Van Noorderkerk naar Noorderlicht in Zeist (2)

( < Naar deel 1 ) –  Ondertussen volgden de predikanten in Zeist elkaar na de Tweede Wereldoorlog op die, ook voor de Noorderkerk (c.q. voor de Bergwegkerk, zoals de naam in 1955 werd), van grote betekenis waren.

Ds. J. Wilschut (1926-2006).

We noemen behalve ds. J. Gillebaard (1897-1960) ook de predikanten ds. J. Wilschut (1926-2006), die van 1955 tot 1961 aan de Noorderkerk c.q. Bergwegkerk verbonden was; ds. J. van Leeuwen (1924-2018) van 1960 tot 1965; ds. Joh. Pasveer (1931-2005) van 1962 tot 1967; ds. Th. Rienks (1916-2009) van 1967 tot 1975; ds. D.N. Verschoor (1938-2018) van 1976 tot 1981; ds. A. Corporaal (1927-1996) van 1961 tot 1992, en sinds 1982 verbonden aan de Bergwegkerk; ds. J.A. van de Peppel (1927-2017) van 1966 tot 1979 en ds. H. Bonestroo (*1945) (van 1980 tot 2004). Verder verwijzen we u naar de predikantenlijst van Zeist.

Een jeugdgebouw (1955) bij de Bergwegkerk.

Het nieuwe jeugdgebouw achter de Bergwegkerk (foto: ’60 jaar Bergwegkerk’).

In 1955 kreeg de Noorderkerk officieel de naam Bergwegkerk. En bovendien werd achter de kerk aan jeugdgebouw neergezet, ten behoeve van onder meer het jeugdwerk van de Bergwegkerk. Op 3 juli 1954 werd de eerste steen gelegd door de heer S. Zeyl Wzn. De plannen voor een jeugdcentrum bestonden al langer, zodat de uitspraak ‘Lang gewacht en toch verkregen’ niet voor niets was. De bouwkosten bedroegen ongeveer een ton. Het jeugdgebouw werd behalve voor het jeugdwerk ook gebruikt voor catechisaties en kon verder gehuurd worden voor vergaderingen, feestjes, bruiloften, tentoonstellingen, enz. Voor bruidsparen wier huwelijk in de Bergwegkerk ingezegend werd was het jeugdgebouw uiteraard handig voor het houden van de receptie.

Het interieur van het jeugdgebouw achter de Bergwegkerk (foto: ’60 jaar Bergwegkerk’).

De kerk grondig gerestaureerd (1962).

In 1961 werd de Bergwegkerk tijdelijk gesloten, omdat de kerk onderworpen werd aan een ingrijpende (inwendige) renovatie. Allereerst werd het interieur van de kerk opnieuw in lichtere tinten geschilderd. Ook werden in opdracht van de brandweer enkele in- en uitgangen verbreed zodat bij onheil meer mensen tegelijk de kerk zonder al te veel kneuzingen konden verlaten. Verder werd de verlichting verbeterd en vernieuwd, terwijl ook de preekstoel aangepast werd en de ambtsdragersbanken aan weerszijden van de kansel verdwenen; het liturgisch centrum rondom de preekstoel werd daardoor ruimer. De kerkdiensten werden gedurende de renovatie gehouden in de hervormde Sionskerk aan de Jacob Catslaan (hoek Oude Arnhemseweg).

Op 30 november 1962 werd de vernieuwde Bergwegkerk weer in gebruik genomen; die datum was een meevaller, want hoewel de werkzaamheden veel meer bleken te omvatten dan men oorspronkelijk had voorzien, werd het karwei toch binnen de vastgestelde tijd geklaard.

Het interieur van de Bergwegkerk na de restauratie (foto: ’60 jaar Bergwegkerk’).

De heer L. van der Meij, voorzitter van de Commissie van Beheer, droeg de kerk opnieuw over aan de kerkenraad. Hij herinnerde aan de groei van de kerk, waardoor het nodig werd in 1936 ook de Oosterkerk te bouwen, terwijl in de nabije toekomst volgens hem nog minstens twee nieuwe kerkgebouwen op stapel stonden, althans zo leek het toen.

Wijkpredikant ds. Joh. Pasveer zei in zijn toespraak dat deze restauratie niet alleen noodzakelijk was, maar ook een geloofszaak, ‘omdat een kerkgebouw niet mooi genoeg kan zijn, aangezien het de plaats is waarin de gemeente God ontmoet’.

Door het Verjaringsfonds werd een nieuwe kanselbijbel overhandigd (in de nieuwe vertaling van het NBG, die in 1951 uitkwam).

Ds. Th. Rienks (1916-2009).

Het orgel en de organisten.

Het is de moeite waard even terug te kijken op de werkzaamheden van de organisten. In de houten Noorderkerk werd het orgel door C. Schoneveld bespeeld en ook in de stenen Noorderkerk was hij van 1931 tot 1943 de orgelspeler. Zijn leerling, G. van Bennekom, werd in 1941 tot hulporganist benoemd en na het vertrek van de heer Schoneveld werd hij in 1944 hoofdorganist van de Noorderkerk; als zodanig was hij tot 1956 werkzaam. In de jaren 1961 tot 1965 was er zelfs een drietal organisten: G.J. van Bennekom (hij overleed in 1964), D.E. van Leeuwen en C.L. Vos.

Achtereenvolgens werden tot organist aangesteld de heer A.D.R. Houtman, J. van Ramshorst (die tot 1990 diende!) en J. van Wiggelinkhuizen. In 1990 werden G.A. Jonkman en W.H. Boog tot organist benoemd.

De kosters.

De kosters spelen in een kerkgebouw natuurlijk een belangrijke rol. Zij moeten zorg dragen voor talloze taken in en rond de kerk. Van 1921 tot 1958 was het de heer Van Nimwegen. Hij werd opgevolgd door de heer J. Holtrop, die in 1963 op zijn beurt werd opgevolgd door de heer J. van Tellingen.

Restauratie van het orgel (1963-1964).

Het orgel in de Bergwegkerk na de restauratie (foto: ’60 jaar Bergwegkerk’).

Begin jaren ’60 werd het orgel van de Bergwegkerk gerestaureerd door de fa. J. de Koff en Zoon uit Utrecht. ‘De dispositie van het voorheen nogal romantisch getinte orgel werd aan de nieuwere inzichten aangepast. Het orgel van de Bergwegkerk is dankzij deze restauratie een instrument geworden waarop men nu muziek van alle tijden volledig recht kan doen wedervaren’. Bovendien werd het orgel met enkele registers uitgebreid. ‘En als gevolg van een verplaatsing van de speeltafel, waardoor ruimte geschapen is voor een bescheiden koortje, kan in de Bergwegkerk nu ook de figuur van een cantor-organist zijn intrede doen’, zo concludeerde de pers in 1964, toen het grondig opgeknapte orgel weer in gebruik genomen werd.

Ds. A. Corporaal (1927-1996) was van 1961 tot 1992 aan de kerk van Zeist verbonden; sinds 1982 was hij predikant van de Bergwegkerk.

Nog een orgelrestauratie (1982).

Nog net geen twintig jaar later onderging het tweeklaviers Flentrop-orgel van de Bergwegkerk opnieuw een restauratie.  In november 1981 begon de restauratie, uitgevoerd door de fa. Flentrop in Zaandam. Allerlei mankementen die de afgelopen jaren tevoorschijn gekomen waren, ‘waardoor het spelen onaangenamer werd’, werden aangepakt. Zo werden ook enkele nieuwe en vernieuwde registers aangebracht. Door de uitbreiding van het aantal registers werd ook het aantal pijpen opgeschroefd: van 1555 naar 1771.

Verder werden de grote frontpijpen verwijderd, omdat ze min of meer een eigen leven gingen leiden: zonder dat er luchttoevoer was, dus zonder dat die pijpen werden ‘aangespeeld’, bleven ze doorbrommen, (zgn. ‘hangers’), en ze moesten met een prop papier, of wat er ook verder voorhanden was, dichtgestopt worden. ‘Organist Jan van Ramshorst had op die manier al heel wat bezittingen in het orgel zitten, variërend van zakdoeken tot dassen of handschoenen. Maar sinds de restauratie kon hij daarover weer vrij beschikken’. Overigens werd tijdens de schoonmaak van het orgel ook nog iets anders gevonden in een van de pijpen: een levensgrote in uitgedroogde staat verkerende vleermuis.

Herinrichting van het liturgisch centrum (1987).

Het nieuwe liturgisch centrum van de Bergwegkerk (foto: ’60 jaar Bergwegkerk’).

Eerder vermeldden we al dat tijdens de verbouwing van de Bergwegkerk in 1962 de ambtsdragersbanken aan weerszijden van de kansel verwijderd werden. Daardoor werd de ruimte rondom de preekstoel groter, zodat er meer gebruik van kon worden gemaakt. Maar daarmee was het liturgisch centrum nog niet tot zijn uiteindelijke bestemming gekomen, want sinds het begin van de jaren ’80 was de wens om het podium aan te pakken steeds sterker geworden. Besloten werd het bestaande podium te vergroten en te verhogen tot zo’n 40 cm., voorzien van een trede. Een tweetal banken voorin de kerkzaal moesten daarvoor wijken. Er kwam bovendien ruimte voor het plaatsen van een tweetal rolstoelen.

De vaste preekstoel verdween. De deuren in de aandachtsmuur aan weerszijden van de kansel werden dichtgemaakt en voorzien van een kruis. Er kwamen een verplaatsbare achtkantige kansel met drie treden, een liturgische tafel met bijpassende stoel. De doopvont en het rek voor de collectezakjes werden eveneens vernieuwd en ook werd een bijpassende standaard voor de paaskaars vervaardigd. Verder werd de geluidsvoorziening in de kerkzaal aangepast. In april 1987 kon de Bergwegkerk weer in gebruik genomen worden.

Beide kerken gerestaureerd.

De Oosterkerk te Zeist.

Begin jaren ’90 adviseerde een door de Kerkenraad voor Algemene Zaken (KAZ) ingestelde stuurgroep om één van de twee kerken, de Oosterkerk aan de Woudenbergseweg, te slopen. De grond zou dan kunnen worden verkocht aan de Stichting Zorg op Maat. Wel zou als voorwaarde gesteld moeten worden dat in het daar te bouwen centrum een echte kerkzaal zou komen met vergaderruimten die door de kerk konden worden gebruikt. Het advies over de Bergwegkerk luidde kort en krachtig: die moet worden gemoderniseerd.

“De gehele gemeente kwam in de volle breedte in rep en roer”. De druk bezochte gemeentevergadering in september 1993 leidde tot een alternatief plan, dat mogelijk bleek omdat de financiële toestand van de kerk beter was dan gedacht. De kerk had namelijk een legaat ontvangen en had bovendien aan de Graaf Lodewijklaan een wijkgebouw dat kon worden verkocht. Ook ‘bijdragen van emotioneel en financieel betrokken vergrijzende leden van de Gereformeerde Kerk te Zeist maakten het mogelijk beide kerkgebouwen te moderniseren en aan te passen aan de moderne tijd!’ Na veel onderzoek en vergaderingen, ook door allerlei commissies, gaf de kerkenraad daarvoor toestemming.

De Oosterkerk.

Het interieur van de Oosterkerk (foto: Protestantse Gemeente Zeist).

Na veel overleg en op grond van de benodigde tekeningen, gemaakt door G. van Oel, kon de Oosterkerk inpandig in een nieuw jasje gestoken worden en werd de kerk in juni 1994 opnieuw in gebruik genomen. In 1995 bleek de dakruiter op de kerk aan zijn eind. Reparatie zou zo’n fl. 85.000 kosten. Dat geld was er niet. Moest de kerk dan toch maar gesloopt worden? Dat zou natuurlijk een behoorlijke kapitaalvernietiging betekenen met het oog op de voorgaande restauratie van het interieur van de kerk. Na veel gepuzzel werd alsnog besloten de kerk open te houden en de torenspits ondanks alles te restaureren.

De restauratie van de Bergwegkerk.

Zoals al opgemerkt was het interieur van de Bergwegkerk in 1962 stevig aangepakt. En in 1981 werd het in 1954 achter de kerk gebouwde Jeugdgebouw door middel van een corridor met de kerk verbonden. Ook hebben we gezien dat in 1987 het liturgisch centrum was opgeknapt en vergroot en voorzien van nieuw meubilair.

De Bergwegkerk (foto: Protestantse Gemeente Zeist).

De derde opknapbeurt volgde dus in de jaren ’90, overeenkomstig het besluit van de KAZ.  Er kwam – na een eerdere commissie waarvan de plannen werden afgewezen – een breed samengestelde faceliftcommissie die voorstellen moest doen, maar die al meteen opmerkte dat veel van de bestaande wensen om de aantrekkelijkheid van de kerk te vergroten eigenlijk al gerealiseerd waren. “Wat nog als groot gemis werd ervaren was dat de kerk, zoals in 1931 gebouwd, niet tot ontmoeting nodigde”.

Dat punt stelde de faceliftcommissie in zijn advies centraal: ‘ontmoeting op zondag en door de week’. De wijkraad nam de door de commissie aangereikte plannen zeer serieus en besteedde vijf vergaderingen aan de voorstellen. De wijkraad ging uiteindelijk met de plannen akkoord en legde ze op 25 september 1995 voor aan de gemeentevergadering. Deze was het uiteindelijk ook eens met de voorstellen van de commissie, die waarschuwde dat er veel water door de slotgracht moest stromen voordat de plannen gerealiseerd zouden kunnen worden. “De weg bleek bezaaid met onzekerheden en misverstanden”, die ook te maken hadden met de kosten, die naar het oordeel van de Commissie van Beheer niet méêr mochten bedragen dan een ton.

Het interieur van de Bergwegkerk, die sinds 2002 Noorderkerklichtkerk heet (foto: Protestantse Gemeente Zeist).

De bouwkundige van de Commissie van Beheer, de al eerder genoemde G. van Oel, maakte in 1996 afgeslankte bouwplannen en deze werden goedgekeurd. De opknapbeurt kon beginnen en in september 2000 meldde de Commissie van Beheer aan de KAZ dat ook de renovatie van het jeugdgebouw en de inpassing aan de kerk was voltooid.

De Noorderlichtkerk (2002).

In 2002 werden in het noorden van Zeist twee Samen-op-Weg-gemeenten samengevoegd: de hervormde Shalomgemeente en de gereformeerde Noorderwijk (met de Bergwegkerk). Vanaf dat moment werd de Bergwegkerk de Noorderlichtkerk genoemd.

Net als de Oosterkerk is de Noorderlichtkerk nog steeds een van de kerkgebouwen van de Protestantse Gemeente te Zeist.

Ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Zeist.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Zeist tussen 1905 en 2015 (bron: Jaarboeken GKN en PKN).

Bronnen onder meer:

Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

Jaarboeken (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

L.A.G. van Selm, Geschiedenis van de Gereformeerde Kerk Zeist,  drie delen. Zeist, 2011-2016

J. Varkevisser, 60 jaar Bergwegkerk Zeist. Een jubileumuitgave van de Gereformeerde Kerk van Zeist. Zeist, 1991

© 2023. GereformeerdeKerken.info