De Gereformeerde Kerk te Castricum

Het begin.

De Gereformeerde Kerk te Castricum werd op 20 januari 1931 geïnstitueerd vanuit de kerk te Beverwijk. Een beknopt historisch overzicht.

Kaart: Google.

Weliswaar woonden rond 1919 in Castricum slechts weinig gereformeerden (het dorp was grotendeels rooms-katholiek), toch vormden ze samen een wijkgemeente van de Gereformeerde Kerk te Beverwijk, die  op 12 september 1875 geïnstitueerd werd. In die tijd stond ds. F. Kramer (1868-1943) van 1903 tot 1936 in Beverwijk. Hij heeft een behoorlijk aandeel gehad in de tot stand koming van de kerk te Castricum.

De gereformeerden in Castricum woonden in die tijd natuurlijk de kerkdiensten in Beverwijk bij. Maar op een gegeven moment ontwaakte de wens in Castricum zélf kerkdiensten te kunnen beleggen, omdat de afstand – lopend of op de fiets – bezwaarlijk werd. De gereformeerden van Beverwijk kwamen bij elkaar in de kerk aan de Baanstraat 32, die daar in 1887 in gebruik genomen was en tot 1930 dienst deed, toen de Middelaarkerk aan het Moensplein in gebruik genomen werd.

De Baanstraat met links achter de gereformeerde kerk, die tot 1930 dienst deed.

In december 1918 voegden sommigen de daad bij het woord, want ongeveer twintig gereformeerden kwamen toen in de woning van een van hen bij elkaar en gingen daar leesdiensten houden.

De kerkenraad van Beverwijk had in 1919 al enige tijd nagedacht over de mogelijkheid in Castricum diensten te beleggen. Vandaar dat men in de kerkenraad van Beverwijk op 2 november 1919 ouderling Age Kuperus uit Castricum in het ambt bevestigd had, want ‘de godsdienstoefeningen daar mogen en kunnen het ambtelijk cachet niet missen’. Kuperus leidde de diensten in Castricum en maakte bij het preeklezen gebruik van de bekende prekenserie ‘Menigerlei Genade’.

Een eigen kerkgebouw.

Op 17 maart 1917 had de kerkenraad van Beverwijk overigens al een stuk grond in Castricum in optie genomen aan de Beverwijksestraatweg, dat op 16 juli 1919 voor fl. 500 definitief in het bezit van de Beverwijkse kerk kwam. Het plan was daar een ‘vergaderlokaal met bovenwoning’ te bouwen, waar vijftig kerkgangers een plaats konden vinden. Veel meer was toen nog niet nodig. Begin april 1920, rond Pasen, werd de kerk in gebruik genomen. Twee keer per zondag kon men daar de diensten bijwonen, alleen voor het avondmaal moest men de benenwagen of het stalen ros weer gebruiken om de viering in Beverwijk bij te wonen.

Al snel bleek dat de kerk in Castricum tijdens de vakantieperiode wel erg vol begon te raken. Men hield de diensten dan elders in het dorp, in Zaal Roosendaal of Zaal Borst. Met andere woorden: het aantal gereformeerden – al dan niet in de vakantietijd – groeide en het was niet zo vreemd dat op 29 december 1930 door de kerkenraad van Beverwijk besloten werd het kerkgebouw gratis over te doen aan de gereformeerden in Castricum, zodra daar de kerk geïnstitueerd zou zijn.

De gereformeerde kerk aan de Baanstraat te Beverwijk.

De kerk geïnstitueerd.

En dat gebeurde op 20 januari 1931 onder leiding van de Beverwijkse predikant ds. F. Kramer. Toen werden namelijk de verkozen ouderlingen en diakenen in het ambt bevestigd: Cornelis Jacobus Baart en Age Kuperus als ouderlingen, en Jan Hendrikse als diaken. In totaal werden 89 gemeenteleden van Beverwijk naar de kerk te Castricum overgeschreven, van wie 38 doopleden.

De eerste kerkenraadsvergadering werd in de Geelvinkstraat, bij br. Kuperus thuis, gehouden. De reden daarvan was dat de twee schoorstenen door een stevige storm van de kerk waren afgewaaid. Hoe dan ook, de gemeente groeide flink, mede omdat personeel van het Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch te Bakkum onder de kerk van Castricum ressorteerde.

Gezocht werd naar een predikant. Een eigen fulltime dienaar des Woords was voor de kleine kerk vooralsnog te duur, zodat men met financiële steun van de classis begon met een kandidaat, die in deeltijd van februari tot en met juni 1932 aan de kerk van Castricum verbonden werd. Het was P.B. Lengkeek (1903-1987) uit Rotterdam. Twee keer per zondag preken, catechisaties, ziekenbezoek en bezoek aan Duin en Bosch behoorde tot zijn taak. Daarvoor kreeg hij fl. 125 per maand.

De kerk uitgebreid.

In de vacante periode, dus tussen het vertrek van dominee Lengkeek in 1932 en de komst van de eerste ‘echte’ predikant in 1934, bleek al dat het kerkgebouw aan de Beverwijksestraatweg te klein werd. De vijftig zitplaatsen bleken onvoldoende om – vooral in het zomerseizoen – alle kerkgangers op te vangen. De toen benoemde bouwcommissie zat er wel mee, hoe men het benodigde geld, zo’n fl. 3.500, bijeen kon krijgen. Een advertentie in het (‘gereformeerde’) Anti-Revolutionaire dagblad De Standaard van 5 mei 1934 deed wonderen: de lezers werden daarin uitgenodigd fl. 3.500 aan ‘eene Gereformeerde Kerk’ te lenen, een belegging die ‘volkomen safe’ was. Er kwam één reactie, namelijk van een dominee, die bereid was het betreffende bedrag  te lenen, zij het ‘zoo secuur mogelijk en zoo voordelig mogelijk’. De dominee kreeg 5% rente, dus daar werd hij niet mee bekocht. Maar hoe dan ook, het geld kwam er!

De gereformeerde aannemer H. Oudshoorn uit Velsen was degene die de plannen uitvoerde. De uiteindelijke kosten – bereikt na enige bezuinigingen op de kozijnen en het dak – waren fl. 3.400. Toen de uitbouw klaar was kreeg schilder Eikelenboom opdracht het geheel een fris kleurtje te geven. Keurig op tijd voor de intrede van de eerste eigen predikant was de verbouwing achter de rug.  De kerk telde nu drie maal zoveel zitplaatsen als eerder; honderdvijftig kerkgangers konden er nu een plaats vinden.

De gereformeerde kerk aan de Beverwijksestraatweg te Castricum.

Een eigen predikant.

De eerste eigen predikant was ds. J. Krüger (1881-1962) van Elburg, die op 22 juli 1934 in het ambt bevestigd werd en tot zijn emeritaat in 1950 aan de kerk van Castricum verbonden was.

De Tweede Wereldoorlog was ook voor de kerk van Castricum geen makkelijke tijd. Huibert van Ginhoven pleegde illegaal verzetswerk (hij pleegde sabotage en organiseerde Engelandvaart) en werd op 17 maart 1942 door de Duitsers gefusilleerd. Theodoor Krüger werd tijdens de beruchte razzia in Putten opgepakt en naar het concentratiekamp Neuengamme afgevoerd, waar hij halverwege maart 1945 overleed.

Huibert van Ginhoven.

Anderen werden door de Duitsers gevangen gezet, maar konden na de oorlog terugkeren. Tijdens de oorlog – in de periode februari 1943 tot juni 1944 – werden geregeld kerkenraadsvergaderingen in de Amsterdamse Keizersgrachtkerk gehouden. Toen de kerk van Castricum door de Duitsers gevorderd werd, kon men net op tijd de preekstoel uit de kerk weghalen en bij de familie Baart in de huiskamer opslaan. De Duitsers hielden huis in het dorp. Om vrij schootsveld naar zee te krijgen werd een deel van het dorp afgebroken of opgeblazen; daarbij bleef de kerk gespaard.

Na de oorlog.

Dat in Castricum na de oorlog de term ‘wederopbouw’ heel letterlijk moet worden opgevat, spreekt vanzelf. De wederopbouw gebeurde ‘in hoog tempo’; de woningbouw werd voortvarend aangepakt, waardoor het dorp een spectaculaire toename van het inwonertal te zien gaf. Ook veel gereformeerden vestigden zich in het dorp. Telde de kerk van Castricum rond 1950 ongeveer 210 leden, tien jaar later was het aantal leden bijna verdubbeld, terwijl de kerk in 1979 doorgegroeid was tot ongeveer 1.275 leden.

Maar na de groei kwam de krimp. Het ledental van de Gereformeerde Kerken in Nederland verminderde in de jaren ’70 en ook de curve van het aantal leden in Castricum vertoonde dat beeld. Van 1.275 leden in 1979 daalde het zielental naar ongeveer 790 in 1974. De daling van het ledental viel in Castricum echter bijna drie keer hoger uit dan het landelijke beeld te zien gaf.

Ds. J. Krüger (1881-1962), die van 1934 tot 1950 in Castricum stond.

Een nieuwe kerk.

Zoals gezegd groeide de kerk van Castricum aanvankelijk stevig. De dag zou echter aanbreken dat de honderdvijftig zitplaatsen onvoldoende bleken. De burgerlijke gemeente Castricum breidde uit, met in het kielzog steeds meer gereformeerden. Daarnaast bleek dat het kerkgebouw-met-de-bovenwoning na verloop van tijd in ‘zeer slechts staat’ verkeerde. Moest de kerk gerestaureerd worden, of moest een geheel nieuwe kerk gebouwd worden? Bovendien keek men uit naar een nieuwe predikant, want de toenmalige dienaar des Woords, ds. A.G. Kornet (1922-2000) was per 2 november 1952 vertrokken naar het Friese Sint Anna Parochie. Hij was op 5 maart 1950 als kandidaat naar Castricum gekomen  en had daar dus iets meer dan twee jaar gestaan.

Maar met de heer Kuperus als voorzitter van de kerkenraad kwam het toch allemaal goed. In augustus 1951 werd een bouwfondscommissie (later ‘bouwcommissie’) gevormd die zich aanvankelijk uiteraard oriënteerde over de mogelijkheden en de moeilijkheden, en die her en der advies vroeg. Uiteindelijk dacht men zo’n fl. 80.000 nodig te hebben voor de bouw van een nieuwe kerk. Een degelijke bouwfondscommissie waardig stuurde men speciale circulaires de kerkelijke wereld in: één naar alle plaatselijke Gereformeerde Kerken (dat waren er toen zo’n 800) en één naar particulieren van wie men een bijdrage verwachten kon. Een wervend artikel van de hand van ds. A.M. Boeyinga (1887-1973) van Haarlem verscheen in vele kerkelijke bladen; door de jeugd werd een OPA-actie op touw gezet (Oud Papier!), en er werd een spaarkaartenactie opgestart waarmee gespaard werd voor de benodigde gelden voor een stuk grond. De Vrije Universiteit stuurde zonder enig probleem 20.000 adressen van welgezinde contribuanten; ook zij kregen een circulaire toegestuurd. Geen wonder dat het bouwfonds flink groeide.

De Maranathakerk te Castricum.

De gereformeerde architect H. Eldering uit Leeuwarden werd gevraagd een plan voor een nieuwe kerk te maken. Hem werd verteld dat de kerkenraad niet alleen voor de korte termijn voldoende zitplaatsen wilde hebben, maar ook voor de toekomst mogelijkheden wilde om de kerk te zijner tijd, indien nodig, te kunnen uitbreiden. Eind oktober 1954 kwam de bouwvergunning af en kon het echte werk beginnen.

Na een hoop heen en weer gepraat met de gemeentelijke schoonheidscommissie, die door haar eisen de kerk op kosten jaagde, kon de bouw eindelijk beginnen. De kerk zou een achthoekige vorm krijgen. De kosten voor de bouw van de kerk bedroegen in december 1954 inmiddels fl. 129.000; dit maakte een hogere hypotheek nodig, maar de penningmeester keek er niet anders om uit zijn ogen. Het kon allemaal best! Ook uit de gemeentevergadering, die naar aanleiding van de definitieve plannen gehouden werd, kwamen geen bezwaren. Integendeel: ‘Spontaan zongen zij het lied ‘Nooit kan ’t geloof te veel verwachten’!’

Aannemer Van der Woude uit het Friese Twijzel zou de bouw op zich nemen. Terwijl hij steen op steen stapelde hield de bouwcommissie zich alvast met het interieur bezig: de opbouw van het liturgisch centrum, de banken en het orgel (met de speeltafel op de grond). Uiteindelijk moest allen het programma voor de ingebruikneming nog opgesteld worden. Ook dat lukte.

De kerk in gebruik genomen.

Ds. A.A. Leenhouts (1915-2001).

Op 23 december 1955 werd de nieuwe Maranathakerk in gebruik genomen. Dat gebeurde onder leiding van ds. A.A. Leenhouts (1915-2001), die ds. Kornet inmiddels was opgevolgd en op 1 april 1954 (eerst als hulpprediker en per eind november dat jaar als predikant) in het ambt bevestigd was. Het programma voor de opening van de kerk voorzag in een veelheid van activiteiten. Natuurlijk werd de vergadering geopend door de voorzitter van de bouwcommissie en na het gebed, het welkomstwoord en de overdracht van het kerkgebouw aan de kerkenraad werd de kerk namens hem door ds. Leenhouts aanvaard. Na de uitvoering van enkele stukken door het zangkoor Excelsior bracht de ouderling van dienst de Bijbel uit de oude kerk op de preekstoel. Daarna begon de officiële kerkdienst met onder meer een korte preek naar aanleiding van psalm 24 vers 7: ‘Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef u, aloude ingangen: de Koning vol majesteit wil binnengaan’.

Het laatste deel van de bijeenkomst werd in beslag genomen door de aanbieding van allerlei geschenken door de kerkelijke verenigingen, en natuurlijk de ‘toespraken van afgevaardigden en autoriteiten’. Gezang 29 besloot de bijeenkomst.

Het orgel van de Maranathakerk.

Overbezet.

Eind jaren ’60 bleek dat de Maranathakerk vaak overbezet was. Castricum was kennelijk aantrekkelijk voor gereformeerden, want het vestigingsoverschot van dat deel van de bevolking was boven gemiddeld. Men was al begonnen met dubbele ochtenddiensten om alle kerkgangers te kunnen opvangen. Een studiegroep ging aan het werk om de zaak te onderzoeken. Het eindrapport meldde dat niet alleen het dorp sterk zou gaan groeien, maar óók de Gereformeerde Kerk, zelfs zóo, dat in 1985 gerekend kon worden op 3.150 gereformeerden. Die aantallen, hoe degelijk de cijfers in die tijd ook werden opgesteld, bleken uiteindelijk, zoals op zoveel plaatsen, niet te kloppen. In 1985 waren er ongeveer 1.150 gereformeerden en inmiddels was de achteruitgang in het ledental al ingezet; in 1994 bedroeg het ledental ongeveer 785.

Desondanks bleek uitbreiding van de kerkruimte noodzakelijk te zijn, niet alleen voor de kerkdiensten, maar ook met betrekking tot de functie van ontmoetingsruimte.

De gedachten richtten zich aanvankelijk op de mogelijkheid om samen met de Rooms-Katholieke Bethlehemparochie nieuwbouw te plegen. Vergaderingen, berekeningen, bezichtigingen, schetsplannen en begrotingen waren het gevolg. De bedoeling was dan de Maranathakerk te verkopen (dat zou fl. 270.000 opbrengen, zo dacht men) en dan voor fl. 700.000 gezamenlijk een nieuwe kerk te bouwen. Om het tekort van drie ton weg te werken zouden de kerkelijke bijdragen met 50% omhoog moeten. De gemeentevergadering van 1 oktober 1973 keurde de plannen echter af. Maar toch werd kort daarop het besluit genomen om te gaan bouwen, want gebleken was dat uit de gemeente tóch voldoende steun zou zijn toegezegd. De plannenmakers gingen dus weer door.

Maar het eind van het verhaal was dat de plannen niet doorgingen. Een rapport van de ‘Werkgroep Financieel en Technisch Beheer’ stelde op 15 november 1974 vast dat ‘de realisering van de voorliggende plannen niet verantwoord is’. De gemeentevergadering, die nog dezelfde maand werd gehouden, stemde de plannen alsnog af.

De verbouwde gereformeerde kerk (foto: Reliwiki, ds. H.J. Douwes, Amsterdam).

Er moest tóch iets gebeuren!

De plannen voor de oecumenische kerkbouw mochten dan niet doorgaan, er moest toch iets gebeuren! De kerkenraad had bij de bouw van de Maranathakerk in de jaren ’50  bij voorbaat al gezegd dat de kerk zó gebouwd moest worden dat deze later makkelijk zou kunnen worden verbouwd en vergroot, als dat nodig zou zijn. Het was nú zover! De noodzaak was aanwezig. De gemeenteleden werden uitgenodigd mee te denken. Dat gebeurde en leidde uiteindelijk tot een schetsplan van een uitbreiding van de kerk voor een bedrag van fl. 400.000 tot fl. 500.000. De gemeentevergadering van december 1979 ging met de plannen akkoord en zo kreeg architect H. Blansjaar uit Leiderdorp de opdracht een schetsontwerp te maken voor een verbouwing die maximaal fl. 350.000 mocht kosten, inclusief de inrichting, de grond en de BTW.

Nadat de vergunningen geregeld waren en allerlei acties waren opgestart om geld binnen te krijgen, kon in juli 1977 aannemersbedrijf gebr. Terlingen uit Amsterdam met de bouw beginnen, die volgens de plannen bijna fl. 425.000 ging kosten. Vanuit de kerkelijke gemeente werden veel vrijwilligers ingezet. In 1978 kon de vernieuwde kerk in gebruik genomen worden.

In 1994 en 1995 werd de kerk nog eens flink opgeknapt; een en ander werd in drie fasen uitgevoerd. Allereerst moest de kerkzaal verbeterd worden, de vloer aangepakt, en de banken door stoelen vervangen; ten tweede het opknappen van de omloopruimte, de entree, de koffiehoek en het schilderen van de balken. Tenslotte fase 3, die bedoeld was om diverse vergaderzalen op te knappen.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Castricum tussen 1932 en 2002.

SoW

Op 13 januari 2006 werd in Castricum de Protestantse Gemeente gevormd, door het samengaan van de Gereformeerde Kerk en  de Hervormde Gemeente.

Op 31 december 2014 schreef het Noordhollands Dagblad het volgende:

De Protestantse Gemeente Castricum gaat zich concentreren in de eeuwenoude Dorpskerk. Daarmee valt het doek voor de Maranathakerk uit 1955. Krimp van de Protestantse Gemeente heeft geleid tot deze beslissing, die bij de gemeenteleden hard is aangekomen. ’Niet om het ene dak maar om het afscheid van het andere dak. Heel veel pijn’, zo staat te lezen in het Kerkblad voor Protestants Castricum. Twee kerkgebouwen in stand houden is echter niet haalbaar. Het ledenbestand krimpt elk jaar met ongeveer drie procent. Bijna zestig procent van de leden is ouder dan zestig jaar en bijna veertig procent is ouder dan zeventig jaar. De inkomsten door vrijwillige bijdragen worden minder, de vrijwilligers worden ouder.

Een projectgroep heeft de diverse mogelijkheden onderzocht. Bekeken is ook of de Maranathakerk aan de Prins Hendrikstraat de hoofdlocatie kon worden. Maar qua uitstraling en sfeer voldoet de Dorpskerk beter. Die staat ook naast de begraafplaats. Wel moet de Dorpskerk verbouwd worden. Twee architecten hebben schetsen op papier gezet. Mede ook omdat zij concluderen dat een verbouwing technisch haalbaar is, is gekozen voor de Dorpskerk.

Geschat wordt dat verkoop van de Maranathakerk 450.000 euro oplevert; een bedrag dat de kerk goed kan gebruiken. ,,Maar het is niet zo dat er meteen een bord ’Te Koop’ wordt geplaatst’’, haast Gerrit Branderhorst van de projectgroep zich te zeggen. ,,De beslissing dat we ons gaan concentreren in de Dorpskerk is genomen, de verfijnde beslissing over de toekomst van de Maranathakerk moet nog genomen worden. Uitbreiding van de Dorpskerk is een proces van procedures en vergunningen. Ik verwacht dat we zeker tot 2016 nog gebruik maken van de Maranathakerk.’’

Het betekent het einde van de derde kerk in Castricum in korte tijd. Dijk en Duin is bezig met de verkoop van het Witte Kerkje op landgoed Duin en Bosch en de katholieke kerk neemt afscheid van de kerk Maria ten Hemelopneming in Bakkum.

En nu…

Tegenwoordig worden de ‘gewone’ kerkdiensten, die ook via Radio Castricum worden uitgezonden, afwisselend een maand lang in de Dorpskerk en in de Maranathakerk gehouden; zoveel mogelijk gaat hierin de eigen predikant voor.

Bronnen:

W. van Doorn e.a., Maranathakerk Castricum. Een impressie van 40 jaar Maranathakerk en wat daaraan vooraf ging in Gereformeerd Castricum. Castricum, 1995

Noordhollands Dagblad, 31 december 2014

M. Ritzema, De Gereformeerden van Castricum. Eigenzinnig en betrokken. Een geschiedenis (1918-) 1931 – 2006. Castricum, 2013

© 2017. GereformeerdeKerken.info