‘Julianakerk’ Dordrecht 50 jaar geleden ‘dicht’

Een nieuwe kerk voor het groeiende Krispijn.

De Julianakerk aan de (tegenwoordige) Mauritsweg 286 (hoek Krispijnseweg) in Dordrecht werd gebouwd in een periode waarin de stad zich sterk uitbreidde aan de zuidkant van de spoorlijn. De Gereformeerde Kerk beschikte toen al over de monumentale Wilhelminakerk aan de Blekersdijk, maar de groei van de stad en van het aantal gereformeerden maakte uitbreiding noodzakelijk. In de nieuwe wijk Krispijn werd daarom een nieuwe kerk gepland.

De ster geeft de locatie aan van de ‘Julianakerk’ in Dordrecht (kaart: Google).

Het Dordtse architectenbureau Bakker & Van Herwijnen ontwierp het kerkgebouw: een kruiskerk met vier galerijen en met om en nabij de duizend zitplaatsen. Ook een pastorie en een dienstwoning maakten onderdeel uit van het oorspronkelijke plan.

Foutje. ‘De Heraut’, 16 december 1928.
Nu klopt het. ‘De Heraut’, 23 december 1928.

Op 5 november 1927 legde plaatselijke predikant ds. W.W. Meynen (1873-1950) de eerste steen; na hem legde ook de tweede predikant, ds. M. Gravendijk (1893-1958) een steen. Ruim een jaar later, op 12 december 1928, werd de kerk officieel in gebruik genomen. Ds. Meynen, die van 1905 tot en met 1949 gereformeerd predikant in Dordrecht was, ging voor in de eerste dienst.

De naam Julianakerk was niet toevallig. De kerk werd genoemd naar prinses Juliana, de enige dochter van koningin Wilhelmina. In de berichtgeving van die tijd werd de naamgeving uitdrukkelijk verbonden met de liefde voor het Oranjehuis. Eerder was in Dordrecht al de Wilhelminakerk gebouwd.

Ds. W.W. Meynen (18733-1950).

Een kerk in de stijl van de jaren twintig.

De Julianakerk is wat de architectuur betreft een karakteristiek voorbeeld van de kerkbouw uit de jaren twintig. Het gebouw vertoont invloeden van de Amsterdamse School: donkere baksteen, steile daken, laddervensters en gevels met veel reliëf. Maar de vormgeving is soberder dan die van de bekendste Amsterdamse-Schoolgebouwen.

Ds. M. Gravendijk (1893-1958).

Het interieur was ook zorgvuldig ontworpen. Er waren houten banken, een houten preekstoel en veel aandacht voor het ambachtelijke houtwerk. De kerk bood plaats aan ongeveer duizend kerkgangers. Het Regionaal Archief Dordrecht bewaart foto’s van de vrijwel nieuwe kerk uit december 1928. De Julianakerk was niet alleen een kerk voor de gereformeerden van Krispijn, maar was ook een opvallend herkenningspunt in de wijk.

De oorlog komt letterlijk de kerk binnen.

De geschiedenis van de Julianakerk is ook verbonden met de meidagen van 1940.

Kogelinslagen in de muur van de Julianakerk (foto: TracesofWar.nl).

Op 12 mei 1940, Eerste Pinksterdag, werd in de omgeving van de kerk zwaar gevochten tussen Nederlandse militairen en Duitse parachutisten. De omgeving van de Krispijnseweg was van militair belang omdat de Duitse luchtlandingstroepen probeerden de verbindingen richting Moerdijk en Rotterdam veilig te stellen.

Kapitein Jan Koolhaas raakte tijdens de gevechten vlak bij de Julianakerk dodelijk gewond. Hij overleed de volgende dag. In de muren van de kerk zijn volgens tegenwoordige bronnen nog altijd kogelinslagen te vinden die herinneren aan deze gevechten.

De bouw van de Julianakerk in Dordrecht (foto: Regionaal Archief Dordrecht).

Na de oorlog: eerst groei, daarna krimp.

Aanvankelijk groeide de Gereformeerde Kerk sterk. Dordrecht breidde uit, nieuwe woonwijken werden gebouwd en ook het aantal kerkgangers nam toe. De gereformeerden hadden daardoor juist behoefte aan méér kerkruimte. In de jaren vijftig waren in de Wilhelminakerk zelfs dubbele ochtenddiensten nodig. Er kwamen plannen voor nieuwe kerkgebouwen en wijkvoorzieningen.

Het interieur van de Julianakerk, hier nog zonder orgel (foto: Regionaal Archief Dordrecht).

Maar vanaf de jaren zestig veranderde het beeld. De Gereformeerde Kerk kreeg te maken met een afnemend kerkbezoek en veranderende kerkelijke verhoudingen. Daardoor ontstond uiteindelijk een te veel aan kerkgebouwen.

In 1976 beschikte de Gereformeerde Kerk te Dordrecht namelijk over meerdere kerkgebouwen (Wilhelminakerk, Julianakerk, Petruskapel, Stephanuskerk en Maranathakerk), terwijl de financiële lasten zwaar begonnen te wegen. Tegelijkertijd groeide juist de plaatselijke Gereformeerde Gemeente (een ander, kleiner kerkgenoootschap), en werd haar kerk aan het Kasperspad te klein. Dat vormde de achtergrond van de verkoop van de Julianakerk.

De verkoop aan de Gereformeerde Gemeente.

Begin 1975 nam de Gereformeerde Gemeente contact op met de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk om te spreken over de mogelijkheid de Julianakerk over te nemen. De kerk aan het Kasperspad was immers te klein geworden en uitbreiding was op die locatie niet mogelijk. De Julianakerk was qua ligging en capaciteit voor hen heel aantrekkelijk.

De onderhandelingen verliepen aanvankelijk stroef. Met name vanuit de wijkkerkenraad van de Julianakerk bestond begrijpelijke weerstand tegen verkoop. De Gereformeerde Gemeente overwoog daarom zelfs nieuwbouw.

Kerk en pastorie (foto: Regionaal Archief Dordrecht).

Maar in 1976 kwamen de onderhandelingen opnieuw op gang. Uiteindelijk werd overeenstemming bereikt over de verkoop voor ƒ 700.000, inclusief de pastorie en de kosterswoning. Het aanpalende jeugdgebouw van de Dordtse Gereformeerde Jeugd Organisatie (DGJO) werd aanvankelijk niet verkocht (dat gebouw kwam pas in 1990 alsnog bij de Gereformeerde Gemeente).

Voor de Gereformeerde Kerk was het gebouw te veel geworden, terwijl de Gereformeerde Gemeente juist dringend om een grotere ruimte verlegen zat. 

De laatste gereformeerde kerkdienst (vijftig jaar geleden).

En daarmee komen we bij het moment dat dit jaar opnieuw in herinnering komt. Op zaterdag 12 september 1976 werd de laatste gereformeerde kerkdienst in de Julianakerk gehouden. Ds. A. van Zuylen (*1936) leidde zowel de ochtend- als de middagdienst.

Vandaag, 12 september 2026, is het dus precies vijftig jaar geleden dat de Julianakerk als gereformeerde kerk buiten gebruik gesteld werd; ongeveer 48 jaar na de ingebruikneming in 1928.

Overigens werd de laatste dienst niet meteen gevolgd door de eerste dienst van de nieuwe eigenaar. De Gereformeerde Gemeente moest het gebouw namelijk eerst aanpassen.

Translation into English:

‘Julianakerk’ Dordrecht: ‘Closed’ 50 Years Ago.

A new church for the growing Krispijn district.

The Julianakerk on what is now Mauritsweg 286 (at the corner of Krispijnseweg) in Dordrecht was built during a period when the city was expanding rapidly south of the railway. The ‘Gereformeerde’  Church already had the monumental Wilhelminakerk on Blekersdijk, but the growth of the city and the increasing number of ‘gereformeerde’ church members made expansion necessary. A new church was therefore planned in the new Krispijn district.

The design came from the Dordrecht architectural firm Bakker & Van Herwijnen. The church was designed as a cruciform church with four galleries and approximately one thousand seats. A parsonage and a caretaker’s residence were also part of the original plan.

On 5 November 1927, Rev. W.W. Meynen (1873–1950) laid the foundation stone; the second minister, Rev. M. Gravendijk (1893–1958), also did so after him. Just over a year later, on 12 December 1928, the church was officially opened for use. Rev. Meynen, who served as a minister in Dordrecht from 1905 through 1949, also led the first service.

The name Julianakerk was not chosen by chance at the time. The church was named after Princess Juliana, the only daughter of Queen Wilhelmina. Contemporary reports explicitly connected the choice of name with affection for the House of Orange. Earlier, the Wilhelminakerk had been built in Dordrecht.

A church in the style of the 1920s.

Architecturally, the Julianakerk is a characteristic example of church architecture from the 1920s. The building shows influences of the Amsterdam School: dark brickwork, steep roofs, ladder windows, and façades with strongly sculpted forms. The design, however, is more restrained than that of the best-known Amsterdam School buildings.

The interior was also carefully designed. There were wooden pews, a wooden pulpit, and considerable attention to traditional craftsmanship in the woodwork. The church could accommodate approximately one thousand worshippers. The Regional Archives Dordrecht preserves photographs of the almost-new church from December 1928. As a result, the Julianakerk became not only a church for the ‘gereformeerde’ people of Krispijn, but also a prominent landmark in the district.

The war literally enters the church.

The history of the Julianakerk is also connected with the May Days of 1940.

On 12 May 1940, Whit Sunday, heavy fighting took place in the vicinity of the church between Dutch soldiers and German paratroopers. The area around Krispijnseweg was of military importance because the German airborne troops were attempting to secure the routes towards Moerdijk and Rotterdam.

Captain Jan Koolhaas was fatally wounded during the fighting close to the Julianakerk. He died the following day. According to current sources, bullet impacts can still be found in the walls of the church, serving as reminders of these battles.

In that sense, the Julianakerk is also a tangible place of remembrance of the war in Dordrecht.

After the war: first growth, then decline.

The post-war development is remarkable. Initially, the ‘Gereformeerde’ Church grew strongly. Dordrecht expanded, new residential districts were built, and the number of churchgoers also increased. The ‘gereformeerde’ community therefore actually needed more church space. In the 1950s, the Wilhelminakerk even required two morning services. Plans were made for new church buildings and neighborhood facilities.

But from the 1960s onward, the situation changed. The ‘Gereformeerde’ Church experienced declining attendance and changing relationships between the various churches. Eventually, this created the rather unusual problem that there were no longer too few churches, but actually too many.

In 1976, the ‘Gereformeerde’ Church of Dordrecht had several church buildings (Wilhelminakerk, Julianakerk, Petrus Chapel, Stephanuskerk, and Maranathakerk), while the financial burden was beginning to weigh heavily. At the same time, the local ‘Gereformeerde Gemeente’ (‘Congregation’), a different and smaller denomination, was growing, and its church on Kasperspad had become too small. This formed the background to the sale of the Julianakerk.

The sale to the ‘Gereformeerde’ Congregation.

At the beginning of 1975, the ‘Gereformeerde’ Congregation contacted the ‘Gereformeerde’ Church about the possibility of taking over the Julianakerk. The church on Kasperspad had become too small, and expansion was not possible. The Julianakerk was very attractive in terms of both its location and capacity.

The negotiations initially proceeded with difficulty. In particular, there was resistance to the sale from the local church council of the Julianakerk. The ‘Gereformeerde’ Congregation therefore even considered constructing a new church.

In 1976, however, negotiations resumed. Eventually, an agreement was reached to sell the church for ƒ700,000, including the parsonage and caretaker’s residence. The adjacent youth building of the Dordrecht ‘Gereformeerde’ Youth Organization (DGJO) was initially excluded from the purchase. That building was not acquired by the ‘Gereformeerde’ Congregation until 1990.

The sale must be viewed against the background of the time: for the ‘Gereformeerde’ Church, the building had become surplus to requirements, while the ‘Gereformeerde’ Congregation was urgently in need of larger premises.

The final ‘gereformeerde’ church service (fifty years ago).

And so we arrive at the moment that is being remembered again this year. On Saturday, 12 September 1976, the final ‘gereformeerde’ church service was held in the Julianakerk. Rev. A. van Zuylen (born 1936) led both the morning and afternoon services. Today, 12 September 2026, it is therefore exactly fifty years ago that the Julianakerk ceased to be used as a ‘gereformeerde’ church—approximately 48 years after it was first put into use in 1928.

Incidentally, the final service was not immediately followed by the first service of the new owner. The ‘Gereformeerde’ Congregation first had to make alterations to the building.