Na achttien jaar leegstand en jarenlang voortdurende verloedering (eigenlijk stonden tenslotte alleen de muren nog overeind), is de voormalig gereformeerde kerk in de Smedenstraat te Deventer door twee Rotterdamse vastgoedondernemers verbouwd tot tweeëntwintig unieke woningen.

De vastgoedondernemers begonnen met het verstevigen van de fundering en vervolgens plaatste men een stalen constructie om er verdiepingen in te maken. Het was een flinke klus, maar het resultaat is een aantal ‘hoogwaardige, duurzame woonruimtes’. Nog voordat de woningen helemaal ontworpen waren meldden zich al honderden belangstellende kopers. De woningen variëren in grootte en prijsklasse van ca. € 310.000 tot ongeveer € 620.000, en alle appartementen zijn, compleet met vloeren, keukens en badkamers, klaar om direct te betrekken. Van het interieur zijn herkenbare historische elementen bewaard gebleven, zoals het glas-in-lood.
De kerk aan de Smedenstraat.
In 1929 verenigden in Deventer de Gereformeerde Kerk A en de Gereformeerde Kerk B (respectievelijk afkomstig uit Afscheiding en Doleantie) zich tot De Gereformeerde Kerk te Deventer. Deze groeide gestaag en beschikte in die tijd nog steeds over twee kerkgebouwen: de voormalig christelijke gereformeerde kerk aan de Smedenstraat (de vroegere Kerk A) en de voormalige Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) in de Rijkmanstraat (de vroegere Kerk B). Beide kerkgebouwen moesten eigenlijk gerenoveerd worden. Ook het totaal aantal beschikbare zitplaatsen in beide kerken was ontoereikend: in 1936 telde de Gereformeerde Kerk te Deventer ongeveer 1.100 leden terwijl omstreeks achthonderd zitplaatsen beschikbaar waren.

In september 1932 organiseerde de gereformeerde kerkenraad dan ook een gemeentevergadering om over de zaak te spreken. Gebleken was dat de grote meerderheid van de leden voorstander was van de bouw van een nieuwe kerk. Een commissie had intussen uitgezocht dat de locatie in de Smedenstraat het meest geschikt was om een nieuw bedehuis te bouwen, zij het dat dan een tweetal belendende percelen zou moeten worden aangekocht. De kerkenraad was met het voorstel akkoord gegaan en ook de gemeentevergadering stemde er mee in. Ondanks het feit dat het crisistijd was (in 1929 crashte de Beurs op Wall Street, waardoor de wereld in een grote economische crisis terecht kwam!) besloot de kerkenraad begin januari 1935 definitief tot de bouw van de kerk.
Architect J.H. van der Veen uit Amsterdam maakte de bouwplannen, die op 22 juni 1935 aan de gemeenteleden voorgelegd werden. “Het hoofdgebouw (de kerk) is in de straat een aantal meters teruggebracht, zodat de hoge voorgevel een sterkere indruk maakt”. Aan beide kanten van het hoofdgebouw werden portalen gebouwd, die wél tot aan de straat kwamen. De kerkzaal bood ‘beneden’ ruimte aan 750 kerkgangers, terwijl op de galerij tegen de voorgevel 250 plaatsen gepland waren. Uiteraard werden achter de kerk ook vergaderzalen gebouwd en bovendien kwam er een kosterswoning. De kerkzaal werd gedomineerd door de grote centraal geplaatste preekstoel met daarboven het orgel. In de voorgevel en in de zijmuren werden glas-in-loodramen geplaatst.

Na een financiële tegenvaller (een hypothecaire lening ging niet door) besloot de kerkenraad zelf een lening op te zetten door het uitgeven van obligaties van fl. 1.000, fl. 250, fl. 100 en fl. 50, tegen vier procent rente. Samen met andere financiële acties werd binnen een jaar de benodigde fl. 60.000 bijeengebracht; over offervaardigheid gesproken! Zo kon in oktober 1935 de aanbesteding worden gehouden, waaraan maar liefst zeventig aannemers deelnamen. De fa. Eshuis en Zoon uit Vriezenveen kreeg de opdracht en verscheidene onderaannemers verzorgden het schilderwerk, het betonwerk, de elektrische installatie en de verwarming enz. De totale inschrijfsom bedroeg fl. 38.000.
Een nieuw orgel.
De orgels uit de te verbouwen Smedenstraatkerk (destijds Westerkerk genoemd) en de vroegere Dolerende kerk aan de Rijkmanstraat (die als Oosterkerk bekend stond) werden van de hand gedaan en de fa. M. Spiering te Dordrecht kreeg opdracht een orgel te bouwen voor de nieuwe kerk tegen de prijs van bijna fl. 5.500. Het instrument telde twee manualen en een pedaal.

De Westerkerk buiten gebruik gesteld (1935).
Natuurlijk werd, voordat de bouw van de nieuwe kerk kon beginnen, de oude Smedenstraatkerk het eerst buiten gebruik gesteld; op die plaats verrees immers de nieuwe kerk. De twee plaatselijke gereformeerde predikanten gingen voor in de dienst op 29 oktober 1935.
Ds. P.G. Kunst (1907-1981) blikte terug op de geschiedenis van de (oude) Smedenstraatkerk, die op haar beurt ook een ouder gebouw verving. “Zoo de geschiedenis doorwandelend zijn we gekomen aan onze tijd, aan het heden, nu de hamers van de slopers achter de rechtermuur reeds gebeukt hebben. Gedeelten van de huizen naast de kerk zijn al met de grond gelijk gemaakt. Datzelfde lot ondergaat ook dit gebouw. Dan is deze kerk weg uit de historie. Maar al deelt het steenen gebouw het lot van alles wat in den tijd gemaakt is, een andere historie blijft, gedeeltelijk opgetekend in de notulenboeken, maar geheel bewaard bij de God der historie”.
Dr. P. Prins (1899-1956) hield de laatste preek in de oude Smedenstraatkerk, die handelde over het thema ‘Hoe bouwen wij een nieuwe kerk?’, naar aanleiding van Nehemia 4 vers 19. De oude kanselbijbel – destijds een cadeau van ds. L.M.A. Scheps (1843-1925), die van 1873 tot 1917 gereformeerd predikant in Deventer was – werd gesloten en de dienstdoende ouderling Th. Wielenga droeg hem plechtig de kerk uit.

De eerste paal voor de nieuwe kerk ging op 18 december 1935 de grond in, terwijl ds. Prins op de zonnige zaterdagmiddag van 7 maart 1936 de eerste steen legde met de tekst: ‘P. Prins 7-3-1936’. Ds. Kunst legde daarachter een oorkonde met in fraai handschrift de bouwgeschiedenis. Een half jaar later stond de nieuwe kerk er en kon het bedehuis op 16 september 1936 officieel in gebruik genomen worden. Ook het orgel werd toen voor het eerst officieel in de dienst gebruikt.
Nu is het vroegere kerkgebouw eindelijk vernieuwd en biedt het opnieuw onderdak aan veel mensen…
Bron onder meer:
C.G. Hovingh, 50 jaar Smedenstraatkerk. 135 jaar gereformeerden in de Smeestraat. Deventer, 1986
Translation into English:
Old ‘Smedenstraat Church’ Deventer renovated.
After eighteen years of vacancy and years of ongoing deterioration (in fact, in the end only the walls were still standing), the former ‘gereformeerde’ church in Smedenstraat in Deventer has been converted by two Rotterdam real-estate developers into twenty-two unique homes.
The developers began by reinforcing the foundations and then installed a steel structure to create multiple floors. It was a major undertaking, but the result is a number of “high-quality, sustainable living spaces.” Even before the homes were fully designed, hundreds of prospective buyers had already registered their interest. The residences vary in size and price, ranging from approximately €310,000 to about €620,000, and all apartments are delivered complete with floors, kitchens, and bathrooms, ready for immediate occupancy. Recognizable historical interior elements have been preserved, such as the stained-glass windows.
The church on Smedenstraat.
In 1929, in Deventer, the ‘Gereformeerde’ Church A and the ‘Gereformeerde’ Church B (originating respectively from the Secession and the Doleantie movements) united to form the ‘Gereformeerde’ Church of Deventer. This congregation grew steadily and still possessed two church buildings: the former Christian Reformed church on Smedenstraat (the former Church A) and the former Netherdutch ‘Gereformeerde’ Church (Doleantie) on Rijkmanstraat (the former Church B). Both church buildings were actually in need of renovation. In addition, the total number of available seats in the two churches was insufficient: in 1936 the ‘Gereformeerde’ Church of Deventer had about 1,100 members, while only around eight hundred seats were available.
In September 1932, the ‘gereformeerde’ church council therefore organized a congregational meeting to discuss the matter. It became clear that a large majority of the members favored the construction of a new church. Meanwhile, a committee had investigated and concluded that the location on Smedenstraat was the most suitable place to build a new house of worship, although this would require the purchase of two adjoining plots. The church council agreed with the proposal, and the congregational meeting also approved it. Despite the fact that it was a time of crisis (in 1929 the Wall Street stock market crashed, plunging the world into a major economic depression!), the church council decided definitively at the beginning of January 1935 to proceed with the construction of the church.
Architect J.H. van der Veen from Amsterdam drew up the construction plans, which were presented to the congregation on June 22, 1935. “The main building (the church) has been set back several meters from the street, so that the high front façade makes a stronger impression.” On both sides of the main building, entrance portals were constructed that did extend all the way to the street. The church hall provided seating on the ground floor for 750 worshippers, while 250 seats were planned on the gallery against the front façade. Naturally, meeting rooms were also built behind the church, and a caretaker’s residence was added as well. The church hall was dominated by the large centrally placed pulpit, with the organ positioned above it. Stained-glass windows were installed in the front façade and in the side walls.
After a financial setback (a mortgage loan did not go through), the church council decided to take matters into its own hands and raise a loan by issuing bonds of 1,000 guilders, 250 guilders, 100 guilders, and 50 guilders, at four percent interest. Together with other fundraising actions, the required 60,000 guilders were raised within a year—talk about generosity! This made it possible to hold the tender in October 1935, in which no fewer than seventy contractors participated. The firm Eshuis and Son from Vriezenveen was awarded the contract, and various subcontractors handled the painting, concrete work, electrical installation, heating, and so on. The total tender amount came to 38,000 guilders.
A new organ.
The organs from the Smedenstraat Church that was to be renovated (then known as the Westerkerk) and from the former Doleantie church on Rijkmanstraat (known as the Oosterkerk) were sold, and the firm M. Spiering of Dordrecht was commissioned to build an organ for the new church at a price of nearly 5,500 guilders. The instrument had two manuals and a pedal.
The Westerkerk taken out of use (1935).
Naturally, before construction of the new church could begin, the old Smedenstraat Church first had to be taken out of use, since the new church would be built on that site. The two local ‘gereformeerde’ ministers officiated at the service on October 29, 1935. Rev. P.G. Kunst (1907–1981) looked back on the history of the (old) Smedenstraat Church, which itself had replaced an even older building. “Walking through history in this way, we have arrived at our own time, at the present, now that the hammers of the demolition workers have already battered the right wall. Parts of the houses next to the church have already been razed to the ground. The same fate will befall this building. Then this church will disappear from history. But although the stone building shares the fate of everything made in time, another history remains—partly recorded in the minute books, but wholly preserved with the God of history.”
Dr. P. Prins (1899–1956) delivered the final sermon in the old Smedenstraat Church, on the theme “How do we build a new church?”, based on Nehemiah 4:19. The old pulpit Bible—at the time a gift from Rev. L.M.A. Scheps (1843–1925), who served as ‘gereformeerd’ minister in Deventer from 1873 to 1917—was closed, and the officiating elder, Th. Wielenga, solemnly carried it out of the church.
The first pile for the new church was driven into the ground on December 18, 1935, and on the sunny Saturday afternoon of March 7, 1936, Rev. Prins laid the first stone, bearing the inscription: “P. Prins 7-3-1936.” Behind it, Rev. Kunst placed a document containing the construction history, written in elegant handwriting. Half a year later, the new church stood completed, and on September 16, 1936, the house of worship was officially taken into use. The organ was also used officially in a service for the first time on that occasion.
Now the former church building has finally been renewed and once again provides shelter for many people…