De Gereformeerde Kerk te Strijen (3)

( < Naar deel 2 – Back to Part 2 ) –  Ook na de Watersnoodramp van 1953 bleef ds. W. Seinen (1894-1964) predikant van de Gereformeerde Kerk te Strijen. In 1959 werd hij getroffen door het overlijden van zijn echtgenote. Dat verlies maakte ook binnen de kerkelijke gemeenschap diepe indruk.

Ds. W. Seinen (1894-1964).

Uit de kerkenraad.

In de jaren na 1953 vonden verschillende veranderingen plaats binnen het kerkelijke leven. Zo besloot de kerkenraad in 1953 dat voortaan ook vrouwelijke belijdende leden mochten stemmen bij de verkiezing van ouderlingen en diakenen. Daarmee werd uitvoering gegeven aan een eerder besluit van de Generale Synode.

Een jaar later werd een onderscheid ingevoerd tussen de ‘smalle’ en de ‘brede’ kerkenraad. De smalle kerkenraad bestond uit de ouderlingen, terwijl bij de brede kerkenraad ook de diakenen aanwezig waren. De smalle kerkenraad behandelde onder meer tuchtzaken, die men liever in een beperkte kring besprak. Daarnaast kregen de diakenen zo meer gelegenheid om tijdens hun eigen vergaderingen zaken zelfstandiger af te handelen, uiteraard onder verantwoording aan de kerkenraad.

Ook aan het kerkgebouw werd aandacht besteed. In 1953 besloot de kerkenraad centrale verwarming te laten aanleggen. Daarmee was ruim ƒ 7.000 gemoeid. De gemeenteleden brachten voor dit doel bijna ƒ 1.100 bijeen, waardoor de benodigde banklening beperkt kon blijven tot ƒ 5.000.

In datzelfde jaar werd bovendien het ritmisch zingen ingevoerd. Tot dan toe werden de psalmen namelijk uitsluitend op lange noten gezongen. Aanvankelijk gold het ‘ritmisch zingen’ slechts voor een beperkt aantal speciaal geselecteerde psalmen. Op het psalmbord werd achter de betreffende psalmen het woord ‘ritmisch’ vermeld.

In 1956 kreeg de kerk een nieuwe kosterswoning. De bouwkosten bedroegen ƒ 16.000.

Het ontstaan van het torentje.

Het torentje van de gereformeerde kerk.

Het torentje op de kerk verdient een afzonderlijke vermelding. Oorspronkelijk had het kerkgebouw helemaal geen torentje. Dat veranderde in 1957.

Veel mensen vonden dat de kerk zonder torentje wel iets weg had van een boerenschuur. Daar wilde men verandering in brengen. De timmerman die eerder een torentje op de kerk van Klaaswaal had geplaatst, kreeg daarom ook de opdracht om de kerk van Strijen van een torentje te voorzien. Zo kreeg het gebouw zijn herkenbare silhouet.

Aandacht voor de jeugd.

Het jeugdwerk bloeide in de eerste helft van de jaren vijftig. Om het contact met de jongeren te onderhouden, werden iedere maand drie ouderlingen aangewezen om de jeugdverenigingen te bezoeken.

In 1961 bleek de consistorie, waar zowel de kerkenraad als de jeugdverenigingen bijeenkwamen, te klein te zijn geworden. Uitbreiding was dan ook gewenst. De kerkenraad stemde met de plannen in, onder de voorwaarde dat de jongeren zelf het benodigde geld bijeen zouden brengen. Dat lukte. Bovendien ontvingen zij een gift van ƒ 5.000, waarmee de uitbreiding verder mogelijk werd gemaakt.

De discussie over kerkelijke eenheid.

De drie bekendste geschriften van ´De Achttien’). Foto: ‘GereformeerdeKerken.info’.

In 1962 besprak de kerkenraad de activiteiten van ‘De Achttien’. Deze landelijke groep bestond uit negen gereformeerde en negen hervormde predikanten die zich sterk maakten voor een zo spoedig mogelijke vereniging van De Gereformeerde Kerken in Nederland en de Nederlandse Hervormde Kerk.

De groep bracht onder meer drie boekjes uit die bedoeld waren als gespreksmateriaal voor plaatselijke kerkelijke gemeenten. Ook binnen de Classis Barendrecht werd de kwestie besproken. De classis adviseerde de aangesloten kerken om de actie van De Achttien af te wijzen. De kerkenraad van Strijen sloot zich bij dat standpunt aan.

Afscheid van ds. Seinen.

Ds. Seinen kreeg last van zijn stembanden en vroeg daarom emeritaat aan, dat hem ook werd verleend. Op 1 december 1963 nam hij afscheid van de Kerk van Strijen.

De ingang van de kerk. Rechts de pastorie.

De kerkenraad begon vervolgens met het beroepingswerk. Dat betekende overigens niet dat het kerkelijke leven ondertussen stilviel. In januari 1965 bestelde de kerkenraad 150 exemplaren van de nieuwe gezangenbundel 119 Gezangen. De liederen werden aanvankelijk voorafgaand aan de kerkdiensten (ritmisch!) gezongen.

Ds. P.J. Ribberink (1966–1971).

Het duurde enkele jaren voordat het beroepingswerk resultaat opleverde. In oktober 1966 werd kandidaat P.J. Ribberink (geboren in 1941) beroepen. Hij nam het beroep aan en deed op 18 december 1966 zijn intrede in Strijen.

Ds. P.J. Ribberink in latere jaren.

Ook hij betrok de pastorie aan het Spui. Om de gemeenteleden te leren kennen, trok hij op een flinke brommer door de uitgestrekte gemeente. Soms zat zijn vrouw achterop. Later behaalde de predikant zijn rijbewijs en kon hij met een geleende, en nog later in een eigen auto zijn huisbezoeken afleggen.

In 1969 werkte ds. Ribberink gedurende zes weken als legerpredikant. In 1970 keerde hij terug naar zijn gemeente.

Intussen liet ook de kerktoren van zich horen. Althans, het geluid van de ‘luidklok’ klonk regelmatig over het Spui. Het ging echter niet om een echte klok: het gebeier kwam van een cassettebandje. Dat systeem werkte niet altijd vlekkeloos en liet het soms afweten.

Over kerk en gemeente.

Wie vroeger de kerk bezocht, zal zich ongetwijfeld de bijzondere kerkbanken herinneren. Alle banken waren voorzien van een deurtje. Wie na afloop van de dienst naar buiten wilde, moest dus even wachten totdat de voorganger in de bank het deurtje had geopend.

Bij de banken voor de ambtsdragers, aan weerszijden van de kansel, was het nog iets ingewikkelder. Ook daar zat een deurtje, maar dat kon pas open nadat eerst een balk omhoog was geklapt. Tijdens de kerkdienst konden de broeders daar gemakkelijk op leunen. Bij de restauratie van 1971 verdween deze constructie.

Ook aan zieke gemeenteleden werd gedacht. De preken werden op een bandrecorder opgenomen. Koster Andeweg bracht de bandopnamen in de daaropvolgende week op de fiets naar gemeenteleden die door ziekte niet in staat waren de kerkdiensten bij te wonen.

De kerk opgeknapt (1971).

Het tegenwoordige interieur van de Kerk aan het Spui.

In 1970 werden plannen gemaakt voor een grondige restauratie van het kerkgebouw. Voor de kerkzaal werden gebruikte, maar nog betrekkelijk nieuwe banken uit een Rotterdamse kerk aangekocht. In de werkplaats van de familie Van de Nadfort werden ze op maat gezaagd. De totale aankoopkosten bedroegen ƒ 1.000.

De banken kregen een vaste plaats in de kerkzaal. Links kwam een gangpad van één meter breed, gevolgd door een bank van vijf meter, met ruimte voor tien personen. Daarna volgde opnieuw een looppad van één meter en vervolgens een bank van drie meter. Deze laatste bank had geen gangpad meer ernaast. Uit deze indeling valt af te leiden dat de kerkzaal ongeveer tien meter breed was.

Ook de grote gietijzeren raamkozijnen werden aangepakt. Ze werden uit de muren verwijderd, grondig geschuurd en van roest ontdaan. Vervolgens werden de ramen opnieuw in de oorspronkelijke gietijzeren sponningen geplaatst. Nieuwe kozijnen waren financieel niet haalbaar.

De restauratie bleek uiteindelijk aanzienlijk duurder uit te vallen dan aanvankelijk was begroot. Waar de begroting op ƒ 60.000 uitkwam, bedroegen de uiteindelijke kosten maar liefst ƒ 85.000.

Kerken in het Dorpshuis.

Tijdens de werkzaamheden konden de kerkdiensten niet in het eigen gebouw worden gehouden. Daarom week de gemeente uit naar de benedenzaal van het Dorpshuis. Deze ruimte bleek echter te klein om alle kerkgangers in één dienst te ontvangen. Op zondagmorgen moesten er daarom twee diensten worden gehouden.

Op 5 december 1971 werd het gerestaureerde kerkgebouw weer in gebruik genomen. Voor ds. Ribberink was dit tevens een afscheid. Hij had het beroep van de Gereformeerde Kerk te Grijpskerk  aangenomen en vertrok naar zijn nieuwe gemeente.

Ds. H.J.K. Vaartjes (1975–1979).

Na het vertrek van ds. Ribberink brak opnieuw een vrij lange vacatureperiode aan. Pas op 1 juni 1975 kon een nieuwe predikant zijn intrede doen: ds. H.J.K. Vaartjes (geboren in 1946), afkomstig uit Lexmond.

De pastorie van de gereformeerde kerk.

In zijn schriftelijke herinneringen maakte hij later melding van de vele veranderingen die in die jaren ook binnen de kerk van Strijen plaatsvonden. Die veranderingen brachten de nodige beroering met zich mee. Er waren veel gesprekken nodig, evenals geduld en verdraagzaamheid.

Strijen veranderde in die tijd eveneens als woonplaats. Veel jonge mensen uit Rotterdam en andere steden vestigden zich er. Daardoor ontwikkelde de kerkelijke gemeente zich in de jaren zeventig tot een veelkleurig geheel.

Nieuwe vormen van kerkelijk werk.

In deze periode werden verschillende nieuwe activiteiten ingevoerd. Tijdens de kerkdiensten kwam er kinderoppas en ook de kindernevendiensten deden hun intrede. Verder werd begonnen met huiscatechese en ontstonden gemeentelijke gesprekskringen.

De samenwerking met de Hervormde Gemeente verliep aanvankelijk aarzelend. Wel werd op het gebied van de evangelisatie samengewerkt met de confessionele wijk 2 van de Hervormde Gemeente.

Van rechts naar links: ‘De Haven’, de kerk en de pastorie.

Ook de huisvesting van het kerkelijke werk kreeg een uitbreiding. In 1975/1976 werd het gebouw ‘De Haven’, achter de kerk, aan het kerkelijke bezit toegevoegd. De aankoop kostte ongeveer ƒ 100.000. Het gebouw bood voortaan ruimte aan kerkelijke vergaderingen en andere bijeenkomsten.

Op 30 december 1979 nam ds. Vaartjes afscheid van Strijen. Hij had het beroep van de Gereformeerde Kerk te Winschoten  aangenomen.

Een andere verandering vond enkele jaren later plaats. In 1981 kwam er een einde aan de activiteiten van de Vrouwenvereniging ‘Wendelmoet Claesdochter’.

Het Knipscheerorgel in de kerk aan het Spui.

Tijdens de vacatureperiode werd ook aandacht besteed aan de toestand van het orgel. In november 1980 werd onder de gemeenteleden een enquête gehouden. De vraag was welke toekomst het Knipscheerorgel moest krijgen. Moest men het instrument laten zoals het was, het restaureren, een nieuw orgel aanschaffen of op zoek gaan naar een tweedehands exemplaar?

Het nieuwe Knipscheerorgel (foto: ‘Een toevlucht van geslacht tot geslacht’).

De uitkomst was duidelijk: verreweg de meeste gemeenteleden wilden het historische Knipscheerorgel behouden en laten restaureren.

Om dit plan werkelijkheid te maken, werd in 1981 een orgelcomité opgericht. Er werden allerlei acties georganiseerd om geld bijeen te brengen. Dat leverde uiteindelijk het indrukwekkende bedrag van ƒ 132.000 op.

Daarmee kon de restauratie van start gaan. De werkzaamheden werden in drie fasen uitgevoerd. Eerst werd het noodzakelijke technische herstel verricht. Daarna richtte men zich op verbetering van de klank. Tenslotte werd de oorspronkelijke windvoorziening van het orgel hersteld.

De opdracht werd verleend aan orgelbouwer Reil uit Heerde.

Ds. P. Bijl (1983–1987).

Na opnieuw enkele jaren zonder vaste predikant deed ds. P. Bijl (1924–2003) op 11 september 1983 zijn intrede in de Gereformeerde Kerk te Strijen. Naast zijn werk als predikant was hij geestelijk verzorger bij ‘De Elf Ranken’ in Rotterdam.

Ds. P. Bijl (1924-2003).

Het Christelijk Gemengd Koor van Strijen had een bijzondere plaats in zijn hart. In zijn latere herinneringen schreef hij dat het koor regelmatig medewerking verleende aan kerstvieringen en ‘Opendeurdiensten’. Die laatste werden georganiseerd door de gezamenlijke hervormde en gereformeerde evangelisatiecommissies.

De gezondheid van ds. Bijl liet hem enkele malen in de steek. Hij kreeg een hartaanval op de preekstoel en werd later getroffen door een stembandverlamming. Uiteindelijk moest hij daardoor vervroegd terugtreden.

Op 1 augustus 1987 nam hij afscheid van de gemeente van Strijen.

Ds. C.K. Koekkoek (1988–1992).

Op 10 januari 1988 deed zijn opvolger, ds. C.K. Koekkoek (geboren in 1960), zijn intrede.

In latere beschouwingen over zijn tijd in Strijen schreef hij dat de leden van de Gereformeerde Kerk altijd een minderheid waren geweest. Het kerkgebouw aan het Spui omschreef hij als een eenvoudig gebouw, zonder veel uiterlijk vertoon, met kerkbanken en een monumentaal orgel dat door zijn omvang en klank sterk opviel.

Het bijzondere van de kerk moest je volgens hem vooral binnen zoeken. Zelfs de kerkklok was niet meer dan een opname op een bandje. En als dat bandje verkeerd werd aangesloten, klonk niet het klokgelui over het Spui, maar kon het geluid van de evangelieverkondiging vanaf de kansel buiten te horen zijn.

Een eigen plaats in Strijen.

Ds. Koekkoek beschreef de gereformeerden aan het Spui als mensen die al honderd jaar weerstand boden aan het opgaan van de kerkelijke tradities in één geheel. Dat deden zij niet door nadrukkelijk op de voorgrond te treden, maar eerder ‘langs de achterstraatjes en via het ijzeren bruggetje over de haven. Niet paraderend, maar bijna onopvallend’.

Het bekendste Samen-op-Weg logo.

De samenwerking met de Hervormde Gemeente verliep ondertussen niet altijd even gemakkelijk, maar aan beide kanten bestond bereidheid om mee te werken aan het Samen-op-Wegproces, dat gericht was op het samengaan van de Nederlandse Hervormde Kerk, De Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk.

Toch bleken de verschillen in kerkelijke cultuur soms moeilijk te overbruggen. Een eeuw lang zelfstandig kerk-zijn had ook aan gereformeerde zijde eigen gewoonten en verwachtingen gevormd. Ook de gereformeerden zelf waren niet altijd gemakkelijk in de samenwerking: zoveel hoofden, zoveel zinnen.

Een gemeente in verandering.

De uitbreiding van Strijen bracht veel nieuwe inwoners naar het dorp. Ook binnen de kerkelijke gemeente verschenen daardoor steeds meer nieuwe gezichten. Het was niet altijd eenvoudig om elkaar te begrijpen en tot overeenstemming te komen. Sommige gemeenteleden besloten om te vertrekken, terwijl anderen zich juist door de veranderingen tot de kerk aangetrokken voelden.

Toch waren er momenten waarop de onderlinge verbondenheid sterker bleek dan de verschillen. Ds. Koekkoek wees daarbij op de viering van het Heilig Avondmaal. Zaken waarover men op andere momenten hoog kon oplopen, bleken dan ineens betrekkelijk onbelangrijk. De warmte zat uiteindelijk in het hart en de liefde van God, die iedere zondag werd verkondigd, bleek ook binnen de gemeente haar plaats te hebben.

Op 30 april 1992 nam ds. Koekkoek afscheid van Strijen. Hij vertrok naar de kerk van Spijkenisse.

De overige predikanten.

Na het vertrek van ds. Koekkoek volgde opnieuw een betrekkelijk lange vacatureperiode.

Op 17 september 1995 werd kandidaat M.H. Langenburg (*1963) bevestigd als predikant en deed hij zijn intrede in Strijen. Hij bleef tot 26 mei 2002 aan de gemeente verbonden. Op die datum nam hij afscheid vanwege zijn vertrek naar de Gereformeerde Kerk te Grijpskerk.

Zijn opvolger was ds. H.P. Hummel, die op 21 maart 2004 haar intrede deed. Op 11 september 2011 vertrok zij naar Rotterdam.

Het Knipscheerorgel te Strijen in de afgelopen jaren.

Het Knipzcheerorgel zoals dat tegenwoordig in de kerk staat (foto: J.J. Ras).

Het monumentale Knipscheerorgel in de gereformeerde kerk aan het Spui 12 heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1844. Het werd gebouwd door de Amsterdamse orgelbouwer Hermanus Knipscheer II (1802–1874) en was oorspronkelijk bestemd voor de hervormde Eilandskerk in Amsterdam. Daar werd het in gebruik genomen als een van de grootste Knipscheerorgels van Nederland.

Toen de Eilandskerk in 1938 haar deuren sloot, werd het orgel verkocht aan de Gereformeerde Kerk in Strijen. Daar verving het een eerder aanwezig instrument. Met meer dan 1.200 pijpen is het orgel een bijzonder voorbeeld van het werk van Knipscheer.

Schade en herstel.

Ook dit historische instrument bleef niet gespaard voor tegenslagen. Tijdens de Watersnoodramp van 1953 liep het orgel vochtschade op. Die schade kon gelukkig worden hersteld.

De speeltafel van het orgel (foto: Orgeldatabase).

In 1996 onderging het instrument opnieuw een grondige restauratie. Een bijzondere erkenning volgde in september 2019, toen het orgel werd aangewezen als gemeentelijk monument van de gemeente Hoeksche Waard. Tijdens de Open Monumentendag op 14 september van dat jaar onthulde wethouder Van Waveren het bijbehorende monumentenschildje. Het orgel was daarmee het eerste monument waarvoor de gemeente Hoeksche Waard een dergelijk schildje uitreikte.

Het behoud van een orgel van deze omvang vraagt echter om voortdurend onderhoud en aanzienlijke financiële middelen. Daarom werd in 2020 opnieuw groot onderhoud uitgevoerd, voor het eerst sinds de restauratie van 1996.

De werkzaamheden werden in december 2020 afgerond. Daarbij werd schimmel verwijderd, werden gescheurde houten pijpen hersteld en werd het instrument grondig schoongemaakt.

Een deel van de kosten kon worden opgebracht dankzij de inzet van een vaste groep vrijwilligers. Zij hadden in de loop der jaren maar liefst 3,2 miljoen kilogram oud papier ingezameld. Een indrukwekkende prestatie, die duidelijk maakt hoeveel betrokkenheid er nodig is om een dergelijk monument in stand te houden.

Het naamplaatje op het orgel.

Een hernieuwde feestelijke ingebruikname.

Na het onderhoud was het de bedoeling het orgel opnieuw officieel in gebruik te nemen. De coronapandemie gooide echter roet in het eten, waardoor de feestelijke bijeenkomst moest worden uitgesteld.

Uiteindelijk vond de hernieuwde ingebruikname plaats op 23 april 2022, onder leiding van de Dordtse stadsorganist Cor Ardesch. Ter gelegenheid daarvan speelde hij een speciaal voor het orgel geschreven compositie met de titel Partita Psalm 95.

De harp bij het Knipscheerorgel van Strijen (foto: Orgeldatabase).

Bij het componeren had Ardesch zich laten inspireren door een harp in het orgel waarop de woorden ‘Psalm 95’ staan. De compositie kwam tot stand dankzij een financiële bijdrage van de gemeente Hoeksche Waard. Het doel was om de veelzijdige klankmogelijkheden van het historische instrument te laten horen.

Tijdens de bijeenkomst werd ook stilgestaan bij de bijzondere plaats die het orgel inneemt. Een organist uit een naburige kerk had het ooit omschreven als ‘een leeuw in een kippenhok‘. Daarmee doelde hij op de uitzonderlijke omvang en kwaliteit van het instrument in verhouding tot het betrekkelijk eenvoudige kerkgebouw waarin het staat.

Ook orgelbouwer H. Reil uit Heerde benadrukte de bekendheid van het instrument binnen de orgelwereld. Hij vertelde tevens over de geschiedenis van de familie Knipscheer, die haar orgels dankzij de ligging van de werkplaats aan het water per schip naar hun bestemming kon vervoeren.

De kerkzaal van de gereformeerde kerk met zicht op het orgel (links van het orgel de harp).

Met de hernieuwde ingebruikname in april 2022 kreeg het Knipscheerorgel opnieuw de aandacht die het verdient. De combinatie van zijn historische betekenis, zijn muzikale mogelijkheden en de gezamenlijke inspanningen om het te behouden, maakt het orgel tot een waardevol onderdeel van het kerkelijke én culturele erfgoed van Strijen.

Tot slot…

De Gereformeerde Kerk te Strijen draagt tegenwoordig de naam ‘PKN Kerk aan het Spui’. Het kerkgebouw aan het Spui wordt nog altijd gebruikt voor de erediensten. Daarmee blijft de kerk, met haar lange geschiedenis en haar bijzondere Knipscheerorgel, een herkenbare plaats innemen in het kerkelijke leven van Strijen.

Ledentallen van De Gereformeerde Kerk / Kerk aan het Spui te Strijen.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk / Kerk aan het Spui te Strijen van 1905 tot 2025 (Bronnen: Jaarboeken van de GKN en de kerkenraad)

Bronnen onder meer:

De Bazuin, Stemmen uit de Christelijke (Afgescheidene) Gereformeerde Kerk. Kampen, diverse jaargangen.

De Heraut van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Amsterdam, diverse jaargangen.

Jaarboek (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, diverse jaargangen.

N.N., Een toevlucht van geslacht tot geslacht. 100 jaar Gereformeerde Kerk Strijen. Strijen, 1992.

C. Smits, De Afscheiding van 1834. Tweede deel, Classis Dordrecht c.a. Dordrecht, 1974.

L. Vogelaar (red.), In Koninklijke dienst. Predikanten, oefenaars en evangelisten. Deel 1. Apeldoorn, 2018.

© 2026. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

The ‘Gereformeerde’ Church in Strijen (3).

( < Back to Part 2 ) – Even after the North Sea Flood Disaster of 1953, Rev. W. Seinen (1894–1964) remained the minister of the ‘Gereformeerde’ Church in Strijen. In 1959, he was struck by the death of his wife. Her loss also made a profound impression on the church community.

From the Church Council.

In the years following 1953, various changes took place in church life. In 1953, for example, the church council decided that female communicant members would henceforth also be allowed to vote in elections for elders and deacons. This implemented an earlier decision by the General Synod.

A year later, a distinction was introduced between the “small” and the “broad” church council. The small church council consisted of the elders, while the deacons also attended meetings of the broad church council. Among other matters, the small church council dealt with disciplinary cases, which people preferred to discuss in a more restricted circle. In addition, this arrangement gave the deacons more opportunities to handle matters independently during their own meetings, while, of course, remaining accountable to the church council.

Attention was also paid to the church building. In 1953, the church council decided to have central heating installed. This involved an expenditure of more than 7,000 guilders. The congregation raised almost 1,100 guilders for this purpose, which meant that the bank loan required could be limited to 5,000 guilders.

That same year, rhythmic psalm singing was also introduced. Until then, the psalms had been sung exclusively using long notes. Initially, “rhythmic singing” applied only to a limited number of specially selected psalms. The word “rhythmic” was written on the psalm board next to the psalms concerned.

In 1956, the church acquired a new sexton’s house. Construction costs amounted to 16,000 guilders.

The Origin of the Little Tower.

The little tower on the church deserves a separate mention. Originally, the church building had no tower at all. That changed in 1957.

Many people thought that, without a little tower, the church looked rather like a farm shed. They wanted to change that. The carpenter who had previously installed a little tower on the church in Klaaswaal was therefore also commissioned to provide the church in Strijen with one. This gave the building its distinctive silhouette.

Attention to Young People.

Youth work flourished during the first half of the 1950s. To maintain contact with young people, three elders were appointed each month to visit the youth associations.

In 1961, it became apparent that the consistory room, where both the church council and the youth associations met, had become too small. An extension was therefore needed. The church council approved the plans on the condition that the young people themselves raise the necessary funds. They succeeded. Moreover, they received a donation of 5,000 guilders, which made the extension possible.

The Debate About Church Unity.

In 1962, the church council discussed the activities of “De Achttien” (“The Eighteen”). This national group consisted of nine ‘gereformeerde’ ministers and nine ‘Hervormde’ ministers who advocated the earliest possible union of the ‘Gereformeerde’  Churches in the Netherlands and the ‘Hervormde’ Church.

Among other things, the group published three booklets intended to serve as discussion materials for local congregations. The issue was also discussed within the Barendrecht Classis. The classis advised its affiliated churches to reject the initiative of De Achttien. The church council in Strijen adopted the same position.

Farewell to Rev. Seinen.

Rev. Seinen developed problems with his vocal cords and therefore applied for emeritus status, which was granted. On 1 December 1963, he said farewell to the Church of Strijen.

The church council subsequently began the process of calling a new minister. This did not mean, however, that church life came to a standstill in the meantime. In January 1965, the church council ordered 150 copies of the new hymnbook, 119 Gezangen (119 Hymns). Initially, the hymns were sung before the church services began, using rhythmic singing!

Rev. P.J. Ribberink (1966–1971).

It took several years for the search for a new minister to produce a result. In October 1966, the church extended a call to candidate P.J. Ribberink (born in 1941). He accepted the call and was formally installed as minister in Strijen on 18 December 1966.

He, too, moved into the parsonage on Spui. To get to know the members of his congregation, he travelled around the extensive parish on a fairly powerful moped. Sometimes his wife rode on the back. Later, the minister obtained his driving licence and was able to make his pastoral visits in a borrowed car, and later still in his own car.

In 1969, Rev. Ribberink served as an army chaplain for six weeks. In 1970, he returned to his congregation.

Meanwhile, the church tower was also making itself heard. At least, the sound of the “bell” regularly rang out over the Spui. It was not, however, a real bell: the pealing came from a cassette tape. The system did not always work flawlessly and sometimes failed altogether.

About the Church and Its Congregation.

Anyone who attended the church in earlier years will undoubtedly remember its distinctive pews. Every pew had a little door. Anyone wishing to leave after the service therefore had to wait a moment until the person sitting at the front of the pew had opened the door.

The pews reserved for the church officers, on either side of the pulpit, were a little more complicated. They, too, had a small door, but it could only be opened after a wooden beam had first been lifted up. During the church service, the brothers could easily lean on this beam. This arrangement disappeared during the 1971 restoration.

Thought was also given to members of the congregation who were ill. Sermons were recorded on a tape recorder. During the following week, Sexton Andeweg would cycle to the homes of members who were unable to attend church services because of illness and deliver the sermon recordings to them.

The Church Renovated (1971).

In 1970, plans were drawn up for a thorough restoration of the church building. For the main church hall, used but relatively new pews were purchased from a church in Rotterdam. They were cut to size in the workshop of the Van de Nadfort family. The total purchase cost was 1,000 guilders.

The pews were given fixed positions in the church hall. On the left, there was an aisle one metre wide, followed by a five-metre-long pew with room for ten people. Next came another one-metre-wide aisle, followed by a three-metre-long pew. There was no aisle alongside this last pew. From this arrangement, it can be deduced that the church hall was approximately ten metres wide.

The large cast-iron window frames were also dealt with. They were removed from the walls, thoroughly sanded and stripped of rust. The windows were then placed back into their original cast-iron rebates. New frames were financially out of reach.

In the end, the restoration proved considerably more expensive than initially budgeted. While the estimate came to 60,000 guilders, the final costs amounted to no less than 85,000 guilders.

Church Services in the Village Hall.

During the work, church services could not be held in the church building itself. The congregation therefore moved to the ground-floor hall of the Dorpshuis (Village Hall). However, this room proved too small to accommodate everyone at a single service. Two services therefore had to be held on Sunday mornings.

On 5 December 1971, the restored church building was brought back into use. For Rev. Ribberink, this was also a farewell occasion. He had accepted a call from the ‘Gereformeerde’ Church in Grijpskerk and was leaving for his new congregation.

Rev. H.J.K. Vaartjes (1975–1979).

After Rev. Ribberink’s departure, another fairly lengthy vacancy period began. It was not until 1 June 1975 that a new minister could be installed: Rev. H.J.K. Vaartjes (born in 1946), who came from Lexmond.

In his written recollections, he later mentioned the many changes that also took place within the church in Strijen during those years. These changes caused considerable unrest. Many discussions were necessary, along with patience and tolerance.

Strijen itself was also changing as a place to live. Many young people from Rotterdam and other cities settled there. As a result, during the 1970s the church congregation developed into a much more diverse community.

New Forms of Church Work.

Several new activities were introduced during this period. Childcare became available during church services, and children’s church sessions were also introduced. In addition, home-based catechism classes began, and discussion groups were established within the congregation.

Cooperation with the ‘Hervormde’ congregation was initially hesitant. However, the two churches did cooperate in evangelism with Confessional District 2 of the ‘Hervormde’ congregation.

Accommodation for church activities was also expanded. In 1975–1976, the building known as De Haven (“The Harbour”), behind the church, was added to the church’s property. The purchase cost approximately 100,000 guilders. From then on, the building provided space for church meetings and other gatherings.

On 30 December 1979, Rev. Vaartjes said farewell to Strijen. He had accepted a call from the ‘Gereformeerde’ Church in Winschoten.

Another change took place a few years later. In 1981, the activities of the women’s association Wendelmoet Claesdochter came to an end.

The Knipscheer Organ in the Church on the Spui.

During the vacancy period, attention was also paid to the condition of the organ. In November 1980, a survey was conducted among the congregation. The question was what should be done with the Knipscheer organ in the future. Should it be left as it was, restored, replaced with a new organ, or exchanged for a second-hand instrument?

The result was clear: by far the majority of the congregation wanted to preserve and restore the historic Knipscheer organ.

To turn this plan into reality, an organ committee was established in 1981. Various fundraising activities were organised. In the end, these raised the impressive sum of 132,000 guilders.

This made it possible to begin the restoration. The work was carried out in three phases. First, the necessary technical repairs were undertaken. Attention was then turned to improving the sound. Finally, the organ’s original wind supply system was restored.

The contract was awarded to the Reil organ-building company in Heerde.

Rev. P. Bijl (1983–1987).

After another period of several years without a permanent minister, Rev. P. Bijl (1924–2003) was installed at the ‘Gereformeerde’ Church in Strijen on 11 September 1983. In addition to his work as a minister, he served as a spiritual caregiver at De Elf Ranken in Rotterdam.

The Strijen Christian Mixed Choir held a special place in his heart. In his later recollections, he wrote that the choir regularly contributed to Christmas celebrations and “Open-Door Services.” The latter were organised jointly by the evangelism committees of the ‘Hervormde’ and ‘Gereformeerde’ congregations.

Rev. Bijl’s health let him down on several occasions. He suffered a heart attack in the pulpit and was later afflicted by vocal cord paralysis. Eventually, this forced him to retire early.

On 1 August 1987, he said farewell to the congregation in Strijen.

Rev. C.K. Koekkoek (1988–1992).

On 10 January 1988, his successor, Rev. C.K. Koekkoek (born in 1960), was installed.

In later reflections on his time in Strijen, he wrote that members of the ‘Gereformeerde’ Church had always been a minority. He described the church building on the Spui as a simple structure, without much outward display, containing church pews and a monumental organ that stood out because of its size and sound.

According to him, the church’s distinctive character was to be found primarily inside. Even the church bell was nothing more than a recording on a tape. And if that tape was connected incorrectly, the sound of bells would not ring out over the Spui; instead, the sound of the gospel being preached from the pulpit could be heard outside.

A Place of Its Own in Strijen.

Rev. Koekkoek described the ‘gereformeerde’ Christians on the Spui as people who had resisted for a hundred years the absorption of their distinct church traditions into a single whole. They did not do this by deliberately putting themselves in the limelight, but rather by moving “along the back streets and across the little iron bridge over the harbour. Not parading, but almost unnoticed.”

Meanwhile, cooperation with the ‘Hervormde’ congregation was not always easy, although both sides were willing to work together in the Samen-op-Weg (“Together on the Way”) process, which aimed to bring together the ‘Hervormde’ Church, the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands and the Evangelical Lutheran Church.

Nevertheless, differences in church culture sometimes proved difficult to bridge. A century of independent church life had also shaped distinct customs and expectations on the ‘gereformeerde’ side. The ‘gereformeerde’ Christians themselves were not always easy to work with either: so many heads, so many opinions.

A Congregation in Transition.

The expansion of Strijen brought many new residents to the village. As a result, more and more unfamiliar faces also began appearing within the church congregation. It was not always easy for people to understand one another and reach agreement. Some members decided to leave, while others were drawn to the church precisely because of the changes.

Yet there were moments when their mutual bonds proved stronger than their differences. Rev. Koekkoek pointed in particular to the celebration of Holy Communion. Matters over which people could become deeply divided at other times suddenly seemed relatively unimportant. Ultimately, the warmth lay in the heart, and the love of God, proclaimed every Sunday, proved to have a place within the congregation as well.

On 30 April 1992, Rev. Koekkoek said farewell to Strijen. He left for the church in Spijkenisse.

The Other Ministers.

After Rev. Koekkoek’s departure, another relatively long vacancy period followed.

On 17 September 1995, candidate M.H. Langenburg (born in 1963) was ordained as minister and began his ministry in Strijen. He remained with the congregation until 26 May 2002. On that date, he said farewell because he was leaving for the ‘Gereformeerde’ Church in Grijpskerk.

His successor was Rev. H.P. Hummel, who began her ministry on 21 March 2004. On 11 September 2011, she left for Rotterdam.

The Knipscheer Organ in Strijen in Recent Years.

The monumental Knipscheer organ in the ‘gereformeerde’ church at Spui 12 has a ‘Gereformeerde’ dating back to 1844. It was built by the Amsterdam organ builder Hermanus Knipscheer II (1802–1874) and was originally intended for the ‘Hervormde’ Eilandskerk in Amsterdam. There, it was installed as one of the largest Knipscheer organs in the Netherlands.

When the Eilandskerk closed its doors in 1938, the organ was sold to the ‘Gereformeerde’ Church in Strijen. There, it replaced an instrument that had previously been in use. With more than 1,200 pipes, the organ is a remarkable example of Knipscheer’s work.

Damage and Restoration.

This historic instrument, too, was not spared setbacks. During the North Sea Flood Disaster of 1953, the organ suffered moisture damage. Fortunately, the damage could be repaired.

In 1996, the instrument underwent another extensive restoration. Special recognition followed in September 2019, when the organ was designated a municipal monument by the municipality of Hoeksche Waard. During Open Monument Day on 14 September of that year, municipal alderman Van Waveren unveiled the corresponding monument plaque. The organ thus became the first monument for which the municipality of Hoeksche Waard issued such a plaque.

Preserving an organ of this size, however, requires continuous maintenance and considerable financial resources. For that reason, major maintenance work was carried out again in 2020, for the first time since the 1996 restoration.

The work was completed in December 2020. During the process, mould was removed, cracked wooden pipes were repaired, and the instrument was thoroughly cleaned.

Part of the cost was covered thanks to the efforts of a dedicated group of volunteers. Over the years, they had collected no less than 3.2 million kilograms of waste paper. This was an impressive achievement, demonstrating just how much commitment is required to preserve a monument of this kind.

A Renewed Ceremonial Reopening.

Following the maintenance work, the intention was to officially bring the organ back into use. However, the COVID-19 pandemic threw a spanner in the works, forcing the ceremonial gathering to be postponed.

The renewed inauguration eventually took place on 23 April 2022, under the direction of Dordrecht city organist Cor Ardesch. For the occasion, he played a composition written especially for the organ, entitled Partita Psalm 95.

When composing the piece, Ardesch had been inspired by a harp stop in the organ bearing the words “Psalm 95.” The composition was made possible by a financial contribution from the municipality of Hoeksche Waard. Its purpose was to demonstrate the historic instrument’s versatile tonal possibilities.

During the gathering, attention was also drawn to the organ’s special status. An organist from a neighbouring church had once described it as “a lion in a chicken coop.” By this, he was referring to the instrument’s exceptional size and quality in relation to the relatively simple church building in which it stands.

Organ builder H. Reil from Heerde also emphasised the instrument’s reputation within the organ world. He additionally spoke about the history of the Knipscheer family, whose workshop was situated by the water, allowing them to transport their organs by boat to their destinations.

With its renewed inauguration in April 2022, the Knipscheer organ once again received the attention it deserves. The combination of its historical significance, its musical possibilities and the collective efforts made to preserve it renders the organ a valuable part of both Strijen’s ecclesiastical and cultural heritage.

Finally…

Today, the ‘Gereformeerde’ Church in Strijen bears the name “PKN Church on the Spui.” The church building on the Spui is still used for worship services. Thus, with its long history and its remarkable Knipscheer organ, the church continues to occupy a recognisable place in the religious life of Strijen.

© 2026. GereformeerdeKerken.info