1940 – Opdat wij niet vergeten – 1945
Lourens Touwen (1894-1944) studeerde aanvankelijk aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda en was bestemd om in de Koninklijke Marine als officier te dienen. Hij werd daarvoor ‘wegens een voetgebrek’ echter afgekeurd.

Het onderwijs werd zijn volgende werkgebied. Hij werd leraar aan een middelbare school. Toch trok hem iets anders. Hij verhuisde naar Amsterdam en werd daar theologisch student aan de Vrije Universiteit, opgericht door o.a. dr. Abraham Kuyper (1837-1920). In 1932 studeerde hij af als theologisch kandidaat. De Gereformeerde Kerk te Makkum en Cornwerd bracht een beroep op hem uit dat hij aannam. Op 27 januari 1935 werd hij daar als predikant in het ambt bevestigd door dr. A. Kuyper jr. (1872-1941), de zoon van Abraham Kuyper. Ds. Touwen woonde in de naast de kerk staande pastorie. De Gereformeerde Kerk te Makkum en Cornwerd zou zijn eerste en enige gemeente blijven.

In het verzet.
Ds. Touwen zat al meteen in het begin van de Tweede Wereldoorlog in het verzet onder de schuilnaam Koorden. Hij sloot zich aan bij de door gereformeerden opgerichte Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (later LO-LKP) en zette zich in voor de oprichting van een afdeling daarvan in zijn woongemeente, Wonseradeel. Ook nam hij een onderduikster in huis: Rivka Philipson, een veertienjarig Joods meisje.
Als predikant hield hij rekening met plotselinge invallen van de Duitsers, zodat afgesproken werd dat het meisje in die gevallen bij de familie Lutgendorff in huis verstopt kon worden. Ook voor veel andere Joodse vluchtelingen in de zuidwesthoek van Friesland werd onderdak gezocht en gevonden. Dat deed hij in samenwerking met de hervormde predikant van Makkum, ds. A.E. van Baalen, met de plaatselijke pastoor L.H.L. de Jong en met hoofdonderwijzer F. van der Velde van de christelijke lagere school in Idsegahuizum.
Gevangen genomen en vermoord.

Hoofdmeester Van der Velde werd echter op 23 juni 1944 door de Duitsers Sicherheitsdienst (SD) gearresteerd in verband met zijn verzetswerk. Ds. Touwen nam toen een risicovol besluit: hij wilde contact opnemen met de bezetters om Van der Velde vrij te kopen. Toen hij daartoe half augustus 1944 naar de gevangenis in Leeuwarden reisde wekte dat daar achterdocht en werd hem aangeraden ‘s middags even terug te komen. Toen hij zich op de afgesproken tijd weer meldde werd hij door de SD opgepakt en naar het beruchte Scholtenshuis aan de Grote Markt in Groningen overgebracht. Daar werd hij onderworpen aan een zwaar verhoor.
Inmiddels was zijn gevangenneming bij het verzet bekend geworden en men beraamde het plan de predikant uit het Scholtenshuis te bevrijden zodra hij naar elders zou worden overgebracht. Maar toen dat op 8 september 1944 gebeurde, koos de SD de achterdeur van het complex en mislukte het bevrijdingsplan. Hij en Cornelia van den Berg-van der Vlis, een koerierster, werden vervoerd naar de heide bij het Drentse Vries. Daar werden hij en Cornelia van den Berg door de SD doodgeschoten.

Hun lichamen werden op 27 september 1944 bij toeval ontdekt: de burgerlijke gemeente gaf een aantal omwonenden opdracht de lichamen te begraven. De familie had via via gehoord dat ds. Touwen in de Harlinger Willemshaven gezien zou zijn; men hoopte dus lange tijd dat hij wel weer zou opduiken. Maar pas een jaar na de moord bleek dat het om ds. Touwen en Cornelia van den Berg ging, toen de identiteit door de identificatiedienst vastgesteld werd. Ondertussen was de echtgenote van de predikant, Anna Touwen (1899-1987) met het verzetswerk doorgegaan door joodse onderduikers een veilig onderdak te bezorgen.

Herdacht.
In Makkum herdachten ze hun predikant. Daar werd de ds. L. Touwenlaan naar hem genoemd. Ds. Touwen en zijn echtgenote kregen als dank voor hun hulp aan Joodse onderduikers van het Israelische holocaustcentrum Yad Vashem de eretitel Rechtvaardige onder de Volkeren.

Langs de Peesterweg in het dorp Zeijen werd op 8 september 1994 een oorlogsmonument onthuld met een plaquette waarop de namen van C.J. van den Berg-van der Vlis en ds. L. Touwen zijn aangebracht.

Ook wordt ds. Touwens naam vermeld op de oorlogsplaquette die is geplaatst in de hoofdgebouw van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn leven en verzetswerk werd in dat verband beschreven in het boek Een oorlogsplaquette ontrafeld, dat in 2020 gepubliceerd werd.
Bronnen onder meer:
Website Nationaal Comité 4 en 5 mei
W. Berkelaar e.a., Een oorlogsplaquette ontrafeld, Amsterdam, 2020
Translation into English:
1940 – So That We Do Not Forget – 1945.
Lourens Touwen (1894–1944) initially studied at the Royal Military Academy in Breda and was destined to serve as an officer in the Royal Navy. However, he was rejected from service “due to a foot defect.”
Education became his next field of work. After studying to become a teacher, he started working at a secondary school. Yet something else called to him. He moved to Amsterdam and became a theology student at the Free University (Vrije Universiteit), which had been founded by, among others, Dr. Abraham Kuyper (1837–1920). In 1932, he graduated as a theological candidate. The ‘Gereformeerde’ Church of Makkum and Cornwerd extended a call to him, which he accepted. On January 27, 1935, he was officially ordained as a minister there by Dr. A. Kuyper Jr. (1872–1941), the son of Abraham Kuyper. Rev. Touwen lived in the parsonage next to the church. The ‘Gereformeerde’ Church of Makkum and Cornwerd would remain his first and only congregation.
In the Resistance.
Rev. Touwen joined the resistance right at the beginning of the Second World War under the alias Koorden. He became affiliated with the National Organization for Aid to People in Hiding (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers), founded by ‘gereformeerde’ Protestants (later LO-LKP), and he worked to establish a local branch in his municipality of residence, Wonseradeel. He also took in a girl in hiding: Rivka Philipson, a fourteen-year-old Jewish girl.
As a minister, he was under suspicion during sudden German raids, so it was agreed that the girl could be hidden with the Lutgendorff family during such times. He also helped find shelter for many other Jewish refugees in the southwestern corner of Friesland. He did this in collaboration with the ‘hervormde’ minister of Makkum, Rev. A.E. van Baalen, the local Catholic priest L.H.L. de Jong, and headmaster F. van der Velde of the Christian primary school in Idsegahuizum.
Arrested and Murdered.
However, headmaster Van der Velde was arrested by the German Sicherheitsdienst on June 23, 1944, in connection with his resistance activities. Rev. Touwen then made a risky decision: he would try to negotiate with the occupiers to buy Van der Velde’s freedom. When he traveled to the prison in Leeuwarden in mid-August 1944 to do so, it aroused suspicion, and he was told to return in the afternoon. When he reported back at the agreed time, he was arrested by the SD and transferred to the infamous Scholtenshuis in Groningen. There, he was subjected to intense interrogation.
His arrest became known to the resistance, and they devised a plan to free the minister from the Scholtenshuis as soon as he would be transported elsewhere. But when that transfer took place on September 8, 1944, the SD used the rear exit of the building, and the liberation attempt failed. He, along with Cornelia van den Berg-van der Vlis, a courier, was taken to the heath near the village of Vries in Drenthe. There, both he and Cornelia van den Berg were shot dead by the SD.
Their bodies were discovered by chance on September 27, 1944; the local municipality instructed several nearby residents to bury them. Meanwhile the family had heard through various channels that Rev. Touwen had been seen in the Willemshaven in Harlingen; they held on to hope for a long time that he might still turn up somewhere.
But it wasn’t until a year after the murder that it became clear that the victims were Rev. Touwen and Cornelia van den Berg, when their identities were confirmed by the identification service. In the meantime, the minister’s wife, Anna Touwen (1899–1987), continued his resistance work by helping to provide safe hiding places for Jewish refugees.
Commemorated.
In Makkum, they commemorated their minister. A street was named after him: Rev. L. Touwenlaan. As a token of gratitude for their help to Jewish refugees in hiding, Rev. Touwen and his wife were awarded the honorary title of Righteous Among the Nations by Yad Vashem, the Israeli Holocaust memorial center.
Along the Peesterweg in the village of Zeyen, a war memorial was unveiled on September 8, 1994, with a plaque bearing the names of C.J. van den Berg-van der Vlis and Rev. L. Touwen. Rev. Touwen’s name is also listed on the war memorial plaque in the reception hall of the Free University of Amsterdam. His life and resistance work were described in connection with the book Een oorlogsmonument ontrafeld (A War Memorial Unraveled), which was published in 2020.