Het Dolerende kerkje van Allingawier

… en van Exmorra.

Aan de Meerweg 13 in het Friese dorpje Allingawier staat, een beetje verscholen in het open landschap, een klein gebouw dat al meer dan een eeuw meebeweegt met de tijd. Wat in 1893 begon als een gereformeerd kerkje, groeide uit tot een plek met een opmerkelijk veelzijdige geschiedenis.

Kaart: Google.

In dat jaar, 1893, werd de laatste steen gelegd. Het gebouw was het tastbare gevolg van een kerkelijke afsplitsing, de Doleantie: de hervormden bleven naar de Grote Kerk in het dorp gaan, terwijl de gereformeerden voortaan hun diensten hielden in het nieuwe, bescheiden kerkje aan de Meerweg. Die scheiding liet de gemoederen hoog oplopen. De Friese dichter Obe Postma schreef daar een gedicht over, waarin hij het conflict afbeeldde als een situatie waarbij de hervormden de gereformeerden met hooivorken stonden op te wachten.

Iets over de voorgeschiedenis.

De hervormde gemeente van de dorpen Exmorra en Allingawier werd opgericht in 1600. Het betrof één gemeente met twee kerkgebouwen: zowel in Exmorra als in Allingawier stond een kerk.

Ds. T.F. de Haan (1791-1868).

Van 1829 tot 1835 was ds. Tamme Foppens de Haan (1791-1868) hervormd predikant in Exmorra. In die periode legde hij zich met grote toewijding toe op de studie van het Arabisch, Hebreeuws en Aramees. Naast zijn wetenschappelijke belangstelling werd ook zijn pastorale arbeid zeer gewaardeerd. In 1839 stond hij in het dorp Ee. Daar sloot hij zich in datzelfde jaar, 1839, aan bij de Afscheiding, waarbij de Christelijke Afgescheidene Kerk ontstond, voortgekomen uit het werk van de afgezette hervormde predikant ds. Hendrik de Cock (1801-1842). Voor de Afgescheidenen betekende de toetreding van de geleerde dominee De Haan een belangrijke versterking! Hij heeft zich vervolgens sterk ingezet voor de opleiding van theologiestudenten en werd in 1854 docent aan de dat jaar opgerichte Theologische School in Kampen.

De Doleantie in Exmorra-Allingawier (1888).

Ds. H. de Cock (1801-1842), de eerste Afgescheiden predikant in Nederland.

Hoe dan ook, vijftig jaar later, in 1888, ontstond er verdeeldheid binnen de hervormde gemeente van Exmorra-Allingawier. Dat jaar brak daar de Doleantie uit, de tweede orthodoxe afscheiding binnen de hervormde kerk. Op 6 augustus 1888 kwamen drie kerkenraadsleden bijeen in de woning van Jitze Romkes Feenstra te Allingawier: ouderling Ulbe Gabes Wynia uit Allingawier, diaken Jitze Romkes Feenstra en diaken Bauke Joukes Wiersma, eveneens uit Allingawier. De andere ouderling, Tj. Wiersma uit Exmorra, wordt niet genoemd in de eerste notulen van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (dolerende) van Exmorra-Allingawier, maar wel in het kasboek dat op dezelfde dag werd aangelegd. Hieruit blijkt dat ook hij zich bij de Doleantie aansloot. Daarmee kan worden geconcludeerd dat de volledige kerkenraad van de hervormde gemeente meeging in de Doleantie.

Bij deze bijeenkomst waren tevens de Dolerende predikanten aanwezig: dr. L.H. Wagenaar (1855-1910), die eerder hervormd predikant was geweest in Wons en in die regio veel invloed had, én ds. R.K. Brouwer (1859-1905) uit Makkum. Ook de kerkvoogden van Allingawier waren aanwezig. De kerkvoogden van Exmorra waren, ‘ondanks een uitnodiging’, niet gekomen.

De instituering.

Dr. L.H. Wagenaar (1855-1910) institueerde de Gereformeerde Kerk te Exmorra-Allingawier.

Dr. Wagenaar hield die middag om twee uur een preek in de hervormde kerk van Allingawier over 1 Petrus 2 de verzen 6 tot 9 (over ‘de levende Steen en het heilige volk’). Aansluitend werd een voorstel in stemming gebracht om het verband met de hervormde kerk te verbreken, terug te keren tot de gereformeerde Dordtse Kerkorde en zich aan te sluiten bij het landelijke kerkverband van De Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende). Dit voorstel werd unaniem aangenomen. Zowel de koning als de burgemeester werden hiervan op de hoogte gesteld. Aan de consulent, ds. Lambers (de gemeente was toen vacant), werd meegedeeld dat men geen prijs meer stelde op zijn diensten. Zo ontstond op 6 augustus 1888 de Nederduitsche Gereferomeerde Kerk (doleerende) te Exmorra-Allingawier.

Ds. R.K. Brouwer (1859-1905), die ook aanwezig was bij de instituering van de kerk..

De kerkvoogden werden opgeroepen trouw te blijven aan de kerkenraad. Ook meester Roosjen werd aangespoord zijn taak als voorzanger en voorlezer te blijven vervullen en dus met de Doleantie mee te gaan. Hij koos er echter voor hervormd te blijven en verliet nog in datzelfde jaar Exmorra. Door middel van huisbezoeken en circulaires probeerde men de gemeenteleden te overtuigen. Het lijkt erop dat de Doleantie in Allingawier meer steun vond dan in Exmorra. In Exmorra werd S.D. Wouters aangesteld als voorlezer en voorzanger.

Een eigen predikant (1889).

Ds. H.R. Nieborg (1862-1934), de eerste predikant van de Gereformeerde kerk te Exmorra-Allingawier.

Intussen ging men voortvarend op zoek naar een predikant. Dat leidde snel tot resultaat. Tijdens de kerkenraadsvergadering van 2 januari 1889 werd meegedeeld dat kandidaat H.R. Nieborg (1862-1934) het beroep had aangenomen. In maart deed hij intrede in het hervormde kerkgebouw van Allingawier (in de tussentijd, direct na de Doleantie, was enige tijd gebruikgemaakt van een timmerschuur, vervolgens werd de hervormde kerk van Allingawier gehuurd). Ds. F.P.L.C. van Lingen (1832-1913) bevestigde hem ’s morgens in het ambt. De collecten bedroegen die dag fl. 5,31½ in de morgendienst en fl. 3,46 in de middagdienst.

Ds. F.P.L.C. van Lingen (1832-1913).

Aanvankelijk vonden de kerkdiensten uitsluitend plaats in het hervormde kerkgebouw van Allingawier, waarschijnlijk omdat de kerkvoogdij daar met de Doleantie was meegegaan. Na enkele weken werd echter afwisselend in beide dorpen gepreekt. In 1892 sloot de Dolerende Kerk van Exmorra-Allingawier zich aan bij De Gereformeerde Kerken in Nederland, die ontstond door het samengaan, de ‘Vereniging’, van de landelijke kerken uit Afscheiding en Doleantie.

Twee eigen kerken…

De gereformeerde kerk te Exmorra.

In 1890 werd aan de Dorpsstraat 13 in Exmorra een gereformeerde kerk gebouwd. Iets meer dan honderd jaar deed deze kerk dienst. In 1992 werd er de laatste dienst gehouden, maar de kerk staat er nog steeds; ze wordt nu gebruikt als woning.

Het interieur van de gereformeerde kerk te Exmorra (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Drie jaar na de bouw van de kerk in Exmorra werd in 1893 ook in Allingawier een klein gereformeerd kerkgebouw neergezet. Het kerkje werd sober uitgevoerd. Er was weinig geld beschikbaar; het interieur bestond uit eenvoudige kerkbanken en een harmonium. Toch vonden de gelovigen er jarenlang hun plek. Vanaf die tijd kwam men beurtelings in beide dorpen samen. Er zijn plannen geweest om het kleine kerkje in Allingawier af te breken. Dat leidde tot veel correspondentie, maar uiteindelijk hebben de gereformeerden van Allingawier het gebouw zorgvuldig gerestaureerd, waardoor het behouden bleef.

De vroegere gereformeerde kerk van Allingawier (hier met zonnepanelen).

In 1893 werd geprobeerd een combinatie aan te gaan met de Gereformeerde Kerk van Tjerkwerd, die op 10 oktober 1891 was geïnstitueerd. De bedoeling was om gezamenlijk een predikant te beroepen. Dat initiatief mislukte. Pas in 1956 kwam een dergelijke samenwerking tot stand. Daarvóór hadden Exmorra en Allingawier eerst enkele jaren (van 1930 tot 1946) samengewerkt met de kerk van Wons en later, vanaf 1962, onder meer met die van Tjerkwerd en Gaast.

Ds. Nieborg was in 1893 naar de kerk van Reeuwijk, Sluipwijk en Haastrecht vertrokken. Daarna bleef de gemeente acht jaar vacant. Vervolgens werd ds. A.G.H. Schippers (1872-1915) beroepen, die later werd opgevolgd door andere gereformeerde predikanten.

Ds. A.G.H. Schippers (1872-1915).

Maar tegen het einde van de jaren zestig van de twintigste eeuw liep het aantal kerkgangers sterk terug en werd in 1971 de laatste dienst gehouden. Daarmee kwam een einde aan de religieuze functie waarvoor het gebouw in 1893 was neergezet.

Een onverwachte wending…

Daarop volgde een onverwachte wending. De eigenaar van een autosloperij en fietsenmaker nam het kerkje van Allingawier over en gaf het een geheel andere bestemming. Waar ooit psalmen klonken, werd gesleuteld en gesloopt.

In 1977 veranderde het gebouw opnieuw van eigenaar. Het werd onderdeel van het museumdorp van Stichting Aldfaers Erf, opgericht door Yde Schakel. Zijn zoon Ferk Schakel, later directeur van de stichting, nam het kerkje op in het geheel dat bezoekers een inkijkje bood in het leven van vroeger. Naast het gebouw verscheen toen het kenmerkende rode hokje waar museumtickets werden verkocht. Bij de verbouwing kwamen zelfs restanten van de garageperiode aan het licht: de smeerkuil zat er nog in!

Het interieur van de kerk van Allingawier nadat het bedrijf er uit getrokken was.

In deze museale fase kreeg het kerkje opnieuw een religieuze lading. Yde Schakel bracht kunstenaarsechtpaar Hans en Loura Samson-Rous naar Allingawier. Zij maakten een projectie van het Scheppingsverhaal, gebaseerd op hun boek In den beginne. Oorspronkelijk was de presentatie bedoeld voor de hervormde Grote Kerk, maar die vond de moderne, confronterende beelden niet passend. Het voormalige gereformeerde kerkje bood uitkomst.

Het bleek een schot in de roos. Elk halfjaar kwamen meer dan 40.000 bezoekers speciaal naar het kleine gebouw aan de Meerweg om het Scheppingsverhaal te beleven. Tot 1995 was het programma hier te zien, waarna het alsnog naar de hervormde Grote Kerk verhuisde.

Te koop…

Na 2018 namen de bezoekersaantallen af, mede door stijgende kosten, strengere regelgeving en de coronaperiode. In 2021 werd afstand gedaan van de status als beschermd dorpsgezicht van het museumdorp; de lasten waren te hoog geworden. Twee jaar later ging de rest van het dorp in de verkoop. Het voormalige gereformeerde kerkje verscheen op Funda en trok onmiddellijk de aandacht: tachtig geïnteresseerden meldden zich met uiteenlopende plannen. Velen zagen opnieuw een publieke functie voor zich, maar dat bleek niet haalbaar.

Het kerkje in de tijd dat het dienst deed als museumkerk. Het rode hokje werd er in 1977 voor gebouwd en dat staat er nog steeds.

Louke Koopman kocht het pand met het idee er een Airbnb van te maken. Dat plan strandde, waarna hij koos voor vaste verhuur. Een ingrijpende verbouwing volgde. De toren moest zelfs tijdelijk worden verwijderd, omdat die slechts op vier keilbouten bleek te rusten — een gevaarlijke situatie. Met een kraan werd de toren eraf getild, hersteld en weer teruggeplaatst.

Sinds 2024 wordt het voormalige gereformeerde kerkje bewoond. Maar ook die periode loopt ten einde: het pand staat opnieuw te koop. Zo begint weer een nieuw hoofdstuk voor het gebouw dat in 1893 als gereformeerd kerkje werd gebouwd en sindsdien, tussen geloof, garage en woning, al duizend levens heeft geleid…

Bronnen onder meer:

A. Algra, De Historie gaat door Het Eigen Dorp, deel IV. Leeuwarden, g.j.

Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

De Heraut voor De Gereformeerde Kerken in Nederland. Amsterdam, div. jrg.

Jaarboek (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

© 2026. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

The “Dolerende” Little Church of Allingawier.

… and of Exmorra.

At Meerweg 13 in the Frisian village of Allingawier, somewhat hidden in the open landscape, stands a small building that has moved with the times for more than a century. What began in 1893 as a ‘gereformeerde’ church grew into a place with a remarkably diverse history.

In that year, 1893, the final stone was laid. The building was the tangible result of a church secession, the Doleantie: the members of the ‘hervormde’ Church continued attending services in the Great Church in the village, while the ‘gereformeerde’ members henceforth held their services in the new, modest church on Meerweg. That division caused strong emotions to flare. The Frisian poet Obe Postma wrote a poem about it, depicting the conflict as a situation in which the ‘hervormden’ stood waiting for the ‘gereformeerden’ with pitchforks.

Some Background History.

The ‘Hervormde’ congregation of the villages of Exmorra and Allingawier was founded in 1600. It was one congregation with two church buildings: both Exmorra and Allingawier had a church.

From 1829 to 1835, Rev. Tamme Foppens de Haan (1791–1868) served as ‘hervormde’ minister in Exmorra. During that period he devoted himself with great dedication to the study of Arabic, Hebrew, and Aramaic. In addition to his scholarly interests, his pastoral work was highly appreciated. In 1839 he was serving in the village of Ee. That same year he joined the Afscheiding, which led to the formation of the Christian Seceded Church, arising from the work of the deposed ‘hervormde’ minister Rev. Hendrik de Cock (1801–1842). For the Seceders, the accession of the learned minister De Haan was an important reinforcement. He subsequently committed himself strongly to the education of theology students and in 1854 became a lecturer at the Theological School in Kampen.

The Doleantie in Exmorra–Allingawier (1888).

Fifty years later, in 1888, division arose within the ‘hervormde’ congregation of Exmorra–Allingawier. That year the Doleantie broke out there—the second orthodox secession within the ‘hervormde’ Church.

On August 6, 1888, three church council members met in the home of Jitze Romkes Feenstra in Allingawier: elder Ulbe Gabes Wynia from Allingawier, deacon Jitze Romkes Feenstra, and deacon Bauke Joukes Wiersma, also from Allingawier. The other elder, Tj. Wiersma from Exmorra, is not mentioned in the first minutes of the Nederduitsche Gereformeerde Kerk (dolerende) of Exmorra–Allingawier, but he does appear in the cashbook opened that same day. This shows that he too joined the Doleantie. It may therefore be concluded that the entire church council of the ‘hervormde’ congregation went along with the Doleantie.

Also present at this meeting were the “dolerende” ministers: Dr. L.H. Wagenaar (1855–1910), who had previously served in Wons and had considerable influence in the region, and Rev. R.K. Brouwer (1859–1905) from Makkum. The churchwardens of Allingawier were also present. The churchwardens of Exmorra, “despite an invitation,” did not attend.

The Institution of the Congregation.

That afternoon at two o’clock, Dr. Wagenaar preached in the ‘hervormde’ church of Allingawier on 1 Peter 2:6–9 (about “the living Stone and the holy people”). Afterwards, a proposal was put to a vote to sever ties with the ‘hervormde’ Church, return to the ‘gereformeerde’ Church Order of Dordrecht, and affiliate with the national federation of the Nederduitsche Gereformeerde (dolerende) Churches. The proposal was unanimously adopted. Both the king and the mayor were informed. The consulant, Rev. Lambers (the congregation was vacant at the time), was notified that his services were no longer desired. Thus, on August 6, 1888, the Nederduitsche Gereformeerde Kerk (dolerende) at Exmorra–Allingawier came into being.

The churchwardens were urged to remain loyal to the church council. Schoolmaster Roosjen was also encouraged to continue his task as precentor and reader and therefore to join the Doleantie. However, he chose to remain ‘hervormd’ and left Exmorra later that same year. Through home visits and circular letters, attempts were made to persuade the congregation members. It appears that the Doleantie found more support in Allingawier than in Exmorra. In Exmorra, S.D. Wouters was appointed as reader and precentor.

A Minister of Their Own (1889).

Meanwhile, the congregation energetically sought a minister. This quickly bore fruit. At the church council meeting of January 2, 1889, it was announced that candidate H.R. Nieborg (1862–1934) had accepted the call. In March he was installed in the ‘hervormde’ church building of Allingawier (immediately after the Doleantie, a carpenter’s shed had been used for a time; subsequently the ‘hervormde’ church of Allingawier was used). Rev. F.P.L.C. van Lingen (1832–1913) ordained him in the morning service. The collections that day amounted to 5.31½ guilders in the morning service and 3.46 guilders in the afternoon service.

Initially, services were held exclusively in the ‘hervormde’ church of Allingawier, probably because the board of churchwardens there had joined the Doleantie. After a few weeks, however, preaching alternated between the two villages. In 1892 the Dolerende Church of Exmorra–Allingawier joined the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands, which had arisen through the “Union” of the national churches of the Secession and the Doleantie.

Two Churches of Their Own…

In 1890 a ‘gereformeerde’ church was built at Dorpsstraat 13 in Exmorra. It served for more than a hundred years. The last service was held there in 1992, but the church still stands; it is now used as a residence.

Three years after the construction of the church in Exmorra, in 1893, a small ‘gereformeerde’ church building was also erected in Allingawier. The little church was simply designed. There was little money available; the interior consisted of simple pews and a harmonium. Nevertheless, believers found their place there for many years. After that, services alternated between the two villages. There were plans to demolish the small church in Allingawier. This led to much correspondence, but in the end the ‘gereformeerde’ members of Allingawier carefully restored the building, ensuring its preservation.

In 1893 an attempt was made to form a partnership with the ‘Gereformeerde’ Church of Tjerkwerd, which had been instituted on October 10, 1891, as a late Dolerende church. The intention was to call a minister jointly. This initiative failed. Only in 1956 did such cooperation come about. Before that, Exmorra and Allingawier had first cooperated for several years (from 1930 to 1946) with the church of Wons and later, from 1962 onward, among others with those of Tjerkwerd and Gaast.

Rev. Nieborg had left in 1893 for the church of Reeuwijk, Sluipwijk, and Haastrecht. After that, the congregation remained vacant for eight years. Subsequently Rev. A.G.H. Schippers (1872–1915) was called, followed later by other ‘gereformeerde’ ministers.

However, toward the end of the 1960s the number of churchgoers declined sharply, and in 1971 the final service was held. This marked the end of the religious function for which the building had been erected in 1893.

An Unexpected Turn…

Then came an unexpected turn. The owner of a car scrapyard and bicycle repair shop took over the little church of Allingawier and gave it an entirely different purpose. Where psalms had once been sung, mechanical work and dismantling now took place.

In 1977 the building changed hands again. It became part of the museum village of the Stichting Aldfaers Erf, founded by Yde Schakel. His son Ferk Schakel, later director of the foundation, incorporated the little church into the complex that offered visitors a glimpse into life in earlier times. Next to the building appeared the characteristic red booth where museum tickets were sold. During renovations, remnants of the garage period even came to light: the grease pit was still there!

In this museum phase, the little church once again acquired a religious dimension. Yde Schakel brought the artist couple Hans and Loura Samson-Rous to Allingawier. They created a projection of the Creation story, based on their book In den beginne (“In the Beginning”). Originally the presentation was intended for the ‘hervormde’ Great Church, but that congregation found the modern, confrontational images unsuitable. The former ‘gereformeerde’ little church provided the solution.

It proved a great success. Every six months, more than 40,000 visitors came specifically to the small building on Meerweg to experience the Creation story. Until 1995 the program was shown there, after which it finally moved to the ‘hervormde’ Great Church.

For Sale…

After 2018 visitor numbers declined, partly due to rising costs, stricter regulations, and the coronavirus period. In 2021 the protected village status of the museum village was relinquished; the financial burdens had become too great. Two years later the rest of the village was put up for sale. The former ‘gereformeerde’ little church appeared on Funda and immediately attracted attention: eighty interested parties came forward with a variety of plans. Many envisioned a new public function, but that proved unfeasible.

Louke Koopman purchased the property with the idea of turning it into an Airbnb. That plan failed, after which he opted for long-term rental. A major renovation followed. The tower even had to be temporarily removed, as it turned out to rest on only four anchor bolts—a dangerous situation. With a crane the tower was lifted off, repaired, and replaced.

Since 2024 the former ‘gereformeerde’ little church has been inhabited. But that period, too, is coming to an end: the property is once again for sale. Thus begins yet another chapter for the building that was constructed in 1893 as a ‘gereformeerde’ little church and has since led a thousand lives between faith, garage, and home.

© 2026. GereformeerdeKerken.info