De invloed van dr. Abraham Kuyper (1837-1920) op de geschiedenis van Nederland en op de ontwikkeling van De Gereformeerde Kerken in Nederland is moeilijk te overschatten.

Weinigen hebben zo’n blijvende stempel gedrukt op kerk, politiek, onderwijs, journalistiek en cultuur als hij. Om zijn betekenis goed te begrijpen, is het belangrijk niet alleen te kijken naar wat hij heeft gedaan, maar ook naar de tijd waarin hij leefde.
Toen Kuyper in 1837 werd geboren, verkeerde Nederland in een periode van ingrijpende veranderingen. De Franse tijd lag nog vers in het geheugen, de industrialisatie kwam langzaam op gang en binnen de Nederlandse Hervormde Kerk groeide de onvrede. Veel orthodoxe protestanten vonden dat de kerk steeds vrijzinniger werd en de gereformeerde belijdenis onvoldoende trouw bleef. Al drie jaar vóór Kuypers geboorte had de Afscheiding van 1834 onder leiding van ds. H. de Cock (1801-1842) plaatsgevonden, waarbij groepen orthodoxe gelovigen zich losmaakten van de Hervormde Kerk. Hierdoor raakte de protestantse wereld in Nederland diep verdeeld.

Kuyper groeide op in een hervormd predikantsgezin en genoot een uitstekende opleiding. Aanvankelijk voelde hij zich aangetrokken tot de moderne theologie van zijn tijd. Tijdens zijn eerste jaren als predikant maakte hij echter een ingrijpende geestelijke ontwikkeling door. Door het contact met eenvoudige, orthodoxe gemeenteleden (te denken valt vooral aan zijn contacten met Pietje Baltus in zijn eerste predikantsplaats Beesd) kwam hij tot de overtuiging dat het klassieke calvinisme geen achterhaalde leer was, maar juist een krachtige en actuele wereldbeschouwing. Deze persoonlijke ommekeer vormde het begin van een beweging die uiteindelijk grote delen van de Nederlandse samenleving zou veranderen.
Wat Kuyper onderscheidde van veel andere predikanten was zijn overtuiging dat het christelijk geloof niet beperkt mocht blijven tot de kerk of het persoonlijke geloofsleven. Volgens hem moest het gereformeerde geloof zichtbaar zijn op ‘alle terreinen des levens’. God had immers gezag over heel de schepping, en daarom moesten christenen zich ook inzetten in de politiek, wetenschap, het onderwijs, de journalistiek en het maatschappelijke leven. Zijn bekendste uitspraak verwoordt die gedachte treffend: “Er is geen duimbreed op heel het terrein van ons menselijk leven waarvan Christus niet zegt: Mijn!” Deze visie werd later bekend als het neocalvinisme. Voor Kuyper was het calvinisme niet slechts een verzameling geloofswaarheden, maar een complete visie op mens, samenleving en geschiedenis. Daarmee gaf hij orthodoxe protestanten een nieuw intellectueel zelfvertrouwen.

In de tweede helft van de negentiende eeuw raakte Kuyper steeds meer betrokken bij de conflicten binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij verzette zich tegen het kerkbestuur, dat volgens hem te veel door de overheid werd beheerst en de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeenten had aangetast – vandaar de term ‘synodale hiërarchie’ (de regering had in 1816 de aloude gereformeerde ‘Dordtse Kerkorde‘ namelijk vervangen door het ‘Algemeen Reglement voor het Bestuur van de Hervormde kerk‘). Daarnaast vond hij dat de kerk onvoldoende weerstand bood tegen de opkomst van de vrijzinnige theologie. Dankzij zijn grote organisatorische talent en zijn journalistieke werk, onder andere via zijn politieke dagblad De Standaard en zijn kerkelijk weekblad De Heraut, groeide hij uit tot de leider van een steeds invloedrijkere orthodoxe beweging.
De spanningen liepen uiteindelijk uit op de Doleantie van 1886, die al in enkele kleinere plaatsen begonnen was, maar nu ook in Amsterdam plaatsvond. Het woord doleantie betekent letterlijk “klacht” of “treurigheid”. Kuyper en zijn medestanders verklaarden dat de officiële kerkelijke leiding haar gereformeerde karakter had verloren en maakten zich daarom los van de Hervormde kerkbestuur. Deze afscheiding had grote gevolgen. In tientallen gemeenten ontstonden conflicten over kerkgebouwen, eigendommen en bestuur, terwijl duizenden kerkleden, ook predikanten, Kuyper volgden.

Na de Doleantie bestonden er twee grote orthodox-gereformeerde stromingen: de kerken die waren voortgekomen uit de Afscheiding van 1834 en de kerken van de Doleantie. Ondanks onderlinge verschillen waren de overeenkomsten groot genoeg om samen verder te gaan. In 1892 verenigden zij zich tot De Gereformeerde Kerken in Nederland. Deze ‘Verengiing’ geldt als een van Kuypers belangrijkste prestaties. Hij gaf daarmee organisatorische vorm aan een kerkverband dat ruim een eeuw een centrale plaats zou innemen binnen het Nederlandse protestantisme. Toch bleef ook toen verdeeldheid bestaan. Een deel van de Afgescheidenen sloot zich niet aan en vormde later de Christelijke Gereformeerde Kerken.
Kuyper beperkte zich echter niet tot het kerkelijke leven. Hij was ervan overtuigd dat christenen ook hun eigen wetenschappelijke instellingen moesten hebben. Daarom richtte hij in 1880 de Vrije Universiteit Amsterdam op; hij behoorde toen nog toe de Hervormde Kerk. Het woord “vrij” verwees niet naar vrijheid van godsdienst, maar naar onafhankelijkheid van zowel de overheid als de kerkelijke hiërarchie. Volgens Kuyper bestaat er geen volledig neutrale wetenschap; iedere onderzoeker werkt vanuit bepaalde levensbeschouwelijke uitgangspunten. Daarom moest er ook ruimte zijn voor wetenschap die bewust uitging van gereformeerde overtuigingen. De Vrije Universiteit groeide uit tot een belangrijk intellectueel centrum en behoort nog altijd tot de belangrijkste universiteiten van Nederland.

Misschien nog belangrijker dan zijn kerkelijke werk was Kuypers rol bij de opbouw van de gereformeerde zuil. Veel orthodoxe protestanten voelden zich in de negentiende eeuw achtergesteld door de liberale elite. Kuyper organiseerde deze groep op vrijwel alle terreinen van de samenleving. Onder zijn leiding ontstonden eigen scholen, politieke organisaties, kranten, universiteiten, maatschappelijke verenigingen en vakorganisaties. Zo groeide een uitgebreid netwerk van instellingen waarin gereformeerden konden leven en werken zonder hun eigen identiteit te verliezen. Deze ontwikkeling werd later onderdeel van de bredere verzuiling die lange tijd kenmerkend was voor de Nederlandse samenleving.

Ook op politiek gebied was Kuyper een pionier. In 1879 richtte hij de Anti-Revolutionaire Partij op, de eerste moderne politieke partij van Nederland. De naam verwees naar zijn verzet tegen de uitgangspunten van de Franse Revolutie, waarin volgens hem de menselijke autonomie centraal stond in plaats van Gods gezag. De partij zette zich in voor christelijk onderwijs, godsdienstvrijheid, sociale verantwoordelijkheid en een overheid die wel haar taken vervulde, maar niet alle maatschappelijke terreinen beheerste. Daarmee legde Kuyper mede de basis voor de christendemocratische traditie in Nederland.

Tussen 1901 en 1905 was Kuyper minister-president van Nederland. Zijn kabinet voerde verschillende sociale hervormingen door om de positie van arbeiders te verbeteren. Daarmee liet hij zien dat orthodox christendom en sociale betrokkenheid goed samengingen. Tegelijkertijd trad hij streng op tegen stakingen en socialistische bewegingen, waardoor hij ook veel kritiek kreeg. Zijn premierschap maakte duidelijk dat orthodoxe protestanten niet langer aan de zijlijn stonden, maar actief deelnamen aan het bestuur van het land.
Een van Kuypers invloedrijkste ideeën was de leer van de soevereiniteit in eigen kring. Volgens deze gedachte heeft iedere maatschappelijke sfeer – zoals het gezin, de kerk, de school, de wetenschap, het bedrijfsleven en de overheid – een eigen verantwoordelijkheid en een eigen gezag. Geen enkele sfeer mag de andere overheersen. De overheid heeft belangrijke taken, maar mag niet alles bepalen, terwijl de kerk zich evenmin met het bestuur van de staat moet bemoeien. Dit principe heeft grote invloed gehad op de Nederlandse discussies over onderwijs, maatschappelijke organisaties en de verhouding tussen overheid en samenleving. Ook vandaag zijn de sporen van deze gedachte nog zichtbaar.

Kuypers invloed reikte bovendien ver buiten Nederland. Zijn lezingen aan Princeton University werden gepubliceerd als de beroemde Lectures on Calvinism en vonden vooral weerklank in de Verenigde Staten, Canada, Zuid-Afrika en Zuid-Korea. Tot op de dag van vandaag beroepen reformatorische en evangelicale denkers zich wereldwijd op zijn ideeën.
Hoewel Kuyper veel bewondering oogstte, is er ook kritiek op zijn optreden. Historici wijzen erop dat zijn sterke leiderschap soms autoritaire trekken had en dat hij weinig geduld kon opbrengen voor tegenstanders. Ook wordt hem verweten dat de verzuiling groepen juist verder uit elkaar dreef. Daarnaast worden zijn opvattingen over kolonialisme, ras en cultuur tegenwoordig kritisch beoordeeld. Uitspraken die in zijn eigen tijd gangbaar waren, worden nu als problematisch gezien. Bovendien bleef ook de gereformeerde beweging die hij hielp opbouwen niet gespaard voor nieuwe verdeeldheid, zoals later bleek bij de Vrijmaking van 1944.
Wanneer we de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken tussen 1834 en 2004 overzien, verschijnt Abraham Kuyper steeds opnieuw als een centrale figuur. Hij stond niet aan het begin van de Afscheiding van 1834, maar gaf wel richting aan de orthodox-gereformeerde beweging die daarop volgde. Hij speelde een beslissende rol bij de Doleantie van 1886, de ‘Vereniging’ van 1892, de ontwikkeling van een gereformeerde intellectuele cultuur en de politieke emancipatie van orthodoxe protestanten.

Zijn grootste nalatenschap ligt misschien wel in de overtuiging dat het christelijk geloof niet beperkt hoeft te blijven tot de kerkbanken. Volgens Kuyper moest het geloof zichtbaar worden in alle aspecten van het maatschappelijke leven. Die gedachte vormde meer dan een eeuw lang het hart van De Gereformeerde Kerken in Nederland en heeft de Nederlandse samenleving blijvend beïnvloed. Wie de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken wil begrijpen, kan daarom nauwelijks om Abraham Kuyper heen. Hij was niet alleen een belangrijke deelnemer aan die geschiedenis, maar in veel opzichten ook een van haar belangrijkste architecten.
Bronnen onder meer:
James D. Bratt, Abraham Kuyper: Modern Calvinist, Christian Democrat. Grand Rapids (Michigan), 2013.
Jeroen Koch, Abraham Kuyper. Een biografie. Amsterdam, 2006.
Abraham Kuyper, Lectures on Calvinism. Grand Rapids (Michigan), 1931 [Stone Lectures uit 1898].
Herman J. Selderhuis (red.), Handboek Nederlandse Kerkgeschiedenis. Kampen, 2006.
Auke van der Woud, Een nieuwe wereld. Het ontstaan van het moderne Nederland. Amsterdam: Bert Bakker, 2006.
2026. GereformeerdeKerken.info