“Het halve dorp moest verhuizen”

De Doleantie in het Friese Hijlaard.

Onlangs verscheen een interessante studie over de Doleantie in het Friese dorp Hijlaard. Onder leiding van de hervormde predikant ds. J.C. Sikkel (1855-1920) ontstond daar op 17 januari 1887 de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende), die zich de wettige voortzetting achtte van de hervormde kerk. Kees Bevaart schreef een diepgaande studie over deze gebeurtenis.

Het nieuwe boek.

Wat er aan de hand was.

In de jaren 1886 en 1887 vond in Nederland dus een belangrijke kerkelijke scheuring plaats die bekend staat als de Doleantie. Deze beweging, die nauw verbonden was met de ideeën van de theoloog, journalist en politicus dr. Abraham Kuyper (1837-1920), leidde in veel plaatsen tot een breuk met de Nederlandse Hervormde Kerk en tot de instituering van Nederduitsche Gereformeerde Kerken. In het Friese dorp Hijlaard (tegenwoordig in het Fries Hilaard) had deze ontwikkeling bijzonder ingrijpende gevolgen. Historicus Kees Bevaart beschrijft hoe een landelijke kerkelijke strijd in dit kleine dorp uitmondde in een conflict dat het sociale en economische leven diep ontwrichtte. In Hijlaard leidde de scheuring er zelfs toe dat een groot deel van de inwoners gedwongen werd te verhuizen.

Dr. A. Kuyper (1837-1920).

Om te begrijpen hoe dit kon gebeuren, is het belangrijk de bredere context van de negentiende eeuw te kennen. Binnen de Nederlandse Hervormde Kerk groeide in die tijd de onvrede onder orthodoxe gelovigen. Zij maakten zich zorgen over de toenemende invloed van vrijzinnige theologie en vonden dat de kerk te veel werd bestuurd vanuit een centrale organisatie, de Algemene Synode, een bestuursvorm die al gauw werd aangeduid als de synodale hiërarchie. Plaatselijke gemeenten hadden volgens hen te weinig zeggenschap over hun eigen kerkelijk leven.

Zo werkte de synodale hiërarchie volgens ‘De Heraut’. ‘De synode bepaalde alles’.

Veel orthodoxe gelovigen verlangden daarom naar een terugkeer naar de klassieke gereformeerde leer en naar meer zelfstandigheid voor lokale gemeenten. Daarom wilde men het ‘Algemeen Reglement voor het Bestuur van de Hervormde Kerk‘ afschaffen (in 1816 door de koning aan de kerk opgedrongen), ‘en wederom kracht en geldigheid verlenen’ aan de aloude gereformeerde Dordtse Kerkorde.

Deze spanningen kwamen uiteindelijk tot uitbarsting in de Doleantie. De beweging werd gedragen door van huis uit hervormde predikanten en gemeenteleden die eerst probeerden de hervormde kerk van binnenuit te hervormen. Toen bleek dat dit nauwelijks mogelijk was, besloten velen zich feitelijk van het kerkbestuur los te maken. Zij zagen zichzelf niet als een nieuwe kerk, maar als de ware voortzetting van de oorspronkelijke hervormde gemeente.

De hervormde kerk te Hijlaard.

Een kleine, hechte plattelandsgemeenschap…

In Hijlaard speelde dit conflict zich af in een kleine en hechte plattelandsgemeenschap. Het dorp bestond immers slechts uit enkele honderden inwoners en lag op een terp in het Friese landschap. Het dagelijks leven werd sterk bepaald door landbouw en veeteelt. Families woonden vaak al generaties lang in het dorp en de sociale banden waren hecht. De kerk vormde het centrum van het dorpsleven: vrijwel iedereen was lid van de hervormde gemeente en veel sociale contacten verliepen via kerkelijke activiteiten.

De oudste christelijke school te Hijlaard.

Juist in zo’n kleine gemeenschap konden kerkelijke conflicten grote gevolgen hebben. Volgens Bevaart ontstonden de eerste spanningen niet alleen door theologische meningsverschillen, maar ook door lokale kwesties. Een belangrijke rol speelde bijvoorbeeld het onderwijs. In veel protestantse kringen was de oprichting van christelijke scholen een belangrijk ideaal. In Hijlaard werd met gezamenlijke inspanning een christelijke school opgericht, waarvoor dorpsbewoners financieel moesten bijdragen. Toen later plannen ontstonden om daarnaast een openbare school te openen, leidde dat tot verdeeldheid. Sommige inwoners wilden niet opnieuw belasting betalen voor een school. Deze discussie verdeelde het dorp in verschillende kampen en verscherpte ook de kerkelijke tegenstellingen.

Een belangrijke rol in het conflict werd gespeeld door de predikant Johannes Cornelis Sikkel. Hij vertegenwoordigde een streng gereformeerde richting binnen de hervormde kerk en vond dat de kerk moest terugkeren naar een duidelijke en orthodoxe belijdenis. Samen met een groep gelijkgezinde gemeenteleden verzette hij zich tegen het bestaande kerkbestuur. Toen pogingen om veranderingen binnen de kerk door te voeren mislukten, sloot deze groep zich aan bij de Doleantiebeweging.

Ds. J.C. Sikkel (1855-1920), die op 17 januari 1887 met zijn gemeente te Hijlaard in Doleantie ging.

De breuk…

Op 17 januari 1887 kwam het tot een formele breuk. De groep rond Sikkel verklaarde dat zij zich niet langer onderwierp aan het bestuur van de Nederlandse Hervormde Kerk. Daarmee ontstond een nieuwe gemeente die zich later, in 1892, zou aansluiten bij De Gereformeerde Kerken in Nederland, ontstaan door het samengaan van de kerken uit Afscheiding en Doleantie. De scheiding verliep echter niet zonder strijd. Beide groepen, hervormden en Dolerenden, maakten aanspraak op het kerkgebouw, op de predikant en op het recht om zich de voortzetting van de plaatselijke gemeente te noemen. Dit leidde tot organisatorische en soms ook juridische conflicten.

Wat de situatie in Hijlaard bijzonder maakte, waren de sociale en economische gevolgen van deze kerkelijke strijd. Veel huizen en boerderijen in het dorp waren namelijk eigendom van de hervormde kerk of van hervormde kerkelijke fondsen. Bewoners die zich aansloten bij de Dolerende kerk kwamen daardoor in een kwetsbare positie terecht. Hervormde beheerders konden hen uit hun woningen zetten wanneer zij niet langer tot de hervormde gemeente behoorden. De sfeer in het dorp was, kortom, prima te snijden.

‘Het halve dorp moest verhuizen’…

Dit leidde tot dramatische situaties. Een aanzienlijk aantal gezinnen werd gedwongen het dorp te verlaten. Sommigen verhuisden naar naburige dorpen, anderen zochten werk en onderdak elders in Friesland of zelfs in andere delen van Nederland. Families werden uit elkaar gerukt en het sociale netwerk van het dorp werd ernstig verstoord. Het conflict bleef daardoor niet beperkt tot een religieuze kwestie, maar kreeg ook een duidelijke sociale en economische dimensie.

De Dolerende kerk te Hijlaard.

Ondanks deze moeilijke omstandigheden besloten de dolerenden een eigen kerkgebouw te bouwen aan de Van Aylvaleane. Met hulp van lokale ambachtslieden en door gezamenlijke inspanning slaagden zij erin relatief snel een nieuwe kerk te realiseren. Deze kerk werd niet ver van de oude dorpskerk gebouwd. Daardoor stonden in het kleine dorp plotseling twee kerken dicht bij elkaar – een zichtbaar symbool van de verdeeldheid die de gemeenschap had getroffen.

In de jaren daarna bleef het dorp lange tijd verdeeld. Kerkelijke grenzen vielen vaak samen met sociale netwerken. Mensen deden bij voorkeur zaken met geloofsgenoten en ook bij huwelijken speelde de kerkelijke achtergrond een rol. Hoewel openlijke vijandigheid meestal werd vermeden, bleef de scheiding in het dagelijks leven merkbaar.

De gedenksteen van 1888, aangebracht boven de hoofdingang in de voorgevel van de gereformeerde kerk.

Uiteindelijk weer hereniging…

Pas in de loop van de twintigste eeuw begonnen de tegenstellingen langzaam te verminderen. Landelijk groeide de bereidheid tot samenwerking tussen de twee protestantse kerken. De scherpe scheidslijnen tussen hervormden en gereformeerden vervaagden geleidelijk. Uiteindelijk leidde deze ontwikkeling tot de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland in 2004 (PKN).

Ook in Hijlaard had deze verandering gevolgen. De ooit zo scherpe tegenstellingen verloren hun betekenis en de verschillende kerkelijke gemeenschappen vonden langzaam weer toenadering tot elkaar. Daarmee kwam, meer dan een eeuw na de Doleantie, een einde aan een conflict dat ooit het hele dorp had verdeeld en zelfs een deel van de bevolking had gedwongen om te vertrekken.

Zo zag het interieur van de gereformeerde kerk te Hijlaard er uit (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Het boek.

De schrijver levert een grote prestatie door de publicatie van dit boek dat een diepgravende analyse geeft van de gebeurtenissen in Hijlaard. Illustraties en ‘de cijfers’ vormen een verhelderend onderdeel van de studie. De persoonsfoto’s zijn over het algemeen redelijk van kwaliteit, de afdrukken van handschriften en van berichten uit kranten vereisen soms een vergrootglas. Een notenapparaat geeft aan waarop de gegevens in het boek gebaseerd zijn. Jammer is dat geen register in het boek is opgenomen. Maar het boek is van harte aanbevolen!

  • Kees Bevaart, Het halve dorp moest verhuizen. De Doleantie in Hijlaard. Uitgave van Noordbroek, opgenomen als FA nummer 1149 in de serie Fryske Histoaryske Rige en Rige stêds-, doarps- en streekskiednissen van de Fryske Akademie. Gorredijk, december 2025, 346 pp., geïllustreerd (enkele kleurenillustraties in het midden van het boek). ISBN 978 94 6471 410 4. Prijs € 29,90.

Translation into English:

“Half the Village Had to Move”.

The Doleantie in Hijlaard.

Recently an interesting study appeared about the Doleantie in the Frisian village of Hijlaard. Under the leadership of the ‘hervormde’ minister Rev. J.C. Sikkel (1855–1920), the Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) was founded there on 17 January 1887, considering itself the lawful continuation of the ‘Hervormde’  Church. Kees Bevaart wrote an in-depth study about this event.

What was going on.

In the years 1886 and 1887 an important ecclesiastical schism took place in the Netherlands that became known as the Doleantie. This movement, closely connected with the ideas of the theologian, journalist, and politician Dr. Abraham Kuyper (1837–1920), led in many places to a break with the ‘Hervormde’ Church and to the establishment of new ‘gereformeerde’ congregations. In the Frisian village of Hijlaard (today Hilaard), this development had particularly far-reaching consequences. Historian Kees Bevaart describes how a nationwide ecclesiastical struggle in this small village resulted in a conflict that deeply disrupted social and economic life. In Hijlaard the schism even led to a large part of the inhabitants being forced to move away.

To understand how this could happen, it is important to know the broader context of the nineteenth century. Within the ‘Hervormde’ Church, dissatisfaction among orthodox believers was growing at that time. They were concerned about the increasing influence of liberal theology and believed that the church was governed too much from a central organization, the General Synod. In their view, local congregations had too little say in their own church life. Many orthodox believers therefore longed for a return to classical ‘gereformeerde’ doctrine and for greater independence for local congregations. For that reason they wanted to abolish the “General Regulation for the Governance of the ‘Hervormde’ Church” (imposed on the church by the king in 1816) and “once again grant force and validity” to the historic ‘gereformeerde’ Church Order of Dordrecht.

These tensions eventually erupted in the Doleantie. The movement was carried by ministers and church members who initially tried to reform the ‘Hervormde’ Church from within. When it became clear that this was hardly possible, many decided in practice to break away from the church administration. They did not see themselves as forming a new church, but as the true continuation of the original ‘hervormde’ congregation.

A small, close-knit rural community…

In Hijlaard this conflict unfolded within a small and tightly knit rural community. The village consisted of several hundred inhabitants and was located on a terp (a man-made dwelling mound) in the Frisian landscape. Daily life was strongly determined by agriculture and livestock farming. Families had often lived in the village for generations, and social ties were close. The church formed the center of village life: almost everyone belonged to the ‘hervormde’ congregation, and many social contacts took place through church activities.

Precisely in such a small community, church conflicts could have major consequences. According to Bevaart, the first tensions arose not only from theological disagreements but also from local issues. An important role, for example, was played by education. In many Protestant circles the establishment of Christian schools was an important ideal. In Hijlaard a Christian school was founded through joint effort, for which villagers had to contribute financially. When later plans arose to open a public school as well, this led to division. Some inhabitants did not want to pay taxes again for another school. This discussion divided the village into different camps and also sharpened the ecclesiastical tensions.

An important role in the conflict was played by the minister Johannes Cornelis Sikkel. He represented a strict ‘gereformeerde’ direction within the ‘Hervormde’ Church and believed the church had to return to a clear and orthodox confession. Together with a group of like-minded church members he opposed the existing church administration. When attempts to bring about changes within the church failed, this group joined the Doleantie movement.

The break…

On 17 January 1887 a formal break occurred. The group around Sikkel declared that they would no longer submit to the authority of the ‘Hervormde’ Church. In this way a new congregation arose that later, in 1892, would join the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands. The separation, however, did not proceed without struggle. Both groups laid claim to the church building, to the minister, and to the right to call themselves the continuation of the local congregation. This led to organizational and sometimes also legal conflicts.

What made the situation in Hijlaard particularly remarkable were the social and economic consequences of this church struggle. Many houses and farms in the village were owned by the ‘Hervormde’ Church or by ‘hervormde’ church funds. Residents who joined the Dolerende church therefore found themselves in a vulnerable position. ‘Hervormde’ administrators could evict them from their homes when they no longer belonged to the ‘hervormde’ congregation.

“Half the village had to move”…

This led to dramatic situations. A considerable number of families were forced to leave the village. Some moved to neighboring villages, while others sought work and shelter elsewhere in Friesland or even in other parts of the Netherlands. Families were torn apart and the social network of the village was seriously disrupted. The conflict therefore did not remain limited to a religious issue but also acquired a clear social and economic dimension.

Despite these difficult circumstances, the dolerenden decided to build their own church building on the Van Aylvaleane. With the help of local craftsmen and through collective effort they succeeded in constructing a new church relatively quickly. This church was built not far from the old village church. As a result, the small village suddenly had two churches standing close to one another — a visible symbol of the division that had struck the community.

In the years that followed, the village remained divided for a long time. Ecclesiastical boundaries often coincided with social networks. People preferred to do business with fellow believers, and church background also played a role in marriages. Although open hostility was usually avoided, the separation remained noticeable in everyday life.

Eventually reunited again…

Only in the course of the twentieth century did the tensions slowly begin to diminish. Nationally, the willingness to cooperate between the two Protestant churches grew. The sharp dividing lines between ‘Hervormd’ and ‘Gereformeerd’ gradually faded. Ultimately this development led to the formation of the Protestant Church in the Netherlands (PKN) in 2004.

This change also had consequences in Hijlaard. The once sharp contrasts lost their meaning, and the different church communities slowly began to draw closer to one another again. Thus, more than a century after the Doleantie, an end came to a conflict that had once divided the entire village and had even forced part of its population to leave.

The book.

The author achieves an impressive accomplishment with the publication of this book, which provides a thorough analysis of the events in Hijlaard. Illustrations and “the figures” form an integral part of the study. The personal photographs are generally of reasonable quality; the reproductions of handwritten texts and newspaper reports sometimes require a magnifying glass. A system of notes indicates the sources on which the information in the book is based. It is unfortunate that no index has been included in the book. Nevertheless, the book is warmly recommended.

* Kees Bevaart, Half the Village Had to Move: The Doleantie in Hijlaard. Published by Noordbroek, included as FA number 1149 in the series Fryske Histoaryske Rige and the series of city-, village-, and regional histories of the Fryske Akademie. Gorredijk, December 2025, 346 pp., illustrated. ISBN 978 94 6471 410 4. Price €29.90.