Van ‘Classis’ naar ‘Synode’ in Amerika (28)

De eerste kerkelijke vergaderingen van de ‘Christian Reformed Church’.

( < Naar deel 27 – Back to Part 27 ) – In onze serie over de kerkelijke vergaderingen van de naar Amerika geëmigreerde  Afgescheidenen, sinds 1857 behorende tot de toen opgerichte Christian Reformed Church (zoals nader uitgelegd in deel 1), gaan we verder met de vergadering van 4 oktober 1865. Tussen [] staan verhelderende of aanvullende opmerkingen van de redactie van GereformeerdeKerken.info.

Classicale Vergadering gehouden op 4 oktober 1865.

De vergadering is de vorige avond geopend door de preses der vorige vergadering, ds. K. Van den Bosch, met een leerrede over Efeziërs 4 vers 3, en deze morgen met het gebed door de preses ds. D. van der Werp, en met het zingen van psalm 119 vers 17 en 18. De afgevaardigden van deze vergadering zijn de volgende:

Grand Rapids – Ds. W.H. van Leeuwen en J. Gelok, J. Gouw en J. de Jong (ouderlingen)

Graafschap – ds. D.J. van der Werp en A. Krabshuis, P. Boven en H. Strabbing (ouderlingen)

Zeeland – R. Brinks (ouderling en E. Zagers en H. de Groot (diakenen)

Noordeloos – Ds. K. van den Bosch, P. Heyboer en H. Wassen (ouderlingen) en H. Diepenhorst (diaken)

Vriesland – H. Schepers en G. Haan (ouderlingen) en M. Verduin en J. Haitsema (diakenen)

Art. 1 – De vergadering gaat over tot het kiezen van een scriba en daartoe wordt met meerderheid van stemmen verkozen ouderling P. Heyboer, terwijl deze vergadering zal worden gepresideerd door ds. D.J. van der Werp, die daarvoor aan de beurt is.

Art. 2 – Besloten is dat deze vergadering zitting houdt onder de benaming van Algemene Vergadering, terwijl daarin ook Classicale zaken zullen worden behandeld.

Art. 3 – Voorgesteld wordt of het niet goed zou zijn om bij iedere zitting de notulen voor te lezen, ter voorkoming van fouten; hetwelk wordt aangenomen.

Art. 4 – Afgesproken wordt dat elke gemeente zal proberen een verslag te krijgen van de laatstgehouden Synode der Dutch Reformed Church, om bouwstof te krijgen om de redenen van onze Afscheiding [daarvan] vast te leggen in dit Classicale Notulenboek, zoals vroeger besloten werd.

Art. 5 – Ook wordt besloten een Dankdag te houden voor de overwinning van het land en de daaruit voortvloeiende vrede, na een vierjarige oorlog tussen onze Noordelijke en Zuidelijke Staten, en die gelijktijdig [te houden] met de jaarlijkse gewone Dankdag voor de Oogst.

Art. 6 – Voorgelezen wordt een brief aan de vergadering, afkomstig van de kerkenraad der gemeente te Lage Prairie (Ill.), inhoudende dat zij geen afgevaardigden sturen vanwege de kosten die zij niet konden bestrijden door een mislukte oogst.

Art. 7Algemene zaken: Ingekomen is een brief, die door de uitgebreidheid niet wordt voorgelezen, en die afkomstig is van een zekere J. Koppejan, die zich ‘gereformeerd leraar der gemeente te Long Island (N.Y.)’ noemt; de brief handelt hoofdzakelijk over de begeerte om zich met ons te verenigen. Omdat de genoemde personen in een onkerkelijke weg werkzaam zijn, is de Classicaal Correspondent, ds. W.H. van Leeuwen, opgedragen om een vermanende brief te schrijven aan genoemde Koppejan en een waarschuwing aan die gemeente, opdat ze van de dwaling huns weegs mogen terugkeren.

Art. 8 – Ingekomen een brief van enige leden van Graafschap, woonachtig in Holland, die verzoeken dat bij hen een gemeente gesticht wordt. Als het verzoek in rondvraag is gebracht wordt dit algemeen toegestemd en wordt besloten dat uit hun midden verkozen zal worden een ouderling en een diaken, en dat zij – indien nodig – [de hulp] van de kerkenraad van Graafschap kunnen inroepen. Ook het tweede verzoek in hun brief, om een leraar in hun midden te hebben die elk kwartaal bij hen komt voorgaan, wordt toegestaan en dat zij daarvoor een aanvraag kunnen doen om dit op de Rustdag des Heren of in de week [te laten doen].

Art. 9 – Er is nog een ingekomen brief van enige leden wonende te Grand Haven en behorende tot de gemeente te Grand Rapids, die hetzelfde verzoek doen als die te Holland in het vorige artikel vermeld. Ook dit wordt toegestaan. De Commissie die er heen zal gaan om die zaken te regelen, zal benoemd worden uit [de leden] van de kerkenraad te Grand Rapids.

Deze zitting wordt gesloten met dankzegging door ds. Van den Bosch.

Tweede Zitting.

Art. 10 – Ds. Van den Bosch vraagt inlichtingen over een stuk in [het tijdschrift] De Verzamelaar, geschreven door ds. Van Leeuwen, waarin Z.Eerw. betoogt dat de Paus van Rome niet de Antichrist is, terwijl dat toch door onze Vaderen algemeen erkend wordt. Nadat daarover een brede discussie gehouden was, wordt ds. Van Leeuwen verzocht dit [artikel] in te trekken in het eerstvolgende nummer van dat weekblad, wat door Zijn Eerw. wordt toegezegd.

Art. 11 – Ingevolge Art. 23 van de notulen van de Classicale Vergadering gehouden op 12 oktober 1864 te Graafschap wordt besloten dat student J. Schepers te Graafschap zijn studie zal voortzetten bij ds. D.J. van der Werp.

Art. 12 – Door diaken H. Diepenhorst word informatie gevraagd over het dopen van kinderen van ouders die nog geen belijdenis gedaan hebben, maar die wel dooplid zijn: of zulke ouders kunnen en mogen antwoorden op de vragen die in het Doopformulier worden vermeld. Daarop wordt besloten, in overeenstemming met het besluit van de Synode der Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk in Nederland gehouden op 18 juli 1849 te Amsterdam, die kinderen wel te dopen; zij het met de bepaling dat ze geregeld gebruik moeten maken van de openbare godsdienstoefening en de catechisatie, en dat ze onergerlijk in de wandel moeten zijn; en anders [zullen de doopvragen beantwoord worden] door de grootouders als doopgetuigen, leden der gemeente zijnde.

Art. 13 – Uitvoerig wordt gesproken over de wijze van het aannemen van lidmaten, waarover men het niet met elkaar eens was. Daarop wordt besloten om dit te doen [zoals aangegeven in] het Kort Begrip [der Christelijke Religie, in de wandeling aangeduid als het Kort Begrip; dit is een vereenvoudigde en verkorte versie van de Heidelbergse Catechismus – red.], de wijze waarop meer overlatende aan het oordeel van de kerkenraad.

Art. 14Gemeentelijke zaken: De afgevaardigden der gemeente te Grand Rapids brengen ter tafel hoe ver men kan en moet gaan met leden die in de Brandverzekering zitten [d.w.z. dat zij hun woning hebben verzekerd tegen brand]. Besloten wordt deze leden niet in de kerkenraad te dulden, maar hun niet het avondmaal te ontzeggen, tenminste als er op hen verder geen aanmerkingen [qua leer en leven] zijn.

Art. 15 – Gesproken wordt over de zaken betreffende de Gemeente te Zeeland. Omdat br. T. van den Bosch daar tot ouderling verkozen is, worden daartegen bezwaren ingebracht door ds. K. van den Bosch. Omdat genoemde broeder zijn boerderij zou hebben verkocht aan zijn jongste zoon voor een veel te lage prijs en dat buiten medeweten van zijn andere kinderen, leidt Zijn Eerw. daaruit af dat wie zijn eigen huis niet weet te regeren ook over de kudde Gods geen zorg kan dragen. Hierop wordt een commissie benoemd, bestaande uit de leden ds. Van Leeuwen en de beide ouderlingen P. Heyboer en G. Haan, om die zaak te onderzoeken te Zeeland. En wanneer die bezwaren uit de weg zijn geruimd zal br. T. van den Bosch in zijn betrekking worden bevestigd en ingezegend op de daarop volgende zondag.

Art. 16 – Besloten is dat ds. D.J. van der Werp, consulent van de gemeente van Zeeland zal blijven.

Art. 17 – De Commissie ter inzameling van de collecten ter opleiding tot het leraarsambt, deed haar driemaandelijkse verslag. Daaruit is gebleken dat in kas was de somma van $ 322.53.

Art. 18 – De respectieve gemeenten worden bij deze opgewekt om een collecte te houden voor liefdegaven ter bestrijding van het tekort  op het traktement van ds. K. van den Bosch.

Art. 19 – De volgende Classicale Vergadering zal gehouden worden te Noordeloos in de maand februari; de dag zal nader bepaald worden door de correspondent, ds. W.H. van Leeuwen, terwijl de preek op de voorgaande avond gehouden zal worden door ds. D.J. van der Werp, die daarvoor aan de beurt is.

De vergadering wordt daarop gesloten met het zingen van psalm 25 vers 10 en dankzegging door ds. W.H. van Leeuwen.

D.J. van der Werp, preses.

Bron:

Minutes of the Highest Assembly of the Christian Reformed Church. 1857-1880. Grand Rapids, 1937

Translation into English: 

From “Classis” to “Synod” in America (28).

The first ecclesiastical assemblies of the Christian Reformed Church.

( < Back to Part 27 ) –  In our series on the ecclesiastical assemblies of the Seceders who emigrated to America and who, since 1857, belonged to the then newly established Christian Reformed Church (as further explained in part 1), we continue with the meeting of 4 October 1865. Explanatory or supplementary remarks by the editors of GereformeerdeKerken.info are placed between square brackets [ ].

Classical Assembly held on 4 October 1865.

The assembly was opened the previous evening by the president of the previous meeting, Rev. K. van den Bosch, with a sermon on Ephesians 4:3, and this morning with prayer by the president, Rev. D. van der Werp, and with the singing of Psalm 119, verses 17 and 18.

The delegates to this assembly are the following:

  • Grand Rapids – Rev. W.H. van Leeuwen and J. Gelok, J. Gouw, and J. de Jong (elders)

  • Graafschap – Rev. D.J. van der Werp and A. Krabshuis, P. Boven, and H. Strabbing (elders)

  • Zeeland – R. Brinks (elder) and E. Zagers and H. de Groot (deacons)

  • Noordeloos – Rev. K. van den Bosch, P. Heyboer and H. Wassen (elders), and H. Diepenhorst (deacon)

  • Vriesland – H. Schepers and G. Haan (elders), and M. Verduin and J. Haitsema (deacons)

Art. 1 – The assembly proceeds to the election of a clerk, and by majority vote Elder P. Heyboer is chosen, while this assembly shall be presided over by Rev. D.J. van der Werp, whose turn it is to do so.

Art. 2 – It is decided that this assembly shall convene under the designation of General Assembly, while also dealing with Classical matters.

Art. 3 – It is proposed whether it would not be good to read the minutes at every session, in order to prevent errors; this is adopted.

Art. 4 – It is agreed that each congregation shall attempt to obtain a report of the most recently held Synod of the Dutch Reformed Church, in order to obtain material to record the reasons for our Secession [from it] in this Classical Minute Book, as was previously decided.

Art. 5 – It is also decided to hold a Day of Thanksgiving for the victory of the country and the peace resulting from it, after a four-year war between our Northern and Southern States, and to hold this simultaneously with the annual regular Day of Thanksgiving for the Harvest.

Art. 6 – A letter is read to the assembly from the consistory of the congregation at Low Prairie (Ill.), stating that they are not sending delegates because they could not bear the costs due to a failed harvest.

Art. 7 – General matters: A letter has been received which, due to its length, is not read aloud, and which originates from a certain J. Koppejan, who calls himself “‘gereformeerde’ minister of the congregation at Long Island (N.Y.)”; the letter deals chiefly with the desire to unite with us. Because the said persons are active in an unecclesiastical manner, the Classical Correspondent, Rev. W.H. van Leeuwen, is instructed to write an admonitory letter to the said Koppejan and a warning to that congregation, so that they may return from the error of their ways.

Art. 8 – A letter has been received from some members of Graafschap residing in Holland, requesting that a congregation be established among them. When the request is brought up in roundtable discussion, this is unanimously approved, and it is decided that from among them an elder and a deacon shall be chosen, and that they may—if necessary—invoke the help [assistance] of the consistory of Graafschap. The second request in their letter, to have a minister among them who would come to preach for them quarterly, is also granted, and they may submit a request for this to be done on the Lord’s Day or during the week.

Art. 9 – There is also another letter received from some members residing at Grand Haven and belonging to the congregation at Grand Rapids, who make the same request as those at Holland mentioned in the previous article. This is also granted. The commission that will go there to arrange these matters shall be appointed from among [the members] of the consistory of Grand Rapids.

This session is closed with thanksgiving by Rev. Van den Bosch.

Second Session

Art. 10 – Rev. Van den Bosch requests information concerning an article in De Verzamelaar [the periodical The Collector], written by Rev. Van Leeuwen, in which His Reverence argues that the Pope of Rome is not the Antichrist, whereas this has nevertheless been generally acknowledged by our Fathers. After a broad discussion has been held on this matter, Rev. Van Leeuwen is requested to retract this [article] in the next issue of that weekly paper, which His Reverence promises to do.

Art. 11 – Pursuant to Art. 23 of the minutes of the Classical Assembly held on 12 October 1864 at Graafschap, it is decided that student J. Schepers at Graafschap shall continue his studies under Rev. D.J. van der Werp.

Art. 12 – Deacon H. Diepenhorst asks for information concerning the baptism of children of parents who have not yet made profession of faith, but who are nevertheless baptized members: whether such parents can and may answer the questions mentioned in the Baptism Form. It is then decided, in accordance with the decision of the Synod of the Christian Seceded ‘Gereformeerde’ Church in the Netherlands held on 18 July 1849 at Amsterdam, to baptize those children; with the stipulation that the parents must regularly attend public worship services and catechism instruction, and that they must be blameless in conduct; otherwise [the baptismal questions shall be answered] by the grandparents as baptismal witnesses, being members of the congregation.

Art. 13 – Extensive discussion is held regarding the manner of admitting members, about which there was disagreement. It is then decided to do this [as indicated in] the Kort Begrip [of the Christian Religion, commonly referred to as the Kort Begrip; this is a simplified and abbreviated version of the Heidelberg Catechism – ed.], leaving the manner otherwise largely to the judgment of the consistory.

Art. 14 – Congregational matters: The delegates of the congregation at Grand Rapids bring before the assembly how far one can and must go with members who participate in fire insurance [i.e., who have insured their homes against fire]. It is decided not to permit such members to serve on the consistory, but not to deny them the Lord’s Supper, at least if there are no further objections [with respect to doctrine and life] against them.

Art. 15 – Matters concerning the congregation at Zeeland are discussed. Because brother T. van den Bosch has been elected there as elder, objections are raised against this by Rev. K. van den Bosch. Because the said brother is said to have sold his farm to his youngest son for far too low a price and without the knowledge of his other children, His Reverence infers from this that he who does not know how to govern his own household cannot take care of the flock of God. A commission is therefore appointed, consisting of Rev. Van Leeuwen and the two elders P. Heyboer and G. Haan, to investigate this matter at Zeeland. And when those objections have been removed, brother T. van den Bosch shall be confirmed and ordained in his office on the following Sunday.

Art. 16 – It is decided that Rev. D.J. van der Werp shall remain consulent of the congregation of Zeeland.

Art. 17 – The Commission for the collection of offerings for training for the ministry gave its quarterly report. From this it appeared that the sum of $322.53 was in the treasury.

Art. 18 – The respective congregations are hereby encouraged to hold a collection for charitable gifts to cover the deficit in the stipend of Rev. K. van den Bosch.

Art. 19 – The next Classical Assembly shall be held at Noordeloos in the month of February; the day shall be further determined by the correspondent, Rev. W.H. van Leeuwen, while the sermon on the preceding evening shall be delivered by Rev. D.J. van der Werp, whose turn it is.

The assembly is then closed with the singing of Psalm 25, verse 10, and thanksgiving by Rev. W.H. van Leeuwen.

D.J. van der Werp, president.

Source:

Minutes of the Highest Assembly of the Christian Reformed Church. 1857–1880. Grand Rapids, 1937