Weekblad ‘De Heraut’ van Schwartz naar Kuyper (3)

8. Na de breuk: nieuwe vragen, nieuwe accenten (1886–ca. 1888).

( < Naar deel 2 – Back to Part 2 ) – Met de Doleantie van 1886 veranderde de positie van De Heraut fundamenteel. Wat jarenlang een blad was geweest binnen een spanningsveld, werd nu het orgaan van een beweging die zich buiten het bestaande kerkverband van de Nederlandsche Hervormde Kerk had geplaatst.

‘De Heraut’ speelde een belangrijke rol bij de voorbereiding van de Doleantie van 1886 en evenzeer bij de vormgeving van het gereformeerd kerkelijk leven daarna.

Van strijd naar ordening.

De eerste jaren na 1886 staan in het teken van ordening. De breuk was een feit, maar daarmee waren de vragen niet opgelost — integendeel. In veel opzichten begonnen zij nu pas.

De Heraut richt zich in deze fase op onderwerpen als de inrichting van het kerkelijk leven, de formulering van kerkordelijke uitgangspunten en de praktische organisatie van gemeenten.

De toon van het blad verandert merkbaar. Waar eerder de nadruk lag op kritiek en legitimatie van verzet, komt nu de nadruk te liggen op opbouw en verantwoordelijkheid. De polemiek maakt niet plaats voor rust, maar voor ernst: wat is losgemaakt, moet nu duurzaam worden vormgegeven. Zo publiceerde De Heraut, vooral na de Doleantie te Amsterdam op 16 december 1886, in vrijwel elk nummer van het blad berichten over de instituering van Nederduitsche Gereformeerde Kerken (Dolerende), overal in het land.

De aankondiging van de instituering van de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)’ te Amsterdam op 16 december 1886.

Kerkorde en beginsel.

Een centraal thema is de vraag naar de juiste kerkorde. De afwijzing van het synodale systeem betekende immers niet dat men zonder structuur kon. De enig juiste kerkorde was de aloude Dordtse Kerkorde van 1618-1619, die ruimte gaf voor de zelfstandigheid van de plaatselijke kerken en die bovendien een halt toeriep aan de ongehinderde doorgang van de vrijzinnigheid.

In De Heraut wordt uitvoerig teruggegrepen op de gereformeerde traditie, met name op de historische kerkorden. Daarbij gaat het niet om louter herstel van het verleden, maar om principiële doordenking: welke vormen doen recht aan het gereformeerde kerkbegrip?

Deze bezinning laat zien dat de Doleantie niet alleen een negatief (afscheidend) moment was, maar ook een positief (constituerend) proces.

Dr. A. Kuyper (1837-1920).

Pastorale en geestelijke begeleiding.

Tegelijk blijft het blad aandacht houden voor de geestelijke dimensie. De breuk had grote persoonlijke en sociale gevolgen: gemeenten raakten verdeeld, voorheen hervormde predikanten verloren hun positie, relaties kwamen onder druk te staan.

De Heraut probeert in deze situatie richting te geven zonder de ernst te bagatelliseren. Het roept op tot volharding, maar ook tot bezinning op motieven en houding. Daarmee behoudt het blad zijn dubbele karakter: principieel én pastoraal.

9. Toenadering en spanning: de weg naar 1892 (ca. 1888–1892).

Na de eerste fase van consolidatie komt een nieuwe kwestie naar voren: de verhouding tot andere gereformeerde groepen buiten de Nederlandse Hervormde Kerk, in het bijzonder tot de Christelijke Gereformeerde Kerk, die haar oorsprong had in de Afscheiding van 1834.

De vraag naar eenheid.

De gedachte dat gescheiden gereformeerde groepen bijeen zouden moeten komen, wint in deze jaren aan kracht. De overtuiging groeit dat verdeeldheid moeilijk te verenigen is met het gereformeerde kerkbegrip.

Ds. W.F.A. Winckel (1852-1945) was redacteur ‘Buitenlands kerkelijk nieuws’ van ‘De Heraut’.

De Heraut speelt een actieve rol in deze discussie. Het blad behandelt vragen als: (1) Wat is de grondslag voor kerkelijke eenheid? (2) Welke verschillen zijn principieel, en welke historisch of cultureel? (3) Onder welke voorwaarden is vereniging met de Christelijke Gereformeerden mogelijk?

De benadering is kenmerkend: niet pragmatisch, maar principieel. Eenheid wordt niet gezocht ten koste van de waarheid, maar moet juist daaruit voortkomen.

Kritiek en zelfonderzoek.

Opvallend is dat de discussie niet eenzijdig is. Naast kritiek op andere groepen is er ook ruimte voor zelfonderzoek. De vraag wordt gesteld of de Doleantiebeweging zelf vrij is van eenzijdigheden of tekortkomingen.

Dit geeft de discussie een zekere diepte. Het gaat niet alleen om het overtuigen van de ander, maar ook om het zuiveren van de eigen positie.

Groei naar overeenstemming.

In de loop van de jaren ontstaat geleidelijk meer overeenstemming. Verschillen worden besproken, soms scherp, maar er groeit ook wederzijds begrip.

De Heraut vervult hierbij opnieuw een bemiddelende rol. Het blad informeert, interpreteert en probeert de achterban mee te nemen in een proces dat niet voor iedereen vanzelfsprekend is.

10. De ‘Vereniging van 1892’.

In 1892 komt het tot een beslissend moment: de ‘Vereniging’ van een groot deel van de Dolerenden met de een groot deel van de Christelijke Gereformeerde Kerk tot De Gereformeerde Kerken in Nederland.

Dr. A. Kuyper (1837-1920) namens de kerken uit de Doleantie, en ds. S. van Velzen (1809-1896) namens de Christelijke Gereformeerde Kerk reikten elkaar op 17 juni 1892 de broederhand  bij het ontstaan van De Gereformeerde Kerken in Nederland, toen de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende) samengingen.

Een nieuwe kerkelijke constellatie.

Met deze ‘Vereniging’ ontstaat een nieuw kerkverband dat zich expliciet baseert op de gereformeerde belijdenis en de aloude gereformeerde Dordtse Kerkorde. Voor velen wordt hiermee een lang gekoesterde wens werkelijkheid: een zichtbare, georganiseerde Gereformeerde Kerk.

Voor De Heraut betekent dit opnieuw een verschuiving van positie. Het blad wordt nu het orgaan binnen een gevestigd kerkverband, in plaats van een beweging in wording.

Reflectie en duiding.

De ‘Vereniging’ wordt in het blad niet alleen als feit gepresenteerd, maar ook geduid. Er wordt teruggeblikt op de weg die is gegaan — van de eerste spanningen binnen de Hervormde Kerk, via de Doleantie, naar deze nieuwe eenheid.

Daarbij wordt benadrukt dat deze ontwikkeling geen toevallig verloop is, maar het resultaat van een principieel proces. Dezelfde lijnen die eerder tot breuk leidden, maken nu ook vereniging mogelijk.

Ds. Lucas Lindeboom (1845-1933) vond dat het verschil tussen Afscheiding en Doleantie een verschil in methode van kerkreformatie was, niet een verschil in gereformeerd geloof dat de ‘Vereniging’ mocht verhinderen. Wel hield hij staande dat hij persoonlijk het beginsel van de Afscheiding bleef handhaven; als de ‘Vereniging’ dat beginsel zou prijsgeven, zou hij zich ertegen verzetten.

Tegelijk is duidelijk dat de ‘Vereniging’ geen eindpunt is. Verschillen in achtergrond en cultuur blijven bestaan en vragen om verdere verwerking.

De Heraut richt zich daarom niet alleen op viering, maar ook op waarschuwing: eenheid moet onderhouden worden, en vraagt voortdurende trouw aan de gezamenlijke grondslag.

11. ‘De Heraut’ in een nieuwe fase.

Na 1892 begint voor De Heraut dus een nieuwe periode, waarin het blad zijn functie opnieuw moet definiëren binnen een veranderde context.

Van beweging naar instituut.

De gereformeerde wereld heeft nu een duidelijke institutionele vorm gekregen. Dat betekent dat de rol van het blad verandert.

Waar het eerder een beweging hielp vormen en een breuk voorbereidde, wordt het nu (1) een orgaan van toerusting, (2) een bewaker van beginselen en (3) een begeleider van kerkelijk leven binnen een bestaande structuur.

Blijvende kernfuncties.

Toch blijft er veel continuïteit. De kernfuncties van De Heraut blijven herkenbaar (1) theologische verdieping, (2) vorming van identiteit (3) en betrokkenheid op het concrete kerkelijke leven.

De stijl en toon die sinds 1877 zijn ontwikkeld, blijven bepalend. Dr. Abraham Kuyper (1837-1920) blijft een centrale stem, en zijn manier van schrijven en denken blijft het blad kleuren.

J.A. Wormser (1845-1916) was directeur van de uitgeverij van ‘De Heraut’.

Een afgeronde ontwikkeling.

Wanneer men terugkijkt van 1869 naar de jaren na 1892, wordt de samenhang zichtbaar. In ruim twintig jaar heeft De Heraut een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt: van zoekend netwerkblad, via ideologisch en vormend orgaan, naar begeleider van een nieuwe kerkelijke werkelijkheid.

Slotbeschouwing: continuïteit door verandering.

De geschiedenis van De Heraut tot en met 1892 laat een opmerkelijke combinatie zien van continuïteit en verandering.

De omstandigheden veranderen ingrijpend: van Hervormde Kerk naar Doleantie, van verdeeldheid naar ‘Vereniging’.

Maar de onderliggende lijn blijft dezelfde: de inzet voor gereformeerde beginselen, de overtuiging dat kerk en leven daaraan gebonden zijn, en het gebruik van de pers en in breder verband van de drukpers als middel om die overtuiging vorm te geven.

In vrijwel elk nummer van ‘De Heraut’ adverteerde de uitgever (J.A. Wormser) uitvoerig voor de door hem uitgegeven en door dr. Kuyper geschreven boeken en brochures.

Daarin ligt de blijvende betekenis van het blad. De Heraut was geen neutrale verslaggever van ontwikkelingen, maar een actief instrument daarin — eerst in de voorbereiding, daarna in de uitwerking.

Wie de geschiedenis van de gereformeerde beweging in deze periode wil begrijpen, kan daarom moeilijk om De Heraut heen. Het blad was niet alleen een spiegel van die beweging, maar een van de plaatsen waar zij zichzelf leerde verstaan, formuleren en organiseren.

Naar deel 4 (slot) >

© 2026. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

The Weekly De Heraut: From Schwartz to Kuyper (3).

8. After the Break: New Questions, New Emphases (1886–c. 1888).

( < Back to Part 2 ) – With the Doleantie of 1886, the position of De Heraut changed fundamentally. What had for years been a paper operating within a field of tensions now became the organ of a movement that had placed itself outside the existing ecclesiastical structure of the Nederlandsche Hervormde Kerk.

From Struggle to Organization.

The first years after 1886 were marked by the task of organization. The break had become a reality, but that did not solve the questions involved—on the contrary. In many respects, they were only just beginning.

During this phase, De Heraut focused on subjects such as the organization of church life, the formulation of principles of church government, and the practical administration of congregations.

The tone changed noticeably. Whereas the emphasis had previously been on criticism and the justification of resistance, the focus now shifted to construction and responsibility. Polemics did not give way to calmness, but to seriousness: what had been set in motion now had to be given a durable form.

Church Order and Principle.

A central theme was the question of the proper church order. The rejection of the synodical system did not mean that one could function without structure. The only correct church order was considered to be the historic Church Order of Dordrecht of 1618–1619, which allowed room for the independence of local churches and which, moreover, put a stop to the unchecked advance of theological liberalism.

In De Heraut, extensive reference was made to the ‘gereformeerde’ tradition, particularly to the historical church orders. The aim was not merely the restoration of the past, but principled reflection: which forms do justice to the ‘gereformeerde’ understanding of the church?

This reflection demonstrates that the Doleantie was not only a negative (separating) moment, but also a positive (constitutive) process.

Pastoral and Spiritual Guidance.

At the same time, the paper continued to pay attention to the spiritual dimension. The break had major personal and social consequences: congregations became divided, formerly Hervormd ministers lost their positions, and relationships came under strain.

In this situation, De Heraut sought to provide direction without minimizing the seriousness of the circumstances. It called for perseverance, but also for reflection on motives and attitudes. In doing so, the paper retained its dual character: principled and pastoral.

9. Rapprochement and Tension: The Road to 1892 (c. 1888–1892).

After the initial phase of consolidation, a new issue emerged: the relationship with other ‘gereformeerde’ groups outside the ‘Hervormde’ Church, particularly the Christian Reformed Church (Christelijke Gereformeerde Kerk), which traced its origins to the Secession (Afscheiding) of 1834.

The Question of Unity.

During these years, the idea that separated ‘gereformeerde’ groups ought to come together gained increasing strength. The conviction grew that division was difficult to reconcile with the ‘gereformeerde’  understanding of the church.

De Heraut played an active role in this discussion. The paper addressed questions such as:

  1. What is the foundation for ecclesiastical unity?
  2. Which differences are matters of principle, and which are historical or cultural?
  3. Under what conditions is union with the Christian Reformed Church possible?

The approach was characteristic: not pragmatic, but principled. Unity was not sought at the expense of truth; rather, it had to arise from it.

Criticism and Self-Examination.

Notably, the discussion was not one-sided. Alongside criticism of other groups, there was also room for self-examination. The question was raised whether the Doleantie movement itself was free from one-sidedness or shortcomings.

This gave the discussion a certain depth. The issue was not merely convincing others, but also purifying one’s own position.

Growing Agreement.

Over the years, greater agreement gradually developed. Differences were discussed—sometimes sharply—but mutual understanding also increased.

Once again, De Heraut fulfilled a mediating role. The paper informed, interpreted, and sought to guide its readership through a process that was not self-evident for everyone.

10. The “Union” of 1892.

In 1892, a decisive moment was reached: the “Union” (Vereniging) of a large portion of the Doleantie churches with a large portion of the Christian Reformed Church, resulting in the formation of The ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (De Gereformeerde Kerken in Nederland).

A New Ecclesiastical Configuration.

With this union, a new church federation came into existence that explicitly based itself on the ‘gereformeerde’ confessions and church order. For many, this fulfilled a long-cherished desire: a visible and organized ‘Gereformeerde’ Church.

For De Heraut, this again meant a shift in position. The paper now became the organ within an established church federation rather than that of a movement still in formation.

Reflection and Interpretation.

The union was not merely presented in the paper as a fact; it was also interpreted. The journey that had been traveled was reviewed—from the first tensions within the ‘Hervormde’ Church, through the Doleantie, to this new unity.

It was emphasized that this development was not a matter of chance, but the result of a principled process. The same lines of thought that had earlier led to separation now also made union possible.

At the same time, it was clear that the Union was not an endpoint. Differences in background and culture remained and required further processing.

For that reason, De Heraut focused not only on celebration but also on warning: unity must be maintained and requires continual faithfulness to the common foundation.

11. De Heraut in a New Phase.

After 1892, De Heraut entered a new period in which it had to redefine its function within a changed context.

From Movement to Institution.

The ‘gereformeerde’ world had now acquired a clear institutional form. This meant that the role of the paper changed.

Whereas it had previously helped shape a movement and prepare a separation, it now became:

  1. An instrument of instruction and equipping;
  2. A guardian of principles;
  3. A guide for church life within an existing structure.

Enduring Core Functions.

Yet much continuity remained. The core functions of De Heraut continued to be recognizable:

  1. Theological deepening;
  2. The formation of identity;
  3. Involvement in concrete ecclesiastical life.

The style and tone developed since 1877 remained decisive. Kuyper continued to be a central voice, and his way of writing and thinking continued to shape the paper.

A Completed Development.

Looking back from 1869 to the years after 1892, a coherent development becomes visible. Over more than twenty years, De Heraut underwent a remarkable transformation: from an exploratory network paper, through an ideological and formative organ, to a guide for a new ecclesiastical reality.

Concluding Reflection: Continuity Through Change.

The history of De Heraut up to and including 1892 reveals a remarkable combination of continuity and change.

The circumstances changed dramatically: from the ‘Hervormde’ Church to the Doleantie, from division to Union.

Yet the underlying line remained the same: commitment to ‘gereformeerde’ principles, the conviction that church and life are bound to those principles, and the use of the press as a means of giving shape to that conviction.

In this lies the enduring significance of the paper. De Heraut was not a neutral reporter of developments, but an active instrument within them—first in their preparation, and later in their implementation.

Anyone wishing to understand the history of the ‘gereformeerde’ movement during this period can therefore scarcely ignore De Heraut. The paper was not merely a mirror of that movement, but one of the places where it learned to understand itself, formulate its convictions, and organize itself.

To (final) Part 4 >