1. Het ontstaan van de Gereformeerde Kerk in Terneuzen.
De eerste ontwikkelingen.
De kerkelijke Afscheiding die in 1834 plaatsvond, bleef niet zonder gevolgen voor Zeeuws-Vlaanderen. Enkele jaren later, rond 1836 en 1837, raakten ook gelovigen in Zeeuws-Vlaanderen overtuigd van de ideeën achter deze beweging, in gang gezet door ds. H. de Cock (1801-1842) in het Groningse Ulrum.

Omdat er in hun eigen omgeving nog geen zelfstandige gemeente bestond, sloten de Afgescheidenen in Zeeuws-Vlaanderen zich aanvankelijk aan bij bestaande Afgescheiden Gemeenten in plaatsen zoals Middelburg, Borssele en Krabbendijke.
De groep Afgescheidenen in de regio Terneuzen, Axel en Zaamslag groeide echter gestaag. Uiteindelijk werd deze groot genoeg om een eigen gemeente te vormen. Op 19 januari 1838 koos men eigen ouderlingen en diakenen. Toch kon de officiële instituering nog niet direct plaatsvinden, omdat daarvoor de aanwezigheid van een predikant vereist was. Pas op 17 juni 1838 werd de gemeente daadwerkelijk geïnstitueerd doordat de ambtsdragers bevestigd werden. Dat gebeurde door ds. H.J. Budding (1810-1870) van Biggekerke.

Beperkingen en tegenwerking.
De eerste officiële bijeenkomst van de nieuwe gemeente vond plaats op een opvallende locatie: een schip van schipper Steketee, dat lag aangemeerd bij de kade van Baarland. Dat men uitweek naar deze plek – helemaal aan de andere kant van de Westerschelde! – had een duidelijke reden: in Terneuzen hield de burgemeester zich streng aan de geldende overheidsregels, die bijeenkomsten van meer dan twintig personen zonder toestemming verboden.
Omdat de Afgescheiden Gemeente geen officiële toestemming had gekregen, werden hun samenkomsten als illegaal beschouwd. Dit dwong de leden om voorzichtig te werk te gaan. Vaak kwamen zij in het geheim bijeen, bijvoorbeeld op afgelegen boerderijen. Ondanks deze voorzorgsmaatregelen werden de bijeenkomsten meerdere keren ontdekt, wat leidde tot processen-verbaal en spanningen met de autoriteiten.

Officiële erkenning.
Om een einde te maken aan deze situatie besloot de gemeente in januari 1840 een verzoek tot erkenning in te dienen bij de koning. Alle leden ondertekenden dit verzoekschrift; vijf van hen konden niet schrijven en plaatsten daarom een kruisje. De burgemeesters van Axel en Terneuzen bevestigden de echtheid van de handtekeningen, maar gaven tegelijkertijd een negatief oordeel over het verzoek.
De aanvraag werd vervolgens behandeld door hogere instanties en uiteindelijk voorgelegd aan de Minister van Staat, die eveneens een ongunstig advies gaf. Tegen de tijd dat het verzoek bij de koning terechtkwam, was koning Willem I inmiddels opgevolgd door koning Willem II. Deze besloot de kwestie snel af te handelen, mede omdat er landelijk aandacht voor was ontstaan. Bovendien was hij het niet eens met de straffe maatregelen tegen de Afgescheidenen, zoals zijn vader die doorvoerde. Op 21 januari 1841 werd bij Koninklijk Besluit alsnog toestemming verleend.
Kort daarna, in februari 1841, stelde de kerkenraad vast dat de gemeente voortaan zonder beperkingen haar godsdienstoefeningen in het openbaar mocht houden!
De ontwikkeling van kerkgebouwen.
In de beginperiode maakte de gemeente voor haar kerkdiensten gebruik van particuliere woningen in Terneuzen en Axel. Deze situatie was echter tijdelijk en verre van ideaal. Daarom werd in Terneuzen een huis aan de Noordstraat afgebroken en vervangen door een eenvoudig kerkgebouw, dat in november 1842 in gebruik werd genomen.

Na verloop van tijd groeide de gemeente aanzienlijk. In 1875 bleek het aantal zitplaatsen onvoldoende, al kon dit probleem voorlopig worden opgelost met kleine aanpassingen. Enkele jaren later, rond 1886, ontstonden plannen voor een nieuw kerkgebouw. Door economische tegenwind moesten deze plannen echter worden uitgesteld.
Pas in 1891 ontstond er opnieuw een kans voor uitbreiding, toen een naastgelegen pand kon worden aangekocht. Hierdoor kon men alsnog een grotere kerk realiseren, die datzelfde jaar nog in gebruik werd genomen. Toch bleek ook dit gebouw al snel te klein door de voortdurende groei van de gemeente.
In 1911 werd daarom gekozen voor uitbreiding van de bestaande kerk. De inrichting werd aangepast, onder andere door de preekstoel te verplaatsen en een extra galerij te bouwen. Ondanks deze verbeteringen bleef het ruimtegebrek bestaan. Nieuwe plannen voor een geheel nieuw gebouw werden overwogen, maar door financiële beperkingen, de aanschaf van een orgel, plus de economische crisis van de jaren dertig, konden deze niet worden uitgevoerd.

Later had de landelijke kerkscheuring van 1944 (de ‘Vrijmaking‘) tot gevolg dat het aantal leden aanzienlijk daalde. Hierdoor werd in 1951 gekozen voor een interne modernisering van het bestaande gebouw in plaats van nieuwbouw.
In de jaren zestig veranderde de situatie opnieuw ingrijpend. Door de komst van grote industrieën, zoals Philips en Dow Chemical, groeide de bevolking van Terneuzen sterk. Dit leidde ook tot een toename van het aantal kerkleden. Om deze groei op te vangen, werd tijdelijk gebruikgemaakt van extra locaties, zoals een schoolgebouw.
Uiteindelijk besloot men samen te werken met andere kerkgenootschappen. Dit leidde tot de bouw van een multifunctioneel kerkgebouw met meerdere zalen. In 1972 werd de Opstandingskerk officieel in gebruik genomen. Deze kerk was in samenwerking met de Hervormde Gemeente en de Rooms-Katholieke parochie gebouwd (in 2017 werd er de laatste dienst gehouden).

In de jaren daarna bleef men nadenken over verdere uitbreiding, maar doordat zowel het ledental als het kerkbezoek begon af te nemen, werden deze plannen niet uitgevoerd. In 1985 werd de oude gereformeerde kerk aan de Noordstraat verkocht vanwege de slechte staat en het gebrek aan faciliteiten.
In de periode daarna vonden de kerkdiensten plaats op verschillende locaties, waaronder in andere kerken en tijdelijke ruimtes. Vanaf 1998 werden alle diensten definitief ondergebracht in de Ontmoeting (voorheen de Goede Herderkerk), nadat de Rooms-Katholieke Kerk haar aandeel in het gebouw had overgedragen.
Huisvesting van predikanten.
De woonplaats van de predikant veranderde meerdere keren door de jaren heen. De eerste predikant, ds. A.G. de Waal (1813-1889), vestigde zich in 1846 in Zaamslag, maar verhuisde enkele jaren later naar Terneuzen op verzoek van gemeenteleden. Zijn opvolger, ds. P.J. Oggel (1829-1869), woonde daar eveneens.

Omdat de gemeente aanvankelijk meerdere dorpen omvatte, werd het wenselijk geacht dat de predikant centraler woonde. Daarom werd vanaf 1859 opnieuw gekozen voor Zaamslag. Toen deze gecombineerde gemeente (Terneuzen-Axel-Zaamslag) in 1867 werd opgesplitst, verhuisde de predikant weer naar Terneuzen (afgesproken was namelijk dat Terneuzen een predikant zou beroepen die ook Axel zou bedienen, en dat Zaamslag eveneens een predikant zou beroepen, die ook in Axel dienst zou doen).
In 1882 kon de kerk voor het eerst een eigen pastorie aanschaffen. Later volgden verschillende aanpassingen en verhuizingen, waaronder een nieuwe grote pastorie in 1922 aan de Herengracht, die jarenlang dienst deed.

In de tweede helft van de twintigste eeuw werden meerdere woningen gebruikt als pastorie, mede door de groei van de gemeente en het aanstellen van extra predikanten. Uiteindelijk veranderde dit gebruik, doordat predikanten vaker een eigen woning hadden. Hierdoor werd de laatste pastorie in de jaren negentig verkocht.

Het gebouw “Pro Rege”.
Aan het begin van de twintigste eeuw kocht de kerk enkele panden in de De Jongestraat met het oog op toekomstige bouwplannen. Toen deze plannen niet doorgingen, werd een deel van deze panden ingericht als vergaderruimte.
In 1940 werden nieuwe plannen gemaakt voor een apart verenigingsgebouw. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog konden deze plannen echter niet direct worden uitgevoerd. Na de oorlog werd het project alsnog gerealiseerd. In 1947 werd het gebouw, dat de naam “Pro Rege” kreeg, officieel geopend. Het diende jarenlang als centrum voor allerlei kerkelijke activiteiten, zoals vergaderingen, bijeenkomsten en jeugdwerk.
Na intensief gebruik was renovatie noodzakelijk. Met hulp van zowel vakmensen als vrijwilligers werd het gebouw opgeknapt. Uiteindelijk werd het in 1998 verkocht, omdat de kerk gebruik kon maken van de faciliteiten in de Opstandingskerk. In 2017 werd de laatste dienst in deze kerk gehouden, en daarna werd de kerk verkocht om vervolgens te worden gesloopt. De protestanten kerkten voortaan in de Goede Herderkerk, die verbouwd werd en sindsdien De Ontmoeting genoemd wordt.
De situatie in Hoek.
Hoek werd aan het einde van de achttiende eeuw een zelfstandige burgerlijke gemeente, maar kerkelijk bleef het afhankelijk van Terneuzen. Pas op 10 mei 1903 kon daar een eigen Gereformeerde Kerk worden opgericht.
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg deze gemeente te maken met een ingrijpende scheuring (de ‘Vrijmaking’), waardoor een groot deel van de leden vertrok. Het overblijvende deel zocht steun bij de kerk in Terneuzen. Door samenwerking kon men de moeilijke periode overbruggen. In 1953 bouwde men een nieuw gereformeerd kerkgebouw, omdat het oude gebouw overgenomen werd door de ‘vrijgemaakten’.

Later ontstond opnieuw een vorm van samenwerking, waarbij Hoek functioneerde als een soort wijk van Terneuzen, terwijl het formeel zelfstandig bleef. Deze situatie duurde tot 1994. Daarna ging de gemeente samenwerken met de plaatselijke Hervormde Gemeente.
Veranderingen in de kerknaam.
De gemeente van Terneuzen droeg aanvankelijk de naam Christelijke Afgescheidene Gemeente. In 1869 fuseerde deze met een verwante groep, wat leidde tot de naam Christelijke Gereformeerde Gemeente.
In 1892 volgde opnieuw een fusie, ditmaal met de in 1886 ontstane kerken van de Doleantie, de tweede orthodoxe uittocht uit de Hervormde Kerk. Vanaf dat moment ging men samen verder onder de naam Gereformeerde Kerken in Nederland, die sindsdien in gebruik bleef. In 1986 werd de kerk in de Noordstraat echter buiten gebruik gesteld.
2. Wat er met de kerk in de Noordstraat voorviel…
Aan de Noordstraat in Terneuzen staat een gebouw dat in zijn ontwikkeling dus de geschiedenis van het gereformeerde leven in Nederland bijna exemplarisch weerspiegelt.
Het gaat om de voormalige gereformeerde kerk die tegenwoordig bekendstaat als het restaurant d’Ouwe Kercke — een naam die zowel afstand markeert tot de oorspronkelijke functie als een blijvende verbondenheid ermee suggereert. Zoals de naam al verraadt, is restaurant ‘’d’Ouwe Kercke’’ gevestigd in de voormalige gereformeerde kerk in het hart van Terneuzen.

De geschiedenis van de kerk gaat terug tot in de 19e eeuw. De eerste steen werd gelegd op 29 maart 1893. De bouw nam slechts acht maanden in beslag. De kerk was in die tijd voorzien van een kerktorentje dat in het jaar 1918 helaas werd verwijderd wegens bouwvalligheid. De kerk is een aantal keren verbouwd, in 1911 werd het orgel verplaatst en is de indeling van het gebouw geheel gewijzigd.
In 1985 werd het kerkgebouw verkocht en ingericht voor andere doeleinden waardoor o.a. het huidige restaurant ontstond met de toepasselijke naam ‘’d’Ouwe Kercke’’.
In dit pand bevinden zich zichtbare restanten en originele ornamenten van de voormalige kerk. De voorgevel is intact gebleven. Op de tweede etage zijn nog de originele glas-in-loodramen van de kerk te zien.
Het kerkgebouw ontstond in een periode waarin de gereformeerde gezindte zich krachtig organiseerde. Vanaf de negentiende eeuw, na gebeurtenissen als de Afscheiding van 1834 en later de Doleantie van 1886, groeide in heel Nederland een netwerk van eigen kerken. Ook in Zeeuws-Vlaanderen leidde dat tot de stichting van zelfstandige gereformeerde gemeenten, die hun identiteit niet alleen in leer en liturgie, maar ook in eigen gebouwen tot uitdrukking brachten.

De kerk in de Noordstraat was zo’n typisch gereformeerd gebouw. In tegenstelling tot oudere, vaak rijk gedecoreerde kerktypen lag de nadruk hier op functionaliteit. De ruimte was ingericht rondom de kansel, die het centrum vormde van de eredienst. Dat weerspiegelt een kernaspect van het gereformeerde kerkelijke leven: de centrale plaats van de prediking. Het interieur was sober, zonder nadruk op beelden of rituele objecten, maar gericht op verstaanbaarheid en concentratie op het Woord.
Gedurende een groot deel van de twintigste eeuw functioneerde deze kerk als een levendig middelpunt van een hechte geloofsgemeenschap. Het kerkgebouw was niet alleen een plaats voor zondagse diensten, maar maakte deel uit van een bredere gereformeerde leefwereld. Die wereld omvatte onder meer eigen scholen, verenigingen en een sterk sociaal netwerk — vaak aangeduid als de gereformeerde “zuil”.
Zoals elders in Nederland veranderde dat beeld ingrijpend in de loop van de late twintigste eeuw. Ontkerkelijking, demografische verschuivingen en kerkfusies — met als belangrijk moment de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in 2004 — leidden ertoe dat veel afzonderlijke Gereformeerde Kerken hun zelfstandige positie verloren of opgingen in bredere verbanden. Het gevolg was dat een aantal kerkgebouwen, ook in Terneuzen, hun oorspronkelijke functie kwijtraakten.
Voor het gebouw aan de Noordstraat betekende dit niet het einde, maar het begin van een nieuwe fase. In plaats van sloop werd gekozen voor herbestemming. De ruime kerkzaal en de centrale ligging maakten het geschikt voor een horecafunctie. Onder de naam d’Ouwe Kercke kreeg het gebouw een nieuw leven als plek van ontmoeting — zij het in een geheel andere vorm dan voorheen.

Wat deze casus bijzonder maakt, is dat de ontwikkeling daar niet stopte. In een volgende stap werd het gebouw opnieuw aangepast en uitgebreid met een woonfunctie. In en rond de voormalige kerkruimte werden appartementen gerealiseerd. Daarmee veranderde het gebouw van een enkelvoudige naar een meervoudige bestemming: horeca en wonen onder één dak.
Die gelaagdheid is kenmerkend voor de huidige omgang met religieus erfgoed. Waar het gebouw ooit exclusief gewijd was aan de eredienst, maakt het nu deel uit van het dagelijks leven van bewoners en bezoekers. Tegelijkertijd zijn sporen van het verleden nog herkenbaar. De ruimtelijke opzet, de hoge vensters en de ligging in de stad herinneren aan de oorspronkelijke functie en geven het geheel een bijzonder karakter.
De geschiedenis van deze voormalige gereformeerde kerk in Terneuzen laat zien hoe nauw de ontwikkeling van gebouwen verbonden is met veranderingen in religie en samenleving. Van een duidelijk afgebakende geloofsgemeenschap, gevormd in de nasleep van negentiende-eeuwse kerkelijke conflicten, via een periode van bloei en verzuiling, naar een tijd van krimp en heroriëntatie — al die fases zijn in dit ene gebouw terug te lezen.
Zo is d’Ouwe Kercke niet alleen een voorbeeld van geslaagde herbestemming, maar ook een tastbare herinnering aan het gereformeerde kerkelijke leven dat hier ooit het ritme van de week bepaalde.
Bronnen onder meer:
Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992.
Jaarboek (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.
P.W. Stuij, De Geschiedenis van de Gereformeerde kerk van Terneuzen. Terneuzen, 1992
© 2026. GereformeerdeKerken.info
Translation into English:
1. The Origin of the ‘Gereformeerde’ Church in Terneuzen.
The First Developments.
The ecclesiastical Secession that took place in 1834 did not remain without consequences for Zeeuws-Vlaanderen. A few years later, around 1836 and 1837, believers in Zeeuws-Vlaanderen also became convinced of the ideas behind this movement, which had been initiated by Rev. H. de Cock (1801–1842) in Ulrum, Groningen.
Because there was not yet an independent congregation in their own area, the Seceders in Zeeuws-Vlaanderen initially joined existing Seceded Congregations in places such as Middelburg, Borssele, and Krabbendijke.
However, the group of Seceders in the Terneuzen, Axel, and Zaamslag region grew steadily. Eventually, it became large enough to form its own congregation. On January 19, 1838, they elected their own elders and deacons. Nevertheless, official institution could not yet take place immediately, as the presence of a minister was required. Only on June 17, 1838, was the congregation formally instituted when the office-bearers were ordained. This was done by Rev. H.J. Budding (1810–1870) from Biggekerke.
Restrictions and Opposition.
The first official meeting of the new congregation took place in a remarkable location: a ship belonging to skipper Steketee, moored at the quay of Baarland. The reason they resorted to this location—on the other side of the Westerschelde—was clear: in Terneuzen, the mayor strictly enforced government regulations prohibiting gatherings of more than twenty people without permission.
Because the Seceded Congregation had not received official permission, their meetings were considered illegal. This forced members to proceed cautiously. They often gathered in secret, for example on remote farms. Despite these precautions, meetings were discovered several times, leading to official reports and tensions with the authorities.
Official Recognition.
To end this situation, the congregation decided in January 1840 to submit a request for recognition to the king. All members signed this petition; five of them could not write and therefore placed a cross as their mark. The mayors of Axel and Terneuzen confirmed the authenticity of the signatures but at the same time gave a negative opinion of the request.
The application was then handled by higher authorities and eventually submitted to the Minister of State, who also issued an unfavorable recommendation. By the time the request reached the king, King William I had been succeeded by King William II. He decided to deal with the matter swiftly, partly because it had attracted national attention. Moreover, he disagreed with the harsh measures taken against the Seceders by his father. On January 21, 1841, permission was finally granted by Royal Decree.
Shortly afterward, in February 1841, the church council determined that the congregation could henceforth hold its religious services publicly without restrictions.
The Development of Church Buildings.
In the early period, the congregation used private homes in Terneuzen and Axel for its services. However, this situation was temporary and far from ideal. Therefore, a house on Noordstraat in Terneuzen was demolished and replaced by a simple church building, which was taken into use in November 1842.
Over time, the congregation grew considerably. By 1875, the number of seats proved insufficient, although this problem could temporarily be solved with minor adjustments. A few years later, around 1886, plans arose for a new church building. However, economic setbacks forced these plans to be postponed.
Only in 1891 did another opportunity for expansion arise, when an adjacent property could be purchased. This made it possible to realize a larger church, which was taken into use later that same year. Yet even this building soon proved too small due to the continued growth of the congregation.
In 1911, it was therefore decided to expand the existing church. The interior was modified, including relocating the pulpit and constructing an additional gallery. Despite these improvements, the lack of space remained. New plans for an entirely new building were considered, but due to financial limitations, the purchase of an organ, and the economic crisis of the 1930s, they could not be carried out.
Later, the national church schism of 1944 (the “Liberation”) resulted in a significant decline in membership. As a result, in 1951 it was decided to modernize the existing building internally rather than construct a new one.
In the 1960s, the situation changed drastically again. Due to the arrival of large industries, such as Philips and Dow Chemical, the population of Terneuzen grew rapidly. This also led to an increase in church membership. To accommodate this growth, additional locations such as a school building were temporarily used.
Eventually, cooperation with other church denominations was sought. This led to the construction of a multifunctional church building with multiple halls. In 1972, the Opstandingskerk was officially taken into use. This church was built in cooperation with the ‘Hervormde’ congregation and the Roman Catholic parish.
In the years that followed, further expansion was considered, but as both membership and attendance began to decline, these plans were not carried out. In 1985, the old ‘gereformeerde’ church on Noordstraat was sold due to its poor condition and lack of facilities.
In the period thereafter, services were held at various locations, including other churches and temporary spaces. From 1998 onward, all services were permanently housed in the Opstandingskerk, after the Roman Catholic Church transferred its share in the building. In 2017 the last service was held in that church.
Housing of Ministers.
The residence of the minister changed several times over the years. The first minister, Rev. A.G. de Waal (1813–1889), settled in Zaamslag in 1846 but moved to Terneuzen a few years later at the request of the congregation. His successor, Rev. P.J. Oggel (1829–1869), also lived there.
Because the congregation initially included several villages, it was considered desirable for the minister to live more centrally. Therefore, from 1859 onward, Zaamslag was again chosen. When this combined congregation (Terneuzen–Axel–Zaamslag) was split in 1867, the minister moved back to Terneuzen (it had been agreed that Terneuzen would call a minister who would also serve Axel, and that Zaamslag would likewise call a minister who would also serve in Axel).
In 1882, the church was able to acquire its own parsonage for the first time. Later, various modifications and relocations followed, including a large new parsonage built in 1922 on Herengracht, which served for many years.
In the second half of the twentieth century, several houses were used as parsonages, partly due to the growth of the congregation and the appointment of additional ministers. Eventually, this practice changed as ministers more often owned their own homes. As a result, the last parsonage was sold in the 1990s.
The Building “Pro Rege”.
At the beginning of the twentieth century, the church purchased several properties on De Jongestraat with future construction plans in mind. When these plans did not proceed, part of these properties was converted into meeting space.
In 1940, new plans were made for a separate association building. However, due to the outbreak of the Second World War, these plans could not be carried out immediately. After the war, the project was realized. In 1947, the building, named “Pro Rege,” was officially opened. For many years, it served as a center for various church activities, such as meetings, gatherings, and youth work.
After intensive use, renovation became necessary. With the help of both professionals and volunteers, the building was refurbished. Eventually, it was sold in 1998, as the church could make use of the facilities in the Opstandingskerk. In 2017, the last service was held in this church, after which it was sold and subsequently demolished. From then on, the Protestants held their services in the Goede Herderkerk (it’s name is now De Ontmoeting).