Op vrijdagavond 6 februari 2026 werd het nieuwe Boogaard-Steenkuylorgel van de gereformeerde (PKN-) kerk De Poort op Urk overgedragen aan de kerkenraad. In de bijeenkomst werd het gesproken woord afgewisseld met orgelspel.

De bijeenkomst werd geleid door emeritus predikant ds. J. Tadema, die las uit psalm 98: ‘Zingt de Here een nieuw lied, want Hij heeft wonderen gedaan’. De predikant stond in zijn overweging stil bij de vraag waarom de bijeenkomst op deze avond in dit gebedshuis gehouden werd. Was het om het nieuwe orgel? Of was het voor het zingen? Nee, allereerst was het een bijeenkomst om de Here lof te brengen. ‘Want Hij heeft wonderen gedaan’. Daarbij gaat het om de gerechtigheid en de goedertierenheid van de Here. Gezongen werd toen psalm 98 vers 3 en 4, op de in De Poort over het algemeen gebruikelijke isoritmische zangwijze.

Voorzitter Gerrit Barends van de orgelcommissie gaf vervolgens een overzicht van het tot stand komen van het nieuwe orgel, dat overigens op 7 december 2025 al voor het eerst in de kerkdiensten gebruikt werd. Het bleek dat de orgelcommissie heel wat kerken afgelopen heeft voordat men tot de uiteindelijke opzet kwam. Allereerst bezocht men de voormalig gereformeerde Zilverstraatkerk in Franeker waar een orgel aangeboden werd. ‘Dat was niks; het hing met plakband aan elkaar’. Vervolgens trok men naar Amsterdam, naar het Uitvaartcentrum Westgaarde, waar twee orgels te koop waren en waar men vanaf wilde. Die werden het ook niet. In de kort daarvoor gesloten voormalig gereformeerde kerk De Hoeksteen te Maasdijk had men ook een orgel in de aanbieding. Dat bleek te klein voor de grote gereformeerde kerk De Poort op Urk.

Men trok vervolgens naar Duitsland, waar in de Alexanderkirche in Wildeshausen een orgel te koop stond. Ook dat bleek een tegenvaller. De voormalig gereformeerde Zijdekerk in Boskoop was pas gesloten en daar stond ook een orgel in de aanbieding. Dat ging evenmin door. Hetzelfde was het geval met het orgel van de Zuiderkerk in Enschede. Na een bezoek aan de Gertrudiskerk te Utrecht, de Theresiakerk in Apeldoorn, de Pfarrkirche in het Duitse Rhede en de Cultuurkoepel in Heiloo kwam men uiteindelijk op een ander idee.
Men wilde een orgel dat makkelijk (over) te plaatsen was. Het bleek dat pijpwerk van de Westerkerk in Enkhuizen te koop was, net als dat van de St. Josephkerk in Luttelgeest, terwijl na de restauratie van het orgel in de gereformeerde Bethelkerk op Urk pijpwerk over was, dat in De Poort opgeslagen was. Met dat materiaal kon de opbouw van het nieuwe orgel beginnen! Na het gereedkomen van de opbouw moesten de maar liefst ruim 1600 pijpen worden geïntoneerd, en het resultaat van die noeste arbeid was nu te zien. Een prachtig, welluidend instrument dat de grote kerk De Poort met zo’n duizend zitplaatsen prima kan bespelen.
De overdracht.

Orgelmaker Boogaard betrad het podium en noemde de Urkers ‘zanglustig’, waar de gemeentezang ‘uit volle borst’ gebeurt en dat het daarom een eer was om in Urk een orgel te mogen bouwen. De orgelbouw moest zich ook in De Poort uiteraard aanpassen aan de (moderne) architectuur. ‘Niets is hier symmetrisch’, dus werd ook het orgel als een asymmetrisch instrument gebouwd. Het orgel telt maar liefst 1670 pijpen en de heer Boogaard gaf enige uitleg bij de klanken van het instrument, met door de organist gespeelde voorbeelden.
Aan het eind van zijn toespraak sprak hij de wens uit “dat dit orgel mag dienen tot ondersteuning van de gemeentezang en tot het Soli Deo Gloria, ‘God alleen de eer'”.
De heer Boogaard overhandigde vervolgens het ‘stemijzer’ aan de heer Barends, dat de organisten in staat moest stellen de tongwerken bij te stemmen. Op zijn beurt gaf de heer Barends het stemijzer aan de voorzitter van het College van Kerkrentmeesters, en deze overhandigde het uiteindelijk aan de voorzitter van de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk op Urk, waarmee het orgel officieel was overgedragen.

Ieder die op welke manier ook meegewerkt had aan het tot stand komen van het nieuwe orgel werd vervolgens bedankt, last but not least ‘de mannen van Boogaard’ die hard gewerkt hebben om het instrument tot een prachtig geheel te maken.
Na het dankgebed werd staande (ritmisch) gezongen psalm 150 vers 1 en 2, Looft God, looft Zijn Naam alom’.
Het beeldverslag van de bijeenkomst >
Translation into English:
Organ “De Poort” on Urk Handed Over.
On Friday evening, 6 February 2026, the new Boogaard–Steenkuyl organ of the ‘Gereformeerde’ Church De Poort on Urk was formally handed over to the church council. During the gathering, spoken words alternated with organ music.
The meeting was led by emeritus minister Rev. J. Tadema, who read from Psalm 98: “Sing to the LORD a new song, for He has done marvelous things.” In his meditation, the minister reflected on the question of why the gathering was being held in this house of prayer on that particular evening. Was it because of the new organ? Or was it for the singing? No, first and foremost it was a gathering to bring praise to the Lord. “For He has done marvelous things.” This refers to the righteousness and lovingkindness of the Lord. Psalm 98, verses 3 and 4, were then sung, using the isorhythmic style of congregational singing generally customary in De Poort.
Next, Gerrit Barends, chairman of the organ committee, gave an overview of how the new organ came into being, noting that it had already been used for the first time in worship services on 7 December 2025. It became clear that the organ committee had visited many churches before arriving at the final design. First, they visited the former ‘gereformeerde’ Zilverstraat Church in Franeker, where an organ was offered. “That was nothing; it was being held together with adhesive tape.” They then went to Amsterdam, to the Westgaarde Crematorium, where two organs were for sale and which they wanted to get rid of. These were also not suitable. In the recently closed former ‘gereformeerde’ Church De Hoeksteen in Maasdijk, an organ was also being offered, but this proved too small for the large ‘gereformeerde’ Church De Poort on Urk.
They then traveled to Germany, where an organ was for sale in the Alexanderkirche in Wildeshausen. This too turned out to be a disappointment. The former ‘gereformeerde’ Zijdekerk in Boskoop had recently closed and also had an organ available, but this option likewise fell through. The same applied to the organ from the Zuiderkerk in Enschede. After visits to the Gertrudis Church in Utrecht, the Theresia Church in Apeldoorn, the parish church in Rhede (Germany), and the Cultuurkoepel in Heiloo, they eventually came up with a different idea.
They wanted an organ that could easily be (re)installed. It turned out that pipework from the Westerkerk in Enkhuizen was for sale, as well as pipework from St. Joseph’s Church in Luttelgeest, while after the restoration of the organ in the ‘gereformeerde’ Bethel Church on Urk, surplus pipework remained that was stored in De Poort. With this material, the construction of the new organ could take place indoors. After the construction was completed, no fewer than over 1,600 pipes had to be voiced, and the result of that diligent labor could now be seen: a beautiful, sonorous instrument that can more than adequately serve the large De Poort church with its approximately one thousand seats.
The Handover.
Organ builder Boogaard took the stage and described the people of Urk as “fond of singing,” where congregational singing is done “at the top of their lungs,” and said that for this reason it was an honor to be able to build an organ in Urk. The organ design also had to adapt to the (modern) architecture of De Poort. “Nothing here is symmetrical,” and so the organ, too, was built as an asymmetrical instrument. The organ contains no fewer than 1,670 pipes, and Mr. Boogaard gave some explanation of the instrument’s sounds, illustrated by examples played by the organist.
At the end of his speech, he expressed the wish “that this organ may serve to support congregational singing and to Soli Deo Gloria—to God alone be the glory.”
Mr. Boogaard then presented the tuning iron to Mr. Barends, enabling the organists to tune the reed stops. In turn, Mr. Barends handed the tuning iron to the chairman of the Board of Church Stewards, who finally passed it on to the chairman of the church council of the ‘Gereformeerde’ Church on Urk, thereby officially transferring the organ.
Everyone who had contributed in any way to the realization of the new organ was then thanked, last but not least “the men of Boogaard,” who worked hard to make the instrument into a beautiful whole.
After the prayer of thanksgiving, Psalm 150, verses 1 and 2, “Praise God, praise His Name everywhere,” was sung standing (rhythmically).