De ‘Detakerk’ te Enschede

De voormalige gereformeerde Detakerk in Enschede is een typisch voorbeeld van een Nederlandse naoorlogse kerk die nauw verbonden was met de religieuze, maatschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkelingen van de twintigste eeuw.

De voormalige gereformeerde ‘Detakerk’ te Enschede.

Het gebouw ontstond uit een kerkscheuring, groeide uit tot een belangrijk centrum van gereformeerd leven in Enschede, verloor in de loop van de decennia geleidelijk zijn functie en kreeg uiteindelijk een nieuwe bestemming als wooncomplex. De geschiedenis van de kerk vertelt daarmee niet alleen iets over één gebouw, maar ook over de veranderingen binnen het Nederlandse protestantisme.

Van kerkscheuring naar nieuw begin.

Om de Detakerk goed te begrijpen, moet je terug naar de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland. In de negentiende eeuw ontstond een diepe breuk binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. De Afscheiding va n1834 en later de Doleantie van 1886 (die laatste onder leiding van dr. Abraham Kuyper (1837-1920)) leidden uiteindelijk tot de vorming van De Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN).

Ook in Enschede groeide de gereformeerde gemeenschap snel, mede door de industrialisatie en de sterke bevolkingsgroei van Twente. Rond de textielindustrie ontstonden verschillende kerkelijke wijken en gebouwen. Een belangrijk gereformeerd kerkgebouw was de oudere Oosterkerk aan de Wilhelminastraat.

De vroegere gereformeerde ‘Oosterkerk’ aan de Wilhelminastraat te Enschede (foto: ‘Stichting Cultureel Erfgoed Enschede’).

Maar in de jaren veertig ontstond opnieuw een grote crisis binnen de gereformeerde wereld: de zogeheten Vrijmaking van 1944. Daarbij scheurde de Gereformeerde Kerken in Nederland uiteen in de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv). Het conflict draaide officieel om theologische kwesties rond verbond en doop, maar had ook veel te maken met kerkelijk gezag en de macht van de synode.

Interieur van de ‘Oosterkerk’ in de Wilhelminastraat te Enschede (foto: ‘Stichting Cultureel Erfgoed Enschede’).

In Enschede had die scheuring grote gevolgen. De bestaande gereformeerde Oosterkerk kwam in handen van de vrijgemaakte kerk. De gereformeerden — c.q. de groep die binnen de officiële Gereformeerde Kerken bleef — stonden daardoor ineens zonder groot kerkgebouw. De kerkscheuring had de gereformeerde samenleving in Enschede diep geraakt. De bouw van een nieuwe kerk ging daarom gepaard met veel emoties, grote offervaardigheid en een sterke gezamenlijke inzet van de gemeenteleden die niet met de Vrijmaking waren meegegaan.

Ds. H. Volten (1902-1966).

De nieuwe kerk werd gebouwd aan de H.B. Blijdensteinlaan, in een uitbreidingswijk die na de oorlog sterk groeide. Op 8 oktober 1949 legde ds. H. Volten (1902-1966) de eerste steen. De toenmalige predikant speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van het project. De kerk werd ontworpen door het architectenduo Van de Lijke & Mink. Architectonisch hoort het gebouw bij de vroege wederopbouwperiode. De stijl was sober en traditioneel: bakstenen gevels, een groot zadeldak en een monumentale maar eenvoudige uitstraling. Dat sloot aan bij het gereformeerde ideaal van functionaliteit en ingetogenheid.

De bouwkosten bedroegen ongeveer een kwart miljoen gulden — een enorm bedrag voor die tijd. Volgens latere herinneringen brachten gemeenteleden grote offers om de bouw mogelijk te maken. De Detakerk was daardoor niet alleen een kerkgebouw, maar ook een symbool van herstel na de pijnlijke kerkscheuring.

De naam “DETA” was bijzonder. Die verwees naar de Griekse woorden Doxa Eis Tous Aionas — “Heerlijkheid tot in eeuwigheid”, de slotwoorden van het Onze Vader. De naam gaf het gebouw een duidelijke religieuze identiteit, maar was tegelijk modern en opvallend kort.

De ‘Detakerk’ aan de Wilhelminastraat te Enschede  (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Op 22 oktober 1950 vond de eerste kerkdienst plaats. Velen bewaarden later warme herinneringen aan de volle kerk en het bloeiende, snel groeiende kerkelijke leven van die tijd.

Een bloeiende wijkkerk.

In de jaren vijftig en zestig beleefde de gereformeerde zuil haar hoogtepunt. De Detakerk werd een druk bezocht centrum van kerkelijk leven. Er waren volle zondagse diensten, jeugdverenigingen, catechisaties, vergaderingen en sociale activiteiten. De kerk maakte deel uit van een bredere gereformeerde cultuur waarin school, krant, politiek en verenigingsleven sterk met elkaar verbonden waren.

De Detakerk stond bovendien midden in de naoorlogse wijkgedachte. In de wederopbouwtijd vonden planners en overheden dat elke nieuwe wijk voorzieningen moest hebben zoals scholen, winkels en kerken. Kerkgebouwen kregen daarom vaak een prominente plek in de buurt. De ligging van de Detakerk op een hoeklocatie weerspiegelde die gedachte.

In 1956 kreeg de kerk een orgel van Willem van Leeuwen Gzn. De extra hoge kerkzaal stond bekend om haar uitstekende akoestiek, zowel voor de samenzang als voor orgelmuziek.

Een bouwtekening met links ‘De Schakel’.

In augustus 1987 werd het bijgebouw “De Schakel” geopend. Daarmee kreeg de kerk extra ruimte voor verenigingswerk, ontmoetingen en activiteiten van de gemeente.

In de decennia daarna veranderde ook het interieur mee met de ontwikkelingen binnen de protestantse liturgie. In 1991 vond een grote renovatie plaats van het plafond en het liturgisch centrum. Tot dat moment was de Detakerk vooral een klassieke “preekkerk” geweest, met een grote preekstoel centraal in de ruimte, geflankeerd door banken voor diakenen en ouderlingen en omgeven door een houten hekwerk. In de vernieuwde inrichting werd zichtbaar gemaakt dat een kerkdienst uit meer bestaat dan alleen de preek. Doop, avondmaal en andere onderdelen van de liturgie kregen een duidelijker eigen plaats, mede ondersteund door de kleuren van het kerkelijk jaar.

De Statenbijbel op de kansel van de ‘Detakerk’ (foto: ‘Stichting Cultureel Erfgoed Enschede’).

Samen op Weg en het einde van de kerkfunctie.

Vanaf de jaren zeventig en tachtig begonnen de ledentallen in veel kerken terug te lopen. Ontkerkelijking, individualisering en vergrijzing troffen ook Enschede.

Een ingrijpende gebeurtenis voor de wijk was de vuurwerkramp van 13 mei 2000. Grote delen van Roombeek en omgeving werden zwaar getroffen. Ook de Detakerk liep schade op. Hoewel het gebouw behouden bleef, maakte de ramp diepe indruk op de gemeente en de buurt. De wederopbouw van Roombeek veranderde daarna ook de omgeving van de kerk ingrijpend.

Tegelijkertijd ontstond landelijk het “Samen op Weg”-proces tussen hervormden, gereformeerden en lutheranen. Op 1 december 2001, de eerste adventszondag, gingen de hervormde Opstandingskerk-wijkgemeente en de gereformeerde Detakerk-wijkgemeente in Enschede officieel samen verder. Daarbij werd gekozen voor de Detakerk als gezamenlijk kerkgebouw. De woorden “Gereformeerde Kerk” verdwenen van de gevel, maar de naam DETA bleef bewust behouden.

Toen in 2004 landelijk de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) ontstond, werd de Detakerk onderdeel van de nieuwe protestantse gemeente van Enschede. Op 15 januari 2006 werd dit in Enschede feestelijk gemarkeerd met een grote bijeenkomst in de Grote Kerk. Na ruim een eeuw gescheidenheid vormden hervormden en gereformeerden weer samen één protestantse kerk.

Glas-in-lood in de ‘Detakerk’ (foto: ‘Stichting Cultureel Erfgoed Enschede’).

Toch bleef het aantal kerkgangers dalen. Op Witte Donderdag, 9 april 2009, werden de vieringen van de Detakerk en de hervormde Opstandingskerk met elkaar verbonden. Gedurende ruim drie jaar werd afwisselend in beide gebouwen gekerkt.

Uiteindelijk besloot de Protestantse Gemeente Enschede verder te gaan in de Opstandingskerk. Op 21 oktober 2012 vond de laatste zondagse viering in de Detakerk plaats. Die afscheidsdienst kreeg een bijzonder emotioneel karakter. De viering eindigde in een “kring van warmte en licht”: gemeenteleden verlieten zingend en biddend de kerkzaal met brandende kaarsen in hun handen. Daarmee symboliseerden zij dat de warmte van de gemeenschap meeging naar een nieuwe plek.

Zo eindigde ruim zestig jaar gereformeerde en later protestantse geschiedenis in het gebouw.

Met kaarsen voor het laatst de kerk uit…

Herbestemming en historische betekenis.

Na de sluiting bleef het gebouw niet direct leeg. Een tijdlang gebruikte de evangelische gemeenschap “De Deur” het kerkgebouw. Uiteindelijk besloot de Protestantse Gemeente Enschede het complex te verkopen.

Aanvankelijk bestonden er plannen voor sloop, maar de gemeente Enschede hield die tegen. Intussen groeide de waardering voor naoorlogse kerkarchitectuur. In 2017 kreeg de Detakerk daarom de status van gemeentelijk monument. Dat monumentale karakter speelde vervolgens een belangrijke rol bij de herontwikkeling van het gebouw.

Het interieur van de ‘Detakerk’ met het orgel (foto: ‘Stichting Cultureel Erfgoed Enschede’).

Projectontwikkelaars onderzochten verschillende mogelijkheden voor hergebruik, waaronder een hotel, een woonvorm voor ouderen en loftwoningen. Uiteindelijk werd gekozen voor luxe appartementen. Daarbij probeerde men zoveel mogelijk karakteristieke elementen van de kerk te behouden: de hoofdvorm van het gebouw, de hoge ruimten en delen van het glas-in-lood.

De verbouwing duurde langer dan gepland, onder meer door vergunningprocedures en extra eisen vanwege de monumentenstatus. Rond 2019–2020 werden de eerste bewoners verwacht. In totaal kwamen er ongeveer veertien appartementen in het gebouw.

In recente jaren zijn de appartementen niet alleen verhuurd maar ook afzonderlijk verkocht. Daarbij wordt juist het historische karakter van de voormalige kerk als belangrijk verkoopargument gebruikt.

Glas-in-lood in de ‘Detakerk’.

De Detakerk is historisch bijzonder omdat het gebouw verschillende grote ontwikkelingen in de Nederlandse religieuze geschiedenis weerspiegelt: de verzuiling van de twintigste eeuw, de naoorlogse wederopbouw, de impact van de Vrijmaking van 1944, de ontkerkelijking vanaf de jaren zestig, de fusieprocessen binnen het protestantisme en de moderne herbestemming van leegstaande kerken.

Waar het gebouw ooit ontstond uit een fel kerkelijk conflict, heeft het tegenwoordig een volledig seculiere woonfunctie gekregen. Toch zijn veel kenmerken van de oorspronkelijke kerk behouden gebleven, waardoor het verleden nog steeds zichtbaar aanwezig is in het stadsbeeld van Enschede.

Bronnen onder meer:

Geschiedenis van de Deetakerk en Belangrijke momenten in de Geschiedenis van de Detakerk – Protestantse Gemeente Enschede

Stichting Cultureel Erfgoed Enschede.

Nieuwsberichten over de verbouw tot appartementen.

© 2026. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

The ‘Detachurch’ in Enschede.

The former ‘gereformeerde’ DETA Church in Enschede is a typical example of a Dutch postwar church closely connected to the religious, social, and urban development of the twentieth century.

The building originated from a church schism, grew into an important center of ‘gereformeerd’ life in Enschede, gradually lost its function over the decades, and ultimately received a new purpose as a residential complex. The history of the church therefore tells us not only something about one building, but also about the changes within Dutch Protestantism.

From Church Schism to a New Beginning.

To properly understand the DETA Church, one must go back to the history of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands. In the nineteenth century, a deep division arose within the ‘Hervormde’ Church. The Secession of 1834 and later the Doleantie of 1886 (the latter under the leadership of Dr. Abraham Kuyper (1837–1920)) eventually led to the formation of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (GKN).

In Enschede as well, the ‘gereformeerde’ community grew rapidly, partly because of industrialization and the strong population growth in Twente. Around the textile industry, various church districts and buildings emerged. An important ‘gereformeerde’ church building was the older Oosterkerk on Wilhelminastraat.

But in the 1940s another major crisis arose within the ‘gereformeerde’ world: the so-called “Church-Liberation” (“Vrijmaking”) of 1944. This split the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands into the ‘Gereformeerde’ Churches (GKN) and the ‘Gereformeerde’ Churches (Liberated) (GKv). Officially, the conflict revolved around theological issues concerning covenant and baptism, but it also had much to do with church authority and the power of the synod.

In Enschede, this schism had major consequences. The existing ‘gereformeerde’ Oosterkerk came into the hands of the Liberated church. The ‘gereformeerde’ congregation — that is, the group that remained within the official ‘Gereformeerde’ Churches — suddenly found itself without a large church building. The church schism had deeply affected ‘gereformeerde’ society in Enschede. The construction of a new church was therefore accompanied by strong emotions, great sacrifice, and a powerful collective effort from congregation members who had not joined the Liberation movement.

The new church was built on H.B. Blijdensteinlaan, in an expanding district that grew rapidly after the war. On October 8, 1949, Rev. H. Volten (1902–1966) laid the foundation stone. The minister at the time played an important role in realizing the project. The church was designed by the architectural duo Van de Lijke & Mink. Architecturally, the building belongs to the early reconstruction period. The style was sober and traditional: brick facades, a large gabled roof, and a monumental yet simple appearance. This aligned with the ‘gereformeerde’ ideal of functionality and restraint.

The construction costs amounted to approximately a quarter of a million guilders — an enormous sum for that time. According to later recollections, congregation members made great sacrifices to make the construction possible. The DETA Church was therefore not only a church building, but also a symbol of recovery after the painful church schism.

The name “DETA” was special. It referred to the Greek words Doxa Eis Tous Aionas — “Glory forever and ever,” the closing words of the Lord’s Prayer. The name gave the building a clear religious identity, while at the same time sounding modern and strikingly short.

On October 22, 1950, the first church service took place. Many later retained warm memories of the full church and the flourishing, rapidly growing church life of that era.

A Flourishing Neighborhood Church.

In the 1950s and 1960s, the ‘gereformeerde’ pillar of Dutch society reached its peak. The DETA Church became a heavily attended center of church life. There were full Sunday services, youth associations, catechism classes, meetings, and social activities. The church was part of a broader ‘gereformeerde’ culture in which schools, newspapers, politics, and club life were closely interconnected.

The DETA Church also stood at the heart of the postwar neighborhood-planning philosophy. During the reconstruction period, planners and governments believed that every new district should contain facilities such as schools, shops, and churches. Church buildings were therefore often given a prominent place in the neighborhood. The location of the DETA Church on a corner site reflected that idea.

In 1956, the church received an organ by Willem van Leeuwen Gzn. The extra-high church hall became known for its excellent acoustics, both for congregational singing and for organ music.

In August 1987, the annex building “De Schakel” (“The Link”) was opened. This gave the church additional space for association work, meetings, and congregational activities.

In the decades that followed, the interior also changed along with developments in Protestant liturgy. In 1991, a major renovation of the ceiling and liturgical center took place. Until then, the DETA Church had mainly been a classic “preaching church,” with a large pulpit at the center of the room, flanked by benches for deacons and elders and surrounded by a wooden railing. In the renewed layout, it became visibly clear that a church service consisted of more than just the sermon. Baptism, communion, and other parts of the liturgy were given a clearer place of their own, partly supported by the colors of the liturgical year.

‘Together on the Way’ and the End of the Church Function.

From the 1970s and 1980s onward, membership numbers in many churches began to decline. Secularization, individualization, and population aging also affected Enschede.

A dramatic event for the neighborhood was the fireworks disaster of May 13, 2000. Large parts of Roombeek and the surrounding area were severely affected. The DETA Church also suffered damage. Although the building was preserved, the disaster left a deep impression on both the congregation and the neighborhood. The reconstruction of Roombeek afterward also drastically changed the church’s surroundings.

At the same time, the national “Samen op Weg” (“Together on the Way”) process emerged between ‘Gereformeerde’ , ‘Hervormde’ and Lutheran churches. On December 1, 2001, the first Sunday of Advent, the ‘Hervormde’ Opstandingskerk district congregation and the ‘gereformeerde’ DETA Church district congregation in Enschede officially continued together as one congregation. The DETA Church was chosen as the shared church building. The words “’Gereformeerde’ Church” disappeared from the facade, but the name DETA was deliberately retained.

When the Protestant Church in the Netherlands (PKN) was established nationally in 2004, the DETA Church became part of the new Protestant congregation of Enschede. On January 15, 2006, this was celebrated in Enschede with a large gathering in the Grote Kerk. After more than a century of separation, ‘hervormde’ and ‘gereformeerde’ believers once again formed one Protestant church together.

Nevertheless, church attendance continued to decline. On Maundy Thursday, April 9, 2009, the services of the DETA Church and the ‘Hervormde’ Opstandingskerk were linked together. For more than three years, services alternated between the two buildings.

Eventually, the Protestant Congregation of Enschede decided to continue in the Opstandingskerk. On October 21, 2012, the final Sunday service took place in the DETA Church. This farewell service took on a particularly emotional character. The service ended in a “circle of warmth and light”: congregation members left the church hall singing and praying, carrying burning candles in their hands. In this way, they symbolized that the warmth of the community was moving along to a new place.

Thus ended more than sixty years of ‘gereformeerde’ and later Protestant history in the building.

Redevelopment and Historical Significance.

After its closure, the building did not immediately stand empty. For some time, the evangelical community “De Deur” (“The Door”) used the church building. Eventually, the Protestant Congregation of Enschede decided to sell the complex.

Initially, there were plans for demolition, but the municipality of Enschede blocked them. Meanwhile, appreciation for postwar church architecture had grown. In 2017, the DETA Church was therefore granted the status of a municipal monument. This monumental status subsequently played an important role in the redevelopment of the building.

Property developers explored various possibilities for reuse, including a hotel, a residential concept for the elderly, and loft apartments. In the end, luxury apartments were chosen. In doing so, efforts were made to preserve as many characteristic elements of the church as possible: the main structure of the building, the high spaces, and parts of the stained glass.

The conversion took longer than planned, partly because of permit procedures and additional requirements resulting from the monument status. Around 2019–2020, the first residents were expected. In total, approximately fourteen apartments were created within the building.

In recent years, the apartments have not only been rented out but also sold individually. The historic character of the former church is now used as an important selling point.

The DETA Church is historically significant because the building reflects several major developments in Dutch religious history: the pillarization of the twentieth century, postwar reconstruction, the impact of the Liberation of 1944, secularization from the 1960s onward, merger processes within Protestantism, and the modern repurposing of vacant churches.

Where the building once emerged from a fierce church conflict, it has now acquired a completely secular residential function. Yet many features of the original church have been preserved, meaning that the past remains visibly present in the cityscape of Enschede.

© 2026. GereformeerdeKerken.info