Iets over de Gereformeerde Kerk te Britsum (Frl.)

Inleiding.

De Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Gemeente in het Friese Britsum werd op 31 augustus 1862 geïnstitueerd. Het ‘late tijdstip’ van deze instituering is niet vreemd. De hervormden in Britsum hadden in de tijd van de Afscheiding niets te klagen over hum dominee. De hervormde preekstoel werd in die tijd voortdurend bezet door een orthodoxe predikant.

Kaart: Google.

Maar in 1844 kwam aan dat voorrecht een eind. Na bijna tien jaar lang – van 11 mei 1834 tot 1 januari 1844 – in zijn gemeente ’het onversneden Woord Gods’ te hebben gepredikt ging ds. S.S. (Sytze Solkes) Tromp met emeritaat. Ds. Tromp – in die tijd een van de weinige orthodoxe hervormde predikanten in Friesland – was bij velen bekend door zijn talrijke gedrukte preken, die door de destijds bekende uitgeverij Höveker te Amsterdam uitgegeven werden: ‘Hij hield zich stipt aan de oude leer, en daar gaven zijn preken blijk van’. Liever nog dan zijn gedrukte preken te lezen, kwam men van heinde en verre naar Britsum om de predikant in hoogsteigen persoon te horen; volgens de verhalen stond de straat bij de kerk op zondag vol met rijtuigen en wagens.

Het emeritaat van ds. Tromp was voor de vrijzinnige landeigenaars in Britsum en omgeving – als   ‘floreenplichtigen’ hadden zij het recht de predikant te kiezen (!) – de uitgelezen kans een ‘moderne’ predikant op de preekstoel te krijgen. Dat werd ds. S. (Synco) Hoitsema. Emeritus-predikant Tromp volhardde ook daarna echter in de uitgave van zijn preken en hield bijeenkomsten met zijn vroegere gemeenteleden, die het in de hervormde kerk in het dorp niet meer zagen zitten. Na Tromps overlijden – op 2 juli 1852 in Britsum – werd zijn werk door zijn (vermogende) echtgenote voortgezet.

Ds. S.S. Tromp werd in Britsum begraven.

Evangelist Maatjes komt naar Britsum.

Inmiddels was in 1850 – mede door toedoen van mevrouw Groen van Prinsterer (echtgenote van de bekende staatsman) in het nabijgelegen dorpje Vrouwenparochie (door de inwoners ‘Froubuert’ genoemd) een evangelist gekomen in de persoon van de heer J.H. Maatjes (1815-1870). Daar bestond een ‘Vereeniging ter bevordering van ware Evangeliekennis en christelijk leven’; deze vereniging wilde proberen ‘de Waarheid overeenkomstig de Schrift meer gestalte te geven, vooral in de Hervormde kerk’.

Evangelist, later dominee J.H. Maatjes (1815-1870).

Maatjes was van 1837 tot 1843 als catechiseermeester werkzaam geweest in de strafgevangenis te Groningen, maar was daar op initiatief van vijf hervormde stadspredikanten wegens zijn orthodoxe prediking ontslagen. ‘De Heer is mij en mijn vrouw in onze zorgvolle omstandigheden nog tot hulp en sterkte en schenkt ons het blijmoedig geloofsvertrouwen dat het brood zeker en gewis zal zijn voor ons en ons kind’, was zijn reactie.

Van 8 december 1850 tot 14 augustus 1859 was hij evangelist in Vrouwenparochie, maar op aandringen van ds. Tromp – zeer verheugd met Maatjes’ komst! – kwam hij vanaf 1851 al die jaren ook elke week één dag naar Britsum. Daar gaf hij catechisatie en deed hij huis- en ziekenbezoek.

Een evangelisatievereniging in Britsum.

In 1859 moest in Britsum weer een nieuwe hervormde predikant beroepen worden; ds. Hoitsema’s opvolger Wetsels was naar Wommels vertrokken. Met de benoeming van Hoitsema in het achterhoofd deelden Maatjes en zijn aanhangers aan de kiesgerechtigde floreenplichtigen mee dat in Britsum een evangelisatievereniging zou worden opgericht als opnieuw een vrijzinnige predikant op de preekstoel gebracht zou worden. Dat liet hen echter koud en zo deed de vrijzinnige predikant ds. C.E. Crull per 14 augustus 1859 intrede in de hervormde gemeente te Britsum.

De hervormde Johanneskerk te Britsum (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Aan de belofte getrouw zorgde de rechtzinnige boer Jelle Tjebbes Hiemstra toen, samen met mevrouw de weduwe Tromp, voor de bouw van een evangelisatielokaal aan de Lieuwe Jellingastrjitte 27 in Britsum, dat in 1859 in gebruik genomen werd (de bouw van het gebouwtje kostte fl. 2.800). En nog hetzelfde jaar werd Maatjes als ‘lerend ouderling’ beroepen en als zodanig op 14 augustus 1859 in het evangelisatiegebouwtje aan de Lieuwe Jellingastrjitte in het ambt bevestigd. Op dezelfde dag als ds. Crull in de hervormde kerk!

Het evangelisatiegebouwtje aan de Lieuwe Jellingatrjitte. De entree en de zijvleugels kwamen er later bij.

Het begon met dertien leden.

Een nadeel van het ‘kerkelijk’ leven in de evangelisatievereniging was dat door Maatjes geen avondmaal bediend kon worden – hij was immers geen predikant. Maatjes zelf wees er eens op dat hij al in geen twintig jaar aan het avondmaal had deelgenomen en bovendien als evangelist in diezelfde tijd nooit onder kerkelijk opzicht had gestaan. Zijn kinderen waren zelfs niet eens gedoopt. Om aan die situatie een eind te maken werd in 1862 een oproep geplaatst in het orthodox hervormde blad ‘De Heraut’ en in het weekblad ‘De Bazuin’ van de Theologische School van de Afgescheidenen in Kampen, met de vraag: welke predikant wil in ons evangelisatielokaal het avondmaal bedienen?

Ds. J.R. Kreulen (1820-1904) van Hallum.

Twee reacties kwamen daarop binnen. Maar beide waren afkomstig van Friese Afgescheiden predikanten: van ds. J.R. Kreulen (1820-1904) uit Hallum en van ds. J. Jans (1837-1865) uit Leeuwarden. Voor Maatjes zal dat een tegenvaller zijn geweest, omdat hij ongetwijfeld gehoopt had reacties uit orthodox-hervormde kring te zullen krijgen. Toch gingen hij en zijn medestanders een gesprek aan met de twee Afgescheiden predikanten. Beiden adviseerden aan de onkerkelijke situatie van de evangelisatievereniging in Britsum een einde te maken door toe te treden tot de Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk en ds. Jans stelde voor lid te worden van de Afgescheiden gemeente in Leeuwarden. Uiteindelijk stemden Maatjes c.s. daarin toe.

De classis is blij met Maatjes en zijn vrienden.

Vandaar dat de classis Leeuwarden op 15 januari 1862 beraadslaagde over een verzoek van de Leeuwarder kerkenraad. Konden ‘de vrienden van de Britsummer evangelisatie als leden van de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Leeuwarden worden aangenomen?’ Maatjes was ook aanwezig. Als ‘gereformeerde godsdienstonderwijzer en evangelist te Britsum’ vertelde hij iets over zichzelf en ook waarom hij zich met de Christelijke Afgescheidene Kerk wilde verenigen: ‘De diep gevoelde behoefte aan een gemeenschap waarin benevens de zuivere prediking des Woords, de sacramenten worden bediend overeenkomstig de instelling van Christus, sprak zich uit in al zijn woorden’. Geen wonder dat de classis dit alles ‘met blijdschap aanhoorde’!

Wel stelde evangelist Maatjes enkele voorwaarden voor de toetreding tot de Christelijke Afgescheidene Kerk. Allereerst ‘dat men alle prediking en evangelisatiearbeid, gegrond op de gereformeerde leer, van welk genootschap of welke vereniging ook uitgaande, zou eerbiedigen indien namelijk de personen bekwaam en eerbaar bevonden werden’; en verder ‘dat hij even vrij en onbelemmerd als vroeger zijn evangelisatiearbeid moest kunnen voortzetten, [maar] dat hij zich evenwel gaarne onderwierp aan alles wat met Gods instellingen en onze gereformeerde kerkinrichting overeenkwam, terwijl hij het zelfs wenschelijk en plichtmatig achtte dat alle evangelisatie- en zendingsarbeid in gewone tijden van de kerk uitga’, en dus niet van een vereniging.

Die voorwaarden boden genoeg perspectieven, maar de classis moest er nog wel even ‘lang en breedvoerig’ over discussiëren. Uiteindelijk werden de voorwaarden ‘met het oog op den exceptioneelen toestand van de heer Maatjes en zijn vrienden niet alleen goedgekeurd, maar de broeders ook met blijdschap welkom geheten in de gemeenschap met de Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk van Nederland’.

De officiële toetreding van Maatjes, zijn echtgenote en die van W.K. Dijkstra, K.W. Dijkstra, A.W. Nicolai en J. Fokkens tot de kerk van Leeuwarden vond plaats op 9 februari 1862. Maatjes werd toen als ouderling van de kerk in de Friese hoofdstad bevestigd. En ’s middags werd het avondmaal gevierd. De evangelisatievereniging in Britsum werd ontbonden, al ging het evangelisatiewerk in het dorp natuurlijk gewoon door. Ondertussen maakte men ook plannen om in Britsum te komen tot de stichting van een eigen Christelijke Afgescheidene Gemeente!

Geïnstitueerd (31 augustus 1862).

De gevelsteen van de eerste Oosterkerk te Leeuwarden werd later in de nieuwe kerk geplaatst en siert nu de gevel van het gebouw op de plaats waar die inmiddels afgebroken tweede Oosterkerk ooit stond.

In diezelfde tijd bestond ook in het nabijgelegen Stiens een groep Afgescheidenen. Ook zij kerkten – net als de Britsummers – in de (eerste) Oosterkerk aan het Hoeksterpad in Leeuwarden. De groep in Stiens beschikte niet over een eigen vergadergelegenheid, en zodoende kwam men op de gedachte om een zelfstandige gecombineerde Afgescheiden Gemeente van Britsum én Stiens te institueren, waarbij Britsum, dat aan de Jellingastrjitte immers wél over een eigen kerkje beschikte, als centrum kon dienen.

Daar ging de classis mee akkoord en kort daarop, op 31 augustus 1862, werd de ‘Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Gemeente te Britsum’ geïnstitueerd, zeer waarschijnlijk onder leiding van ds. Jans van Leeuwarden. De gemeente omvatte toen nog slechts dertien leden; vier van hen waren afkomstig uit Britsum, acht uit Stiens en één uit Cornjum. Maatjes werd ‘lerend ouderling’ van de nieuwe gemeente. Hij schreef in De Bazuin: ‘Den afgelopen Dag des Heeren hadden wij het voorrecht, dat hier plegtig gevestigd werd eene gemeente van de Christelijke Afgescheiden Gereformeerde Kerk’. De eerste kerkenraad bestond voornamelijk uit oudgedienden: behalve evangelist Maatjes: bakker W.K. Dijkstra, A.W. Nicolai, K.T. Haanstra en J.J. Fokkens.

De eerste kerkenraadsvergadering werd op 4 september 1862 gehouden. De vergaderingen duurden soms lang. Ze begonnen meestal om een uur of vijf in de middag en konden soms tot tegen middernacht voortduren. Op 26 oktober 1862 werd voor het eerst na de instituering het avondmaal gevierd. Negentien personen, waaronder twee hervormde gasten, zaten aan rond de voorin de kerk klaarstaande tafel – het was die dag slecht weer, waardoor sommigen de reis niet aandurfden. ’s Middags werden twee kinderen uit Stiens gedoopt. En ’s avonds was er nog een dankdienst.

Het interieur van het oude kerkje aan de Jellingastrjitte (foto: Centraal Weekblad).

Maatjes wordt zijns ondanks predikant.

Ondertussen had ouderling Waling Keimpes Dijkstra uit Britsum in augustus 1862 een brief geschreven aan de kerkenraad van Leeuwarden met de vraag of ‘lerend ouderling’ Maatjes niet predikant van de gemeente te Britsum kon worden. De kerkenraad bracht de brief op de classis van 13 augustus 1862 ter sprake.

Maar Maatjes wilde liever dat liever helemaal niet. Hij vond dat hij daarvoor te onbekwaam was en bovendien was hij bang dat de mensen zouden gaan denken dat hij tot de Afgescheiden Kerk was toegetreden om op die manier predikant te worden. De classis vond die redenen onvoldoende en liet hem er tot de volgende classis – op 6 november 1862 – over nadenken. Maar toen was Maatjes nog niet van mening veranderd. Daarom werd een commissie benoemd, bestaande uit ds. Kreulen en ds. Jans, die er met Maatjes over zouden gaan praten. Een verstandige keus. Maatjes kende beide predikanten inmiddels goed.

Op 7 februari 1863 rapporteerde de commissie aan de classis. Wel waren al de bezwaren die de heer Maatjes naar voren bracht tegen zijn benoeming tot predikant verdwenen, maar één ding wilde hij niet: ‘formeel examen te doen omdat hij vermeent daarvoor geen genoegzame bekwaamheden te bezitten’. Daarom adviseerde de classis aan de kerkenraad van Britsum de volgende keer een verklaring mee te brengen waarin de kerkenraad aangaf dat de heer Maatjes beschikte over buitengewone (‘singuliere’) gaven overeenkomstig het toenmalige artikel 8 van de Dordtse Kerken Orde (DKO). Dat deed de kerkenraad op 12 mei 1863. Naar zijn overtuiging bezat de heer Maatjes ‘de vereischten in Art. 8 DKO genoemd, en daarom begeert hij dat ZijnEd. tot het leeraarsambt bevorderd moge worden’. De classis ging akkoord. Nadat hij op 22 juli 1863 voor de classis het peremptoir examen had afgelegd werd hij ‘hartelijk welkom geheten in de rij der bedienaars van het Evangelie, waarna men het laatste vers van Psalm 134 gezongen heeft’.

Ds. Maatjes als predikant.

Op 26 juli werd hij door ds. J. Jans van Leeuwarden in het ambt bevestigd. Ds. Maatjes hield zijn intreepreek naar aanleiding van de passende tekst uit 1 Korinthe 9 vers 16: ‘Want indien ik het Evangelie verkondig, het is mij geen roem; want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig!’

In ‘De Bazuin’ schreef ouderling W.K. Dijkstra toen: ‘En God gaf onze broeder, nu onzen Herder en Leeraar, de vrijmoedigheid en ons de blijdschap om bij de plegtige bevestiging te kunnen antwoorden te gelooven dat Z.Eerw. van Gods gemeente en mitsdien van God Zelven tot de heilige bediening geroepen was. Met dankbaar gemoed mogen wij nu juichen: de Heere heeft alles welgemaakt. In geloovige afwachting van en pleitend op Zijne veelvuldige Verbondsbeloften, dragen wij onzen Leeraar en de gemeente verder biddend op aan onzen getrouwen Bonds-God’.

Ongeveer in diezelfde tijd werd het evangelisatiegebouwtje aan de Jellingastrjitte in Britsum door de eigenaren (boer Jelle Tjebbes Hiemstra en mevrouw Tromp) aan de Christelijke Afgescheidene Gemeente van Britsum overgedaan voor een bedrag van fl. 2.000. Mevrouw Tromp – zelf ook lid geworden van de gemeente – schold later de resterende schuld kwijt. Britsum had een eigen dominee én een eigen kerk!

Iets uit het kerkelijk leven.

Ds. Maatjes bleef tot 1865 aan de kerk van Britsum verbonden. In die tijd gebeurde het dat ouderling Waling K. Dijkstra, die voorzanger was in de kerk (er was nog geen orgel), zich had misdragen tegenover een gemeentelid. Daarom werd hij door de kerkenraad gestraft met een verbod om drie weken lang in de kerk niet te mogen voorlezen of voorzingen. Zo’n straf zou later niet meer mogelijk zijn, want in 1897 werd voor het eerst een eenvoudig huisorgel (een harmonium) in de kerk geplaatst.

In augustus 1865 maakte ds. Maatjes bekend dat de gemeente van Bunschoten-Spakenburg een beroep op hem had uitgebracht. Ook merkte hij op het gevoel te hebben niet meer zo gewaardeerd te worden. Vooral de leden uit Stiens klaagden  er volgens hem over dat ze zijn preken niet zo goed konden volgen. En de catechisaties werden niet meer zo trouw bezocht als eerder. Het was beter voor hem én voor de gemeente de roeping naar Bunschoten-Spakenburg aan te nemen, daarvan was hij overtuigd. Hij deed dat dan ook en preekte op 1 oktober 1865 afscheid naar aanleiding van de korte en krachtige tekst uit Hebreeën 13 vers 25: ‘De genade zij met u allen. Amen’.

Ds. J. Meijer (1837-1906) op latere leeftijd.

Een jaar later werd hij opgevolgd door ds. J. Meijer (1837-1906). Deze stond slechts kort in Britsum, namelijk van 7 oktober 1866 tot 7 juni 1868. Tijdens diens predikantschap ging men in Stiens met het evangelisatiewerk aan de slag. Zowel door de predikant als een tweetal ouderlingen werden daar huisbezoeken gebracht ‘ter meerdere uitbreiding van de zaak des Heeren’. Men wilde in het dorp t.z.t. graag een eigen Christelijke Afgescheidene Gemeente!

Slechts enkele maanden na het vertrek van ds. Meijer naar Oldehove (Gr.) deed ds. B.J. van den Berg (1836-1894) al op 6 december 1868 intrede in Britsum; hij bleef er bijna tien jaar, namelijk tot 4 aug. 1878. Tijdens zijn predikantschap veranderde in 1869 de naam van de kerk. Dat werd veroorzaakt door de kerkenfusie tussen de ‘Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk’ en de ‘Gereformeerde Kerk onder het Kruis’. Deze waren weliswaar beide afkomstig uit de Afscheiding van 1834, maar in 1838 waren allerlei onenigheden er de oorzaak van dat een behoorlijk aantal gemeenteleden, enkele gemeenten en een groep predikanten zich afscheidden van de hoofdstroom van de Christelijke Afgescheidene Kerk en een eigen kerkgenootschap stichtte, de Gereformeerde Kerk onder het Kruis. In 1869 werden de meningsverschillen na uitvoerige onderhandelingen uit de weg geruimd en werd besloten de eenheid – onder een nieuwe naam – te herstellen. Zo ontstond de ‘Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland’ met plaatselijke gemeenten, zoals die in Britsum.

De ‘Acte van Combinatie’ (1872).

Zoals al opgemerkt ressorteerde Stiens onder de kerk van Britsum. Die combinatie werd op 6 mei 1872 officieel bevestigd door de ondertekening van de  zgn. ‘Akte van Combinatie’. Daarin werd onder meer geregeld ‘dat de combinatie van de gemeente te Britsum en de nog te stichten gemeente van Stiens duurt zolang de thans staande predikant [ds. Van den Berg] daar is’. Ook werd afgesproken dat ‘zolang de combinatie duurt, zij al de lasten en lusten met elkander dragen’.

Ds. B.J. van den Berg (1836-1894).

Deze ‘Acte van Combinatie’ vloeide voort uit de besprekingen die leidden de instituering van de kerk te Stiens. Dat laatste gebeurde op 14 juli 1872, waarschijnlijk onder leiding van ds. Van den Berg. De gemeente te Stiens telde bij de stichting negentien belijdende en zes doopleden. De reden voor de instituering lag ook in de groei van het aantal gemeenteleden in Stiens. Daardoor werd het voor ds. Van den Berg steeds moeilijker de gemeenteleden in beide dorpen aan hun trekken te laten komen en tevreden te stellen; de afstand tussen beide dorpen was – lopend! – ook groot. Vandaar dat men uiteindelijk tot de conclusie kwam dat het beter was in Stiens een zelfstandige Christelijke Gereformeerde Kerk te institueren.

In april 1873 werd – niet in Britsum maar te Stiens – een school voor christelijk nationaal onderwijs geopend. De 61 leerlingen waren afkomstig uit Stiens en Britsum. Het eerste schoolhoofd was meester H. Broekstra (1845-1936).

Meester H. Broekstra (1845-1936) op latere leeftijd.

Deze kwam in april 1873 naar Stiens en vertrok per 1 aug. 1884 naar Thesinge (Gr.). Britsum kreeg in 1903 een eigen christelijke school, maar pas in 1910 kregen beide scholen een eigen bestuur. Op 1 juli 1930 werd in Britsum een nieuw schoolgebouw geopend.

De christelijke school in Stiens.

In augustus 1878 vroegen de afgevaardigden van Britsum-Stiens de combinatie op te heffen. Ds. Van den Berg had namelijk een beroep aangenomen naar de kerk te Andijk. De Acte van Combinatie bepaalde immers dat deze in stand zou blijven zolang de zittende predikant nog aan de kerk verbonden was. Nu ds. Van den Berg vertrok wilde Stiens als volledig zelfstandige gemeente gaan optreden. Door de classis gevraagd naar de redenen van het verzoek ‘wordt opgevoerd dat Britsum door de combinatie in zedelijke kracht noodwendig moet afnemen en de financiële toestand van Stiens langs dien weg meer achter- dan vooruit gaat’. Na stemming werd  besloten de combinatie van beide gemeenten op te heffen.

Het gereformeerde kerkje te Stiens, dat in 1878 in gebruik genomen werd (foto: Reliwiki).

Britsum vroeg toen meteen toestemming een eigen predikant te beroepen. Niemand was daar tegen. Het werd ds. C. Stadig (1853-1924) die van 8 december 1878 tot 5 mei 1883 aan de kerk van Britsum verbonden was. Ook Stiens beriep sindsdien haar eigen predikant.

Ds. C. Stadig (1853-1924).

Enkele predikanten.

Twee predikanten drukten door de lange duur van hun ambtsperiode in Britsum een speciaal stempel op de gemeente. Allereerst ds. W.T. Nijenhuis (1859-1922) die van 21 oktober 1883 tot 22 mei 1921 predikant te Britsum was. Ook moet genoemd worden ds. J. Douma (1881-1945) die van 2 september 1923 tot 7 april 1945 aan de kerk van Britsum verbonden was.

Op 1 december 1897 ontving de kerk een geschenk van dominee en mevrouw Nijenhuis in de vorm van een huisorgel, ter begeleiding van de samenzang. Later, op 8 november 1899, werd een nieuw orgel voor de kerk gekocht voor de som van fl.150!

Een jaartje later, in 1900, besloot de kerkenraad het salaris van de koster te verhogen van fl. 20 tot fl. 25 per jaar! De broeders bepaalden echter wel dat de koster zelf moest zorgen voor de schoonmaakmiddelen, ‘uitgezonderd de ragebol’. Opmerkelijk was ook de vermaning die de kerkenraad in die tijd uitdeelde aan een zuster der gemeente omdat zij op de kermis (!) de waarzegster (!) had bezocht om te weten te komen of zij ooit nog eens in het huwelijk zou treden. Wat de betaalde voorspelling was en of die uitkwam vertelt het verhaal niet.

Over ds. Nijenhuis schreef J.A. Berghuis in het landelijk kerkelijk Jaarboek (1923): “Ds. Nijenhuis en de gemeente van Britsum. Hoe hebben die elkander niet getroost door het onderling geloof, zoo het zijne als het hare. Wat kon onze oom, wanneer hij zich tijdens de vakantie in onzen familiekring bevond, hartelijk vertellen van zijne gemeente en den arbeid in haar midden. Nooit een klacht, nooit een minder waardeerend woord over iemand uit zijn mond gehoord, zoodat we als kinderen onwillekeurig den indruk kregen: wat beste en vrome menschen zijn het daar toch te Britsum! En door Gods genade is zijn arbeid niet ijdel geweest. De Heere heeft hem vrucht doen zien, vrucht van zijn arbeid, en is het wel de minst degelijke vrucht, die met zorg gekweekt, langzaam rijpt? Zeker, zijn arbeid was in veel gebrek en zwakheid; wie was er beter van overtuigd dan hij zelf. Maar daarom was zijn hart ook zoo vol van dank aan den Heere, die hem niet alleen verwaardigde in Zijn wijngaard te arbeiden, maar hem ook de vrucht deed zien. Hebben stervenden hem er niet voor gedankt, wat hij door Gods genade voor hen heeft mogen zijn? En maakte hij zich door zijn beminnelijk karakter zonder moeite vrienden, door zijn oprechte trouw wist hij ze ook te behouden”.

De entree van het gereformeerde kerkje in Britsum.

“Veel heeft God hem te Britsum doen genieten. Ook al hierdoor, dat Hij hem, toen hij zeven jaar er geweest was, in Trijntje Omta een liefdevolle gade schonk, die hem waarlijk een hulpe is geweest, hem met haar gebed en raad steeds heeft bijgestaan en ook op meer dan één terrein, naar den lust haars harten in de gemeente heeft gearbeid, wat ze te gemakkelijker kon doen, doordat hun huwelijk zonder kinderen bleef. En zo heeft hij gewerkt tot den dag van zijn afscheid op 22 mei 1921. De wensch, bij zijn 40-jarig jubileum op 21 november 1920 uitgesproken, dat hij dien winter zijn arbeid nog mocht kunnen verrichten, is vervuld geworden, al werd het hem ook moeilijk gemaakt, sinds in februari 1921 de ziekte, die hem zou sloopen, zich zou openbaren in pijn en krachteloosheid van het rechterbeen, waardoor het loopen hem zwaar viel”.

Ds. J. Douma.

Tweeëntwintig jaar lang, van 1923 tot 1945, was ds. J. Douma aan de kerk van Britsum verbonden, waar hij op 7 april 1945 overleed. Niet alleen in de plaatselijke kerk, maar ook daarbuiten verrichtte de predikant veel werkzaamheden. Zo maakte hij – ook als scriba – deel uit van de Particuliere Synode van Friesland (Noordelijk Gedeelte) en was hij bestuurslid van het gewest Friesland van het ‘Gereformeerd Schoolverband’ en van het Friesch Dagblad. Hij kan beschouwd worden als een ijveraar voor de Friese taal, want hij was redacteur van het ‘Grifformeard Frysk Tiidskrift’, en schreef voorts bijdragen voor allerlei andere bladen.

Korte terugblik.

Een merkwaardige omstandigheid is het dat de dochter (de kerk te Stiens) de moeder (die in Britsum) later over het hoofd gegroeid is. Toch heeft vanaf de allereerste tijd een vrij gestadige groei van de gemeente in Britsum plaats gehad. In vrijwel elke notulen uit die tijd worden nieuwe leden gemeld. Bij de instituering telde de gemeente van Britsum in totaal 13 belijdende en elf doopleden. Eind 1862 waren er al 22 belijdende leden. Op 8 januari 1863 sloot mevrouw Tromp zich met drie anderen bij de gemeente aan en in 1865 telde de gemeente te Britsum al 108 leden (39 belijdende en 69 doopleden). Nog steeds behoren ook de dorpen Jelsum en Cornjum bij de kerk te Britsum.

Nieuwe kerk (1968).

De nieuwe gereformeerde Kerk ‘De Hoekstien’, die in 1968 in gebruik genomen werd en nog steeds dienst doet als protestantse kerk.

De Gereformeerde Kerk te Britsum werd zoals al opgemerkt geïnstitueerd op 31 augustus 1862. En vanaf 1859 stond aan de Lieuwe Jellingastrjitte dus al een gereformeerde kerk. Deze is tot 1968 in gebruik gebleven. Toen werd het gebouw – ondanks enkele eerdere verbouwingen – te klein. De groei van de gemeente leidde ook tot de noodzaak om het vergadergebouw uit te breiden. In de loop van de honderd jaar onderging het kerkje tweemaal een vergroting. Niet ver van het kerkgebouw, vlak naast de pastorie, kwam in 1961 een nieuw verenigingsgebouw tot stand.

Links de toenmalige pastorie en rechts het in 1961 gereed gekomen vergaderlokaal (foto: Centraal Weekblad).

Het kerkje aan de Jellingastrjitte werd uiteindelijk verkocht en kreeg een bedrijfsbestemming. Het staat er echter nog steeds! Een nieuwe kerk, ‘De Hoekstien’, verrees in 1968 aan het Stedpaed. De architecten Steen en Tuinhof maakten het ontwerp. Bij de sluiting van de eerste kerk heeft een kerklid de gedenksteen er uit gehaald en bewaard. In februari 2008, bij de viering van het 40-jarig bestaan van de nieuwe kerk, kreeg de oude gedenksteen een plekje in de huidige kerk ‘De Hoekstien’. De nieuwe kerk telt 300 zitplaatsen.

Het interieur van ‘De Hoekstien’ (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Het orgel in de nieuwe kerk werd omstreeks 1910 gebouwd door de firma L. van Dam & Zonen te Leeuwarden en in de jaren ’50 gerestaureerd. In 1968 restaureerde de firma Pels & Van Leeuwen uit Alkmaar het instrument opnieuw, wijzigde  de dispositie en plaatste het vervolgens over naar de nieuwe kerk.

Protestantse gemeente te Britsum-Koarnjum-Jelsum.

Sinds 2 april 2017 zijn de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente gefuseerd tot de ‘Protestantse Gemeente te Britsum-Koarnjum-Jelsum’. Ook de voormalig gereformeerde kerk De Hoekstien doet nog steeds dienst als protestants kerkgebouw.

Ledentallen.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Britsum tussen 1895 en 2015.

Bronnen onder meer:

Acta van de Classis Leeuwarden der Gereformeerde Kerken in Friesland. Tresoar, Leeuwarden

K.H. Bremer e.a., De  Waarheid in dit woeste dorp. 125 jaar Gereformeerde Kerk Stiens. Stiens, 1997

H. Fidder, Eeuwfeest in Britsum, in: Centraal Weekblad ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland, 10e jrg. nr. 34, 1 september 1962

A.D. van den Heuvel, Van herv. catechiseermeester tot Afgescheiden predikant. In: Reformatorisch Dagblad, 23 april 1982

© 2017. GereformeerdeKerken.info