De Gereformeerde Kerk te Drachten (5)

Deel 5 (slot) – Sterke groei en terugloop (1945-heden).

Inleiding.

In deel 1 (de jaren 1844-1892) beschreven we onder meer de instituering van de Christelijke Afgescheidene Gemeente, de ingebruikneming van de Noorderkerk en de ambtsperioden van de eerste predikanten, van wie ds. Scheuning ten Have lang aan de kerk van Drachten verbonden bleef –  te lang?

Kaart: Google.

In deel 2 (de jaren 1892 tot 1929) verhaalden we over de relatief rustige jaren die daar op volgden: het predikantschap van ds. Oegema, ds. Siertsema, ds. Hakman en ds. Kuiper en natuurlijk de ingebruikneming van de tweede kerk in 1925, de Zuiderkerk aan de toenmalige Zuiderstraatweg. In deel 3 beschreven we de rampzalige jaren 1929 tot 1940, waarin de kerk van Drachten verscheurd werd door interne problemen. In deel 4 (de jaren 1940-1945) beschreven we de tijd van de Tweede Wereldoorlog en de Vrijmaking.

Twee nieuwe predikanten: ds. B. Slingenberg en ds. P.J.O. de Bruijne.

Ds. B. Slingenberg (1908-1975) was predikant van wijk Noord.

Na de Vrijmaking werd het beroepingswerk weer ter hand genomen. Twee predikanten moesten worden gezocht: een in de vacature van ds. Ringnalda (die in maart 1944 naar Amsterdam was vertrokken) en een in die van ds. Schep, die in mei 1945 afscheid nam. Op 17 juni 1945 werd met grote meerderheid van stemmen ds. B. Slingenberg (1908-1975) van Bierum beroepen. De predikant nam het beroep aan, werd op zondag 12 augustus door zijn broer, ds. J.W. Slingenberg (1914-1977) van Roodeschool, bevestigd en deed op dinsdag 14 augustus intrede.

Minder vlot liep het met de vervulling van de tweede vacature. In 1946 had het beroepingswerk succes doordat ds. P.J.O. de Bruijne (1903-1981) van Uithoorn het beroep aannam. Op 5 mei 1946 werd hij in de ochtenddienst door ds. Slingenberg bevestigd en ’s middags deed hij intrede met een preek naar aanleiding van Jozua 5 de verzen 13 tot en met 15.

Ds. P.J.O. de Bruijne (1903-1981) was predikant van wijk Zuid.

Omdat zich na de Vrijmaking in totaal zes ambtsdragers hadden ‘vrijgemaakt’, terwijl ook een ambtsdrager in Duitse gevangenschap was omgekomen én nog twee andere vacatures vervuld moest worden, stond de gemeente voor de verkiezing van vier nieuwe ouderlingen en vijf nieuwe diakenen. J. Gietema werd bij die verkiezing de 34ste scriba van de Gereformeerde Kerk te Drachten.

De jaren 1945-1950.

Dit vijfde en laatste deel over de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Drachten bestaat vooral uit een overzicht van de voornaamste ontwikkelingen van die kerk tot 1950. Daaronder valt ook de deelname van de kerk aan de stichting van het Protestants Ziekenhuis, dat tegenwoordig ‘Nij Smellinghe’ heet en dat haar eerste onderkomen vond in een voormalig fabrieksgebouw aan het Moleneind. Aanvankelijk waren er twijfels over de vraag of het de taak van de kerk was daaraan mee te werken, maar de kerkenraad vond uiteindelijk, na daarover veel besprekingen te hebben gevoerd, van wel.

De al eerder ter tafel gekomen plannen voor de verbetering van het orgel van de Noorderkerk kwamen in 1947 opnieuw in bespreking. Besloten werd door de fa. Reil te Heerde een nieuw drieklaviers mechanisch orgel te laten bouwen. De plannen werden in 1949 verwezenlijkt, want op 30 augustus dat jaar werd het orgel in gebruik genomen. Het bestond in totaal uit 2014 pijpen en nog 14 loze pijpen. Uiteraard was aan het orgel een elektrische windvoorziening verbonden. De kosten van het orgel bedroegen fl. 25.000 en het werd gebouwd onder toezicht van de Heerenveense organist en musicus R. Teule en de organist en componist George Stam.

Het in 1949 in gebruik genomen orgel van de Noorderkerk.

In 1947 werd door de kerkenraad besloten de terreinen achter de Noorderkerk – waarop een oude boerderij (de vroegere pastorie) en een dubbele woning stonden – aan te kopen. Op die plek werd later het gereformeerd jeugdgebouw ‘Irene’ aan de latere Lange West gebouwd.

Derde predikantsplaats?

De kerk van Drachten maakte nog steeds een stevige groei door. Vandaar dat de kerkenraad besloot een commissie in het leven te roepen die moest bestuderen of de instelling van de derde predikantsplaats noodzakelijk en financieel verantwoord was. De commissie bestond uit de broeders Dotinga, Draijer en Van der Scheer. De uitslag van het overleg daarover was, dat niet iedereen vooralsnog overtuigd was van de noodzaak, zodat de instelling ervan nog enige tijd op zich liet wachten.

De Friese taal.

Ds. W. Wiersma (1908-1988) van Oudega (Sm.) leidde de eerste Friese diensten in de Noorderkerk.

Op Tweede Pinksterdag 10 juni 1946 stond de kerkdienst in de Noorderkerk geheel in het teken van de Friese taal. Het begon al vóór de dienst, toen de ouderling van dienst ‘zijn taak in de consistorie in de memmetaal vervulde’, terwijl ds. W. Wiersma (1908-1988) van Oudega (Small.) de dienst in het Fries leidde en een Friese preek hield. Ook de gemeente zong in het Fries. Was dat dan zo bijzonder? Toch wel. Het was ‘voor het eerst in 102 jaar dat in de Noorderkerk Gods Woord bediend werd in de taal van het volk hier woonachtig. Scriba Gietema vond dit feit als historisch gebeuren zó belangrijk, dat hij de preek met al de entourage bijna in extenso in de Friese taal opnam in de notulen van de brede kerkenraadsvergadering. De tekst van de preek was Handelingen 3 de verzen 1 tot en met 8: ‘De lamme by de moaije Timpelpoarte’ (‘De verlamde man bij de Schone Poort’).

Kennelijk had de kerkenraad de smaak te pakken, want op Tweede Kerstdag 1946 ging ds. Wiersma opnieuw voor in een Friese dienst. Wel was het ook nu weer een tweede feestdag (een maandag). Volgens de toen vigerende regels kon het niet op de zondag plaatsvinden (Gietema: ‘Men wrijft zich de ogen uit’). In 1948 besliste de particuliere synode echter dat in het vervolg ook op de zondag een Friese dienst kon plaatsvinden.

Ds. Slingenberg vertrekt (1949).

Ds. H. van Twillert (1906-1992).

In maart 1948 kreeg ds. Slingenberg een beroep van de Kerk van Ede; dit nam hij aan, zodat de kerkenraad het beroepingswerk weer ter hand nam. Op 1 augustus 1948 nam ‘deze vrolijke predikant’ afscheid met een preek naar aanleiding van 1 Cor. 16 de verzen 22 en 23: ‘Indien iemand de Here Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking. Maranatha. De genade des Heren Jezus Christus zij met u’. Nadat zes predikanten voor een beroep bedankt hadden nam ds. H. van Twillert (1906-1992) het op hem uitgebrachte beroep aan. Hij werd op 9 oktober 1949 door ds. De Bruijne bevestigd.

In datzelfde jaar nam trouwens organist Marra na een periode van bijna vijftig jaar afscheid van de orgelbank in de Noorderkerk.

Meester Marra, onderwijzer aan de school aan het Oosteinde (‘De Bopperein’), en organist in de Noorderkerk van 1901 tot 1950.

Ds. De Bruijne vertrekt (1950).

Ook ds. De Bruijne kreeg een beroep, en wel van de kerk te Zaandam. Hij nam dit aan, en op 1 oktober 1950 nam hij in beide kerkgebouwen afscheid van de gemeente van Drachten. Hij preekte naar aanleiding van Romeinen 8 vers 35a: ‘Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?’

In november 1950 werd een beroep uitgebracht op ds. P. Riemersma (1920-2016) van Haarlemmermeer (Vijfhuizen). Op 15 april 1951 werd hij in het ambt bevestigd door ds. H. van Twillert en deed hij intrede.

Ds. P. Riemersma (1920-2016).

De sterke groei van de Gereformeerde Kerk.

Na deze twee predikanten volgden vele anderen. Het zou te ver voeren ook de verdere geschiedenis van de kerk van Drachten uitvoerig uit de doeken te doen. Het doel van deze serie was allereerst de historie van de Gereformeerde Kerk te Drachten weer te geven tot en met de Vrijmaking: de eerste honderd jaar. Maar dan met het verhaal af te breken zou een belangrijke historische ontwikkeling van de kerk van Drachten zeer ten onrechte negeren: de voortgaande sterke groei vanaf de jaren ’50. Daarom verhalen we hieronder het vervolg, maar dan beperkt tot de kerkbouw en de ontwikkeling van het ledental van de kerk van Drachten.

Het aantal predikantsplaatsen.

De sterke groei van de Gereformeerde Kerk te Drachten wordt wel heel duidelijk wanneer we alleen al naar de groei van het aantal predikantsplaatsen kijken: De eerste predikant kwam in 1845, nadat de kerk het jaar daarvoor geïnstitueerd was – de tweede predikantsplaats werd ruim zeventig jaar later ingesteld, in 1917 – de derde veertig jaar daarna, in 1957 – de vierde drie jaar later, in 1960 – de vijfde, weer drie jaar later, in 1963 – de zesde het jaar daarop, in 1964 – de zevende predikantsplaats drie jaar later, in 1967 – de achtste in 1976 en de negende tenslotte, twee jaar later, in 1978.

De Noorderkerk (1844).

Al eerder meldden we iets over de bouw, de ingebruikneming op 9 november 1844, de achtereenvolgende verbouwingen van de Noorderkerk en de plaatsing van het eerste orgel in 1884, dat het jaar daarvoor in Purmerend voor fl. 1.050 was gekocht. Het instrument werd, tegelijk met de verbouwde kerk, op 27 september 1884 in gebruik genomen. In 1922 werd het noodzakelijk ’s zondags in plaats van twee, drie diensten te houden: besloten werd tot dubbele ochtenddiensten.

Op deze foto uit mei 1959 is de verbouw van de Noorderkerk te zien (foto FD, via G. Kuiper te Appingedam).

Maar alle voorgaande verbouwingen vielen in het niet bij de wel zeer drastische aanpak van de verbouwing die in 1959 en 1960 plaatsvond, onder leiding van architect J. Bosma. De verbouw werd noodzakelijk vanwege de voortdurende stijging van het aantal leden en kerkgangers. De zijvleugels aan de nood- en zuidkant van de kerk werden verwijderd, terwijl de kerkzaal zodanig werd vergroot en ingericht dat er maar liefst duizend kerkgangers een plaats konden vinden. Het orgel uit 1949 kreeg een nieuw front en het torentje op de kerk verdween. Daarvoor in de plaats kwam een verlicht kruis. Bovendien werd aan de geheel gemoderniseerde voorgevel een luidklok aangebracht. De totale verbouwingskosten bedroegen fl. 175.000.

De verbouwde Noorderkerk.

Gedurende de tijd dat van de Noorderkerk geen gebruik gemaakt kon worden, dat was bijna een jaar, werden de diensten gehouden in de kantine van de Philipsfabriek aan de Oliemolenstraat. Er werd geen huur gevraagd!

In 1978 werd het orgel ingrijpend gerestaureerd en kreeg het een totaal ander uiterlijk (het instrument werd na de buitengebruikstelling van de kerk in overgeplaatst naar de nieuwe kerk ‘De Oase’ aan de Ringweg).

De eerste (primitieve) pastorie lag achter de kerk. In 1871 werd de pastorie naast de kerk gebouwd terwijl deze er in 1914 een verdieping bij kreeg. In 1991 werd de pastorie buiten gebruik gesteld: verouderd, te groot en beroofd van de tuin door het opdringende verkeer. De Noorderkerk zelf bleef nog enkele jaren in gebruik, maar in 1996 werd de kerk buiten gebruik gesteld en enige tijd daarna afgebroken.

De afbraak van de Noorderkerk bijna voltooid…

Daarvoor in de plaats kwam echter een nieuwe kerk, De Oase, aan de Ringweg. Daarover later meer.

De Zuiderkerk (1925).

In 1923 werd besloten tot de bouw van een tweede kerk, die aan de toenmalige Zuiderstraatweg kwam te staan (later de Burgemeester Wuiteweg genoemd). De kosten van de bouw, inclusief die van de grond, bedroegen fl. 70.000. De kerk – voorzien van een flink aantal glas-in-loodramen met bijbelse voorstellingen – werd tijdens een overvolle dienst op 13 augustus 1925 in gebruik genomen. Schuin voor de kerk stond (en staat) de pastorie.

De Zuiderkerk.

Zoals al verteld had de Zuiderkerk lange tijd geen orgel. De koperblazers van ‘Crescendo’ begeleidden de erediensten tot september 1959, want toen pas werd een orgel geplaatst. Het was in 1904 gebouwd door de fa. Maarschalkerweerd te Utrecht en werd gekocht uit de oude hervormde kerk van Oud-Beets. Het had twee klavieren.

Het interieur van de Zuiderkerk. Foto gemaakt in de jaren ’60.

In 1984 vond een ingrijpende renovatie plaats. Daaraan voorafgaande werden financiële acties gehouden om de verbouwing te kunnen financieren; daarmee werd een paar ton ingezameld. Allereerst werd de kerktoren hersteld en daarna kwamen de uitbreiding van de zaalruimte aan de achterkant van de kerk, en de verbetering van de bijgebouwen aan de beurt. Vervolgens werd de kerkzaal gemoderniseerd en opgeknapt. Daaraan werkten meer dan honderd gemeenteleden vrijwillig mee. In hetzelfde jaar werd ook het kerkorgel gerestaureerd. De Zuiderkerk doet nog steeds dienst als protestantse kerk.

De Noordoostkerk (1963).

Door de vestiging van Philips in Drachten, in 1952, vond een explosieve groei van Drachten plaats, waardoor ook de Gereformeerde Kerk een jarenlange groei doormaakte en deze kerk tot de grootste ongedeelde Gereformeerde Kerk van ons land maakte.

De gemeentevergadering ging in mei 1961 akkoord met het plan om aan de Klokhuislaan in het noordoosten van Drachten een eenvoudig verenigingsgebouw annex hulpkerk neer te zetten. Het was een houten noodkerk van de Stichting Steun Kerkbouw, die door de kerk van Drachten gehuurd werd. De opening van de hulpkerk – Noordoostkerk genaamd – vond plaats op vrijdagavond 3 mei 1963 door de wijkpredikant ds. H.E. Wijnja (*1926).

De Noordoostkerk te Drachten, die van de Stichting Steun Kerkbouw gehuurd werd.

Het gebouw bestond uit een aantal vergaderlokalen, die tot een kerkzaal konden worden samengetrokken, met in totaal ongeveer driehonderd zitplaatsen. Op zondag werd het gebouw als kerk gebruikt, door de week kon men er voor allerlei vergaderingen terecht. De eerste kerkdienst werd op zondag 5 mei 1963 gehouden. Bij de opening van de Noordoostkerk werd ‘beloofd’ dat dit de voorganger zou zijn van een grotere kerk die later in die omgeving gebouwd zou worden. Al snel bleek het nodig dubbele ochtenddiensten in te voeren. De Noordoostkerk werd in 1977 als gewone kerk buiten gebruik gesteld, toen de beloofde opvolger, De Opdracht aan de Stationsweg, werd geopend.

Dat was echter niet het einde van de Noordoostkerk als kerkelijk gebouw. Jarenlang werd vanuit dit gebouw, dat herdoopt werd als ‘De Schakel’, evangelisatiewerk verricht en werden er ook evangelisatie-kerkdiensten gehouden, uitgaande van de Gereformeerde Kerk te Drachten. In 1994 werd het houten hulpkerkje vervangen door nieuwbouw aan de Klokhuislaan, dat dezelfde naam droeg. Daar worden nog steeds kerkdiensten gehouden uitgaande van de Protestantse Gemeente.

De Fonteinkerk (1965).

De Fonteinkerk.

De groei van gereformeerd Drachten ging gewoon door. ‘Elk jaar kwam er een kleine dorpsgemeente bij’, zodat met zo’n 6.000 leden een derde kerk noodzakelijk werd geacht. In januari 1959 werd door de gemeentevergadering het definitieve bouwbesluit genomen. Architect was J. Bosma en de kosten bedroegen, zonder grond, pastorie en orgel, fl. 485.000. Opnieuw werden in de gemeente uitgebreide financiële acties gehouden, die na verloop van tijd een ton opleverden. De vermaarde landelijke gereformeerde Stichting Steun Kerkbouw verleende opnieuw hulp en schonk fl. 60.000. Ook werd een subsidie van de overheid verkregen ter grootte van 30% van de bouwkosten.

Op woensdagavond 11 augustus 1965 werd de kerk geopend met een kerkdienst onder leiding van ds. J. van Twillert, die in de pastorie naast de kerk kwam te wonen. Hij hield ter gelegenheid van de ingebruikneming van de kerk een preek naar aanleiding van Johannes 4 vers 14: ‘Maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven’.

Het interieur van de Fonteinkerk.

Door daling van het ledental, het kerkbezoek en de kerkelijke inkomsten, moest de kerk in 1993 worden verkocht. Dat gebeurde overigens niet zonder verzet van de kerkgangers. Besloten werd tot een driedubbele koppelverkoop van het kerkgebouw De Opdracht (daarover straks meer), de Noorderkerk en de Fonteinkerk. De Fonteinkerk werd verkocht aan de Vrijgemaakten; de overdracht vond plaats op 15 oktober 1993. Op 10 oktober werd daarom de laatste dienst gehouden. ‘Dat deed velen verdriet. En toch kan men niet zeggen dat de dienst in een stemming van mineur en neerslachtigheid verliep. Dat is allereerst de verdienste van de toenmalige wijkpredikant, ds. R. Pluim’ (*1934) die in de dienst zijn hoorders een hart onder de riem stak.

De Menorah (1970).

Er was echter na de opening van de Fonteinkerk in 1965 in het geheel geen sprake van teruggang van het kerkelijk leven. Integendeel! De eerste concrete plannen om in de oostelijke nieuwbouwwijken De Wiken en De Venen een grote kerk te bouwen dateren van 1965. De kerkelijke gemeente bleek bereid een grote financiële inspanning te leveren om kerkbouw in Drachten-Oost te kunnen realiseren. De architect van de kerk aan de Dwarswijk was J. van der Tas te Drachten, toen nog werkzaam bij het architectenbureau Bosma c.s.

De Menorah (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Fl. 78.000 werd toegezegd aan vrijwillige bijdragen. Het heien van de eerste paal kon door de vorst niet doorgaan en ook de eerstesteenlegging ging over. Inclusief de inventaris bedroegen de bouwkosten van de Menorah – dat werd de naam van de kerk – fl. 625.000. De grond, de bouw van de naastgelegen pastorie met garage en het orgel verhoogden de kosten tot in totaal negen ton. Ook nu weer sprong de Stichting Steun Kerkbouw met een bijdrage van fl. 110.000 bij!

De opening van de kerk vond plaats op 4 maart 1970, onder leiding van de nestor onder de predikanten, ds. H. van Twillert. De kerkwijk van de Menorah telde in die tijd ongeveer 1.600 leden. In de eerste dienst was ds. D. Kloppenburg, wijkpredikant van De Venen, de liturg, terwijl ds. L.J. Wolthuis (1931-1995) als wijkpredikant van de Wiken de verkondiging verzorgde, naar aanleiding van onder meer Openb. 2 vers 5b: ‘Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert’.

Interieur van de Menorah (foto: Reliwiki).

De Menorah doet nog steeds dienst als protestantse kerk.

De Opdracht (1977).

Eindelijk kwam ‘de beloofde grote kerk’ in plaats van de al genoemde houten Noordoostkerk. Dat was mede te danken aan de ontwikkeling van het nieuwe uitbreidingplan De Folgeren in het noorden van Drachten. Dat de bouw van de nieuwe kerk – ‘De Opdracht’ – zo lang op zich liet wachten kwam omdat kerkbouw in een andere wijk telkens dringender noodzaak was. De bouw van De Opdracht aan het eind van de Stationsweg in het noorden van het dorp, verving dus die houten Noordoostkerk, het jeugdgebouw Irene bij de Noorderkerk (waarover straks meer), en het kerkelijk bureau, dat gevestigd was in een houten gebouw naast ‘Irene’. Het kerkelijk bureau vond onderdak in de flink uitgebreide lokaalruimte achter de Noorderkerk.

De nieuwe kerk was van oorsprong een regenkledingfabriek, RIA genaamd (Regenkleding Industrie Amsterdam). Tijdens de gemeentevergadering van mei 1976 werd besloten tot aankoop van de failliete fabriek. De kosten waren fl. 585.000. De verbouwing liet het exterieur van de fabriek vrijwel onaangetast. Alleen het interieur onderging de nodige veranderingen. Talloze vrijwilligers hebben daaraan meegewerkt. ‘Het is nog nooit gebeurd in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Drachten, dat zoveel mensen hun tijd en deskundigheid beschikbaar hebben gesteld voor een concreet stuk kerkenwerk als het gereed maken van De Opdracht’.

De Opdracht (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

De opening vond plaats op vrijdagavond 2 september 1977, onder leiding van de wijkpredikant ds. G. Oppedijk (1927-1989). Hij hield een korte preek naar aanleiding van Psalm 127 vers 1a: ‘Als de Here het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan’. En Petrus 2 vers 5a: ‘Laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis’. De kerk telde ongeveer 450 zitplaatsen. Behalve de kerkzaal waren er vier vergaderzalen, die tot één grote zaal konden worden samengevoegd. Op de eerste verdieping bevonden zich drie lokalen die plaats boden aan jeugdactiviteiten, zoals catechisaties en jeugdclubs. In 1981 kreeg de kerk een luidklok en in maart 1983 gingen de gemeenteleden akkoord met de bouw van een pastorie bij de kerk.

De Opdracht werd in 1993 gesloten. Dit had te maken met de koppelverkoop van de Fonteinkerk, de Noorderkerk en De Opdracht en de bouw van De Oase aan de Ringweg, in het noorden van Drachten.

De Arke (1980).

De Arke (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Drachten werd uitgebreid met een nieuwe wijk in het westen, De Drait, vlakbij het dorp Boornbergum. Later werd daar ook nog de nieuwbouwwijk De Trisken aan toegevoegd. Aanvankelijk werd in 1976 nog gedacht om de houten Noordoostkerk – na het gereedkomen van De Opdracht – over te brengen naar De Drait. Achteraf bleek dat dat plan om verscheidene redenen eerder remmend dan helpend zou werken. De bouw van de nieuwe kerk vond plaats op een hoekterrein aan de Eems en de Flevo, vlak bij de grote parkeerplaats van een winkelcentrum. De nieuwbouw was dringend nodig. De kerk van Drachten telde in de zomer van 1979 tienduizend leden, waarvan er 1.400 in De Drait woonden, een aantal dat later nog zou groeien.

Het interieur van De Arke (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

De architect van de kerk – die De Arke genoemd werd – was R. Kijlstra, lid van de Gereformeerde Kerk. Bouwfirma Huyzer te Drachten voerde de realisering van de kerk uit. De totale kosten bedroegen fl. 1.450.000. De gemeenteleden in De Drait kerkten, voordat De Arke gereed was, in ‘Het Kerkenhuis’ aan De Linde in de wijk De Drait, en in de geïmproviseerde kerkzaal in het verpleeghuis Maartenswouden aan de Burgemeester Wuiteweg. De eerste kerkdienst in De Arke werd gehouden op 7 september 1980; beter gezegd: de eerste drie diensten, met drie keer een volle bak. De kerk kreeg ook een orgel. De bouwer van het orgel is de fa. Maarschalkerweerd te Utrecht, terwijl het binnenwerk werd uitgebouwd door de fa. S. Haarsma te Drachten.

Rond het jaar 1200 stond op de plek van De Arke ‘een vrij grote kerk’ met daarom heen een kerkhof, omgeven door een bakstenen muur. Een honderdtal geraamten werd gevonden, waarvan enkele nog intact waren. Ter herinnering daaraan werden de contouren van die kerk op het terrein voor De Arke aangegeven met ‘kinderkopjes’. Ook werd een monument aangebracht. De Arke doet nog steeds dienst als protestantse kerk.

De Schakel (1994).

De Schakel (foto: Reliwiki).

Zoals al eerder gemeld werd de in 1977 voor de reguliere kerkdiensten buiten gebruik gestelde houten Noordoostkerk daarna gebruikt voor evangelisatiewerk; daar werden ook evangelisatiekerkdiensten gehouden. Het gebouw werd ter geIegenheid daarvan dan ook omgedoopt tot ’De Schakel’. In 1994 werd het houten gebouwtje echter vervangen door een stenen opvolger, ook De Schakel genaamd. De doelstelling van het gebouw bleef dezelfde als voorheen: evangelisatiewerk en evangelisatiediensten. ‘De Schakel’ – gebouwd op de plaats van de vroegere Noordoostkerk – wordt door de Protestantse Gemeente te Drachten nog steeds als zodanig gebruikt.

De Oase (1997).

De Oase (foto: Reliwki).

In 1993 werd, zoals al opgemerkt, De Opdracht aan de Stationsweg in het noorden van Drachten buiten gebruik gesteld en aanvankelijk verhuurd en later afgebroken. Het was een ‘koppelverkoop’ met de Fonteinkerk (die dat jaar aan de Vrijgemaakten werd verkocht) en de verkoop van de aloude Noorderkerk. Tegen die koppelverkoop waren bij gemeenteleden nogal wat bezwaren te overwinnen, maar daartegenover stonden bouwplannen voor een hypermoderne kerk aan de Ringweg in het noorden van Drachten, vlakbij de plaats waar De Opdracht had gestaan. Het architectenbureau Jorissen en Simonetti te Rijssen ontwierp de kerk en bouwbedrijf Jorritsma te Drachten realiseerde de bouwplannen. De kerk, die De Oase genoemd werd, kreeg een 26 meter hoge toren, een kerkzaal van (voorin) ruim 38 meter breed en (achterin) 10,5 meter breed; de hoogte voorin de kerk bedraagt 12,7 meter. De kerkzaal biedt ruimte aan 640 kerkgangers, maar kan worden samengevoegd met een achterliggende ontmoetingsruimte, zodat in totaal 850 zitplaatsen verkregen kunnen worden. Bovendien werd veel vergaderruimte bij de kerk gebouwd. De kerk wordt nog steeds als protestantse kerk gebruikt.

Het interieur van de Oase (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

En verder…

Behalve in bovengenoemde kerkgebouwen werden ook kerkdiensten gehouden in de aula van de Christelijke LTS (Lagere Technische School) aan De Splitting, in Zuidoost Drachten. De eerste kerkdienst werd daar gehouden op 2 april 1967. Aanvankelijk werd daar één zondagse ochtenddienst gehouden, maar met ingang van 5 november 1967 tot en met 1 maart 1970 werden er ook middagdiensten ingesteld.

Aanvankelijk dacht men in die wijk zelfs aan de instituering van een eigen zelfstandige kerk, maar het is er nooit van gekomen. Toen de Menorah op 4 maart 1970 in gebruik genomen werd, kwam ook een eind aan de huur van de aula. Maar de kerkwijk Drachten-Oost groeide door, zodat deze in tweeën werd gesplitst, de kerkwijk De Wiken en de kerkwijk De Venen, met elk een eigen predikant. Voor de wijk De Venen werd in 1975 weer teruggevallen op ochtenddiensten in de aula van de Chr. LTS. De middagdiensten – meestal minder bezet dan de ochtendkerkdiensten – werden gewoon in de Menorah gehouden. De laatste dienst in de aula werd gehouden op zondag 9 juni 1991.

Ook werden kerkdiensten gehouden in de gemeenschapsruimte van de school ’t Foarhûs, aan de Dorsvloer in de wijk De Trisken (in het westen van Drachten). Van oktober 1983 tot april 1986 werden die diensten gehouden onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad van de nabijgelegen Gereformeerde Kerk te Boornbergum, en daarna enige jaren onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad van Drachten. Tegenwoordig worden daar geen kerkdiensten meer gehouden.

Verder werden in het kerkenhuis ’t Mulhûs aan de Dorsvloer in de wijk De Trisken diensten gehouden, voor het eerst op 31 maart 1990. Ook daar worden tegenwoordig geen kerkdiensten meer gehouden.

Jeugdgebouw Irene (1956).

Jeugdgebouw ´Irene´.

Van belang is nog de vermelding van het jeugdgebouw Irene, aan de Lange West, achter de Noorderkerk. Architectenbureau J. Bosma ontwierp de plannen voor het gebouw (daarbij werd rekening gehouden met de mogelijkheid er ooit nog eens een verdieping boven op te bouwen), dat in oktober 1956 in gebruik genomen werd. Enkele jaren eerder was in Drachten de Chr. H.B.S. opgericht, die – sterk groeiend – aanvankelijk in een te klein noodgebouw gevestigd was. Daarom maakte die school voor haar lessen direct van het jeugdgebouw Irene gebruik. Ook andere scholen maakten daar hun begin mee. Het gebouw werd vooral voor jeugdwerk gebruikt, maar ook voor talloze andere bijeenkomsten.

Toen de regenkledingfabriek RIA in 1976 werd gekocht om er het kerkgebouw De Opdracht met veel vergaderruimte van te maken, werd Irene overbodig en kon het gebouw in 1977 worden verkocht. Het werd kort daarop gesloopt. Op die plaats werd een instelling voor bejaarden en alleenstaanden gebouwd, die ‘Irenehûs’ gedoopt werd.

Geleidelijke terugloop.

De Gereformeerde Kerk te Drachten heeft sinds haar ontstaan in 1844 een geleidelijke groei te zien gegeven. Door de uitbreiding van Drachten als industrieplaats (Philips vestigde zich er in 1952, maar ook andere bedrijven vonden in Drachten een gunstig gelegen vestigingsplaats) groeide ook de Gereformeerde Kerk stevig door. In twintig jaar tijd verviervoudigde het ledental van de kerk zich bijna. Het ‘topjaar’ werd bereikt in 1981, toen de kerk 10.408 leden telde en al enige tijd de grootste ongedeelde Gereformeerde Kerk van ons land was.

Links de ingang van de Philipskantine.

Tussen  1985 en 1995 daalde het ledental enigszins, onder meer door vertrek van gemeenteleden naar de op een bedrijventerrein gevestigde Vrije Baptistengemeente Bethel, waar ds. Orlando Bottenbley voorging. Toch herstelde het ledental volgens de kerkelijke statistieken zich daarna weer enigszins.

Vatten we het overzicht in een tienjaarlijks schema samen, dan blijkt het volgende:

Jaar          ledental        predikanten        kerkgebouwen

1955         2.423                     2                       2 (Noord, Zuid)

1965         5.647                     6                       3 (+ Fontein)

1975         9.373                     7                       4 (+ Menorah)

1985      10.235                     9                       6 (+ De Opdracht en De Arke)

1995         8.766                     9                       4 (- Fontein en – De Opdracht)

2002         7.827                     6                       4 (- Noorderkerk, + De Oase)

(waarna volgens de gegevens in de Jaarboeken weer een stijging van het ledental optrad).

In 2005 werd de Protestantse Gemeente te Drachten gevormd; een samengaan van de Gereformeerde Kerk en de veel kleinere Hervormde Gemeente (met in 2005 ongeveer 2.525 leden). In Drachten bestaat ook een Hervormde Wijkgemeente van Bijzondere Aard (een rechtzinnig Hervormde gemeente met De Kapel), die in 2005 ongeveer 200 leden telde.

“Voortvarend verder…”.

De Protestantse Gemeente te Drachten telde op 31 maart 2016 nog 7.158 leden. Sinds jaren is een geleidelijke teruggang waarneembaar (zo telde de Protestantse Gemeente zes jaar eerder, op 1 januari 2010, nog 8.763 leden).

Geen wonder dat de Algemene Kerkenraad maatregelen noodzakelijk achtte om de kerk ook in de toekomst levensvatbaar te houden, ‘met minder kerkgebouwen‘. In mei 2017 werd een Voorgenomen Besluit genomen over de toekomstige organisatie van de Protestantse Gemeente te Drachten. De overwegingen die tot dat besluit leidden waren neergelegd in het rapport ‘Voortvarend Verder’, waarvan het laatste gedeelte op 9 februari 2017 werd overhandigd aan de Algemene Kerkenraad. De wijkgemeenten werd verzocht commentaar te geven op de in het rapport genoemde vier organisatiemodellen van de kerk in de toekomst. De meeste wijkgemeenten kozen voor model 4: ‘Eén Protestantse Gemeente Drachten, zonder wijkgemeenten met één kerkenraad‘.  Alleen wijkgemeente Noord (van De Oase) koos voor model 2, dat inhoudt: een zelfstandig opererende gemeente met een samenwerkingverband met de overige wijk(en)/gemeente(s) van de Protestantse Gemeente Drachten. De Algemene Kerkenraad, zo overwoog hij in de motivering van zijn ‘voorgenomen besluit’, zou een splitsing in één of meer zelfstandige gemeenten betreuren, al erkende hij ‘dat de keuze voor een zelfstandige gemeente legitiem is’.

In de overwegingen van het voorgenomen besluit wordt ook opgemerkt, dat ‘keuzes over het in bezit houden, dan wel afstoten van vastgoed buiten beschouwing blijft, tot het moment waarop duidelijk is of wijk Noord gaat voor zelfstandigheid of dat zij kiest voor één Protestantse Gemeente te Drachten’. Tenzij, zo werd er aan toegevoegd, de omstandigheden veranderen en dwingen tot het eerder maken van een keuze’. Met andere woorden: ook in Drachten lijkt het op niet al te lange termijn af te stevenen op het sluiten van een of meer kerkgebouwen.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Drachten.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Drachten vanaf 1895 tot 2005 (bron: Jaarboeken GKN en PKN).

Bronnen (voor de hele serie artikelen):

A. Algra, De Historie gaat door Het Eigen Dorp, deel V, Leeuwarden, [1958]

Archief Gereformeerde Kerk te Drachten. Gemeentearchief, Drachten

Archief H.J.B. Hamer (betreffende de kwestie-Staal). Groningen, GereformeerdeKerken.info

J. Beetsma, Kleine mensen in een grote kerk. Uitgegeven ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Geref. Kerk in Drachten. Drachten, 1969

G. Blom-Rehorst, e.a. (red.), Geandewei, Samen-op-Weg kerkblad van Friesland. Leeuwarden, 1999-2006

S.S. Cnossen, Ik zal gedenken. Iets uit de kerkgeschiedenis van Drachten met name over de Afscheiding (1844) en Vrijmaking (1945) in Drachten. Drachten, g.j.

J. Dikboom e.a., De Dienst der Dankbaarheid. Drachten, 1945

K. Dijk (rapporteur), Rapport inzake de moeilijkheden in de Gereformeerde Kerk te Drachten. Kampen, 1940

T. Dijkstra, 25 jaar De Arke Drachten. 1980-2005. Drachten, 2005

J. Gietema, Geschiedenis der Gereformeerde Kerk te Drachten. Drachten, 1955 [Hs.]

J.M. Goedhart, ‘s Heeren bevrijdende verlossingsmacht. Drachten, 1965

B. de Groot en T. Talsma, Kerk te kijk. 150 jaar Gereformeerde Kerk te Drachten. Drachten, 1994

N.N., Jaarboekjes van de Gereformeerde Kerk te Drachten. Drachten, div. jrg.

P. van Schaik, Met vallen en opstaan. Geschiedenis van de Hervormde Gemeente te Drachten. Drachten, 1980

J. Wesseling, De Afscheiding van 1834 in Friesland, deel II, De classes Drogeham (Drachten) en Leeuwarden van de Afgescheiden kerken. Groningen, 1981

© 2017. GereformeerdeKerken.info