De eerste zeventig jaar gereformeerd Bussum en daarna (2)

Inleiding.

In deel 1 verhaalden we over het ontstaan van de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)’, voortgekomen uit de Bussumse afdeling van de Vereeniging ‘Vrienden der Waarheid’.

Kaart: Google.

Ze kerkten aanvankelijk in een boerderij aan de Meentweg, later in de woning van H.W. Arendsen aan de Iepenlaan en sinds 1891 in een heuse kerk aan diezelfde straat. Van 1893 tot 1909 was de eerste predikant ds. G. van Setten (1861-1939), die werd opgevolgd door ds. H. Kaajan (1879-1940) van 1909 tot 1912, ds. J. Ridderbos (1879-1960) in 1912 en ds. A.J. Mulder (1870-1928), die in 1913 intrede deed. Tijdens zijn predikantschap werd in 1926 de nieuwe Wilhelminakerk in gebruik genomen. Hieronder in grote lijnen het vervolg tot 1958. We besluiten dan met een kort overzicht van de huidige situatie.

Ds. Mulder overleden (1928).

Ds. Mulder overleed tijdens zijn predikantschap te Bussum op 28 maart 1928. Ds. J.E. Vonkenberg (1869-1934) schreef over hem: “(…) Toen werd hij naar Bussum geroepen, waar hij vijftien jaren het Woord heeft mogen prediken. Te Bussum kwamen zijne talenten tot volle ontplooiing en men heeft er van zijne bediening kostelijke vruchten geplukt. Wel rimpelde er het watervlak soms, maar innig bleef toch de band tusschen leeraar en gemeente en op zijn stervenssponde heeft ds. Mulder aan mij en anderen bij herhaling getuigd van de blijdschap en dankbaarheid die zijn hart vervulde, als hij zag op de aan hem betoonde genegenheid, in woord en daad, door dat leeraarlievend volk”.

Ds. A.J. Mulder (1870-1928).

“Men heeft hem te Bussum in zijn kracht gehad. En zijn kracht was vooral de prediking, de bediening des Woords op den Sabbath. Die prediking was waarlijk in vollen rijken zin bediening des Woords en de gemeente was hem Kerk van Christus. Zijn preeken waren steeds kostelijk verzorgd, ook wat den vorm betreft. Zijn Schriftverklaring was helder en opende telkens op verrassende wijze heerlijke vergezichten. Hij bracht oude en nieuwe schatten. Hij toonde de gemeente uit Gods getuigenis, hoe zij als Kerk van Christus haar leven had in te richten om pilaar en vastigheid der Waarheid te kunnen zijn. Hij bedekte haar gebreken niet en liet niet af van het vermaan om in de wegen des Heeren te treden. Onopgesmukt maar met grooten ernst werd door hem aangedrongen op buigen voor het gezag der Schrift; op vasthouden aan het Woord, in het persoonlijk en in het publieke leven. Hij maande tot teeder zelfonderzoek. Maar alle registers van het geestelijk orgel trok hij open als hij op Christus wees, immers het middelpunt zijner prediking”.

Ds. J.L. van der Wolf (van 1928 tot 1967).

Nog geen maand na het overlijden van ds. Mulder, deed ds. J.L. van der Wolf (1894-1967) op 15 april 1928 intrede.

Ds. J.L. van der Wolf (1894-1967).

Al in 1926 had de kerkenraad namelijk besloten de tweede predikantsplaats in te stellen; na een paar vergeefse beroepen werd die plaats door ds. Van der Wolf nu vervuld. Dertig jaar lang zou deze predikant de kerk van Bussum dienen. Aanvankelijk bleek de Wilhelminakerk de kerkgangers goed te kunnen opvangen – de kerk aan de Iepenlaan was na verloop van tijd verkocht – maar de kerk van Bussum bleef doorgroeien: veel forenzen vestigden zich in het dorp. Tussen 1938 – toen de kerk bijna 1.700 leden telde – en 1955 – toen de gemeente intussen tot bijna 3.000 leden was gegroeid, moesten dan ook op zondagochtend dubbele diensten worden belegd, om 9 uur en half elf.

De Zuiderkerk in gebruik genomen (1956).

Vandaar dat in het begin van de jaren ’50 – na het geweld van de Tweede Wereldoorlog – plannen ontstonden om een tweede kerk te bouwen, die in het zuiden van de stad zou komen. De grond aan de Ceintuurbaan bleek een goede bouwlocatie te zijn. De financiering van de bouw moest uiteraard voor het grootste deel door de gemeenteleden zelf mogelijk gemaakt worden. “Alle huisvrouwen zouden elke dag 5 cent opzij leggen, dat was 35 cent in de week en daarmee is heel wat geld bij elkaar gebracht”.

De Zuiderkerk die in 1956 in gebruik genomen, in 1999 buiten gebruik gesteld en in 2003 gesloopt werd.

Ook was er een commissie die op allerlei manieren geld inzamelde. En de gereformeerde burgemeester Haspels stelde zich in verbinding met het Rijk en peuterde een toezegging van fl. 50.000 los. Zo kon de in totaal fl. 442.700 kostende Zuiderkerk met haar 740 zitplaatsen op 15 maart 1956 in gebruik genomen worden. De banken in de kerk waren voorzien van uitschuifbankjes, die te hulp geroepen konden worden als de kerk overvol zat.

Ook in de Zuiderkerk werd uiteraard een orgel geplaatst. Dit instrument was een ontwerp van organist Bob Stegenga en bleef ongewijzigd. Ook stond in die kerk een koororgel, dat voor fl. 7.000 aangeschaft werd en dat uiteraard gebruikt werd bij de repetities en optredens van het kerkkoor. Toen dit koor werd opgeheven verloor het instrument ook haar functie.

Ds. Van der Wolf en Bussum.

Ds. Van der Wolf ging twee jaar na de ingebruikneming van de Zuiderkerk met emeritaat en nam op 1 oktober 1958 afscheid van de Gereformeerde Kerk te Bussum. Hij werd toen geestelijk verzorger van het Protestants-Christelijk bejaardenhuis De Schutse, van het Protestants-Christelijk Verpleeghuis en van de Godelinde Stichting, alle in Bussum. De predikant overleed in 1967.

Het interieur van de Zuiderkerk.

Ds. E.J. Wassink (1907-1994) – van 1952 tot 1958 predikant te Bussum – schreef in 1968 over hem: “Het volle gewicht van zijn ambtelijk werk lag te Bussum, waar hij dertig jaar lang mocht werken van 1928 tot 1958. Met de inzet van al zijn gaven vond hij in deze gemeente zijn eigen weg en plaats bij vreugde en verdriet met zijn lieve, bescheiden echtgenote en zijn mooie gezin. Ook na zijn emeritering, na veertig volbrachte dienstjaren, bleef hij er wonen tot zijn dood. In Bussum heb ik hem leren kennen tijdens de periode van prettige samenwerking van het driemanschap Van der Wolf, Van de Weg en ondergetekende (‘de 3 W’s’!). We kwamen onder de indruk van zijn hoge ambtsopvatting en uiterst zorgvuldige wijze van werken, vooral in de voorbereiding en het houden van zijn preken. Hoe kon hij tot het laatst toe tegen dit preken op zien! Kenmerkend is wel, dat hij na zijn afscheidspreek bij het emeritaat niet meer voorging in een kerkdienst. Wel bleef hij toen nog een tijdlang pastorale en administratieve arbeid verrichten voor de kerk van Bussum”.

“Toegerust met een helder verstand, veel wijsheid en tact, bleef hij door de jaren heen de hooggewaardeerde predikant voor deze Gooise gemeente en wijde omgeving. (…) Door zijn bedachtzaam optreden bij allerlei, soms ook spannende gebeurtenissen bleef hij zijn evenwicht bewaren en ging er rust van hem uit. Een van de vele getuigenissen van dankbare gemeenteleden geef ik door: ‘Met grote dankbaarheid denk ik aan de velen, die hij door troost bemoedigde, en aan de geestelijke bijstand, die wij van hem mochten ontvangen’. De laatste levensjaren waren niet gemakkelijk. Een verminderend gezichtsvermogen onder andere drukte hem. Maar door een nacht, hoe zwart en dicht, geleidde zijn Heer hem naar het eeuwig Licht. Op een voorjaarsdag in april 1967 brachten we zijn pelgrimskleed naar de begraafplaats te Bussum, waar hij zelf zo vaak aan de baar van anderen had gestaan. Velen waren gekomen van alle kanten om deze berging van het stoffelijk kleed bij te wonen”.

Ds. J.A. Schep (van 1929 tot 1941).

Ds. J.A. Schep (1897-1972).

Ds. J.A. Schep (1897-1972) van Bolnes deed op 23 mei 1929 intrede in Bussum en was tot 12 oktober 1941 aan deze kerk verbonden. Ds. Schep schreef veel. In die tijd stelde hij onder meer het Gereformeerd Catechisatieboek samen, dat in 1939 gepubliceerd werd. Ook schreef hij een repetitieboekje voor de Belijdeniscatechisatie. Twee jaar later werden zes van zijn in Bussum gehouden preken over Ruth uitgegeven bij Kok in Kampen. In 1941 nam hij afscheid en vertrok naar de kerk van Drachten. Ook daarna bleef hij veelvuldig publiceren.

Hulppredikant J. Verhave (van 1941 tot 1943).

Kandidaat H. Verhave (1908-1987) diende de Gereformeerde Kerk van Bussum van oktober 1941 tot halverwege 1943 als hulppredikant. Aan hem was in die eerste oorlogsjaren de pastorale verzorging in de ziekenhuizen en sanatoria te Bussum en Laren toevertrouwd. Hij nam in maart 1943 het beroep van de kerk van Ameide aan en nam eind die maand afscheid van Bussum.

Ds. A. van de Weg (van 1942 tot 1966).

Als opvolger van ds. Schep deed op 1 november 1942 ds. A. van de Weg (1902-1966) intrede, die min of meer gedwongen uit zijn vorige gemeente, Oosterbeek, moest vertrekken omdat enkele NSB’ers het op hem gemunt hadden. “Vocht hij in de meidagen van 1940 aan de Grebbeberg, na de capitulatie vocht hij dóor en nam een grote plaats in de illegaliteit in, zowel in Oosterbeek als in Bussum”. Dat leidde er toe dat hij een paar weken voor het eind van de Tweede Wereldoorlog alsnog enige tijd door de Duitsers werd opgesloten.

Tijdens zijn ambtsperiode vond op 8 februari 1946 in Bussum de Vrijmaking plaats. De predikant verbleef op dat moment op verzoek van het Rode Kruis in Duitsland om vermiste personen op te sporen. In 1947 waren bij de Bussumse vrijgemaakte kerk in totaal 117 gemeenteleden aangesloten.

Ds. A. van de Weg (1902-1966).

“Hem kenmerkten een grote wilskracht en bijzondere ijver en trouw in al zijn werk. Die wilskracht heeft hem aan het werk doen blijven, in een verbijsterend hoog werktempo, zelfs toen zijn lichamelijke gezondheid achteruit begon te gaan. Ook toen een hartaanval hem tot groter voorzichtigheid drong, heeft hij nog jaren in Bussum doorgewerkt met een bijna niet te evenaren trouw en ijver. Wat er ook in de gemeente, vooral in zijn wijk, gebeurde aan blijde of verdrietige dingen, Arie van de Weg was al even langs geweest om te troosten of te feliciteren, welkom te heten of te vermanen. Zijn kracht lag in de korte bezoeken, waarin hij vaak méer bereikte dan menigeen na een gesprek van uren. Hij heeft doorgewerkt tot hij niet meer kon.”

Ook in deputaatschappen en commissies van de classis en van de particuliere synode had hij geregeld zitting. Verder mag zijn werk voor het christelijk onderwijs niet vergeten worden, vooral als president-curator van het christelijk ‘Willem de Zwijger’ lyceum in Bussum, een functie die hij van september 1946 tot oktober 1965 bekleedde. De predikant overleed 26 november 1966.

Evangelisatiearbeid.

Het evangelisatiewerk werd lange tijd van groot belang geacht. Al voor 1930 hield de kerk van Bussum zich hier mee bezig, vooral in de persoon van de heer Stegenga, die geregeld toespraken hield in het Spanderswoud, een bosgebied tussen Bussum en Hilversum. Daarbij kwamen ook veel bewoners van het woonwagenkamp luisteren.

In de jaren ’50 werd eens per jaar net als op veel andere plaatsen in het land een zogenaamde ‘Zaaiweek’ gehouden, waarin het kerkelijk leven een week lang door middel van allerlei intensieve activiteiten in het teken van de evangelisatiearbeid stond. Daarbij werd vooral geprobeerd door gesprekken in contact te komen met niet-kerkelijke inwoners van het dorp. Dat werk gebeurde in samenwerking met de Hervormde Gemeente, de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Vrije Evangelische Gemeente.

Ds. W.A. Wiersinga (1897-1980), in 1946 en 1947 evangelisatiepredikant te Bussum en daarna de eerste directeur van het gereformeerd Evangelisatiecentrum te Baarn.

Van 1946 tot 1958 stond de gereformeerde evangelisatiearbeid in Bussum onder leiding van een  drietal opeenvolgende predikanten. Ds. W.A. Wiersinga (1897-1980) verrichtte het werk in 1946 en 1947 in combinatie met de kerk van Naarden (hij werd daarna directeur van het Evangelisatiecentrum van de Gereformeerde Kerken in Nederland). Zijn opvolger was ds. J.M. van Minnen (1913-1997), die van 1947 tot 1952 de leiding had en ook een deel van zijn werkweek onder de Chinezen werkte. De laatste speciale evangelisatiepredikant was ds. E.J. Wassink (1907-1994) die zich er van 1952 tot 1958 mee bezighield, gecombineerd met zijn werk als wijkpredikant.

Na verloop van tijd werden de activiteiten en het enthousiasme voor het werk minder en minder, en uiteindelijk werd de arbeid gestaakt.

Hoe het verder ging.

* In grote lijnen besluiten we het overzicht met enkele belangrijke gegevens uit de laatste jaren.

Op 5 juni 1958 deed ds. H. Schut (1921-1996) intrede in Bussum, op 21 december van hetzelfde jaar gevolgd door ds. L. Ringnalda (1924-2010), en na hen volgden vele anderen. Ook verder veranderde er veel.

De Zuiderkerk werd in 1999 afgestoten en in 2003 gesloopt.

De Zuiderkerk werd in oktober 1999 overbodig, omdat ten gevolge van het ‘Samen op Weg’-proces met de Hervormde Gemeente besloten werd in het vervolg de nabijgelegen hervormde Verlosserkerk aan de Lorentzweg voor de kerkdiensten te gebruiken. De Zuiderkerk werd in 2003 gesloopt.

De inmiddels gevormde Protestantse Gemeente Bussum kreeg al snel te kampen met financiële tekorten en de kerkenraad besloot daarom per 1 januari 2018 tot het samenvoegen van de wijken Oost en Centrum, de kerkdiensten in het vervolg in de voormalig hervormde Verlosserkerk te houden en daarmee in verband het gebruik van de Wilhelminakerk aan te passen. Dat wilde echter niet zeggen dat de Wilhelminakerk buiten gebruik gesteld werd, zoals hier en daar gedacht wordt. ”De Protestantse Gemeente Bussum blijft aanwezig in de Wilhelminakerk”, zo werd nadrukkelijk meegedeeld.

De Wilhelinakerk.

Momenteel worden daar namelijk verscheidene activiteiten gehouden ‘die het geloof ook voor andere doelgroepen aantrekkelijker willen maken’. Zo zijn er onder andere op de zondagmiddag zogenaamde ‘kliederdiensten’ (Messy Church), maandelijkse ‘stiltediensten’ op woensdagavond (Songs&Silence), een Pioniersgroep Livingstones, die op andere manieren met geloof bezig wil zijn, ‘Tikkie anders-diensten’ voor jong en oud, maaltijden met een gesprek op woensdagavond, enz. Deze én nog te ontwikkelen ándere activiteiten, die te maken hebben met een hedendaagse geloofsbeleving zullen, zo deelde de kerkenraad mee, de komende jaren opgezet, begeleid en geëvalueerd worden door een daartoe speciaal aangestelde parttime predikant. De Protestantse Gemeente Bussum wil dus óók in het centrum van Bussum aanwezig en herkenbaar blijven “als een gemeente van Christus met haar spirituele boodschap voor Bussum en de wereld”.

Ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Bussum.

De ledentallen van 100 jaar Gereformeerde Kerk te Bussum tussen 1904 en 2004 (bron: Jaarboeken GKN).

Bronnen onder meer:

Js. Hermans, 100 jaar Gereformeerde Kerk van Bussum. 1887-1987. Bussum, 1987

E. Mathies, Kerkenpad door Bussum. Een forensendorp onderweg. Bussum, 2001

N.N., Jaarboeken ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

J.C. Rullmann, De Doleantie in de Nederlandsche Hervormde Kerk in de negentiende eeuw. Amsterdam, 1917

Website Protestantse Gemeente Bussum

© 2018. GereformeerdeKerken.info