Ds. T. Bos (van 1882 tot 1901).
( < Naar deel 1 ) – Op 12 maart 1882 deed de opvolger van ds. Hessels intrede in Bedum. Het was ds. T. Bos (1846-1916) van Harlingen.

( < Naar deel 1 ) – Op 12 maart 1882 deed de opvolger van ds. Hessels intrede in Bedum. Het was ds. T. Bos (1846-1916) van Harlingen.

De Gereformeerde Kerk in het Groningse Bedum ontstond op 10 februari 1921, na de plaatselijke eenwording van de in 1836 geïnstitueerde Christelijke Gereformeerde Gemeente en de in 1887 tot stand gekomen Nederduitsche Gereformeerde Kerk, respectievelijk afkomstig uit Afscheiding en Doleantie.

Vanaf 2001 vergaderden de kerkenraden van de twee nog resterende Gereformeerde Stadskerken, die van Groningen-Noord en die van Groningen-Zuid, in federatief verband gezamenlijk. Ook daarvóór was al regelmatig overleg geweest, omdat het de bedoeling was te komen tot een fusie van de beide genoemde Stadskerken tot één Gereformeerde Kerk te Groningen.

( < Naar deel 14 ) – De Bazuin was jarenlang het blad dat ten voordele van de Theologische School te Kampen werd uitgegeven. Deze keer nemen we daaruit enkele berichten over uit de maanden mei en juni 1866, die betrekking hebben op plaatselijke Gereformeerde Kerken, toen nog – tot 1869 – Christelijke Afgescheidene (Gereformeerde) Gemeenten geheten.
( < Naar deel 2 ) – Het beroepen van een predikant, na het vertrek van ds. Vonk, werd pas na ruim vier maanden ter hand genomen. Dat bespaarde in ieder geval enkele maanden traktementsgeld!

( < Naar deel 1 ) – Hoewel iedereen in zijn nopjes was met de nieuwe kerk waren er toch hinderlijke mankementen aan het licht gekomen. Allereerst werd al gauw een muffe, bedompte lucht opgemerkt, door gebrek aan ventilatie.

( < Naar deel 2 ) – De opvolger van ds. Oussoren was ds. N. Streefkerk (1901-1982) uit het Friese Wolvega, die op 23 mei 1948 intrede deed in Oldebroek. Deze diende de kerk van Oldebroek ongeveer negentien jaar. Ook in die tijd waren de verhoudingen tussen de plaatselijke kerken onderling goed te noemen.

( < Naar deel 1 ) – Het houden van kerkdiensten in particuliere woningen was natuurlijk geen blijvende zaak. In januari 1889 besprak de kerkenraad daarom de mogelijkheid van de bouw van een – wat genoemd werd – ‘noodkerk’ aan de Rustenburgsweg.
