“De Gereformeerde Amerikaan” (1897–1916)

Oprichting en achtergrond.

Toen in 1897 in Holland, Michigan het eerste nummer verscheen van De Gereformeerde Amerikaan, begon daarmee de geschiedenis van een bijzonder tijdschrift.

Ds. F.M. ten Hoor (1855-1934) was eindredacteur van ‘De Gereformeerde Amerikaan’ en bedacht de naam van dat tijdschrift.

Het was een Nederlandstalig gereformeerd maandblad, ontstaan binnen de kring van de Christian Reformed Church (CRC), de kerk die was voortgekomen uit de Nederlandse Afscheiding van 1834 en waarin rond de eeuwwisseling nog een aanzienlijk deel van de gemeenteleden Nederlands sprak. Het tijdschrift zou uiteindelijk uit twintig jaargangen bestaan, tot het in december 1916 met nummer 12 van jaargang XX voor het laatst verscheen.

De oprichting van het blad stond niet op zichzelf. Het blad ontstond namelijk tegen de achtergrond van de Nederlandse gereformeerde emigratie naar Amerika en naar aanleiding van de vraag hoe deze emigranten hun kerkelijke en belijdende identiteit in een nieuwe samenleving konden bewaren. Onder de oprichters bevonden zich ds. Herman Beuker (1834–1900), ds. Foppe Martin Ten Hoor (1855–1934) en ds. Hendrik van Hoogen (1836-1907). Een Nederlandse bron uit 1897 omschreef het doel van het nieuwe maandblad als het verspreiden en versterken van de gereformeerde beginselen onder de Nederlandssprekende bevolking van Amerika. In januari 1909 schreef ds. Ten Hoor daarover een artikel in De Gereformeerde Amerikaan.

Ds. Herman Beuker en de betekenis van de naam.

Een belangrijke figuur in deze beginperiode was ds. Herman Beuker. Voordat hij 1893 naar Amerika emigreerde, had hij binnen de Nederlandse Christelijke Gereformeerde Kerk (in 1892 toegetreden tot De Gereformeerde Kerken in Nederland) een belangrijke positie ingenomen. Zo was hij onder meer redacteur van De Vrije Kerk. In Amerika werd hij docent aan de Theologische School in Grand Rapids en groeide hij uit tot een van de leidende figuren binnen de Christian Reformed Church.

Ds. H. Beuker (1834-1900).

Ook de naam van het nieuwe tijdschrift is veelzeggend. Volgens ds. F. M. Ten Hoor was het ds. Beuker die de naam De Gereformeerde Amerikaan bedacht. Die naam was meer dan een eenvoudige aanduiding van doelgroep of woonplaats. Eigenlijk omschreef zij al een programma. Het ging er niet om een Nederlandse kolonie in Amerika voor onbepaalde tijd in stand te houden. De bedoeling was vooral dat Nederlandse gereformeerden Amerikanen zouden worden — maar dan Amerikanen die gereformeerd bleven.

Gereformeerd én Amerikaans.

Daarin lag vanaf het begin een spanning die de geschiedenis van het tijdschrift zou blijven kenmerken. De Gereformeerde Amerikaan wilde aan de ene kant de gereformeerde identiteit, de gereformeerde belijdenis en de eigen kerkelijke traditie bewaren. Aan de andere kant wilde het blad Nederlandse gereformeerden begeleiden bij hun veramerikanisering. Die twee doelstellingen lijken op het eerste gezicht misschien tegenstellingen, maar voor ds. Ten Hoor vormden zij juist de kern van de zaak. Nederlandse emigranten konden volgens hem niet blijvend ‘Nederlanders in Amerika’ blijven. Zij moesten Amerikanen worden, maar zij moesten daarbij hun gereformeerde overtuiging niet prijsgeven.

Ds. H. van Hoogen (1836-1907) emigreerde in 1893 naar de VS  en was een van de oprichters van ‘De Gereformeerde Amerikaan’.

‘Amerikanisering’ betekende voor Ten Hoor dan ook veel meer dan het eenvoudig opgeven van de Nederlandse taal en het overgaan op het Engels. Het ging om een bredere ontwikkeling: Nederlandse gereformeerden moesten leren functioneren als Amerikaanse burgers en als Amerikaanse gereformeerden, zonder hun confessionele identiteit te verliezen. Juist daarom is de naam De Gereformeerde Amerikaan zo treffend. De twee woorden lijken op het eerste gezicht misschien tegengesteld, maar drukken gezamenlijk precies het ideaal uit dat het blad wilde bevorderen: niet langer uitsluitend Nederlands zijn in Amerika, maar een Amerikaanse gereformeerde gemeenschap worden.

Een theologisch en kerkelijk opinieblad.

Daarmee onderscheidde het tijdschrift zich ook van een gewoon emigrantenblad. Het was niet in de eerste plaats bedoeld als een krant met nieuws uit Nederland en Amerika. Het wilde een theologisch en kerkelijk opinieblad zijn. Dat blijkt ook uit een beschrijving die in 1915 in het blad Neerlandia verscheen. Daarin wordt De Gereformeerde Amerikaan aangeduid als een maandblad dat onder redactie van Christelijke Gereformeerde predikanten wetenschappelijke lectuur probeerde te bieden, aangevuld met meer populaire stukken voor lezers met een lager ontwikkelingsniveau. Het blad richtte zich dus op een breed publiek, maar wilde tegelijkertijd een serieus intellectueel en theologisch niveau handhaven.

Ds. K. van Goor (1848-1914) emigreerde in 1893 naar Amerika waar hij betrokken raakte bij het blad ‘De Gereformeerde Amerikaan’.

In de eerste jaren waren verschillende uit Nederland afkomstige gereformeerde predikanten bij het tijdschrift betrokken. Naast Beuker en Ten Hoor worden onder meer de al genoemde ds. H. van Hoogen, ds. K. van Goor (1848-1914), ds. L. van Dellen (1842-1919), ds. H. Keegstra (1871-1955) en ds. H. Beets (1869-1947) genoemd. Zij waren afkomstig uit de traditie van de Afscheiding van 1834 en hielden sterk vast aan de klassieke gereformeerde verbondstheologie. Een latere historische terugblik typeerde deze groep als mannen die tot doel hadden de gereformeerde leer duidelijker onder de kerkleden te verbreiden en mensen die daarvan waren afgeweken terug te brengen.

Ds. L. van Dellen (1842-1919) emigreerde in 1894 naar Amerika en werd medewerker van ‘De Gereformeerde Amerikaan’.

Bij die laatste typering is echter enige voorzichtigheid geboden. De betreffende bron dateert uit 1955 en beschrijft de gebeurtenissen vanuit het perspectief van latere kerkelijke conflicten. De typering moet daarom vooral worden gezien als een uitleg achteraf. Toch is zij interessant, omdat zij laat zien hoe men later terugkeek op de positie van de eerste redacteuren en hun verlangen om de klassieke gereformeerde overtuiging binnen de Christian Reformed Church te handhaven.

Foppe Martin Ten Hoor als centrale redacteur.

Van al deze personen zou uiteindelijk ds. Foppe Martin Ten Hoor de belangrijkste figuur in de geschiedenis van De Gereformeerde Amerikaan worden. Ten Hoor was in Nederland predikant geweest in Genderen, Opperdoes en Franeker. In 1896 emigreerde hij naar Amerika, waar hij predikant werd van de Oakdale Park Christian Reformed Church in Grand Rapids. In 1900 werd hij hoogleraar systematische theologie aan de Theological School van de Christian Reformed Church. Deze instelling zou later bekendstaan als Calvin Seminary.

Ten Hoor was bovendien gedurende vrijwel de gehele levensduur van De Gereformeerde Amerikaan de centrale redacteur. De archiefbeschrijving van Calvin University vermeldt expliciet dat hij van 1897 tot 1916 als redacteur van het blad werkzaam was. Zijn invloed was daardoor groot. Onder zijn leiding ontwikkelde De Gereformeerde Amerikaan zich steeds sterker tot een forum voor theologische discussies binnen de Christian Reformed Church.

Dr. Henry Beets (1869-1947).

De discussie over het neocalvinisme.

Een belangrijk omslagpunt kwam rond 1905. Ten Hoor publiceerde toen in het tijdschrift een serie artikelen onder de titel Het Neo-Calvinisme en de oude Gereformeerde belijdenis. Daarmee raakte De Gereformeerde Amerikaan rechtstreeks betrokken bij een discussie die ook in Nederland volop werd gevoerd: de verhouding tussen de klassieke gereformeerde traditie en het opkomende neocalvinisme van dr. Abraham Kuyper (1837-1920) en diens geestverwanten.

De onderwerpen die daarbij aan de orde kwamen, waren fundamenteel. Het ging onder meer over de verhouding tussen verbond en verkiezing, over de verhouding tussen kerk en wereld, over het onderscheid en de samenhang tussen de kerk als instituut en de kerk als organisme, over de wedergeboorte, over de betekenis van de gereformeerde belijdenis en over de verhouding tot de theologie van dr. Abraham Kuyper.

De Gereformeerde Amerikaan als brug tussen Nederland en Amerika.

De gereformeerde wereld in Amerika stond bij deze discussies allerminst los van Nederland. Ideeën, theologische ontwikkelingen en kerkelijke conflicten reisden over de Atlantische Oceaan mee met predikanten, boeken, correspondentie en kerkelijke contacten. De Nederlandse gereformeerde discussie vond daardoor ook haar weg naar de Christian Reformed Church. De Gereformeerde Amerikaan was een van de belangrijkste kanalen waarlangs dergelijke discussies binnen de Nederlandstalige CRC-gemeenschap werden gevoerd.

Dr. Abraham Kuyper (1837-1920).

Ten Hoor behoorde tot de gereformeerden die kritisch stonden tegenover bepaalde ontwikkelingen in de Kuyperiaanse theologie. Juist daarom is het tijdschrift voor de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme zo interessant. Het laat zien dat het neocalvinisme in Amerika niet eenvoudigweg werd overgenomen als een vanzelfsprekende voortzetting van de Nederlandse gereformeerde traditie. Het werd daar bestudeerd, besproken, verdedigd en bekritiseerd.

In De Gereformeerde Amerikaan verschenen bijvoorbeeld bijdragen over de verhouding tussen de kerk als instituut en de kerk als organisme. Dat debat zou overigens niet beperkt blijven tot de kring rond Ten Hoor. Ook latere Nederlandse theologen, onder wie dr. K. Schilder (1890-1952), verwezen naar de discussies die Ten Hoor en anderen hierover in het tijdschrift hadden gevoerd. Daarmee kreeg het maandblad een betekenis die de grenzen van de Nederlandse immigrantengemeenschap ver overschreed. Het fungeerde als een intellectuele brug tussen de Nederlandse gereformeerde wereld en de Amerikaanse Christian Reformed Church.

Taal als middel tot behoud én verandering.

Tegelijkertijd bleef er een opmerkelijke tegenstelling bestaan. Het blad was Nederlandstalig en richtte zich uitdrukkelijk op Nederlandse immigranten, terwijl Ten Hoor juist wilde dat deze mensen zouden amerikaniseren. Dat lijkt tegenstrijdig, maar is het bij nader inzien niet. Het Nederlands was op dat moment nog het middel waarmee een groot deel van de eerste immigrantengeneratie toegang had tot kerk, theologie en cultuur. De taal diende daardoor juist als instrument om de gereformeerde identiteit te bewaren terwijl de gemeenschap zich tegelijkertijd steeds verder in de Amerikaanse samenleving integreerde.

In dit boek wordt het proces van Amerikanisatie van de Third Reformed Church in Holland (Michigan) uitvoerig beschreven.

Dit verklaart ook waarom De Gereformeerde Amerikaan juist in de periode van ongeveer 1900 tot 1915 van zoveel betekenis kon zijn. De eerste immigrantengeneratie was nog sterk Nederlandstalig, terwijl de tweede generatie steeds meer Engels sprak en zich cultureel als Amerikaans beschouwde. Het tijdschrift bevond zich precies op dat kruispunt. Het sprak de oude generatie in haar eigen taal aan, terwijl het tegelijkertijd nadacht over de toekomst van een gemeenschap die onvermijdelijk Amerikaans zou worden.

Lezerskring, druk en verspreiding.

Het was geen massale krant, maar het bezat wel een behoorlijke lezerskring. In een beschrijving van de Nederlandse pers in Amerika uit 1909 wordt De Gereformeerde Amerikaan aangeduid als een maandblad met ongeveer 1.400 lezers. Dat was aanzienlijk voor een gespecialiseerd Nederlandstalig gereformeerd tijdschrift. Het blad werd gedrukt door H. Holkeboer in Holland, Michigan. De eerste jaargang verscheen in 1897 en later werden de jaargangen ook als gebonden delen uitgegeven. De eerste acht jaargangen, van 1897 tot en met 1904, zijn bijvoorbeeld via Google Books gedigitaliseerd.

Een breed inhoudelijk spectrum.

De inhoud van het blad was bovendien veel breder dan alleen de actuele theologische polemiek. Uit de bewaard gebleven verwijzingen en jaargangen komt een breed spectrum aan onderwerpen naar voren. Er werd geschreven over gereformeerde dogmatiek en kerkgeschiedenis, over de gereformeerde belijdenisgeschriften en kerkelijke actualiteiten, maar ook over theologische ontwikkelingen in Nederland. Daarnaast was er aandacht voor de geschiedenis van de Nederlandse emigratie, voor personen uit de Afscheiding, voor de Nederlandse gereformeerde kerken in Amerika, voor opvoeding en onderwijs, voor de verhouding tussen kerk en maatschappij en voor de ontwikkeling van de Nederlandse gemeenschap in Amerika.

Ds. A.C. van Raalte (1811-1876) emigreerde in 1847 naar Amerika, waar hij met vele volgelingen in Michigan de stad Holland stichtte.

Een mooi voorbeeld daarvan is een bijdrage van Ten Hoor over ds. Albertus C. van Raalte (1811-1876), de stichter van Holland, Michigan, die verscheen in de tweede jaargang, in 1898. Ook verschenen historische artikelen over Nederlandse en Amerikaanse kerkelijke figuren. Het tijdschrift was dus zeker niet uitsluitend een polemisch-theologisch blad. Het bood zijn lezers ook een historisch geheugen en hielp hen hun eigen plaats in de geschiedenis te begrijpen.

Het geheugen van een immigrantengemeenschap.

Juist die functie als geheugen van de emigrantengemeenschap behoort achteraf misschien wel tot de interessantste aspecten van De Gereformeerde Amerikaan. Het tijdschrift documenteerde een gemeenschap die zichzelf opnieuw moest definiëren. De Nederlandse emigranten hadden hun taal, hun kerk, hun theologische traditie, hun geschiedenis en hun sociale verbanden meegenomen naar Amerika. Maar tegelijkertijd leefden zij in een samenleving die niet Nederlands was en werden zij geconfronteerd met de vraag hoe hun gereformeerde identiteit in die nieuwe Amerikaanse werkelijkheid vorm moest krijgen.

In dat licht krijgt de titel van het tijdschrift bijna een symbolische betekenis. De Gereformeerde Amerikaan benoemde precies het spanningsveld waarin deze gemeenschap zich bevond. Men wilde het gereformeerde niet verliezen, maar men wilde evenmin voor altijd een Nederlandse enclave blijven. De uitdaging was om beide met elkaar te verbinden: gereformeerd én Amerikaans.

Dat ideaal werd overigens niet alleen theoretisch besproken. Rond 1909 formuleerde Ten Hoor expliciet het ideaal van een Amerikaanse, maar gereformeerde Nederlandse immigrantengemeenschap. Daarmee werd een ontwikkeling zichtbaar die al vanaf de oprichting in de naam van het tijdschrift besloten lag. De Nederlandse gemeenschap moest niet simpelweg verdwijnen in de Amerikaanse samenleving; zij moest veranderen, zonder haar gereformeerde geloofsidentiteit prijs te geven.

Het einde in 1916.

Het laatste nummer van ‘De Gereformeerde Amerikaan’.

De twintigjarige geschiedenis van het tijdschrift liep uiteindelijk ten einde om een betrekkelijk prozaïsche reden: geldgebrek. In december 1916 verscheen het laatste nummer, nummer 12 van de twintigste jaargang. Daarmee waren twintig jaargangen voltooid. In het slotwoord schreef Ten Hoor dat de uitgevers de uitgave graag hadden voortgezet, maar dat dit onmogelijk werd gemaakt door het grote aantal lezers dat zijn abonnement niet betaalde. Niet een theologisch conflict of een veranderde koers maakte dus een einde aan het blad, maar een financieel probleem.

Het slot krijgt bovendien een persoonlijk karakter doordat Ten Hoor op dat moment de laatste nog levende oprichter was. Zijn woorden in het laatste nummer kunnen daardoor niet alleen worden gelezen als de mededeling dat een tijdschrift ophield te bestaan, maar ook als het afsluiten van een hoofdstuk uit de geschiedenis van de Nederlandse gereformeerde emigratie in Amerika.

Het verdwijnen van De Gereformeerde Amerikaan betekende overigens niet het einde van de Nederlandstalige gereformeerde pers in Amerika. Andere bladen, zoals De Wachter, bleven bestaan. Toch had De Gereformeerde Amerikaan gedurende zijn twintigjarige bestaan een eigen plaats ingenomen. Het was vooral een theologisch-wetenschappelijk en opiniërend maandblad geweest, dat tegelijkertijd de historische herinnering en de culturele ontwikkeling van de Nederlandse gereformeerde gemeenschap in Amerika documenteerde.

De historische betekenis.

De historische betekenis van De Gereformeerde Amerikaan ligt op drie gebieden. In de eerste plaats is het tijdschrift kerkhistorisch van betekenis. Het vormt een belangrijke bron voor de ontwikkeling van de Christian Reformed Church en voor de theologische discussies die binnen deze kerk rond 1900 werden gevoerd.

In de tweede plaats is het intellectueel-theologisch van belang. Het tijdschrift vertegenwoordigt een belangrijke, maar tegenwoordig minder bekende stem van gereformeerden die kritisch stonden tegenover bepaalde vormen van het neocalvinisme van Abraham Kuyper. Het laat zien dat de verhouding tussen de klassieke gereformeerde belijdenis en het neocalvinisme ook binnen de Amerikaanse gereformeerde wereld onderwerp was van diepgaande discussie.

Maar misschien is de derde betekenis wel de meest bijzondere. De Gereformeerde Amerikaan is ook emigratie- en cultuurhistorisch van grote waarde. Het tijdschrift documenteert de overgang van een Nederlandse immigrantengemeenschap naar een Amerikaanse gereformeerde gemeenschap. Het laat zien hoe mensen hun taal, geschiedenis, kerk en theologische traditie meenamen naar een nieuw land, maar tegelijkertijd voor de opgave stonden zichzelf opnieuw te definiëren.

Gereformeerd én Amerikaans: de betekenis van de titel.

Juist daarom is de titel De Gereformeerde Amerikaan zo treffend. Hij vat in drie woorden een hele geschiedenis samen: de geschiedenis van mensen die hun Nederlandse verleden niet wilden vergeten, maar die evenmin Nederlanders in Amerika wilden blijven. Zij moesten leren Amerikanen te worden — en volgens Ten Hoor vooral: Amerikaanse gereformeerden. Het tijdschrift dat deze naam droeg, was daarmee niet alleen een blad over de gereformeerde kerk in Amerika. Het was zelf een document van de overgang, de spanning en uiteindelijk de vorming van een nieuwe identiteit.

Bronnen onder meer:

G.J. Beuker, Abgeschiedenes Streben nach Einheit. Leben und Wirken Henricus Beukers 1834-1900. Kampen, 1996

Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

De Gereformeerde Amerikaan, jaargangen 1897-1916, Holland, Michigan, USA (aanwezig in de bibliotheek van ‘GereformeerdeKerken.info‘)

De Heraut van De Gereformeerde Kerken in Nederland, Amsterdam, jrg., 1914

Jaarboek (ten dienst) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

© 2026. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

“De Gereformeerde Amerikaan” (1897–1916).

Foundation and Background.

When the first issue of De Gereformeerde Amerikaan appeared in Holland, Michigan, in 1897, it marked the beginning of the history of a remarkable periodical.

It was a Dutch-language ‘gereformeerd’ monthly that originated within the circles of the Christian Reformed Church (CRC), the church that had emerged from the Dutch Secession of 1834 and in which a considerable proportion of the congregation still spoke Dutch around the turn of the century. The magazine would ultimately comprise twenty annual volumes, ceasing publication with issue 12 of volume XX in December 1916.

The magazine’s founding did not take place in isolation. It emerged against the backdrop of Dutch ‘gereformeerde’ emigration to America and in response to the question of how these emigrants could preserve their ecclesiastical and confessional identity in a new society. Among its founders were the Rev. Herman Beuker (1834–1900), the Rev. Foppe Martin Ten Hoor (1855–1934), and the Rev. Hendrik van Hoogen (1836–1907). A Dutch source from 1897 described the purpose of the new monthly as disseminating and strengthening ‘gereformeerde’ principles among the Dutch-speaking population of America. In January 1909, the Rev. Ten Hoor wrote an article about this subject in De Gereformeerde Amerikaan.

The Rev. Herman Beuker and the Significance of the Name.

An important figure during this early period was the Rev. Herman Beuker. Before emigrating to America in 1893, he had held a prominent position within the Dutch Christian Reformed Church, which had joined De Gereformeerde Kerken in Nederland (the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands) in 1892. Among other things, he had served as editor of De Vrije Kerk. In America, he became a lecturer at the Theological School in Grand Rapids and developed into one of the leading figures within the Christian Reformed Church.

The name of the new magazine is also significant. According to the Rev. F. M. Ten Hoor, it was the Rev. Beuker who came up with the name De Gereformeerde Amerikaan. That name was more than a simple indication of the intended readership or place of residence. In effect, it already expressed a program. The aim was not to maintain a Dutch colony in America indefinitely. Rather, the intention was for Dutch ‘gereformeerde’ people to become Americans—but Americans who remained ‘gereformeerd’.

‘Gereformeerd’ and American.

From the outset, this involved a tension that would continue to characterize the history of the magazine. On the one hand, De Gereformeerde Amerikaan sought to preserve ‘gereformeerde’ identity, the ‘gereformeerde’ confession of faith, and its own ecclesiastical tradition. On the other hand, the magazine sought to guide Dutch ‘gereofrmeerde’ people through their Americanization. At first glance, these two objectives might appear contradictory, but for the Rev. Ten Hoor they constituted the very heart of the matter. According to him, Dutch emigrants could not remain “Dutch people in America” forever. They had to become Americans, but in doing so they must not abandon their ‘gereformeerde’ convictions.

For Ten Hoor, “Americanization” therefore meant much more than simply giving up the Dutch language and switching to English. It involved a broader process: Dutch ‘gereformeerde’ people had to learn to function as American citizens and as American ‘gereformeerde’ Christians without losing their confessional identity. This is precisely why the name De Gereformeerde Amerikaan is so apt. At first glance, the two words might seem contradictory, but together they express exactly the ideal the magazine sought to promote: no longer being exclusively Dutch in America, but becoming an American ‘Gereformeerde’ community.

A Theological and Ecclesiastical Opinion Magazine.

This also distinguished the magazine from an ordinary emigrant publication. Its primary purpose was not to serve as a newspaper carrying news from the Netherlands and America. It aspired to be a theological and ecclesiastical opinion magazine. This is also evident from a description published in the magazine Neerlandia in 1915. There, De Gereformeerde Amerikaan was described as a monthly that sought to provide scholarly reading material under the editorship of Christian ‘Gereformeerde’ ministers, supplemented by more accessible articles for readers with a lower level of education. The magazine thus addressed a broad audience while simultaneously seeking to maintain a serious intellectual and theological standard.

During its early years, several ‘gereformeerde’ ministers originally from the Netherlands were involved with the magazine. In addition to Beuker and Ten Hoor, those mentioned included the previously named Rev. H. van Hoogen, the Rev. K. van Goor (1848–1914), the Rev. L. van Dellen (1842–1919), the Rev. H. Keegstra (1871–1955), and the Rev. H. Beets (1869–1947). They came from the tradition of the Secession of 1834 and adhered strongly to classical ‘gereformeerde’  covenant theology. A later historical retrospective characterized this group as men whose aim was to disseminate ‘gereformeerde’ doctrine more clearly among church members and to bring back those who had departed from it.

Some caution is warranted, however, regarding this latter characterization. The source in question dates from 1955 and describes events from the perspective of later ecclesiastical conflicts. Its characterization should therefore be regarded primarily as a retrospective interpretation. Nevertheless, it is interesting because it shows how people later viewed the position of the first editors and their desire to maintain classical ‘gereformeerde’ convictions within the Christian Reformed Church.

Foppe Martin Ten Hoor as the Central Editor.

Of all these individuals, the Rev. Foppe Martin Ten Hoor would eventually become the most important figure in the history of De Gereformeerde Amerikaan. In the Netherlands, Ten Hoor had served as a minister in Genderen, Opperdoes, and Franeker. In 1896, he emigrated to America, where he became minister of Oakdale Park Christian Reformed Church in Grand Rapids. In 1900, he was appointed professor of systematic theology at the Theological School of the Christian Reformed Church. This institution would later become known as Calvin Seminary.

Furthermore, Ten Hoor served as the central editor for virtually the entire lifespan of De Gereformeerde Amerikaan. The archival description of Calvin University explicitly states that he worked as the magazine’s editor from 1897 to 1916. His influence was therefore considerable. Under his leadership, De Gereformeerde Amerikaan increasingly developed into a forum for theological discussions within the Christian Reformed Church.

The Debate over Neo-Calvinism.

An important turning point came around 1905. At that time, Ten Hoor published a series of articles in the magazine under the title Het Neo-Calvinisme en de oude Gereformeerde belijdenis (Neo-Calvinism and the Old ‘gereformeerde’ Confession). This brought De Gereformeerde Amerikaan directly into a debate that was also being conducted extensively in the Netherlands: the relationship between the classical ‘gereformeerde’ tradition and the emerging Neo-Calvinism of Dr. Abraham Kuyper (1837–1920) and his intellectual associates.

The subjects addressed in this debate were fundamental. They included the relationship between covenant and election; the relationship between church and world; the distinction between, and connection between, the church as institution and the church as organism; regeneration; the significance of the ‘gereformeerde’  confessional standards; and the relationship to the theology of Dr. Abraham Kuyper.

De Gereformeerde Amerikaan as a Bridge between the Netherlands and America.

The ‘gereformeerde’ world in America was by no means isolated from the Netherlands during these discussions. Ideas, theological developments, and ecclesiastical conflicts crossed the Atlantic with ministers, books, correspondence, and church contacts. As a result, the Dutch ‘gereformeerde’ debate also found its way into the Christian Reformed Church. De Gereformeerde Amerikaan was one of the most important channels through which such discussions took place within the Dutch-speaking CRC community.

Ten Hoor belonged to the ‘gereformeerde’ Christians who took a critical view of certain developments in Kuyperian theology. This is precisely why the magazine is so interesting for the history of ‘gereformeerd’ Protestantism. It demonstrates that Neo-Calvinism in America was not simply adopted as an obvious continuation of the Dutch ‘gereformeerde’ tradition. Instead, it was studied, discussed, defended, and criticized there.

For example, De Gereformeerde Amerikaan published contributions on the relationship between the church as institution and the church as organism. This debate would not remain confined to Ten Hoor’s circle, however. Later Dutch theologians, including Dr. K. Schilder (1890–1952), also referred to the discussions that Ten Hoor and others had conducted on this subject in the magazine. The monthly thus acquired a significance that extended far beyond the boundaries of the Dutch immigrant community. It served as an intellectual bridge between the Dutch ‘gereformeerde’ world and the American Christian Reformed Church.

Language as a Means of Preservation and Change.

At the same time, a striking contradiction remained. The magazine was written in Dutch and explicitly targeted Dutch immigrants, while Ten Hoor wanted these very people to become Americanized. This may seem contradictory, but on closer examination it is not. At that time, Dutch was still the means through which a large proportion of the first immigrant generation accessed church life, theology, and culture. The language therefore served as an instrument for preserving ‘gereformeerde’ identity even as the community continued to integrate into American society.

This also explains why De Gereformeerde Amerikaan could be so significant, particularly during the period from approximately 1900 to 1915. The first immigrant generation still spoke Dutch extensively, while the second generation increasingly spoke English and regarded itself as culturally American. The magazine occupied precisely this crossroads. It addressed the older generation in its own language while simultaneously reflecting on the future of a community that would inevitably become American.

Readership, Printing, and Distribution.

It was not a mass-market newspaper, but it did have a substantial readership. A description of the Dutch-language press in America from 1909 identifies De Gereformeerde Amerikaan as a monthly with approximately 1,400 readers. That was a considerable number for a specialized Dutch-language ‘gereformeerd’ magazine. The publication was printed by H. Holkeboer in Holland, Michigan. The first volume appeared in 1897, and later volumes were also issued as bound editions. The first eight volumes, covering the years 1897 through 1904, for example, have been digitized through Google Books.

A Broad Range of Content.

The magazine’s content was also much broader than contemporary theological polemics alone. The surviving references and volumes reveal a wide range of subjects. Articles dealt with ‘gereformeerde’  dogmatics and church history, ‘gereformeerde’ confessional standards and current ecclesiastical affairs, as well as theological developments in the Netherlands. Attention was also given to the history of Dutch emigration, figures associated with the Secession, Dutch ‘Gereformeerde’ churches in America, upbringing and education, the relationship between church and society, and the development of the Dutch community in America.

A good example is a contribution by Ten Hoor on the Rev. Albertus C. van Raalte (1811–1876), the founder of Holland, Michigan, which appeared in the second volume in 1898. Historical articles on Dutch and American ecclesiastical figures were also published. The magazine was therefore certainly not exclusively a polemical or theological publication. It also provided its readers with a historical memory and helped them understand their own place in history.

The Memory of an Immigrant Community.

In retrospect, this function as the memory of the immigrant community may well be one of the most interesting aspects of De Gereformeerde Amerikaan. The magazine documented a community that had to redefine itself. Dutch emigrants had brought their language, church, theological tradition, history, and social networks with them to America. At the same time, however, they lived in a society that was not Dutch and faced the question of how their ‘gereformeerde’ identity should take shape within this new American reality.

In this light, the magazine’s title takes on an almost symbolic significance. De Gereformeerde Amerikaan expressed precisely the tension in which this community found itself. Its members did not want to lose their ‘gereformeerde’ identity, but neither did they want to remain a Dutch enclave forever. The challenge was to unite the two: to be ‘Gereformeerd’ and American.

This ideal was not discussed in theory alone. Around 1909, Ten Hoor explicitly articulated the ideal of an American, yet ‘gereformeerde’, Dutch immigrant community. This made visible a development that had already been embodied in the magazine’s name from the moment of its founding. The Dutch community was not simply to disappear into American society; it was to change without surrendering its ‘gereformeerde’ religious identity.

The End in 1916.

The magazine’s twenty-year history eventually came to an end for a relatively prosaic reason: lack of money. In December 1916, the final issue appeared, issue 12 of the twentieth volume. With that issue, twenty volumes had been completed. In the closing statement, Ten Hoor wrote that the publishers would gladly have continued publication, but that this had been made impossible by the large number of readers who had failed to pay their subscriptions. The magazine therefore did not come to an end because of a theological conflict or a change in direction, but because of a financial problem.

The conclusion also took on a personal character because, by that time, Ten Hoor was the last surviving founder. His words in the final issue can therefore be read not merely as an announcement that a magazine was ceasing to exist, but also as the closing of a chapter in the history of Dutch ‘gereformeerde’ emigration to America.

The disappearance of De Gereformeerde Amerikaan did not, however, mean the end of the Dutch-language ‘Gereformeerde’ press in America. Other publications, such as De Wachter, continued to exist. Nevertheless, De Gereformeerde Amerikaan had occupied a distinctive place during its twenty years of publication. It had primarily been a scholarly, theological, and opinion-oriented monthly that also documented the historical memory and cultural development of the Dutch ‘Gereformeerde’ community in America.

Historical Significance.

The historical significance of De Gereformeerde Amerikaan lies in three areas. First, the magazine is important for church history. It constitutes a significant source for the development of the Christian Reformed Church and for the theological discussions that took place within this church around 1900.

Second, it is important from an intellectual and theological perspective. The magazine represents an important, though less well-known today, voice among ‘gereformeerde’ Christians who took a critical view of certain forms of Abraham Kuyper’s Neo-Calvinism. It demonstrates that the relationship between the classical ‘gereformeerde’ confession and Neo-Calvinism was also the subject of profound debate within the American ‘Gereformeerde’  world.

Perhaps its third significance is the most distinctive of all. De Gereformeerde Amerikaan is also of considerable value for the history of emigration and culture. The magazine documents the transition from a Dutch immigrant community to an American ‘gereformeerde’ community. It shows how people brought their language, history, church, and theological tradition with them to a new country while simultaneously facing the task of redefining themselves.

‘Gereformeerd’ and American: The Meaning of the Title.

This is precisely why the title De Gereformeerde Amerikaan is so apt. In three words, it encapsulates an entire history: the history of people who did not want to forget their Dutch past, but who did not want to remain Dutch people in America forever, either. They had to learn to become Americans—and, according to Ten Hoor, above all, American ‘gereformeerde’ Christians. The magazine that bore this name was therefore not merely a publication about the ‘Gereformeerde’ Church in America. It was itself a document of the transition, the tension, and ultimately the formation of a new identity.

© 2026. GereformeerdeKerken.info.