De Gereformeerde Kerk te Oppenhuizen c.a. (3)

Van crisis naar wederopbouw.

( < Naar deel 2 – Back to Part 2  ) – Ds. H. van der Veen (1907-1959) was sinds 1933 nog steeds predikant van De Gereformeerde Kerk van Oppenhuizen en Uitwellingerga. Gedurende vele jaren zette hij zich, samen met de kerkenraad, in voor de opbouw van de gemeente en de zorg voor haar leden.

Ds. H. van der Veen (1907-1959).

De oorlogsjaren.

Ook de Tweede Wereldoorlog liet haar sporen na in de Gereformeerde Kerk van Oppenhuizen c.a. Zo moesten de meisjes die met zendingsbusjes langs de deuren gingen om geld in te zamelen voor de zending, daarmee stoppen omdat de Duitse bezetter dergelijke collectes verbood.

In de notulen van de kerkenraad wordt slechts sporadisch melding gemaakt van de oorlogsomstandigheden. Wel kwam een verzoek van de Particuliere Synode binnen om toe te zien op de lectuur – zoals kranten en tijdschriften – die in de gezinnen werd gelezen. Men diende erop te letten dat geen ‘foute’ bladen werden verspreid. In de praktijk zal dat nauwelijks zijn voorgekomen, want iedereen wist dat de generale synode al in 1936 had uitgesproken dat het lidmaatschap van de Gereformeerde Kerken onverenigbaar was met dat van de Duitsers heulende NSB. Kerkenraden kregen de opdracht gemeenteleden die desondanks lid bleven van de NSB onder kerkelijke tucht te stellen en zo nodig uit de kerk te verwijderen.

‘Dit heeft er niet gehangen’.

De bezetter schreef bovendien voor dat in kerkelijke gebouwen een bordje met de tekst ‘Verboden voor Joden’ ophangen moest worden. De kerkenraad van Oppenhuizen c.a. weigerde daaraan gehoor te geven; dergelijke borden zijn er nooit aangebracht. Intussen wist de diaconie wel onderdak te vinden voor negen Amsterdamse kinderen die elders in veiligheid moesten worden gebracht.

De bezetters schreven de kerkenraad dat voor catechisatiebijeenkomsten van meer dan twintig personen vooraf toestemming moest worden gevraagd. Daarmee keerde feitelijk een maatregel terug die al tijdens de Afscheiding van 1834 tegen de Afgescheidenen was toegepast.

Zoals elders werden ook in Oppenhuizen inwoners tijdens razzia’s opgepakt. Gemeentelid br. J. Postma behoorde tot een groep van ongeveer vijftig dorpsgenoten die naar Vries in Drenthe werden overgebracht om dwangarbeid voor de Duitsers te verrichten.

Op 15 april 1945 werden Oppenhuizen en Uitwellingerga bevrijd. De Duitse troepen hadden de dorpen twee dagen eerder verlaten. Op 19 april vond samen met de Hervormde Gemeente een gezamenlijke dankdienst plaats in de hervormde kerk. Opmerkelijk is dat de hervormde predikant in de notulen de gereformeerden in die tijd aanduidde als ‘de zogenoemde ‘gereformeerden’.

‘Samen op Weg’ tijdens de oorlog.

De hervormde kerk te Oppenhuizen.

Juist in de oorlogsjaren ontstonden de eerste officiële contacten tussen de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente. Op eerste kerstdag 1941 werd voor het eerst een gezamenlijke kerstdienst gehouden. Het initiatief sloot aan bij de oproep van de gereformeerde Deputaten voor Kerkherstel uit Rotterdam en vond ook in Oppenhuizen en Uitwellingerga – ‘Top & Twel’ – weerklank. De gezamenlijke kerstdienst groeide plaatselijk zelfs uit tot een traditie.

Bij het vijftigjarig bestaan van de Gereformeerde Kerk, op 12 april 1943, nodigde de gereformeerde kerkenraad de hervormde kerkenraad uit om de herdenking mee te vieren. In de uitnodigingsbrief werd gewezen op de ’toenemende anti-christelijke machten’ en op de noodzaak dat christenen elkaar zouden opzoeken om zich gezamenlijk te bezinnen op wat hen bond en wat hen nog scheidde. Dat zou, zo schreef men, gemakkelijker zijn dan vijftig jaar eerder, toen de kerkelijke breuk nog vers was.

Ds. Van der Veen herinnerde daarbij aan de brief die vijftig jaar eerder aan de hervormde kerkenraad was gestuurd. Volgens hem waren nog altijd het Algemeen Reglement voor het Bestuur van de Hervormde Kerk en het ontbreken van leertucht de belangrijkste oorzaken van de scheiding. Tegelijk erkende hij dat ook de hervormde kerkenraad moeite had met de synodale reglementen en pogingen deed daarin verandering te brengen. Wanneer dat herstel eenmaal bereikt zou zijn, zo stelde hij, zou niets een hereniging nog in de weg staan. Wel bleef volgens hem het bezwaar bestaan dat binnen de Hervormde Kerk predikanten werden geduld die Christus verloochenden.

Dr. Abraham Kuyper (1837-1920).

De hervormde predikant, ds. Knottnerus, reageerde enkele dagen later. Hij sprak zijn waardering uit dat tijdens de herdenking ook werd getreurd om de kerkelijke breuk. Eveneens erkende hij de bezwaren tegen het hervormde Algemeen Reglement en het ontbreken van leertucht in de Hervormde Kerk. Toch bleef volgens hem de kernvraag hoe men daarmee moest omgaan. Dr. A. Kuyper (1837-1920) had zich ‘om des gewetens wil van de Hervormde Kerk afgescheiden’, terwijl anderen juist meenden dat de kerk van binnenuit hervormd moest worden. Volgens ds. Knottnerus had juist het vertrek van de Dolerenden de ‘reformatiepogingen’ bemoeilijkt. Men zou daarom het ‘synodale juk’ blijven dragen totdat dit langs wettige weg voor de gehele kerk kon worden afgeworpen.

Na deze briefwisseling gingen beide kerken weer hun eigen weg. Uit later contact bleek bovendien dat de hervormde kerkenraad voorlopig geen aanleiding zag voor verdere toenadering.

Predikanten na de oorlog.

Ds. P.B. Suurmond (1921-2010).

Na het afscheid van ds. Van der Veen op 27 juli 1947, wegens zijn vertrek naar de kerk van Donkerbroek, bleef de gemeente enkele jaren vacant.

Zijn opvolgers waren:

kandidaat P.B. Suurmond (1921-2010), predikant van 1 oktober 1950 tot 3 januari 1954; daarna vertrok hij naar Makkum; kandidaat D. Kronemeijer (1931-2020), verbonden aan de gemeente van 3 juli 1955 tot 4 september 1960; vervolgens vertrok hij naar Maastricht; ds. E. Groenenberg (1960-1967); ds. J. Groenevelt (1968-1973); ds. D.J. Ras (1975-1979); ds. R. Roukema (1982-1987); en na een langdurige vacature ds. A. Buijs (1996-2006). Tijdens zijn ambtsperiode werd in 2006 de Protestantse Gemeente Oppenhuizen-Uitwellingerga gevormd.

Ds. D. Kronemeijer (1931-2020).

Toenemende samenwerking.

Na de oorlog werden de contacten tussen de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente geleidelijk intensiever. Zo vergaderden de jongelingsverenigingen soms gezamenlijk. Op initiatief van ds. Suurmond nodigde de gereformeerde kerkenraad in 1953 de hervormde kerkenraad uit voor overleg, mede naar aanleiding van een oproep van de generale synode.

Dit leidde op 5 februari 1953 tot een gezamenlijke herdenkingsdienst voor de slachtoffers van de Watersnoodramp in Zeeland. Kerkordelijke bepalingen maakten het toen nog onmogelijk gezamenlijk ‘biddag voor gewas en arbeid’ te houden.

De gereformeerde kerk (foto: Reliwiki, C. Valkenburg).

Tijdens de eerste gezamenlijke kerkenraadsvergadering, op 20 maart 1953, sprak ds. Suurmond zich opvallend duidelijk uit. Kerkordelijk waren gezamenlijke erediensten nog niet toegestaan, maar wat de plaatselijke Gereformeerde Kerk betrof bestond daartegen geen enkel bezwaar. Sterker nog: wat hem betrof had het gescheiden kerkelijke leven mogen ophouden te bestaan.

Afgesproken werd voortaan enkele malen per jaar gezamenlijk als kerkenraden te vergaderen. Onder de gereformeerde predikanten ds. Kronemeijer en ds. Groenenberg en de hervormde predikant jhr. C. van Eysinga verliepen de onderlinge verhoudingen uitstekend.

Toch bleef de praktische samenwerking tussen 1953 en 1973 beperkt tot enkele gezamenlijke diensten. Daarna kwam de ontwikkeling in een stroomversnelling. Vooral onder de jeugd leefde de wens om vaker samen kerkdiensten te houden; zij bezochten immers dezelfde christelijke school en ook het jeugdwerk was inmiddels grotendeels samengegaan.

Op 13 mei 1973 stuurden beide kerkenraden een enquête naar de gemeenteleden over verdere samenwerking. Vooral uitbreiding van gezamenlijke zomerdiensten bleek gewenst. De respons onder gereformeerden was groter dan onder hervormden. Hoewel de gereformeerden iets terughoudender waren, sprak toch ongeveer 73 procent zich uit vóór verdere samenwerking.

Het interieur van de gereformeerde kerk (foto: Reliwiki).

Ondanks de beperkte respons besloten de kerkenraden het aantal gezamenlijke diensten uit te breiden. Afwisselend werd gekerkt in de hervormde en de gereformeerde kerk. Ook op andere terreinen groeide de samenwerking gestaag.

Toch werd later teruggekomen op het plan om alle middagdiensten gezamenlijk te houden. De belangstelling voor deze diensten liep namelijk terug en men vreesde hierdoor een deel van de achterban te verliezen. Daardoor verliep het Samen-op-Wegproces tussen 1976 en 1986 relatief langzaam.

Het bekendste Samen-op-Weg logo.

In 1986 ontvingen de gemeenteleden een discussienota die tijdens verschillende gemeenteavonden werd besproken. Daaruit bleek dat 88 procent van de gereformeerden en ongeveer 85 procent van de hervormden voorstander was van de vorming van één Samen-op-Weggemeente.

Tijdens een gezamenlijke kerkenraadsvergadering in 1987 werd in principe besloten die stap daadwerkelijk te zetten. Vanaf 1988 vergaderden beide kerkenraden uitsluitend nog gezamenlijk, al bleven beide kerken vooralsnog zelfstandig; de eerste Samen-op-Wegpredikant was de hervormde predikant ds. G. Groeneveld.

Het interieur van de kerk (foto: Reliwiki).

Protestantse Gemeente (2006).

De samenwerking tussen beide gemeenten werd in de daaropvolgende jaren steeds hechter. Uiteindelijk leidde dit ertoe dat de beide afzonderlijke kerken op 9 februari 2006 werden opgeheven. Vanaf die datum gingen zij gezamenlijk verder als de Protestantse Gemeente Oppenhuizen-Uitwellingerga.

De gereformeerde kerk afgestoten (1998).

Het kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk aan de Tsjerkebuorren werd sinds 1998 al niet meer gebruikt voor de eredienst. Niet lang daarna werd de kerk afgebroken.

* Terugblik…

De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Oppenhuizen c.a. beslaat ruim een eeuw. Zij begon met een kleine groep gemeenteleden die zich, gedreven door hun overtuiging, losmaakte van de Hervormde Kerk en in eenvoudige omstandigheden bijeenkwam in een hok en later in een schuur. Van daaruit groeide een zelfstandige gemeente met een eigen kerkgebouw, predikanten, verenigingen en een belangrijke plaats in het dorpsleven.

In die ruim honderd jaar veranderde veel. De gemeente maakte perioden van groei en bloei mee, maar ook van spanning, oorlog, maatschappelijke veranderingen en geleidelijke teruggang. Opmerkelijk is dat de kerk die in 1893 ontstond uit een kerkelijke breuk, uiteindelijk in 2006 samen met de Hervormde Gemeente opging in de Protestantse Gemeente Oppenhuizen-Uitwellingerga. Daarmee sloot zich als het ware een historische cirkel. De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk bleef zo niet alleen bewaard in notulen en gedenkboeken, maar ook in het kerkelijke leven van de beide dorpen, dat ondanks alle veranderingen voortbouwde op het werk van de generaties die haar hebben gesticht en gedragen.

Ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Oppenhuizen c.a.

De ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Oppenhuizen c.a. van 1905 tot en met 2005 (bron: Jaarboeken GKN en PKN).

Bronnen onder meer: 

A. Algra, De Historie gaat door Het Eigen Dorp. Deel IV. Leeuwarden, g.j.

De Bazuin, Stemmen uit de Christelijke (Afgescheidene) Gereformeerde Kerk in Nederland. Kampen, div. jrg.

J. van der Bij, Pastoars, dûmnys en tsjerkefolk yn Top & Twel. Oppenhuizen,  1993

Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

Jaarboek (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

© 2026. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

The ‘Gereformeerde’ Church of Oppenhuizen c.a. (Part 3).

( < Back to Part 2 ) – Rev. H. van der Veen (1907–1959) continued to serve as minister of the ‘Gereformeerde’ Church of Oppenhuizen and Uitwellingerga. For many years, together with the church council, he devoted himself to building up the congregation and caring for its members.

The War Years.

The Second World War also left its mark on the ‘Gereformeerde’ Church of Oppenhuizen c.a. The girls who went door to door with missionary collection boxes to raise money for mission work had to stop because the German occupation authorities prohibited such collections.

The minutes of the church council mention the wartime circumstances only occasionally. One request did arrive from the Provincial Synod, urging the council to supervise the reading material used in church families. Care was to be taken that no “wrong” publications were distributed. In practice, this probably occurred only rarely, since everyone knew that in 1936 the General Synod had declared membership in the ‘Gereformeerde’ Churches incompatible with membership in the Dutch National Socialist Movement (NSB). Church councils were instructed to place any members who nevertheless remained in the NSB under church discipline and, if necessary, remove them from church membership.

The occupation authorities also ordered churches to display signs reading “Jews Forbidden.” The church council of Oppenhuizen refused to comply, and such signs were never put up. Meanwhile, the deacons succeeded in finding shelter for nine children from Amsterdam who had to be brought to safety elsewhere.

The occupiers also informed the church council that catechism classes with more than twenty participants required prior permission. In effect, this revived a measure that had already been imposed on the Secession churches during the Secession of 1834.

As elsewhere, residents of Oppenhuizen were rounded up during German raids. Congregation member Brother J. Postma was among a group of about fifty villagers who were taken to Vries in the province of Drenthe to perform forced labor for the Germans.

Oppenhuizen and Uitwellingerga were liberated on 15 April 1945. German troops had already left the villages two days earlier. On 19 April, a joint thanksgiving service was held together with the ‘Hervormde’ congregation in the ‘Hervormde’ church. Interestingly, the ‘Hervormde’ minister referred to the ‘Gereformeerde’ congregation in the minutes as the “so-called ‘Gereformeerden.'”

“Together on the Way” During the War.

It was precisely during the war years that the first official contacts arose between the ‘Gereformeerde’ Church and the ‘Hrervormde’  congregation. On Christmas Day 1941, a joint Christmas service was held for the first time. The initiative followed an appeal by the ‘Gereformeerde’ Deputies for Church Restoration in Rotterdam and also found support in Oppenhuizen and Uitwellingerga—locally known as “Top & Twel.” The joint Christmas service even became a local tradition.

When the ‘Gereformeerde’ Church celebrated its fiftieth anniversary on 12 April 1943, the ‘gereformeerde’ church council invited the ‘hervormde’ church council to join the commemoration. The invitation pointed to the “growing anti-Christian forces” and stressed the need for Christians to seek one another out in order to reflect together on what united them and what still divided them. According to the letter, this would be easier than fifty years earlier, when the ecclesiastical split was still fresh.

Rev. Van der Veen recalled the letter that had been sent to the ‘Hervomrde’ church council fifty years before. In his view, the principal causes of the separation were still the General Regulations for the Government of the ‘Hervormde’ Church and the absence of doctrinal discipline. At the same time, he acknowledged that the ‘hervormde’ church council also struggled with the synodical regulations and was attempting to bring about change. Once those reforms had been achieved, he argued, nothing would stand in the way of reunion. Nevertheless, he maintained that one serious objection remained: within the ‘Hervormde’ Church, ministers who denied Christ were still tolerated.

A few days later, the ‘hervormde’ minister, Rev. Knottnerus, replied. He expressed appreciation that the anniversary observance also mourned the ecclesiastical division. He likewise acknowledged the objections to the General Regulations and the lack of doctrinal discipline. Yet, in his opinion, the essential question was how one should respond to those problems. Dr. Abraham Kuyper (1837–1920) had “separated from the ‘Hervormde’ Church for conscience’s sake,” while others believed the church should instead be ‘gereformeerd’ from within. According to Rev. Knottnerus, the departure of the Doleantie movement had actually made reform more difficult. Therefore, they would continue to bear the “synodical yoke” until it could be removed through lawful means on behalf of the entire church.

After this exchange of letters, both churches again went their separate ways. Later contacts also showed that the ‘hervormde’ church council saw no reason for further rapprochement for the time being.

Ministers After the War.

After Rev. Van der Veen’s farewell on 27 July 1947, following his departure to Donkerbroek, the congregation remained without a minister for several years.

His successors were:

  • Candidate P.B. Suurmond (1921–2010), minister from 1 October 1950 to 3 January 1954, after which he left for Makkum.
  • Candidate D. Kronemeijer (1931–2020), minister from 3 July 1955 to 4 September 1960, after which he moved to Maastricht.
  • Rev. E. Groenenberg (1960–1967).
  • Rev. J. Groenevelt (1968–1973).
  • Rev. D.J. Ras (1975–1979).
  • Rev. R. Roukema (1982–1987).
  • After a lengthy vacancy, Rev. A. Buijs (1996–2006). During his ministry, the Protestant Congregation of Oppenhuizen-Uitwellingerga was established in 2006.

Increasing Cooperation.

After the war, contacts between the ‘Gereformeerde’ Church and the ‘Hervormde’ congregation gradually became closer. For example, the young men’s societies sometimes met jointly. At the initiative of Rev. Suurmond, the ‘gereformeerde’ church council invited the ‘hervormde’ church council to consult together in 1953, partly in response to an appeal from the General Synod.

This led to a joint memorial service on 5 February 1953 for the victims of the North Sea Flood Disaster in Zeeland. At that time, church regulations still made it impossible to hold a joint Day of Prayer for Crops and Labor service.

During the first joint meeting of the two church councils on 20 March 1953, Rev. Suurmond spoke with remarkable clarity. Church law still prohibited joint worship services, but as far as the local ‘Gereformeerde’ Church was concerned, he saw no objection whatsoever. Indeed, in his opinion, the churches should never have remained separated.

It was agreed that the two church councils would meet jointly several times each year. Under the leadership of ‘gereformeerde’ ministers Rev. Kronemeijer and Rev. Groenenberg, together with the ‘hervormde’ minister Jonkheer C. van Eysinga, relations between the two churches were excellent.

Nevertheless, between 1953 and 1973 practical cooperation remained limited to a few joint worship services. After that, developments accelerated rapidly. The younger generation especially wished to worship together more often, since they attended the same school and much of the youth work had already been combined.

On 13 May 1973, both church councils sent a questionnaire to their members concerning further cooperation. There was particular support for expanding the number of joint summer services. The response rate was higher among the ‘gereformeerde’ members than among the ‘hervormde’ members. Although the ‘gereformeerde’ respondents were somewhat more cautious, about 73 percent nevertheless favored closer cooperation.

Despite the limited response, the church councils decided to increase the number of joint services. Worship alternated between the ‘Hervormde’ church and the ‘Gereformeerde’ church. Cooperation also continued to expand steadily in other areas.

Later, however, the plan to hold all afternoon services jointly was abandoned. Attendance at these services had declined, and there were concerns that this might alienate part of the membership. As a result, the “Together on the Way” process progressed relatively slowly between 1976 and 1986.

In 1986, church members received a discussion paper that was examined during several congregational meetings. It showed that 88 percent of the ‘gereformeerde’ members and about 85 percent of the ‘hervormde’ members supported the formation of a single Together on the Way congregation.

At a joint church council meeting in 1987, it was decided in principle to take that step. From 1988 onward, the two church councils met only jointly, although both churches still remained legally independent. The first Together on the Way minister was the ‘hervormde’ minister Rev. G. Groeneveld.

Protestant Congregation (2006).

In the years that followed, cooperation between the two congregations became ever closer. This ultimately led to the dissolution of the two separate churches on 9 February 2006. From that date onward, they continued together as the Protestant Congregation of Oppenhuizen-Uitwellingerga.

The building of the ‘Gereformeerde’ Church on Tsjerkebuorren had already ceased to be used for worship services in 1998. Not long afterward, the church building was demolished.

  • Looking Back…

The history of the ‘Gereformeerde’ Church in Oppenhuizen and surrounding areas spans more than a century. It began with a small group of church members who, driven by their convictions, separated from the ‘Hervormde’ Church and gathered under humble circumstances—first in a small shed and later in a barn. From these modest beginnings, an independent congregation grew, establishing its own church building, ministers, church organizations, and an important place in village life.

Over the course of those hundred-plus years, much changed. The congregation experienced periods of growth and prosperity, but also times of tension, war, social change, and gradual decline. It is remarkable that the church, which came into being in 1893 as the result of a church division, ultimately united in 2006 with the ‘Hervormde’ Congregation to form the Protestant Congregation of Oppenhuizen–Uitwellingerga. In this way, history came full circle. The history of the ‘Gereformeerde’ Church has therefore been preserved not only in minutes and commemorative publications, but also in the continuing church life of the two villages, which, despite all the changes, has continued to build upon the work of the generations who founded and sustained it.