( < Naar deel 1 ) – In het juli-augustus nummer 1972 van het voormalige gereformeerde maandblad ‘Administratie en Beheer’ – contactorgaan van het Landelijk Verband van de Commissies van Beheer der Gereformeerde Kerken in Nederland’ – troffen we een overzicht aan met betrekking tot toenmalige bouwactiviteiten betreffende gereformeerde kerken.
Bron: ‘Administratie en Beheer’, juli-augustus 1972.
( < Naar deel 1 ) ( < Naar deel 2 ) – De aanvankelijk berekende kerkelijke inkomsten vielen tegen: had de evangelisatievereniging vóór de instituering aan toezeggingen fl. 1.007 te horen gekregen, in 1934 bleken de werkelijke kerkelijke bijdragen slechts fl. 400 te bedragen.
De bouwcommissie voor de nieuwe kerk: zittend v.l.n.r.: G.W. Legters, ds. E. Zijlstra, A.J. Geurkink. Staand v.l.n.r.: L. Klumpenhouwer, D.J. Geurkink, F.W. Harbers, H.W. Brunsveld en J. Legters (bron: ‘Gereformeerde Kerk Halle 1933-1983’).
( < Naar deel 1) – Dat de gereformeerden in Halle al jarenlang naar zelfstandigheid verlangden was niet zo vreemd: de afstand van Halle naar de kerk op de Keurhorst was ruim een uur en voor de verst wonenden ruim twee uur lopen, over soms moeilijk begaanbare wegen.
De Gereformeerde Kerk in het Gelderse Varsseveld – de moedergemeente voor de Afgescheiden Gemeenten in de Achterhoek – werd geïnstitueerd op 27 maart 1837. Bijna honderd jaar later volgde vanuit Varsseveld de stichting van de Gereformeerde Kerk te Halle.
( < Naar deel 1 ) – In de Nederlandse Hervormde Kerk ontstond in de tweede helft van de negentiende eeuw bij veel predikanten en gemeenteleden een steeds groter wordende verontrusting over de kerkelijke koers.
Het kerkgebouw van de Chr. Geref. Gemeente (c.q. Kerk A) aan de Beekstraat te Elburg.
In het Gelderse Elburg ontstond de Christelijke Afgescheidene Gemeente zeer waarschijnlijk begin 1836, vermoedelijk onder leiding van ds. A. Brummelkamp (1811-1888), die toen Afgescheiden predikant te Hattem was en in die tijd geregeld in de buurt van Elburg preekte.
In Het Kerkblad(van 1892 tot 1910 het ‘Officieel Orgaan van De Gereformeerde Kerken in Nederland’) van 13, 20 en 27 augustus en 3, 10, 17 en 24 september en van 1 oktober 1897, troffen we onder meer de onderstaande berichten aan betreffende plaatselijke Gereformeerde Kerken.
( < Naar deel 1 ) ( < Naar deel 2 ) – Kreeg de kerk nog tijdens de ambtsperiode van ds. Sybesma een nieuw doopvont, begin 1926, nog vóór de komst van de volgende predikant, werd een stevige ingreep in het kerkgebouw gerealiseerd: het orgel werd verplaatst van de galerij naar boven het platform, vanwaar de predikant de dienst leidde.
( < Naar deel 1 ) – Veel predikanten die in de loop der jaren naar Burum kwamen stonden er zo ongeveer vijf jaar, en vertrokken vervolgens naar hun volgende gemeente. Zo kwam ds. W.H. Frieling (1820-1905) van in 1865 naar Burum, ongeveer acht maanden na het vertrek van ds. Van der Werp naar Amerika.