a devastating church fire, periods without a minister, and declining membership. Yet time and again, it sought ways to continue. Congregation members helped build the church, raised money, carried out maintenance, and took responsibility for church and community life.

Over the years, the buildings, the organization, the music, the liturgy, and the ways in which congregation members worked together all changed. At the same time, the need remained for a place where people could meet, experience their faith, and find support in one another.

The history of the ‘Gereformeerde’ Church in Elim is therefore not merely a retrospective account of past events and individuals. It also demonstrates how important commitment, mutual solidarity, and trust are to the continued existence of a faith community. The generations who built and maintained the church laid an important foundation for the future.

Moving Forward Together as Protestant Congregation De Bron (2022–2026).

A new chapter in the history of the ‘Gereformeerde’ Church in Elim began in 2022. In that year, the ‘Hervormde’ Congregation and the ‘Gereformeerde’ Church merged to form Protestant Congregation De Bron. This gave concrete shape to a cooperation that had been the subject of discussion for many years.

The merger meant more than an organizational change. Two congregations, each with its own history, customs, and religious traditions, had to continue growing together into a single community. This required consultation, mutual understanding, and a willingness to explore new paths together.

The policy plan for the period 2022–2026 summarized this development in the motto: Building together towards one Protestant congregation in Elim. The congregation wanted to be a welcoming place for young and old, where people felt welcome and seen, and where there was room for faith, fellowship, and care for one another.

An important part of this new phase concerned the future of the church buildings. Discussions had already taken place about the desire to bring the congregation’s activities together, as far as possible, at a single suitable location. To achieve this, the Dorpsstraat Church needed extensive renovation and improvements to its energy efficiency and sustainability.

In July 2024, it became known that the former ‘gereformeerde’ Church on Perebomenweg would eventually close and be sold. The building remained in use for the time being because the Dorpsstraat Church would be unavailable during the renovation work. In October 2026, the church council announced that the renovation and redesign were well advanced, thanks in part to the assistance of volunteers.

The future of the Perebomenweg Church also marked the approaching end of a recognizable period in the history of the ‘Gereformeerde’ Church in Elim. For many years, the building had occupied a central place in congregational life and was associated, for many people, with personal memories of church services, baptisms, weddings, funeral services, and gatherings.

At the same time, the new united congregation offered opportunities to look ahead. The aim was not only to retain a suitable church building but also to form a community that was an integral part of village life and actively involved with the people around it.

In this way, the history of the ‘Gereformeerde’ Church in Elim began yet another chapter. Just as earlier generations had worked tirelessly to build their own church and had started again after the fire of 1962, a new generation faced the task of shaping the future of church life.