Het ontstaan van de Gereformeerde Kerk op Schiermonnikoog en daarna

De Gereformeerde Kerk op het Friese eiland Schiermonnikoog werd op 24 januari 1896 geïnstitueerd. We volgen de voorgeschiedenis vanuit de klassikale archieven en daarna, voor zover mogelijk, tot de jaren ’60, toen het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen werd.

Kaart: Google.

Inleiding.

Aan de instituering van de Gereformeerde Kerk op Schiermonnikoog ging veel overleg vooraf tijdens de vergaderingen van de classis Dokkum. Al in 1888 was ‘broeder Veltman’ gedurende enkele dagen per week op Schiermonnikoog werkzaam. Eigenlijk hoorde hij thuis in het evangelisatiegebied van de Zuidoosthoek van Friesland, maar op verzoek van de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)’ te Anjum was hij voor evangelisatiewerk op Schiermonnikoog terecht gekomen. ‘De werkzaamheden van br. Veltman gingen gezegend door’, zo werd op de classis van augustus 1888 meegedeeld. De classis vroeg zich wel af of het ook tijd werd dat hij een aanstelling als colporteur zou krijgen; maar verder lezen we niets meer over hem. Vermoedelijk vertrok hij niet lang daarna naar elders.

Ds. J. Langhout (1848-1908), consulent van Schiermonnikoog van 1886 tot 1889.

De mededeling van J.J. Visser dat ds. J. Langhout (1848-1908) van Anjum (gedurende enkele jaren consulent van de gereformeerden op Schiermonnikoog) ‘in 1889 Herman Lelie naar het eiland stuurde’, lijkt ons te kunnen worden betwijfeld. Langhout was de man die drie jaar eerder in zijn woonplaats Anjum leiding gaf aan de Doleantie, waar hij de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)‘ op 7 december 1886 institueerde. Het verhaal over Lelie, zoals door Visser verteld, speelt zich af in hervormde kring en dat valt niet te rijmen met Langhouts reformatorisch-dolerende gezindheid (maar we horen graag hoe het wel zat).

Student Datema.

Hoe dan ook, op 22 augustus 1895 stelde de Gereformeerde Kerk te Dokkum (A ) de classis voor, de situatie op Schiermonnikoog te bespreken. Uit de uitvoerige mededelingen, ontleend aan correspondentie ‘met de Weled. Heer Datema, student aan de Theologische School te Kampen en om redenen van gezondheid tijdelijk op Schiermonnikoog verblijvende’, bleek dat negentien personen, waaronder drie leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland en vijftien ‘andersoortige belijdende leden met 19 kinderen’ een Gereformeerde Kerk op het eiland wilden. Niet alleen een kerkgebouw, maar ook een geïnstitueerde kerk.

Student Albert Datema (1870-?) was trouwens zelf op de classis aanwezig en deelde mee, dat ‘bij deze menschen over het algemeen weinig kerkelijk besef wordt gevonden en bijna geen financiële krachten’. Ze kwamen op zondag wel bij elkaar, namelijk ‘in de kamer van een badgast onder leiding van een broeder’, maar Datema meende dat een vaste ’voorganger’ daar zeer gewenst was.

Een onderzoek (1895).

Ds. E. Zwiers (1863-1926) was consulent van Schiermonnikoog van 1890 tot 1899.

Consulent ds. E. Zwiers (1863-1926), sinds het vertrek van ds. Langhout naar Haarlem consulent van Schiermonnikoog, had zo zijn twijfels over het inzetten van een oefenaar. Hij merkte op dat ‘reeds lang actie op het eiland bestaat en dat hij [sinds 1890] tot tweemaal toe er namens Anjums kerk geweest is, doch dat geen der gegeven wenken en raadgevingen werden opgevolgd’; ze deden op Schiermonnikoog gewoon wat ze zelf goed vonden, meende hij. De classis Dokkum besloot daarom aan de kerk van Anjum opdracht te geven een nader onderzoek in te stellen en daarover de volgende keer te rapporteren.

Ds. Zwiers voldeed aan de opdracht en op de classis van november 1895 bracht bij rapport uit over zijn bevindingen. Hij deelde mee dat ‘door de eerdergenoemde hervormde en gereformeerde personen reikhalzend wordt uitgezien naar eene Gereformeerde Kerk’. Men kwam op zondag wel bijeen onder leiding van een oefenaar in een gehuurd lokaal, maar men wilde graag een lokaal waar minstens zeventig personen in konden. Ze hadden berekend dat dit ongeveer fl. 200 zou gaan kosten. Ook wilde men op Schiermonnikoog graag een vaste oefenaar om geregeld leiding te kunnen geven aan de zondagsschool, enz. Het rapport van de eens zo sceptische ds. Zwiers overtuigde de broeders: ‘De vergadering acht de tijd rijp om aldaar de reformatie der kerk ter hand te nemen en zoo mogelijk tot instelling der ambten over te gaan’, waarmee bedoeld werd daar een Gereformeerde Kerk te institueren.

Het lokaal.

Voor de bouw van een lokaal, zo leerde een nadere beschouwing, zou ‘van buiten’ – uit andere Gereformeerde Kerken – fl. 230 moeten komen. Maar dát vonden de broeders niet acceptabel.  Omdat, ‘de classis, van oordeel zijnde, dat het hulp vragen van buiten eigen krachten ondermijnt’, werd besloten dat alle classiskerken een deel van het benodigde geld zouden storten en dat de broeders op Schiermonnikoog alvast mocht beginnen met de bouw van het lokaal. De kerk van Blija zegde zelfs toe borg te zullen staan voor de hulp van de classis. ‘Dit wordt met blijdschap vernomen’.

De kerk geïnstitueerd (1896).

Hoe de instituering van de Gereformeerde Kerk te Schiermonnikoog in haar werk ging (uit: ‘Het Kerkblad’, 14 februari 1896).

Onder leiding van de kerk te Anjum werd de Gereformeerde Kerk te Schiermonnikoog op 24 januari 1896 door ds. Zwiers geïnstitueerd. Enkele dagen later bracht hij op de classis Dokkum verslag uit. Hij deelde mee dat een kerkenraad verkozen was bestaande uit een ouderling en een diaken en dat deze in het ambt waren bevestigd, waardoor de kerk geïnstitueerd was. Ds. Zwiers drong er echter in zijn verslag op aan dat de classis ‘ijverig hulp’ zou bieden, omdat uitbreiding van de kerk op het eiland mogelijk én noodzakelijk was.

‘Een geschikte oefenaar…’.

Hij vond bovendien dat het voor de kerk van zeer veel belang was een vaste oefenaar te hebben. Weliswaar was student Datema nog steeds op Schiermonnikoog bezig met leiding geven aan de leesdiensten op zondag en met  de zondagsschool en hield hij op woensdagavond ook nog een bijbellezing, maar – zo klonk het op de classis – kon hij daar ‘zonder ambtelijke aanstelling’ eigenlijk wel verder werken? Na twee andere voorstellen te hebben verworpen besloot de classis in januari 1896 de gang van zaken bij wijze van overgangsmaatregel de komende drie maanden te laten zoals het was. Ondertussen zouden alle classiskerken hun predikant de oversteek laten maken om daar zo nu en dan voor te gaan. Ook zou de kerk van Anjum uitzien naar een geschikte oefenaar.

Wat de classis in januari 1896 – na de instituering – besloot (uit: ‘Het Kerkblad’, 14 februari 1896).

Ds. Zwiers ging dus andermaal op onderzoek uit. Hij constateerde dat het in dienst nemen van een oefenaar financieel gezien mogelijk was, mits de classis en de provincie elk fl. 150 wilden bijdragen, want de gemeente op Schiermonnikoog kon niet meer dan fl. 350 per jaar opbrengen. De oefenaar zou dus ongeveer fl. 650 per jaar gaan verdienen. Sommige classiskerken vonden dit alles bezwaarlijk en stelden voor Schiermonnikoog gewoon als ‘vacante kerk’ te beschouwen, dus zonder vaste voorganger, maar er geregeld een classispredikant te laten voorgaan. Ds. Zwiers verklaarde zich echter ‘sterk vóór een oefenaar’, waarin de classis uiteindelijk meeging. Totdat een oefenaar gevonden was, zouden classispredikanten er om de veertien dagen voorgaan.

Oefenaar R.F. Kuiper (van 1896 tot 1910).

Ds. Zwiers had succes met zijn speurtocht naar een vaste oefenaar. Want hij vond Ruurd Folkerts Kuiper (1862-1939) bereid naar Schiermonnikoog te gaan en samen met de kerkenraad de leiding van de Gereformeerde Kerk aldaar op zich te nemen. Hij had veel ervaring! In 1889 werd hij door de classis Sneek als oefenaar geëxamineerd en toegelaten. Van 1889 tot 1892 was hij oefenaar in het Friese Oudemirdum geweest en daarna van 1892 tot 1896 in het even Friese Hantum.  Zijn vorige gemeenten waren blij met hem, zózeer zelfs dat hij bij het afscheid van een van die gemeenten een daverend, drieëneenhalf uur durend, afscheidsfeest met veel cadeaus kreeg aangeboden.

Oefenaar R.F. Kuiper (1862-1939).

Vanuit Hantum trok hij over de Waddenzee en werd daar door ds. Zwiers op 18 oktober 1896 in het ambt bevestigd. En ook op Schiermonnikoog voldeed hij goed. Hij kwam trouwens net op tijd, want in 1896 waren vanuit de hervormde gemeente op het eiland verscheidene rechtzinnige hervormden naar de Gereformeerde Kerk overgestapt, omdat het jaar daarvoor de vrijzinnige ds. L.P. Bähler was beroepen en bevestigd als hervormd predikant, die daar tot 1902 bleef.

Ondertussen hield de classis de vinger aan de pols. Jaarlijks werd verslag uitgebracht over de gang van zaken op het eiland. En ook in april 1903 bracht de consulent, toen ds. C. Vermaat (1874-1960) van Paesens (mede namens de kerk van Anjum), verslag uit van het onderzoek naar de toestand op het eiland. Ze hadden oefenaar Kuiper gevraagd twee bijbeloefeningen (‘oefenaars-preken’) op te sturen, ‘die welwillend door br. Kuiper waren ingeleverd’. ‘De kerkenraden konden de vergadering meedelen dat ze allen lof hadden voor de arbeid van genoemden broeder. De vergadering is dat tot blijdschap’.

Ds. C. Vermaat (1874-1960) op oudere leeftijd.

Een eigen kerk.

In juli 1905 deelde de kerkenraad van Schiermonnikoog op de classis Dokkum mee, dat hij door aankoop eigenaar geworden was van een huis, dat geschikt was als pastorie. Maar ook, dat het lokaal intussen te klein geworden was. De opkomst op zondag was zodanig dat het lokaal onvoldoende ruimte aan de kerkgangers bood. De kerkenraad zou moeten overgaan tot de bouw van een stenen kerkje, en wilde daarvoor graag de steun van de classis. Besloten werd dat de classis fl. 10 uit de kas zou schenken en dat alle classiskerken zouden collecteren ‘of op andere wijze helpen’. En mocht de kerkenraad de andere Gereformeerde Kerken in het land om hulp willen vragen, dan zou de classis dat verzoek graag ondersteunen.

De gereformeerde kerk zoals die in 1906 in gebruik genomen werd.

Op 3 september 1906 werd aan de Langestreek door oefenaar Kuiper ‘de eerste steen’ gelegd voor de eerste echte gereformeerde kerk. De kerk had geen zolder en de muren werden daarom, in  verband met de stevigheid van het bouwsel, aan de buitenkant ondersteund door steunberen. Boven de hoofdingang werd een gedenksteen geplaatst met als tekst: ‘Den derden september 1906 werd de eerste steen gelegd door den Eerw. Heer R. Kuiper. Psalm 118 vers 25’. Het kerkgebouwtje was ontworpen door de bekende gereformeerde kerkenarchitect Tjeerd Kuipers (1857-1942) uit Amsterdam.

In 1910 vertrok oefenaar Kuiper naar Broek onder Akkerwoude, waar hij tot 1920 bleef; daarna keerde hij weer naar Schiermonnikoog terug, opnieuw als oefenaar. Een bewijs dat men hem daar graag in hun midden had.

De voorgevel van de kerk.

Ds. H. Hasper (van 1912 tot 1917).

Na het vertrek van br. Kuiper kwamen kandidaat H. Hasper (1886-1974) en zijn echtgenote in 1912 vanuit Amsterdam op Schiermonnikoog aan. Op 20 oktober dat jaar werd hij door ds. S. Huismans (1873-1924) van Anjum in het ambt bevestigd met een preek naar aanleiding van de woorden in Jesaja 52 vers 7: “Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning“.

Ds. S. Huismans (1873-1924) bevestigde ds. Hasper op Schiermonnikoog in het ambt.

’s Middags de deed ds. Hasper intrede in de gereformeerde kerk aan de Langestreek met de woorden van I Corinthiërs 1 de verzen 22 tot 24. De predikant kocht twee halve huizen aan de Voorstreek, en liet ze verbouwen tot pastorie.

Ds. Hasper ‘lag goed’ op Schiermonnikoog. Op allerlei manieren stond hij de gemeenteleden terzijde, niet alleen op pastoraal, maar ook op juridisch of zakelijk gebied, als ze advies op dat terrein nodig hadden. Overigens klopten niet alleen gemeenteleden nooit vergeefs bij hem aan om hulp. Daardoor ontstond met velen een hechte band, die hij ook later weer aanhaalde.

Ds. H. Hasper (1886-1874).

Tijdens zijn verblijf op het eiland deed hij veel aan huisbezoek en leidde hij zelf de zondagsschool. Ook nodigde hij kinderen uit zijn gemeente uit om zaterdag bij de piano geestelijke liederen te zingen. Want Hasper was zeer geïnteresseerd in de wereld van de kerkzang en werd later zeer bekend door de samenstelling van een nieuwe psalmberijming, waarmee het uiteindelijk niet zo ging als hij gehoopt had.

De christelijke school (1915).

Op Schiermonnikoog stond bij de komst van ds. Hasper alleen een openbare lagere school. De predikant spande zich in om op het eiland ook een christelijke lagere school te stichten, wat ongetwijfeld tegenwerking zou veroorzaken van degenen die voorstanders van de openbare school waren. Op 29 december 1912 richtte hij samen met enkele ouders de ‘Vereeniging tot Oprichting en Instandhouding eener School met den Bijbel te Schiermonnikoog’ op. De grondslag van de vereniging werd verwoord als zijnde ‘de belijdenisgeschriften der Nederlandsche Hervormde Kerk en der Gereformeerde Kerken in Nederland’. Dus werden ook verscheidene hervormde gemeenteleden in het bestuur opgenomen.

De kosten van de oprichting van een christelijke school konden niet alleen door de bewoners van het eiland zelf worden opgebracht. Daarom trachtte de predikant ook donateurs op het vasteland te werven. Vandaar dat hij geregeld de Waddenzee trotseerde en naar de wal reisde. Na enige tijd richtte hij zich niet alleen meer op Gereformeerde Kerken en Hervormde Gemeenten in de provincie Friesland (in Dokkum werd het steuncomité ‘Claerkamp’ opgericht om behulpzaam te zijn bij het doel dat de predikant zich gesteld had), maar ook werden bijdragen uit de rest van het land gevraagd.

De christelijke school en de woning van het hoofd der school aan de Badweg.

Men verkreeg een bouwterrein aan de Badweg, waar in het voorjaar 1914 begonnen werd met de bouw van de school; de eerste steen werd door mevrouw Hasper-Schnitzler gelegd. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 zorgde voor bemoeilijking van het gestelde doel, omdat de benodigde bouwmaterialen snel duurder werden en bovendien moeilijker verkrijgbaar. Niet alleen moest een school met hoofdenwoning gebouwd worden, ook voor de ‘hulponderwijzer’ van de tweemansschool moest een huis worden neergezet. Desondanks kon de school in de herfst van 1915 door ds. Hasper in gebruik genomen worden. De heer A. van Kalken werd benoemd tot schoolhoofd.

Om de resterende schulden voor de bouw van school en woningen weg te werken werd een ‘Comité van Aanbeveling’ gevormd waarin niet de eersten de besten zitting hadden: Jhr. Mr. A.F. de Savornin Lohman (1837-1924), dr. H. Bavinck (1854-1921), dr. J. Woltjer (1849-1917), dr. H. Th Obbink (1869-1947), dr. A. Noordtzij (1871-1944), dr. J.G. Geelkerken (1879-1960) en dr. F. van Gheel Gildemeester (1855-1929) verleenden aan het comité hun medewerking; weliswaar een comité met een gereformeerd overwicht, maar toch voorzien van enkele hervormde kopstukken.

Desondanks bereikte dit comité van zwaargewichten geen geheel schuldenvrij resultaat voor de onderneming op Schiermonnikoog. Vandaar dat in 1916 nogmaals een beroep op christelijk Nederland gedaan moest worden om financieel bij te springen. Gelukkig dat in 1920 door de definitieve uitvoering van de nieuwe Lager Onderwijswet van minister J. Th. De Visser, de school zich financieel gezien gemakkelijk kon handhaven. De openbare school verloor door de oprichting van de christelijke school nogal wat leerlingen, zóveel zelfs dat die school een tijdlang van een driemans- een tweemansschool werd.

Het interieur van de kerk die in 1906 in gebruik genomen werd.

Ds. Hasper reageerde op de huldeblijken rond de oprichting van ‘zijn school’ met de woorden: ‘Dat een predikant voor zijn gemeente zorgt en door de oprichting van een school de ouders helpt bij de opvoeding hunner kinderen, is op zichzelf niet verdienstelijk. Het is zijn plicht. Hij behoort die plicht ook ijverig te vervullen’.

Op Schiermonnikoog begon ds. Hasper met het componeren van kerstliederen, die de kinderen uit de gemeente leerden zingen als ze op zaterdag bij hem in de pastorie waren. Hoewel hij de tijd nog niet rijp vond om in de Gereformeerde Kerken meer gezangen in de eredienst te gaan zingen dan tot dan toe door middel van het flinterdunne bundeltje Eenige Gezangen gedaan werd, ging hij in 1912 toch heel voorzichtig in op het voorstel van een kerkenraadslid om in de gemeentezang ook gezangen te zingen, wat in de Gereformeerde Kerken nog steeds een heet hangijzer was.

De predikant kreeg in 1917 een beroep van de Gereformeerde Kerk in het Friese Oldeboorn, dat hij aannam. De kerk van Schiermonnikoog bleef toen tot 1920 vacant.

Oefenaar R. Kuiper (van 1920 tot 1930).

En toen kwam oefenaar Ruurd Kuiper weer terug (hij werd dat jaar door zijn kerkenraad trouwens afgevaardigd naar de generale synode). Het kerkgebouw op Schiermonnikoog was in die tijd aan restauratie toe. In de eerste plaats kon de het dak van de kerk de door de wind vaak bewegende zware spits niet meer dragen, zodat deze vervangen moest worden. De steunberen tegen de buitenmuren werden extra verstevigd en bepleisterd.

In dit gebouw begon het christelijke kinderkolonie ‘Elim’.

Tijdens de ambtsperiode van oefenaar Kuiper werd op initiatief van een aantal zakenlieden de protestants-christelijke kinderkolonie ‘Elim’ gesticht (de naam werd op initiatief van Kuiper gekozen), een gezonde omgeving voor ‘bleke straatkinderen’. Deze werd aanvankelijk gehuisvest in een verbouwde ‘twee-onder-een-kap-woning’. Vijf jaar later werd het complex nogmaals verbouwd, in 1933 volgde een uitbreiding en in 1948 werd een nog ingrijpender uitbouw gerealiseerd.

Uit een krant, 16 januari 1939.

Schiermonnikoog kwam in die tijd bovendien langzamerhand meer en meer in trek bij badgasten. En ook de komst van de ‘Elim’-kinderen met hun begeleid(st)ers zorgden er voor dat de gereformeerde kerk te klein werd. Soms moesten kerkgangers de kerkdienst buiten de kerk volgen, op het aanpalende plantsoen. Aanvankelijk werden de problemen opgelost door aan beide kanten van het orgel een gaanderij aan te leggen. Het orgel in de kerk was trouwens een zgn. kabinetorgel, met één klavier aan de voorkant van het instrument, en zonder pedaal. Er was een handpomp om voor de luchttoevoer te zorgen. In de vijftiger jaren werd het vervangen.

Ds. T. van Wieren (van 1930 tot 1959).

Ds. T. van Wieren (1898-1959).

Ongetwijfeld heeft ds. T. van Wieren (1898-1959) ook invloed gehad op de vervanging van het kerkorgeltje. Hij had er verstand van, want aanvankelijk had hij orgelbouwer willen worden en was daadwerkelijk ook enige tijd in die branche werkzaam geweest. ‘Maar toen eens een arbeider in de orgelfabriek na veertig jaren trouwe dienst gehuldigd werd, kwam hij tot het inzicht, dat als hém zoiets zou overkomen hij dan veertig jaar lang viermaal per dag door een nauw straatje zou moeten gaan naar het bedrijf toe’, zoals hij eens lachend vertelde. Dat gaf hem naar eigen zeggen het noodzakelijke duwtje in de rug om dominee te worden, zijn lang gekoesterde wens.

De gereformeerde kerk na de aanpassing met steviger steunberen en een andere torenspits.

Zijn studie viel hem niet mee, niet door de leerstof die hij moest zien te beheersen, maar vooral door het spraakgebrek dat hem erg hinderde. ‘Voor een beroep kwam hij niet in aanmerking, evenmin voor een andere tak van arbeid’. Toch kwam hij in ‘smalle straatjes’ terecht, toen hij op 7 december 1930 intrede deed in de gemeente van Schiermonnikoog. “Zijn preken waren áf, vol van klaarheid en diepte, met een glans van schoonheid erover; maar zijn hele leven heeft hij met zijn voordracht moeten tobben. (…) Zijn gemeente ontving de genade om hoe langer hoe zuiverder met het hárt te gaan luisteren. Maar hij heeft veel geleden, al zijn de vertroostingen veelvuldiger geweest”, zo schreef collega Chr.W.J. Teeuwen (1898-1964) later.

Als bestuurslid zette ds. Van Wieren zich ijverig in voor het protestants vakantiehuis ‘Elim’ voor zwakke kinderen. ‘Dat werk had geheel zijn hart’. Voor deze arbeid werd hij later onderscheiden met een ridderorde.

Ds. J.A.A. de Boer (van 1959 tot 1963).

De ‘eerste steen’ voor de kerk van 1962 (foto: Reliwiki).

Tijdens de ambtsperiode van ds. J.A.A. de Boer (*1933) bleek dat het kerkje veel te klein geworden was. Besloten werd het af te breken en op dezelfde plaats een nieuw kerkgebouw neer te zetten. Omwonenden hadden grond te koop aangeboden, dat werd aangekocht, zodat de kerk groter opgezet kon worden. Tijdens de nieuwbouw kreeg de gemeente onderdak in de gastvrije hervormde kerk (toen enkele jaren later ook de hervormde kerk een opknapbeurt onderging, kregen de hervormden op hun beurt tijdelijk onderdak in de nieuwe gereformeerde kerk). Op 9 november 1962 werd door ds. De Boer de éerste steen’ gelegd, met de ingebeitelde tekst: ‘Welzalig zij die in Uw huis wonen’. Niet lang daarna werd de nieuwe kerk in gebruik genomen. Na ds. De Boer kwamen nog verscheidene andere gereformeerde predikanten naar het eiland.

De gereformeerde kerk die in 1962 in gebruik genomen werd.

De kerk wordt nog steeds voor kerkdiensten gebruikt.

Het kerkgebouw wordt vanaf 2007 beheerd door de ‘Stichting Cultureel Ontmoetingscentrum Schiermonnikoog’. ‘Het centrum wordt op hoogtijdagen en bij andere bijzondere gelegenheden gebruikt door de Protestantse Gemeente, omdat het meer zitplaatsen biedt dan de voormalig hervormde kerk. Het kerkgebouw is ook nog steeds eigendom van de Protestantse Gemeente Schiermonnikoog.

Het tegenwoordige uiterlijk van de verbouwde voormalige gereformeerde kerk aan de Langestreek geeft de huidige dubbelfunctie van het gebouw duidelijk weer.

Kerkelijkheid en onkerkelijkheid op Schiermonnikoog.

Sinds ongeveer 1900 heeft het ‘kerkelijk gezicht’ van Schiermonnikoog gedurende de eerste halve eeuw een grondige wijziging ondergaan. Was in 1840 vrijwel iedereen lid van de hervormde gemeente op het eiland, daarna zette de verandering in. In 1899 was nog ruim 83% van de eilanders hervormd en inmiddels ruim 14% gereformeerd. Die trend zette de jaren daarna door: in 1909 was 76% hervormd en 17% gereformeerd; in 1920 was 71,5% hervormd en 18,3% gereformeerd. Tien jaar later, in 1930, was nog 58,6% hervormd en 22,4% van de bevolking gereformeerd. In 1947 was 46% hervormd en 34% gereformeerd. Het aantal onkerkelijken steeg langzaam maar zeker: van 2% in 1899 naar 15% in 1947. Daarna vertoonde deze curve een snellere stijging.

Ledentallen Gereformeerde Kerk Schiermonnikoog.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Schiermonnikoog tussen 1906 en 2016 (bron: Jaarboeken GKN en PKN).

Bronnen onder meer:

Archief van de classis Dokkum der Gereformeerde Kerken in de provincie Friesland. Tresoar, Leeuwarden

W. Banning (red.), Handboek Pastorale Sociologie, deel II. Den Haag, 1955

Th. Klontje en H.S.J. Zandt, De orgelgeschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Schiermonnikoog. Van kerkgebouw tot Cultureel Ontmoetingscentrum. Schiermonnikoog, 2010

N.N., Jaarboeken ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

N. van Tellingen, H. Hasper, een omstreden hymnoloog. Goes, 1980

J.J. Visser, Kerkelijk leven op Schiermonnikoog in de laatste anderhalve eeuw. g.p., 1976

© 2018. GereformeerdeKerken.info