Van ‘Classis’ naar ‘Synode’ in Amerika (35)

De eerste kerkelijke vergaderingen van de ‘Christian Reformed Church’.

( < Naar deel 34 – Back to part 34 ) – In onze serie over de kerkelijke vergaderingen van de naar Amerika geëmigreerde  Afgescheidenen, sinds 1857 behorende tot de toen opgerichte Christian Reformed Church (zoals nader uitgelegd in deel 1), gaan we verder met de vergadering van 8 en 9 januari 1868. Tussen [] staan verhelderende of aanvullende opmerkingen van de redactie van GereformeerdeKerken.info.

Verslag van de Classicale Vergadering gehouden te Niekerk op 8 en 9 januari 1868.

Eerste dag

Art. 1. – De vergadering wordt geopend met het zingen van Psalm 86 vers 6 en het gebed door ds. R. Duiker.

Art. 2.  – De lastbrieven van de afgevaardigden worden gelezen en goedgekeurd. Als afgevaardigden zijn aanwezig:

  • Grand Haven: H.T. Bartels, ouderling; A. Uitermarkt, diaken.
  • Chicago: G. Vastenhouw, ouderling.
  • Zeeland: J. de Koster en R. Brinks, ouderlingen.
  • Niekerk: W. Woerting en T. Warners, ouderlingen.
  • Muskegon: E.N. van Balen, ouderling.
  • Friesland: W.H. Frieling, leraar; P. Kasten, ouderling.
  • Holland: J.H. de Slechte en J. Hogesteger, ouderlingen.
  • Graafschap: D.J. van der Werp, leraar; H. Strabbing, ouderling.
  • Noordeloos: K. van den Bosch, leraar; H. Diepenhorst, ouderling.
  • Grand Rapids: R. Duiker, leraar; J. de Jonge, ouderling.

Art. 3.  – Tot scriba wordt gekozen J. de Jonge, aangezien ds. R. Duiker, volgens de beurt, als praeses van de vergadering optreedt.

Ds. Duiker (1825-.1917), is preses van deze vergadering.

Art. 4. – De notulen van de vorige vergadering kunnen niet worden gelezen, omdat ouderling J. de Jonge heeft vergeten deze mee te brengen.

Art. 5. –  Ds. Van der Werp doet verslag van zijn commissie naar Grand Haven en Muskegon. Hij deelt mee dat hij in Muskegon een gemeente heeft gesticht.

De leraren Frieling en Duiker brengen vervolgens verslag uit van hun commissie naar Pella en Steamboot Rock. In Pella hebben zij ds. Koopman bevestigd; in Steamboot Rock hebben zij een gemeente gesticht.

Art. 6. – Aan de vergadering wordt een getuigschrift overgelegd van de professoren Van der Vliet en Moeris te Dubuque, verbonden aan het seminarie van de Presbyteriaanse Kerk van de Old School. In dit getuigschrift wordt E. Meinders bekwaam geacht tot de verkondiging van het Evangelie.

Meinders, die reeds enige tijd te Steamboot Rock werkzaam is en van de kerkenraad aldaar een attestatie heeft ontvangen, verzoekt door de classis als leraar te worden onderzocht en vervolgens, zo de uitslag gunstig is, te worden geordend.

Entree van Steamboat Rock (Iowa). Dat belooft wat…!

De vergadering besluit hem te onderzoeken in:

  • de stellige, wederleggende en praktische godgeleerdheid;
  • de uitlegkunde van de Bijbel;
  • aardrijkskunde;
  • Bijbel- en kerkgeschiedenis;
  • de talen;
  • het herderlijk werk;
  • de predikkunde.

Art. 7. – Er wordt gevraagd of ook personen die geen afgevaardigden zijn, de vergadering mogen bijwonen. Besloten wordt dat degenen die daartoe een verzoek doen, zullen worden toegelaten.

Art. 8. – De vergadering gaat over tot het onderzoek van kandidaat Meinders in de godgeleerdheid.

Art. 9. – Na de maaltijd wordt de tweede zitting geopend met het zingen van Psalm 134 vers 3 en het gebed door ouderling De Jonge.

Art. 10. – Het onderzoek van kandidaat Meinders wordt voortgezet. Hij wordt ondervraagd over:

  • de Bijbelse geschiedenis;
  • de aardrijkskunde;
  • de kerkgeschiedenis;
  • de talen;
  • het herderlijk werk;
  • zijn bekering en roeping tot de bediening.

Ook houdt hij een prediking naar aanleiding van Efeze 2:8.

De zitting wordt gesloten met het zingen van Psalm 90 vers 9 en een dankgebed door ds. Frieling.

Ds. Frieling (1820-1905).

Tweede dag

Art. 11. – De vergadering wordt des morgens geopend met het zingen van Psalm 25 vers 2 en het gebed door broeder J. Hogesteger.

Vervolgens wordt eerst de prediking van kandidaat Meinders en daarna het gehele onderzoek beoordeeld. Nadat ieder zijn oordeel heeft uitgesproken, gaat de praeses voor in gebed.

Daarna wordt, in de vreze des Heeren, tot stemming overgegaan. Uit de stemming blijkt dat broeder Meinders tot de heilige bediening wordt toegelaten.

Hij wordt vervolgens binnen geroepen, waarna hem deze beslissing wordt meegedeeld en hem de zegen des Heeren wordt toegewenst.

Zijn Eerwaarde ondertekent de vereiste formulieren en legt de eed tegen de simonie af.

Art. 12. – Er zijn brieven ontvangen van de gemeenten Ridott, Paterson, Lage Prairie, Cincinnati, Gibb Ville en Pella. Deze worden voorgelezen.

Art. 13. – Er zijn twee verzoeken ingekomen om de naam van het kerkverband te veranderen. Hierover wordt uitvoerig gesproken. De beslissing wordt echter uitgesteld tot de grote, dat wil zeggen de algemene, vergadering.

Ook een verzoek om de plaats waar de classicale vergaderingen worden gehouden te veranderen, wordt verwezen naar de algemene vergadering.

Art. 14. – C. Vorst biedt aan een blad voor de kerk uit te geven, zonder kosten voor de gemeenten, mits de kerk bereid is het blad te ondersteunen.

De vergadering verklaart zich bereid dit voorstel te ondersteunen, onder de voorwaarde dat ds. Van der Werp de redactie op zich wil nemen. Deze geeft daarvoor zijn toestemming.

Art. 15. – Er wordt gevraagd of gemeenten die geld hebben geleend op kerkelijke eigendommen, deze eigendommen mogen of kunnen verzekeren.

Een overzicht van Muskegon (Michigan) in 1874.

De classis spreekt zich hierover niet uit, maar laat de beslissing aan iedere afzonderlijke gemeente over. Daarbij wordt de wens uitgesproken dat men het in deze zaak ook met de Heere zal wagen.

Art. 16. – De gemeente van Muskegon verzoekt om eenmaal per zes weken een predikant te ontvangen om te preken.

Besloten wordt dat de vacante gemeenten eenmaal per drie maanden een predikant van de classis zullen ontvangen om te prediken en de sacramenten te bedienen.

Tot de volgende classicale vergadering wordt de bediening als volgt verdeeld:

  • ds. Duiker: Grand Haven en Muskegon;
  • ds. Van der Werp: Holland;
  • ds. Frieling: Zeeland;
  • ds. Van den Bosch: Niekerk.

Art. 17. – Een gemeentelid uit Zeeland verzoekt dat de classis toezicht houdt op de kerkenraad aldaar. De vergadering zal dit verzoek ernstig in overweging nemen.

Verder wordt gevraagd hoe met H. Marling moet worden gehandeld. De vergadering antwoordt dat hij in liefde moet worden vermaand zich te onderwerpen aan het besluit van de vorige classis.

Art. 18. – De gemeente van Niekerk vraagt hoe verder moet worden gehandeld met J. Vinke.

Besloten wordt met de censuur voort te gaan. Ds. Van den Bosch zal Vinke echter nog eenmaal in liefde vermanen. De uitwerking van deze vermaning zal vervolgens aan de classis worden meegedeeld.

Art. 19. – Er wordt gesproken over de onrust en onenigheid tussen enkele broeders te Grand Haven.

Besloten wordt dat ds. Duiker samen met een van de ouderlingen naar Grand Haven zal gaan om de zaak te behandelen.

Met A. Donker zal daarbij worden gehandeld overeenkomstig het besluit van de vorige classis.

Art. 20. – Ter sprake komt dat ds. Van Leeuwen een boekje wil laten drukken zonder de vereiste approbatie van de kerk.

Ds. W.H. van Leeuwen (1807-1882).

De vergadering besluit dat ds. Van der Werp hem namens de vergadering hierover zal bestraffen en terechtwijzen.

Art. 21. – Ds. Van der Werp brengt een vraagboekje voor het Bijbels onderwijs ter tafel. De vergadering wordt gevraagd te beoordelen of de kerk dit ten behoeve van de catechisaties zal laten drukken.

De vergadering acht niet alleen dit vraagboekje van belang, maar spreekt ook de wens uit om te trachten het grotere vraagboek van [ds.] F.A. Kok [1803-1860] te laten drukken bij Slag en Benjaminse, indien de kosten daarvan niet te hoog zijn.

Art. 22. – Voor de maaltijd gaat student Greeve voor in gebed; na de maaltijd wordt het gebed gedaan door Schepers.

Ds. K. van den Bosch (1818-1897), die in 1856 predikant te Noordeloos, Michigan, werd.

Art. 23. – De vergadering neemt een ernstige twistzaak in behandeling tussen de leraar van Noordeloos, ds. Van den Bosch, enerzijds en ouderling Diepenhorst en beide diakenen anderzijds.

Ds. Van den Bosch verzoekt dat personen die geen leden van de vergadering zijn, zich gedurende de behandeling van de zaak verwijderen. Aan dit verzoek wordt gevolg gegeven.

Het gemeentelid Rosbach verzoekt te mogen blijven, maar dit wordt niet toegestaan.

De beide diakenen, die hun gemeenschap met de leraar hadden opgezegd en hun ambt hadden neergelegd, worden vervolgens weer binnen geroepen.

Art. 24. – Ds. Van den Bosch doet verslag van de zaak. De moeilijkheden zijn hoofdzakelijk ontstaan naar aanleiding van de aankoop van land door Diepenhorst en Anne van den Bosch. Ds. Van den Bosch en zijn kinderen waren hierbij als compagnons betrokken. Volgens het verslag zijn hieruit de verdere moeilijkheden voortgekomen.

Ook ouderling Diepenhorst licht de zaak toe en de diakenen leggen getuigenis af.

Na de zaak te hebben onderzocht, spreekt de vergadering het oordeel uit dat ds. Van den Bosch in beginsel de oorzaak van de ontstane moeilijkheden is geweest en zich daarin ernstig heeft bezondigd. Hij wordt daarom verplicht schuld te belijden.

Ook Diepenhorst wordt schuldig bevonden en moet zijn schuld belijden.

Beiden geven daarop hun schuldbelijdenis.

Ds. Van den Bosch wordt bovendien opgedragen om de daaropvolgende zondag voor de gemeente van zijn schuld belijdenis te doen. Hij verklaart zich daartoe bereid.

De diakenen worden vervolgens in hun ambt hersteld.

Art. 25. – Er wordt een brief voorgelezen van het gemeentelid Johs. Hellenthal. Hij beklaagt zich erover dat hij door de kerkenraad van Graafschap ten onrechte is behandeld en onder censuur is gesteld.

Ds. Douwe J. van der Werp 1811-1876).

Ds. Van der Werp, die hierover wordt gehoord, doet verslag van de zaak. Hellenthal wordt vervolgens ondervraagd of de door ds. Van der Werp weergegeven gang van zaken juist is. Hij kan dit in hoofdzaak niet tegenspreken.

Daarna voert diaken J. Garveling het woord. Met hem had Hellenthal in het bijzonder een geschil over een bedrag van negen dollar. De kerkenraad had erop aangedrongen deze zaak grondig te onderzoeken.

De vergadering stelt vast dat Hellenthal niet vanwege het geldgeschil zelf onder censuur is gesteld, maar omdat hij geen verzoening wilde zoeken en de diakenen ervan beschuldigde met zijn geld weg te lopen.

De vergadering oordeelt dat broeder Hellenthal verzoening moet zoeken met de diakenen. Wanneer hij dit heeft gedaan, zal hij van de censuur worden ontslagen.

Wat betreft de echtgenote van Hellenthal wordt besloten dat zij eerst haar brief moet intrekken waarin zij haar lidmaatschap heeft opgezegd, en daarvan belijdenis moet doen, voordat de classis haar zaak in behandeling kan nemen.

Art. 26. – Besloten wordt om vóór de algemene vergadering nog een classicale vergadering te houden, op de eerste woensdag van april te Graafschap.

Art. 27. – Het wordt aan de leraren overgelaten om te bepalen of en waar studenten in de gemeenten zullen preken.

De persoon die door ds. Duiker wordt voorgedragen om als student te worden opgenomen, zal eerst nader worden beproefd.

Art. 28. – De vergadering gaat over tot de bevestiging van E.L. Meinders als leraar van de gemeente te Steamboot Rock.

De bevestiging vindt plaats met oplegging der handen.

Daarna wordt Psalm 134 vers 3 gezongen.

Ten slotte wordt de vergadering door de praeses met dankzegging gesloten.

Translation into English:

The First Ecclesiastical Assemblies of the “Christian Reformed Church” (35).

( < Back to Part 34 ) – In our series on the ecclesiastical assemblies of the Seceders who emigrated to America, who since 1857 belonged to the then-established Christian Reformed Church (as explained in more detail in Part 1), we continue with the meeting of January 8 and 9, 1868. The comments in square brackets are explanatory or supplementary remarks by the editors of GereformeerdeKerken.info.

Report of the Classis Meeting Held at Niekerk on January 8 and 9, 1868.

First Day.

Art. 1. – The meeting is opened with the singing of Psalm 86:6 and prayer by Rev. R. Duiker.

Art. 2. – The credentials of the delegates are read and approved. The following delegates are present:

Grand Haven: H.T. Bartels, elder; A. Uitermarkt, deacon.
Chicago: G. Vastenhouw, elder.
Zeeland: J. De Koster and R. Brinks, elders.
Niekerk: W. Woerting and T. Warners, elders.
Muskegon: E.N. Van Balen, elder.
Friesland: W.H. Frieling, minister; P. Kasten, elder.
Holland: J.H. De Slechte and J. Hogesteger, elders.
Graafschap: D.J. Van der Werp, minister; H. Strabbing, elder.
Noordeloos: K. Van den Bosch, minister; H. Diepenhorst, elder.
Grand Rapids: R. Duiker, minister; J. De Jonge, elder.

Art. 3. – J. De Jonge is elected clerk, since Rev. R. Duiker, according to the rotation, serves as president of the meeting.

Art. 4. – The minutes of the previous meeting cannot be read because Elder J. De Jonge forgot to bring them.

Art. 5. – Rev. Van der Werp reports on his committee work in Grand Haven and Muskegon. He reports that he organized a congregation in Muskegon.

Ministers Frieling and Duiker then report on their committee work in Pella and Steamboot Rock. In Pella they installed Rev. Koopman; in Steamboot Rock they organized a congregation.

Art. 6. – A certificate is presented to the meeting from Professors Van der Vliet and Moeris of Dubuque, who were associated with the seminary of the Old School Presbyterian Church. This certificate states that E. Meinders is considered qualified to preach the Gospel.

Meinders, who has already been working in Steamboot Rock for some time and has received a certificate of good standing from the consistory there, requests that he be examined by the classis as a minister and subsequently, if the result is favorable, be ordained.

The meeting decides to examine him in:

  • dogmatic, polemical, and practical theology;
  • biblical exegesis;
  • geography;
  • biblical and church history;
  • the languages;
  • pastoral work;
  • homiletics.

Art. 7. – The question is raised whether persons who are not delegates may also attend the meeting. It is decided that those who make such a request shall be admitted.

Art. 8. – The meeting proceeds with the examination of candidate Meinders in theology.

Art. 9. – After the meal, the second session is opened with the singing of Psalm 134:3 and prayer by Elder De Jonge.

Art. 10. – The examination of candidate Meinders is continued. He is questioned concerning:

  • biblical history;
  • geography;
  • church history;
  • the languages;
  • pastoral work;
  • his conversion and calling to the ministry.

He also delivers a sermon based on Ephesians 2:8.

The session is closed with the singing of Psalm 90:9 and a prayer of thanksgiving by Rev. Frieling.

Second Day.

Art. 11. – In the morning the meeting is opened with the singing of Psalm 25:2 and prayer by Brother J. Hogesteger.

The sermon of candidate Meinders is first evaluated, followed by an evaluation of the entire examination. After everyone has expressed his judgment, the president leads in prayer.

Thereafter, in the fear of the Lord, a vote is taken. The vote shows that Brother Meinders is admitted to the holy ministry.

He is then called into the meeting, where this decision is communicated to him and he is wished the blessing of the Lord.

His Reverend signs the required forms and takes the oath against simony.

Art. 12. – Letters have been received from the congregations of Ridott, Paterson, Lage Prairie, Cincinnati, Gibb Ville, and Pella. These are read aloud.

Art. 13. – Two requests have been received to change the name of the church federation. This is discussed at length. The decision, however, is postponed until the great, that is, the general, assembly.

A request to change the place where the classis meetings are held is likewise referred to the general assembly.

Art. 14. – C. Vorst offers to publish a periodical for the church, without cost to the congregations, provided that the church is willing to support the publication.

The meeting declares itself willing to support this proposal, on the condition that Rev. Van der Werp is willing to take responsibility for the editorial work. He gives his consent.

Art. 15. – The question is raised whether congregations that have borrowed money against church property may or can insure those properties.

The classis does not express an opinion on the matter, but leaves the decision to each individual congregation. At the same time, the wish is expressed that in this matter too, they should venture to trust in the Lord.

Art. 16. – The congregation of Muskegon requests that it receive a minister once every six weeks to preach.

It is decided that vacant congregations shall receive a minister from the classis once every three months to preach and administer the sacraments.

Until the next classis meeting, the ministry is distributed as follows:

  • Rev. Duiker: Grand Haven and Muskegon;
  • Rev. Van der Werp: Holland;
  • Rev. Frieling: Zeeland;
  • Rev. Van den Bosch: Niekerk.

Art. 17. – A member of the Zeeland congregation requests that the classis exercise supervision over the consistory there. The meeting will give this request serious consideration.

Furthermore, the question is raised as to how H. Marling should be dealt with. The meeting answers that he should be admonished in love to submit to the decision of the previous classis.

Art. 18. – The congregation of Niekerk asks how further action should be taken regarding J. Vinke.

It is decided to continue with the discipline. Rev. Van den Bosch, however, will admonish Vinke once more in love. The outcome of this admonition will subsequently be reported to the classis.

Art. 19. – The unrest and disagreement among several brothers in Grand Haven are discussed.

It is decided that Rev. Duiker, together with one of the elders, will go to Grand Haven to deal with the matter.

A. Donker is to be dealt with in accordance with the decision of the previous classis.

Art. 20. – It is brought to the attention of the meeting that Rev. Van Leeuwen wishes to have a booklet printed without the required approval of the church.

The meeting decides that Rev. Van der Werp, on behalf of the meeting, shall reprimand and admonish him concerning this matter.

Art. 21. – Rev. Van der Werp presents a question book for biblical instruction. The meeting is asked to determine whether the church will have it printed for use in catechetical instruction.

The meeting considers this question book important and also expresses the desire to attempt to have the larger question book by F.A. Kok printed by Slag and Benjaminse, provided that the cost is not too high.

Art. 22. – Before the meal, student Greeve leads in prayer; after the meal, prayer is offered by Schepers.

Art. 23. – The meeting takes up a serious dispute between the minister of Noordeloos, Rev. Van den Bosch, on the one hand, and Elder Diepenhorst and both deacons on the other.

Rev. Van den Bosch requests that persons who are not members of the meeting withdraw while the matter is being considered. This request is granted.

The church member Rosbach requests permission to remain, but this is not granted.

The two deacons, who had withdrawn their fellowship with the minister and laid down their offices, are then called back into the meeting.

Art. 24. – Rev. Van den Bosch gives an account of the matter. The difficulties arose chiefly in connection with the purchase of land by Diepenhorst and Anne van den Bosch. Rev. Van den Bosch and his children were involved as partners in this transaction. According to the report, the further difficulties arose from this matter.

Elder Diepenhorst also explains the matter, and the deacons give their testimony.

After investigating the matter, the meeting gives its judgment that Rev. Van den Bosch was, in principle, the cause of the difficulties that arose and had seriously sinned in the matter. He is therefore required to confess his guilt.

Diepenhorst is also found guilty and must confess his guilt.

Both then make their confessions of guilt.

Rev. Van den Bosch is furthermore instructed to make a public confession of his guilt before the congregation on the following Sunday. He declares himself willing to do so.

The deacons are then restored to their offices.

Art. 25. – A letter from church member Johs. Hellenthal is read. He complains that he was unjustly treated by the consistory of Graafschap and placed under church discipline.

Rev. Van der Werp, who is questioned about the matter, gives an account of the case. Hellenthal is then asked whether the course of events as described by Rev. Van der Werp is correct. For the most part, he cannot contradict it.

Deacon J. Garveling then speaks. Hellenthal had a particular dispute with him concerning an amount of nine dollars. The consistory had insisted that the matter be thoroughly investigated.

The meeting establishes that Hellenthal was not placed under discipline because of the financial dispute itself, but because he was unwilling to seek reconciliation and accused the deacons of running off with his money.

The meeting judges that Brother Hellenthal must seek reconciliation with the deacons. Once he has done so, he will be released from church discipline.

Regarding Hellenthal’s wife, it is decided that she must first withdraw the letter in which she resigned her membership and make a confession concerning it before the classis can take up her case.

Art. 26. – It is decided to hold another classis meeting before the general assembly, on the first Wednesday of April at Graafschap.

Art. 27. – The ministers are left to determine whether and where students will preach in the congregations.

The person proposed by Rev. Duiker to be admitted as a student must first be examined more thoroughly.

Art. 28. – The meeting proceeds with the installation of E.L. Meinders as minister of the congregation at Steamboot Rock.

The installation takes place with the laying on of hands.

Psalm 134:3 is then sung.

Finally, the president closes the meeting with thanksgiving.