‘De Zending op het Thuisfront’.
Tachtig jaar geleden, op 20 februari 1946, werd in Baarn het befaamde gereformeerde Zendingscentrum geopend. Van daaruit werd het werk van de zending van De Gereformeerde Kerken in Nederland geregeld.

De originele film.
Van de opening van het Zendingscentrum werd in 1946 een film gemaakt, onder de titel ‘De Zending op het Thuisfront’. Van een van onze volgers ontvingen we in grote dank de digitale versie van deze film, waarvan de originele versie op het ogenblik bij ‘Beeld en Geluid’ in Hilversum bewaard wordt. Opdrachtgever en makers van de film worden in de film nergens vermeld, ook niet in de toelichting van ‘Beeld en Geluid’.
Op onze vraag aan ‘Beeld en Geluid’, of we de film op onze website mochten publiceren werd opgemerkt dat dat niet zomaar kon, ‘vanwege de auteursrechten’. Meegedeeld werd verder, dat het verlenen van toestemming voor gedeeltelijke publicatie van de film op onze website vertoningskosten met zich zou meebrengen: voor 1 minuut zou dan 250 euro (excl. BTW) betaald moeten worden, plus ‘behandelingskosten’ ten bedrage van 90 euro. Dat gaan we natuurlijk niet doen. Wel onderzoeken we momenteel of er inderdaad nog steeds auteursrechten op de film berusten, want dat wordt hier en daar betwijfeld. Daarop hopen we later terug te komen. Wie weet kunnen we de film dan wel zonder problemen vertonen.

Hoe dan ook, op onze website geven we nu daarom alleen een in eigen woorden gesteld verslag van wat te zien en te horen is in de film ‘De Zending op het Thuisfront’, gemaakt ’ter gelegenheid van de opening van het Zendingscentrum op 20 februari 1946′. Op een zodanig gesteld verslag berusten namelijk geen auteursrechten, behalve natuurlijk die van de redactie van deze website. De illustraties zijn niet afkomstig uit de film, maar uit ons eigen beeldarchief (het gratis vertonen van filmstills is namelijk vanwege de auteursrechten ook niet mogelijk).
In het hieronderstaande verslag staan tussen [] opmerkingen van de redactie van GereformeerdeKerken.info over wat op het moment van de toespraken en het commentaar in de film te zien is.
Een verslag van de opening.
Tijdens de opening van het Zendingscentrum voerden drie sprekers het woord: ds. B. Richters (1910-1967) (hij was vanaf 1944 directeur van het Zendingscentrum); emeritus-predikant ds. D. Pol (1877-1958) en prof. dr. J.H. Bavinck (1895-1964), op dat moment zendingshoogleraar aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam en de Theologische Hogeschool in Kampen, later alleen van de VU.
Toespraak van ds. B. Richters.

Ds. Richters schetste eerst het wereldwijde werk van de zending. Op verschillende continenten – onder meer in Azië, Afrika en Zuid-Amerika – waren zendelingen actief. Ook de Gereformeerde Kerken hadden eigen zendingsvelden, namelijk op Midden-Java en op het eiland Sumba. Daar waren jonge christelijke kerken ontstaan die in moeilijke omstandigheden hadden moeten standhouden en na vervolging sterker uit de strijd waren gekomen.
Volgens Richters wisten veel gemeenteleden in Nederland echter weinig over wat er op de zendingsvelden gebeurde. Daarom vond hij het noodzakelijk dat kerken en gelovigen zich meer met het zendingswerk zouden bezighouden. Dat kon op uiteenlopende manieren, bijvoorbeeld door studie, door het verzamelen van informatie, door activiteiten in verenigingen en door allerlei praktische initiatieven, om de belangstelling voor de zending te vergroten.

Het nieuwe Zendingscentrum moest daarbij een belangrijk steunpunt vormen. Vanuit deze plek werkte een team dat in opdracht van het landelijke zendingsbestuur de voorlichting en ondersteuning organiseerde. Daarnaast speelde het centrum een rol bij de voorbereiding van mensen die als zendingsarbeider zouden worden uitgezonden, zoals predikanten, artsen, verpleegkundigen en onderwijzers. Dat het gebouw juist in een moeilijke periode voor het zendingswerk – veroorzaakt door de pas beëindigde Tweede Wereldoorlog – geopend werd, zag Richters als een teken van vertrouwen in de toekomst van de christelijke boodschap.
[Tijdens de toespraak van ds. Richters werd een draaiende wereldbol getoond met daarop de zendingsvelden. werden zendingshulpmiddelen getoond, zoals een portefeuille met zendingstijdschriften, zendingsfilms, zendingsbusjes, het luisterende publiek en natuurlijk het gebouw van het Zendingscentrum].
Toespraak van ds. D. Pol.

Als voorzitter van de Generale Zendingsdeputaten sprak ds. Pol zijn dankbaarheid uit voor de totstandkoming van het centrum. Hij benadrukte dat het project klein begonnen was maar uiteindelijk was uitgegroeid tot een belangrijke voorziening voor het zendingswerk. Ondanks de zware omstandigheden van die tijd zag hij de opening als een reden tot dankbaarheid. In dat vertrouwen verklaarde hij het Zendingscentrum officieel voor geopend.
[Tijdens de korte toespraak van ds. Pol werd alleen de spreker in beeld gebracht].
Toespraak van prof. dr. J.H. Bavinck.
Bavinck legde in zijn bijdrage vooral de nadruk op opleiding en voorbereiding. Het centrum moest volgens hem een plaats worden waar de opleiding van toekomstige zendingswerkers werd samengebracht. Mensen die naar het buitenland zouden gaan moesten grondig voorbereid worden op hun taak.

Die voorbereiding moest verder gaan dan alleen theologische kennis. Zendelingen moesten zich verdiepen in de taal, cultuur, religie en levenswijze van de bevolking onder wie zij zouden werken. Pas wanneer zij dat alles goed kenden, konden zij zich werkelijk in die samenleving bewegen.

Daarnaast wees Bavinck op de grote betekenis van zending in een tijd waarin veel landen in Azië ingrijpende veranderingen doormaakten. Volgens hem stond er geestelijk veel op het spel: de vraag welke levensbeschouwing en welke religieuze richting deze volken in de toekomst zouden volgen. Daarom riep hij de kerken op zich met nieuwe inzet aan het zendingswerk te wijden. Het Zendingscentrum moest daarbij een plaats zijn waar mensen in Nederland zich bewust werden van deze wereldwijde ontwikkelingen.
[Tijdens de toespraak van dr. Bavinck werd behalve de spreker het luisterende publiek getoond].
Rondleiding door het gebouw.

Het filmverslag beschrijft vervolgens hoe het centrum was ingericht. De grote hal, versierd met muurschilderingen, gaf bezoekers meteen een indruk van de sfeer en het doel van het gebouw. Er was een conferentiezaal waar men kon studeren en vergaderen. Daarnaast waren er slaapkamers en slaapzalen, vaak genoemd naar zendingslocaties (zoals ‘Petronella Hospitaal’ en Surakarta’), zodat groepen er tijdelijk konden verblijven voor cursussen of bijeenkomsten.

Vanuit zijn kantoor organiseerde directeur Richters het werk van het centrum. Dat omvatte onder andere de voorbereiding van zendingsarbeiders, het herstel van zendingsactiviteiten na de moeilijke oorlogsjaren, voorlichting in Nederland en ondersteuning van kerken en zendelingen. Hij werd daarbij geholpen door verschillende medewerkers.

Ook praktisch hulpwerk speelde een rol. In de kelder werden grote hoeveelheden kleding verzameld en in grote houten kisten ingepakt om naar Indonesië te sturen, waar een groot tekort was. Daarmee probeerde het centrum niet alleen geestelijke ondersteuning te geven, maar ook concrete hulp te bieden.
[In dit gedeelte van de film worden de hal getoond, de conferentiezaal, de slaapkamers en -zalen voor veertig personen, ds. Richters en zijn secretaresse, de stencil- en typekamer in bedrijf, de keuken tijdens de maaltijdbereiding, en de kelder met de vele ingezamelde kledingstukken die worden verpakt in kisten].
Slotwoorden van ds. Richters.

Aan het einde van de bijeenkomst benadrukte ds. Richters nogmaals hoe belangrijk de steun van mensen in Nederland was voor het zendingswerk overzee. Hij vergeleek dit met het belang van het thuisfront tijdens een oorlog: mensen die op de achtergrond meewerken maken het werk aan het front mogelijk. Volgens hem gold hetzelfde voor de zending. Daarom riep hij iedereen op om actief mee te werken. Het Zendingscentrum wilde daarbij een plek zijn waar men altijd terechtkon voor ondersteuning.
[In het slotdeel van de film wordt alleen de spreker getoond].
Translation into English:
Film (1946) about the Opening of the Mission Center in Baarn.
“Mission Work on the Home Front”.
On February 20, 1946, the well-known ‘gereformeerde’ Mission Center was opened in Baarn. From there the missionary work of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands was organized.
The original film.
A film was made in 1946 about the opening of the Mission Center, under the title “Mission Work on the Home Front.” From one of our followers we gratefully received a digital version of this film, the original copy of which is currently preserved at “Beeld en Geluid” in Hilversum. The commissioner and the makers of the film are not mentioned anywhere.
When we asked “Beeld en Geluid” whether we could publish the film on our website, we were told that this was not possible “because of copyright.” We were also informed that granting permission for partial publication of the film on our website would involve screening fees: for one minute we would have to pay 250 euros (excluding VAT), plus “handling costs” amounting to 90 euros. Naturally, we are not going to do that. However, we are currently investigating whether copyright still actually applies to the film, because this is questioned in some quarters. We hope to return to that later. Who knows—perhaps we will then be able to show the film without problems.
For the time being, our website therefore only provides a report, written in our own words, of what can be seen and heard in the film “Mission Work on the Home Front,” which was made “on the occasion of the opening of the Mission Center.” Such a report written in our own words is not subject to copyright, except of course for that of the editors of this website. The illustrations are not taken from the film but from our own image archive (showing film stills free of charge is also not possible because of copyright).
In the report below, remarks placed between [ ] are comments by the editors of GereformeerdeKerken.info about what can be seen at the moment when the speeches and commentary in the film occur.
A report of the opening.
During the opening of the Mission Center three speakers addressed the audience:
Rev. B. Richters (1910–1967) (he had been director of the Mission Center since 1944);
emeritus minister Rev. D. Pol (1877–1958);
and Prof. Dr. J. H. Bavinck (1895–1964), at that time professor of missiology at the Free University (VU) in Amsterdam and the Theological College in Kampen, and later only at the VU.
Speech by Rev. B. Richters.
Rev. Richters first outlined the worldwide work of missions. On several continents—including Asia, Africa, and South America—missionaries were active. The ‘Gereformeerde’ Churches also had their own mission fields, namely in Central Java and on the island of Sumba. There, young Christian churches had emerged which had had to stand firm under difficult circumstances and had come out of persecution stronger.
According to Richters, many church members in the Netherlands, however, knew little about what was happening on the mission fields. For that reason he believed it was necessary that churches and believers involve themselves more with missionary work. This could be done in various ways, for example through study, gathering information, activities within associations, and all kinds of practical initiatives to increase interest in missions.
The new Mission Center was intended to become an important base for this. From this location a team worked, on behalf of the national mission board, to organize information and support. The center also played a role in the preparation of people who would be sent out as missionary workers, such as ministers, doctors, nurses, and teachers. The fact that the building was opened during a particularly difficult period for mission work was, in Richters’ view, a sign of confidence in the future of the Christian message.
[During Rev. Richters’ speech a rotating globe was shown on which the mission fields were indicated. Missionary materials were also shown, such as a portfolio with mission magazines, missionary films, mission collection boxes, the listening audience, and of course the building of the Mission Center.]
Speech by Rev. D. Pol.
As chairman of the General Mission Deputies, Pol expressed his gratitude for the establishment of the center. He emphasized that the project had begun on a small scale but had eventually grown into an important facility for missionary work. Despite the difficult circumstances of the time, he regarded the opening as a reason for gratitude. In that spirit of confidence he officially declared the Mission Center open.
[During Rev. Pol’s short speech, the speaker himself was shown.]
Speech by Prof. Dr. J. H. Bavinck.
In his contribution, Bavinck placed particular emphasis on education and preparation. According to him, the center should become a place where the training of future missionary workers would be brought together. People who were to go abroad had to be thoroughly prepared for their task.
That preparation had to go beyond theological knowledge alone. Missionaries needed to study the language, culture, religion, and way of life of the people among whom they would work. Only when they knew these things well could they truly move within that society.
Bavinck also pointed to the great significance of mission work at a time when many countries in Asia were undergoing profound changes. In his view, much was at stake spiritually: the question of which worldview and which religious direction these peoples would follow in the future. For that reason he called upon the churches to devote themselves to missionary work with renewed commitment. The Mission Center should therefore be a place where people in the Netherlands became aware of these worldwide developments.
[During Dr. Bavinck’s speech, both the speaker and the listening audience were shown.]
Tour of the building.
The report then describes how the center was arranged. The large hall, decorated with murals, immediately gave visitors an impression of the atmosphere and purpose of the building. There was a conference hall where people could study and hold meetings. In addition, there were bedrooms and dormitories, often named after mission locations (such as “Petronella Hospital” and “Surakarta”), so that groups could stay there temporarily for courses or gatherings.
From his office, director Richters organized the work of the center. This included, among other things, the preparation of missionary workers, the restoration of mission activities after difficult war years, providing information in the Netherlands, and supporting churches and missionaries. He was assisted in this work by several staff members.
Practical relief work also played a role. In the basement large quantities of clothing were collected and packed to be sent to Indonesia, where there was a great shortage. In this way the center attempted not only to provide spiritual support but also concrete assistance.
[In this section of the film the hall, the conference hall, the bedrooms and dormitories for forty people, Rev. Richters and his secretary, the stencil and typing room, the kitchen during meal preparation, and the basement with the many collected clothing items being packed into crates are shown.]
Closing words by Rev. Richters.
At the end of the gathering Richters once again emphasized how important the support of people in the Netherlands was for missionary work overseas. He compared it with the importance of the home front during a war: people who cooperate in the background make the work at the front possible. According to him the same applied to missions. For that reason he called on everyone to participate actively. The Mission Center wished to be a place where people could always turn for support.
[In the final part of the film only the speaker is shown.]