Ds. H. de Jong (1906-1944)

1940 – Opdat wij niet vergeten – 1945

( < Naar 4 mei 2025 – Back to 4th of May  2025 ) – Hantje de Jong werd geboren op 11 maart 1906 op een boerderij in het Friese buurtschap Hiemert, onder Burgwerd, als zoon van veehouder Tjeerd de Jong en Gerbrig Feitsma.

Ds. Hantje de Jong (1906-1944).

Na zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit begon hij zijn loopbaan in de kerk als hulppredikant in Voorburg. In 1935 werd hij bevestigd als gereformeerd predikant in Hoek van Holland. In september 1941 deed hij intrede in de gemeente Rotterdam-Charlois.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide zijn betrokkenheid bij het verzet gestaag. Vanaf 1943 zette hij zich intensief in voor hulp aan onderduikers, onder meer via de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO-LKP). Daarnaast was hij actief binnen illegale netwerken, zoals de verboden (‘gereformeerde’) Anti-Revolutionaire Partij en de inlichtingengroep Groep Albrecht. Deze laatste organisatie, opgezet door de gereformeerde geheim agent H.G. de Jonge, speelde een belangrijke rol bij het verzamelen van militaire informatie. Aanvankelijk bestond de groep vooral uit (oud-)studenten van de Vrije Universiteit met een gereformeerde achtergrond, maar later werd zij breder samengesteld.

De Jong, een geboren Fries, werd wel omschreven als de “vader van het burgerlijk verzet op Charlois”. Hij was voor velen een moreel kompas in een tijd van grote onzekerheid. Bekenden uit het verzet herinnerden zich hoe hij mensen hielp bij het maken van moeilijke keuzes. Ondanks gevaar en persoonlijke ontberingen bleef hij vastberaden. Zelfs toen hij moest onderduiken en zwervend onderdak zocht, sprak hij met overtuiging over zijn roeping: dat hij God dankbaar was juist in die tijd een taak te mogen vervullen.

Ook collega’s roemden zijn principiële houding. Als overtuigd christen verzette hij zich fel tegen de onderdrukking door de Duitse bezetter. Al direct na de inval in mei 1940 liet hij zich openlijk kritisch uit, zonder zich zorgen te maken over mogelijke gevolgen. Die moed typeerde zijn optreden, zowel binnen als buiten de kerk.

In Charlois.

De steen op het graf van ds. Hantje de Jong. Hij ligt begraven op de begraafplaats Crooswijk te Rotterdam.

In Charlois werd hij een centrale figuur in het verzet. Vanaf de kansel sprak hij onbevreesd over waarheid en gerechtigheid, waarmee hij zijn gemeente sterkte. De pastorie groeide uit tot een toevluchtsoord voor onderduikers en vervolgden. Steeds meer gemeenteleden raakten, mede door zijn voorbeeld, betrokken bij het verzetswerk. Opvallend was dat hij daarbij samenwerkte met mensen van uiteenlopende achtergronden, zelfs met communisten, die soms ook zijn kerkdiensten bezochten.

De Jong stond bekend als een warme en toegankelijke persoonlijkheid, vooral voor jongeren. Hij had een groot inlevingsvermogen en wist hen richting te geven bij levensvragen in een verwarrende tijd. Zijn gastvrije houding maakte de pastorie in de wijde omgeving bekend als een veilige plek. Juist dat werd hem uiteindelijk noodlottig: te veel mensen wisten het adres te vinden.

Gedenkplaat op de Schietbaan Kralingen (foto: hantjedejong.nl).

Op 26 oktober 1944 werd ds. De Jong gearresteerd. Slechts twee dagen later, nadat hij talrijke folteringen had moeten ondergaan, werd hij op 28 oktober 1944 gefusilleerd op de Rotterdamse schietbaan. Ds. De Jong was ongehuwd.

‘Trouw’, 27 oktober 1945.

Met zijn moed, overtuiging en onbaatzuchtige inzet liet Hantje de Jong een blijvende indruk achter. Zijn leven getuigt van een diep geloof en een sterke bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen, zelfs onder de zwaarste omstandigheden.

Bronnen:

Diverse geschriften over de Tweede Wereldoorlog. Zie ook de website over ds. H. de Jong >

Translation into English: 

Rev. H. De Jong (1906–1944).

1940 – Lest We Forget – 1945.

Hantje de Jong was born on March 11, 1906, on a farm in the Frisian hamlet of Hiemert, near Burgwerd, the son of cattle farmer Tjeerd de Jong and Gerbrig Feitsma.

After studying theology at the Free University, he began his church career as an assistant minister in Voorburg. In 1935 he was installed as a ‘gereformeerde’ minister in Hoek van Holland. In September 1941 he took up his post in the congregation of Rotterdam-Charlois.

During the Second World War, his involvement in the resistance grew steadily. From 1943 onward, he devoted himself intensively to helping people in hiding, among other things through the National Organization for Aid to People in Hiding (LO). In addition, he was active within illegal networks, such as the banned (‘gereformeerde’) Anti-Revolutionary Party and the intelligence group “Groep Albrecht.” The latter organization, established by the ‘gereformeerde’ secret agent H.G. de Jonge, played an important role in gathering military intelligence. Initially, the group mainly consisted of (former) students of the Free University with a ‘gereformeerde’ background, but later it became more broadly composed.

De Jong, a native Frisian, was sometimes described as the “father of the civilian resistance in Charlois.” For many, he was a moral compass in a time of great uncertainty. Fellow resistance members recalled how he helped people make difficult choices. Despite danger and personal hardship, he remained resolute. Even when he himself had to go into hiding and wandered in search of shelter, he spoke with conviction about his calling: that he was grateful to God to be able to fulfill a task precisely in that time.

Colleagues also praised his principled stance. As a committed Christian, he strongly opposed the oppression by the German occupiers. Immediately after the invasion in May 1940, he openly expressed criticism without concern for possible consequences. That courage characterized his actions, both within and outside the church.

In Charlois.

In Charlois, he became a central figure in the resistance. From the pulpit, he spoke fearlessly about truth and justice, thereby strengthening his congregation. The parsonage grew into a refuge for people in hiding and for the persecuted. More and more members of the congregation became involved in resistance work, partly inspired by his example. Notably, he cooperated with people from diverse backgrounds, even with communists, some of whom also attended his church services.

De Jong was known as a warm and approachable personality, especially for young people. He had great empathy and was able to guide them through life’s questions in a confusing time. His hospitable attitude made the parsonage widely known as a safe place. It was precisely this that ultimately proved fatal: too many people knew how to find the address.

On October 26, 1944, Rev. De Jong was arrested. Only two days later, after enduring numerous tortures, he was executed by firing squad on October 28, 1944, at the Rotterdam shooting range. Rev. De Jong was unmarried.

With his courage, conviction, and selfless dedication, Hantje de Jong left a lasting impression. His life bears witness to a deep faith and a strong willingness to take responsibility, even under the most difficult circumstances.

Sources:

Various writings on the Second World War. See also the website about Rev. H. de Jong (www.hantjedejong.nl).