Het begin van het Evangelisatiewerk.
In opdracht van de Gereformeerde Kerk van Brussel, waar hij van 1920 tot 1941 gereformeerd predikant was, begon ds. A. Lauwers (1870–1955) in 1923 met evangelisatiewerk in Denderleeuw. Ds. Lauwers was een voormalig rooms-katholiek priester die zich tot het protestantisme had bekeerd.

Al het jaar daarop ontstond in Denderleeuw een vaste groep belangstellenden die geregeld bij elkaar kwam in de vorm van huissamenkomsten. In 1929 werd zelfs een eigen kerk in gebruik genomen aan de Koningin Astridstraat 25.

De opbouw van deze protestantse gemeenschap verliep niet zonder problemen. Het initiatief kreeg destijds te maken met flinke tegenwerking van zowel het plaatselijke gemeentebestuur als de rooms-katholieke parochie. Toch groeide de groep langzaam uit tot een protestantse gemeenschap in het overwegend rooms-katholieke België.
Na ds. Lauwers zette ds. J.C. Everaars (1908-1984) het werk voort. Hij was van 1946 tot 1948 gereformeerd predikant te Brussel, speciaal voor het werk in Denderleeuw.
Na ongeveer dertig jaar als evangelisatiepost te hebben gefunctioneerd, werd de gemeente op 28 oktober 1953 officieel geïnstitueerd als een zelfstandige Gereformeerde Kerk. Samen met andere kerken, zoals die in Antwerpen, Gent en Mechelen, maakte Denderleeuw deel uit van de Gereformeerde Kerken in België (GKB). Deze kerken vielen organisatorisch onder de classis Dordrecht van De Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN).
De eerste eigen predikant: ds. H.J. Hegger.

De eerste eigen predikant van de zelfstandige kerk werd ds. Hermannus Johannes Hegger (1916–2012). Hij was van 1953 tot 1959 gereformeerd predikant te Denderleeuw. Net als ds. Lauwers had Hegger eerder als rooms-katholiek priester gewerkt, voordat hij de Rooms-Katholieke Kerk verliet en voor het protestantisme koos. Onder zijn leiding kreeg de gemeente ook een eigen christelijke school.
Na ds. Hegger kwam ds. P.L. Schuddebeurs (1915-2014) naar Denderleeuw. Hij was daar van 1 oktober 1958 tot 19 juni 1966 predikant. Daarmee was hij geruime tijd aan de gemeente verbonden. Na zijn vertrek keerde hij terug naar Nederland, waar hij het werk onder dove mensen op zich nam.
Over een nieuwe voorganger en een ‘nieuwe’ kerk in 1967.
Woensdag 12 april 1967 was een belangrijke dag voor de gemeente van de Gereformeerde Kerk in Denderleeuw. De ongeveer 120 leden tellende gemeente kreeg op die dag weer de beschikking over haar grondig vernieuwde kerkgebouw. Bovendien kreeg zij een nieuwe voorganger.
In verschillende opzichten was Denderleeuw een bijzondere gemeente. De gereformeerden waren er vrijwel allemaal afkomstig uit de Rooms-Katholieke Kerk. Velen van hen waren door de jarenlange, intensieve evangelisatiecampagnes in Vlaanderen en vanuit Brussel tot het protestantse geloof gekomen.

Na het vertrek van ds. Schuddebeurs brak een vacatureperiode aan. Het beroepingswerk bood verschillende mogelijkheden, maar twee uitgebrachte beroepen liepen uiteindelijk op niets uit. De voorzitter van de kerkenraad, de heer Julien d’Hoe, nam in die periode veel werk op zich door het werk van een predikant zo goed mogelijk op te vangen, vooral ook op het gebied van de pastorale zorg. De vacature duurde bijna een jaar.
Hoe G.M.A. Hendriksen in Denderleeuw terechtkwam.
Want toen kwam de nieuwe voorganger, de heer G.M.A. Hendriksen (1914-2010), Deze was, evenals enkele van zijn voorgangers, afkomstig uit de Rooms-Katholieke Kerk. Tot 1955 was hij priester in de orde van de Dominicanen. Daarna werkte hij enige tijd als administrateur van een hotel in Rotterdam en vervolgens als leraar klassieke talen aan enkele lycea in Den Haag.
Zijn komst naar Denderleeuw was eigenlijk min of meer toevallig. Ds. Hegger was inmiddels directeur geworden van de Stichting ‘In de Rechte Staat’, die zich onder meer bezighield met de opvang van voormalige rooms-katholieke priesters. Hij had beloofd enkele keren voor Kerstmis in zijn vroegere gemeente voor te gaan, maar was plotseling verhinderd. Daarom vroeg hij de heer Hendriksen om de kerkdienst in Denderleeuw te leiden.
Dat beviel zowel Hendriksen als de gemeente zo goed, dat hij werd benoemd tot ‘lerend ouderling’. Deze functie was vaak een tussenstap naar het predikantschap. Op 12 april 1967 werd Hendriksen in de functie van ‘lerend ouderling’ bevestigd. Op 12 mei 1968 volgde zijn bevestiging als predikant. Hendriksen was toen 54 jaar oud.

Van priester tot protestants predikant.
Hendriksen groeide op in het Gelderse Herveld, waar zijn vader hoofd was van een rooms-katholieke lagere school. Toen hij besloot geestelijke te worden, koos hij voor de orde van de Dominicanen, ook wel de Predikheren genoemd. Dit was een orde waarin veel aandacht werd besteed aan studie en wetenschap.
Hij studeerde filosofie en volgde daarna drie jaar theologie. Volgens Hendriksen had deze studie een ‘objectief’ karakter. Tussen de boeken van vooraanstaande rooms-katholieke theologen stonden namelijk ook werken van gereformeerde theologen als dr. H. Bavinck (1854-1921) en dr. G.C. Berkouwer (1903-1996).
Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd hij in Nijmegen tot Dominicaans priester gewijd.
Jarenlang werkte hij als cantor in de kloosters van Huissen en Zwolle. In 1950 vertrok hij naar Rotterdam, waar hij vijf jaar lang kapelaan was aan de Provenierssingel. In die functie was hij ook geestelijk adviseur van een aantal vakbonden. Daarnaast hield hij zich bezig met jeugdwerk en sociaal werk.
In 1955 werd hij overgeplaatst naar Amsterdam. Daar kwam hij in een geestelijk conflict terecht en besloot hij de orde te verlaten.
Een kerkelijke zwerftocht.

Na zijn vertrek uit de orde van de Dominicanen was het niet eenvoudig om een nieuwe werkkring te vinden. Eerst werkte Hendriksen, zoals al opgemerkt, als administrateur bij een hotel in Rotterdam. Later kon hij aan de slag als leraar klassieke talen aan een neutraal lyceum in Den Haag. Daarna gaf hij les aan een christelijk lyceum in dezelfde stad.
Ook zijn zoektocht naar een kerkelijke thuisbasis verliep niet zonder moeite. De keuze uit de vele protestantse kerkgenootschappen viel hem niet gemakkelijk. Na een zoektocht langs onder meer gereformeerde, hervormde en pinkstergemeenten kwam hij uiteindelijk weer bij de Gereformeerde Kerken terecht. Toen iemand hem zijn zogenaamde ‘besluiteloosheid’ verweet, antwoordde hij: ‘Dat is niet mijn schuld, maar die van jullie: als jullie als protestanten niet zo verdeeld geweest waren, had ik niet hoeven te kiezen!’
Waarom hij voor het protestantisme koos.
Hendriksen zag belangrijke verschillen tussen het rooms-katholieke en het protestantse geloof. Zo wees hij op ‘de twijfel die rooms-katholieken volgens hem konden hebben over hun uiteindelijke bestemming in de hemel, tegenover de zekerheid die protestanten uit hun geloof putten’.
Ook vond hij het belangrijk dat veel rooms-katholieken in België ervan overtuigd waren dat zij pas goed geloofden wanneer zij precies deden wat de kerk, en daarmee de paus, voorschreef. Juist daarom voelde hij zich aangetrokken tot het evangelisatiewerk in Denderleeuw.

Samen met zijn vrouw, met wie hij drie jaar na zijn uittreden uit de orde was getrouwd, en hun jonge zoon, hoopte hij daar een nieuwe toekomst op te bouwen. Aanvankelijk wilde hij zich als evangelist inzetten, later als predikant. Zijn doel was zowel de eigen gemeente te dienen als het evangelie bekend te maken aan mensen die het nog niet of niet volledig kenden.
Voor hem stond daarbij één ding voorop: ‘Het vertrouwen in Christus als persoonlijke Verlosser en Heiland’.
Zijn rooms-katholieke familie nam hem zijn overgang naar het protestantisme niet kwalijk. Daarover vertelde hij, nog voordat hij als predikant werd bevestigd: ‘Nee, dat niet. Ze respecteerden mijn keuze. Bij mijn bevestiging als predikant zal ook mijn 78-jarige moeder aanwezig zijn, evenals een broer en een neef.’
Ook tegen het preken zag hij niet op. Hij verwachtte dat hij daar nog jarenlang mee vooruit kon. Zoals hij zelf zei: ‘De Bijbel is zo rijk, dat ik er nooit over uitgepraat zal raken.’
Een gerestaureerd kerkgebouw.

De bevestiging van Hendriksen viel samen met de heringebruikneming van het gerestaureerde kerkgebouw. Zo werd het op de uitnodigingskaart genoemd.
De plannen voor de restauratie dateerden uit 1966. Het grootste probleem was toen het bijeenbrengen van het benodigde geld. Ds. Schuddebeurs hielp daarbij, door tijdens zijn verblijf in Nederland geregeld in andere kerken te preken. Hij keerde dan terug naar Denderleeuw met de opbrengst van collectes voor de bouwplannen.
Ook de Generale Deputaten voor de Evangelisatie in België droegen financieel bij. Zij beschouwden Denderleeuw, de kleinste van de Gereformeerde Kerken in België, als hun ‘troetelkind’.
Natuurlijk droeg ook de kerkelijke gemeente zelf bij aan de kosten. Zij betaalde onder meer het meubilair: de banken, de kansel en de avondmaalstafel.
Op de belangrijke avond van 12 mei 1968 bleken de zitplaatsen in de kerk nauwelijks voldoende voor alle bezoekers. Die waren niet alleen uit Denderleeuw gekomen, maar ook uit Nederland.
‘Eén grote familie’.

De bevestiging van de nieuwe voorganger werd geleid door ds. G. Aalbersberg (1913–1997) uit Vlaardingen. Hij trad op als vertegenwoordiger van het Deputaatschap voor de Evangelisatie in België.
De dienst duurde maar liefst twee uur. Dat was niet verwonderlijk, want het programma was behoorlijk vol. Ds. Aalbersberg hield de bevestigingspreek en ds. Hendriksen sprak zijn intredepreek uit. Verder waren er welkomstwoorden van de kerkenraad en van afgevaardigden van de classis en naburige gemeenten.
Ook de burgemeester van Denderleeuw was persoonlijk aanwezig. Hij kwam de nieuwe voorganger welkom heten in de burgerlijke gemeente.
Naast de gemeentezang trad een zangkoor op en zongen ook de kinderen van de christelijke school enkele liederen.
Na de kerkdienst kwam de gemeente bijeen in de School met de Bijbel. Onder het genot van koffie en broodjes was er een gezellig samenzijn. Jong en oud uit gereformeerd Denderleeuw waren aanwezig, samen met hun nieuwe voorganger en zijn vrouw. Ook de vroegere predikant, ds. Schuddebeurs, ontbrak uiteraard niet.

De sfeer werd treffend omschreven met de woorden dat de gemeente in Denderleeuw op één grote familie leek.
Voorlopig kon de Gereformeerde Kerk van Denderleeuw weer met vertrouwen vooruitkijken. Met een zo goed als nieuw kerkgebouw en een nieuwe voorganger zag de toekomst er veelbelovend uit.
Ds. Hendriksen en zijn opvolger.
Ds. Hendriksen was van 1968 tot 1975 aan de Gereformeerde Kerk te Denderleeuw verbonden. Daarna werd hij uitgeleend aan de gemeente Andrew Murray van de Nederduitse Gereformeerde Kerk in Pretoria, Zuid-Afrika.
In deze periode werd de Gereformeerde Kerk van Denderleeuw officieel erkend door de Belgische regering. Dat hield in dat de kerk in het vervolg onder meer aanspraak kon maken op vergoeding van het salaris van de predikant, dat door de lokale overheid gezorgd moest worden voor een geschikte woning voor de predikant en ook moest voorzien in hulp bij het aanvullen van financiële tekorten ten behoeve van het onderhoud van het kerkgebouw.
Ds. G.K. Geerds (1977–1979).

Ds. Hendriksen werd opgevolgd door ds. G.K. Geerds (1916–1986). Ds. Geerds begon zijn kerkelijke loopbaan als hulppredikant in het Friese Cubaard. Van 1946 tot 1949 was hij gereformeerd predikant in het Drentse Drijber. In 1949 vertrok hij naar Gent. Vervolgens werd hij in 1954 predikant van de Gereformeerde Kerk in Argentinië, waar hij ongeveer twaalf jaar werkte. Daarna ging hij naar de Gereformeerde Kerk van Duisburg-Ruhrort, waar hij van 1961 tot 1977 predikant was.
Ook zijn buitenlandse loopbaan kreeg daarna nog een vervolg. Van 1977 tot 1979 was hij gereformeerd predikant te Denderleeuw. Hij was de laatste predikant van de gemeente binnen het kerkverband van De Gereformeerde Kerken in Nederland.
Waarom Denderleeuw het Nederlandse kerkverband verliet.
Per 1 januari 1979 trad de Gereformeerde Kerk van Denderleeuw officieel uit de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN). De belangrijkste reden was de wens om te komen tot meer kerkelijke eenheid binnen België.
De uittreding was dus geen gevolg van een conflict, maar een bewuste organisatorische keuze. De gemeente wilde zich aansluiten bij de Verenigde Protestantse Kerk in België (VPKB), die was ontstaan uit de samenvoeging van verschillende protestantse kerkverbanden in België.
Sinds de zelfstandige oprichting in 1953 viel ook de Gereformeerde Kerk van Denderleeuw onder de classis Dordrecht van De Gereformeerde Kerken in Nederland. De kerkenraad concludeerde in mei 1975 dat deze band met Nederland historisch gezien eigenlijk ‘toevallig’ en ‘kunstmatig’ was.

Bovendien groeide bij de Gereformeerde Kerken in Vlaanderen en Wallonië het besef dat zij zich beter op hun eigen Belgische situatie konden richten. Dat gold zowel voor de organisatie van het kerkelijke leven als voor de evangelisatie en de andere missionaire taken.
Door de aansluiting bij de Verenigde Protestantse Kerk in België kwam er definitief een einde aan de zelfstandige organisatorische band met de Generale Synode in Nederland.
Naast Denderleeuw gingen ook de volgende Belgische gereformeerde kerken op in de VPKB: Antwerpen, met inbegrip van de wijkgemeente Hoboken, Boechout, Brussel, Gent en Mechelen.
Daarmee sloot een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Denderleeuw zich af. Wat in 1923 was begonnen als evangelisatiewerk vanuit Brussel, was uitgegroeid tot een zelfstandige gemeente met een eigen kerkgebouw, een christelijke school en een reeks eigen predikanten. Uiteindelijk koos de gemeente ervoor haar plaats te vinden binnen het protestantse kerkelijke leven van België zelf.
Ledentallen Gereformeerde Kerk Denderleeuw.

Bronnen onder meer:
Centraal Weekblad voor de Gereformeerde Kerken in Nederland. Utrecht, 1968
Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992
Redactie GereformeerdeKerken.info, Dossier betreffende De Gereformeerde Kerken in België
G.M.A. Hendriksen, Van Dominicaan tot dominee. Franeker, 1971
Jaarboek (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland, Goes, div. jrg.
Translation into English:
The ‘Gereformeerde’ Church in Denderleeuw (Belgium).
The Beginning of the Evangelism Work.
At the request of the ‘Gereformeerde’ Church of Brussels, where he served as a ‘gereformeerde’ minister from 1920 to 1941, Rev. A. Lauwers (1870–1955) began evangelism work in Denderleeuw in 1923. Rev. Lauwers was a former Roman Catholic priest who had converted to Protestantism.
As early as the following year, a regular group of interested people had formed in Denderleeuw, meeting together frequently in the form of gatherings in private homes. In 1929, they even began using their own church building at 25 Koningin Astridstraat.
The development of this Protestant community did not proceed without difficulties. At the time, the initiative encountered considerable opposition from both the local municipal authorities and the Roman Catholic parish. Nevertheless, the group slowly grew into a Protestant community in predominantly Roman Catholic Belgium.
After Rev. Lauwers, Rev. J.C. Everaars (1908–1984) continued the work. From 1946 to 1948, he served as a ‘gereformeerde’ minister in Brussels, specifically for the work in Denderleeuw.
After functioning as an evangelism outpost for approximately thirty years, the congregation officially became an independent ‘Gereformeerde’ Church on 28 October 1953. Together with other churches, such as those in Antwerp, Ghent, and Mechelen, Denderleeuw formed part of the ‘Gereformeerde’ Churches in Belgium (GKB). Organizationally, these churches fell under the Dordrecht Classis of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (GKN).
The First Resident Minister: Rev. H.J. Hegger.
The first resident minister of the independent church was Rev. Hermannus Johannes Hegger (1916–2012). He served as a ‘gereformeerde’ minister in Denderleeuw from 1953 to 1959. Like Rev. Lauwers, Hegger had previously worked as a Roman Catholic priest before leaving the Roman Catholic Church and choosing Protestantism. Under his leadership, the congregation also established its own Christian school.
After Rev. Hegger, Rev. P.L. Schuddebeurs (1915–2014) came to Denderleeuw. He served as minister there from 1 October 1958 to 19 June 1966. He was therefore associated with the congregation for a considerable period. After his departure, he returned to the Netherlands, where he took up work among deaf people.
A New Minister and a “New” Church in 1967.
Wednesday, 12 April 1967, was an important day for the congregation of the ‘Gereformeerde’ Church in Denderleeuw. On that day, the congregation, which numbered approximately 120 members, once again gained access to its thoroughly renovated church building. It also welcomed a new minister.
In several respects, Denderleeuw was a distinctive congregation. Almost all the ‘gereformeerde’ believers there had come from the Roman Catholic Church. Many had embraced the Protestant faith as a result of the intensive evangelism campaigns conducted over many years in Flanders and from Brussels.
After Rev. Schuddebeurs left, the congregation entered a vacancy period. The search for a new minister offered several possibilities, but two calls that were issued ultimately came to nothing. During this period, the chairman of the church council, Mr. Julien d’Hoe, took on a great deal of work, doing his best to cover the duties of a minister, particularly in the area of pastoral care. The vacancy lasted almost a year.
How G.M.A. Hendriksen Came to Denderleeuw.
Then the new minister arrived: Mr. G.M.A. Hendriksen (1914–2010). Like several of his predecessors, he had come from the Roman Catholic Church. Until 1955, he had been a priest in the Dominican Order. After that, he worked for a time as an administrator at a hotel in Rotterdam and subsequently as a teacher of classical languages at several secondary schools in The Hague.
His arrival in Denderleeuw was, in fact, more or less accidental. Rev. Hegger had by then become director of the foundation In de Rechte Staat (“In the Righteous State”), which, among other things, provided assistance to former Roman Catholic priests. He had promised to lead services several times before Christmas in his former congregation but was suddenly unable to do so. He therefore asked Mr. Hendriksen to lead the church service in Denderleeuw.
Both Hendriksen and the congregation liked the arrangement so much that he was appointed a “teaching elder.” This position often served as a stepping stone to the ministry. On 12 April 1967, Hendriksen was formally installed in that role. On 12 May 1968, he was ordained and installed as a minister. Hendriksen was then 54 years old.
From Priest to Protestant Minister.
Hendriksen grew up in Herveld, in the province of Gelderland, where his father was headmaster of a Roman Catholic primary school. When he decided to enter the priesthood, he chose the Dominican Order, also known as the Order of Preachers. This was an order in which considerable emphasis was placed on study and scholarship.
He studied philosophy and then completed three years of theology. According to Hendriksen, these studies had an “objective” character. Among the books by leading Roman Catholic theologians were also works by ‘gereformeerde’ theologians such as Dr. H. Bavinck (1854–1921) and Dr. G.C. Berkouwer (1903–1996).
Shortly before the Second World War, he was ordained a Dominican priest in Nijmegen.
For years, he worked as a cantor in the monasteries of Huissen and Zwolle. In 1950, he moved to Rotterdam, where he served for five years as an assistant priest at Provenierssingel. In that capacity, he also acted as spiritual adviser to several trade unions. In addition, he was involved in youth work and social work.
In 1955, he was transferred to Amsterdam. There, he experienced a spiritual conflict and decided to leave the order.
A Church-Hopping Journey.
After leaving the Dominicans, finding a new professional position was not easy. Initially, Hendriksen worked, as mentioned above, as an administrator at a hotel in Rotterdam. Later, he found work as a teacher of classical languages at a non-denominational secondary school in The Hague. After that, he taught at a Christian secondary school in the same city.
His search for a church community to call home was equally difficult. Choosing among the many Protestant denominations was not easy for him. After exploring, among others, ‘Gereformeerd’, ‘Hervormd’ and Pentecostal congregations, he eventually returned to the ‘Gereformeerde’ Churches.
When someone reproached him for his supposed “indecisiveness,” he replied: “That is not my fault, but yours: if you Protestants had not been so divided, I would not have had to choose!”
Why He Chose Protestantism.
Hendriksen saw important differences between Roman Catholic and Protestant beliefs. For example, he pointed to the uncertainty that Roman Catholics, in his view, could experience about their ultimate destiny in heaven, in contrast to the assurance that Protestants drew from their faith.
He also considered it important that many Roman Catholics in Belgium were convinced that they could only be truly faithful if they did exactly what the Church, and therefore the pope, prescribed. It was precisely for this reason that he felt drawn to the evangelism work in Denderleeuw.
Together with his wife, whom he had married three years after leaving the order, and their young son, he hoped to build a new future there. Initially, he wanted to devote himself to the work as an evangelist, and later as a minister. His aim was both to serve the congregation itself and to make the Gospel known to people who did not yet know it, or who did not fully understand it.
For him, one thing took precedence above all else: “Trust in Christ as personal Redeemer and Savior.”
His Roman Catholic family did not hold his conversion to Protestantism against him. Before his ordination and installation as a minister, he spoke about this: “No, not at all. They respected my choice. My 78-year-old mother will also be present at my installation as a minister, as will a brother and a nephew.”
Nor was he apprehensive about preaching. He expected that he would be able to continue doing so for many years to come. As he himself put it: “The Bible is so rich that I will never run out of things to say about it.”
A Restored Church Building.
Hendriksen’s installation coincided with the reopening of the restored church building. That was how the event was described on the invitation card.
The restoration plans dated back to 1966. At the time, the biggest problem was raising the necessary funds. Rev. Schuddebeurs helped with this by regularly preaching in other churches during his stays in the Netherlands. He would then return to Denderleeuw with the proceeds of collections held for the building plans.
The General Deputies for Evangelism in Belgium also contributed financially. They regarded Denderleeuw, the smallest of the ‘Gereformeerde’ Churches in Belgium, as their “pet project.”
Naturally, the congregation itself also contributed to the costs. Among other things, it paid for the furniture: the pews, the pulpit, and the communion table.
On the important evening of 12 May 1968, the seating in the church proved barely sufficient for all the visitors. They had come not only from Denderleeuw but also from the Netherlands.
“One Big Family”.
The installation of the new minister was conducted by Rev. G. Aalbersberg (1913–1997) from Vlaardingen. He acted as the representative of the Deputation for Evangelism in Belgium.
The service lasted no less than two hours. This was hardly surprising, given the packed program. Rev. Aalbersberg delivered the installation sermon, and Hendriksen gave his inaugural sermon. There were also words of welcome from the church council and from representatives of the classis and neighboring congregations.
The mayor of Denderleeuw was also personally present. He had come to welcome the new minister to the municipality.
In addition to the congregational singing, a choir performed, and the children from the Christian school also sang several songs.
After the church service, the congregation gathered at the School with the Bible. Over coffee and sandwiches, everyone enjoyed a pleasant social gathering. Young and old from the ‘gereformeerde’ community in Denderleeuw were present, together with their new minister and his wife. The former minister, Rev. Schuddebeurs, was naturally there as well.
The atmosphere was aptly described by the observation that the congregation in Denderleeuw resembled one big family.
For the time being, the ‘Gereformeerde’ Church of Denderleeuw could once again look to the future with confidence. With a virtually new church building and a new minister, the prospects looked promising.
Rev. Hendriksen and His Successor.
Rev. Hendriksen served the ‘Gereformeerde’ Church in Denderleeuw from 1968 to 1975. After that, he was loaned to the Andrew Murray congregation of the ‘Nederduitsche Gereformeerde’ Church in Pretoria, South Africa.
During this period, the ‘Gereformeerde’ Church of Denderleeuw was officially recognized by the Belgian government. This meant that, from then on, the church could, among other things, claim reimbursement for the minister’s salary. The local authorities were also required to provide suitable housing for the minister and to help cover financial shortfalls related to the maintenance of the church building.
Rev. G.K. Geerds (1977–1979).
Rev. Hendriksen was succeeded by Rev. G.K. Geerds (1916–1986).
Geerds began his ecclesiastical career as an assistant minister in Cubaard, Friesland. From 1946 to 1949, he served as a ‘gereformeerde’ minister in Drijber, in the province of Drenthe. In 1949, he moved to Ghent. He subsequently became minister of the ‘Gereformeerde’ Church in Argentina in 1954, where he worked for approximately twelve years. After that, he went to the ‘Gereformeerde’ Church of Duisburg-Ruhrort, where he served as minister from 1961 to 1977.
His international career continued after that as well. From 1977 to 1979, he served as a ‘gereformeerde’ minister in Denderleeuw. He was the congregation’s last minister within the denomination of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands.
Why Denderleeuw Left the Dutch Denominational Structure.
As of 1 January 1979, the ‘Gereformeerde’ Church of Denderleeuw officially withdrew from the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands (GKN). The main reason was the desire to achieve greater ecclesiastical unity within Belgium.
The withdrawal was therefore not the result of a conflict but a deliberate organizational decision. The congregation wanted to join the United Protestant Church in Belgium (VPKB), which had been formed through the merger of several Protestant denominations in Belgium.
Since becoming an independent church in 1953, the ‘Gereformeerde’ Church of Denderleeuw had also fallen under the Dordrecht Classis of the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands. In May 1975, the church council concluded that this connection with the Netherlands was, historically speaking, essentially “coincidental” and “artificial.”
Furthermore, the ‘Gereformeerde’ Churches in Flanders and Wallonia increasingly recognized that they would be better served by focusing on their own Belgian circumstances. This applied both to the organization of church life and to evangelism and other missionary activities.
Joining the United Protestant Church in Belgium brought the independent organizational relationship with the General Synod in the Netherlands to a definitive end.
Besides Denderleeuw, the following Belgian ‘Gereformeerde’ churches also became part of the United Protestant Church in Belgium: Antwerp, including the Hoboken district congregation, Boechout, Brussels, Ghent, and Mechelen.
With this, a distinctive chapter in the history of the ‘Gereformeerde’ Church in Denderleeuw came to a close. What had begun in 1923 as an evangelism initiative from Brussels had grown into an independent congregation with its own church building, a Christian school, and a succession of its own ministers. Ultimately, the congregation chose to find its place within the Protestant ecclesiastical life of Belgium itself.