De eerste kerkelijke vergaderingen van de Christian Reformed Churches.
( < Terug naar deel 18 – Back to Part 18 ) – In onze serie over de kerkelijke vergaderingen van de naar Amerika geëmigreerde Afgescheidenen, sinds 1857 behorende tot de toen opgerichte Christian Reformed Church (zoals nader uitgelegd in deel 1), gaan we verder met de vergadering van 3 februari 1864. Tussen [] staan verhelderende of aanvullende opmerkingen van de redactie van GereformeerdeKerken.info.

Classicale Vergadering gehouden op woensdag 3 februari 1864 te Graafschap.
De vergadering wordt geopend met een preek door ds. W.H. van Leeuwen, naar aanleiding van psalm 46 vers 3 tot 6a. Als afgevaardigden waren tegenwoordig de leden van:
Grand Rapids – ds. W.H. van Leeuwen en A. Pleune (ouderling)
Graafschap – J.F. van Anrooy en A. Krabshuis (ouderlingen)
Vriesland – H. van Dam en J. Haytzema (ouderlingen)
Zeeland – ds. K. van den Bosch en T. van den Bosch (ouderling)
Noordeloos – P. Heiboer en H. Wassching (ouderlingen)
Art. 1 – Men is overgegaan tot het kiezen van een scriba en met meerderheid van stemmen werd gekozen br. ouderling A. Pleune, terwijl ds. W.H. van Leeuwen, aan de beurt zijnde, het presidium waarneemt.
Art. 2 – Daar ook de beide broeders J. Smit en J.R. Schepers (leraren van de Schotse Kerk (Old School)) aanwezig zijn, zo worden zij verzocht als consulterende leden mede zitting te nemen in de vergadering, waaraan zij met bereidvaardigheid voldoen.
Art. 3 – Voorgesteld en aangenomen wordt te wachten met het voorlezen van de notulen van de vorige vergadering, omdat bedoelde broeders [zie Art. 2] te kennen geven dat zij spoedig weer moeten vertrekken, en zij verzoeken dat hun zaak die hier behandeld zal worden, bevorderd worde.

Art. 4 –De preses vraagt hun derhalve wat zij ter tafel hebben te brengen, waarop zij het voorstel doen of er opnieuw pogingen kunnen worden aangewend tot Vereniging, waartoe zij ook zijdelings waren opgewekt. Ds. Schepers verklaarde dat hij van zijn kerkenraad opdracht had, om [wat betreft de bedoelde Vereniging] [1] niet verder te gaan dan om [met ons] kerkelijke gemeenschap en correspondentie te oefenen, en dat wij [2] die leden die tot onze gemeente willen overgaan, een kerkelijke attestatie zouden verstrekken. Ds. Smit zegt dat zij wel willen toetreden tot Vereniging, ja, dat de Schotse kerk hun daartoe vroeger reeds ruimte had gegeven; doch zij wilden echter als leden van [de Schotse] kerk erkend blijven.
De preses dringt er op aan, om met ons algeheel tot het kerkelijk standpunt terug te keren, waarop zij en wij in Nederland stonden, namelijk tot de leer, tucht en dienst onzer vaderen, zoals die zijn vastgesteld op de Nationale Synode te Dordrecht in het jaar 1618 en 1619, en alzo dat zij zich algeheel moeten losmaken van bovengenoemd kerkgenootschap [de Schotse Kerk, Old School], te meer omdat zij daarmee toch weinig of geen gemeenschap konden oefenen, omdat alles [daar] in de Engelse taal wordt behandeld. De preses vroeg hun of het niet daarom was dat zij zich niet onbepaald aan ons konden overgeven en verbinden, omdat zij enige geldelijke ondersteuning van dat kerkgenootschap ontvingen? Ds. Smit verklaarde echter voor zichzelf en voor zijn gemeente niets [te ontvangen]; maar dat dit wel het geval was met ds. Schepers, hoewel weinig; doch dat daar de [aarzeling] niet schuilde.
Zijn Eerwaarde stelde tenslotte voor, na lange en brede discussie (vooral tussen hem en ds. Van den Bosch) naar aanleiding van vroegere grieven, dat er een commissie zou worden benoemd uit ons midden om met hen naar hun Classicale Vergadering te gaan, die begin april gehouden wordt in Burnett Creek in de staat Indiana, ten einde aldaar pogingen [aan te wenden] dat de Schotse broeders hen van hun kerkelijke gemeenschap mochten ontslaan en loslaten [om zich zo] algeheel met ons te verenigen, maar om echter [wel] met hen op kerkelijk gebied correspondentie te houden.

Dit voorstel wordt algemeen aangenomen en als afgevaardigden van deze classis worden benoemd de beide leraren ds. K. van den Bosch en ds. W.H. van Leeuwen. De reiskosten, ten bedrage van plm. 40 dollar, zullen bestreden worden door de gemeenten, hetzij bij wijze van collecte of uit de kerkelijke kas, en zullen vóór de reis aan de benoemde commissie ter hand worden gesteld. Doch in geval onverhoopt genoemde opdracht niet verwezenlijkt zou worden, zullen die gelden op een andere wijze aan andere doeleinden worden besteed.
Art. 5 – Men is overgegaan tot behandeling van de algemene zaken. Ds. Van den Bosch brengt twee zaken in het midden: allereerst een voorstel om de predicaties voor de Classicale Vergadering te beperken, [met het oog op het] tijdverlies en wegens het doel van die predicaties. En verder om voortaan twee ouderlingen met een leraar als afgevaardigden naar de Classicale Vergadering te zenden. Dit in rondvraag gebracht zijnde wordt het eerste voorstel aangenomen en zullen de Classicale predicaties niet langer mogen duren dan een uur; wil de gemeente na afloop van de vergadering nog graag een prediking hebben, dan kan ze daartoe een leraar verzoeken. Aangaande het tweede voorstel wordt besloten zich te houden aan Artikel 41 van de aangenomen Dordtse Kerkenordening.
Art. 6 – De redenen en de oorzaak worden bevraagd en onderzocht waarom de Classicale Vergadering werd verzet van Vriesland naar Graafschap, daar ze volgens besluit van de vorige vergadering te Vriesland gehouden moest worden. [Meegedeeld werd dat] dit is geschied [om reden van] het winterseizoen; daarom zal nu de volgende keer de vergadering in Vriesland zijn.
Art. 7 – Ter sprake wordt gebracht of er een mogelijkheid is om op onze districtsscholen [goede] boeken [in te voeren] in de Engelse taal. Omdat er hier tot nu toe geen voorhanden zijn, zal de correspondent, ds. W.H. van Leeuwen, met dat doel naar het Oosten schrijven, teneinde te onderzoeken of ze daar bij de True Dutch Reformed Church gebruikt worden en [hun te] verzoeken om [ons] enige [toe] te sturen. Verder zal men trachten hier Hollandse [boeken] in de Engelse taal te vertalen en te laten drukken.

Art. 8 – De kerkvisitatoren ds. K. van den Bosch en ds. W.H. van Leeuwen, die ingevolge vroeger besluit daartoe verkozen zijn, worden opgewekt om deze zomer de gemeenten te bezoeken en daarvan verslag uit te brengen op de classisvergadering die daarna gehouden wordt.
Art. 9 – De preses deed een kort verslag van de correspondentie die Zijn Eerwaarde gehouden had met de broeders van de True Dutch Reformed Church in het Oosten, waaruit is gebleken dat zij [ons] een paar gedrukte notulen van hun gehouden Classicale Vergaderingen aldaar hebben toegezonden. Daarin worden hun kerkelijke handelingen [op schrift gesteld] en waarin onder andere een pastorale of herderlijke brief [opgenomen is], die uit het Engels in het Nederlands is vertaald en geplaatst werd in het weekblad De Grondwet. […]. De preses is namens de vergadering als correspondent der Classis verzocht om verder met de bedoelde kerk in correspondentie te treden om de kerkelijke gemeenschap met elkaar te onderhouden.
Art. 10 – In gevolge artikel 9 van de de notulen der Classicale Vergadering van 22 juli 1863 gehouden te Zeeland, in overeenstemming met Artikel 7 der notulen van 7 oktober daaraanvolgende te Grand Rapids, is het besluit der Synode van de

Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk in Nederland – ingevolge het verslag van de bedoelde synode in antwoord op ons adres aan haar gericht om erkenning van ons kerkgenootschap – dat zij zich houdt aan haar vorig besluit, opgenomen in de Notulen der Classicale Vergadering gehouden te Graafschap, op 3 oktober 1860, onder artikel 9.

Art. 11 – Wordt ter tafel gebracht of het niet noodzakelijk is, zich te verantwoorden tegen aanvallen en aantijgingen voorkomende in het pamflet of vliegend blaadje uitgegeven door de Classis Holland van de Dutch Reformed Church van 14 oktober 1863 en ondertekend door preses ds. C. van der Meulen [1800-1876], toen predikant bij de ‘concurrerende’ Reformed Church in Grand Rapids – red. GK.info] en ds. A. Zwemer [1823-1910], scriba. Besloten is om een commissie te benoemen en bij deze zijn benoemd ds. K. van den Bosch, ds. W.H. van Leeuwen en de br. ouderling P. Heiboer, ten einde een Apologie of Verdediging op te stellen en te doen plaats in de nieuwsbladen.

Art. 12 – Er wordt een voorstel in de vergadering gebracht om een commissie te benoemen die de zaken behandelt [in de periode] tussen de ene Classicale Vergadering en de andere, doch [die] van haar handelingen verplicht is om verslag te doen [aan de volgende] Classicale Vergadering. Wordt bij acclamatie aangenomen en daartoe zijn benoemd de leraren ds. K. van den Bosch en ds. W.H. van Leeuwen en de broeder ouderling J. Gelok [een soort van Deputaatschap dus – red. GK.info].
Art. 13 – Hierop zijn de notulen van de vorige vergadering voorgelezen. De preses brengt in rondvraag of er aanmerkingen op de notulen zijn. Ds. Van den Bosch wil graag dat het woord ‘willekeurig’, voorkomende in Art. 2 [van de vorige notulen] geschrapt wordt, hetwelk algemeen wordt aangenomen. Een stukje van broeder ouderling Krabshuis in De Hollander, tevens voorkomende in dat artikel wordt nu ook beschouwd als vernietigd door het plaatsen van een ander, in gevolge art. 3 van de notulen van de Classicale Vergadering gehouden te Grand Rapids op 7 oktober 1863.

Besloten wordt dat de Commissie voor de gelden ter opleiding van personen tot de Heilige Dienst, naar haar goedvinden die gecollecteerde gelden op de meest voordelige wijze [op rente te zetten]. De classis blijft daarvoor altijd waarborg en verantwoordelijk. De preses doet verslag als lid van de commissie over haar werkzaamheden met betrekking tot de gemeenten Noordeloos en Graafschap in gevolge artikel 8; evenals de leden die te Grand Haven woonachtig zijn, ingevolge artikel 10. Gebleken is, wat de eerste zaak betreft, dat alles naar genoegen is afgelopen, zodat vanaf nu de gemeenten Zeeland en Noordeloos afzonderlijke gemeenten zijn. Betreffende het tweede punt is besloten dat de leden te Grand Haven onder kerkelijke vermaning en behandeling staan van de Gemeente Noordeloos, als daaronder ressorterende.

Art. 14 – Is besloten en aangenomen dat de gemeente Vriesland om de vier weken, Zeeland om de drie weken, Graafschap om de vier weken en Noordeloos om de vijf weken een predikbeurt zullen hebben, die waargenomen zullen worden door ds. K. van den Bosch.
Art. 15 – Tenslotte is men overgegaan tot de behandeling van gemeentelijke zaken en het bleek dat er geen waren.
Art. 16 – Besloten wordt dat de volgende Classicale Vergadering gehouden zal worden in de gemeente Vriesland op de eerste woensdag in de maand juni en dat die geopend zal worden met een korte preek door ds. K. van den Bosch.
Art. 17 – De preses stelt aan de vergadering voor om de predicatie door Zijn Eerwaarde gehouden te Zeeland, op 14 oktober 1863, voor een buitengewone vergadering, in druk zal worden uitgegeven voor rekening van de Classis. Besloten is die indien mogelijk bij wijze van intekening uit te geven, wanneer er een genoegzaam aantal intekenaren gevonden wordt, waartoe de kerkernaden zoveel mogelijk zullen werken.

Art. 18 – De afgevaardigden der gemeente te Grand Rapids stellen aan de vergadering voor om de persoon van Leendert Benjamins op te leiden tot de Heilige Dienst, en wordt besloten dat hij zich te dien einde in persoon zal hebben te vervoegen en voor te stellen op de volgende Classicale Vergadering. De vergadering is daarop gesloten met het zingen van psalm 25 vers 7 en met dankzegging door broeder ouderling P. Heijboer.
W.H. van Leeuwen, v.d.m., preses – P. Heijboer, scriba.
Bron:
Minutes of the Highest Assembly of the Christian Reformed Church 1857-1880, Grand Rapids, 1937
Translation into English:
From ‘Classis’ to ‘Synod’ in America (19).
The first church assemblies of the Christian Reformed Churches.
( < Back to Part 18 ) – In our series on the church assemblies of the Seceders who emigrated to America, and since 1857 belonged to the then-established Christian Reformed Church (as explained in Part 1), we continue with the assembly held on February 3, 1864.
Clarifying or supplementary comments from the editorial board of GereformeerdeKerken.info are in square brackets [].
Classical Assembly held on Wednesday, February 3, 1864, at Graafschap.
The meeting is opened with a sermon by Rev. W.H. van Leeuwen, based on Psalm 46:3–6a. Present as delegates were members from:
-
Grand Rapids – Rev. W.H. van Leeuwen and A. Pleune (elder)
-
Graafschap – J.F. van Anrooy and A. Krabshuis (elders)
-
Vriesland – H. van Dam and J. Haytzema (elders)
-
Zeeland – Rev. K. van den Bosch and T. van den Bosch (elder)
-
Noordeloos – P. Heiboer and H. Wassching (elders)
Art. 1 – The election of a clerk took place, and by majority vote, elder A. Pleune was elected. Rev. W.H. van Leeuwen, being next in turn, served as president.
Art. 2 – As brothers J. Smit and J.R. Schepers (pastors of the Scottish Church – Old School) were present, they were invited to participate in the meeting as consulting members, to which they readily agreed.
Art. 3 – It was proposed and accepted to postpone the reading of the minutes from the previous meeting, as the above-mentioned brothers [see Art. 2] indicated they needed to leave soon and requested their matter be dealt with promptly.
Art. 4 – The president asked them what they wished to bring to the table. They proposed whether renewed efforts could be made toward union, to which they had also been indirectly encouraged. Rev. Schepers stated that he had instructions from his consistory to go no further (regarding the proposed union) than to maintain ecclesiastical fellowship and correspondence, and that we [the CRC] would issue certificates of transfer to any members wishing to join our congregation.
Rev. Smit said they were indeed willing to unite and that the Scottish Church had already given them permission to do so; however, they wanted to remain recognized as members of that [Scottish] church.
The president insisted that they should fully return with us to the ecclesiastical position we all once held in the Netherlands, namely the doctrine, discipline, and worship of our fathers as adopted at the National Synod of Dordrecht (1618–1619). Therefore, they must fully sever ties with the aforementioned denomination [Scottish Church – Old School], especially since they had little to no fellowship with it anyway due to everything being conducted in English.
The president asked whether the real reason for their hesitation in fully joining was due to financial support from the Scottish denomination. Rev. Smit declared that neither he nor his congregation received any support; however, Rev. Schepers did, though it was minimal, and that the issue did not hinge on that.
His Reverence (the president) finally proposed, after lengthy discussion (especially with Rev. Van den Bosch) regarding past grievances, that a committee be appointed from our midst to attend their Classical Assembly in early April at Burnett Creek, Indiana, with the goal of persuading the Scottish brethren to release them from their ecclesiastical ties so they might unite with us fully—though still maintaining ecclesiastical correspondence with them.
This proposal was unanimously accepted. Appointed as delegates were Revs. K. van den Bosch and W.H. van Leeuwen. The travel expenses, approximately $40, would be covered by the congregations, either through collections or from church funds, and handed to the committee before the journey. If the mission failed, the money would be used for other purposes.
Art. 5 – General matters were then addressed. Rev. Van den Bosch raised two points:
-
A proposal to limit the sermons at Classical Assemblies due to time loss and the intended purpose of the sermons.
-
That from now on,two elders and one minister be sent as delegates.
Upon discussion, the first proposal was accepted: sermons may no longer exceed one hour. If the hosting congregation still wishes a sermon afterward, it may request one from a minister. The second proposal was rejected in favor of retaining Article 41 of the adopted Church Order of Dordrecht.
Art. 6 – The reason for the meeting being moved from Vriesland to Graafschap was discussed, as it had originally been decided to be held in Vriesland. It was explained this was due to the winter season. Hence, the next meeting will be held in Vriesland.
Art. 7 – The possibility of introducing good English-language books in our district schools was raised. Since none are currently available, the correspondent, Rev. W.H. van Leeuwen, will write to the East to inquire whether the True Dutch Reformed Church uses such materials and ask them to send some. In addition, efforts will be made to translate Dutch books into English and have them printed.
Art. 8 – Church visitors Rev. K. van den Bosch and Rev. W.H. van Leeuwen, elected previously, are encouraged to visit the congregations this summer and report to the next classis.
Art. 9 – The president gave a brief report on correspondence he had maintained with brothers of the True Dutch Reformed Church in the East. It was noted they sent some printed minutes of their Classical Assemblies, which included a pastoral letter, translated into Dutch and published in the weekly De Grondwet.
The president was requested, on behalf of the assembly, to continue correspondence to maintain ecclesiastical fellowship.
Art. 10 – Based on Article 9 of the minutes of the July 22, 1863 assembly in Zeeland, and Article 7 of the October 7, 1863 assembly in Grand Rapids, it was resolved that the Synod of the Christian Seceder Reformed Church in the Netherlands, in response to our address requesting recognition of our denomination, maintained its earlier decision recorded in the minutes of the Classical Assembly held in Graafschap on October 3, 1860, under Article 9.
Art. 11 – It was discussed whether a response or defense should be published against accusations in a pamphlet issued by the Classis Holland of the Dutch Reformed Church, dated October 14, 1863, and signed by Rev. C. van der Meulen (president) and Rev. A. Zwemer (clerk). It was decided to appoint a committee to write and publish an apology or defense in the newspapers. Appointed were Rev. K. van den Bosch, Rev. W.H. van Leeuwen, and elder P. Heiboer.
Art. 12 – A proposal was introduced to form a committee to handle matters between Classical Assemblies, which would be required to report to the next meeting. This was adopted by acclamation. Appointed were Revs. K. van den Bosch, W.H. van Leeuwen, and elder J. Gelok. [Effectively a kind of deputies’ committee – ed.]
Art. 13 – The minutes of the previous meeting were read. The president asked if there were any comments. Rev. Van den Bosch requested that the word “arbitrary”, appearing in Article 2 [of the previous minutes], be removed, which was accepted. A note by elder Krabshuis in De Hollander, also referenced in that article, is now considered void due to the replacement article from the Grand Rapids meeting on October 7, 1863.
It was decided that the committee for funds for theological education should invest the collected funds in the most favorable way [with interest], at their discretion. The classis remains responsible for these funds.
The president reported, as committee member, on work relating to the congregations of Noordeloos and Graafschap (per Art. 8), as well as Grand Haven (per Art. 10). It was found that the first matter was resolved satisfactorily: Zeeland and Noordeloos are now independent congregations. Regarding the second matter, members in Grand Haven will fall under the ecclesiastical supervision of the Noordeloos congregation.
Art. 14 – It was decided and accepted that the following preaching schedule would apply:
-
Vriesland: every 4 weeks
-
Zeeland: every 3 weeks
-
Graafschap: every 4 weeks
-
Noordeloos: every 5 weeks
All sermons to be conducted by Rev. K. van den Bosch.
Art. 15 – Finally, they proceeded to the handling of municipal matters, and it appeared that there were none.
Art. 16 – It was decided that the next Classis Meeting will be held in the congregation of Vriesland on the first Wednesday in the month of June and that it will be opened with a short sermon by Rev. K. van den Bosch.
Art. 17 – The president proposed to the meeting that the sermon delivered by His Reverence in Zeeland on October 14, 1863, for a special meeting, be published in print at the expense of the Classis. It was decided that it should, if possible, be published by means of subscription, provided that a sufficient number of subscribers can be found, to which end the church councils shall contribute as much as possible.
Art. 18 – The delegates of the congregation of Grand Rapids proposed to the meeting that the person of Leendert Benjamins be trained for the Holy Ministry, and it was decided that for this purpose he must present himself in person at the next Classis Meeting. The meeting was then closed with the singing of Psalm 25, verse 7, and with thanksgiving by elder brother P. Heijboer.
W.H. van Leeuwen, v.d.m., president – P. Heijboer, clerk.
Source:
Minutes of the Highest Assembly of the Christian Reformed Church 1857–1880, Grand Rapids, 1937