De gereformeerde ‘Zwanenkerk’ te Stavoren

Inleiding.

De op 20 januari 2002 met een laatste kerkdienst buiten gebruik gestelde gereformeerde kerk in het Friese Stavoren – op dat moment in gebruik als expositieruimte – stond kort geleden opnieuw te koop en is inmiddels weer verkocht.

Kaart: Google.

De buitengebruikstelling als gereformeerde kerk is wel lang geleden, maar toch is het wel interessant na zoveel jaren nog eens een kijkje in de kerk te nemen. Het gebouw, dat tot nog toe, zoals gezegd, als expositieruimte in gebruik was, blijkt voor een groot deel nog het oorspronkelijke interieur te hebben. Zowel een groot deel van de kerkbanken als het orgel en de preekstoel zijn nog aanwezig. De kerk aan de Schans 10, die in 1884 werd gebouwd, stond tot voor kort te koop voor 249.000 k.k. (met dank aan de heer P.F. Dillingh te Dordrecht voor de tip).

Omdat geen gedenkboek over de kerk van Stavoren bestaat is over deze zogenaamde ‘Zwanenkerk’ – waarover later meer – niet veel bekend. Vandaar dat de redactie van GereformeerdeKerken.info in de archieven dook om vooral over de voorgeschiedenis en het ontstaan van deze kerk meer te weten te komen.

Het interieur van de tentoonstellingsruimte (foto: Funda, makelaardij Smedes).

Hoe het begon.

De classis Sneek van de Gereformeerde Kerken in de provincie Friesland behandelde op 31 augustus 1876 een lastbrief van de kerkenraad van Koudum (die gemeente was op 23 september 1838 geïnstitueerd). De Koudumer kerkenraad drong er bij de classis op aan in Stavoren met de evangelieverkondiging te beginnen. De afgevaardigden van Koudum – een van hen was ds. E. Kropveld (1840-1920) – ‘geven eene niet ongunstige toelichting’. En omdat ‘ook andere broeders’ het daarmee eens waren besloot men nog dezelfde vergadering om in Stavoren te gaan evangeliseren, ‘indien men er maar een geschikt lokaal voor kon krijgen’. Maar in ieder geval zou de classis fl. 80 ondersteuning vragen bij de provinciale Commissie voor Inwendige Zending van de Particuliere Synode Friesland. De kerkenraden van Koudum en Workum kregen opdracht ‘te beproeven de evangelisatie te Stavoren te beginnen, die naar bevind van zaken daartoe de hulp der andere classicale gemeenten mogen inroepen’.

Ds. E. Kropveld (1840-1920).

Een timmerschuur.

Gelukkig was in Stavoren de timmerschuur van geestverwant A. van Randen beschikbaar, zo bleek al snel. Wel moest deze enigszins verbouwd worden. De broeders van Workum en Koudum pakten de zaak voortvarend aan, want in de vergadering van 29 november 1876 kon de afvaardiging meedelen dat beide kerkenraden hun predikanten in een commissie hadden benoemd om het werk in Stavoren op te starten en gaande te houden. Deze commissie, ds. Kropveld van Koudum en ds. M.H.J. Bosch (1821-1885) van Workum, deelde mee dat op 2 november 1876 voor het eerst in de timmerschuur gepreekt was, wat ‘plaatsvond voor eene aandachtige schare hoorders’.

Commissielid ds. M.H.J. Bosch (1821-1885).

Er was kennelijk geen probleem met het inroosteren van predikanten, want ds. Kropveld, ds. E. Diemer (1834-1921) van Scharnegoutum en ds. A. van der Sluijs (1848-1906) van Sneek gaven zich staande de vergadering op om de komende weken op door-de-weekse dagen in het evangelisatielokaal te spreken. Het werk in Stavoren – zo werd gerapporteerd – was ‘nogal bemoedigend’.

Ds. A. van der Sluijs (1848-1906) wilde zo nu en dan wel in Stavoren gaan preken.

Steeds meer op zichzelf.

Kennelijk verliep het evangelisatiewerk zelfs dérmate bemoedigend dat de classis een jaar later, op 28 november 1877, aan de predikanten van Koudum en Workum de raad gaf het zó te leiden dat de broeders en zusters in Stavoren ook op zondag in de timmerschuur hun eigen kerkdiensten konden houden en de kinderen er catechisatie te geven. ‘Zoo is en wordt het meer en meer een vereenigingspunt dat zich uitbreidt als wij de lieden, die in de godsdienstoefeningen komen, óók in hunne huizen opzoeken en onderwijzen’. Je had in die kleine gemeenschap dan immers een beter overzicht over wie regelmatig in de timmerschuur kwamen om de evangelisatiebijeenkomsten c.q. kerkdiensten bij te wonen. De kerkenraden beloofden erover te zullen nadenken. Ondertussen werden ‘van de evangelisatie te Stavoren goede tijdingen vernomen’; ‘Men wint daar aan invloed, en er schijnt grond te zijn voor de verwachting dat weldra eenige invloedrijke leden aldaar zich bij onze kerk zullen aansluiten’.

Ds. E. Diemer (1834-1921) wilde ook zo nu en dan wel eens in Stavoren gaan preken.

Van Koudum naar Hindeloopen.

Koudum had de eerste jaren de directe leiding over het werk in Stavoren. En toen kwam plotseling – tot ontstemming van de Koudumer kerkenraad – de classis van 11 augustus 1880 met het verzoek het evangelisatiewerk over te dragen aan de kerkenraad van Hindeloopen. Als dat verzoek nu van de leden in Stavoren zélf gekomen zou zijn, OK, maar waarom moest de classis daar op aandringen? Deed Koudum het werk soms niet naar believen? ‘Nú kan men dat níet doen, daar het eene liefdelooze handelwijze zou zijn de leden van Stavoren, zonder dat zij zulks verzochten, naar Hindeloopen te zenden’. De classis had – vond Koudum – het recht niet daar op aan te dringen. De kerken waren altijd nog zelfstandig!

Maar de classis had een reden voor het verzoek: ‘Stavoren heeft vroeger bij [de gemeente van] Hindeloopen gehoord, maar is naar Koudum gegaan omdat Hindeloopen toen geen leeraar had [dat was tussen 1869 en 1879], wat nú wél het geval is. Daarbij komt dat Hindeloopen klein is en geene omgeving heeft [om als kerkelijke gemeente te kunnen groeien] zoodat, als wij Stavoren er niet bij brengen, wij het bij den voortduur veroordelen tot een kwijnend leven, terwijl Koudum genoegzame ruimte heeft aan de zijde van Gaasterland om zich uit te breiden’. De classis herhaalde het verzoek en vroeg de kerkenraad van Koudum er nog eens over na te denken.

Ds. J. Kooi (1848-1925) van Hindeloopen werkte ‘met lust en ijver’ in Stavoren.

Het ging zoals de classis wenste, want het was niet meer dan een redelijk verzoek. In mei 1881 werd meegedeeld dat de in 1879 aangetreden Hindelooper predikant, ds. J. Kooi (1848-1925) in ieder geval ‘te Hindeloopen met lust en ijver werkt en dat hij menigmaal zich naar Stavoren wendt waar de arbeid opgang vindt en er nog al wat beweging wordt gewekt’. De activiteiten van de evangelisatiepost in Stavoren waren in het stadje misschien dan niet het gesprek van de dag, maar ze vielen wél op.

Een eigen kerkgebouw in Stavoren?

Hindeloopen hield niet van half werk. Op 29 maart 1882 stelde ds. Kooi namens de kerkenraad van Hindeloopen op de classis voor: ‘De classis bevordere het bouwen eener kerk te Stavoren’. Ouderling Van Randen, de vorige eigenaar van de timmerschuur, lichtte het verzoek toe: ‘Een geschikt bouwterrein is door het stadsbestuur gepresenteerd voor fl. 150, waarvoor men fl. 100 in kas heeft. Als ieder lid onzer kerk [in het hele land] nu één cent gaf voor het bouwen, dan zou dit een bedrag van plm. fl. 1.400 opleveren en Stavoren in het bezit komen van een doelmatig kerkje, waaraan met het oog op de ongeschiktheid der tegenwoordige vergaderplaats én de eventueele uitbreiding van Stavoren groote behoefte bestaat’. Ds. Kooi ‘beveelt deze zaak met ál de warmte en gloed van zijn hart aan, vooral op grond van láatstgenoemde reden, de te verwachten uitbreiding van Stavoren’.

Rechts is het latere kerkje te zien…

De classis was waarlijk verheugd. Wel adviseerde de classis de kerkenraad om contact op te nemen met de provinciale Commissie voor Inwendige Zending, omdat Stavoren immers nog steeds een evangelisatiepost was! Afgesproken werd dat de kerkenraad zich tot de Commissie voor Inwendige Zending zou wenden ‘en de classis geeft de vrijheid die commissie te melden, dat de classis het plan en het centsidee der Staverense broeders ten zeerste toejuicht’. De provinciale commissie gaf toestemming zodat in maart 1883 besloten werd ‘om in onze kerkelijke bladen eene bijdrage te vragen van één cent per lid tot het bouwen van een kerkje aldaar’.

Het werk stagneert even…

Ds. Kooi nam op 11 mei 1884 afscheid van zijn gemeente te Hindeloopen en vertrok naar de kerk van Bergum. Het werk in Stavoren kwam daardoor tot stilstand. ‘Er wordt in Stavoren niet geregeld gearbeid. Behoefte is er aan alle zijden aan geld, maar meer nog behoefte aan de zegen en de Geest van God’, zo werd opgemerkt in de classis van mei 1884. Vandaar dat aan Hindeloopen fl. 100 ondersteuning werd toegezegd voor het verkrijgen van een eigen dominee, ‘onder voorwaarde dat Hindeloopen pogingen aanwendt, en daarin slaagt, om een predikant te verkrijgen die óók in Stavoren arbeidt’.

… maar het kerkje komt er.

Ds. R.J. van der Veen (1863-1942).

Maar het kerkenwerk mocht dan even stagneren, intussen werd aan de bouwplannen voor het kerkje verder gewerkt! Toen ds. R.J. van der Veen (1863-1942) op 24 april 1887 – na een vacaturetijd van drie jaar – predikant te Hindeloopen (en Stavoren!) werd, was het kerkje namelijk al enkele jaren in gebruik. De vorige predikant, ds. J. Kooi, had de ingebruikneming niet meer meegemaakt, want de kerk werd ruim een half jaar na zijn vertrek, op 26 december 1884, in gebruik genomen. Dit gebeurde onder leiding van ds. G.A. de Walle (1845-1916) van Koudum, die bij die gelegenheid preekte over Jesaja 56: 6-7: “En de vreemden, die zich tot den Heere voegen, om Hem te dienen, en om den Naam des Heeren lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn; al wie den sabbat houdt, dat hij dien niet ontheilige, en die aan Mijn verbond vasthouden. Die zal Ik ook brengen tot Mijn heiligen berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken”.

Ondertussen was uit het hele land ruimschoots gehoor gegeven aan het verzoek om bij te dragen aan de bouw van een kerkje in Stavoren. Was het daarom niet méér dan tijd ‘dat de classe hare dank betuigt aan onze [landelijke] kerk voor haar milde offers tot stichting van een kerkje te Stavoren?’ Ds. Van der Veen van Hindeloopen merkte echter op dat nog lang niet al het benodigde geld binnen was ‘en daarom ook nog geen dankbetuiging door de classis aan onze kerk gebracht kan worden’. De classis wilde daarom graag weten hoeveel de uitgaven en ontvangsten voor het kerkje in Stavoren bedroegen. Want het gebouwtje stond er inmiddels, aan de Schans!

Het gereformeerde kerkje aan de Schans 10 (foto: Funda, makelaardij Smedes).

De afwikkeling van de inzamelingsactie.

In november 1887 gaf ds. Van der Veen opening van zaken: de uitgaven voor het kerkje waren fl. 1.661, terwijl de inkomsten fl. 1.245,60 bedroegen, ‘zoodat er alzoo een tekort is van fl. 415.40’. Weliswaar bracht ds. G.A. de Walle van Koudum daar tegenin dat hij enige tijd eerder van diaken Van der Kooy van Hindeloopen gehoord had dat ‘de kosten reeds geheel, of althans bijna geheel, gedekt waren’, maar deze mededeling werd voor kennisgeving aangenomen, ‘daar officieel bescheid gehoord is’.

Ds. G.A. de Walle (1845-1916). Onder zijn leiding werd het kerkje in Stavoren op 26 december 1884 officieel in gebruik genomen.

Maar goed, hoe verder? De ‘centsactie’ voortzetten of er mee stoppen? Besloten werd de kerkenraad van Hindeloopen aan te raden ‘ene krachtige opwekking te plaatsen in De Bazuin [het landelijk kerkelijk weekblad ten dienste van de Theologische School te Kampen], om daarna de stroom der liefdegaven langzaam te sluiten’. Dat gebeurde dan ook en daarna zwijgen de notulen enkele jaren over de gebeurtenissen in Stavoren.

Gereformeerde Kerk te Stavoren (1895).

Maar kennelijk ging het er naar wens! In februari 1894 werd aan de kerkenraad van Hindeloopen gevraagd of het ‘te Stavoren niet kan komen tot kerkformatie? Het blijkt dat hierop reeds sedert enige tijd wordt gewerkt, maar dat de moeilijkheden vele zijn’. Ondertussen werd er desgevraagd nog op gewezen dat in het kerkje aan De Schans de sacramenten welzeker bediend mochten worden ‘zoo de kerkenraad tegenwoordig is!’

Op 3 april 1895 werd de kerkinstituering in de classis opnieuw aan de orde gesteld, deze keer op verzoek van enkele broeders uit Stavoren zelf. De classis ging ermee akkoord, mits de geïnstitueerde kerk van Stavoren zich voor de dienst des Woords zou combineren met de eveneens kleine nabijgelegen Gereformeerde Kerk te Warns en Scharl, die op 4 november 1889 als Dolerende kerk geïnstitueerd was. Sámen een dominee beroepen dus. Daar ging men mee akkoord. Zo kon op 23 mei 1895 de Gereformeerde Kerk te Stavoren worden geïnstitueerd. De gemeenteleden – 18 belijdende- en 12 doopleden – konden het kerkje voor fl. 750 overnemen van de Gereformeerde Kerk te Hindeloopen.

Oefenaar Tj. Kuipers van 1919 tot 1943.

Ds. C. Diemer (1871-1945).

Ds. C. Diemer (1871-1945), eerst predikant van Hindeloopen en daarna van Warns en Scharl (Fries: Skarl), was als zodanig van 1899 tot 1904 de consulent van Stavoren. In 1904 trad de eerste predikant aan, ds. W.L. Milo (1878-1960). Deze diende ook de Gereformeerde Kerk te Warns en Scharl.

Ds. W.L. Milo (1878-1960) was de eerste predikant van de Gereformeerde Kerk te Stavoren.

Hij vertrok in 1908, waarna van 1912 tot 1916 in combinatie met de kerk van Hindeloopen ds. R. Haitsma (1885-1957) beroepen werd. Daarna was de kerk drie jaar vacant, toen men het oog liet vallen op oefenaar Tj. Kuipers van Munnekeburen (in de classis Heerenveen). Hij had veel ervaring, want van 1905 tot 1919 had hij de kerk te Munnekeburen tot aller tevredenheid gediend. Maar tot verbazing van de classis Workum (Stavoren was intussen bij die classis ingedeeld) bleek dat hij dat al die jaren ‘zonder behoorlijke regeling’ had gedaan. ‘Men besluit echter toch deze broeder, na behoorlijk onderzoek door of namens de classis, toe te staan te Stavoren en in deze classis als oefenaar op te treden. 16 stemmen voor, 4 stemmen tegen’.

Ds. O. Boersma (1866-1932) was een van de examinatoren van oefenaar Kuipers.

Het onderzoek zou worden uitgevoerd door een commissie bestaande uit ds. O. Boersma (1866-1932) van Koudum, ds. H. Popma (1880-1960) van Oudega-Idzega (Wymbr.) en ds. J. Voerman (1877-1948) van Hemelum en Warns en Scharl. Dat onderzoek werd kort daarop gedaan en zo werd oefenaar Kuipers aan de kerk van Stavoren verbonden. Daar bleef hij tot maar liefst 1943 als oefenaar werkzaam.

De gemeente groeit.

De Gereformeerde Kerk te Stavoren groeide. In 1919 werd daarom besloten de kerk te vergroten, waardoor tweemaal zoveel zitplaatsen verkregen werden. Koster Zwaan ging al op zaterdagmiddag naar de kerk om de kachel op te stoken, zodat het op zondag behaaglijk warm was. Op zondagochtend werden de stoven met een halve turf gevuld, zodat de kerkgangers ook warme voeten hadden. De kerk kon toen ongeveer 150 kerkgangers bergen en werd later nog enkele keren opgeknapt. Zo werd de kerkzaal in 1958 van een fris verfje voorzien (al was niet iedereen tevreden met de kleur), en in 1980 werd de kerk voor zo’n fl. 36.000 nog eens gerenoveerd. Zo kwamen er onder andere een nieuwe vloer, andere banken en werden nieuwe ramen aangebracht.

De kerk aan het werk.

De gedenksteen die in 1919 (bij de verbouwing) boven de ingang werd geplaatst.

De kerk van Stavoren was ondertussen ook zelf aan het werk gegaan. Men had onder meer het evangelisatiewerk aangepakt. Daarover werd in 1944 op de Synode van Friesland-Zuid als volgt gerapporteerd:

“Het werk geschiedt vooral onder de schippers. Het is echter niet altijd van evangeliserend karakter; men komt veel in aanraking met kerkelijk meelevende schippers, die elders hun domicilie en attestatie hebben. Daar het kerkelijk toezicht op schippersleden vaak zeer moeilijk is, doet de kerk van Stavoren behoudend werk. Zondagsmorgens wordt dadelijk na den dienst catechisatie gegeven aan schipperskinderen. Het aantal catechisanten varieert van twee tot tien. ‘s Zondagsavonds wordt een Bijbelclub gehouden voor de schippersjeugd, waarvoor vooral levendige belangstelling bestaat. Het aantal bezoekers is ongeveer twintig. Hier komen ook jongere belijdende leden, óók wel schipperskinderen die tot een ándere, soms tot géén kerk behooren. Elke week worden twintig ex. van De Goede Tijding verspreid, die graag in ontvangst worden genomen”.

Dr. O. Batelaan (1904-1978).

“Het bezoek wordt in het algemeen door de schippers op prijs gesteld. Slechts eenmaal werd te kennen gegeven geen bezoek te willen ontvangen. Ook treft men schippers aan, die hoewel gereformeerde doopleden, reeds lang van kerk en godsdienst vervreemd zijn. Door het bezoek op de schepen is contact verkregen met enkele gezinnen; er zijn er, die catechetisch onderwijs wenschen. Dit jaar heeft een echtpaar belijdenis gedaan en is het, mét hun beide kinderen, tevens gedoopt. Geruimen tijd geeft ds. L. Batelaan [(1904-1978) van Stavoren] catechisatie aan een schippersechtpaar, dat onlangs den wensch te kennen gaf belijdenis des geloofs te mogen afleggen en het Sacrament des Heiligen Doops te mogen ontvangen; en sedert eenigen tijd ontvangt een schipper onderwijs, die hervormd dooplid is en in de Gereformeerde Kerk belijdenis wil doen”.

Het interieur tijdens de laatste jaren van de ‘Zwanenkerk’ in Stavoren.

‘Samen op Weg’.

We besluiten het verhaal over Stavoren met enkele korte opmerkingen:

Sinds 1988 gingen gereformeerden en hervormden in Stavoren ‘Samen op Weg’.  Na verloop van tijd werd duidelijk dat het onderhouden van twee kerkgebouwen te duur was en bovendien moest – na de cafébrand in Volendam – aan allerlei extra veiligheidseisen voldaan worden, zoals het aanbrengen van een nooduitgang (die in het kerkje aan de Schans niet aanwezig was). Dat was voor de kerkelijke gemeente te duur, zodat besloten werd het gereformeerde kerkje te verkopen. De koper zou het interieur van de kerk in de oude staat laten, zo werd beloofd.

Op 20 januari 2002 werd de laatste kerkdienst gehouden. Het aantal gereformeerden in de toch al niet grote Gereformeerde Kerk van Stavoren was inmiddels geslonken tot zo’n vijftig, die zonder problemen akkoord gingen met de verkoop van het kerkje. Tijdens de laatste dienst werden de kanselbijbel en de paaskaars uit de kerk gedragen. De kerkenraden van beide gemeenten besloten in 2006 samen te gaan als Protestantse Gemeente.

De gereformeerde ‘Zwanenkerk’.

De gereformeerde kerk van Stavoren werd in de volksmond ook wel ‘Zwanenkerkje’ genoemd. Dat was niet voor niets. De familienaam Zwaan kwam de Staverse Gereformeerde Kerk heel veel voor. Tjitze Kuipers – die van 1919 tot 1943 in de kerk van Stavoren dienst deed als ‘oefenaar’ – zei ooit: ‘Er zitten vandaag 21 Zwanen in de kerk’.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Stavoren.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Stavoren van 1895 tot 2005 (bron: Jaarboeken GKN).

Bronnen onder meer:

Archief van de Classis Sneek van de Gereformeerde Kerken in de provincie Friesland, Tresoar, Leeuwarden

Archief van de Classis Workum van de Gereformeerde Kerken in de provincie Friesland. Tresoar, Leeuwarden

Archief van de Particuliere Synode van de Gereformeerde Kerken in Friesland, Tresoar, Leeuwarden

Archief van de Particuliere Synode van de Gereformeerde Kerken in Friesland (Zuidelijk Gedeelte), Tresoar, Leeuwarden

Archief van de Commissie voor Inwendige Zending van de Particuliere Synode der Gereformeerde Kerken in Friesland. Tresoar, Leeuwarden

L. Dros, Afscheid van de Zwanenkerk in Stavoren. In: Friesch Dagblad, 19 januari 2002

© 2018. GereformeerdeKerken.info