De eerste kerkelijke vergaderingen van de Christian Reformed Church in Amerika.
( < Naar deel 17 – Back to Part 17 ) – In onze serie over de kerkelijke vergaderingen van de naar Amerika geëmigreerde Afgescheidenen, sinds 1857 behorende tot de toen opgerichte Christian Reformed Church (zoals nader uitgelegd in deel 1), gaan we verder met de vergadering van 7 oktober 1863. Tussen [] staan verhelderende of aanvullende opmerkingen van de redactie van GereformeerdeKerken.info.
Klassikale vergadering gehouden op woensdag 7 oktober 1863 te Grand Rapids.
De vergadering is geopend met een predicatie door ds. K. van den Bosch [1818-1897], naar aanleiding van psalm 2 vers 6 [waar ‘de koninklijke positie van Gods Zoon en Zijn heerschappij’ beschreven worden]. Na de godsdienstoefening is men naar het Schoollokaal gegaan ten einde aldaar te vergaderen. [Dit ‘schoollokaal’ is het begin van het latere Theologisch Seminarie in Grand Rapids.]

Tot leden Afgevaardigden werden verkozen van de Gemeente te:
Grand Rapids: ds. W.H. van Leeuwen en J. Gelok (ouderling).
Graafschap: A. Krabshuis en J. van Anrooy (ouderlingen)
Zeeland: ds. K. van den Bosch en P. Heyboer (ouderling)
Vriesland: K. Dam en T. Ypema (ouderlingen).
Art. 1 – Daar de vorige scriba niet tegenwoordig was, is men overgegaan tot het kiezen van een nieuwe scriba, en is met meerderheid daartoe verkozen de br. ouderling J. Gelok, terwijl ds. K. van den Bosch, die nu aan de beurt is, het presidium waarneemt.
Art. 2 – De preses verzoekt de scriba der notulen der vorige vergadering voor te lezen. Dit geschied zijnde zoo wordt in rondvraag gebracht of er ook aanmerkingen waren. De vergadering oordeelt dat de zinsnede, voorkomende in Art. 9 [van de vorige notulen]: “Br. Krabshuis wenst aangesloten te worden bij de Presbyteriaanse Kerk, en leest een stukje voor uit De Hollander, waarover veel gesproken wordt” moet worden [doorgehaald] als behelzende een onwaarheid; terwijl de beide protesten, daarin opgenomen door de scriba willekeurig zijn genotuleerd, buiten het besluit der vergadering om, zodat ze ook moeten worden beschouwd als [doorgehaald] en daarom ook in deze vergadering niet behandeld kunnen worden, als niet in aanmerking komende.

Daar de tijd reeds is verstreken, zo is deze morgenzitting gesloten met het zingen van psalm 134 vers 3 en dankzegging door ds. W.H. van Leeuwen, en is bepaald dat des namiddags de vergadering zal aanvangen om 1 uur en dan eerst tot 5 uur met gesloten deuren de censuurzaken worden behandeld. Terwijl daarna een ieder gelegenheid wordt gegeven om de behandeling van algemene zaken mee te kunnen bijwonen.
Tweede zitting.
De vergadering is opnieuw geopend met het zingen van psalm 119 vers 83 en gebed door de br. ouderling P. Heyboer.
Art. 3 – De preses vraagt aan br. Krabshuis of hij aan de last hem door de [vorige] Classis opgelegd ingevolge artikel 9 der vorige notulen heeft voldaan, aangaande het schrijven in De Hollander. om dat binnen een maand te herroepen. Br. Krabshuis leest daarop een schriftelijk stukje voor ter zijner verdediging, waaruit onder andere blijkt dat hij bezwaar had om dat te doen, zodat hij daartoe onmogelijk kon besluiten. De preses vraagt of br. Krabshuis hierom nog zitting in de vergadering kan hebben en hoe men zijn niet gehoorzamen daarom moet opnemen. Algemeen wordt geoordeeld, dat de overtreding niet van dien aard is dat br. Krabshuis niet als lid van de vergadering erkend zou kunnen worden en zal als zodanig zitting hebben. In aanmerking nemende het gemoedsbezwaar van br. Krabshuis, zal de vergadering zelf doen [wat br. K. had moeten doen] om zich van die blaam te zuiveren. Daarom wordt ds. Van Leeuwen verzocht daartoe een kort opstel te vervaardigen en na goedkeuring der vergadering ter plaatsing in te zenden aan de redactie van genoemd blad [De Hollander]; waarmee ook br. Krabshuis genoegen neemt.

Art. 4 – Een brief is ingekomen van A. Nyssen en aan de vergadering voorgelezen van, lidmaat der gemeente te Graafschap, inhoudende een klacht tegen de stemming van kerkenraadsleden van die gemeente van vroegere datum, verklarende tevens zijn lidmaatschap op te zeggen, wanneer daaraan niet wordt voldaan. De vergadering oordeelt dat [de klacht] meer voortvloeit uit onkunde in kerkelijke zaken en handelingen in zulke gevallen; daarom zal hij daarover nader worden ingelicht, opdat dit bezwaar bij hem moge worden opgeheven. Hetwelk geschieden zal indien de gelegenheid zulks toestaat door de beide leraren, ds. Van den Bosch en ds. Van Leeuwen.
Art. 5 – De vergadering gaat daarop over om de som der collecten op te nemen voor de studerende jeugd, dat volgens voorgaand besluit telkens voor de Classis zal moeten geschieden. Gebleken is dat de gemeente te Grand Rapids gecollecteerd had de som van 8 dollar en 81 cent; de gemeente Graafschap 20 dollar en 81 cent; de gemeente Vriesland 4 dollar en 87 cent. Terwijl de afgevaardigden van Zeeland verklaren geen opgave te kunnen doen, omdat de kerkenraad dit niet [door-] gegeven had. Hierop is besloten dat deze gelden door de Commissie op rente gezet zullen worden, zolang er geen gebruik van wordt gemaakt.
Art. 6 – Tevens heeft de vergadering besloten dat personen die genegen waren om opgeleid te worden tot het ambt van Herder en Leraar, in gevolge vroeger besluit, zij zich als zodanig aan de classis moeten voorstellen om tot dat einde toegelaten te worden en of zij ook aanspraak kunnen maken op de collecte of de Kas, ja dan neen. Verder zal dan ook een nadere bepaling gemaakt worden welke beloning de docent voor de opleiding van die personen zal genieten.
Art. 7 – In gevolge artikel 9 der vorige notulen verklaart ds. W.H. van Leeuwen dat tot heden nog geen antwoord was ingekomen op het adres [de brief] gericht aan de synode der Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Gemeenten of Kerk in Nederland, waarin de vergadering berust en voor kennisgeving aangenomen wordt.

Art. 8 – Men gaat over tot behandeling van de gemeentelijke zaken. De gemeente te Grand Rapids en Vriesland hebben er geen. [De gecombineerde gemeente van] Zeeland en Noordeloos stelt voor of er geen mogelijkheid bestaat om als afzonderlijke gemeente te bestaan [Zeeland en Noordeloos apart]. Na vele discussies gaat men er toe over een comité te benoemen, bestaande uit twee kerkenraadsleden uit de gemeente Graafschap, met name Krabshuis en Van Anrooy of Bouws, en van Vriesland br. H. Dam, in tegenwoordigheid van de beide leraren ds. Van den Bosch en ds. Van Leeuwen, ten einde om op a.s. dinsdag 13 oktober te Zeeland te vergaderen, om zoveel mogelijk daaraan gevolg te geven.
Art. 9 – De preses vraagt hoe te handelen met leden die zich schuldig maken aan lastering van de Hoge Overheid des lands in deze tegenwoordige rebellie [de Amerikaanse Burgeroorlog woedde van 1861 tot 1865]. Of men de zodanigen kan en mag toelaten tot het H. Avondmaal. De vergadering verwijst te dien aanzien een ieder naar de inhoud van het Formulier des Avondmaals, waarin die zaak duidelijk wordt aangewezen.
Art. 10 – Ds. Van Leeuwen brengt ter tafel dat hem door de leden te Grand Haven [aan het Michigan Meer, ten westen van Grand Rapids], toen ZEW aldaar geweest is en gepreekt heeft, is opgedragen om aan de vergadering voor te stellen of er daar iemand kan komen, ten einde de kerkelijke zaken aldaar te regelen [t.w. een zelfstandige kerk te institueren] en een paar kinderen te dopen. De vergadering oordeelt dit noodzakelijk en benoemt daartoe ds. Van Leeuwen zelf en een paar leden van zijn kerkenraad.

Art. 11 – Bepaald wordt dat de a.s. Classisvergadering zal plaats hebben op de eerste woensdag in de maand februari 1864 te Vriesland, en dat die zal worden geopend met een predicatie door ds. Van Leeuwen. De vergadering zal worden aangekondigd in de nieuwsbladen, wat door ds. Van Leeuwen binnenkort zal geschieden, namens de vergadering.
Art. 12 – Tenslotte is nog besloten dat in het vervolg de leden buiten de Afgevaardigden der Klassikale Vergadering geen woord zullen mogen vragen tenzij zij zelf zaken op de Classis te brengen hebben. Zij zullen mogen spreken als de preses hun daartoe gelegenheid geeft. [Bij de Classisvergaderingen waren ook belangstellende leden van de kerk aanwezig, meestal die van de plaats waar de vergadering gehouden werd].
Art. 13 – De afgevaardigden der gemeente Graafschap verzoeken dat ds. Van Leeuwen de komende zondag bij hen in de gemeente het H. Avondmaal moge bedienen. Daar er enig bezwaar daartegen opkomt, omdat alle zaken aldaar [de onderlinge twisten] nog niet zijn vereffend en uit de weg geruimd, zo zal aldaar eerst kerkenraadsvergadering worden gehouden, waar ook ds. Van den Bosch en ds. Van Leeuwen tegenwoordig zullen zijn. Die vergadering zal plaats hebben op vrijdag 16 dezer, te beginnen om negen uur ’s morgens. Ook de leden die in Holland woonachtig zijn zullen daarvoor worden uitgenodigd. De vergadering is daarop gesloten met het zingen van psalm 68 vers 8 en dankzegging door de scriba.
K. van den Bosch – preses.
Bron:
Minutes of the Highest Assembly of the Christian Reformed Church 1857-1880. Grand Rapids, 1937
Translation into English:
The First Church Assemblies of the Christian Reformed Church in America.
( < Back to Part 17 ) – In our series on the church assemblies of the Seceders who emigrated to America—who, since 1857, belonged to the newly established Christian Reformed Church (as explained in detail in part 1)—we continue with the meeting of October 7, 1863. Clarifying or supplementary editorial comments from GereformeerdeKerken.info are placed in brackets [].
Classical Assembly held on Wednesday, October 7, 1863, in Grand Rapids.
The meeting was opened with a sermon by Rev. K. van den Bosch, based on Psalm 2:6 [which describes the royal position and dominion of God’s Son]. After the worship service, the assembly moved to the schoolroom to conduct its business there. [This “schoolroom” would later become the beginning of the Theological Seminary in Grand Rapids.]
Rev. K. van den Bosch, who became minister in Noordeloos, Michigan, in 1856.
Delegates were elected from the congregations of:
-
Grand Rapids: Rev. W.H. van Leeuwen and J. Gelok (elder)
-
Graafschap: A. Krabshuis and J. van Anrooy (elders)
-
Zeeland: Rev. K. van den Bosch and P. Heyboer (elder)
-
Vriesland: K. Dam and T. Ypema (elders)
Article 1.
Since the previous clerk was not present, a new clerk was elected. Elder J. Gelok was elected by majority vote. Rev. K. van den Bosch, who was next in rotation, presided over the meeting.
Article 2.
The chairman asked the clerk to read the minutes of the previous assembly. After reading, the question was raised whether there were any remarks. The assembly judged that the phrase in Article 9 of the previous minutes—“Br. Krabshuis wishes to join the Presbyterian Church and reads a piece from De Hollander, which is widely discussed”—should be struck, as it contained a falsehood. Furthermore, both protests recorded in the minutes were arbitrarily included by the clerk without a decision from the assembly, and therefore should also be struck and not treated in this assembly as they are not valid.
As the time had passed, the morning session was closed with the singing of Psalm 134:3 and a prayer of thanksgiving by Rev. van Leeuwen. It was decided that the afternoon session would begin at 1 p.m., with matters of discipline to be handled behind closed doors until 5 p.m., after which the floor would be opened to the public for general matters.
Second Session
The session was reopened with the singing of Psalm 119:83 and prayer by elder P. Heyboer.
Article 3.
The chairman asked Br. Krabshuis whether he had fulfilled the instruction from the previous Classis as recorded in Article 9—to publicly retract his writing in De Hollander within a month. Br. Krabshuis read a written defense, indicating among other things that he had conscientious objections and thus could not bring himself to comply. The chair then asked whether Br. Krabshuis could still sit in the assembly and how his disobedience should be judged. It was generally agreed that the offense was not so serious as to prevent him from being recognized as a member of the assembly. He would therefore be allowed to participate. Considering Br. Krabshuis’s conscientious objections, the assembly would take upon itself the duty he failed to fulfill in order to clear the matter. Rev. Van Leeuwen was tasked with writing a short article for publication in De Hollander, which would be submitted after the assembly’s approval—a resolution acceptable to Br. Krabshuis.
Article 4.
A letter was received and read from A. Nyssen, a member of the Graafschap congregation, containing a complaint about a past church council vote and stating that he would withdraw his membership if the issue wasn’t addressed. The assembly judged that the complaint stemmed more from ignorance of church polity and procedures. He would be further instructed in these matters by Rev. Van den Bosch and Rev. Van Leeuwen—if opportunity allowed—to help resolve the issue.
Article 5.
The assembly proceeded to record the amounts collected for the support of students, as previously decided. The following amounts were reported:
-
Grand Rapids: $8.81
-
Graafschap: $20.81
-
Vriesland: $4.87
-
Zeeland: No amount reported, as the church council had not passed on the information.
It was decided that the funds would be put out at interest until they were needed.
Article 6.
The assembly also resolved that individuals wishing to be trained for the office of Pastor and Teacher must present themselves to the Classis for approval. The Classis would also determine whether such candidates qualified for financial assistance from the collection fund or treasury. The assembly would later establish appropriate compensation for the instructor providing the training.
Article 7.
In reference to Article 9 of the previous minutes, Rev. Van Leeuwen stated that no response had yet been received to the letter sent to the Synod of the Christian Seceded Reformed Church in the Netherlands, which the assembly accepted as information.
Article 8.
The assembly proceeded to discuss congregational matters. Grand Rapids and Vriesland had none to report. The combined congregation of Zeeland and Noordeloos proposed becoming two separate congregations. After much discussion, a committee was appointed consisting of two elders from Graafschap—Krabshuis and either Van Anrooy or Bouws—and from Vriesland, Br. H. Dam, in the presence of both ministers (Van den Bosch and Van Leeuwen). The committee would meet on Tuesday, October 13, in Zeeland to pursue the matter.
Article 9.
The chairman raised the question of how to deal with members who blaspheme the High Authority of the land during the current rebellion [the American Civil War, 1861–1865], and whether such individuals may partake of the Lord’s Supper. The assembly referred everyone to the Lord’s Supper Formulary, where the matter is clearly addressed.
Article 10.
Rev. Van Leeuwen reported that, during a visit to Grand Haven [on Lake Michigan, west of Grand Rapids], he had preached and was requested by the members there to ask the assembly if someone could be sent to arrange church affairs (namely, to institute a local church) and baptize a few children. The assembly deemed this necessary and appointed Rev. Van Leeuwen along with a few members of his church council to take care of it.
Article 11.
It was determined that the next Classis meeting would be held on the first Wednesday of February 1864 in Vriesland, and would be opened with a sermon by Rev. Van Leeuwen. The meeting would be announced in the newspapers, which Van Leeuwen would arrange on behalf of the assembly.
Article 12.
Finally, it was resolved that in the future, no one except the delegates of the Classis meeting would be allowed to speak, unless they had matters to bring before the Classis. They may speak only when recognized by the chair. [Ordinary church members were also present during Classis meetings, usually those from the hosting congregation.]
Article 13.
The delegates from Graafschap requested that Rev. Van Leeuwen administer the Lord’s Supper in their congregation on the coming Sunday. Some objections arose, since not all local issues [ongoing disputes] had been resolved. Therefore, a church council meeting would first be held, with both Rev. Van den Bosch and Rev. Van Leeuwen present. That meeting was scheduled for Friday, the 16th, beginning at 9:00 AM. Members living in Holland (Michigan) would also be invited.
The meeting was closed with the singing of Psalm 68:8 and a prayer of thanksgiving by the clerk.
K. van den Bosch, Chairman (Preses).
Source:
Minutes of the Highest Assembly of the Christian Reformed Church 1857–1880. Grand Rapids, 1937