De Gereformeerde Kerk in het Zuid-Hollandse Oude en Nieuwe Wetering ontstond op 14 augustus 1892 door de samensmelting van de plaatselijke Christelijke Gereformeerde Gemeente en de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende), respectievelijk afkomstig uit Afscheiding en Doleantie.
( < Naar deel 2 ) – Na het vertrek van ds. Van Popta was de kerk van Vianen ruim anderhalf jaar vacant. De financiële tekorten waren oorzaak van het uitstel van het beroepingswerk.
( < Naar deel 1 ) – Slechts een jaar lang was de opvolger van ds. D.C.P. Sluijter (1862-1899), ds. J. Osinga (1854-1924) uit Gouda, aan de kerk van Vianen verboden, die op 1 februari 1887 leiding had gegeven aan de Doleantie te Aarlanderveen. Op 17 mei 1896 deed hij intrede in Vianen, maar al op 9 mei van het jaar daarop nam hij afscheid.
De Gereformeerde Kerk in het Utrechtse Vianen werd op 25 november 1888 geïnstitueerd als Nederduitsche Gereformeerde Kerk, afkomstig uit de Doleantie, de tweede orthodoxe uittocht uit de Nederlandse Hervormde Kerk.
( < Naar deel 11 ) – De Bazuin was jarenlang het blad dat ten voordele van de Theologische School te Kampen werd uitgegeven. Deze keer nemen we daaruit enkele berichten over uit de maanden november en december 1865, die betrekking hebben op plaatselijke Gereformeerde Kerken, toen nog – tot 1869 – Christelijke Afgescheidene (Gereformeerde) Gemeenten geheten.
( < Naar deel 2 ) – Ds. A. Boekenoogen (1871-1961) was degene die zijn opvolger op 5 februari 1939 in het ambt bevestigde met een preek over 1 Koningen 22 vers 14: “Doch Micha zeide, zo waarachtig als de Heere leeft, hetgeen de Heere tot mij zeggen zal, dat zal ik doen”. De nieuwe predikant was ds. J.S. Greidanus (1908-1973) van Voorschoten.
( < Naar deel 1 ) – Op 7 mei 1899 werd de zozeer begeerde predikant in het ambt bevestigd; veel gasten, veel kerkgangers. Het was ds. J.J. Steinhart (1858-1917) van Nunspeet, die – als eerste – de pastorie bij de kerk betrok.
Naar verluidt werd op 22 juli 1889 in het Overijsselse Wijhe de Christelijke Gereformeerde Gemeente geïnstitueerd, al werden de ambtsdragers pas op 12 december dat jaar in hun ambt bevestigd; die handeling wordt echter officieel beschouwd als het moment waarop een gemeente geïnstitueerd wordt.
In 1835 werd in het Gelderse Tricht de Christelijke Afgescheidene Gemeente geïnstitueerd, maar al in omstreeks 1838 weer opgeheven. In 1845 of in 1850 zag de Gereformeerde Gemeente onder ’t Kruis het licht, maar deze gemeente bleef bij ‘de vereniging van 1869’ buiten de Christelijke Gereformeerde Kerk en ging als zelfstandige ‘Kruisgemeente’ verder.
( < Naar deel 1 ) – In april 1988 werd op de toenmalige Gereformeerde Basisschool in het Noord-Groningse Uithuizermeeden een dubbeltentoonstelling gehouden na een onderwijsproject over ‘Leven en Werken in de negentiende eeuw’.