Weekblad ‘De Heraut’ van Schwartz naar Kuyper (1)

Inleiding.

Sinds jaar en dag wordt op onze website GereformeerdeKerken.info het gereformeerd kerkelijke weekblad ‘De Heraut’ genoemd en worden daaruit vooral nieuwsberichten over plaatselijke Gereformeerde Kerken overgenomen, die voornamelijk te maken hebben met de Doleantie van 1886, de tweede orthodoxe uittocht uit de Hervormde Kerk, onder leiding van dr. Abraham Kuyper (1837-1920).

Dr. C.A.F. Schwarz (1817-1870).

Maar wat was ‘De Heraut’ eigenlijk voor blad? Daarop kan geen eenduidig antwoord gegeven worden, omdat in de historie van het blad meerdere periodes te onderscheiden zijn. In deze artikelenserie wordt nader ingegaan op de geschiedenis van dat (al lang opgeheven) weekblad. Het blad verscheen voor het eerst op 15 oktober 1850 en het laatste nummer werd op 28 januari 1945  gepubliceerd. De eerste hoofdredacteur was dr. Carl Schwartz. Hij zwaaide de scepter van 1850 tot 1870, gedurende een jaar (van september 1864 tot november 1865) vervangen door de hervormde predikant dr. G. Barger (1852-1905). In 1871 werd Schwartz door dr. A. Kuyper opgevolgd. Onder ds. Schwartz was het blad gewijd aan berichtgeving over diens zendingswerk onder de Joden.

1. De vroege geschiedenis van ‘De Heraut’ (1869–1877).

De geschiedenis van het kerkelijk weekblad De Heraut begint dus niet, zoals vaak wordt gedacht, bij Abraham Kuyper, maar jaren eerder. Al vóór zijn betrokkenheid bestond het blad als een belangrijk platform binnen de orthodox-protestantse wereld.

Een initiatief uit de jaren zestig.

In 1869 verscheen De Heraut voor het eerst als hervormd kerkelijk weekblad, al was het al in 1850 al daadwerkelijk opgericht. Het blad stond in de antirevolutionaire (‘orthodox-hervormde’) traditie en richtte zich op een lezerskring die zich bewust wilde profileren tegenover de liberale en modern-theologische stromingen van die tijd.

De eerste hoofdredacteur was, zoals al opgemerkt, dr. C. Schwartz (1817-1870), een tegenwoordig minder bekende figuur, maar destijds van betekenis binnen de orthodoxe beweging. Onder zijn leiding groeide De Heraut al snel uit tot méér dan een eenvoudig kerkblad. Het blad fungeerde als een forum voor theologische bezinning, maar ook voor maatschappelijke en politieke reflectie.

‘De Heraut’ in 1869.

Opvallend is dat het blad vanaf het begin een organiserende rol speelde. In januari 1869 deed Schwartz via De Heraut een oproep tot de oprichting van een christelijk dagblad. Dat initiatief – dat in april dat jaar door hem nader uitgewerkt werd – kende aanvankelijk veel enthousiasme en leidde zelfs tot concrete plannen, maar strandde uiteindelijk na herhaalde mislukte pogingen in de jaren 1869 en 1870.

Deze vroege episode laat zien dat De Heraut niet alleen een publicatie was, maar ook een centrum van ideeën en actie. Het blad stond midden in een beweging die zowel kerkelijk als maatschappelijk haar positie wilde versterken.

Een nieuwe fase onder Kuyper.

Na het overlijden van Schwartz op 24 augustus 1870 kwam het blad op een keerpunt te staan. In datzelfde jaar werd dr. Abraham Kuyper gevraagd het hoofdredacteurschap op zich te nemen. Met zijn komst veranderde het karakter van De Heraut ingrijpend.

Kuyper beschouwde journalistiek niet slechts als verslaggeving, maar als een krachtig middel tot vorming en mobilisatie. Hij zag het blad als instrument om zowel kerkelijke herleving te bevorderen als politieke bewustwording te stimuleren. Onder zijn leiding kreeg De Heraut dan ook een duidelijker profiel: scherper in toon, ambitieuzer in opzet en nadrukkelijk gericht op invloed.

Dr. A. Kuyper (1837-1920).

Een van zijn eerste doelen was opnieuw om het weekblad om te vormen tot een dagblad. Daarmee liep hij vooruit op latere ontwikkelingen, maar ook deze poging mislukte. Toch betekende dit geen stilstand. Integendeel: De Heraut groeide in deze jaren uit tot een drijvende kracht binnen de antirevolutionaire en gereformeerde beweging.

Naar een nieuwe structuur.

De mislukte pogingen om van De Heraut een dagblad te maken, dwongen Kuyper tot een andere aanpak. In 1872 richtte hij het politieke dagblad De Standaard op. Daarmee kreeg de politieke berichtgeving een eigen, zelfstandige plaats. Op 1 april dat jaar verscheen het eerste nummer van De Standaard.

Aanvankelijk bleven kerkelijke en theologische bijdragen nog gedeeltelijk verbonden aan dit nieuwe project, onder meer via een zondagsuitgave. Maar voor Kuyper was een duidelijke scheiding essentieel. Politiek en kerk moesten elk hun eigen orgaan hebben, met een eigen toon en doelstelling.

Deze gedachte leidde uiteindelijk tot een hernieuwde positionering van De Heraut.

De “nieuwe” Heraut (1877).

Op 7 december 1877 verscheen een vernieuwde versie van De Heraut. Formeel ging het om een voortzetting van het bestaande blad, maar inhoudelijk was er sprake van een duidelijke herstart. Dat is ook te zien aan het feit dat het nummer van 7 december 1877 het volgnummer ‘1’ meekreeg. Ook werd de datering van het blad verplaatst van de vrijdag naar de zondag.

In ‘De Heraut’ van 7 december 1877 werd een aantal mededelingen van administratieve en redactionele aard gepubliceerd.

In deze nieuwe vorm werd De Heraut een expliciet kerkelijk-theologisch weekblad. Het richtte zich op de verbreiding en verdieping van gereformeerde beginselen onder een breed publiek. De redactie werd uitgebreid met predikanten en geleerden, en Kuyper zelf leverde een grote en systematische bijdrage. Als medewerkers werden in de begintijd onder meer aangesteld prof. Ph.J. Hoedemaker (1839-1910) van Amsterdam, ds. A. Brummelkamp jr., (1839-1919), predikant te Alkmaar, dr. F.L. Rugers (1836-1917) uit Amsterdam, ds. W.H. Gispen (1833-1909) te Zwolle en dr. Ph.S. van Ronkel (1829-1890) uit Amsterdam.

Kuyper schreef theologische beschouwingen, meditaties en commentaren op het kerkelijk leven. Daarmee gaf hij richting aan het denken binnen de gereformeerde kring en droeg hij bij aan de vorming van een herkenbare identiteit. Hoewel het blad zich vooral richtte op de gereformeerden in de hervormde kerk, lazen ook wel (vooral) predikanten en gemeenteleden van de Christelijke Gereformeerde Kerk (ontstaan uit de Afscheiding van 1834) het blad.

Dr. F.L. Rutgers (1836-1917), een van de aangestelde redacteuren van ‘De Heraut’.

Vanaf dit moment ontwikkelde De Heraut zich tot hét toonaangevende orgaan van de hervormd-gereformeerde beweging. Het blad werd de plaats waar ideeën werden uitgewerkt, standpunten werden verduidelijkt en de koers van de beweging mede werd bepaald.

Drie fasen in één ontwikkeling.

De vroege geschiedenis van De Heraut laat zich het best begrijpen als een ontwikkeling in drie fasen. Eerst is er de periode rond 1869, waarin het blad onder Schwartz ontstond als kerkelijk weekblad en centrum van orthodox-protestantse activiteit. Vervolgens de jaren 1870–1877, waarin Kuyper het blad overnam en uitbouwde tot een krachtig ideologisch instrument. Ten slotte de herprofilering van 1877, waarin De Heraut zijn definitieve vorm kreeg als kerkelijk orgaan naast het antirevolutionaire politieke dagblad De Standaard.

Die gelaagdheid verklaart ook waarom in de geschiedschrijving soms verschillende beginpunten worden genoemd. Wie de nadruk legt op Kuyper, komt uit bij 1877. Maar wie de langere lijn volgt, ziet dat de wortels van het blad teruggaan tot de oprichting van De Heraut in 1850, door ds. Schwartz.

Juist die combinatie van continuïteit en vernieuwing maakt de geschiedenis van De Heraut zo karakteristiek: het blad groeide uit een bestaand initiatief, maar kreeg onder Kuyper een vorm en betekenis die het tot ver in de twintigste eeuw zouden bepalen.

Dr. Ph.J. Hoedemaker (1839-1910). Ook hij werd in 1877 als redacteur van ‘De Heraut’ aangesteld.

2. De inhoud van ‘De Heraut’ in de beginjaren (1869–1870).

Om het karakter van De Heraut in zijn eerste jaren goed te begrijpen, is het nodig terug te gaan naar de kerkelijke situatie waarin het blad ontstond. De oprichting als kerkelijk weekblad rond 1869 – al was De Heraut al in 1850 opgericht – vond plaats in een periode van toenemende spanning binnen de Nederlandse Hervormde Kerk.

Aan de ene kant stond in die kerk een groeiende vrijzinnige stroming, die ruimte bood aan moderne theologische inzichten en Schriftkritiek. Aan de andere kant ontwikkelde zich een orthodoxe minderheid, die zich juist sterk wilde vasthouden aan de gereformeerde belijdenis. Tegelijkertijd zorgde de kerkelijke organisatie – met haar toenemende centralisatie (al gauw de ‘synodale hiërarchie’ genoemd) – bij velen voor vervreemding.

In die context ontbrak het aan een krachtig, landelijk orgaan dat richting kon geven. Er bestonden wel kerkelijke bladen, maar die waren vaak lokaal van aard, weinig strijdbaar of misten een duidelijk programmatisch profiel. De Heraut werd daarom vanaf het begin bedoeld als méér dan een mededelingenblad: het moest een stem geven aan een beweging in wording.

De rol van dr. Carl Schwartz.

De eerste hoofdredacteur, dr. C. Schwartz, speelde in deze beginfase een sleutelrol. Hoewel hij later in de schaduw kwam te staan van Abraham Kuyper, was hij degene die het blad richting gaf in zijn eerste opzet.

Dr. Carl Schwartz toen hij nog predikant was van de Free Church of Scotland te Amsterdam.

Schwartz was predikant en stond duidelijk in de traditie van het Réveil, de negentiende-eeuwse beweging van geestelijke herleving. Hij combineerde een sterke orthodoxe overtuiging met organisatorisch initiatief. Onder zijn leiding kreeg De Heraut een helder doel: het bijeenbrengen, vormen en mobiliseren van orthodoxe hervormden verspreid over het land.

Een veelzijdige maar zoekende inhoud.

De inhoud van de jaargangen 1869–1870 laat een blad zien dat nog in ontwikkeling is. Het mist de systematiek en de theologische diepgang die het later onder Kuyper zou krijgen, maar het vertoont wel duidelijke lijnen. Globaal valt de inhoud uiteen in enkele terugkerende thema’s.

1. Allereerst was er veel aandacht voor kerkelijke actualiteit. ‘De Heraut’ berichtte over predikantsbenoemingen, synodale besluiten en conflicten binnen plaatselijke hervormde gemeenten. Deze berichtgeving was echter nooit neutraal. Steeds werd de actualiteit beoordeeld vanuit een gereformeerd-orthodox perspectief. De toon was daarbij vaak bezorgd, soms scherp, en gericht op het wakker schudden van de lezers.

2. Daarnaast vormde de strijd tegen de vrijzinnigheid een belangrijk element. Het blad keerde zich tegen moderne theologische ontwikkelingen, zoals de opkomende Schriftkritiek, en verdedigde de klassieke belijdenisgeschriften. Hoewel deze polemiek minder uitgewerkt was dan later bij Kuyper, is de positionering duidelijk: De Heraut presenteerde zich als wachter van de orthodoxie binnen de kerk.

Een advertentie in ‘De Heraut’ (1869) om toch vooral een abonnement op het blad te nemen. De advertentie werd ook gedrukt als poster om op te hangen.

3. Een derde, minder opvallende maar wezenlijke functie van het blad lag in het opbouwen van een netwerk. Via oproepen en berichten werden lezers aangespoord om zich te organiseren, elkaar te ondersteunen en initiatieven te ontplooien. In die zin fungeerde De Heraut als een communicatieplatform avant la lettre. Hier liggen de kiemen van de bredere gereformeerde beweging die in de jaren daarna gestalte zou krijgen.

De mislukte dagbladcampagne.

Misschien wel het meest opvallende onderdeel van de jaargangen 1869-1870 is de campagne voor de oprichting van een christelijk dagblad. Schwartz gebruikte De Heraut actief om steun te werven, financiële bijdragen te verzamelen en enthousiasme te creëren voor dit project.

In het blad verschenen aankondigingen, voortgangsberichten en oproepen tot deelname. De toon was regelmatig optimistisch; het leek slechts een kwestie van tijd voordat het plan gerealiseerd zou worden. Toch liep het initiatief uiteindelijk stuk.

Dat mislukken is veelzeggend. Het maakt duidelijk dat de orthodoxe beweging op dat moment nog onvoldoende draagkracht had om een dergelijk grootschalig project te dragen. Tegelijk verklaart het waarom Abraham Kuyper later een andere, meer doordachte strategie zou volgen bij de oprichting van zijn eigen dagblad.

Stijl en karakter.

Wat de ‘vroege’ Heraut vooral kenmerkt, is haar zoekende karakter. Het blad is minder strak gecomponeerd dan in latere jaren, minder systematisch in zijn theologische opbouw en nog niet gedomineerd door één krachtige persoonlijkheid.

In plaats daarvan treft men een collectief geluid aan, waarin enthousiasme en urgentie duidelijk hoorbaar zijn, maar waarin ook organisatorische onzekerheid doorklinkt. Juist die combinatie maakt deze beginfase historisch interessant: hier wordt zichtbaar hoe een beweging zichzelf nog moet vinden, maar tegelijk al de contouren vertoont van wat zij later zal worden.

3. Van netwerkblad naar ideologisch orgaan (1870–1872 en daarna).

‘De Heraut’, 22 juni 1879. Ook door zijn ‘Stichtelijke Bijbelstudiën’ oefende Kuyper invloed uit op zijn gereformeerde doelgroep.

Wanneer men de vroege Heraut vergelijkt met het blad zoals dat zich na 1877 ontwikkelde, springt het verschil direct in het oog. Waar de eerste jaargangen nog het karakter hadden van een netwerkblad – zoekend, reactief en collectief van toon – groeit De Heraut onder leiding van Abraham Kuyper uit tot een uitgesproken ideologisch orgaan.

De verandering betreft niet alleen stijl, maar vooral functie. De vroege Heraut bracht mensen bijeen en gaf uitdrukking aan een beweging in wording; de latere Heraut gaf richting, formuleerde beginselen en bepaalde in belangrijke mate de koers van de gereformeerde wereld. Wat eerst nog fragmentarisch en verkennend was, werd systematisch en programmatisch.

De betekenis van de beginfase.

Juist daarom is de eerste periode, onder leiding van dr. C. Schwartz, van blijvende betekenis. Hoewel deze fase vaak overschaduwd wordt door Kuyper, ligt hier het fundament.

In deze jaren ontstaat voor het eerst het idee van een zelfstandige gereformeerde stem in het publieke domein. Hier wordt geëxperimenteerd met landelijke organisatie en met de inzet van de pers als middel tot beïnvloeding en mobilisatie. Zonder deze voorbereidende fase zou de latere doorbraak moeilijk denkbaar zijn geweest.

Toen Abraham Kuyper in 1870 het hoofdredacteurschap op zich nam, begon hij dan ook niet vanaf nul. Hij trof een bestaand blad aan, met een lezerskring, een netwerk en duidelijke ambities – maar ook met de sporen van mislukking en organisatorische onzekerheid. Juist die combinatie maakte het mogelijk dat hij bestaande lijnen kon verdiepen, aanscherpen en systematiseren.

De overgang van 1870.

‘De Heraut’, 7 oktober 1870. In dit korte bericht wordt gemeld dat dr. A. Kuyper nu de leiding over ‘De Heraut’ kreeg (na het overlijden van dr. Schwartz).

Na het overlijden van Schwartz in augustus 1870 ontstond een vacuüm. De keuze voor Kuyper als opvolger was veelzeggend. Hoewel nog relatief jong, had hij zich al doen kennen als scherp polemist, begaafd organisator en pleitbezorger van orthodoxe herleving.

In de eerste maanden na zijn aantreden voerde hij geleidelijk veranderingen door. Het blad kreeg meer structuur, met herkenbare rubrieken en een duidelijker redactionele lijn. Tegelijk werd de toon persoonlijker. Kuyper schreef zelf veel en nadrukkelijk aanwezig: direct, scherp en vaak polemisch. Daarmee veranderde ook de rol van de hoofdredacteur. Waar deze eerder vooral een verzamelaar van bijdragen was, werd hij nu een leidende stem.

Daarnaast verdiepte Kuyper de kerkvisie. Orthodoxie bleef niet langer beperkt tot verdediging tegen vrijzinnigheid, maar kreeg een programmatisch karakter. Thema’s als de betekenis van de belijdenis en het denken over de kerk als organisme en instituut begonnen zich af te tekenen. Hier liggen de eerste contouren van zijn latere, meer uitgewerkte ecclesiologie (de kerkleer, het theologisch nadenken over het begrip kerk).

Van reactie naar richting (1871).

In de loop van 1871 wordt een duidelijke verschuiving zichtbaar. De Heraut ontwikkelt zich van een blad dat vooral reageert op gebeurtenissen tot een blad dat richting geeft.

Dr. A. Kuyper (1837-1920) was vanaf 1870 de leider van ‘De Heraut’. Hij publiceerde talloze artikelen (vaak ‘vervolgstukken’) over vele onderwerpen. Veel van zijn artikelen werden later herdrukt als (zeer omvangrijke) boeken.

De kritiek op de Nederlandse Hervormde Kerk wordt fundamenteler. Niet alleen afzonderlijke misstanden worden benoemd, maar ook de centralistische structuur van het kerkbestuur zelf, ‘de synodale hiërarchie’, komt ter discussie te staan. Het besef groeit dat de problemen niet incidenteel zijn, maar systemisch van aard. In deze analyse liggen de eerste kiemen van de latere kerkelijke breuk die bekend zou worden als de Doleantie.

Tegelijk werkt Kuyper aan de vorming van een herkenbare groep. In De Heraut ontstaat geleidelijk een gedeeld vocabulaire en een herhaling van kernideeën. Lezers worden aangesproken als behorend tot een bredere gemeenschap van “gereformeerden”. Daarmee wordt het blad een instrument van identiteitsvorming.

Ook de theologische diepgang neemt toe. Naast actuele commentaren verschijnen langere beschouwende artikelen, waarin niet alleen kritiek wordt geleverd, maar ook positieve lijnen worden uitgezet: hoe kerk en geloof volgens gereformeerde beginselen behoren te functioneren.

De weg naar een eigen dagblad.

Een belangrijk thema dat uit de beginjaren wordt voortgezet, is de wens om een eigen dagblad op te richten. Anders dan zijn voorganger pakt Kuyper dit echter strategischer aan. Via De Heraut peilt hij de steun onder zijn lezers, bereidt hij de achterban voor en onderstreept hij het belang van een krachtig publicistisch middel.

‘De Standaard’ verscheen voor het eerst op 1 april 1872.

Waar eerder sprake was van optimistische aankondigingen zonder voldoende draagvlak, zien we nu een meer doordachte aanpak, met aandacht voor organisatie en financiering. De Heraut fungeert in deze fase als voorbereidingsplatform voor een volgende stap.

De doorbraak van 1872.

Die stap komt in 1872 met de oprichting van het dagblad De Standaard. Dit markeert een beslissend moment in de ontwikkeling van de gereformeerde beweging.

Dr. Kuyper aan zijn bureau. Hier werden zijn boeken en artikelen geschreven…

Met de komst van dit politieke en maatschappelijke dagblad ontstaat een nieuwe structuur. De functies beginnen zich te scheiden: De Heraut richt zich in toenemende mate op kerk, theologie en geestelijk leven, terwijl De Standaard het terrein van politiek en samenleving bestrijkt. Hoewel deze tweedeling pas in 1877 volledig wordt doorgevoerd, is de richting hier al duidelijk.

Tegelijk betekent deze ontwikkeling een sterke professionalisering. Met meerdere publicistische organen krijgt de beweging een herkenbare stem in verschillende domeinen van het publieke leven. Vergeleken met de situatie van 1869 is dit een enorme sprong voorwaarts.

Terugblik op deel 1: continuïteit en doorbraak.

De geschiedenis van De Heraut in deze jaren laat zich lezen als een proces van groei en transformatie. Wat begint als een zoekend netwerkblad onder Schwartz, ontwikkelt zich onder Kuyper tot een richtinggevend orgaan met een duidelijke visie en strategie.

Die ontwikkeling verloopt niet in één keer, maar in fasen. De vroege jaren leveren het netwerk, de urgentie en het eerste organisatorische kader. Kuyper bouwt daarop voort door structuur aan te brengen, ideeën te systematiseren en de pers doelgericht in te zetten.

De herstart van De Heraut in 1877 vormt vervolgens geen breuk met het verleden, maar de voltooiing van een ontwikkeling die al in 1869 was ingezet. Juist in de samenhang tussen deze fasen ligt de historische betekenis van het blad.

De Heraut was daarmee niet alleen een spiegel van de gereformeerde beweging, maar ook een van haar belangrijkste motoren.

© 2026. GereformeerdeKerken.info.

Naar deel 2 >

Translation into English:

Weekly paper “De Heraut” from Schwartz to Kuyper (1).

Introduction.

For many years, the ‘gereformeerde’ ecclesiastical weekly De Heraut has been mentioned on the website GereformeerdeKerken.info, and news reports from it—especially about local ‘Gereformeerde’ Churches—have been reproduced there. These reports mainly relate to the Doleantie of 1886, the second orthodox secession from the ‘Hervormde’ Church, led by Dr. Abraham Kuyper (1837–1920).

But what kind of paper was De Heraut actually? There is no single straightforward answer, because several distinct periods can be identified in its history. This series of articles takes a closer look at the history of that (long-defunct) weekly. The paper first appeared on 15 October 1850, and its final issue was published on 28 January 1945. Its first editor-in-chief was Dr. Carl Schwartz, who led it from 1850 to 1870, with a one-year interruption (from September 1864 to November 1865) when the ‘Hervormde’ minister Dr. G. Barger (1852–1905) took over. In 1871, Schwartz was succeeded by Dr. A. Kuyper.

1. The early history of De Heraut (1869–1877).

The history of the church weekly De Heraut does not begin, as is often thought, with Abraham Kuyper, but several years earlier. Even before his involvement, the paper already existed as an important platform within the orthodox Protestant world.

An initiative from the 1860s.

In 1869, De Heraut appeared for the first time as a church weekly. It stood within the anti-revolutionary (‘gereformeerd’) tradition and aimed at a readership that wanted to distinguish itself consciously from the liberal and modern theological currents of the time.

As already noted, the first editor-in-chief was Dr. C. Schwartz (1817–1870), a figure less well known today but significant in the orthodox movement of his time. Under his leadership, De Heraut quickly grew into more than a simple church paper. It functioned as a forum for theological reflection, but also for social and political discussion.

Notably, from the outset the paper played an organizing role. In January 1869, Schwartz used De Heraut to call for the establishment of a Christian daily newspaper. That initiative—further elaborated in April of the same year—initially generated much enthusiasm and even led to concrete plans, but ultimately failed after repeated unsuccessful attempts in 1869 and 1870.

This early episode shows that De Heraut was not merely a publication, but also a center of ideas and action. It stood at the heart of a movement seeking to strengthen its position both ecclesiastically and socially.

A new phase under Kuyper.

After Schwartz’s death on 24 August 1870, the paper reached a turning point. In that same year, Dr. Abraham Kuyper was asked to assume the editorship. With his arrival, the character of De Heraut changed significantly.

Kuyper did not regard journalism merely as reporting, but as a powerful tool for formation and mobilization. He saw the paper as an instrument to promote both church renewal and political awareness. Under his leadership, De Heraut developed a clearer profile: sharper in tone, more ambitious in scope, and explicitly aimed at exerting influence.

One of his first goals was again to transform the weekly into a daily newspaper. In this he anticipated later developments, but this attempt also failed. Nevertheless, this did not mean stagnation. On the contrary, during these years De Heraut became a driving force within the anti-revolutionary and ‘gereformeerde’ movement.

Toward a new structure.

The failed attempts to turn De Heraut into a daily forced Kuyper to adopt a different approach. In 1872, he founded the political daily De Standaard. This gave political reporting its own independent place. The first issue appeared on 1 April of that year.

Initially, church and theological contributions remained partly connected to this new project, for example through a Sunday edition. But for Kuyper, a clear separation was essential. Politics and church each needed their own organ, with distinct tone and purpose.

This idea ultimately led to a renewed positioning of De Heraut.

The “new” De Heraut (1877).

On 7 December 1877, a renewed version of De Heraut appeared. Formally, it was a continuation of the existing paper, but in content it marked a clear restart. This is evident from the fact that the issue of that date was given the number “1.” The publication day was also shifted from Friday to Sunday.

In this new form, De Heraut became an explicitly church-theological weekly. It aimed at spreading and deepening ‘gereformeerde’ principles among a broad audience. The editorial board was expanded to include ministers and scholars, and Kuyper himself contributed extensively and systematically. Early collaborators included Prof. Ph. J. Hoedemaker (1839–1910) of Amsterdam, Rev. A. Brummelkamp Jr. of Alkmaar, Dr. F. L. Rugers (1836–1917) of Amsterdam, Rev. W. H. Gispen (1833–1909) of Zwolle, and Dr. Ph. S. van Ronkel (1829–1890), also from Amsterdam.

Kuyper wrote theological reflections, meditations, and commentaries on church life. In doing so, he helped shape thinking within ‘gereformeerde’ circles and contributed to the formation of a recognizable identity. Although the paper primarily addressed ‘gereformeerde’ members within the ‘Hervormde’ Church, it was also read—especially by ministers and members—of the Christian Reformed Church.

From this point on, De Heraut developed into the leading organ of the ‘gereformeerde’ movement. It became the place where ideas were elaborated, positions clarified, and the direction of the movement partly determined.

Three phases in one development.

The early history of De Heraut is best understood as a development in three phases. First, the period around 1869, when under Schwartz the paper emerged as a church weekly and a center of orthodox Protestant activity. Next, the years 1870–1877, when Kuyper took over and developed it into a powerful ideological instrument. Finally, the reorientation of 1877, when De Heraut assumed its definitive form as a church organ alongside the anti-revolutionary political daily De Standaard.

This layered development also explains why different starting points are sometimes mentioned in historiography. Those who emphasize Kuyper arrive at 1877. But those who follow the longer line see that the roots of the paper go back to its founding in 1850.

It is precisely this combination of continuity and renewal that makes the history of De Heraut so distinctive: the paper grew out of an existing initiative but, under Kuyper, acquired a form and significance that would shape it well into the twentieth century.

2. The content of De Heraut in its early years (1869–1870).

To understand the character of De Heraut in its early years, it is necessary to return to the ecclesiastical situation in which it arose. Its launch as a church weekly around 1869—although it had already been founded in 1850—took place during a period of increasing tension within the ‘Hervormde’ Church.

On the one hand, there was a growing liberal current, which allowed space for modern theological insights and biblical criticism. On the other hand, an orthodox minority developed that sought firmly to adhere to the ‘gereformeerde’ confessions, as expressed in “the ancient ‘gereformeerde’ Church Order of Dordt.” At the same time, the church’s organizational structure—with its increasing centralization (soon called the “synodal hierarchy”)—caused alienation among many.

In this context, there was a lack of a strong, nationwide organ that could provide direction. Church papers did exist, but they were often local in scope, lacked militancy, or had no clear programmatic profile. From the outset, therefore, De Heraut was intended as more than a bulletin: it was to give a voice to a movement in the making.

The role of Carl Schwartz.

The first editor-in-chief, Dr. C. Schwartz, played a key role in this initial phase. Although he was later overshadowed by Abraham Kuyper, he was the one who gave the paper its initial direction.

Schwartz was a minister and clearly stood in the tradition of the Réveil, the nineteenth-century movement of spiritual revival. He combined strong orthodox convictions with organizational initiative. Under his leadership, De Heraut had a clear aim: to bring together, shape, and mobilize orthodox members of the ‘Hervormde’ Church scattered across the country.

A diverse but searching content.

The content of the 1869–1870 volumes shows a paper still in development. It lacks the systematic structure and theological depth it would later acquire under Kuyper, but clear lines are already visible. Broadly speaking, the content can be divided into several recurring themes:

1. Church news and current affairs.

Much attention was given to ecclesiastical developments: ministerial appointments, synod decisions, and conflicts within local congregations. This reporting was never neutral; events were consistently assessed from a ‘gereformeerd’-orthodox perspective. The tone was often concerned, sometimes sharp, and aimed at awakening readers.

2. Opposition to liberal theology.

The struggle against liberalism formed an important element. The paper opposed modern theological developments such as emerging biblical criticism and defended the classical confessions. Although this polemic was less developed than it would later be under Kuyper, the positioning is clear: De Heraut presented itself as a guardian of orthodoxy within the church.

3. Building a network.

A third, less conspicuous but essential function was the creation of a network. Through appeals and reports, readers were encouraged to organize, support one another, and undertake initiatives. In this sense, De Heraut functioned as a communication platform avant la lettre. Here lay the seeds of the broader ‘gereformeerde’ movement that would take shape in the following years.

The failed daily newspaper campaign.

Perhaps the most striking aspect of the 1869–1870 volumes is the campaign to establish a Christian daily newspaper. Schwartz actively used De Heraut to gather support, raise funds, and generate enthusiasm for this project.

The paper carried announcements, progress reports, and calls for participation. The tone was often optimistic; it seemed only a matter of time before the plan would be realized. Yet the initiative ultimately failed.

This failure is telling. It shows that the orthodox movement at that time still lacked the capacity to sustain such a large-scale project. At the same time, it helps explain why Abraham Kuyper would later adopt a different, more carefully considered strategy when founding his own daily newspaper.

Style and character.

What most characterizes the “early” De Heraut is its searching nature. The paper is less tightly structured than in later years, less systematic in its theological construction, and not yet dominated by a single strong personality.

Instead, one encounters a collective voice, in which enthusiasm and urgency are clearly audible, but where organizational uncertainty also resonates. It is precisely this combination that makes this initial phase historically interesting: here we see a movement still finding itself, yet already displaying the contours of what it would later become.

3. From networking paper to ideological organ (1870–1872 and beyond).

When one compares the early Heraut with the paper as it developed after 1877, the difference immediately stands out. Whereas the first volumes still had the character of a networking paper—searching, reactive, and collective in tone—De Heraut grew under the leadership of Abraham Kuyper into a distinctly ideological organ.

The change concerned not only style, but above all function. The early Heraut brought people together and gave expression to a movement in the making; the later Heraut provided direction, formulated principles, and to a significant extent determined the course of the ‘gereformeerde’ world. What had at first been fragmentary and exploratory became systematic and programmatic.

The significance of the initial phase.

For precisely that reason, the first period, under the leadership of Dr. C. Schwartz, is of lasting importance. Although this phase is often overshadowed by Kuyper, it is here that the foundation was laid.

In these years, the idea of an independent ‘gereformeerde’ voice in the public domain emerges for the first time. Here, experiments are conducted with national organization and with the use of the press as a means of influence and mobilization. Without this preparatory phase, the later breakthrough would have been difficult to imagine.

When Abraham Kuyper assumed the position of editor-in-chief in 1870, he therefore did not begin from scratch. He encountered an existing paper, with a readership, a network, and clear ambitions—but also marked by traces of failure and organizational uncertainty. It was precisely this combination that made it possible for him to deepen, sharpen, and systematize existing lines.

The transition of 1870.

After the death of Schwartz in August 1870, a vacuum arose. The choice of Kuyper as his successor was telling. Although still relatively young, he had already made a name for himself as a sharp polemicist, a gifted organizer, and an advocate of orthodox revival.

In the first months after taking office, he gradually introduced changes. The paper acquired more structure, with recognizable sections and a clearer editorial line. At the same time, the tone became more personal. Kuyper himself wrote extensively and was emphatically present: direct, sharp, and often polemical. This also changed the role of the editor-in-chief. Whereas previously he had primarily been a collector of contributions, he now became a leading voice.

In addition, Kuyper deepened the vision of the church. Orthodoxy was no longer confined to defending against liberalism, but took on a programmatic character. Themes such as the significance of the confessions and thinking about the church as organism and institution began to take shape. Here lie the first contours of his later, more fully developed ecclesiology.

From reaction to direction (1871).

In the course of 1871, a clear shift becomes visible. De Heraut develops from a paper that primarily reacts to events into one that provides direction.

Criticism of the ‘Hervormde’ Church becomes more fundamental. Not only are individual abuses identified, but the centralist structure of church governance itself—“the synodal hierarchy”—is called into question. The awareness grows that the problems are not incidental, but systemic in nature. In this analysis lie the first seeds of the later ecclesiastical rupture that would become known as the Doleantie.

At the same time, Kuyper works on forming a recognizable group. In De Heraut, a shared vocabulary and repetition of core ideas gradually emerge. Readers are addressed as belonging to a broader community of ‘gereformeerde’ believers. In this way, the paper becomes an instrument of identity formation.

The theological depth also increases. Alongside current commentary, longer reflective articles appear, in which not only criticism is voiced, but positive lines are also set out: how church and faith ought to function according to ‘gereformeerde’ principles.

The road to an independent daily newspaper.

An important theme continued from the early years is the desire to establish an independent daily newspaper. Unlike his predecessor, however, Kuyper approached this more strategically. Through De Heraut, he gauged support among his readers, prepared his constituency, and emphasized the importance of a strong journalistic medium.

Where earlier there had been optimistic announcements without sufficient backing, we now see a more considered approach, with attention to organization and financing. In this phase, De Heraut functions as a preparatory platform for a next step.

The breakthrough of 1872.

That step comes in 1872 with the founding of the daily newspaper De Standaard. This marks a decisive moment in the development of the ‘gereformeerde’ movement.

With the arrival of this political and social daily, a new structure emerges. Functions begin to separate: De Heraut increasingly focuses on church, theology, and spiritual life, while De Standaard covers the realm of politics and society. Although this division would only be fully implemented in 1877, the direction is already clear here.

At the same time, this development represents a strong professionalization. With multiple journalistic organs, the movement gains a recognizable voice in different domains of public life. Compared to the situation in 1869, this is an enormous leap forward.

Concluding reflection of Part 1: continuity and breakthrough.

The history of De Heraut in these years can be read as a process of growth and transformation. What begins as a searching networking paper under Schwartz develops under Kuyper into a directive organ with a clear vision and strategy.

This development does not occur all at once, but in phases. The early years provide the network, the sense of urgency, and the initial organizational framework. Kuyper builds on this by introducing structure, systematizing ideas, and deploying the press in a purposeful way.

The relaunch of De Heraut in 1877 thus does not constitute a break with the past, but the completion of a development that had already begun in 1869. It is precisely in the coherence between these phases that the historical significance of the paper lies.

De Heraut was therefore not only a mirror of the ‘gereformeerde’ movement, but also one of its most important driving forces.

© 2026. GereformeerdeKerken.info.

To Part 2 >