De geschiedenis van de voormalige gereformeerde Raphaëlpleinkerk aan het Raphaëlplein in Amsterdam-Zuid is in veel opzichten een afspiegeling van de twintigste-eeuwse geschiedenis van het Nederlandse protestantisme.

Het kerkgebouw wordt in het landelijk Jaarboek van De Gereformeerde Kerken in Nederland afwisselend Raphaelkerk en Raphaelpleinkerk genoemd. We houden in deze artikelenserie de laatstgenoemde naam aan, omdat het later nogal eens de gewoonte werd een gereformeerde kerk te noemen naar de straat waar ze stond.
De Raphaelpleinkerk, die ontstond uit een van de diepste conflicten binnen de Gereformeerde Kerken, groeide in de jaren dertig uit tot een belangrijk centrum van het gereformeerde leven in Amsterdam-Zuid, maakte de bezettingsjaren en de veranderingen van de naoorlogse samenleving mee en verloor uiteindelijk zijn oorspronkelijke functie. In 1995 werd er voor het laatst een kerkdienst gehouden. Een jaar later begon het gebouw aan een tweede leven als kantoor en woon-/werkruimte.
Wie de geschiedenis van de Raphaëlpleinkerk wil begrijpen, moet daarom terug naar de jaren twintig. De kerk stond er nog niet en het Raphaëlplein bestond evenmin in zijn huidige vorm. De wortels liggen in de ingrijpende kerkscheuring die de Gereformeerde Kerken in 1926 trof.
De kerkscheuring van 1926.
Amsterdam-Zuid was al sinds de negentiende eeuw een belangrijk centrum van het gereformeerde leven. De Gereformeerde Kerk beschikte daar onder meer over de Schinkelkerk aan de Amstelveenseweg, die in 1890 was gebouwd voor de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende), afkomstig uit de Doleantie van de Overtoom. Vanuit deze kerkelijke traditie ontwikkelde zich in de daaropvolgende decennia een omvangrijk netwerk van gemeenten, scholen, verenigingen en andere organisaties.

In 1926 kwam deze wereld ernstig onder druk te staan door de kwestie rond dr. J.G. Geelkerken (1879-1960). Geelkerken was gereformeerd predikant in Amsterdam-Zuid en raakte in conflict met de kerkelijke leiding over de uitleg van het Bijbelverhaal van de zondeval. De discussie ging uiteindelijk veel verder dan alleen de vraag hoe het verhaal van Adam en Eva moest worden geïnterpreteerd. Zij raakte aan de grenzen van de gereformeerde geloofsopvatting en aan de vraag hoeveel ruimte er binnen de Kerk was voor een andere Bijbeluitleg.
Het conflict liep uit op de bekende synode van Assen in 1926. Dr. Geelkerken werd afgezet en de gevolgen waren vooral in Amsterdam-Zuid ingrijpend. De Gereformeerde Kerk viel uiteen. De Schinkelkerk bleef behoren tot het kerkverband dat de besluiten van Assen aanvaardde, terwijl een andere groep zich daarvan afscheidde. De andere kerk van Zuid, de Parkkerk, ging over naar de afgescheiden gemeente van dr. Geelkerken.

De kerk aan het latere Raphaëlplein kwam dus niet voort uit een periode van kerkelijke rust, maar uit een tijd van verdeeldheid. De scheuring had bovendien praktische gevolgen. De bestaande kerkgebouwen boden niet langer vanzelfsprekend voldoende ruimte voor de verschillende groepen.
Dat blijkt uit een bijzonder bericht in het Algemeen Handelsblad. Vanaf 1926 werden in Amsterdam-Zuid niet alleen diensten gehouden in de Schinkelkerk, maar ook in ‘een kleine zaal’ van het Concertgebouw. Dat is een opmerkelijk detail. Een gebouw dat vooral bekend was als concertzaal, bood tijdelijk onderdak aan kerkgangers die geen passende eigen kerkruimte tot hun beschikking hadden.

De latere bouw van de Raphaëlpleinkerk moet tegen deze achtergrond worden gezien. Het was niet alleen een kwestie van een groeiende stadswijk die een nieuwe kerk nodig had. Het nieuwe kerkgebouw was ook een antwoord op de ruimtelijke gevolgen van de kerkelijke verdeeldheid. De gemeente had behoefte aan een eigen, herkenbare plaats.
Een nieuwe kerk in een nieuwe wijk.

Tegelijkertijd veranderde Amsterdam-Zuid zelf ingrijpend. Het Raphaëlplein maakte deel uit van de stedenbouwkundige ontwikkeling van ‘Nieuw-Zuid’. Het plein bestaat als stedenbouwkundige eenheid sinds 1927 en werd in de jaren daarna omringd door nieuwe woningen. De Raphaëlpleinkerk werd daarmee onderdeel van een buurt die zelf nog in ontwikkeling was.
De kerk kreeg een prominente plaats aan het plein. Daarmee was zij niet alleen een gebouw voor de eredienst, maar ook een stedenbouwkundig element dat de nieuwe buurt mede haar karakter gaf.

Het ontwerp was afkomstig van de architecten S. Beckman en M. Kooi. Het Amsterdamse School Platform dateert ontwerp en bouw op 1928-1930 en vermeldt de Gereformeerde Kerk als opdrachtgever. Ook het overzicht Monumenten in Nederland rekent de kerk tot de architectuur van het interbellum (de tijd tussen de beide wereldoorlogen) van Nieuw-Zuid en dateert haar op 1929-1930.

De verschillende jaartallen die in latere bronnen worden genoemd, hoeven elkaar daarom niet tegen te spreken. Ze verwijzen naar verschillende momenten in het bouwproces. Het ontwerp en de voorbereiding dateren uit 1928-1929; op 27 augustus 1929 werd de aanbesteding in het Algemeen Handelsblad vermeld. Op 8 maart 1930 werd de eerste steen gelegd door de predikanten ds. H.S. Bouma (1884-1956) en ds. C.J. Sikkel (1895-1967).

Aan het einde van datzelfde jaar was het gebouw gereed. Op 17 december 1930 werd de nieuwe kerk in gebruik genomen. Het Algemeen Handelsblad berichtte op 18 december uitvoerig dat de Gereformeerde Kerk Amsterdam-Zuid de avond tevoren haar nieuwe kerkgebouw aan het Raphaëlplein in gebruik had genomen.
Daarmee kan de bouwgeschiedenis vrij nauwkeurig worden gevolgd: het ontwerp en de voorbereiding in 1928-1929, de aanbesteding in augustus 1929, de eerste steen in maart 1930 en de ingebruikname in december van dat jaar. De dateringen 1928, 1929, 1930 en soms 1931 die in verschillende bronnen voorkomen, zijn daarmee verklaarbaar.
Een kerk van baksteen, licht en ruimte.
De Raphaëlpleinkerk was geen uitbundig monumentaal kerkgebouw. Haar architectonische kracht lag juist in de betrekkelijke soberheid en in de manier waarop het gebouw zich verhield tot het plein en de omliggende woningen.
Het gebouw had een hoog zadeldak en een klein torentje. De gevels waren grotendeels sober uitgevoerd, met karakteristiek metselwerk en grote verticale stalen vensters. De vrijwel onversierde zijmuren vormden een duidelijk contrast met de meer expressieve elementen van het ontwerp. Het geheel kan worden beschouwd als een interbellumkerk waarin een sobere gereformeerde vormgeving werd gecombineerd met expressionistische trekken.

De kerk stond midden op het relatief besloten Raphaëlplein en vormde daar het stedenbouwkundige middelpunt. De woningen rondom het plein werden gedeeltelijk in dezelfde periode gebouwd. Daardoor ontstond een samenhang tussen kerk en woonomgeving die kenmerkend was voor de stedenbouw van het Amsterdamse Nieuw-Zuid.
Ook het interieur had een bijzonder karakter. De glas-in-loodramen van Kees Kuiler waren figuratief uitgevoerd en vormden een belangrijk onderdeel van de oorspronkelijke inrichting. Anders dan veel andere onderdelen van het kerkinterieur zijn deze ramen bij de latere verbouwing grotendeels behouden en gerestaureerd.
Juist daarin ligt een belangrijk deel van de architectonische betekenis van het gebouw. De Raphaëlpleinkerk was geen kathedraalachtige kerk met een overdadige monumentaliteit. Haar kwaliteit lag in de samenhang van gebouw, plein, licht, materiaal en ruimte. De grote hoogte van het interieur en de lichtinval door de verticale vensters gaven de kerk haar karakter.

Een kerk voor ongeveer 850 kerkgangers.
De kerk bood plaats aan ongeveer 850 gelovigen. Dat aantal maakt duidelijk dat het gebouw bedoeld was voor een omvangrijke gemeenschap. Het was geen klein buurtkerkje, maar een belangrijke gereformeerde kerk binnen Amsterdam-Zuid.
Het kerkelijke leven speelde zich bovendien niet alleen af tijdens de zondagse eredienst. De gereformeerde wereld van die tijd omvatte een groot netwerk van scholen, jeugdverenigingen, Bijbelkringen, diaconale activiteiten en andere vormen van verenigingsleven. De kerk vormde daarvan een belangrijk centrum.
Dat de Raphaëlpleinkerk daadwerkelijk deel uitmaakte van het dagelijks leven van gezinnen in Amsterdam-Zuid blijkt ook uit persoonlijke geschiedenissen. Zo werd de latere Amsterdamse politicus Han Lammers in 1931 in de Raphaëlpleinkerk gedoopt. Zijn familie behoorde tot het gereformeerde milieu van Amsterdam-Zuid. Ook familieherinneringen laten zien hoe vanzelfsprekend de kerk deel kon uitmaken van belangrijke levensmomenten: in deze kerk werden ook veel kerkelijke huwelijken voltrokken en werden begrafenissen gehouden.
De kerk was daarmee niet alleen een gebouw waarin het geloof werd beleden. Zij vormde een sociale omgeving waarin mensen elkaar ontmoetten, kinderen werden gedoopt, huwelijken werden gesloten en jongeren actief waren.

Kerk, jeugd en cultuur.
De kerk werd lange tijd aangeduid als De Gereformeerde Kerk te Amsterdam-Zuid (Overtoom). Die naam is veelzeggend. Geografisch lag de kerk inmiddels midden in het nieuwe Amsterdam-Zuid, maar de aanduiding verwees naar de oudere kerkelijke structuur die rond de Overtoom was ontstaan.
In de jaren dertig moet de Raphaëlpleinkerk een levendig centrum van het gereformeerde leven zijn geweest. Opmerkelijk daarbij is de combinatie van geloof, jeugdwerk en belangstelling voor cultuur.
Binnen de gemeente bestond onder meer een Bijbelstudiekring voor jongeren. De deelnemers hielden zich niet uitsluitend bezig met Bijbelstudie in enge zin, maar hadden ook belangstelling voor literatuur en voor de verhouding tussen christendom en moderne kunst.
Dat culturele element kreeg tijdens de oorlogsjaren een bijzondere betekenis.
Een jongerentijdschrift tijdens de hongerwinter.
In de winter van 1944-1945 werden de omstandigheden in Amsterdam steeds moeilijker. Er waren grote tekorten aan voedsel, brandstof en andere levensmiddelen. Ook voor kerkelijke activiteiten waren de gevolgen merkbaar. De bijeenkomsten van de Bijbelstudiekring in de Raphaëlpleinkerk konden door kolen- en ruimtegebrek niet meer op de gebruikelijke manier plaatsvinden.
De jongeren lieten het daar echter niet bij. Zij besloten een eigen gestencild tijdschrift te maken.
In januari 1945 verscheen het eerste nummer van hun ‘Letterkundige Bijdrage’. Het blad bevatte gedichten, verhalen en essays en werd geredigeerd door Do de Fouw, Pim Rang en Jan Wiskerke. Het tweede nummer kreeg de titel Jeugd en Literatuur. Daarna verschenen nog verschillende nummers onder wisselende titels. Het was bedoeld voor de leden van de Bijbelstudiekring van de gereformeerde Raphaëlpleinkerk. Omdat die kring door gebrek aan kolen en ruimte niet meer kon bijeenkomen functioneerde het tijdschrift dus mede als een manier om de kring en zijn culturele activiteiten voort te zetten.
Het is een klein, maar buitengewoon veelzeggend onderdeel van de geschiedenis van deze kerk. Terwijl Nederland nog bezet was en Amsterdam gebukt ging onder enorme tekorten, hield een groep jonge gereformeerden zich vanuit hun kerkelijke omgeving bezig met literatuur en de vraag hoe christelijk geloof en moderne cultuur zich tot elkaar verhielden.
De Raphaëlpleinkerk was dus meer dan een plaats waar op zondag werd gepreekt. Zij was ook een plek waar jongeren nadachten, schreven, discussieerden en zich verhielden tot de cultuur van hun tijd.
De kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Tegelijkertijd kreeg de oorlog binnen de gemeente een veel grimmiger betekenis.

Op 20 juni 1943 vond in Amsterdam-Zuid en Oost een van de grote razzia’s plaats. De Raphaëlpleinkerk was die zondag gewoon geopend. Een latere ooggetuigenherinnering beschrijft hoe de kerk vrijwel leeg bleef, omdat de buurt door Duitse en Nederlandse politie was afgezet. Een ouderling moest uiteindelijk de dienst leiden omdat de predikant niet aanwezig was.
Het beeld is indringend: buiten de kerk werden duizenden Joodse Amsterdammers bijeengedreven, terwijl binnen geprobeerd werd de normale zondagse kerkgang voort te zetten.
Op het nabijgelegen Olympiaplein werden die dag duizenden Joden verzameld voordat zij via verdere transporten werden gedeporteerd. Daarmee staat de geschiedenis van de Raphaëlpleinkerk letterlijk midden in de geschiedenis van de Duitse bezetting en de vervolging van de Joodse bevolking van Amsterdam.

De oorlog raakte ook de eigen gemeente. Verschillende gemeenteleden kwamen om. Een van de bekendste was L.C. (Wiet) Dijkman, die betrokken was bij het verzet en bij het illegale blad Trouw. Hij werd op 9 augustus 1944 gefusilleerd.
Ook ds. Kornelis Sietsma (1896-1942) was aan de Gereformeerde Kerk van Amsterdam-Zuid verbonden. Hij raakte eveneens betrokken bij het verzet en overleefde de oorlog niet.

Na de oorlog werd voor de omgekomen leden van de gemeente een gedenksteen opgericht. De geschiedenis van die steen weerspiegelt op haar beurt de veranderingen die de kerk na 1945 zou doormaken. De steen werd in 1954 onthuld in de Schinkelkerk en later overgebracht naar de Raphaëlpleinkerk. Na de sluiting van die kerk verhuisde hij opnieuw, nu naar het voorportaal van de Willem de Zwijgerkerk aan de Olympiaweg.

Op de steen staan 23 namen van leden van de Gereformeerde Kerk van Amsterdam-Zuid die in de jaren 1940-1945 omkwamen. Een tastbaar onderdeel van de geschiedenis van de Raphaëlpleinkerk is daarmee nog altijd aanwezig in de Willem de Zwijgerkerk.
© 2026. GereformeerdeKerken.info
Translation into English:
The ‘gereformeerde’ Raphaëlplein Church in Amsterdam (1930-1995) – Part 1.
The history of the former ‘gereformeerde’ Raphaëlplein Church on Raphaëlplein in Amsterdam-Zuid is in many respects a reflection of the twentieth-century history of Dutch Protestantism.
In the national Yearbook of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands, the church building is variously referred to as the Raphaël Church and the Raphaëlplein Church. In this series of articles, we will use the second name.
The Raphaëlplein Church emerged from one of the deepest conflicts within the ‘Gereformeerde’ Churches, grew into an important center of ‘gereformeerd’ life in Amsterdam-Zuid during the 1930s, experienced the years of occupation and the changes in post-war society, and ultimately lost its original function. The last church service was held there in 1995. A year later, the building began a second life as office and live/work space.
Anyone wishing to understand the history of the Raphaëlplein Church must therefore go back to the 1920s. The church did not yet exist, and Raphaëlplein did not yet exist in its present form either. Its roots lie in the profound church schism that struck the ‘Gereformeerde’ Churches in 1926.
The Church Schism of 1926.
Amsterdam-Zuid had been an important center of ‘gereformeerde’ life since the nineteenth century. Among other churches, the ‘Gereformeerde’ Church had the Schinkel Church on Amstelveenseweg, built in 1890 for the Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende), which had emerged from the Doleantie of Overtoom. Over the following decades, this ecclesiastical tradition developed into an extensive network of congregations, schools, associations, and other organizations.
In 1926, this world came under severe pressure because of the controversy surrounding Dr. J.G. Geelkerken (1879–1960). Geelkerken was a ‘gereformeerde’ minister in Amsterdam-Zuid and became involved in a conflict with the church leadership over the interpretation of the biblical account of the Fall. Ultimately, the discussion went far beyond the question of how the story of Adam and Eve should be interpreted. It touched upon the boundaries of ‘gereformeerde’ beliefs and the question of how much room there was within the Church for a different interpretation of the Bible.
The conflict culminated in the famous Synod of Assen in 1926. Dr. Geelkerken was deposed, and the consequences were particularly far-reaching in Amsterdam-Zuid. The ‘Gereformeerde’ Church fell apart. The Schinkel Church remained part of the church federation that accepted the decisions of Assen, while another group separated from it. The other church building in Zuid, the Park Church, joined the seceded congregation of Dr. Geelkerken.”
The church on what would later become Raphaëlplein Church therefore did not arise from a period of ecclesiastical peace, but from a time of division. The schism also had practical consequences. Existing church buildings no longer automatically provided sufficient space for the different groups.
This is demonstrated by a remarkable report in the Algemeen Handelsblad. From 1926 onward, services in Amsterdam-Zuid were held not only in the Schinkel Church but also in the Concertgebouw. This is a striking detail. A building primarily known as a concert hall temporarily provided accommodation for churchgoers who did not have suitable church premises of their own.
The later construction of the Raphaëlplein Church must be viewed against this background. It was not simply a matter of a growing urban district needing a new church. The new church building was also a response to the spatial consequences of the ecclesiastical division. The congregation needed its own, recognizable place.
A New Church in a New Neighborhood.
At the same time, Amsterdam-Zuid itself was undergoing profound change. Raphaëlplein formed part of the urban development of “Nieuw-Zuid” (“New South”). The square has existed as an urban-planning unit since 1927 and was surrounded by new housing in the years that followed. The Raphaëlplein Church thus became part of a neighborhood that was itself still developing.
The church was given a prominent position on the square. It was therefore not merely a building for worship, but also an urban-planning element that helped give the new neighborhood its character.
The design was by architects S. Beckman and M. Kooi. The Amsterdamse School Platform dates the design and construction to 1928–1930 and identifies the ‘Gereformeerde’ Church as the client. The inventory Monumenten in Nederland likewise considers the church part of the interwar architecture of Nieuw-Zuid and dates it to 1929–1930.
The different dates mentioned in later sources therefore do not necessarily contradict one another. They refer to different stages of the construction process. The design and preparations date from 1928–1929; on August 27, 1929, the tender was reported in the Algemeen Handelsblad. On March 8, 1930, the foundation stone was laid by the ministers Rev. H.S. Bouma (1884–1956) and Rev. C.J. Sikkel (1895–1967).
By the end of that same year, the building was complete. On December 17, 1930, the new church was opened for use. On December 18, the Algemeen Handelsblad reported extensively that the ‘Gereformeerde’ Church of Amsterdam-Zuid had taken its new church building on Raphaëlplein into use the previous evening.
The construction history can therefore be followed with considerable precision: the design and preparations in 1928–1929, the tender in August 1929, the laying of the foundation stone in March 1930, and the opening in December of that year. The dates 1928, 1929, 1930, and sometimes 1931, which appear in various sources, can thus be explained.
A Church of Brick, Light, and Space.
The Raphaëlplein Church was not an exuberantly monumental church building. Its architectural strength lay precisely in its relative austerity and in the way the building related to the square and the surrounding houses.
The building had a high pitched roof and a small tower. The façades were largely sober in execution, with characteristic brickwork and large vertical steel windows. The almost undecorated side walls formed a clear contrast with the more expressive elements of the design. As a whole, it can be regarded as an interwar church in which sober ‘gereformeerd’ design was combined with Expressionist features.
The church stood in the middle of the relatively enclosed Raphaëlplein and formed its urban-planning focal point. Some of the houses around the square were built during the same period. This created a coherence between church and residential surroundings that was characteristic of the urban planning of Amsterdam’s Nieuw-Zuid.
The interior also had a distinctive character. The stained-glass windows by Kees Kuiler were figurative in design and formed an important part of the original interior. Unlike many other elements of the church interior, these windows were largely preserved and restored during the later renovation.
This is precisely where an important part of the building’s architectural significance lies. The Raphaëlplein Church was not a cathedral-like church characterized by excessive monumentality. Its quality lay in the harmony of building, square, light, material, and space. The great height of the interior and the light entering through the vertical windows gave the church its character.
A Church for Approximately 850 Worshippers.
The church could accommodate approximately 850 worshippers. This number makes clear that the building was intended for a substantial community. It was not a small neighborhood church, but an important ‘gereformeerde’ church within Amsterdam-Zuid.
Moreover, church life did not take place only during Sunday worship. The ‘gereformeerde’ world of the period encompassed a large network of schools, youth associations, Bible study groups, charitable activities, and other forms of organized community life. The church was an important center of this network.
That the Raphaëlplein Church genuinely formed part of the daily lives of families in Amsterdam-Zuid is also evident from personal histories. For example, the later Amsterdam politician Han Lammers was baptized in the Raphaëlplein Church in 1931. His family belonged to the ‘gereformeerde’ milieu of Amsterdam-Zuid. Family memories likewise show how naturally the church could form part of important moments in people’s lives: many church weddings were held there, as were funerals.
The church was therefore not merely a building in which the faith was professed. It formed a social environment in which people met one another, children were baptized, marriages were celebrated, and young people were active.
Church, Youth, and Culture.
For a long time, the church was referred to as De Gereformeerde Kerk Amsterdam-Zuid (Overtoom), or the ‘Gereformeerde’ Church of Amsterdam-Zuid (Overtoom). This name is revealing. Geographically, the church now stood in the middle of the new Amsterdam-Zuid, but the designation referred to the older ecclesiastical structure that had developed around Overtoom.
During the 1930s, the Raphaëlplein Church must have been a lively center of ‘gereformeerd’ life. Particularly noteworthy was the combination of faith, youth work, and an interest in culture.
Among other activities, the congregation had a Bible study group for young people. The participants were not concerned solely with Bible study in the narrow sense, but were also interested in literature and in the relationship between Christianity and modern art.
This cultural element acquired a special significance during the war years.
A Youth Magazine During the Hunger Winter.
In the winter of 1944–1945, conditions in Amsterdam became increasingly difficult. There were severe shortages of food, fuel, and other necessities. The consequences were also felt in church activities. The meetings of the Bible study group at the Raphaëlplein Church could no longer take place in the usual manner because of shortages of coal and space.
The young people, however, did not let the matter rest. They decided to produce their own mimeographed magazine.
In January 1945, the first issue of their Letterkundige Bijdrage (“Literary Contribution”) appeared. The publication contained poems, stories, and essays and was edited by Do de Fouw, Pim Rang, and Jan Wiskerke. The second issue was titled Jeugd en Literatuur (“Youth and Literature”). Several more issues subsequently appeared under varying titles. It was intended for the members of the Bible study group of the ‘gereformeerde’ Raphaëlplein Church. Because the group could no longer meet due to shortages of coal and space, the magazine also served as a means of continuing the group and its cultural activities.
It is a small but extraordinarily revealing part of the history of this church. While the Netherlands was still occupied and Amsterdam was suffering from enormous shortages, a group of young ‘gereformeerde’ Christians, operating from their church environment, occupied themselves with literature and with the question of how Christian faith and modern culture related to one another.
The Raphaëlplein Church was therefore more than a place where sermons were preached on Sundays. It was also a place where young people thought, wrote, discussed, and engaged with the culture of their time.
The Church During the Second World War.
At the same time, the war acquired a much grimmer significance within the congregation.
On June 20, 1943, one of the major roundups took place in Amsterdam-Zuid and Amsterdam-Oost. The Raphaëlplein Church was open as usual that Sunday. A later eyewitness account describes how the church remained almost empty because the neighborhood had been cordoned off by German and Dutch police. An elder ultimately had to lead the service because the minister was absent.
The image is striking: outside the church, thousands of Jewish Amsterdammers were being herded together, while inside an attempt was made to continue normal Sunday worship.
At nearby Olympiaplein, thousands of Jews were assembled that day before being deported on subsequent transports. The history of the Raphaëlplein Church thus stands literally at the center of the history of the German occupation and the persecution of Amsterdam’s Jewish population.
The war also affected the congregation itself. Several members of the congregation were killed. One of the best known was L.C. (Wiet) Dijkman, who was involved in the resistance and in the underground newspaper Trouw. He was executed by firing squad on August 9, 1944.
Rev. Kornelis Sietsma (1896–1942) was also associated with the ‘Gereformeerde’ Church of Amsterdam-Zuid. He likewise became involved in the resistance and did not survive the war.
After the war, a memorial stone was erected for the members of the congregation who had died. The history of this stone, in turn, reflects the changes the church would undergo after 1945. The stone was unveiled in 1954 in the Schinkel Church and later transferred to the Raphaëlplein Church. After that church closed, it was moved again, this time to the entrance hall of the Willem de Zwijger Church on Olympiaweg.
The stone bears the names of 23 members of the ‘Gereformeerde’ Church of Amsterdam-Zuid who died between 1940 and 1945. A tangible part of the history of the Raphaëlplein Church therefore remains present in the Willem de Zwijger Church.
© 2026. GereformeerdeKerken.info


