De Gereformeerde Kerk te Vlaardingen (3)

3. Van landelijke Vereniging naar plaatselijke ineensmelting (1892-1921).

( < Naar deel 2 )  –  De Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken waren op 17 juni 1892 landelijk dan wel samengegaan als De Gereformeerde Kerken in Nederland, maar meteen was er ook een kerkscheuring!

Op de christelijke gereformeerde synode van 7 juni 1892 was namelijk door twee predikanten een bezwaarschrift tegen deze ‘Vereniging’  ingediend.

Ds. F.P.L.C. van Lingen (1832-1913).

Het waren ds. F.P.L.C. van Lingen (1832-1913) uit Zetten en ds. J. Wisse Czn (1843-1921) uit Den Haag. Zij vonden dat er teveel verschillen waren tussen de twee kerkgenootschappen en bovendien vonden ze dat de plaatselijke kerken over het samengaan niet zouden zijn gehoord. En waarom moest de naam van Christus uit de kerknaam verdwijnen? Om deze en nog andere redenen riepen ze de synode in hun bezwaarschrift op de voorgenomen ineensmelting ogenblikkelijk op te zeggen.

Ds. J. Wisse Czn. (1843-1921).

De synode ging daar niet op in, met als gevolg dat aanvankelijk  een betrekkelijk klein aantal gemeenten c.q. gemeenteleden de predikanten volgden in hun streven niet mee te gaan met de ‘Vereniging’, maar de Christelijke Gereformeerde Kerk ‘voort te zetten’. Het aantal medestanders groeide echter. In sommige plaatsen waar de twee gemeenten nog niet waren samengevoegd, was vooral de kerkenraad van de Christelijke Gereformeerde Gemeente dan ook extra op zijn hoede om de ineensmelting van beide plaatselijke gemeenten niet te snel door te voeren, om kerkelijke onrust en een plaatselijke scheuring te voorkomen.

In Vlaardingen.

Ook in Vlaardingen waren enkele gemeenteleden van (de voorheen Christelijke Gereformeerde) Kerk A het met de ‘Vereniging’ niet eens. Samen met een paar ontevredenen uit de groep van de Vrije Gereformeerde Gemeente (die in 1880 van de Christelijke Gereformeerde Gemeente waren afgescheiden omdat ze het niet eens waren met beroep dat op ds. W. Sieders (1845-1930) was uitgebracht), gingen ze aparte diensten houden in een lokaaltje aan de Markgraafstraat.

Ds. W. Sieders (1845-1930).

Ze werden door buitenstaanders ‘Het Hoge Zijden Petten Kerkje’  genoemd. Op advies van een christelijke gereformeerde Vlaardinger, de heer Post, sloot men zich gezamenlijk aan bij de ‘voortgezette’ Christelijke Gereformeerde Kerk. De christelijke gereformeerde predikant ds. H. Janssen uit Leiden  leidde het verdere overleg, en zo werd de kleine  Christelijke Gereformeerde Gemeente aan de Markgraafstraat te Vlaardingen op 28 oktober 1908 officieel geïnstitueerd “omdat op die datum de erkenning werd ontvangen van de Minister van Justitie”. Op de genoemde institueringsdatum is wat ons betreft wel het een en ander af te dingen: de instituering van een gemeente is immers niet afhankelijk van verkregen  erkenning door het overheid, maar komt tot stand door de bevestiging van ambtsdragers.

Gebouw ‘Liefde en Vrede’ aan de Gedempte Biersloot.

Hoe dan ook, in 1909 ging het groepje hun kerkdiensten houden in gebouw Liefde en Vrede aan de Gedempte Biersloot en in januari 1921 werd een nieuwe kerk in de Emmastraat in gebruik genomen.

Enkele contacten tussen Christelijke Gereformeerden  (Kerk A) en Dolerenden (Kerk B).

In Vlaardingen werd het eerste contact tussen beide Gereformeerde Kerken A en B gelegd door de kerkenraad van Kerk A. Hij stelde voor te vergaderen over onder meer het houden van gecombineerde kerkenraadsvergaderingen; over een verduidelijking van de vermelding van preekbeurten in de plaatselijke pers, namelijk door de diensten van beide Vlaardinger Gereformeerde Kerken nader aan de duiden als afd. Landstraat (Kerk A) en afd. Kuiperstraat (Kerk B); over het invoeren van kanselruil en over het maken van afspraken betreffende de bediening van doop en avondmaal. Ook wilde men spreken over het wederzijds erkennen van de kerkelijke tucht, het afgeven van attestaties en over de wijze van het aannemen van hervormden die lid wilden worden van een van beide Gereformeerde Kerken.

De vergadering werd inderdaad gehouden, maar afgesproken werd dat vooralsnog niet zou worden overgegaan tot ineensmelting van beide kerken. Dat moest met grote voorzichtigheid gebeuren. Wel besloot men het avondmaal op dezelfde zondag te bedienen. Ook zouden zo nu en dan gecombineerde kerkenraadsvergaderingen gehouden worden, waar uiteraard alleen zaken van gezamenlijk belang besproken zouden worden. En bovenal werd wederzijds de belofte gegeven dat elkanders eer zo veel mogelijk hoog gehouden zou worden. Indien nodig zouden ook bij bijzondere gelegenheden gezamenlijke bidstonden kunnen worden uitgeschreven.

Een blik op de Schiedamseweg, lang geleden.

Kerk B had kennelijk meer haast met ineensmelting dan Kerk A, want de vroegere Dolerenden drongen daar telkens weer op aan. Kerk A vond dat ‘de begeerte daartoe’ bij beide kerken echter nog onvoldoende aanwezig was. Uiteindelijk benoemde men in 1895 op voorstel van Kerk B toch maar een gezamenlijke commissie die de mogelijkheden van nadere contacten zou onderzoeken. Een van de eerste resultaten werd in de winter van 1896 op 1897 bereikt, toen besloten werd tot kanselruil in de weekdiensten (niet in de zondagse diensten) en tot een eerlijke verdeling van de in die diensten gehouden collecten.

Omdat Kerk B maar bleef aandringen op ineensmelting besloot de kerkenraad van Kerk A de manslidmaten daarover te horen. Weliswaar waren enkele van de broeders voor, maar de meerderheid vond ineensmelting vooralsnog niet wenselijk, waarbij kennelijk de door dr. Kuyper verdedigde leer van de ‘veronderstelde wedergeboorte’ een rol speelde, want daarover werd uitgebreid gesproken. Ook vonden gemeenteleden van Kerk A dat de Dolerenden zich in 1886/1887 gewoon bij de Christelijke Gereformeerde Kerk hadden moeten voegen in plaats van een eigen kerk te stichten (‘Christus is niet gedeeld’). En zou Kerk A straks moeten meebetalen aan die dure kerk die de Dolerenden wilden  bouwen omdat hun Kuiperstraatkerkje te klein werd? Nee, van samenvoeging kon nog geen sprake zijn.

‘Wij willen ons wel bij Kerk A voegen’.

Bezwaren tegen ds. F. Drost (1855-1935)…

Kerkenraad en gemeente van Kerk B besloten – de bezwaren van Kerk A gehoord hebbende – het over een andere boeg te gooien: ze deelden mee dat ze bereid waren zich zonder voorwaarden bij Kerk A te voegen, ‘alleen ziende op de wil des Heeren’. Natuurlijk besprak Kerk A dat voorstel uitvoerig en men was op zich best bereid Kerk B op die manier te accepteren, ware het niet dat in Kerk A bezwaren bestonden tegen de predikant van Kerk B, ds. F. Drost (1855-1935), die daar sinds november 1892 predikant was. Ook wilde kerkenraad A eerst kennis nemen van de financiële toestand van Kerk B, vooral nu men plannen had een nieuwe kerk te bouwen.

Een enquête.

Hoe dacht de gemeente van Kerk A over de situatie? Aan 213 gemeenteleden werd daarom in 1903 een enquêteformulier toegestuurd om te weten te komen wat men van eventuele ineensmelting met Kerk B vond. Er kwamen ruim 160 antwoorden binnen. Een overgrote meerderheid, 124 respondenten, gaf aan tegen ineensmelting te zijn; slechts 37 waren voor.

Maar waarom dan? Ds. Sieders noemde in zijn samenvatting van de enquêteresultaten maar liefst negen bezwaren  : (1 en 2) Waarom hadden de Dolerenden zich in 1886/1887 niet gewoon aangesloten bij de bestaande Christelijke Gereformeerde Kerk? (3) Nu samengaan zou in Kerk A scheuring veroorzaken. (4) Zowel Kerk A als haar Theologische School zullen door Kerk B en hun Vrije Universiteit worden gedomineerd. (5) De Doop- en Verbondsleer zoals die door dr. Kuyper geleerd werd was een heel andere dan men in de Christelijke Gereformeerde Kerk gewend was. (6) En waarom had ds. Drost in een dienst van Kerk B voor de Vrije Universiteit gebeden en haar ‘de enige hogeschool der Kerken’ genoemd?! (7) Kerk A had moeite met het erkennen van de ambtsdragers van Kerk B. (8) De wijze waarop de Dolerenden in 1890 het voormalige hervormde evangelisatiekerkje aan de Kuiperstraat in handen gekregen hadden, beschouwde men in Kerk A als ‘twijfelachtig’. (9) En tenslotte: waren de gemeenteleden van Kerk B het eigenlijk wel eens met het voorstel van kerkenraad B (over het zich ‘onvoorwaardelijk’ bij Kerk A te voegen)?

Al met al een hele lijst met bezwaren! Dat vonden die 22 leden van Kerk A ook, die in een schrijven aan hun kerkenraad voorstelden om de naam Gereformeerde Kerk A maar gauw weer te vervangen door Christelijke Gereformeerde Gemeente! Samensmelting leek verder weg dan ooit.

Een nieuwe kerk in de Oostwijk (1914-1935).

De (eerste) Oosterkerk aan de Binnensingel, die in 1914 in gebruik genomen werd.

Ondertussen werd de Landstraatkerk van Kerk A te klein om alle kerkgangers te bevatten en ging men beraadslagen over de bouw van nog een kerk. De plannen werden serieus besproken en men was tot de conclusie gekomen dat het het best was om aan de Binnensingel (hoek 2e Van Leyden Gaelstraat) een tweede kerk te bouwen, die zo’n fl. 18.500 zou kosten (het orgel niet meegerekend). Dat was een lastig dilemma, want als men met Kerk B zou samengaan zouden er maar liefst drie kerkgebouwen zijn. Maar – besloot men – de kans op ‘Vereniging’ was in Vlaardingen vooralsnog gering, dus ging men op 6 april 1914 over tot aanbesteding van de kerk aan de Binnensingel, die 650 zitplaatsen zou tellen. De laagste inschrijver betrof de fa. Both & Bottenberg die de klus voor fl. 17.000 wilde klaren en de opdracht dus kreeg. Het bouwplan was van de hand van architect A.K. Kruithof Az.

Het interieur van de (eerste) Oosterkerk.

Ds. Sieders legde op 20 mei 1914 de eerste steen voor deze Oosterkerk (de bouw was intussen al een eind gevorderd) en uiteindelijk kon de kerk op 4 november van dat jaar in gebruik genomen worden, waar ds. Sieders preekte over psalm 84 vers 2: ‘Hoe liefelijk zijn Uw woningen, o Heere der heirscharen!’ Deze psalm werd tijdens de dienst natuurlijk ook gezongen, en kon trouwens worden begeleid door een inmiddels voor fl. 800 op de kop getikt tweedehands pijporgel. Zo kon de gemeente weer enige tijd voort. Het zou overigens slechts een korte tijd worden, maar daarover later meer.

De tweede predikant: ds. K. Schilder (van 1916 tot 1919).

Ds. K. Schilder (1890-1952).

Kerk A groeide dus flink. Vandaar dat eind 1915 door de kerkenraad besloten werd de tweede predikantsplaats in te stellen en ook een predikant te beroepen. Dat viel overigens niet mee, want er kwam eerst een aantal bedankjes van beroepen predikanten binnen, maar gelukkig nam ds. K. Schilder (1890-1952) van Ambt Vollenhove A het op hem uitgebrachte beroep aan. Op 10 december 1916 deed hij intrede.

Ds. Sieders en ds. Schilder konden goed met elkaar opschieten, en men leerde de nieuwe dominee kennen als een rechtschapen en bescheiden man. Het was voor ds. Schilder niet te verkroppen dat hijzelf voor volle kerken preekte terwijl de kerk, als ds. Sieders voorging, lang niet vol was. Ds. Schilder riep de gemeenteleden op zich aan de kerkelijke grenzen te houden. Zijn eigen kind liet hij door collega Sieders dopen.

De Binnensingel met rechts de (eerste) Oosterkerk.

Ds. H.J. Heida (van 1920 tot 1943).

Ds. Schilder wilde de ‘Vereniging’ tussen de beide plaatselijke Gereformeerde Kerken niet doordrukken – er was nog te veel bezwaar tegen – al was  hij er zelf  voorstander van. Nadat hij op 21 september 1919 afscheid genomen had wegens vertrek naar de kerk van Gorinchem, werd al snel zijn opvolger in Vlaardingen bevestigd:  ds. H.J. Heida (1875-1964) van Stadskanaal, die op 18 januari 1920 intrede deed. Tijdens zijn predikantschap – naast ds. Sieders – kwam de vereniging tussen de beide Gereformeerde Kerken A en B te Vlaardingen uiteindelijk tot stand.

Ds. H.J. Heida (1875-1964).

De twee kerkenraden hield op zijn initiatief op de avond van 26 november 1920 een spreekuur, waar gemeenteleden hun mening over de ineensmelting tussen beide kerken konden neerleggen en met  een commissie van ambtsdragers kon bespreken. Het werd toen duidelijk dat velen in de loop der jaren van mening waren veranderd en nu vonden dat ‘gedeeldheid zonde voor God’ was en dat ineensmelting van beide gemeenten plicht was!

“De Gereformeerde Kerk te Vlaardingen” (1921).

Daarop stelde een gezamenlijke commissie uit de beide kerkenraden een document op waarin de voorwaarden voor de vereniging van beide kerken uitvoerig werden omschreven. Natuurlijk begon het stuk met de redenen om te verenigen. Wel, de noodzaak de ineensmelting in Vlaardingen nog langer uit te stellen, was niet meer aanwezig, integendeel! Nadrukkelijk werd ook verklaard dat door de ‘Vereniging’ geen ’nieuw instituut’ geschapen werd, maar dat De Gereformeerde Kerk te Vlaardingen de voortzetting was ‘van de reeds in vroegere eeuwen hier gevestigde Gereformeerde Kerk’. Beide kerkenraden zouden in de bestaande samenstelling worden samengevoegd, terwijl bij de eerstvolgende verkiezingen het aantal ouderlingen op 20 gehandhaafd zou worden en het aantal diakenen op 16 zou worden gebracht.

Ds. D.B. Hagenbeek (1879-1952).

Vervolgens werd de rechtspositie van beide predikanten gelijk getrokken, en bepaald dat zij elk in hun toenmalige pastorie zouden blijven wonen, maar dat ds. Sieders jaarlijks een vergoeding van fl. 500 zou krijgen om het besteedbare salaris weer op het zelfde niveau te brengen als dat van zijn collega. Ook het kindergeld werd geregeld, evenals de catechisaties en  de drie predikantswijken, want er waren nu immers drie kerkgebouwen (Landstraatkerk, Oosterkerk en  Kuiperstraatkerk) en drie predikanten: ds. Sieders, ds. Heida en ds. D.B. Hagenbeek (1879-1952); ds. Drost was in 1910 al naar De Bilt vertrokken en ds. J.G. Meynen (1870-1935) was in 1911 naar de kerk van Baarn afgereisd. Vele andere zaken werden geregeld en vastgelegd: er kwam een nieuw notulenboek, een nieuw lidmatenboek, nieuwe trouw- en doopboeken, terwijl ook vastgelegd werd dat alle kerkedienaren zich zouden blijven gedragen naar wat door de synodes in 1892 bij de ‘Vereniging’ bepaald was.

Het kerkzegel van de Gereformeerde Kerk te Vlaardingen.

Nog veel meer passeerde de revue, en op 7 december 1920 werd de verklaring door beide kerkenraden ondertekend. Na de goedkeuring van de classis was in januari 1921 De Gereformeerde Kerk te Vlaardingen een feit.

De kerkgebouwen werden deels herdoopt. De (2e) Kuiperstraatkerk werd ‘Noorderkerk’ genoemd; de Landstraatkerk kreeg de naam ‘Zuiderkerk’ en de Oosterkerk bleef gewoon ‘Oosterkerk’.

4. En verder….

De (tweede) Oosterkerk (1935-heden).

De (tweede) Oosterkerk, die in 1935 in gebruik genomen werd (foto: Reliwiki).

De Oosterkerk aan de Binnensingel werd na verloop van tijd te klein. De kerk van Vlaardingen groeide snel! Ds. Heida stelde voor te onderzoeken of de Oosterkerk misschien kon worden uitgebreid, maar dat bleek niet haalbaar, omdat de kerk al tijdens de bouw door midden gebroken was (!) en de muren daarom door trekstangen overeind gehouden werden. Het was dus echt nodig een nieuwe en tegelijk grotere kerk te bouwen.

Een stuk grond werd gekocht aan de Schiedamseweg en de in 1934 gehouden aanbesteding leverde op, dat de kerk voor bijna fl. 45.000 zou worden gebouwd door J.W. van Westreenen uit Zeist naar een plan van architect B.W. Plooy uit Amersfoort. De nieuwe kerk telde 1072 zitplaatsen; nogal een verschil met de oude Oosterkerk. Op 6 februari 1935 werd de kerk in gebruik genomen. Ds. H.J. Heida begon de dienst met het openslaan van de kanselbijbel en hij hield bij die gelegenheid een preek naar aanleiding van Openbaring 1 de verzen 4 tot 6.

Het interieur van de (tweede) Oosterkerk.

Het bijna 1500 pijpen tellende orgel dat in de Oosterkerk geplaatst werd kostte fl. 7.000; het was gebouwd door toonkunstenaar G. van der Burg.  Eigenlijk was het orgel bestemd geweest voor een bioscoop, maar daarover schijnt geen heibel te zijn ontstaan. De eerste Oosterkerk aan de Binnensingel werd in februari 1938 gesloopt. Nu staan op die plaats woningen.

De Vrijmaking (1945).

In 1945 werd in Vlaardingen de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) geïnstitueerd. Dat gebeurde na problemen rond de beroeping van dr. F.L. Bos. Deze onttrok zich op 4 december 1945 met ruim 400 gemeenteleden aan de Gereformeerde Kerken.

Dr. F.L. Bos.
  • We hebben nu ongeveer de eerste honderd jaar geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Vlaardingen de revue laten passeren. Op zevenmijlslaarzen gaan we nu de rest van de belangwekkende geschiedenis bij langs, om uiteindelijk uit te komen bij de vorming van de Protestantse Gemeente Vlaardingen.

De Emmaüskerk (1952-2008).

De Gereformeerde Kerk van Vlaardingen mocht door de Vrijmaking dan wel een aantal leden verloren hebben, de groei was er niet uit, zodat het vertrek van de ruim 400 leden in de ledengrafiek niet te zien is. Al  twee jaar na de ingebruikneming van de Oosterkerk aan de Schiedamseweg werden plannen gemaakt voor  de bouw van de vierde gereformeerde kerk.

De Emmaüskerk aan de Van Linden van den Heuvellsingel werd in 2008 buiten gebruik gesteld.

Dit kwam door de uitbreiding van Vlaardinger Ambacht. Een terrein werd gekozen aan de Burgemeester Verkadesingel, maar ook de hervormde kerkenraad had daarop zijn oog laten vallen en had het met enige haast aangekocht om daar hun Bethelkerk te bouwen. Omdat de Tweede Wereldoorlog dreigde parkeerde de gereformeerde kerkenraad de bouwplannen vooralsnog in de ijskast.

De ingang van de Terpstraschool.

Dat wilde echter niet zeggen dat men Vlaardinger Ambacht aan haar lot overliet, want er werden wel degelijk kerkdiensten gehouden, namelijk op de zolder van mr. Terpstraschool aan de Chrysantstraat. Driehonderd kerkgangers konden daar tussen 24 augustus 1941 en 28 februari 1952 een plaats vinden.

Het interieur van de Emmaüskerk.

Maar dat kon natuurlijk niet zo blijven. De kerkenraad bleef na de oorlog uitkijken naar een stuk grond voor kerkbouw, dat men vond aan de Van Linden van den Heuvellsingel. Inmiddels had het plaatselijke architectenbureau van W. Plooy en J. Snijders een ontwerp gemaakt voor een kerk met duizend zitplaatsen. De eerste paal voor deze eerste kerk die na de oorlog in Vlaardingen gebouwd werd ging op 21 maart 1951 de grond in. De bouw van de Emmaüskerk (zoals de naam werd) vorderde voorspoedig zodat de kerk op 28 februari 1952 officieel in gebruik genomen kon worden bij het zingen van gezang 23 vers 1 en 2: ‘Wij loven u, o God, wij prijzen Uwe Naam’. In 1967 werd de kerktoren verrijkt met een 345 kg. zware luidklok, die ruim fl. 4.500 kostte.

Zuiderkerk (1877-1956).

De Zuiderkerk in de Landstraat werd in 1956 buiten gebruik gesteld (‘Kerkgebouwen in Vlaardingen’).

Op 29 januari 1956 werd de laatste dienst gehouden in de Zuiderkerk (Landstraatkerk) in de Landstraat, die op 4 maart 1877 in gebruik genomen was. De grote groei van het ledental maakte het nodig het kerkgebouw in 1900 met enkele galerijen uit te breiden, maar uiteindelijk werd besloten de kerk in 1955 voor fl. 90.000 te verkopen aan de PTT, het toenmalige nationale postbedrijf. Al gauw na de laatste dienst werd de kerk gesloopt om ruimte te maken voor de uitbreiding van het toenmalige postkantoor aan de Westhavenkade.

Noorderkerk (1904-1957).

De Noorderkerk in de Kuiperstraat werd in 1957 buiten gebruik gesteld.

Het jaar daarop, in 1957, werd de laatste dienst gehouden in de voormalig Dolerende Noorderkerk aan de Kuiperstraat. In de vijftiger jaren werd de Vlaardingse binnenstad namelijk gesaneerd, waardoor het nodig was de kerk te slopen. Er zat niets anders op dan op 15 december 1957 de laatste dienst te houden, die onder leiding stond van ds. Th. Swen (1907-1991), die van 1949 tot zijn emeritaat in 1972 aan de kerk van Vlaardingen verbonden was. Wel werd de kerk daarna nog geregeld gebruikt door het CJV (Christelijk Jongeren Verbond), maar uiteindelijk werd op 17 april 1961 een begin gemaakt met de sloop van de Noorderkerk.

Pniëlkerk (1957-1998).

De Pniëlkerk werd in 1998 buiten gebruik gesteld.

Het jaar daarvoor, in 1956, was de kerkenraad al begonnen met de bouw van een nieuwe kerk aan de Henriette Roland Holststraat, de Pniëlkerk. Dat kwam vooral omdat de Westwijk snel groeide. De kerk zou vooral onderdak moeten bieden aan kerkgangers woonachtig ten westen van de Haven en ten zuiden van Westlandseweg. De fa. Verschoor uit Rotterdam / Pernis kreeg, na de in 1956 gehouden aanbesteding, opdracht de bouw ter hand te nemen van het door Jac. Van der Vlis ontworpen kerkgebouw. Het bedehuis telde 1000 zitplaatsen.

Het orgel van de Pniëlkerk.

Ds. E.D. Kraan (1889-1963) – van 1924 tot zijn emeritaat in 1959 predikant in Vlaardingen – legde de eerste steen op 23 januari 1957 en metselde tegelijk ook meteen even een oorkonde in. Op 17 december dat jaar werd de kerk in gebruik genomen door het openslaan van de uit de Landstraatkerk afkomstige kanselbijbel. Die dienst stond onder leiding van ds. H. Zandbergen (1901-1989), die van 1946 tot zijn emeritaat in 1963 predikant in Vlaardingen was. De preek werd in die dienst gehouden door zijn collega ds. Joh. Lever (*1926), die van 1954 tot 1977 als gereformeerd predikant in Vlaardingen stond.

Dit reliëf van ‘de worsteling van Jacob  met de engel’ was in de muur van de Pniëlkerk gemetseld en werd na de sluiting van de kerk overgebracht naar de toren van de hervormde Rehobothkerk.

De preek ging over Jacobs worsteling bij Pniël. De naam van de kerk was namelijk Pniël. Het reliëf op de gevel van de kerk stelde dat tafereel voor: ‘Ik laat u niet gaan tenzij Gij mij zegent’. De kerk werd verrijkt met het drieklaviers orgel uit de Zuiderkerk aan de Landstraat. Drie klokken tooiden de klokkentoren. De kerk kostte in totaal fl. 750.000.

Maranathakerk (1961-1985).

De Maranathakerk werd in 1985 buiten gebruik gesteld.

Terwijl men bezig was met de bouw van de Pniëlkerk bestonden er ook al plannen om in de Zuidwijk een kerk te bouwen met ongeveer 700 zitplaatsen. De plannen waren ontworpen door de Vlaardingse architect Jac. van der Vlis met zijn medewerker Joh. van Pelt. De aanbesteding had tot resultaat dat W.G. Gerritsen uit Bergschenhoek  de opdracht kreeg de kerk te bouwen. Op 2 september 1960 heide ds. Joh. Lever de eerste paal voor deze Maranathakerk aan de Professor Mekelstraat de grond in. De bouwkosten bedroegen fl. 550.000. De preek tijdens de ingebruikneming van de kerk op 14 december 1961 ging over Openbaring 22 vers 17a: ‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort zegge: Kom!’ Het in de kerk geplaatste orgel was voor een deel afkomstig uit de Zuiderkerk in de Landstraat, die in 1956 buiten gebruik gesteld was.

Kerkcentrum Holy (1969-heden).

Kerkcentrum Holy doet nog steeds dienst als protestants kerkelijk centrum.

Toen de Vlaardinger wijk Holy uitbreidde werd ook de bouw van een kerkelijk centrum nodig. Aanvankelijk waren diensten gehouden in een tijdelijk onderkomen, de ‘Holykapel’. De Gereformeerde Kerk nam het initiatief om het kerkelijk centrum te bouwen. Na enige tijd werden ook de hervormden als participanten bij de kerkstichting betrokken. Dr. F.L. Bos  (hij was na zijn Vrijmaking in 1945 weer teruggekeerd in de Gereformeerde Kerken) sloeg op 14 januari 1969 de eerste paal van Kerkcentrum Holy aan de Reigerlaan de grond in. De kerk was ontworpen door de architecten Boot en Kempes te Delft en Kortewegs Bouwmaatschappij bouwde het kerkelijk centrum. Op 23 december van dat jaar kon de kerk in gebruik genomen worden in een kerkdienst die onder leiding stond van dr. Bos. Dr. Bos stond voor het eerst van mei 1944 tot december 1945 als gereformeerd predikant in Vlaardingen – hij ging toen met de Vrijmaking mee – en voor de twee keer van 1950 tot 1972.

Vredeskerk (1979-2007).

De Vredeskerk werd in 2007  buiten gebruik gesteld (foto: Reliwiki, JPG).

Volgens afspraak met de Gereformeerde Kerk nam nu de hervormde gemeente het initiatief tot de bouw van een kerkelijk centrum aan de Olmendreef. Deze kerk – Vredeskerk genoemd – werd op 23 november 1979 in gebruik genomen.

Tot slot…

De Oosterkerk werd De Windwijzer.

Voor wat betreft de gereformeerde kerkgebouwen in Vlaardingen werd bij de bovenstaande vermelding van de kerken behalve het jaartal van de ingebruikneming ook melding gemaakt van het jaar waarin de kerk buiten gebruik gesteld werd. Behalve het Kerkcentrum Holy is de Oosterkerk aan de Schiedamseweg in Vlaardingen nog in gebruik, zij het niet voor kerkdiensten. Op initiatief van de Protestantse Gemeente van Vlaardingen werd de voormalige gereformeerde Oosterkerk aan de Schiedamseweg in 2010 namelijk verbouwd en  opnieuw ingericht en kreeg toen ook een nieuwe bestemming, namelijk als Diaconaal-Missionair Centrum  voor ontmoeting, bezinning en dienstverlening. De naam veranderde in De Windwijzer. De Protestantse Gemeente te Vlaardingen telt momenteel in totaal vijf kerkelijke gebouwen.

Ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Vlaardingen.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Vlaardingen tussen 1906 en 2006 (bron: Jaarboeken GKN en PKN).

Bronnen onder meer:

M. den Admirant, Kerkmensen in Vlaardingen. Vlaardingen, 1974

A. Bel, 100 jaar Westnieuwlandkerk. Vlaardingen, 1980

W.C. den Breems, Kerkgebouwen in Vlaardingen. Vlaardingen, 1992

Gemeenten en Predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

Jaarboeken ten dienste van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

C. Smits, De Afscheiding van 1834. Zevende deel, Classes Rotterdam en Leiden. Dordrecht, 1986

W.J. van der Vlis, Vlaardingen. Dertien eeuwen kerkgeschiedenis. Vlaardingen, 1992

© 2020. GereformeerdeKerken.info