De Gereformeerde Kerk te Dronten en ‘De Ark’

De pioniersjaren van de Gereformeerde Kerk te Dronten.

De ontstaansgeschiedenis van De Gereformeerde Kerk te Dronten hangt nauw samen met de ontwikkeling van Oostelijk Flevoland.

Kaart: Google.

Na de inpoldering van de Wieringermeer en de Noordoostpolder was Oostelijk Flevoland aan de beurt. Terwijl dat nieuwe land nog volop werd ingericht en Dronten nog nauwelijks de vorm van een dorp had aangenomen, werd op 18 oktober 1961 al een gereformeerde kerkelijke gemeente geïnstitueerd.

In die beginperiode strekte haar werkgebied zich uit over heel Oostelijk Flevoland.

Ds. W.H. Melles (1928-2016)..

De officiële instituering van De Gereformeerde Kerk te Dronten vond plaats tijdens een kerkdienst die werd geleid door ds. W.H. Melles (1928-2016) uit Kampen en ds. A. Dercksen (1897-1963) uit Harderwijk. De verkondiging was gebaseerd op Openbaring 1:12-16. Tijdens dezelfde bijeenkomst werden de eerste ambtsdragers bevestigd: C. de Wolf, W.H. Schraal en L. Schenk, waarmee de instituering een feit was. Door de snelle toestroom van nieuwe bewoners en gemeenteleden moest de kerkenraad al in augustus 1962 worden uitgebreid, gevolgd door een tweede uitbreiding in 1963.

Ds. A. Dercksen (1897-1963).

De eerste vergadering van de kerkenraad werd niet in de polder gehouden, maar in Hotel Van Geijtenbeek in Zwolle. Daar vergaderden ook de Deputaten voor het IJsselmeergebied, die door de Generale Synode waren aangewezen om de opbouw van het kerkelijk leven in de nieuwe polders te begeleiden. Met deze Deputaten werd uiteraard intensief overleg gevoerd.

Op 18 februari 1962 kreeg de jonge gemeente haar eerste predikant. Toen werd ds. B.J. Aalbers (1929-2020) namelijk in zijn ambt bevestigd. Op dat moment telde de kerk bijna honderd leden. De groei verliep overigens bijzonder snel: begin januari 1965 was het ledental al opgelopen tot ongeveer 890!

Ds. B.J. Aalbers (1929-2020) in 1963 op de drassige polderbodem (foto: ‘Friesch Dagblad’, uit ‘Het water week’).

De eerste kerkdiensten.

De kerkzaal in Kamp Dronten (foto: ‘Stichting Historisch Dronten’).

Vanaf 6 mei 1962 werden de eerste gereformeerde kerkdiensten gehouden in het kerkzaaltje van Kamp Dronten (het werknemerswoonoord). Dat viel samen met de periode waarin de eerste bewoners hun woningen aan de Lijzijde in Dronten betrokken.

Het houten gebouwtje van Kamp Dronten bood al snel onvoldoende plaats aan de groeiende gemeente. Daarom verhuisden de kerkdiensten naar de aula van de christelijke school Het Kompas. Ook daar bleek de beschikbare ruimte na korte tijd te klein.

De Christelijke Basisschool ‘Het Kompas’ (fxoto: ‘Historische Stichting Dronten’).

Ds. Aalbers kende uit een eerdere gemeente de houten noodkerken die door de befaamde gereformeerde Stichting Steun Kerkbouw (SSK) werden geplaatst. Op zijn initiatief werd in januari 1963 toestemming gegeven om ook in Dronten zo’n tijdelijk kerkgebouw neer te zetten. Daarbij werd afgesproken dat de hervormde gemeente eveneens van het gebouw gebruik mocht maken.

De kapel ‘De Olijftak’.

De noodkerk werd op 2 september 1963 officieel in gebruik genomen. Zij stond aan De Lijzijde, tegenover de Groenlandstraat. De plaatsing werd verzorgd door E. Schouwstra, die werkzaam was als bouwkundige bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders en daarnaast Deputaat was voor het IJsselmeergebied.

Het tijdelijke kerkgebouw kreeg de naam Olijftak, een verwijzing naar de olijftak uit het verhaal van Noach en de ark. Die naam bracht ds. Aalbers op het idee om het toekomstige definitieve kerkgebouw De Ark te noemen.

Toen de hervormde gemeente eind 1965 haar nieuwe kerk Open Hof in gebruik nam, konden ook de gereformeerden daar vanaf 23 november van dat jaar hun diensten houden. Opmerkelijk genoeg werd de ingebruiknemingsdienst geleid door ds. Aalbers, omdat de hervormde predikant, ds. Woldendorp, wegens ziekte afwezig was.

‘Open Hof’ (foto: Reliwiki, A. van Dijk).

Nadat Open Hof aan de Copernicuslaan beschikbaar was gekomen, werd de houten noodkerk Olijftak verplaatst naar Swifterbant, waar inmiddels aan een stenen kerk werd gebouwd.

Er was nog overwogen om in Dronten gezamenlijk met de hervormde gemeente één nieuw kerkgebouw te realiseren. Uiteindelijk ging dat plan niet door, omdat de gereformeerde bouwplannen en de daarvoor afgesloten overeenkomsten al te ver waren gevorderd.

Kerkelijke opbouw in Oostelijk Flevoland.

Door de voortdurende bevolkingsgroei nam ook de behoefte aan extra pastorale zorg toe.

Al in 1963 vond de kerkenraad dat een tweede predikant noodzakelijk was. Toch wilde men de Gereformeerde Kerk voorlopig als één gemeente voor heel Oostelijk Flevoland behouden. Wel werd gedacht aan twee wijkgemeenten, waarbij de tweede predikant in Biddinghuizen zou gaan wonen. Hoewel Biddinghuizen na Dronten de grootste woonkern was, vond de kerkenraad het nog te klein voor een zelfstandige gemeente. Bovendien meende men dat één gezamenlijke kerk sterker stond in het overleg met andere kerkgenootschappen.

Sinds het einde van jaren ’20 rapporteerden door de Generale Synode benoemde Deputaten over hun werkzaamheden ten gevolge van de (voorbereiding van de) inpoldering van de Zuiderzee, c.q. van het IJsselmeer. De namen van het Deputaatschap pasten zich aan aan de verschillende fasen waarover hun werkzaamheden zich uitstrekten.

De Deputaten voor de Geestelijke Arbeid in het IJsselmeergebied hadden een andere visie. Volgens hen moest Oostelijk Flevoland direct worden verdeeld in drie zelfstandige kerken: (1) Dronten-Roggebotsluis, (2) Biddinghuizen en (3) Swifterbant-Lelystad. Omdat de financiering van de jonge kerk grotendeels via de Deputaten liep, wilden zij hun financiële steun voor een tweede predikantsplaats verbinden aan deze reorganisatie.

De kerkenraad hield echter vast aan het eigen voorstel. Daardoor ontstond een langdurige impasse. Pas aan het einde van 1963 gingen de Deputaten alsnog akkoord met het plan van de kerkenraad. Ds. Aalbers sprak later over een vorm van “verdeel-en-heerspolitiek” om de eerdere houding van de Deputaten te typeren.

Ds. R. Molemaker (1933-2024).

Op 17 mei 1964 werd ds. R. Molemaker (1933-2024) bevestigd als tweede predikant. Zijn werkterrein omvatte Biddinghuizen, Lelystad-Haven en de recreatiegebieden langs het Veluwemeer. Door de snelle groei van de recreatie ontstonden daar onder meer de Flevocamping en de Rivièracamping. Kerkelijk betrokken gemeenteleden plaatsten er houten barakken waarin tijdens de zomermaanden kerkdiensten en pastorale activiteiten voor campinggasten werden georganiseerd.

Een jaar later – in 1965 – bleek opnieuw uitbreiding van het predikantenteam noodzakelijk. Ook nu wilden de deputaten hun medewerking aan de financiering afhankelijk maken van hun visie op de kerkelijke organisatie. Ds. Aalbers reageerde hier fel op en sprak zelfs van “chantage op gereformeerde grondslag“. Die uitspraak viel bij de Deputaten niet in goede aarde.

De kerkenraad bleef desondanks bij zijn standpunt en gaf aan desnoods zonder financiële ondersteuning verder te willen gaan. Uiteindelijk stemden de Deputaten opnieuw in.

Op 26 september 1965 werd ds. C. van Noort (*1936) als derde predikant bevestigd. Daarna kreeg ds. Aalbers de verantwoordelijkheid voor Swifterbant en Lelystad, naast zijn algemene werkzaamheden voor de verdere opbouw van de kerk.

Hoewel de Gereformeerde Kerk officieel één gemeente bleef voor heel Oostelijk Flevoland, kreeg ieder dorp aanvankelijk wel een eigen wijkkerkenraad. Deze was verantwoordelijk voor de plaatselijke ontwikkeling van het kerkelijk leven en voor het overleg met andere kerken (later werden meerdere zelfstandige Gereformeerde Kerken geïnstitueerd: op 5 januari 1969 in Lelystad, op 1 oktober 1971 in Biddinghuizen/Swifterbant, op 15 april 1979 in Almere en op 16 januari 1983 in Zeewolde).

In 1971 werd door hervormden en gereformeerden in Lelystad de ‘Ontmoetingskerk’ gebouwd (foto: Reliwiki, H.J. Douwes).

Naast de wekelijkse erediensten werden regelmatig gemeenteavonden georganiseerd. Opvallend was dat er geen afzonderlijke gereformeerde mannen- en vrouwenverenigingen werden opgericht. Ds. Aalbers vond dat een plaatselijke Gereformeerde Vrouwenbond weinig bijdroeg aan de opbouw van de samenleving. Daarom moedigde hij vrouwen juist aan om lid te worden van de Nederlandse Christen-Vrouwenbond (NCVB), waarin vrouwen uit verschillende protestantse kerken samenwerkten. Begin 1964 telde de Drontense afdeling van de NCVB al veertig gereformeerde leden.

Om de gemeenteleden op de hoogte te houden van het kerkelijk leven verscheen vanaf mei 1962 het kerkblad Flevofoon.

Ontwerp en bouw van De Ark.

Door de voortdurende groei van de gemeente werd midden jaren zestig besloten een permanent kerkgebouw te bouwen aan De Oost.

De opdracht werd verleend aan architect David Zuiderhoek, die bekendstond om zijn moderne protestantse kerkarchitectuur. Zijn ontwerp voor De Ark sloot aan bij de vernieuwingsbeweging binnen de naoorlogse kerkbouw. Het gebouw kreeg een sobere, krachtige modernistische vormgeving met bakstenen gevels, eenvoudige geometrische vormen, een ruime kerkzaal, een vrijstaande hoge toren en een sterke nadruk op functionaliteit boven ornamentiek. De eerste paal ging op 31 mei 1965 de grond in.

De eerste paal voor ‘De Ark’ gaat de grond in (foto: ‘Het water week’).

Aanvankelijk was het de bedoeling dat gereformeerden en christelijk-gereformeerden gezamenlijk gebruik zouden maken van het gebouw. Het ontwerp voorzag daarom in afzonderlijke ruimten waarin beide gemeenten gelijktijdig kerkdiensten konden houden.

Nog vóór de ingebruikneming kwam aan deze samenwerking echter een einde. Op 24 september 1966 verbrak de Christelijke Gereformeerde Kerk de samenwerking. Als redenen werden onder meer genoemd de voortgaande samenwerking van de Gereformeerde Kerk met de hervormde gemeente, bezwaren tegen de nieuwe psalmberijming en tegen de vernieuwde liturgie met gezongen geloofsbelijdenis.

‘De Ark’ in aanbouw (foto: ‘Stichting Historisch Dronten’).

De bouw van de nieuwe kerk vond plaats tussen 1965 en 1967. De Ark werd reeds op 11 maart 1967 als gereformeerde kerk in gebruik genomen.

De markante vrijstaande toren groeide uit tot een herkenningspunt in de jonge gemeente Dronten en kreeg later de status van gemeentelijk monument.

Kerkelijk centrum van de gereformeerde gemeenschap.

Een oude ansicht van de protestantse (toen gereformeerde) kerk ‘De Ark’ in Dronten

In de noodkerk Olijftak werd de gemeentezang begeleid door een eenvoudig eenklaviers pijporgel. Dit instrument verhuisde mee naar De Ark en bleef daar in gebruik totdat in 1972 een nieuw hoofdorgel werd geplaatst, gebouwd door D.A. Flentrop uit Zaandam. In 1998 werd het orgel door Flentrop Orgelbouw gereinigd en opnieuw geïntoneerd.

Gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw vormde De Ark het centrum van het gereformeerde leven in Dronten. Naast de zondagse erediensten vonden hier catechisaties, jeugdwerk, verenigingsactiviteiten, kerkelijke vergaderingen en regionale bijeenkomsten plaats. Daarmee vervulde De Ark niet alleen een religieuze maar ook een belangrijke sociale functie binnen de jonge poldergemeenschap.

Van 1969 tot 1973 maakte ook de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt gebruik van een zaal in De Ark voor haar kerkdiensten.

Naar de Protestantse Gemeente Dronten.

Vanaf de jaren negentig veranderde het kerkelijk landschap ingrijpend. Ontkerkelijking en vergrijzing namen toe, terwijl de landelijke samenwerking tussen de Nederlandse Hervormde Kerk en De Gereformeerde Kerken in Nederland steeds intensiever werd.

Deze ontwikkeling leidde landelijk in 2004 tot de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Ook in Dronten gingen de voormalige Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk samen verder als de Protestantse Gemeente Dronten, met twee kerkgebouwen: De Ark en Open Hof.

Het eerste orgeltje uit de Kapel De Olijftak (foto: ‘Het water week’).

Vernieuwing van De Ark.

Rond 2003 werd een deel van de oudere bijgebouwen van De Ark gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Hierdoor ontstond een moderner en multifunctioneel kerkelijk centrum dat beter aansloot bij de veranderende behoeften van de gemeente.

De Ark als centrale protestantse kerk.

‘De Ark’ te  Dronten.

In 2019 stond de Protestantse Gemeente Dronten voor de keuze welk kerkgebouw toekomstbestendig zou zijn. Na een uitgebreid onderzoek naar onderhoud, exploitatiekosten, bereikbaarheid, gebruiksmogelijkheden en toekomstwaarde besloot de kerkenraad  ‘De Ark’ aan te wijzen als centraal kerkgebouw.

Voorafgaand aan de concentratie van alle kerkelijke activiteiten werd De Ark aangepast aan haar nieuwe functie. In het weekend van 25 en 26 juni 2022 werd afscheid genomen van Open Hof als reguliere protestantse kerk. Vanaf dat moment vonden de erediensten en vrijwel alle kerkelijke activiteiten plaats in De Ark.

Daarmee begon een nieuwe fase in de geschiedenis van het gebouw. Waar De Ark oorspronkelijk was gebouwd voor de Gereformeerde Kerk van Dronten, werd zij nu het gezamenlijke huis van de gehele protestantse gemeenschap.

De Ark in de eenentwintigste eeuw.

Het orgel in ‘De Ark’, gefotografeerd door Michiel van ’t Einde (foto: Orgelsite).

In 2024 werd De Ark ontwikkeld tot een open kerk die zeven dagen per week toegankelijk is. Bezoekers kunnen er terecht voor erediensten, stilte en bezinning, pastorale gesprekken, ontmoeting, maatschappelijke activiteiten, het aansteken van een kaars en laagdrempelig contact met vrijwilligers.

Hiermee sluit De Ark aan bij een bredere ontwikkeling binnen de Nederlandse protestantse kerken, waarin kerkgebouwen steeds meer functioneren als open ontmoetingscentra voor de samenleving.

Architectonische betekenis.

Architectuurhistorisch vormt De Ark een karakteristiek voorbeeld van de modernistische wederopbouwarchitectuur uit de jaren zestig. Het gebouw weerspiegelt de functionele benadering van de protestantse kerkbouw, de vernieuwde liturgische inzichten van die periode en de optimistische pioniersgeest waarmee Oostelijk Flevoland werd opgebouwd.

Een van de ramen van ‘De Ark’ (foto: Reliwiki, A. van Dijk).

De vrijstaande toren is nog altijd een markant element in het stadsbeeld van Dronten en herinnert aan de periode waarin de nieuwe poldergemeenschappen hun eigen identiteit ontwikkelden.

Slot.

De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Dronten en van De Ark weerspiegelt de ontwikkeling van Dronten zelf. Vanaf de instituering van de gemeente in 1961, via de snelle groei van het kerkelijk leven, de bouw van een eigen kerkgebouw en de latere vorming van de Protestantse Gemeente Dronten, bleef De Ark het hart van het protestantse leven in de jonge polder.

Het tegenwoordige interieur van De Ark (foto: Protestantse Gemeente Dronten).

Wat begon als een kerk voor een snel groeiende gereformeerde pioniersgemeenschap is uitgegroeid tot het gezamenlijke kerkelijk en maatschappelijk centrum van protestants Dronten, waarin de geschiedenis van kerk en polder nog altijd zichtbaar samenkomen.

Ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Dronten.

De ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Dronten van 1964 tot en met 2004 (bron: Jaarboeken GKN).

Bronnen onder meer:

B.J. Aalbers, Het water week. En de Olijf werd groen. Over de beginjaren van het kerkelijk leven in Dronten en Oostelijk Flevoland. Dronten/Leusden, 1987

Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

Jaarboek (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

L. van Oudheusden, Van Zee tot Kerk. Geschiedenis van een  nieuwe kerk in een nieuw land. Dronten, 1977

J.T.W.H. van Woensel, Kerkopbouw en kerkbouw in de IJsselmeerpolders. Lelystad, 1996

© 2026. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

The ‘Gereformeerde’ Church of Dronten and The Ark.

The Pioneer Years of the ‘Gereformeerde’ Church in Dronten.

The origins of the ‘Gereformeerde’ Church of Dronten are closely intertwined with the development of Eastern Flevoland.

Following the reclamation of the Wieringermeer and the Noordoostpolder (Northeast Polder), the next major land reclamation project was Eastern Flevoland. While this new land was still being developed and Dronten had scarcely taken shape as a village, a ‘gereformeerde’ congregation was officially instituted on 18 October 1961.

During this pioneering period, its area of ministry encompassed the whole of Eastern Flevoland.

The official institution of the ‘Gereformeerde’ Church of Dronten took place during a worship service led by Rev. W.H. Melles (1928–2016) of Kampen and Rev. A. Dercksen (1897–1963) of Harderwijk. The sermon was based on Revelation 1:12–16. During the same service, the first office-bearers—C. de Wolf, W.H. Schraal, and L. Schenk—were ordained, thereby formally establishing the congregation. Owing to the rapid influx of new residents and church members, the church council had to be expanded as early as August 1962, followed by a second expansion in 1963.

The first meeting of the church council was not held in the polder itself, but at Hotel Van Geijtenbeek in Zwolle. The Deputies for the IJsselmeer Area, appointed by the General Synod to supervise the development of church life in the new polders, also held their meetings there. Naturally, close consultation took place with these Deputies.

On 18 February 1962, the young congregation received its first minister when Rev. B.J. Aalbers (1929–2020) was installed. At that time, the church had nearly one hundred members. Growth proved exceptionally rapid: by the beginning of January 1965, membership had risen to approximately 890.

The First Church Services.

From 6 May 1962 onwards, the first ‘gereformeerde’ worship services were held in the small chapel of Camp Dronten, the residential camp for construction workers. This coincided with the period during which the first residents moved into their homes on Lijzijde in Dronten.

The wooden building at Camp Dronten soon proved too small for the growing congregation. Consequently, the worship services were moved to the assembly hall of the Christian school Het Kompas. Before long, this accommodation also became inadequate.

From an earlier congregation, Rev. Aalbers was familiar with the wooden temporary churches erected by the renowned ‘Gereformeerde’ Church Building Support Foundation (Stichting Steun Kerkbouw, SSK). At his initiative, permission was granted in January 1963 to erect such a temporary church building in Dronten as well. It was agreed that the ‘Hervormde’ congregation would also be able to use the building.

The temporary church was officially brought into use on 2 September 1963. It stood on De Lijzijde, opposite Groenlandstraat. Its construction and placement were supervised by E. Schouwstra, who worked as a civil engineer for the IJsselmeer Polders Development Authority (Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders) and also served as a Deputy for the IJsselmeer Area.

The temporary church was given the name Olijftak (Olive Branch), a reference to the olive branch in the story of Noah and the Ark. This name inspired Rev. Aalbers to call the future permanent church building The Ark.

When the ‘Hervormde’ congregation dedicated its new church, Open Hof, at the end of 1965, the ‘gereformeerde’ congregation was also able to hold its worship services there from 23 November of that year onwards. Remarkably, the dedication service was conducted by Rev. Aalbers because the ‘Hervormde’ minister, Rev. Woldendorp, was absent due to illness.

After Open Hof on Copernicuslaan became available, the wooden temporary church Olijftak was moved to Swifterbant, where a permanent stone church was already under construction.

At one stage, consideration was given to constructing a single new church building in Dronten for joint use by both the ‘Gereformeerde’ and ‘Hervormde’ congregations. Ultimately, this plan was abandoned because the ‘gereformeerde’ Church’s own building plans and the contracts connected with them had already progressed too far.

Ecclesiastical Development in Eastern Flevoland.

As the population continued to grow, so too did the need for additional pastoral care.

As early as 1963, the church council concluded that a second minister was necessary. Nevertheless, it wished to retain the ‘Gereformeerde’ Church as a single congregation serving the whole of Eastern Flevoland for the time being. The idea was to establish two district congregations, with the second minister residing in Biddinghuizen. Although Biddinghuizen was the second-largest settlement after Dronten, the church council considered it still too small to become an independent congregation. Furthermore, it believed that a single united church would have a stronger position in consultations with other denominations.

The Deputies for Spiritual Work in the IJsselmeer Area held a different view. In their opinion, Eastern Flevoland should immediately be divided into three independent churches: (1) Dronten–Roggebotsluis, (2) Biddinghuizen, and (3) Swifterbant–Lelystad. Because the funding of the young church was provided largely through the Deputies, they wished to make their financial support for a second ministerial post conditional upon this reorganisation.

The church council, however, stood firmly by its own proposal. As a result, a lengthy deadlock developed. It was not until the end of 1963 that the Deputies finally agreed to the church council’s plan. Rev. Aalbers later described the Deputies’ earlier position as a form of “divide-and-rule politics.”

On 17 May 1964, Rev. R. Molemaker (1933-2024) was installed as the second minister. His field of ministry included Biddinghuizen, Lelystad-Haven, and the recreational areas along Lake Veluwe (Veluwemeer). As recreation in the area expanded rapidly, campsites such as Flevocamping and Rivièracamping were established. Church members actively involved in ministry erected wooden barracks at these campsites, where worship services and pastoral activities for holidaymakers were organised during the summer months.

A year later—in 1965—it again became evident that the ministerial team needed to be expanded. Once more, the Deputies sought to make their financial support dependent upon their preferred model of church organisation. Rev. Aalbers reacted strongly, even describing the proposal as “blackmail on a ‘gereformeerde’ basis.” This remark was not well received by the Deputies.

Nevertheless, the church council maintained its position and indicated that it was prepared to continue even without financial assistance if necessary. In the end, the Deputies once again gave their approval.

On 26 September 1965, Rev. C. van Noort (born 1936) was installed as the third minister. Thereafter, Rev. Aalbers assumed responsibility for Swifterbant and Lelystad, in addition to his broader work in the continued development of the church.

Although the ‘Gereformeerde’ Church officially remained a single congregation serving the whole of Eastern Flevoland, each village was initially given its own district church council. These local councils were responsible for the development of church life within their communities and for consultations with other churches. In later years, several independent ‘Gereformeerde’ Churches were established: Lelystad on 5 January 1969, Biddinghuizen/Swifterbant on 1 October 1971, Almere on 15 April 1979, and Zeewolde on 16 January 1983.

In addition to the weekly worship services, regular congregational evenings were organised. Notably, no separate ‘gereformeerde’ men’s or women’s societies were established. Rev. Aalbers believed that a local ‘gereformeerde’ Women’s Association contributed little to the development of society as a whole. Instead, he encouraged women to become members of the Dutch Christian Women’s Association (NCVB), in which women from various Protestant denominations worked together. By the beginning of 1964, the Dronten branch of the NCVB already counted forty ‘gereformeerde’ members.

To keep members informed about congregational life, the church magazine Flevofoon began publication in May 1962.

Design and Construction of The Ark.

As the congregation continued to grow, it was decided in the mid-1960s to construct a permanent church building on De Oost.

The commission was awarded to architect David Zuiderhoek, who was well known for his modern Protestant church architecture. His design for The Ark reflected the renewal movement in post-war church architecture. The building was given a restrained yet powerful modernist appearance, characterised by brick façades, simple geometric forms, a spacious sanctuary, a tall freestanding bell tower, and a strong emphasis on functionality rather than ornamentation. The first foundation pile was driven into the ground on 31 May 1965.

Originally, it was intended that the ‘Gereformeerde’ Church and the Christian Reformed Church would share the building. The design therefore included separate spaces in which both congregations could hold worship services simultaneously.

Before the building was even brought into use, however, this cooperation came to an end. On 24 September 1966, the Christian Reformed Church withdrew from the partnership. Among the reasons cited were the ‘Gereformeerde’ Church’s continuing cooperation with the ‘Hervormde’ Church, objections to the new metrical version of the Psalms, and opposition to the revised liturgy, including the sung confession of faith.

Construction of the new church took place between 1965 and 1967. The Ark was officially dedicated for use as a ‘gereformeerde’ church on 11 March 1967.

Its distinctive freestanding tower became a prominent landmark in the young community of Dronten and was later designated a municipal monument.

The Ark as the Centre of the ‘Gereformeerde’ Community.

In the temporary church Olijftak (Olive Branch), congregational singing was accompanied by a simple single-manual pipe organ. This instrument was moved to The Ark, where it remained in use until 1972, when a new main organ, built by D.A. Flentrop of Zaandam, was installed. In 1998, the organ was cleaned and re-voiced by Flentrop Orgelbouw.

Throughout the second half of the twentieth century, The Ark served as the centre of ‘gereformeerd’ church life in Dronten. In addition to Sunday worship services, the building hosted catechism classes, youth work, society meetings, church council meetings, and regional gatherings. As such, The Ark fulfilled not only a religious role but also an important social function within the young polder community.

From 1969 to 1973, the ‘Gereformeerde’ Churches (Liberated) (Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt) also used a hall in The Ark for their worship services.

Towards the Protestant Congregation of Dronten.

From the 1990s onwards, the ecclesiastical landscape changed profoundly. Secularisation increased, church membership continued to decline, and the population of church members grew older. At the same time, nationwide cooperation between the ‘Hervormde’ Church and the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (De Gereformeerde Kerken in Nederland) became increasingly close.

This development culminated nationally in 2004 with the formation of the Protestant Church in the Netherlands (PKN). In Dronten, the former ‘Hervormde’ Congregation and the ‘Gereformeerde’ Church likewise united to form the Protestant Congregation of Dronten, with two church buildings: The Ark and Open Hof.

Renovation of The Ark.

Around 2003, part of the older annexes of The Ark was demolished and replaced with new construction. This resulted in a more modern and multifunctional church centre, better suited to the changing needs of the congregation.

The Ark as the Central Protestant Church.

In 2019, the Protestant Congregation of Dronten faced the question of which of its church buildings would be the most sustainable and suitable for the future. Following an extensive assessment of maintenance requirements, operating costs, accessibility, usability, and long-term value, the church council decided to designate The Ark as the congregation’s central church building.

Before all church activities were brought together under one roof, The Ark was adapted to fulfil its new role. During the weekend of 25–26 June 2022, the congregation bid farewell to Open Hof as its regular Protestant church. From that point onwards, worship services and virtually all other church activities took place in The Ark.

This marked the beginning of a new chapter in the building’s history. Originally constructed for the ‘Gereformeerde’ Church of Dronten, The Ark had now become the shared home of the entire Protestant community.

The Ark in the Twenty-First Century.

In 2024, The Ark was further developed as an open church, accessible seven days a week. Visitors are welcome to attend worship services, find peace and quiet for reflection, engage in pastoral conversations, meet others, participate in community activities, light a candle, or simply make informal contact with volunteers.

In this respect, The Ark reflects a broader development within Dutch Protestantism, in which church buildings increasingly function as open centres of community life, serving society as well as the church.

Architectural Significance.

From an architectural-historical perspective, The Ark is a characteristic example of the modernist reconstruction architecture of the 1960s. The building reflects the functional approach to Protestant church architecture, the renewed liturgical insights of that period, and the optimistic pioneering spirit with which Eastern Flevoland was developed.

Its freestanding tower remains a prominent feature of Dronten’s townscape and serves as a lasting reminder of the period in which the new polder communities were establishing their own identity.

Conclusion.

The history of the ‘Gereformeerde’ Church of Dronten and The Ark mirrors the development of Dronten itself. From the establishment of the congregation in 1961, through the rapid growth of church life, the construction of its own church building, and the later formation of the Protestant Congregation of Dronten, The Ark has remained the heart of Protestant life in the young polder.

What began as a church for a rapidly growing community of ‘gereformeerde’ pioneers has developed into the shared ecclesiastical and social centre of Protestant Dronten—a place where the history of the church and the history of the reclaimed polder continue to come together in a visible and meaningful w