De Gereformeerde Kerk te Naaldwijk (2)

2. De Doleantie te Naaldwijk.

( <  Naar deel 1 ) – In de jaren ’80 van de negentiende eeuw bestond  in de hervormde gemeente van Naaldwijk al lang verontrusting over de ‘moderne’ prediking die men vanaf de preekstoel te horen kreeg.

Een kijkje in de Koningstraat… Behalve de Christelijke Gereformeerde Gemeente in de Koningstraat was aan de Dijkweg een tweede gereformeerde kerk op komst…

Zo zou ds. B.S. van Deinse zowel op de kansel als tijdens de catechisaties ‘het goddelijk gezag van de Bijbel, de godheid van Christus en de noodzaak van bekering’ ontkend hebben. Dat was sommigen tegen het zere been, zodat ze tijdens de bewuste dienst het kerkgebouw verlieten en hun kinderen niet meer naar de catechisatie stuurden.

Gescheiden kerkdiensten.

Verscheidene van de bezwaarden sloten zich toen aan bij de Christelijke Gereformeerde Gemeente van Naaldwijk. Anderen wilden de hervormde kerk echter niet verlaten en hielden in het vervolg kerkdiensten ‘in een klein, somber vertrek’, dat gehuurd werd door de plaatselijke afdeling van de landelijke ‘Confessionele Vereenging’ in de hervormde kerk. Deze vereniging stelde zich ten doel de rechtzinnige prediking voortgang te laten vinden in plaatsen waar op de hervormde preekstoel het vrijzinnige geluid werd verkondigd, zoals in Naaldwijk. In het lokaal werden sprekers uitgenodigd en bovendien evangeliseerde men door middel van de Zondagsschool en de Jongelingsvereniging.

In 1870 werd in Naaldwijk de Vereeniging tot Inwendige Zending of Verbreiding der Waarheid (kortweg ‘Vrienden der Waarheid’ genoemd) opgericht. En toen president-kerkvoogd P.A. Pijnacker Hordijk aftrad  – tegenstander van de vrijzinnige richting in de hervormde kerk en lid van de Confessionele Vereeniging – kregen de ‘Vrienden der Waarheid’ van hem een Evangelisatielokaal aan de Dijkweg cadeau (tegenwoordig De Kandelaar genoemd), waar zij in het vervolg hun vergaderingen konden houden. Daar werd geregeld gepreekt door rechtzinnige hervormde predikanten. De vereniging groeide in ledental.

Catechiseermeester Jacobus Lock.

Een van degenen die in het evangelisatielokaal te Naaldwijk geregeld catechisatie gaf was de hervormde ‘catechiseermeester’ Jacobus Lock uit Maasland, ‘een zeer zacht, teeder godvreezend man, maar tevens scherp belijnd’. De hervormde kerkenraad in Maasland verbood hem kritiek te geven op de vrijzinnige hervormde prediking in zijn dorp, maar toen hij weigerde er over te zwijgen, zette de kerkenraad hem als catechiseermeester af. Dat was voor tachtig leden van Naaldwijks evangelisatievereniging aanleiding de koppen bij elkaar te steken. Men wilde hem namelijk niet kwijt!

De aankondiging van het ‘Gereformeerd Kerkelijk Congres’ te Amsterdam (De Heraut, 2 januari 1887).

Dat werd in Naaldwijk het begin van de Doleantie. Want men benoemde een ‘commissie van regeling’ om ‘de reformatie der kerk’ voor te bereiden, geheel op de wijze die was aangeraden op het Gereformeerd Kerkelijk Congres (link), dat van 11 tot en met 14 januari 1887 in Amsterdam gehouden was. Dat Congres was georganiseerd door afgezette kerkenraadsleden in ’s Lands hoofdstad, onder leiding van dr. A. Kuyper (1837-1920). De Naaldwijkse commissie van regeling bestond uit D. Verhoog, J.G. Klapwijk, L.M. Valstar, A. Hoogenboom en G.F. Hofland.

Vast en zeker zijn ook leden van de evangelisatiecommissie naar dat  Amsterdamse Congres  geweest om daar, samen met 1.500 andere hervormde bezwaarden, aan de besprekingen deel te nemen. Het ter hand nemen van de reformatie der kerk, zoals dat genoemd werd, achtte men ‘plichtmatig’. Daaronder verstond men het ‘afwerpen van het juk der synodale hiërarchie en het wederom kracht en geldigheid verlenen aan de Dordtse Kerkorde. Het was velen allang een doorn in het oog dat de synode bijna almachtig was ten koste van de zelfstandigheid van de plaatselijke hervormde gemeenten. En het in 1816 door de overheid (!) ingevoerde ‘Algemeen Reglement voor het Bestuur der Hervormde kerk’ wilde men kwijt. Velen vonden dat dit reglement – dat in plaats kwam van de aloude gereformeerde Dordtse Kerkorde – vrije doorgang verleende aan de vrijzinnigheid in de hervormde kerk.

Een oude uitgave van de Dordtse Kerkorde.

Een brief aan de kerkenraad.

De commissie nodigde in de winter van 1887 op 1888 sprekers uit om de leden van de hervormde gemeente over de ‘reformatie der kerk’ voorlichting te geven. Ook richtte men een schrijven aan de hervormde kerkenraad waarin men er op aandrong de ’reformatie der kerk’  ter hand te nemen, door het ‘juk der synodale hiërarchie af te werpen en het ‘Algemeen Reglement’ af te schaffen ten gunste van de Dordtse Kerkorde. De kerkenraad antwoordde niet op het verzoek, wat voor de commissie aanleiding was ‘krachtens het ambt der geloovigen’ een nieuwe kerkenraad te kiezen.

Een nieuwe kerkenraad gekozen en bevestigd.

De Dolerensgezinden hadden inmiddels hun vergaderruimte aan de Dijkweg verlaten en kwamen samen in de in 1875 opgerichte christelijke school, waar men onder leiding van de Dolerende predikant ds. T.H. Woudstra (1843-1931) van Maassluis kerkenraadsleden koos.  Vierenveertig hervormde manslidmaten namen aan deze verkiezingen deel. D. Verhoog en J.G. Klapwijk werden gekozen als ouderlingen en A. Hoogenboom en L.M. Valstar als diakenen.

Ds. T.H. Woudstra (1843-1931).

Onder leiding van ds. Woudstra werden de broeders – na twee maal aan de gemeente te zijn voorgesteld – in hun ambt bevestigd. Daarbij hield hij een preek over 2 Kronieken 2 vers 12 (“Verder zeide Hiram: Geloofd zij de HEERE, de God Israëls, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij den koning David een wijzen zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor den HEERE, en een huis voor zijn koninkrijk bouwe!”). Door de bevestiging van de ambtsdragers werd de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) te Naaldwijk geïnstitueerd. ‘Daarbij was eene groote schare tegenwoordig’. Tijdens deze kerkdienst werden ook vijf kinderen gedoopt.

“Het juk van de synodale hiërarchie afgeworpen”.

Tijdens de eerste kerkenraadsvergadering, direct na de dienst, besloten de broeders voor de hele gemeente ‘het juk van de synodale hiërarchie af te werpen en opnieuw kracht en geldigheid te verlenen aan de Dordtse Kerkenorde’. Natuurlijk werd van deze gebeurtenis melding gedaan bij de koning en bij de burgemeester. Ook werd een schrijven gericht aan de kerkvoogden van de hervormde gemeente met de opdracht om het hervormde kerkgebouw ter beschikking van de Dolerende Kerk te stellen, want de Dolerende kerkenraad beschouwde zich als de rechtsopvolger van de kerkenraad van de hervormde gemeente. De kerkvoogden hielden de hervormde kerk voor de Dolerenden echter hermetisch gesloten.

Als broeders samenwonen?

De woning links was de pastorie van de Christelijke Gereformeerde Gemeente in de Koningstraat en de kerk stond rechts daarvan. Deze werd in 1893 afgebroken. Daarvan is helaas geen foto van bekend.

De Dolerende kerkenraad nam al snel contact op met de kerkenraad van de Christelijke Gereformeerde Gemeente, met het verzoek met hen  te mogen samenwonen en hem de voorwaarden daarvan te willen meedelen. De christelijke gereformeerde kerkenraad stelde een aantal voorwaarden op, die door de gemeentevergadering op 22 april 1889 werden goedgekeurd en aan de Dolerenden werden toegezonden. Deze gemeentevergadering werd voorgezeten door de eigen predikant ds. P.D. de Groot (1858-1923) en werd geopend met het zingen van psalm 25 vers 5.

De aanwezige manslidmaten waren het met de kerkenraad eens dat het bestaan van twee gereformeerde kerken zonde voor God was. Verootmoediging en schulderkentenis was ook van de kant van de Christelijke Gereformeerde Gemeente noodzakelijk, vond men. Ingestemd werd met het ‘samenwonen’ van beide gemeenten en dat men elkaar als broeders diende te waarderen. ‘Den Leeraar wordt geheel vrijheid gegeven om ook voor de Doleerenden te doen wat hij kan’. Met deze verklaring stemde ook de Dolerende Kerk van Naaldwijk in.

Ds. De Groot wordt Dolerend!

Ds. P.D. de Groot (1858-1923) sloot zich aan bij de Dolerenden!

Maar lang heeft de samenwoning niet geduurd. Al na zo’n veertien dagen kwam er een brief van de Dolerende kerkenraad binnen waarin meegedeeld werd dat men niet meer wilde samenwonen met de Christelijke Gereformeerde Gemeente.

De Dolerenden gingen toch maar op eigen houtje verder: in Honselersdijk huurden ze een gebouwtje om daar als gemeente samen te komen. En ondertussen werd besloten in Naaldwijk aan de Dijkweg een eigen kerk te bouwen. Ondertussen ging ds. De Groot – overeenkomstig de afspraken – als christelijk gereformeerd predikant gewoon verder met het pastorale werk binnen de Dolerende gemeente. De Dolerende kerkenraad was zelfs zo blij met hem, dat men besloot hem te beroepen! Sterker, ds. De Groot antwoordde daarop dat hij daartegen geen bezwaar had. Maar, zei hij, wacht even totdat jullie kerkgebouw aan de Dijkweg klaar is. Daarvan was op 22 juli 1889 de eerste steen gelegd en in oktober zou de Dolerende kerk gebruiksklaar zijn.

Ondertussen ging ds. De Groot nog even op vakantie naar het Noorden des lands, naar het Friese Rinsumageest en Anjum, waar hij in de vacante dolerende kerken preekte. Terug in Naaldwijk had de predikanten in totaal maar liefst drie beroepen gekregen: van de Dolerende Kerken in Rinsumageest en Anjum en… van de Dolerende kerk van Naaldwijk! De predikant suggereerde dat de Naaldwijkse Dolerenden niet teleurgesteld zouden worden. Maar hij nam uiteindelijk het beroep naar Rinsumageest aan…

Een idyllisch plaatje van Naaldwijk lang geleden…

Ondertussen hielden de Dolerenden op 15 oktober 1889 de laatste dienst in het gehuurde lokaal in Honselersdijk, want de kerk aan de Dijkweg was gereed. Ds. De Groot nam op die dag afscheid van de Naaldwijkse Dolerenden. Twee dagen eerder, op de 13de oktober, had hij afscheid genomen van zijn Christelijke Gereformeerde Gemeente te Naaldwijk. Dat dorp kende nu twee vacante Gereformeerde Kerken (de Christelijke Gereformeerde Gemeente en de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) met twee kerkgebouwen, de christelijke gereformeerde kerk aan de Koningstraat en de Nederduitsche Gereformeerde kerk aan de Dijkweg.

Laatstgenoemde kerk was mooi en groot en er stond een indrukwekkende pastorie naast. Hielp dat er misschien aan mee dat ‘vele leden’ van de Christelijke Gereformeerde Gemeente overgingen naar de Naaldwijkse Dolerende Kerk?!

De nieuwe kerk in gebruik genomen (1889).

De nieuwe kerk van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) aan de Dijkweg.

Op 20 oktober 1889 zou de nieuwe Dolerende Kerk aan de Dijkweg in gebruik genomen worden. Daarvoor was eigenlijk wel een dominee nodig. Veertien predikanten werden gevraagd, maar allen gaven aan verhinderd te zijn. Uiteindelijk zegde ds. C.L.F. van Schelven (1858-1933) van Oude en Nieuwe Wetering toe te zullen komen om de eerste dienst te leiden: ‘Verzorg alles, ik kom’, seinde hij naar Naaldwijk. Maar… hij werd ziek en moest verstek laten gaan. Toen werd ten einde raad ds. De Groot gevraagd de dienst te leiden.

Ds. C.L.F. van Schelven (1858-1933).

“Reeds tijdig gingen de menschen op naar het nieuwe kerkgebouw. Ds. De Groot beklom de prachtige antieke predikstoel, liet psalm 84 de verzen 1 en 3 zingen, en na de Wet las hij uit 2 Kronieken het gebed van Salomo. Naar aanleiding van psalm 84 vers 2 en 3 hield Zijn Eerw. een indrukwekkende rede, sprekende over de woningen Gods. Een gewichtvolle nooit te vergeten dag, was ongetwijfeld deze dag. Zoo rijk aan beteekenis voor Kerk en Doleantie”.

Tegenstand…

De Dolerende kerk had nu dan wel een eigen kerk, maar nog geen predikant. De Dolerende predikanten waren dun gezaaid, zodat men zich vaak moest behelpen met oefenaars, al kwamen ook zo nu en dan ‘echte predikanten’ preken. In het dorp was de Dolerende Kerk bij sommigen niet geliefd. Er werd zelfs gesproken van een zich openbarende  ‘bittere haat’. Dolerenden werden op straat nageroepen: ‘Daar gaan die leelijke doleerenden (met als aanvulling een heel leelijk bijvoegelijk naamwoord). Naar de voormannen werden wel steenen naar het hoofd gegooid’. Geen wonder dat men meet verlangen naar een predikant uitzag.

Een eigen predikant (1890).

Ds. J. Brouwer (1864-1948) op latere leeftijd.

Nu de Dolerende kerk een mooi kerkgebouw en een dito pastorie tot haar beschikking had wilde men ook proberen een eigen predikant te krijgen. De kerkenraad bracht een aantal beroepen uit, het eerste op ds. J.J.A. Ploos van Amstel (1835-1895) van Reitsum; hij werd zelfs tweemaal beroepen, maar beide keren bedankte hij; hij bleef tot zijn overlijden in 1895 in Reitsum Dolerend predikant.

Kandidaat J. Brouwer (1864-1948) nam het op hem uitgebrachte beroep echter aan. Op 2 juli 1890 werd hij in het ambt bevestigd en deed hij intrede naar aanleiding van Romeinen 1 vers 7b: “Genade zij u en vrede van God onzen Vader en den Heere Jezus Christus“. De notulist van de kerkenraad schreef: “De gemeente des Heeren te dezer plaatse, heeft ruime stof om den Psalmist na te zeggen: ‘Wij zullen U loven omdat Gij ons verhoord hebt, en ons tot heil geweest zijt”.

Langzame toenadering tussen de beide kerken.

Kort na de intrede de Dolerende predikant ds. Brouwer was in de Christelijke Gereformeerde Gemeente van Naaldwijk ds. J.J. Koopmans jr. (1859-1923) van Heerjansdam predikant geworden, die daar op 22 februari 1891 intrede deed. Hij zei meteen al op de eerste kerkenraadsvergadering dat vereniging met de Dolerenden plicht was. Ook in de Dolerende kerkenraad klonken dergelijke geluiden. Ds. Brouwer stelde zelfs voor om ds. Koopmans een preekbeurt te laten vervullen in de Dolerende kerk aan de Dijkweg. Beide kerkenraden gingen daarmee akkoord. Op 25 november 1891 vond deze kanselruil plaats.

Ds. J.J. Koopmans jr. (1859-1923).

Geen wonder dat al snel een gecombineerde kerkenraadsvergadering gehouden werd. Afgesproken werd onaangenaamheden uit het verleden te vergeven en te vergeten, maar desondanks met verdere stappen te wachten tot de beslissing van de landelijke synodes. Al snel daarop spraken beide synodes af om op 17 juni 1892 in de Amsterdamse Keizersgrachtkerk een gezamenlijke synodevergadering te houden, waar de landelijke vereniging van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken geproclameerd zou worden, want kort tevoren hadden beide synodes afzonderlijk het verenigingsbesluit al genomen. De verenigde kerken heetten in het vervolg: De Gereformeerde Kerken in Nederland.

3. De Gereformeerde Kerk te Naaldwijk (1893).

De kerk aan de Dijkweg.

De twee synodes hadden ook bepaald dat, waar plaatselijke kerken nog niet aan de ineensmelting toe waren, zij desondanks beide ‘Gereformeerde Kerk’ zouden worden genoemd. De jongste van de twee – meestal de Christelijke Gereformeerde Gemeente – zou tot de plaatselijke ineensmelting Gereformeerde Kerk A heten, en de andere Gereformeerde Kerk B. Zo waren er dus in Naaldwijk vanaf 17 juni 1892 twee Gereformeerde Kerken. Kerk A met ds. Koopmans en  een kerkgebouw aan de Koningstraat; Kerk B met ds. Brouwer en een kerk aan de Dijkweg. Deze toestand duurde niet lang, want nog geen jaar later, op 7 februari 1893, besloten beide kerkenraden de Acte van Ineensmelting staande de vergadering te tekenen. Eerst moest weliswaar de classis nog goedkeuring verlenen, maar dat gebeurde al op 1 april, de dag waarop de Gereformeerde Kerk te Naaldwijk dus officieel geïnstitueerd werd. Op zondag 2 april werd de eerste gezamenlijke kerkdienst gehouden, en wel in de voormalig Dolerende kerk aan de Dijkweg. De christelijke gereformeerde kerk aan de Koningstraat werd verkocht en al snel daarna afgebroken, om plaats te maken voor woningen. “Wijlen A. en B. werden niet meer herkend”, zo schreef iemand. Het is de vraag of dat inderdaad zo was. Dat zou blijken na het vertrek van ds. Brouwer, waarover later meer.

Twee dominees en twee kerken…

De 650 leden tellende Gereformeerde Kerk te Naaldwijk had toen twee predikanten en twee kerkgebouwen. Veel teveel van het goede! Even leek het alsof er verandering zou komen, want  beide predikanten kregen een beroep: ds. Koopmans van de kerk van Waddinxveen en ds. Brouwer van de kerk van Oostburg. De kerkenraad was er niet blij mee. Hij liet de predikanten weten dat het in het belang van de gemeente was dat beide predikanten voorlopig zouden blijven, want de zondagse opkomst was bij beide dienaren des Woords goed en de ineensmelting was nog vers. Beide predikanten bedankten vervolgens voor het beroep dat op hen was uitgebracht.

De gereformeerde kerk aan de Dijkweg met de pastorie.

Ds. Brouwer was van de inspannende achterliggende tijd echter overspannen geworden en moest in augustus 1893 enige tijd rust nemen. Een maand later ontving hij weer een beroep, ditmaal van de kerk van Oude en Nieuwe Wetering; dit nam hij aan. Op 10 december 1893 nam hij afscheid van Naaldwijk. Een week later werd hij door ds. Koopmans in zijn nieuwe standplaats in het ambt bevestigd.

“Waren A en B wel echt verdwenen…?”

Het leven van ds. Koopmans werd er in Naaldwijk echter niet makkelijker op. Kennelijk waren ‘A en B’ in Naaldwijk nog niet verdwenen en konden sommigen het niet velen dat alleen de predikant van de voormalige Kerk A nog in de gemeente werkzaam was. Er kwamen bij sommigen namelijk bezwaren tegen hem. “Een broeder zond kort na het vertrek van ds. Brouwer een schrijven in, waarin ds. Koopmans geraden werd, van den Heere een andere werkkring te vragen; een lid der kerkeraad adviseerde hem een andere preekmethode te gaan volgen, enz. Intusschen werden de samenkomsten der gemeente meer en meer verzuimd. Een en ander bemoeilijkte ds. Koopmans zoo in zijn arbeid, dat door hem bij den kerkeraad bij herhaling wordt voorgesteld zich beroepbaar te stellen”.

De kerkenraad ging daar niet op in, want men was zeer met hem tevreden. Toch ging de predikant vaak elders ‘op beroep preken’ als kerken op hem een oogje hadden. Zo ontving hij begin 1896 een beroep van de kerk van Heinkenszand, dat hij aannam, en op 30 juni dat jaar nam hij afscheid van Naaldwijk.

4. In snelle vogelvlucht naar de nieuwe kerk aan de Anjerlaan.

* We beschreven tot hier toe het ontstaan van de Gereformeerde Kerk en wat er direct mee te maken had, zoals het feit dat de Kerk van Naaldwijk haar diensten in het vervolg hield in de vroegere Dolerende kerk aan de Dijkweg. We gaan nu in sneltreinvaart naar de ingebruikneming van de Ontmoetingskerk, maar nemen eerst kennis van de predikant die de kerk van Naaldwijk verreweg het langst heeft gediend:

Ds. K.K. Troost (van 1896 tot 1933).

Ds. K.K. Troost (1868-1954).

Het was voor kerkenraad en gemeente een hele troost dat al snel een opvolger gevonden werd, die de kerk van Naaldwijk bovendien zevenendertig jaar lang zou dienen. Het was ds. K.K. Troost (1868-1954) van Ambt-Vollenhove, die op 1 november 1896 intrede deed en de kerk van Naaldwijk met rustige maar vaste hand leidde.

“Toen hij kwam, was de gemeente 650 leden groot. Toen hij heenging 1.400, niettegenstaande er eerst in Wateringen [op 5 december 1909], en later in Honselersdijk [op 11 januari 1923] zelfstandige Gereformeerde Kerken waren geïnstitueerd. Hij kon moeilijk een deel van zijn gemeente afstaan, maar in het belang van het kerkelijk leven is het toch gebeurd en de uitkomsten hebben het wel gerechtvaardigd”.

“In Naaldwijk heeft hij met grote trouw gearbeid. Eerst nog als vrijgezel, zodat zijn zusters met hem de pastorie [naast de kerk aan de Dijkweg] bewoonden, maar 28 juli 1904 trad hij in het huwelijk met mej. Barbara Koning van Leiderdorp. Tot 16 maart 1949 is hij met haar getrouwd geweest. Op die datum moest hij haar, die hem trouw ter zijde gestaan heeft, en de leden der gemeente vriendelijk in de pastorie ontving, door de dood missen”.

De gereformeerde kerk met pastorie.

“Hij deed zijn arbeid op zijn eigen wijze. Zijn arbeid, zowel in de prediking als in de catechisatie, in zieken- en huisbezoek, droeg een sterk persoonlijk cachet. Hij heeft een spoor mogen trekken, dat nog altijd, vooral bij het oudere geslacht in Naaldwijk te merken is”, zo schreef ds. W.S. Pontier (1886-1964) in 1955. “Ook in verschillende deputaatschappen – wij denken hier in het bijzonder aan de Zending – en als afgevaardigde van de classis ‘s-Gravenhage naar de Particuliere Synode van Zuid-Holland-Noord heeft hij nauwgezet en met ijver gearbeid”.

“Maar ook voor hem kwam het einde van zijn actieve dienst. Op 1 november 1933 kreeg hij emeritaat. Eerst vestigde hij zich in ’s-Gravenhage, later in Utrecht, waar hij als ouderling nog lange tijd gewerkt heeft, hoofdzakelijk onder ouden van dagen, onder andere in het Rusthuis” (…).

En verder…

Ds. W.J. Smidt (1879-1975).

Veel predikanten volgden ds. Troost achtereenvolgens (en soms samen – er kwamen twee predikantsplaatsen) op. Vaak was hun ambtsperiode beperkt tot rond de vier jaar, behalve bijvoorbeeld ds. W.J. Smidt (1879-1975), die van 1948 tot eind 1965 aan de kerk van Naaldwijk verbonden was en ds. S.D. Lankhuijzen (1908-2007), die van 1949 tot 1973 predikant in Naaldwijk was. Inderdaad had de kerk toen twee predikanten, omdat het ledental stevig doorgroeide (in 1955 was het ledental bijvoorbeeld al gegroeid tot 2.000). Ook ds. Th. Ten Napel (1928-2008) stond er behoorlijk lang, namelijk van 1965 tot 1993.

Een nieuwe kerk (1965).

De kerk aan de Dijkweg begon te kraken. Het dak van het gebouw stortte bijna in, restauratie van de kerk was ‘te kostbaar en onverantwoord’. Daarom werd uitgeweken naar het in 1952 in gebruik genomen gereformeerd verenigingsgebouw De Binnenhaven, waar dubbele diensten gehouden werden.

Ondertussen was de kerkenraad druk bezig met plannen maken voor de bouw van een nieuwe kerk. Het architectenbureau Frits Eschauzier, Fons van den Berg en Paul de Vletter uit Bussum kwam met een ontwerp voor een kerk  op het inmiddels aangekochte terrein van zestienduizend vierkante meter aan de Anjerlaan. Besloten werd om in één plan drie gebouwen te realiseren: de kerk, een rusthuis (de Rozenhof) en losse zelfstandige bejaardenwoningen. Aan die laatste was grote behoefte, omdat in Naaldwijk nog geen bejaardenwoningen voor gereformeerden bestonden. De woningen hadden een eigen bestuur, maar het initiatief kwam van de Gereformeerde Kerk.

Op een groot stuk grond aan de Anjerlaan verrees de gereformeerde ‘Ontmoetingskerk’… (foto’s: Westland Toen).

De architect koos voor een modern ontwerp, zonder toren. De Vletter merkte daarover op: ‘Een toren is duur en mist elk praktisch nut. Bovendien wordt in de dorpsgemeenschap het kerkelijk leven al voldoende gemanifesteerd door de reeds aanwezige kerktorens, die de waarde van een derde toren reeds bij voorbaat onnodig maken’.

Bij de bouw werd gekozen voor industriële materialen, zoals geëmailleerd plaatstaal voor de gevel, koper voor de dakrand en veel glas. Het skelet van het gebouw was een staalconstructie en arbeidsintensief metselwerk was er niet. ‘Het was een goede en goedkope manier van bouwen’.  In het interieur vielen drie zaken op: de lange, vaste avondmaalstafel, het doopvont en de centrale preekstoel, waaromheen de banken in waaiervorm gegroepeerd waren.

De gereformeerde Ontmoetingskerk kort na de oplevering (met dank aan de heer G. Kuiper te Appingedam).

De kerk kende wel enkele kinderziekten. Er was ten eerste geen akoestiek. De oorzaak was dat in de kerk gebruik was gemaakt van witte latjes, met daartussen absorberende en geluiddempende openingen. ‘Dominee Smidt was niet te verstaan’.  De tweede kinderziekte had ook met die latjes te maken: als je daar tegenaan keek, ging je als het ware scheel kijken. ‘Verscheidene mensen zijn daardoor tijdens de kerkdienst zelfs flauw gevallen!’ De natuur bracht echter uitkomst: de klimplanten in de onder die latjes staande plantenbak groeiden snel en onttrokken de latjes na verloop van tijd aan het gezicht!

Het orgel uit de oude kerk aan de Dijkweg (dat uit 1948 stamde) werd overgeplaatst naar de nieuwe kerk, zij het in een nieuwe kast. De bekende organist Feike Asma nam het in 1967 in gebruik. In 1983 werd nog een register aan het orgel toegevoegd.

De nieuwe kerk  werd op 20 oktober 1965 in gebruik genomen.

Het interieur van de Ontmoetingskerk (met dank aan de heer G. Kuiper te Appingedam).

In de loop der jaren groeide de Ontmoetingskerk, zoals het bedehuis genoemd werd (ontleend aan psalm 84) mee met de behoeften van de kerkelijke gemeente. Er kwamen steeds meer vergaderingen,  verenigingen en clubs, In 1998 werd de kerk daarom met een aantal zalen uitgebreid. Er werd een bijgebouw tegen de kerk aan gezet, waarmee een gesloten, overkapte ruimte ontstond. ‘Dit Atrium doet denken aan de Westlandse kassen’.

Protestantse Gemeente (2007).

De protestantse Ontmoetingskerk te Naaldwijk.

In 2007 gingen de gereformeerde Ontmoetingskerk en de hervormde Kandelaargemeente samen verder als Protestantse Gemeente te Naaldwijk. De Ontmoetingskerk werd het centrale kerkgebouw van de Protestantse Gemeente, met een team van drie fulltime predikanten.

Ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Naaldwijk.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Naaldwijk tussen 1907 en 2007 (bron: Jaarboeken GKN en PKN).

Bronnen onder meer:

R. Dekker, Ontmoetingskerk doet al halve eeuw naam eer aan, in: Westland Toen, 24 november 2015

J. Hofland, Kort overzicht van de Geschiedenis der Gereformeerde Kerk te Naaldwijk. Naaldwijk, 1937

Jaarboeken (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

J. de Maa, Th. Ten Napel, 150 jaar Gereformeerde Kerk Naaldwijk 1837-1987. ‘Herdenken en Vooruitzien’. Naaldwijk, 1987

N.N., Gemeenten en Predikanten van de Gereformeerde Kerken in Nederland (…). Leusden, 1992

J.G. de Ridder, De kerkhistorie van het Westland. Zaltbommel, 1966

Dr. C. Smits, De Afscheiding van 1834. Zevende deel, Classes Rotterdam en Leiden. Dordrecht, 1986

© 2020. GereformeerdeKerken.info